Name ship: BOEKELO

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1939
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number:
Nat. Official Number: 1945 Z GRON 1939
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts:
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Firma Gebr. Niestern & Co., Delfzijl, Netherlands
Yardnumber: 224
Date Laid Down:
Launch Date: 1939-09-07
Delivery Date: 1939-11-15
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 3
Power: 150
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 5759 Type T (240x360)
Speed in knots: 9.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 200.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 95.00 Net tonnage
Deadweight: 270.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 13173 Cubic Feet
Bale: 12537 Cubic Feet
 
Length 1:
Length 2: 35.59 Meters Registered
Beam: 6.55 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.34 Meters Depth, moulded
Draught:
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1939-11-15 BOEKELO
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Harm Pieter Veling, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDEN
Additional info:

Date/Name Ship 1942-01-09 BOEKELO
Manager: Staat der Nederlanden, The Hague, Netherlands
Owner: Staat der Nederlanden, The Hague, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: The Hague / Netherlands
Callsign: PDEN
Additional info:

Ship Events Data

1939-11-07: Op 07-11-1939 als BOEKELO, zijnde een motorvrachtschip, groot 566.23 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 28-10-1939 no. 6096, liggende te Delfzijl, door J. Frik, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1945 Z GRON 1939 op het achterschip aan S.B. zijde in het achterkant dekhuis, 5.05 m. van de hekplaat, 1.45 m. uit de lengteas en 1.52 m. boven het dek.

1939-11-16: NvhN 16-11-1939: Delfzijl. Alhier had de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe m.s. „BOEKELO". Gebouwd op de scheepswerf van Gebr. Niestern en Co. te Delfzijl, voor rekening van kapt. H.R. Veling te Groningen, onder klasse British Corporation en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart. Het schip is van het gladdek type, met over de geheele lengte een dubbelen bodem, voor 80 ton waterballast. Het is gebouwd met een plaatsteven en kruizers hek, heeft een stalen mast midscheeps waaraan twee stalen laadboomen. De voorste laadboom voor lasten van 1 ton en de achterste laadboom voor lasten van 1 ½ ton. Voor de bediening hiervan zijn bij de mast twee Bodewes motoriieren geplaatst, die elk door een Lister motor van 8 P.K. aangedreven worden. Het hijschgerei is geleverd met certificaat van de Inspectie van Havenarbeid. De voorste motorlier, die bij de mast is geplaatst, kan ook gebezigd worden voor het hieuwen der ankers. Het schip heeft een D.W. van plm. 270 ton en het heeft de volgende afmetingen, 37.55 x 6.50 x 2.68 meter. Het meet bruto 199.88 reg. ton en netto 195.65 reg. ton. In de motorkamer is voor de voortstuwing een 3 cylinder 2 takt Brons motor geplaatst met een vermogen van 150 P.K., waarmede het een snelheid van ruim 9 mijl behaalde. Als hulpmotor, voor het aandrijven van de pompen en de dynamo is in de motorkamer een Lister motor van 8 P.K. opgesteld. Het schip dat bijzonder netjes is afgewerkt is geheel electrisch verlicht. Het schip dat uitgerust is met een ballansroer, bleek bij de proefvaart zeer gemakkelijk bestuurbaar te zijn. Het voldeed ruimschoots aan alle gestelde eischen, zoodat het met genoegen door den kapitein werd overgenomen. Als eerste reis zal het schip hier een lading zout innemen met bestemming Zweden.

