Name ship: BORNEO

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1937
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5224625
Nat. Official Number: 1816 Z GRON 1937
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Raised quarter deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity: 2 ton each
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerf 'Vooruitgang' (L.J. Mulder & J. Suurmeijer) (1924 - 1940), Foxhol, Netherlands
Yardnumber: 96
Date Laid Down:
Launch Date: 1937-08-06
Delivery Date: 1937-11-27
Technical Data

Engine Manufacturer: Motoren Werke 'Mannheim' A.G. (MWM), Mannheim, Germany
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 320
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: MAK Type (290x420)
Speed in knots: 9.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 342.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 161.00 Net tonnage
Deadweight: 418.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 25000 Cubic Feet
Bale: 23500 Cubic Feet
 
Length 1: 43.50 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 41.14 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.34 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.97 Meters Depth, moulded
Draught: 2.44 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1952-01-00: Nieuwe hoofdmotor: 4tew 6 cil 390 PK MAK nr. 15164 Type MSU 423 (290x420) 10 Kn.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1937-11-30 BORNEO
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Groningen, Netherlands
Owner: Jan Westers Hzn., Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDFB
Additional info:

Date/Name Ship 1951-01-22 BORNEO
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Groningen, Netherlands
Owner: Jan Westers en zoon Hendrik Westers, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDFB
Additional info:

Date/Name Ship 1951-11-18 BORNEO
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Groningen, Netherlands
Owner: Erven Jan Westers Hzn. (Wed. Geesina Westers-Tulp, Hendrik W. Westers, Egbertha Hillechiena Dijkstra-Westers), Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDFB
Additional info:

Date/Name Ship 1954-06-00 BORNEO
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Groningen, Netherlands
Owner: Rederij 'Borneo', Groningen, Netherlands
Shareholder: Erven Jan Westers Hzn. (Wed. Geesina Westers-Tulp, Hendrik W. Westers, Egbertha Hillechiena Dijkstra-Westers), Groningen
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDFB
Additional info:

Date/Name Ship 1959-05-00 BORNEO
Manager: Anton Häggblom, Mariehamn, Finland
Owner: Rederibolaget 'Borneo', Mariehamn, Finland
Shareholder:
Homeport / Flag: Mariehamn / Finland
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1960-02-00 MARINA
Manager: K.R. Johansson Partrederi, Skärhamn, Sweden
Owner: K.R. Johansson Partrederi, Skärhamn, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Skärhamn / Sweden
Callsign: SHYV
Additional info: Hfl. 219.000,--

Date/Name Ship 1965-00-00 BORNELAND
Manager: Jean Osborne Oscarsson Partrederi, Edshultshall, Sweden
Owner: Jean Osborne Oscarsson Partrederi, Edshultshall, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Edshultshall / Sweden
Callsign: SHYV
Additional info:

Date/Name Ship 1975-00-00 BRIO
Manager: Stig. H. Andersson, Bovallstrand, Sweden
Owner: Stig. H. Andersson, Bovallstrand, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Bovallstrand / Sweden
Callsign: SHYV
Additional info:

Date/Name Ship 1980-00-00 TOKERAU
Manager: Spinco Ltd. (South Pacific Import Network Company Ltd), Nuku 'Alofa, Tonga
Owner: Spinco Ltd. (South Pacific Import Network Company Ltd), Nuku 'Alofa, Tonga
Shareholder:
Homeport / Flag: Nuku 'Alofa / Tonga
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1937-08-07: NvhN 07-08-1937: Foxhol, 6 Aug. Van de scheepwerf „Vooruitgang" v.h. Mulder en Suurmeijer is met goed gevolg te water gelaten het m.s. „Borneo", bestemd voor de Atlantische kustvaart, metende 400 ton D. W. Het schip, in aanbouw onder toezicht van de B. C. scheepvaartinspectie, voor rekening van den heer J. Westers te Paterswolde, wordt voorzien van een 300 P.K. Benz-Dieselmotor en 4 hulpmotoren, eveneens Benz-Diesel. Dadelijk werd de kiel gelegd voor eenzelfde schip voor rekening van den heer R. Westers te Groningen.

