Name ship: AGATHA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1830
Classification Register:
IMO number:
Nat. Official Number:
Category: Cargo vessel
Propulsion: Sailing Vessel
Type: Koff
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts:
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Wood
Decks:
Construction Data

Shipbuilder: Harm Jans van der Werf, Appingedam, Netherlands
Yardnumber:
Date Laid Down:
Launch Date: 1830-00-00
Delivery Date: 1830-07-12
Technical Data

Ship is not motorized.
 
Gross Tonnage:
Net Tonnage: 166.00 Net tonnage
Net Tonnage 2: 88.00 lasts (commercial)
Deadweight:
 
Length 1: 29.61 Meters Registered
Beam: 4.685 Meters Registered
Depth: 2.70 Meters Registered
Draught:
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Year registered 1830
Number in register 443
Name ship AGATHA
Type Kof
Lasts 88
Built province/country Groningen, Netherlands
Binnenland
Remarks
Date agenda 1830-07-30
Passport requested by Nap, H.H.
City Groningen
Master at time of request Spijkman, K.L.
Harbour
Other Remarks

Ship History Data

Date/Name Ship 1830-07-12 AGATHA
Manager: Harm Harms Nap, Groningen, Netherlands
Owner: Harm Harms Nap en mede-reders, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1833-05-07 AGATHA
Manager: Harm Harms Nap c.s., Kniphausen, Kniphausen
Owner: Harm Harms Nap en mede-reders, Kniphausen, Kniphausen
Shareholder:
Homeport / Flag: Kniphausen / Kniphausen
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1834-02-03 AGATHA
Manager: Harm Harms Nap c.s., Groningen, Netherlands
Owner: Harm Harms Nap en mede-reders, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1835-06-10 AGATHA
Manager: C.M. Nap, Groningen, Netherlands
Owner: Mr. Christoffer Meijer Nap en mede-reders, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1848-02-00: Type: Stranded
Final Fate: Vermoedelijk in februari 1848 is de AGATHA gestrand op het Schuurrak, bij Texel, en wrak geworden.

Ship Masters Data

Date from: 1830
Captain: Spijkman, Klaas Lugies
College:
Flagnumber: 0
Other information: Klaas Lugies Spijkman: * Groningen 06.12.1803, † Smolensk 02.09.1859. Eerste huwelijk te Appingedam op 06.01.1830 met Ludgerdina Harms van der Warf. * circa 1805, † Appingedam 21.07.1834. Tweede huwelijk op 15.02.1838 te Groningen met Anna Maria Kortrijk * circa 1817, † Groningen 18.05.1881.

Date from: 1840
Captain: Grooth, Winoldus Jans.
College:
Flagnumber: 0
Other information: Winoldus Jans de Grooth: * Nieuwe Pekela 13.06.1813, † Nieuwe Pekela 04.03.1858. Trouwde op 14.03.1838 te Nieuwe Pekela met Anna Maria * circa 1818. † onbekend.

Images

Sources


Year: 0000-00-00
Source: Diverse Bronnen
Description: N.A. Den Haag toegang nummer 2.08.01.07 Zeebrieven verbalen, diverse bestanddelen
Groninger Archieven, Groningen Archiefnummer Gron.240.383.170
www.allegroningers.nl
AC = Amsterdamsche Courant
AH = Algemeen Handelsblad
DC = Dordrechtsche Courant
GCO = Groninger Courant
LC = Leeuwarder Courant
NRC = Nieuwe Rotterdamsche Courant
PGC = Provinciale Groninger Courant.
ZP = Zeepost
General information regarding this ship

1830

Op 30 juni 1830 werd de eerste zeebrief verstrekt voor de AGATHA, aangevraagd door  H.H. Nap, Groningen, voor K.L. Spijkman als kapitein.

1831

GCO 210631
Aankomst en vertrek van schepen
Kapt. K. L. Spijkman, met het kofschip AGATHA, is den 10de  van Riga te Bremerhaven aangekomen , en ligt aldaar voor onbepaalde tijd in quarantaine.

1833

Op 7 mei 1833 werd de zeebrief van de AGATHA, kapt. K.L Spijkman, geretourneerd door de Consul te Bergen, onder vermelding “schip zal provisioneel onder vlag Kniphausen varen” waarop 29 mei 1833 royement volgde.