1940-03-04: NvhN 04-03-1940: Vliegtuigen bombardeeren Nederlandsche schepen De „Elziena" gezonken. Totaal elf schepen aangevallen. Elf Nederlandsche schepen hebben de laatste dagen bloot gestaan aan aanvallen van vreemde vliegtuigen op de Noordzee. Met bommen werd getracht schepen tot zinken te brengen, terwijl de bemanningen werden bestookt met mitrailleurvuur. Het mag een wonder heeten, dat slechts één schip, het Groninger kustvaartuig „Elziena" ten gevolge van deze aanvallen is gezonken en slechts twee menschen het leven hebben gelaten. De berichten over deze aanvallen welke ons gisteren en heden bereikten, maakten melding van Duitsche vliegtuigen en van vliegtuigen van onbekende nationaliteit. In hoeverre deze gegevens juist zijn, valt thans niet met zekerheid te zeggen, doch hoe het ook zij, het blijkt thans wel, dat er voor de neutrale koopvaardij een nieuw tijdperk is aangebroken, waarin behalve de gevaren van mijnen en onderzeebooten, thans ook de gevaren uit de lucht dreigen. De aangevallen schepen zijn de Nottingham, Elziena, De Ruyter, Boekelo, Wasa, Amazone, Friso, Jonge Willem, Limburg, St. Annaland en Schieland.
NvhN 05-03-940: De „Boekelo", „Amazone" en „Wasa" beschoten. Behalve de gisteren reeds genoemde schepen, zijn ook de kustvaarders „Wasa", „Amazone" en Boekelo" aangevallen. De „Amazone", kapitein J. H. Vos en de „Boekelo", kapitein Veling, zijn beide Groninger schepen. De Boekelo arriveerde gisteren te Terneuzen, waar één der opvarenden aan de Nw. Rt. Crt. vertelde, dat het schip een lading kolen van Newcastle on Tyne naar Zelzate in België vervoerde. Vrijdagavond omstreeks zeven uur verlieten wij de haven van Newcastle on Tyne in gezelschap van de Nederlandsche zeemotorschepen Wasa en Amazone, aldus de zeeman. Wij hadden nauwelijks een goed half uur gevaren, toen boven ons schip een onbekend vliegtuig opdook. Het onthaalde ons op een regen van kogels, die echter alle hun doel misten en aan weerszijden van het schip in het water terechtkwamen. Wij zochten dekking in de stuurhut en zagen het vliegtuig na korten tijd in de richting van de Amazone verdwijnen. Dit vaartuig werd eveneens met mitrailleurvuur bestookt, waarna een Engelsche boot, die zich in onze nabijheid bevond, aangevallen werd. Wij voelden den luchtdruk van de bommen, die vlak bij ons explodeerden. Hoe het met dit schip is afgeloopen, is ons niet bekend. Ook de Wasa kreeg een beurt.
Ondertusschen werd ons schip voor de tweede maal aangevallen en vermoedelijk door een ander vliegtuig dan het eerste. Weer troffen de kogels geen doel. Wij zaten nog vrij dicht onder den wal en hier was men allesbehalve rustig gebleven. De stralenbundels van de machtige zoeklichten schoten omhoog en doorzochten het luchtruim. Na korten tijd had men een vliegtuig, dat zich vóór ons bevond, ontdekt en wij zagen het in zee neerstorten. Wij hebben toen onze reis vervolgd en ontmoetten later de Wasa. Hier bleek ook alles wel aan boord te zijn. De Amazone is gisteren behouden te Ostende aangekomen.
