Nieuwsbrief nr. 36, november  2017

  Personalia

Onze medewerker Tonnis Tammes is op 6 november opgenomen in het Haagse Leyenburg ziekenhuis en heeft een geslaagde operatie ondergaan. Marhisdata wenst Tonnis een voorspoedig en volledig herstel toe.

 Vernieuwing website

De vernieuwing van de website ligt op schema en de werkzaamheden zijn in volle gang.
De programmeur heeft conform afspraak begin november het eerste deel van de vernieuwde software opgeleverd, zodat dit nu kan worden getest.
De planning is dat begin 2018 dit deel van het project zal zijn afgerond, waarna kan worden gewerkt aan verbetering van de zoekfunctionaliteit voor de bezoekers en de presentatie hiervan. Dan zal ook de restyling van de website aan bod komen, waarvoor reeds de nodige concepten zijn ontworpen.

 Research 19e eeuw

-  In aansluiting op ons bericht in de vorige Nieuwsbrief kunnen we thans melden dat de resterende door de redactie van de Regeerings Almanak voor Nederlandsch-Indië informeel bijgehouden jaarlijsten van in Nederlands-Indië in de vaart zijnde schepen nu volledig zijn gefotografeerd. De informatie was ‘verstopt’ in de jaargangen 1870 t/m 1913. Overigens is in deze almanakken nog veel meer interessante informatie te vinden. Helaas is die bron echter verre van nauwkeurig, maar het is voor Marhisdata beslist een goed hulpmiddel.
Op elk van de 498 foto’s staan, naast enkele andere relevante gegevens, circa 25 scheeps-namen vermeld, dus circa 12.500 in totaal. Omdat een schip in de Oriënt naar schatting een gemiddelde levensduur van 15 jaren had heeft het dus in de almanakken meerdere aantekeningen gehad, mogelijk ook onder verschillende namen. Dit zal naar verwachting een aanvullende oogst van zo’n 800 of meer unieke schepen opleveren. Alleen de op Europese wijze gebouwde schepen kregen een zeebrief, dus niet de vele soorten inlandse scheepjes zoals de prauw.
We zullen nog maanden nodig hebben voordat de lijst vanaf 1815 tot 1913 volledig is opgenomen in werkbestanden, maar dan hebben we ook het eerste beeld van de fregatten, barken, brikken en schoeners in de 19e eeuw met thuishaven Oost-Indië.
Andere bronnen om de kennis over de Nederlands-Indische zeevarende vloot te optimaliseren zijn de reeds beschikbare Indische roepletterlijsten 1867-1917, de zeebriefbesluiten van de Gouverneur Generaal in Batavia, welke dagelijks door de griffier werden uitgeschreven, en tenslotte de berichten uit de Indische kranten.

-  Van de Nederlandse schepen die zijn ingevoerd in de database en waarvan de biografie volledig is ingevuld is de gemiddelde levensduur naar de stand van vandaag 19,235 jaar. Dit betreft in 85% van de gevallen schepen, groot en klein, die vóór 1840 zijn gebouwd. De oudste koopvaarder werd 62 jaar, het fregat BROEDERTROUW, dat in 1899 als Noorse CHRISTINE werd afgekeurd. Het bunschip (VROUW) CORNELIA, 1802-1870, werd zelfs 68 jaar. Het schip met de kortste levensduur was de schoener DONAU, die op 24 december 1852 van Oostmahorn naar Londen vertrok voor haar eerste reis en sindsdien is vermist.
Omdat de schepen in latere jaren groter werden, beter gebouwd en de mogelijkheden van navigatie ook steeds beter werden, mag worden verwacht dat de gemiddelde levensduur zal oplopen naarmate onze onderzoeken zich naar latere periodes uitbreiden.