1834

Op 3 februari 1834 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de AGATHA, aangevraagd door  H.H. Nap (boekhouder), Groningen, voor K.L. Spijkman als kapitein.

AH 100434
Uitgezeild:
Vlie, 7 april. GOEDE HOOP, kapt. H.B. de Jong en JONGE LEEUW, kapt. P.P. Winja, naar Newcastle; WILHELMINA HENDRIKA, kapt. D.D. de Jong, naar Hull; VROUW JELTJE, kapt. L.P. de Vreede, naar Leith; AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, naar Riga; ANNA SOPHIA, kapt. E.A. Boek, naar Koningsbergen;
AH 140734
Binnengekomen:
Vlie, 10 juli. ABERTINA, kapt. G.P. Venema, AGATHA, kapt. K.L. Spijkman en ALIDA CLASINA, kapt. K.E. Tiktak, alle drie van Riga;
AH 140834
Uitgezeild:
Vlie, 11 augustus. VROUW CATHARINA, kapt. G.K. Wykmeyer, naar Newcastle; DRIE GEBROEDERS, kapt. J.D. Bos, naar Dantzig; AGATHA, kapt. K.L. Spijkman en REMINA, kapt. J.G. Boon, beide naar Memel;
AH 081034
Binnengekomen:
Vlie, 5 oktober. ELISABETH MARIA, kapt. J.S. Okkes, van Archangel; EENDRAGT, kapt. P.C. Koops, van Petersburg; AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, van Memel;
LC 141034
Harlingen. Binnengekomen: Den 6 oktober, het kofschip de VRIENDSCHAP, kapt. P.N. Huizing, met teer van Stockholm; het smakschip de GOUDVISCH, kapt. J.H. Scholtens, met tarwe van Kiel naar Porto gedestineerd, door lekkage binnen; het kofschip AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, met hout van Memel.
LC 251134
Harlingen. Uitgezeild: Den 22 november, het kofschip AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, met ballast naar Suriname.
AH 261134
Uitgezeild:
Vlie, 23 november. AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, op avontuur.
RC 181234
Rotterdam, 17 december.
Het schip AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, van Harlingen naar Suriname te Cowes binnen, heeft de reis de 11e dezer voortgezet.

1835

AH 190335
Binnengekomen:
Suriname, 19 januari. SOPHIA MARIA, kapt. G.L. Röperhoff, van Amsterdam in 36 dagen. 21 januari. MARIA ANNA, kapt. J.R. Brons, AGATHA, kapt. K.L. Spijkman en STANT FRIEZ, kapt. S.C. de Vries, van Amsterdam.
AH 130535
Kapt. Jan Daniel Diets, van Suriname in Texel binnen, heeft de 25e april op 47º38′ NB 18º WL, gepraaid het schip AGATHA, kapt. Klaas L. Spijkman, van Suriname naar Amsterdam; de 27e dito op 47º35′ NB 17º10′ WL, de brik ALWINA, kapt. J.S. Kortlang, van Amsterdam naar Philadelphia; de 30e op 47º NB 11º20′ WL, een kof, tonende vlag van het collegie Zeemanshoop, met Nº. 410, zijnde die van kapt. Reint J. Kranenburg, voerende het schip VENILIA, van Rotterdam naar Bosten en de dito op de hoogte van de Galloper het schip DE SNELHEID, kapt. Claus Wessels, van Amsterdam naar Suriname.
AH 130535
Binnengekomen:
Texel, 11 mei. AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, van Suriname; PAULINA, kapt. S.T. de Boer, van Cette; DOLPHYN, kapt. A. Sluik Jr., van Port a Port; VIER GEBROEDERS, kapt. O.F. Fockema, van Londen.
AH 130535
Carga-lijsten Amsterdam: AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, van Suriname met suiker en katoen; DINA MARIA, kapt. A. Ahlers, van Suriname met suiker, katoen en cacao; KLEINKINDEREN, kapt. T.W. de Vries, van Dantzig met balken en duigen; DRIE VRIENDEN, kapt. D.D. de Jonge, van Hamburg met suiker.

Op 10 juni 1835 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de AGATHA, aangevraagd door  C.M. Nap, Groningen, voor K.L. Spijkman als kapitein met de opmerking “zeebrief 1 jaar geldig”.

