Name ship: BLOEMGRACHT

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1956
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5046528
Nat. Official Number: 3399 Z GRON 1956
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: Two masts
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Martenshoekster Scheepsbouw, Martenshoek, Netherlands
Yardnumber: 83
Date Laid Down:
Launch Date: 1955-12-17
Delivery Date: 1956-03-14
Technical Data

Engine Manufacturer: Werkspoor N.V., Amsterdam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 500
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Werkspoor nr. 1615 Type TMAS278 (270x500)
Speed in knots: 10.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 308.00 Net tonnage
Deadweight: 847.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 37000 Cubic Feet
Bale: 34400 Cubic Feet
 
Length 1: 57.83 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 55.22 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.89 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.28 Meters Depth, moulded
Draught: 3.52 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1956-02-23 BLOEMGRACHT
Manager: Spliethoff's Bevrachtingskantoor N.V., Amsterdam, Netherlands
Owner: C.V. 'Hanmar', C.V. 'Björndal' & N.V. 'Ansyma', Amsterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PDDW
Additional info:

Date/Name Ship 1966-06-07 GEERTJE K
Manager: Schulte & Bruns, Emden, Germany
Owner: Heinrich Kromminga, Rhaudermoor, German Federal Republic
Shareholder:
Homeport / Flag: Rhaudermoor / German Federal Republic
Callsign: DCSW
Additional info:

Date/Name Ship 1970-00-00 GEERTJE K
Manager: Heinrich Kromminga, Rhaudermoor, Germany
Owner: m.s Geertje K, Brake, German Federal Republic
Shareholder:
Homeport / Flag: Brake / German Federal Republic
Callsign: DCSW
Additional info:

Date/Name Ship 1971-04-07 RHEIN TRADER
Manager: Inter-Trader Schiffahrts G.m.b.H. & Co. K.G., Haren/Ems, German Federal Republic
Owner: Inter-Trader Schiffahrts G.m.b.H. & Co. K.G., Haren/Ems, German Federal Republic
Shareholder:
Homeport / Flag: Haren/Ems / German Federal Republic
Callsign: DCSW
Additional info:

Date/Name Ship 1976-00-00 MUSTAFA
Manager: Slobben B.V., Groningen, Netherlands
Owner: Kyowa Steamship Agencies Inc., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1976-00-00 MUSTAFA
Manager: A.M. Ismail Shipping Agency Ltd., Lattakia, Syria
Owner: A.M. Ismail Shipping Agency Ltd., Lattakia, Syria
Shareholder:
Homeport / Flag: Lattakia / Syria
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1989-12-00 JAMAL
Manager: Nazih Saydawi & Abdel Razzak Suleiman, Lattakia, Syria
Owner: Nazih Saydawi & Abdel Razzak Suleiman, Lattakia, Syria
Shareholder:
Homeport / Flag: Lattakia / Syria
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1955-12-17: NvhN 17-12-1955: Tewaterlating m.s. Bloemgracht. Bij de N.V. Martenshoekster Scheepsbouw te Martenshoek werd met goed gevolg te water gelaten het nieuwe motorkustvaartuig Bloemgracht, dat wordt gebouwd voor rekening van Spliethoff's Bevrachtingskantoor te Amsterdam. De Bloemgracht is van het gladdektype, meet 840 ton d.w. en zal worden uitgerust met een 500 p.k. motor. In de machinekamer zullen tevens twee hulpmotoren van elk 20 p.k. worden opgesteld. Het schip wordt gebouwd met De bouw geschiedt onder toezicht van Lloyd's Register of Shipping en Scheepvaart Inspectie voor de onbeperkte vaart (100 A I) en speciaal houtvaartcertificaat. Op de vrijgekomen helling zal de kiel worden gelegd voor een coaster van het gladdektype, groot ongeveer 840 ton d.w. voor rekening van Bennet's Houthandel te Rotterdam. Dit schip zal worden uitgerust met een 500 pk. motor.

1956-02-27: Op 27-02-1956 als BLOEMGRACHT, zijnde een motorschip, metende 1416.13 m3 bruto inhoud volgens zeemeetbrief afgegeven te 's Gravenhage no. 10147 d.d. 09-02-1956, liggende te Martenshoek, door A. Kraaijema, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 3399 Z GRON 1956 op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant dekhuis op het verhoogd achterdek, 3.75 m. uit hekplaat, 1.60 m. uit lengteas en 1.40 m. uit dek.