1937-08-08: Het Vaderland 08-08-1937: Het op de scheepswerf Vooruitgang v/h Mulder en Suurmeijer te Foxhol, voor rekening van J. Westers te Paterswolde in aanbouw zijnde m.s. 'BORNEO' is met goed gevolg te water gelaten. Het schip heeft een d.w. van ca. 400 ton en wordt voorzien van een Benz dieselmotor, met een capaciteit van 300 Pk.

1937-11-29: NvhN 29-11-1937: Delfzijl. Onder groote belangstelling vond op de Eems de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe m.s. „BORNEO", gebouwd bij de scheepswerf „Vooruitgang", fa. Mulder en Suurmeyer Foxhol, voor rekening van den heer J. Westers te Paterswolde, onder klasse British Corporation en Scheepvaart-Inspectie, Atlantische vaart. Het schip is gebouwd met raised-quarterdeck en is voorzien van een dubbelen bodem. De afmetingen zijn: 43.50 X 7.30 X 2.80 M. en holte tot verhoogd dek 3.90 M. Inhoud bruto 336, netto 164 Reg. ton, D.W. plm. 420 ton. De M. W. M. Benz patent motor van 306 p.k. gaf een proefsnelheid van ruim 10 mijl. Verder heeft het schip een Benz hulpmotor van 14 p.k., twee Benz motorlieren van 7 p.k. en een 7 p.k. Benz motor voor de ankerlier.

1937-11-30: Op 30-11-1937 als BORNEO, zijnde een stalen motorschip, groot 958.81 m3 bruto inhoud volgens zeemeetbrief 's Gravenhage d.d. 11-11-1937 no. 5512, liggende te Delfzijl, door J. Gerrits, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1816 Z GRON 1937 op het achterschip aan B.B. zijde in achterkant kombuis.

1938-10-17: De Eemsbode: 10-1938: Naar wij vernemen, is het motorschip 'BORNEO', kapitein Havinga, op weg met een lading carton en meel van Delfzijl naar Grangemouth, op de Firth of Forth op de steenen gelopen. Het schip maakt water, terwijl een deel van de lading beschadigd is. De reparatie zal plm. 14 dagen in beslag nemen. De 'Borneo' heeft een geregelde vaart van Delfzijl naar Scotland.
NvhN 24-12-1938: De stranding van de „Borneo”. Voor den Raad voor de Scheepvaart werd behandeld de stranding van het 338.46 bruto registerton metende motorschip “Borneo” uit Groningen, dat op reis van Delfzijl naar Leith beladen met karton en meel, vast is blijven zitten op de Herwitt Rock. Dit ongeluk, waarbij de kiel van het; schip, die langs de puntige rotsen schuurde zeer ernstig werd beschadigd, gebeurde op October j.l. De stuurman van de „Borneo", een 19 jar. zoon van den eigenaar, in het bezit van het diploma kleine handelsvaart, die op schuldvraag werd gehoord, verklaarde voor den Raad, dat hij in den nacht van 16 op 17 october omstreeks middernacht de wacht had gekregen. De kapitein—zoo bleek verder-- had hem uitvoerig ingelicht omtrent de te volgen koers en daarbij had deze er in het bijzonder den nadruk op gelegd dat de Herwitt-lichtboei aan stuurboord moest worden gehouden, en dat door het South Channel moest worden gevaren. De stuurman naar de Herwits-lichtboei uitgekeken hij had haar niet gezien Toen heeft hij den kapitein gebeld maar deze heeft geen bel gehoord. Na op de kaart te hebben gekeken liet de stuutman den koers wijzigen in W.Z.W. Het vaartuig liep koreten tijd later aan den grond. De kapitein, die als getuige werd gehoord, zeide, dat hij de Herwitt lichtboei, brandende aan bakboord achterlijker dan dwars op plm. 300 meter afstand had gezien, toen hij kort na de stranding aan dek was gekomen. De stuurman gaf toe, dat hij den kapitein eerder had moeten waarschuwen . Hij bleef volhouden, dat hij den kapitein had gebeld. Een der leden van den Raad: Zeh maar tegen je vader, dat hij je nog maar eerst een jaar als matroos naar zee stuurt. Dat is beter voor je, je krijgt er ervaring door.” De stuurman: “Goed mijnheer.” De leden van den Raad vonden het onbegrijpelijk, dat hij de boei niet had opgemerkt, evenals de wnd. inspecteur-generaal voor de scheepvaart, die zeide, dat de stuurman den opgegeven koers niet heeft gecontroleerd. Hij achtte het ongeluk te wijten aan de schuld van den stuurman. De Raad zal later uitspraak doen.
Nieuwsblad van het Noorden 07-03-1939: Stranding van de “BORNEO”. Stuurman voor een maand geschorst. Raad voor de Scheepvaart heeft uitspraak gedaan in zake de stranding van het m.s. “Borneo” op de Herwit Rock (Firth of Forth) op 17 October van het vorige jaar. De Raad heeft den stuurman van dit vaartuig gestraft met een schorsing voor den tijd van één maand. De stranding—zoo merkt de Raad in zijn uitspraak op—is toe te schrijven aan de schuld van den stuurman. Aangenomen moet worden, dat betrokkene niet voldoende heeft uitgekeken en tevens geen controle heeft gehouden op den door den roerganger gestuurden koers. Eenerzijds staat vast, dat de betrokkene heeft blijk gegeven van een ernstig tekort aan goede zeemanschap, anderzijds, dat de kapitein zich niet voldoende bewust is geweest van zijn verantwoordelijkheid en dientengevolge een taak heeft opgelegd aan betrokkene waarvoor deze, zooals de kapitein had kunnen begrijpen, niet geschikt was.