Delftsche courant 05-03-1940: Kustvaarders onder mitrailleurvuur door onbekend vliegtuig aangevallen. De Nederlandsche kustvaarders Wasa, Amazone en Boekelo zijn tijdens de vaart op de Noordzee door onbekende vliegtuigen met mitrailleurvmir bestookt. De schepen waren Vrijdagavond om zeven uur uit New Castle on Tyne vertrokken, alle geladen met kolen voor België. Zij werden aangevallen, nadat zij ongeveer een uur gevaren hadden. De Wasa en de Boekelo hebben inmiddels de haven van bestemming bereikt. Zij kregen geen schade bij de beschieting. Men heeft niet gehoord, dat dit bij de Amazone wel het geval zou zijn. Deze boot is echter naar later is gebleken, niet ter bestemder plaatsen (Terneuzen) aangekomen. Een Engelsche boot, welke in de nabijheid van de Nederlandsche kustvaarders voer, werd gebombardeerd. Opvarenden van de Boekelo namen waar, dat van den Engelschen wal af een vliegtuig werd neergeschoten en in zee stortte. Hoe de Boekelo bestookt werd. Het Nederlandsche zeemotorschip Boekelo, thuisbehoorende te Groningen, is in de haven van Terneuzen gearriveerd. In een onderhoud, dat de N.R.Crt. met een van de opvarenden had, deelde deze het volgende mee: Vrijdagavond omstreeks zeven uur verlieten wij de haven van Newcastle on Tyne in gezelschap van de Nederlansche zeemotorschepen Wasa en Amazone. Wij hadden nauwelijks een goed half uur gevaren toen boven ons schip een onbekend vliegtuig opdook. Het onthaalde ons op een regen van kogels, die echter alle hun doel misten en aan weerszijden van het schip in het water terechtkwamen. Amazone aangevallen. Wij zochten dekking in de stuurhut en zagen het vliegtuig na korten tijd in de richting van de Amazone verdwijnen. Dit vaartuig werd eveneens met mitrailleurvuur bestookt, waarna een Engelsche boot, die zich in onze nabijheid bevond, aangevallen werd. Wij voelden den luchtdruk van de bommen, die vlak bij ons explodeerden. Hoe het met dit schip is afgeloopen, is ons niet bekend. Toen de Wasa. Ook de Wasa kreeg een beurt. Ondertusschen werd ons schip voor de tweede maal aangevallen en vermoedelijk door een ander vliegtuig dan het eerste. Weer troffen de kogels geen doel. Wij zaten nog vrij dicht onder den wal en hier was men allerbehalve rustig gebleven. De stralenbundels van de machtige zoeklichten schoten omhoog en doorzochten het luchtruim. Na korten tijd had men een vliegtuig, dat zich voor ons bevond, ontdekt en wij zagen het in zee neerstorten. Wij hebben toen onze reis vervolgd en ontmoetten later de Wasa. Hier bleek ook alles wel aan boord te zijn. De Amazone hebben wij niet meer gezien.
NvhN 06-03-1940: Een „kerkhof" op de Noordzee. Somber relaas van opvarenden van de „Boekelo". Schietend vliegtuig viel in zee.
Na het Nederlandsche motorschip „Sint Annaland", dat na zijn vertrek uit Engeland op de Noordzee door een vliegtuig met mitrailleurvuur werd bestookt, en bij aankomst te Terneuzen duidelijk de sporen van deze beschieting vertoonde, is ook zooals gemeld, het Nederlandsche schip „Boekelo" — eveneens met een lading kolen van New Castle naar een der havens langs het kanaal Terneuzen—Gent onderweg — te Terneuzen binnengeloopen. Ook de opvarenden van dit Nederlandsche schip konden vertellen van een aanval van vliegtuigen, welken zij op de Noordzee hadden te verduren. De bemanning was, aldus schrijft het Handelsblad, na al wat men had gezien en gehoord, na het vertrek uit de Engelsche haven voorbereid op ontmoetingen, die wel van zeer gevaarlijken aard konden zijn. De opvarenden van de Engelsche en de Nederlandsche schepen, die geregeld het kolenvervoer van Engeland naar de Nederlandsche en Belgische havens langs het kanaal tusschen Terneuzen en Gent verzorgen, en op heen- en terugreis tweemaal in een week de gevaarlijke reis over de Noordzee moeten maken, weten heel wat te vertellen over wat zij den laatsten tijd op deze tochten hebben gezien. Men bemerkt het aanstonds uit de spaarzame