1956-03-15: NvhN 15-03-1956: Proefvaart m.s. Bloemgracht. Op de Eems heeft een geslaagde proefvaart plaats gehad van het nieuwe motorkustvaartuig Bloemgracht, dat bij de n.v. Martenshoekster Scheepsbouw te Martenshoek (Gr.) werd gebouwd voor rekening van Spliethoff's Bevrachtirigskantoor te Amsterdam. De Bloemgracht (bouwno. 83) :is van het gladdektype, meet 840 ton d.w. en is uitgerust met een 500 pk. motor, waarmede het schip tijdens de proefvaart een snelheid behaalde van plm. 10 ½ knopen. Het schip werd gebouwd met ijsversterking. De bouw geschiedde onder toezicht van Lloyd's Register of Shipping en Scheepvaart Inspectie voor de onbeperkte vaart (100 A I ) en met speciaal houtvaartcertificaat.

1961-04-00: Gereformeerd gezinsblad 05-04-1961: Brand op Ned. kustvaarder eist drie doden. Twee zwaar gewonden. Drie opvarenden van de kustvaarder „BLOEMGRACHT” zijn maandagmorgen om het leven gekomen bij een brand aan boord van het schip in de haven Turku in Zuid-west Finland. Het zijn de volmatrozen Donald van de Pal, uit Alkmaar, (geb. in 1943), Johannes Gerhardus van den Berg, uit Den Haag (geb. in 1931), en de Spanjaard José Jovcntine Quinants-Torrado. Twee bemanningsleden, Gerrit van Zanen uit Scheveningen en Andreas Stoter uit Best (Noord-Brabant) zijn zeer ernstig gewond. Leden van de bemanning ontdekten de brand 's morgens om 6 uur plaatselijke tijd. Zij trachtten de brandweer op te bellen vanuit een telefooncel op de kade; deze telefoon was echter defect. De bemanning van een Fins schip heeft daarna de brandweer gewaarschuwd. De brandweerlieden troffen de twee ernstig gewonde mannen in de gang van het schip aan. Zij zijn onmiddellijk naar het ziekenhuis overgebracht. Nadat de brand was geblust vond men de lijken van de drie slachtoffers in de hutten. De „Bloemgracht”(500 bruto register ton), is eigendom van de C.V. Grachtmij. in Amsterdam.
NvhN 05-04-1961: Gevecht om 't leven van twee zeelieden. Turku (UPI) Twee opvarenden van de Nederlandse kustvaarder „Bloemgracht” vechten in het centrale ziekenhuis van de Westfinse havenstad Turku een zware strijd om het leven. Van hun huidoppervlak is ongeveer negen-tiende deel door het vuur aangetast. De artsen hebben er hun verbazing over geuit dat de beide zeelui de brand, welke drie doden eiste, hebben overleefd. De politie vermoedt, dat de brand is ontstaan door onvoorzichtigheid met sigaretten, maar het is zeer moeilijk thans nog de juiste oorzaak vast te stellen. De kok van de „Bloemgracht”, Hendrik Brover, wordt eveneens in het ziekenhuis verpleegd. Hij zal waarschijnlijk over enkele dagen het bed uit mogen. De beide zwaar gewonden zijn Gerrit van Zanen en Andreas H. A. H. Stoter. Hun toestand is nog kritiek.
NvhN 07-04-1961: Na brand op “Bloemgracht” van twee gewonden toestand hopeloos. Hendrik Brouwer, de kok van de Nederlandse kustvaarder “Bloemgracht” is uit het hospitaal van Turku (Finland) ontslagen. Hij is daar vier dagen behandeld voor brandwonden, die hij zondag bij de brand op de “Bloemgracht” heeft opgelopen. Zoals bekend kwamen bij deze brand drie opvarenden — twee Nederlanders en een Spanjaard — om het leven. De toestand van de twee Nederlandse opvarenden, die nu nog in Turku in het ziekenhuis liggen, wordt hopeloos genoemd. Het zijn de 23-jarige Gerrit van Zanen uit Scheveningen en de 24-jarige Andreas Stoter uit Best. 90 pct. van hun huid is door brandwonden aangetast.