1940-03-05: Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant 05-03-1940. Stagnatie door lekkage. Op de kustvaarder “BORNEO” van den heer J. Westers te Groningen, welke deze week weer in de vaart gebracht zou worden, kwam de eigenaar tot de onaangename ontdekking dat de motorkamer onder water stond, doordat waarschijnlijk één der leidingen door de strenge vorst gesprongen was en nu bij dooi, het water vrij kon binnenstroomen. Met behulp van een motorspuit zal het water worden uitgepompt.

1940-05-16: Overgenomen door de Netherlands Shipping & Trading Committee, Londen, Engeland.

1944-07-00: 16-07-1944 Deelname m.s.”Borneo” en vertrek, met 18 andere vaartuigen onder begeleiding van 2 escort schepen, uit Barry genaamd 'Convoy EBC.43' met bestemming Seine Bay. Ook de Nederlandsche kustvaarder “Nottingham” 1939 en de “Walenburgh” 1938 namen aan deze konvooi deel.
18-07-1944 Konvooi 'Convoy EBC 43' aangekomen in de Seine Bay. 06-08-1944 Deelname m.s.”Borneo” 'Convoy EBC.64' en vertrokken met 30 andere vrachtschepen onder begeleiding van 2 escortvaartuigen, uit Barry met bestemming Seine Bay. 08-08-1944 Konvooi 'Convoy EBC.64' aangekomen in de Seine Bay.

1948-04-06: Op 06-04-1948 als BORNEO, zijnde een stalen motorschip, groot 958.81 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 11-11-1937 no. 5512, liggende te Harlingen, door J. Matthijssen, scheepsmeter te Groningen, opnieuw van hetzelfde brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1816 Z GRON 1937 op het achterschip aan S.B. zijde in het achterschot van het dekhuis, 2.10 m. uit hekplaat, 0.10 m. uit lengteas en 1.58 m. boven dek. (Opm.: Bij onderzoek zijn geen andere merken van de teboekstelling ten hypotheekkantore of sporen daarvan gevonden.)