 Jaarlijkse bijeenkomst medewerkers

Op 21 oktober vond in Meppel de weer zeer geslaagde bijeenkomst plaats van medewerkers van Marhisdata. Met 27 personen beleefden we een record opkomst. Het aantal vrijwilligers blijft vrijwel constant, de gemiddelde leeftijd neemt echter toe, en desondanks is de spirit nog onverminderd groot. Zoals voorzitter Dick Gorter opmerkte: “Marhisdata bloeit wel degelijk”, hetgeen trouwens ook aan de resultaten van de research valt te zien.
Jur Leinenga en Jan Stolp introduceerden zich als nieuwe medewerkers. Jur zal eind 2017 het secretariaat van Ger Mulder overnemen die ‘met functioneel leeftijdsontslag’ gaat.
Hierna deed het bestuur verslag van de lopende zaken en gaf een visie op de toekomst. Bestuurslid Ap Bouman deed verslag van de vorderingen van de research en gaf een toelichting op de stand van zaken m.b.t. de vernieuwing van website en database.
Nadat de gerezen vragen waren beantwoord volgde een lunch waar aan de verschillende tafels door de aanwezigen van de diverse disciplines verder kon worden ‘gesocialiseerd’. Ook dit laatste aspect wordt steeds op hoge prijs gesteld.
Na de lunch hield mevrouw dr. Anita van Dissel, lid van de Raad van Advies van Marhisdata, een boeiende presentatie met als onderwerp ‘Een varend monument. Cultuur-nationalisme in de maritieme sector omstreeks 1900’. Het was interessant te zien hoe een wetenschapper de kennis rond het in 1915 opgeleverde vracht-passagiersschip JAN PIETERSZOON COEN een voor de aandachtige luisteraars volledig nieuwe wending gaf. Zo kan men een schip ook bezien!

 Groninger Archieven

De G.A. maakten bekend, dat met ingang van 7 november gedurende enkele maanden de akten 1811-1861 van een aantal standplaatsen van regionale notarissen niet kunnen worden geraadpleegd omdat ze worden gescand. De provincie en het Rijk willen op termijn ook de repertoria scannen, waardoor het zoeken in de akten veel efficiënter kan verlopen.
Helaas heeft het gemeentebestuur van de stad Groningen nog geen plannen om hetzelfde te gaan doen met de stedelijke notariaten. Jan Tuil en Martin Strojenga maken gebruik van de nog wel beschikbare repertoria om die te fotograferen, waarna ze op voor ons van belang zijnde akten worden onderzocht, dit als voorwerk voor de fotografie van de akten waarom het ons is begonnen.
Het mag duidelijk zijn dat Marhisdata zeer verguld is met dit scanning proces, waarbij de resultaten aan belangstellenden ter beschikking zullen worden gesteld. In tegenstelling tot Amsterdam helaas nog niet gratis, omdat 12 cent per scan in rekening wordt gebracht.

 Het vervoer van Engelse gestraften naar Australië

De lading van schepen bestemd voor Nederlands-Indië bestond vanaf 1814 aanvankelijk uit ballast, troepen, een enkele passagier zoals een koopman of een bestuurder en soms wat stukgoed. In de herfst van 1852 werd een Doos van Pandora geopend, toen Engelse makelaars ook buitenlandse schepen mochten contracteren voor het vervoer van gestraften naar Australië. De exporthavens waren Londen en Liverpool. De Nederlandsche Staats Courant van 13 februari 1853 noemde 6 schepen welke sinds 22 november 1852 met deze ‘lading’ vanuit Londen waren vertrokken naar Melbourne, Geelong, Port Phillip, Adelaide respectievelijk Sydney, terwijl op 7 februari nog 7 schepen op hun lading wachtten. Vanuit Liverpool waren op 1 januari 5 Nederlandse schepen uitgezeild, terwijl aldaar op 7 januari nog 18 fregatten en barken op hun lading wachtten.
Toen de stoomvaart op gang kwam schakelden de Nederlandse schepen over op kolen vanuit Cardiff en Sunderland naar Australië, om zo in positie te komen voor een lading uit Nederlands-Indië.

 Ger Mulder, secretaris