woorden, die men van de opvarenden te hooren krijgt, dat de aanblik van zooveel ontzettends deze menschen met ontzetting vervult. Men verneemt een droef relaas van schipbreukelingen, die men aan boord van een Nederlandsch schip wilde oppikken, doch welke sloep tegen den scheepswand sloeg en die allen in de diepte verdwenen, vóór de kans op redding geboden werd. Men vertelt van een stuk van de Noordzee, dat men passeert en dat men den naam „kerkhof" heeft gegeven wegens de vele schepen, die daar ten onder zijn gegaan, en waarbij zich een Italiaansch schip bevindt, dat een 40 a 50 cm. boven het watervlak uitsteekt, als zooveel andere een slachtoffer van de mijnen op de Noordzee. Het was Vrijdagavond, dat de Nederlandsche motorschepen „Boekelo", „Wasa" en „Amazone" de haven van New Castle verlieten. Men was nog onder de Engelsche kust, toen, naar de opvarenden van de „Boekelo" vertelden, een vliegtuig over zee naderde. Voor men er aan boord van de Nederlandsche schepen goed op bedacht was, werd uit het vliegtuig het vuur op het motorschip „Boekelo" geopend. Gelukkig werden geen treffers gemaakt. De kogels spatten om het schip in zee. Het vliegtuig bleef de Nederlandsche schepen volgen en nu werd het mitrailleurvuur op de „Amazone" geopend. Ook ditmaal deed zich een omstandigheid voor, die in zekeren zin gelijkt op de ervaringen, opgedaan door de bemanningen van „Sint Annaland" en de „Schieland". Ook nu hadden de Nederlandsche schepen niet den hevigsten aanval te verduren. Deze viel ten deel aan een Engelsch vrachtschip, dat op korten afstand van de Nederlandsche motorschepen voer. Had men in het vliegtuig de Nederlandsche kleuren op de „Boekelo", de „Wasa" en de „Amazone" ontdekt? Verscheidene bommen kwamen bij de Nederlandsche schepen in het water terecht. Hoe het Engelsche schip den aanval had doorstaan, wisten de opvarenden van de Nederlandsche schepen ons niet te zeggen, maar al te veel hoop op behoud van schip en bemanning durfden zij niet geven. Even later was ook een tweede vliegtuig ter plaatse verschenen en ook thans had het mitrailleurvuur de Nederlandsche schepen als doelwit gekozen. Maar in zeker opzicht gelukkig, waren zij nog niet ver uit den wal van de kust vat op de vliegtuigen. Waarverwijderd. En hierdoor kregen de zoeklichten schijnlijk heeft men een vliegtuig kunnen verdrijven. Het andere, dat voor de Nederlandsche schepen vloog, is in zee gevallen. Na dit oponthoud vol spanning en doodsgevaar voor de bemanning van de Nederlandsche schepen, hebben de motorschepen „Boekelo" en „Wasa" de reis voortgezet. De „Amazone" had men aan boord van de „Boekelo" niet meer gezien. Het Nederlandsche s.s. „Limburg", kapitein G. Visser, dat te Oostende is binnengeloopen, is op verscheidene plaatsen met kogels doorboord. Het werd op de Noordzee door een vliegtuig beschoten. Ook dit schip droeg, evenals de andere, duidelijk de kenteekenen van de Nederlandsche nationaliteit. Aan boord van de Nederlandsche schepen was men uiterst sober in zijn relaas van de gebeurtenissen, waarvan men het slachtoffer was geworden. Men weet nu eenmaal dat de vaart over de Noordzee in dezen tijd extra risico's met zich brengt en men was blij, dat er geen slachtoffers waren gevallen. Wel sprak men de hoop uit, dat de Nederlandsche schepen zich voortaan zooveel mogelijk niet bij avond en nacht onder de Engelsche kust zullen bevinden. Wellicht kan op die manier het gevaar van een aanval uit vliegtuigen vermeden worden.