1948-07-17: De waarheid 17-07-1948: Nationale koopvaardijweek 1948 Voor één dag het zeegat uit...... Wie de drukte in de Amsterdamse en Rotterdamse havens ziet wordt telkens opnieuw geďmponeerd door de machtige aanblik van de grote Oceaanstomers. Vrachtschepen uit alle delen van de wereld ziet men hier en het leven van de opvarenden van deze boten lijkt ons ver verwijderd van het gewone burgermansleven, vol vreemde avonturen, vrij en ongebonden. Hoe is het leven van de zeeman in werkelijkheid? De volgende week zult u in de gelegenheid zijn dit heel even van nabij gade te slaan. Door de „Stichting Nationale Koopvaardyweek 1948 is n.l. van 19 Juli t/m 7 Augustus een programma samengesteld, dat erop gericht is de koopvaardij en de scheepsbonwindustrie meer bekendheid bij het Nederlandse volk te geven. Dagelijks zullen met kustvaarders van Amsterdam en Rotterdam uit eendaagse zeereizen worden gemaakt. Iedere morgen om 9 uur vertrekt van de De Ruyterkade te Amsterdam de 400 ton metende „Borneo", van de Spidosteiger te Rotterdam de “Beta", eveneens een kustvaarder van 400 ton, die onlangs een reis van en naar Indonesië maakte. Deze kustvaarders zullen geheel behandeld worden alsof het grote zeeschepen waren. Een sleepboot trekt ze van de wal. Aan boord vertelt de loods van zijn werk. Een oudgezagvoerder der koopvaardij alles, wat er te zien is, voor de „landrotten" uitleggen. Via IJmuiden en Scheveningen zal telefonisch met de vaste wal een praatje kunnen worden gemaakt. ledere middag is er een demonstratie van de reddingboten „Neeltje Jacoba" uit IJmuiden of de „President Lely" van Hoek van Holland, die de kustvaarder op zijn terugreis tegemoet zullen varen. Bezoeken kunnen worden gebracht aan de grote werven te Amsterdam en Rotterdam, terwijl ook het Scheepsbouwkundig proefstation te Wageningen voor het publiek toegankelijk zal zijn. Reizende tentoonstelling: Momenteel wordt er met een reizende tentoonstelling scheepsmodellen een tournee door Nederland gemaakt. Begonnen werd er in Groningen, en via de Oostelijke provinciën is men in Middelburg beland, waar de expositie thans verblijf houdt. Op de 19de Juli worden de modellen overgebracht naar het instituut voor Scheepvaart en luchtvaart te Rotterdam, waar ze tot 7 Augustus te zien zijn. Speciale aandacht verdient de verzameling van modellen van schepen, die Nederland nooit aandoen. Óver de oceanen varen overal Nederlandse zeelieden op lijnen, die nooit een Hollandse haven in hun route hebben. Deze schepen, die niemand kent, zijn op deze tentoonstelling in modelvorm te zien. Vuurwerk tot slot: De koopvaardijweken zullen worden besloten met een groots vuurwerk. In Rotterdam zal dat afgestoken worden op 't Prinsenhoofd, in Amsterdam in het Oosterdok op 7 Augustus en op 5 Augustus te Scheveningen op het strand. Tevens zal dit het besulit vormen van een maritieme boekenweek en van het vlagvertoon op de Coolsingel te Rotterdam en de Dam te Amsterdam. Op deze beide centrale punten van de twee grootste steden des lands zullen nl. iedere morgen in de koopvaardijweken door zeeverkenners de vlaggen van de verschillende Nederlandse rederijen worden gehesen en des avonds weer gestreken.