AH 060735
Uitgezeild:
Vlie, 3 juli. FELIX, kapt. T.W. Brinske, naar Newcastle; JONGE JUFFER SARA, kapt. J.H. de Weerd, naar Nerva; ZELDENRUST, kapt. G.A. Jonkhof, ANNA MARGARETHA, kapt. H, Nieman en HARMONIE, kapt. A.S. Gall, naar Riga; EENDRAGT, kapt. J.H. Hut, naar Memel; ST. ANTHONIUS, kapt. H. Rieken, naar Larwich; VROUW JANTINA, kapt. K.E. Vos, naar Droback; HEIDE WYKA, kapt. J.J. Pekelder, naar Hamburg; DRIE GEBROEDERS, kapt. B. Rofer, naar Bremen; VROUW ANNA, kapt. H.H. Eggers, naar Tonningen; GEZIENA JACOBA, kapt. J.J. Wever en AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, op avontuur; FENNEGINA, kapt. H.J. Puister.
AH 260835
Binnengekomen:
Vlie, 23 augustus, AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, van Koningsbergen; TWEE GEBROEDERS, kapt. D.J. de Groot, van Memel. Gisteren: NEERLANDS TROUW, kapt. B.J. de Groot en MARGARETHA, kapt. H.J. Veen, van Riga; MARIA CAROLINA, kapt. H.J. Direks, van Koningsbergen; ANNA CATHARINA, kapt. J.C. Meeuwis, van Memel.
PGC 280835
Den 24e augustus is kapt. K.L. Spijkman, kofschip AGATHA, te Amsterdam gearriveerd, komende van Dantzig.
AH 121235
Texel, 10 december. VROUW HENDRIKA, kapt. H. Zoetelief, SARA MARIA, kapt. J.J. Reinhardt, NEERLANDS INDIË, kapt. J. Veening en MINERVA, kapt. G.H. Ahlers, alle vier naar Batavia; EDAMS WELVAREN, kapt. J. Meyer, ANNA MARIA, kapt. D. Steenveld, CONCORDIA, kapt. J.J. Dyk, HARMONIE, kapt. D. Spreeuw, DINA MARIA, kapt. A. Ahlers, AGATHA, kapt. K.L. Spijkman en NOORD-HOLLAND, kapt. H.K. Ruyl, de laatste zeven naar Suriname,

1836

Op 15 juli 1836 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de AGATHA, aangevraagd door  C.M. Nap, Groningen, voor K.L. Spijkman als kapitein.

1837

PGC 031137
Op 16 oktober lag te Kroonstad (opm: Kronsjtadt) zeilklaar, K.L. Spijkman, AGATHA (opm: kof), naar Amsterdam en op 23 oktober te Alberdour (opm: waarschijnlijk Aberdour, 56º3’ N.B. 3º17’ W.L.), M.P. de Jonge, PETRUS JACOBUS (opm: kof), naar Amsterdam.

1838

Op 31 juli 1838 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de AGATHA, aangevraagd door  C.M. Nap (boekhouder), Groningen, voor K.L. Spijkman als kapitein.

ZP 261038 – 220
Het schip (opm: kof) AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, van Petersburg naar Amsterdam, heeft, volgens bericht van Elseneur (opm: Helsingör) van 20 oktober, door aanzeiling zware schade bekomen en zoude moeten lossen om te repareren (opm: zie PGC 021138).
PGC 021138
Het schip (opm: kof) AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, van Petersburg ter rede van Elseneur aangekomen is door een stoomschip in de haven geboegseerd, om gerepareerd te worden (opm: zie ZP 261038).
ZP 071238 – 256
Te Amsterdam zijn den 6 december gearriveerd, onder meer andere, de schepen:
-  WELVAART, kapt. R.F. Fenninga, van Cardiff met ijzer, thans liggende in het Oosterdok.
-  CATHARINA, kapt. J.B. Mulder, van Newcastle met steenkolen, thans liggende in het Oosterdok.
-  SCHIEDAM, kapt. J. Wheatley, van Sunderland met steenkolen, thans liggende in het Westerdok.
AGATHA, kapt. K.L. Spijkman, van St. Petersburg met rogge, lijnzaad en kousen, thans liggende in het Westerdok.
PGC 281238
In de loop der maand januari 1839 zal er in openlijke veiling ter verkoop worden aangeboden:
-  1/24e Aandeel in het schooner kofschip JACOBA EN BARBARA, kapt. K.Z. Schut.
-  1/11e Aandeel in het kofschip CORNELIS STAR, kapt. P.T. Kramer.
-  2/40e Aandelen in het schooner kofschip CORNELIS DASSE VIËTOR, kapt. H.H. Bosker.
-  4/16e Aandelen in het kofschip NEERLANDS TROUW, kapt. B.J. de Groot.
-  1/32e Aandeel in het kofschip AGATHA, kapt. K.L. Spijkman.
-  1/11e Aandeel in het kofschip JUFFER YNSKE, kapt. B.T. Kramer (opm: S.T. Kramer).
Alles in eigendom toebehorende aan Mejufvrouw de Weduwe en beneficiaire Erven van wijlen de Heer S. Stheeman.
Mr. J. Fresemann Viëtor