1940-10-28: Ernstige huidschade opgelopen bij een stranding bij Ystad. (Zweden). Ze was, samen met de 'Abro' in ballast onderweg naar Finland. Vanwege slecht weer had de 'Boekelo', die een krachtiger motor had, de 'Abro' op sleeptouw genomen. Ze liepen beide aan de grond. Vlotgebracht en gerepareerd.

1940-11-01: Eemsbode 05.11.1940 Twee coasters gestrand. De te Groningen thuisbehorende motorschepen 'Abro', kapitein Salomons, en de 'Boekelo', kapitein Veling, welke schepen de vorige week van Delfzijl naar de Oostzee zijn vertrokken, zijn ter hoogte van IJstad tijdens stormachtig weer gestrand. Beide schepen zitten op de stenen; nadere gegevens zijn nog niet bekend.
Eemsbode 08.11.1940 De 'Abro' en de 'Boekelo' weer vlot. De Groninger motorschepen 'Abro' en 'Boekelo', welke tijdens slecht weer op de Zuid-Zweedse kust gestrand zijn, konden Dinsdag met assistentie van een sleepboot vlot komen en zijn op eigen kracht te IJstad binnengelopen. De schade wordt daar opgenomen: wanneer er reparaties te verrichten zijn, komen de schepen hiervoor naar Groningen terug.
Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatcourant van Donderdag 17 April 1941, no.74. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart. No.37 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de stranding van de motorschepen Boekelo en Abro op de zuidkust van Zweden beoosten Ystad. Betrokkenen : de kapitein van het m.s. Boekelo H. P. Veling, de stuurman van het m.s. Boekelo H. Karssies en de kapitein van het m.s. Abro R. Salomons. Op 1 November 1940 zijn de motorschepen Boekelo en Abro op de zuidkust van Zweden beoosten Ystad gestrand. In overeenstemming met het voorstel van den inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Baad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 deiSchepenwet, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van deze stranding zou instellen. Bovendien besliste genoemde commissie, dat het onderzoek tevens zou loopen over de vraag, of niet het ongeval mede is te wijten aan schuld van den kapitein van de Boekelo Harm Pieter Veling, den stuurman van de Boekelo Harmen Karssies en den kapitein van de Abro Roelof Salomons, allen wonende te Groningen. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 6 Februari 1941 buiten tegenwoordigheid van den inspecteurgeneraal voor de scheepvaart, die verhinderd was de zitting bij te wonen. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der Scheepvaartinspectie en hoorde de beide kapiteins en den stuurman, voornoemd, als betrokkenen buiten eede. De voorzitter zette den betrokkenen doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hun gelegenheid tot hun verdediging aan te voeren, hetgeen zij daartoe dienstig achtten, hun daarbij het laatste woord latende. Het motorschip Boekelo is een Nederlandsch vaartuig, nietende 199,88 bruto-, 95,86 netto-registerton, roepnaam P D E N, eigendom van H. P. Veling, te Groningen, en thuisbelioorende aldaar. Het schip, dat in liet jaar 1939 te Delfzijl is gebouwd, heeft een motor van 150 pk. Het motorschip Abro is eveneens een Nederlandsch vaartuig, metende 199,59 bruto-, 120,76 netto-registerton, roepnaam P C B Z, eigendom van S. Salomons, te Groningen, en thuisbehoorende aldaar. Het schip, dat in het jaar 1935 te Waterhuizen is gebouwd, heeft een motor van 150 pk. De verklaring van den kapitein van het motorschip Boekelo H. P. Veling komt in hoofdzaak neer op het volgende: Hij is in het bezit van een diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart met aanvulling en vaart sinds November 1939 als kapitein op de Boekelo. Daarvóór heeft hij van 1935 af als stuurman gevaren. Op 28 October 1940 vertrok de Boekelo, gezamenlijk met de Abro, in ballast van Delfzijl met bestem- ming Räfsö in Finland. De Abro, eveneens in ballast, was bestemd voor Raumö. Na Holtenau is volgens de route, door de Duitsche autoriteiten aangegeven, naar Darsser Ort gevaren. Daar de Boekelo meer vaart liep dan de Abro, heeft zij de Abro op sleeptouw genomen om de voorge- schreven route bij daglicht te kunnen afleggen. Op 31 October is des avonds te 7.20 uur het wachtschip bij Darsser Ort gepasseerd; van daar is gestuurd N. 0.