Fries Koerier 10-04-1961: Geringe hoop voor gewonden van de „Bloemgracht”. Helsinki (AFP) — De twee Nederlandse zeelieden, Gerrit van Zanen en Andreas Stoter, hebben zondag in ziekenhuis in Turku (Finland) waar zij sinds de brand vorige week zondag op de „Bloemgracht” verpleegd worden, een speciale behandeling ondergaan om hun vochtconditie op peil te houden. Reeds is meegedeeld dat hun kansen op herstel uiterst gering zijn. De huid van Andreas Stoter is voor 100 procent verbrand, terwijl Gerrit van Zanen op 90 procent van zijn lichaam brandwonden heeft opgelopen. Specialisten van het ziekenhuis verklaarden, dat patiënten met ernstig brandwonden door een speciale behandeling soms veertien dagen in leven gehouden kunnen worden. De ouders van de beide gewonden zijn gisteren in Turku aangekomen. Beide patiënten waren bij bewustzijn en beiden hebben met hun ouders gesproken. Zoals bekend zijn bij de brand drie personen, twee Nederlanders en een Spanjaard om het leven gekomen. Zaterdag zal „Bloemgracht” uit Turku vertrekken naar Nederland.
NvhN 11-04-1961: Gewonde bij brand op Bloemgracht overleden. In het centrale ziekenhuis in Turku (Finland) is overleden de 24-jarige zeeman Andreas Stoter, uit Best, die bij de brand op Eerste Paasdag op het Nederlandse schip “Bloemgracht” in de haven van Turku ernstige brandwonden had opgelopen. Zijn huid was voor een zeer groot deel verbrand. De andere Nederlandse gewonde, de 23-jarige Gerrit van Zanen uit Scheveningen. wordt nog steeds verpleegd. Aangezien ook zijn huid grotendeels verbrand is, vreest men voor zijn leven. Zoals gemeld kwamen bij de brand op de “Bloemgracht” drie opvarenden, twee Nederlanders en een Spanjaard, om het leven. De kok van de kustvaarder, Hendrik Brouwer, kon na een behandeling van vier dagen uit het ziekenhuis ontslagen worden.
NvhN 12-04-1961: Nog een opvarende van de Bloemgracht overleden. Ook de 23-jarige Gerrit van Zanen, een opvarende van de Nederlandse kustvaarder “Bloemgracht”, is hedenochtend in het ziekenhuis van Turku (Finland) bezweken aan de ernstige brandwonden, welke hij bij de brand op de “Bloemgracht” opliep. De politie heeft nog steeds de officiële oorzaak van de brand, welke thans vijf doden blijkt te hebben geeist, niet kunnen vinden. Op Eerste Paasdag richtte de brand zoals wij meldden grote schade aan. Drie bemanningsleden werden dood in hun hut gevonden. Gisteren overleed de opvarende Stoter en kwam het dodencijfer op vier.
Friese Koerier 13-04-1961: Slachtoffer brand op “ Bloemgracht” overleden. Turku (Rtr.) — De 23-jarige zeeman Gerrit van Zanen uit Scheveningen, die in het ziekenhuis in Turku werd verpleegd, is gisternacht overleden. Zijn huid was, evenals die van zijn medeslachtoffer van de brand op de „Bloemgracht” Andreas Stoter, die dinsdag is overleden, dermate verbrand dat de kans op herstel uitgesloten leek. Zoals bekend is op Eerste Paasdag op de Nederlandse kustvaarder „Bloemgracht” die in de Finse haven Turku lag, brand uitgebroken. Hierbij zijn drie opvarenden in hun slaap verrast en omgekomen.
Het Vrije Volk 19-04-1961: Slachtoffers ramp op coaster in Nederland. (Van een onzer verslaggevers) In het koele zonlicht van de voorjaarsmiddag kwam gisteren de coaster “Schippersgracht”, diep liggend onder een hoge deklading gezaagd hout, de Minerva-haven van Amsterdam inzwenken.
De vlag op het achterschip hing halfstok, want het schip had een last aan boord die zwaarder woog dan 200 ton hout: vijf eenvoudige vurenhouten kisten, waarin de stoffelijke resten lagen van de mannen van de “Bloemgracht” die op 3 april in de Finse haven Turku door een raadselachtige brand om het leven kwamen. In de Minervahaven gingen bij de nadering van de “Schippersgracht” alle vlaggen naar beneden en weer halverwege omhoog. De douaneboot die de ranke coaster begeleidde, had zijn vlag zelfs helemaal gestreken. Op de kade van het houtbedrijf Schoenmakers stonden vijf lijkauto's te wachten. Een eind verder lag een bonte schat van lentebloemen. Toen de “Schippersgracht” gemeerd lag, kwam een heftruck naderbij, die op zijn stalen armen voorzichtig de met groene kransen bedekte kisten op de wal tilde, waar ze werden overgenomen door de zwarte auto's, die terstond wegreden. Naar Den Haag, waar Johannes van den Berg (30) heeft gewoond. Naar (Alkmaar, waar Donald