1839

ZP 041139 – 538
Gearriveerd te Amsterdam de 2/4 november:
K.L. Spijkman, AGATHA, van Petersburg met hout en koper, liggende Westerdok.

1840

PGC 100140
Advertentie. Mr. E.J. Offerhaus, notaris te Groningen, gedenkt op zaterdag de 11e januari 1840, des avonds te 7 uren, bij E.J. Tiddens in het Huis de Beurs te Groningen publiek te verkopen een welbevaren kofschip, genaamd AGATHA, groot 88 commercie- of ongeveer 115 roggelasten, in den jare 1830 nieuw uitgehaald, met volle inventaris, zo als het door de scheepskapitein K.L. Spijkman is bevaren, en thans ligt te Amsterdam.
Mr. E.J. Offerhaus, advocaat en notaris.
PGC 040940
Te Liverpool heeft de 24 augustus een aanvang gemaakt met laden het schip AGATHA, kapt. De Grooth, en de 25 dito de schepen PIETERNELLA, kapt. Schuring, en AKKE BOON, kapt. Potjer, alle drie voor Rotterdam, en INDUSTRIE, kapt. Zellien, voor Ostende.

1842

Op 7 maart 1842 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de AGATHA, aangevraagd door  C.M. Nap, Groningen, voor W.J. de Grooth als kapitein.

1844

Op 14 maart 1844 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de AGATHA, aangevraagd door Mr. C.M. Nap, Groningen, voor W.J. de Grooth als kapitein.