1948-09-12: Uitspraak Raad voor de Scheepvaart naar aanleiding van het aan de grond lopen van de BORNEO op 12 september 1948 tijdens reis van Sunderland naar Karlstad in het Venermeer, na het passeren van Mäkskär bij Hammarö Skage. Na het lossen van ongeveer twintig ton lading is het schip weer vlot gekomen en doorgevaren naar Karlstad. Oordeel van de Raad is o.a.: dat gebleken is dat aan boord van de Borneo zeer zorgeloos, of eigenlijk helemaal niet, is genavigeerd. Zowel de kapitein, dhr. H. Westers, als de stuurman, dhr. M. Tigchelaar worden schuldig verklaard aan het voorval. De kapitein krijgt drie weken ontneming van de bevoegdheid om als kapitein of stuurman te varen op een schip, als bedoeld in art.2 van de Schepenwet. De stuurman krijgt eenzelfde straf voor twee weken. Gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant op maandag 17 januari 1949.
Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van Maandag 17 Januari 1949, no. 11. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: No. 1. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake het aan de grond lopen van het motorschip „Borneo" in het Venermeer nabij Hammarö Skage. Betrokkenen: H. Westers, kapitein, en M. Tigchelaar, stuurman. Op 12 September 1948 is het motorschip „Borneo", op reis van Sunderland naar Karlstad, in het Venermeer, na het passeren van Makskar bij Hammarö Skage aan de grond gelopen. Na het lossen van ongeveer twintig ton lading is het schip vlot gekomen en opgevaren naar Karlstad. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van dit vastlopen. Bovendien besliste genoemde commissie, eveneens in overeenstemming met het desbetreffende voorstel van de inspecteurgeneraal voor de scheepvaart, dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede is te wijten aan de schuld van de kapitein H. Westers, wonende te Londen, en de stuurman M. Tigchelaar, wonende te Groningen. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 26 October en van 16 November 1948, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein, stuurman en roerganger van de „Borneo", en hoorde de kapitein en stuurman, voornoemd, als betrokkenen buiten ede. Als getuige onder'ede werd gehoord de matroos B. Mulder, destijds roerganger. De door de kapitein gebruikte Zweedse kaarten 291 en 341 waren ter zitting aanwezig. De voorzitter zette op 26 October 1948 betrokkene H. Westers en op 16 November 1948 betrokkene M. Tigchelaar, aan wie voormelde beslissing bij deurwaardersexploot was betekend, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hun gelegenheid tot hun verdediging aan te voeren hetgeen zij daartoe dienstig achtten, hun daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motorschip „Borneo" is een Nederlands schip, toebehorende aan J. Westers, te Groningen. Het meet 342 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een 300 pk motor. Op reis van Sunderland naar Karlstad was op de eerste wacht van 11 September 1948 te Venersborg de loods ontscheept. De diepgang was vóór 2,60, achter 3,00 m. Hoewel de stuurman de kapitein adviseerde te blijven wachten en de volgende morgen bij daglicht verder te gaan, besloot de kapitein terstond de reis te vervolgen en nam zelf de wacht tot 0 uur van 12 September. Het was donker, maar goed vurenzicht. Te 0 uur kwam de stuurman op de brug. De „Borneo" was toen ongeveer 2 mijl voorbij Makskar; de koers was N.N.O. p.k. De kapitein zegt het kompas te hebben gecontroleerd op de geleidelichten van Grönviksudde en Hiddens rev boei, ook later op een oostelijke koers. Bij het overgeven van de wacht gaf de kapitein order hem te waarschuwen wanneer Klacken boei dwars was. De boei van Tarnan is op ongeveer 3 mijl aan bakboord gepasseerd, maar het tijdstip is onbekend. De stuurman verklaart deze boei te hebben gepeild. De log was niet uit. Te 2.40 uur was Klacken boei dwars aan bakboord, maar de afstand is niet vastgesteld. De stuurman waarschuwde de kapitein, stopte de motor en liet Oost p.k. sturen. De deviatie was - 10". Toen na 10 minuten de kapitein nog niet op de brug was gekomen, liet de stuurman hem nog eens waarschuwen. Nu werden aan bakboord twee rode lichten gezien boven elkaar en daaronder een groen licht. Deze lichten hield de stuurman voor die van Javerön. Toen de roerganger waarschuwde, dat het schip niet meer stuurde, zette de stuurman de motor op langzaam vooruit. Het bleek, dat slechts drie van de