van der Bal (18) vandaan kwam. Naar Scheveningen, de woonplaats van Gert van Zanen (24) en naar Best, de woonplaats van Andreas Stoter (25). De vijfde auto ging naar Spanje, het geboorteland van José Quinants Torrado (54). Ouders meegekomen. Stoter heeft na de rampnacht nog enkele dagen geleefd, genoeg om zijn ouders, die naar Turku waren gevlogen, de gelegenheid te geven hem nog levend te zien. De ouders waren met de “Schippersgracht” mee teruggekomen. Met gezichten die strak stonden van ingehouden ontroering gingen zij van boord. Zij werden opgewacht door een vertegenwoordige van Spliethoff's Bevrachtingskantoor—de rederij van de “Bloemgracht”. Met de “Schippersgracht” kwam ook mee de kok van de Bloemgracht, Henk Brouwer, die nog getracht heeft zijn collega's te redden. De sporen van de schrik en van de daarna doorgestane emoties waren nog duidelijk te zien op zijn gezicht, waarvan de wenkbrauwen en oogharen waren afgeschroeid. 'De Machinist heeft mij gewekt met de roep dat er brand was en samen hebben we nog getracht hulp te bieden, maar het was al te laat,' vertelde hij. Wrak. De “Bloemgracht” zelf meerde vanmorgen om acht uur af aan de Stieltjeskade in Rotterdam. Kapitein Houwing zat moe en nerveus in zijn hut, niet bij machte veel te zeggen. Op een vraag van een verzekeringsexpert hoeveel mensen er nu aan boord waren, antwoorde hij: 'Zeven, plus een wrak. Dat wrak ben ik.' Voor de vijf mannen, die in Finland omkwamen, kreeg hij vier vervangers; ze werden door de rederij op een vliegtuig gezet. De kleine coaster kwam overigens niet onmiddellijk naar Nederland terug. Ze liep onderweg nog Grangemouth aan om een lading af te zetten. De “Bloemgracht” zal op de werf in Slikkeveer worden hersteld. Van buiten is er aan het schip niet bijzonder veel te zien: de brand heeft zich duidelijk tot de binnenverblijven beperkt.
De Waarheid 19-04-1961: Slachtoffers Bloemgracht. (Van een correspondent) Bij werf Schoenmakers in de Houthaven te Amsterdam arriveerde dinsdag de Kustvaarder „Schippersgracht” met de stoffelijke overschotten van de vijf bij brand aan boord van de kustvaarder „Bloemgracht” in Finland om het leven gekomen bemanningsleden. Drie hunner, w.o. een Spanjaard, verongelukten tijdens de brand op 3 februari j.1., toen het schip in de haven van Turku in Zuid- West Finland lag. Twee werden zwaar gewond naar een ziekenhuis overgebracht, waar zij later aan hun verwondingen zijn bezweken. Het m.s. „Bloemgracht” zou vandaag in Rotterdam verwacht worden.
Fries Koerier 20-04-1961: „Bloemgracht” terug in Nederland. Rotterdam. Gistermorgen vroeg is de kustvaarder „Bloemgracht” bij Hoek van Holland de Nieuwe Waterweg binnengelopen en enkele uren later lag het rampschip afgemeerd bij het havenkantoor aan de Stieltjeskade In Rotterdam. Kapitein Houwing uit Oude Pekela toonde zich zeer verontwaardigd dat in de Nederlandse dagbladen als oorzaak van de brand, die uiteindelijk aan vijf opvarenden het leven heeft gekost, een vergeten sigarettenpeukje is genoemd. „Wat de oorzaak is geweest moet nog worden uitgezocht. Ik wil niet beweren dat het geen sigaret kan zijn geweest, maar ik geloof niet dat de brand door een peukje is ontstaan. Het schip was bovendien niet geladen met hout, maar met stukgoederen. De kapitein was kennelijk nog onder de indruk van het gebeurde en derhalve weinig spraakzaam. Zoals eerder gemeld zijn de stoffelijke resten van de vijf bij het ongeluk omgekomen opvarenden met de kustvaarder „Schippersgracht”naar Amsterdam overgebracht. Het Spaanse slachtoffer zal met het m.s.„Flevo”; naar zijn geboorteland worden vervoerd: de overige vier zullen op nader te bepalen data in Nederland ter aarde worden besteld. Het m.s.„Bloemgracht”, dat door de brand nogal wat schade heeft opgelopen, is later doorgestoomd naar een werf in Slikkerveer voor reparaties.