¼.O. p.k. (deviatie + ¼ streek). Hij achtte het niet verantwoord de schepen thans van elkaar los te maken met het oog op het ruwe weer — wind Z.Z.W. — en de vele schepen in de nabijheid. Gesleept werd op een tros van de Abro, die ongeveer 120 m lang was. Te 9.30 uur 's avonds is de koers veranderd in N.O. t. O. ¼ O p.k. De deviatie op dezen koers is niet in rekening gebracht in verband met den krachtigen zuidzuidwesten wind en de omstandigheid, dat de stroom den geheelen dag van bakboord in was geweest. Omstreeks te 10 uur ging hij naar beneden, de wacht overlatende aan stuurman Karssies, dien hij ten volle vertrouwde. Hij gaf opdracht hem den volgenden morgen om 4 uur te wekken. Hij is echter eerst te 5 uur gewekt; de stuurman deelde hem toen mede, dat vermoedelijk spoedig land zou worden aangeloopen. Nog voordat hij zich had aangekleed, voelde hij het schip reeds zuigen en daarna stooten. Zoodra hij aan dek kwam, zag hij, dat de Abro den sleeptros had losgegooid. Kort daarop botste dit vaartuig aan b.b.zijde tegen de Boekelo en strandde eveneens. Zooals later is gebleken zijn de schepen gestrand op de zuidkust van Zweden bij Käsehuvud. Het gelukte niet met eigen middelen vlot te komen; de sleeptros van de Abro geraakte verward in de schroef van de Boekelo. Op 4 November is de Boekelo door een bergingsvaartuig vlot gebracht en te Ystad binnengebracht. Hij is van meening, dat de richting van den stroom, dien men, als gezegd, den geheelen vorigen dag van bakboord in had gehad, is veranderd, want het kompas was goed. Gelood is er niet, hoewel het lood voor onmiddellijk gebruik gereedlag. Hij verklaarde nog, dat later een Russisch schip op ongeveer 300 m afstand van de plaats, waar de Boekelo en de Abro zijn gestrand, eveneens op de kust is geloopen. De stuurman van de Boekelo H. Karssies heeft verklaard: dat hij in liet bezit is van een diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart met aanvulling en sinds Augustus 1940 met de Boekelo eenige reizen naar de Oostzee heeft gemaakt; dat hij op 31 October 1940 des avonds te 10 uur de wacht kreeg, met order den kapitein den volgenden morgen om 4 uur te wekken; dat het op zijn wacht stormweer was van het zuidzuidwesten met slecht zicht;, dat het schip eenigszins loefgierig was en een neiging had stuurboord uit te gaan; dat hij den opgegeven koers, N.O. t. O. ¼ O. p.k., heeft gecontroleerd en er zich van heeft overtuigd, dat deze koers werd gestuurd; dat hij geen opdracht had om te looden en ook zelf niet aan looden heeft gedacht ; dat hij om 4 uur 's morgens den kapitein is gaan wekken, doch diens vrouw hem verzocht den kapitein nog wat te laten rusten, indien er niets bijzonders was, waarin hij heeft toegestemd; dat hij om 5 uur opnieuw naar beneden is gegaan om den kapitein te roepen, daar hij meende, dat het schip zich in de nabijheid van liet eiland Bornholm bevond; dat hij, weer op de brug gekomen, kort daarna op 1½ á 2 streken aan stuurboord het blink van een licht zag; dat hij dit licht niet kon thuisbrengen, doch meende, dat het een licht op Bornholm was en daarom hard b.b.-roer liet geven; dat het licht later is gebleken dat van Kaseberga op de Zweedsche kust te zijn geweest; dat het schip even daarna aan den grond liep. De verklaring van den kapitein van de Abro R. Salomons komt in hoofdzaak overeen met die van den kapitein en stuurman van de Boekelo. Deze betrokkene heeft eveneens kort vóór de stranding op s.b.-boeg het blink van een licht gezien, waarop de Boekelo eenige stooten op de sirene gaf en b.b.-roer. Ook op de Abro is daarop b.b.-roer gegeven, terwijl de sleeptros is losgeworpen. Deze betrokkene heeft nog verklaard, dat de motor van de Abro gedurende het sleepen voortdurend medewerkte en dat hij het met het oog op het stormweer geraden achtte de verbinding gedurende den nacht in stand te houden, met de bedoeling om bij daglicht los te maken. De Raad is van oordeel, dat dit ongeval wel in hoofdzaak aan oorlogsomstandigheden is te wijten, doch tevens, dat hier tekortkomingen vallen aan te wijzen en wel van dien aard, dat het ongeval mede aan de schuld van den betrokkene Veling, kapitein van de Boekelo, moet worden toegeschreven. De Raad acht ook de navigatie van de beide andere betrokkenen, den stuurman van de Boekelo Karssies en den kapitein van de Abro Salomons niet onberispelijk, doch hun tekortkomingen zijn niet van dien aard, dat de Raad ook bij hen schuld aan het ongeval in den zin der wet aanwezig acht. 