1845

AC 021245
Terschelling, 24 november. Het schip ADRIAAN, kapt. Bok, van Riga naar Rotterdam, op de hoogte van Texel overzeild, is op 55º00’ N.B. en 04º20’ O.L. gezonken, doch de equipage bestaande uit de kapitein en vijf man, door kapt. De Groot (opm: kapt. W.J. de Grooth), voerende het schip AGATHA, gered en alhier aangebracht (zie RC 210146).
DC 251245
Dordrecht, 24 december. Men leest in de Rotterdamsche Courant: Directeuren der hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche maatschappij tot redding van schipbreukelingen hebben opnieuw, in hun maandelijkse vergadering, gehouden vrijdag 19 december, besloten te doen uitreiken:
Aan Jan Berkhout, gevoerd hebbende het hoeker bunschip de HANDELMAATSCHAPPIJ, thuis behorende te Vlaardingen, NLG 30,-, en NLG 120,- om onder de overigen zijner equipage te verdelen, als een erkentelijk blijk hunner tevredenheid, voor het op 12 oktober ll., in de Noordzee, met stormweder redden der bemanning van het in een zinkende staat verkerende Oost Friese kofschip HERMAN, gevoerd geweest door schipper Hendrik Klinkenberg, thuis behorende te Leer, terwijl hij daarna, door aanhoudende stormen, met de geredden aan boord, aan de Deense kust is gestrand en het schip heeft verloren, zonder echter het verlies van mensen te betreuren te hebben. Aan Jan Verschoor, voerende het hoeker buisschip MARIA AURALIA, en aan Jacob Visser, voerende het hoekerschip JOHANNIS ARINIS, beide thuis behorende te Zwartewaal, ieder een zilveren medaille, voor het op 16 oktober ll., in weerwil van hevige stormen, redden met de equipage aan boord en veilig in de baai van Hitland binnenslepen der in een hoogst ontramponeerde staat verkerende Engelse schoener SCOTIA, kapt. Jacob Jack van Portsoy. Aan W.J. de Grooth, voerende het kofschip AGATHA, thuis behorende te Groningen, de grote zilveren medaille; aan J. van Mekeren, wonende te Harlingen, kok aan boord van gemeld schip, mede de grote zilveren medaille, benevens NLG 30,-; aan J.J. Feyken, wonende te Muntendam, matroos op hetzelve NLG 20,-; namelijk: aan de eerste (kapt. De Grooth) voor zijn met zeemansbeleid en kunde aangewende pogingen in het redden der equipage van het hier ter stede thuis behoord hebbende schoener kofschip ADRIAAN, gevoerd geweest door schipper H.R. Bok, welke in de nacht van de 17de der vorige maand, in de Noordzee, op de hoogte van Texel, door een Deense bark is overzeild en zich in zinkende staat bevond, waardoor de bemanning in groot gevaar verkeerde, terwijl bij hun met alle mogelijke zorg aan boord heeft verpleegd en te Amsterdam veilig aan wal gebracht; aan de tweede (de kok), als zijnde de enige persoon van de bemanning der AGATHA, die zich onmiddellijk gereed betoonde de sloep te bemannen, om de schipbreukelingen te redden, terwijl hij in twee gevaarlijke tochten met de sloep dit menslievend doel heeft bereikt, en aan de derde (de matroos), omdat hij niet wilde gedogen dat kapt. De Groot, die daartoe gereed was, als tweede persoon de sloep zou bemannen, en de eerste tocht met de kok heeft volbracht, zijnde de tweede tocht geschied door gemelde kok en één man, die reeds van de ADRIAAN was gered.
Terwijl directeuren voornoemd, als administrateurs van het zo wel0dadig fonds van wijlen mejuffrouw Ida Maria de Raadt, aan onderscheiden weduwen, wier mannen in zee zijn verdronken, wonende te Vlissingen, Brielle, op Ameland, te Pekela en te Veendam, ondersteuning hebben uitgereikt.

1846

NRC 210146
Groningen, 18 januari. In de openbare vergadering van het departement Groningen van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen van de 14e dezer, werd de grote zilveren medaille uitgereikt aan de scheepskapitein W.J. de Grooth, die hem voor het redden van schipbreukelingen door de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, te Rotterdam gevestigd, was toegewezen. In november l.l. had de bekroonde in de Noordzee bij een hevige storm en zijn eigen leven in de waagschaal stellende de bemanning gered van het bereids zinkende schip ADRIAAN, van Rotterdam, kapt. H.R. Bok (opm: zie AC 021245). De kok des kapiteins De Grooth, benevens een matroos van het Groninger kofschip AGATHA die zich bij diezelfde gelegenheid edel en moedig gedragen hadden, hebben tevens ieder een beloning ontvangen.

Op 28 mei 1846 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de AGATHA, aangevraagd door Mr. C.M. Nap, Groningen, voor W.J. de Grooth als kapitein.

1847

NRC 131247
Vreemde havens. Fredrikstad 5 november. AGATHA, kapt. De Grooth, naar Nieuwediep.

1848

NRC 010148
Zeetijding.
Gearriveerd. Texel 30 december. Gisteren na posttijd, AGATHA, kapt. W. de Grooth, van Frederikstad.
LC 170348
Advertentie. De notaris Wijma, te Harlingen, zal, aldaar op woensdag den 22 maart 1848, des voormiddags ten 11 ure precies, aan de Zoutsloot bij de Noorder muur, in het openbaar veilen: Ankers en touwen, staand en lopend want, en verder touwwerk, zeilen, rondhout en meerdere scheepsgoederen en gereedschappen, als zijnde het geborgen inventaris van het op het Schuurrak, bij Texel (opm: tussen Texel en Vlieland; juiste datum niet bekend maar vermoedelijk in februari 1848), verongelukte kofschip, AGATHA (opm: bouwjaar 1830) genaamd, kapitein W.J. de Grooth (opm: kapt. Winoldus Jans de Grooth).

Op 13 maart 1848 werd de zeebrief van de AGATHA, kapt. W.J. de Grooth, door de Ontvanger der Inkomende- en Uitgaande Regten en Accijnzen te Harlingen naar Den Haag geretourneerd met vermelding ‘schip verongelukt’ waarna op 15 maart royement volgde.