De Telegraaf 23-01-1962: Raad voor de Scheepvaart reconstrueerde drama.Vijf matrozen gedood bij scheepsramp. Van een onzer verslaggevers. Amsterdam, dinsdag. Een drama, waarbij de helft van de tien koppen tellende bemanning van de Amsterdamse kustvaarder „Bloemgracht” het leven verloor, werd gisteren in de rustige sfeer van de Raad voor de Scheepvaart met laconieke zeemanswoorden gereconstrueerd. Het ging om een onverklaarbaar uitgebroken brand in de bemanningsverblijven van het schip. Drie bemanningsleden moeten in hun houten hutten door het snel om zich heen grijpende vuur zijn verrast en van de buitenwereld afgesloten. Twee anderen slaagden erin aan dek te komen. Zij stierven kort na elkaar in het ziekenhuis van de Finse havenplaats Abö, vaar de „Bloemgracht” op die paasmorgen van het vorig jaar lag. „Om kwart over twee in de nacht voor Pasen voeren wij Abö binnen zo vertelde de 32-jarige kapitein A. T. Houwing vanochtend aan de leden van de Raad voor de Scheepvaart. „Ik maakte een ronde en constateerde dat alles in orde was. In de twee-persoonshut aan bakboord trof ik de kok, de tweede machinist en de 5 matrozen aan. Zij zaten gezellig bijeen, dronken een glas jenever en wat bier en praatten en rookten. Gewoon: 'Het was gewoon een bijeenkomst, zoals we die wel vaker hielden', vertelde tweede machinist A. Dekker (27) “We konden goed met elkaar opschieten; er vielen nooit kwade woorden. Niemand dronk ooit te veel. Ik ben die nacht om halfzes naar kooi gegaan. Toen ik wegging, heerste er de beste stemming onder de vijf matrozen die achter bleven. De kok was al eerder weggegaan”. Kok H.L. Brouwer (25): “Ik moest de komende ochtend weer voor het een en ander zorgen. Daarom ging ik eerder weg”. Evenals de kapitein en de stuurman verklaarde Brouwer, dat de bemanning een prettig team vormde, waarin niemand ooit over de schreef ging. Onrustig. Kok Brouwer lag nog maar nauwelijks te bed, toen hij onrustig ontwaakte. 'Ik weet niet hoe dat kwam....., ik ging overeind zitten en voelde, dat er iets niet in orde was. Ik keek op mijn horloge; het was kwart over zes. Ik deed mijn deur open en liep de gang in. Achter de deur naar de officiersverblijven zag ik rook. Ik opende de deur naar de bemanningsverblijven in het achterschip. Ik schrok ontzettend van de vuurzee, die ik daar zag”. Brouwer rende terug de gang in. Hij wekte de beide machinisten en de stuurman. Deze renden in nachtkleding naar de bemanningsverblijven. Het vuur, de hitte en de dichte rook riepen hun echter een halt toe, voordat zij een der hutten hadden kunnen bereiken. De machinisten renden terug naar de machinekamer en starten de bakboordshulpmotor, die de brandspuit moest aandrijven. De tweede machinist greep de slang en spoot water in de gang van de bemanningsverblijven. Niet in orde. De stuurman holde naar de kapiteinshut op het hoger liggende dek. Hij stormde de hut binnen, juist op het moment, dat de kapitein door de bakboordpatrijspoort naar buiten keek, “ik was een paar seconden daarvoor wakker geworden”, zo zei kapitein Houwing vanmorgen. “ik ben in mijn pyama met de stuurman mee naar het achterschip gerend. De vlammen sloegen toen al boven het dek uit. Ik wilde de eerste machinist roepen, maar hij was al bezig met de motor. Ik sloot de deuren van de gang naar de bemanningsverblijven om trek te voorkomen, ontrolde de slangen op het sloependek, gaf dia aan en rende de wal op om in een telefooncel, die vlak bij ons schip stond, de brandweer te bellen. Dit gelukte mij niet. Een passerende Fin heeft dit toen gedaan. Twee minuten later was de brandweer ter plaatse”. De brandweer van Abö greep de brand vakkundig aan. Door de patrijspoorten blusten zij met nevelspuiten het vuur in de hutten. Om acht uur konden zij de drie lichamen bereiken. Om halfnegen was de brand, die voort-woedde in plafond en dek, onder controle. Om half elf was de brand geblust.