's Raads oordeel berust op de volgende gronden: Vooreerst acht de Raad het niet juist, dat met het sleepen is doorgegaan na Darsser Ort. Dit was bij nacht te risquant. Het voor het niet losgooien bij Darsser Ort aangevoerde motief, nl. dat er vele schepen lagen, acht de Raad niet steekhoudend. Zoo het al raadzaam was niet los te gooien in de nabijheid van vele schepen, dan volgt hieruit nog geenszins, dat dit niet korten tijd later had kunnen geschieden. Men was uit het mijnengebied en het sleepen had geen zin meer, terwijl het gedurende den nacht vele gevaren medebracht. Het door blijven sleepen, terwijl dit niet noodig was, komt ten laste zoowel van den kapitein van de Boekelo als van den kapitein van de Abro, die heeft goedgevonden, dat hij gesleept werd. Het is voorts duidelijk, dat de omstandigheid, dat de schepen nog met elkaar verbonden waren, van grooten invloed is geweest op den omvang van het ongeval. De Abro moest nu wel het lot van de Boekelo volgen en zij kwam nog bovendien met dat schip in aanvaring. Ernstiger is de tekortkoming van den kapitein van de Boekelo , hierin bestaande, dat deze, de nauwte naderende, niet zelf de navigatie ter hand heeft genomen. Nu moge het waar zijn, dat de kapitein er onkundig van was, dat de stuurman, op verzoek van de vrouw van den kapitein, dezen liet doorslapen tot het te laat was om het stooten te voorkomen, dit neemt niet weg, dat de kapitein strikte orders had moeten geven en voor hem zelfs alle aanleiding bestond om reeds vóór 4 uur aan dek te zijn. In het algemeen moet hier worden geconstateerd, wat de Raad den laatsten tijd zoo dikwijls heeft moeten constateeren, nl. dat de kapitein van de Boekelo zich veel te weinig bewust is geweest van de verantwoordelijkheid, welke op hem als kapitein rustte. De gestuurde koers liep al wat dicht langs de Zweedsche kust — Bornholm kan zonder gevaar zeer dicht genaderd worden —, doch de Raad kan moeilijk aannemen, dat ook de kapitein, indien hij het vuur had gezien, dat de stuurman heeft waargenomen, dit vuur zou gehouden hebben voor een licht van Bornholm, welke fout weer ten gevolge had, dat onmiddellijk b.b.-roer werd gegeven. Er is ook niet voldoende rekening gehouden met de windrichting. De Raad heeft reeds gezegd, dat de oorlogsomstandigheden ten deze een veilige navigatie bemoeilijkten. Anderzijds echter is dit een reden te meer om de uiterste voorzichtigheid in acht te nemen. Alles bijeengenomen is de Raad van oordeel, dat er geen termen bestaan om op den tweeden en op den derden betrokkene eenigen tuchtmaatregel toe te passen, doch dat de eerste betrokkene, die door onvoldoende zorg voor de navigatie het ongeval mede heeft veroorzaakt, met een berisping dient te worden gestraft. Mitsdien: Straft den betrokkene Harm Pieter Veling, kapitein van het motorschip Boekelo, geboren 3 Maart 1917, wonende te Groningen, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, eersteplaatsvervangend-voorzitter, J. N. Egmond, lid, J. T. A. J. Bruinsma, plaatsvervangend lid, B. Kramer, buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 4 April 1941. (get.) B. M. Taverne, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

Boezemsingel  1961

1941-09-12: Final Fate: In beslag genomen door de KMD-Rotterdam voor de Sonderunternehmen Oberstleutnant Veltjens en in juni 1942 door het Duitse Rijk aangekocht voor ertstransport tussen Spanje en Frankrijk. Waarschijnlijk voer het schip sinds 1942 voor Sofindas-Aussenstelle Bayonne. (Doorhaling teboekstelling bij het Kadaster 30-05-1942) In de nacht van 6 op 7 augustus 1944 door geallieerde MTB-boten bij Lorient met geschutsvuur tot zinken gebracht bij de ontruiming van die haven, waarbij twee opvarenden omkwamen. Na de capitulatie van Duitsland in mei 1945 geborgen, doch in 1946 door de Nederlandse Regering geabandonneerd en als wrak naar Frankrijk verkocht.

Ship Masters Data

Images


Description: Boekelo 1939 (en Abro 1935) gestrand op 28.10.1940.
Image type: Photo
Sources