Stuurman W.H. Eversen (30) heeft niet aan de blussingswerkzaamheden deelgenomen. Toen hij en de kapitein aan dek kwamen 'zagen wij een volkomen zwart geblakerde matroos op de wal wankelen. Ik hielp hem aan boord van het Engelse schip “Lady Sophia” , dat naast ons lag. Daar had de wacht reeds een andere zwaargewonde matroos van ons schip opgenomen. De wacht had hier reeds de bemanning gealarmeerd. Deze bemanning hielp mijn kapitein en de machinisten bij het bluswerk.” De stuurman bracht de beide zwaargewonden naar het ziekenhuis. Later kwam kok Brouwer daar ook. De forse, in de dertig lijkende jongeman, was volkomen overstuur geraakt. Hij kon niet met zijn schip terugvaren. “U heeft de gewonden in het ziekenhuis nog gesproken? “vroeg de president van de raad aan kapitein Houwing. “Konden zij iets vertellen over de oorzaak van de brand”. “Zij zijn tot het ogenblik van hun sterven nauwelijks bij bewustzijn geweest. Maar ik heb een paar woorden met hen kunnen wisselen. Zij herinnerden zich niets”.
“Wat denkt u zelf over de oorzaak? “ “Het is mij een raadsel. Er is in de hut geen ander vuur gebruikt dan dat om sigaretten aan te steken. Mijn bemanning was nooit zorgeloos. Toch moet ik aannemen, dat een brandend weggeworpen sigaret de brand gesticht moet hebben. Want andere oorzaken als kortsluiting of iets dergelijks zijn uitgesloten.”
De president van de Raad voor de Scheepvaart zag eveneens geen andere mogelijkheid. De getuigende opvarenden van de “Bloemgracht” konden zijn vermoeden slechts bevestigen. Lering: De Inspecteur voor de Scheepvaart meende, dat er in elk geval geen aanwijsbare oorzaak van de brand kon worden vastgesteld. Hij geloofde echter lering te kunnen trekken uit deze brand, die vijf mensenlevens kostte en de “Bloemgracht” in ernstige mate beschadigde. Dit zijn de maatregelen, die de inspecteur naar aanleiding van het drama op de “Bloemgracht” aanbeval: Aan boord—ook bij gezellige bijeenkomsten—voorzichtig met vuur. Ook na het afmeren—in tegenstelling tot de gewoonte—op coasters wacht laten houden. De gebrekkige brandbeveiliging en isolaties op coasters te verbeteren.
Het Vrije Volk 19-03-1962: Scheepvaartraad: Sigaret oorzaak brand “Bloemgracht”. Amsterdam (ANP) — De Raad voor de Scheepvaart heeft uitspraak gedaan in de zaak van de brand op de kustvaarder „Bloemgracht” en is tot de slotsom gekomen dat deze vermoedelijk geweten moet worden aan onvoorzichtigheid met een brandende sigaret. De raad spreekt waardering uit voor het optreden van kapitein A. T. Houwing en de overige bemanningsleden en meent dat uit deze brand lering kan worden getrokken.
Talrijk zijn de scheepsbranden, aldus de raad, die veroorzaakt worden door onvoorzichtigheid met roken. Daarom vraagt de raad zich af of het geen aanbeveling verdient ook aan boord van een klein in een haven gemeerd vrachtschip gedurende de nacht wacht te laten houden. Ook zou volgens het college zinvol kunnen zijn voorschriften te geven met betrekking tot een automatisch blussysteem of een automatisch werkend brandontdekkingssysteem. De brand op de „Bloemgracht” vond plaats op 2 april van het vorig jaar, toen het schip gemeerd lag te Abö in Finland. Vijf bemanningsleden kwamen om het leven.

1971-04-07: Openbaaar verkocht.

1976-08-02: Onderweg van Hamburg naar Norrköping aan de grond gelopen bij Grandsö in de Stockholmer Scheren. Voor de sloop verkocht.

1977-01-29: Classed LR until 29/1/77

1990-07-11: Final Fate: Gestrand bij Cape Sounion, opgelegd te Laurium. In september 1994 gerechtelijk verkocht en vervolgens gesloopt door Savva Shipyards, Eleusis.

Ship Masters Data

Images


Description: Bloemgracht on trials, March 1956.
Image type: Photo

Description:
Image type: Photo

Description:
Image type: Photo

Description: 'Mustafa' (ex 'Bloemgracht')
Made By: © Anderiesse, J.H. (Jan)
Image type: Photo
Sources