vier cylinders werkten. De stuurman ging nu de kapitein zoeken en vond deze bij de ingang van de motorkamer. De kapitein verklaarde, na te zijn geroepen te 2.40 uur, eerst aan dek en bij de motorkamer te hebben rondgekeken. Te 3 uur kwamen kapitein en stuurman op de brug. Laatstgenoemde wees de kapitein de positie van het schip in de kaart aan en ging dan naar de motorkamer om de motordrijver te helpen de motor weer goed te laten werken. Toen zij daarin waren geslaagd, begaf de stuurman zich weer naar de brug, even later liep het schip vast. Na het overnemen van de wacht had de kapitein de roerganger order gegeven recht op de lichten, welke voor die van Javerön werden gehouden, aan te sturen. De telegraaf werd op volle kracht gezet. De kapitein zag toen' echter een wit licht vooruit en ging in de kaart kijken. Nu bleek hem, dat het licht vooruit onmogelijk dat van Javerön kon zijn. De voorliggende koers N.t.W. klopte ook niet. Onmiddellijk gaf hij de roerganger order het roer hard stuurboord te leggen. Het schip begon goed te draaien, maar toen het ongeveer 8 streken had gedraaid, stootte het enige keren en bleef dan vastzitten. De motor werd gestopt en op volle kracht achteruit gezet, maar men slaagde er niet in het schip los te krijgen; het bleek in de tanks en in het ruim water te maken. De pomp kon het water in het ruim bijhouden. Bij dagworden bleek, dat de „Borneo" op een rif bezuiden Hammarö Skage was gestrand. Pas nadat ongeveer 20 ton lading in een lichter was gelost, kwam het schip op 12 September vlot en kon het naar Karlstad opvaren. De kapitein wijt het vastlopen aan het niet goed overgeven van de gispositie. Volgens de stuurman stond het schip veel oostelijker dan inderdaad het geval was. De kapitein ging bij zijn verdere manoeuvres uit van de van de stuurman gekregen gis en deze bleek, toen het schip N.t.W. vóórlag, niet te kloppen. Er stond geen koerslijn in de kaart en er is geen enkele kruispeiling genomen. Ter zitting van 16 November 1948 heeft de stuurman verklaard, dat hij geen vierstreekspeiling van Klacken boei heeft genomen, maar de afstand geschat; deze zou zeker niet meer dan 2 mijl hebben bedragen. Hij heeft niet getracht door een kruispeiling van deze boei en die van Tarnan een bestek te krijgen en Heeft evenmin de rode en groene lichten gepeild. Een peiltoestel zou niet aan boord zijn. De stuurman zegt, dat hij de kapitein heeft overgegeven, waar hij vermoedde te staan, en dat, nadat beiden in de kaart hadden gekeken, de kapitein de gispositie van de stuurman aannam en vervolgens daarnaar handelde. De stuurman zou in het bijzonder hebben gezegd, dat hij die gekleurde lichten niet vertrouwde. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart heeft ter zitting van 26 October 1948 slechts over de handelingen van de kapitein een voorlopige conclusie uitgesproken. Blijkbaar is de wacht op onvoldoende wijze overgegeven en overgenomen. Er stond geen bestek in de kaart; de stuurman heeft ergens een plaats aangewezen, waar hij meende te staan, en de kapitein nam dit zonder enige controle aan. Hij verandert koers en gaat dan pas zijn positie controleren, doch dan is het te laat. Het was beter geweest, als de kapitein zich had laten roepen bij Tarnan, maar indien hij pas geroepen had willen worden bij Klacken, had hij direct op de brug moeten komen. In aansluiting op deze conclusie voert de hoofdinspecteur ter zitting van 16 November aan, dat de oorzaken, die tot deze ramp hebben geleid, zijn te zoeken bij het beleid van de kapjtein en dat van de stuurman. De stuurman had de afstand, waarop hij de boeien passeerde, behoorlijk moeten vaststellen. Hij had de gekleurde lichten moeten peilen en zou dan hebben gezien, dat deze onmogelijk die van Javerön konden zijn. Ook bij het overgeven van de wacht nam hij geen peiling. De hoofdinspecteur stelt de Raad voor, de kapitein de bevoegdheid om als kapitein te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van vier weken en de bevoegdheid van de stuurman om als kapitein of stuurman op deze schepen te varen, te ontnemen voor de tijd van een week. 's Raads oordeel luidt als volgt: Gebleken is, dat aan boord van de „Borneo" zeer zorgeloos, of eigenlijk in het geheel niet, is genavigeerd. De kapitein verklaart een koerslijn in de kaart te hebben gezet, die het schip 5 a 6 mijl oostelijk van Klacken boei zou hebben gebracht. Noch bij het overgeven van de wacht om 0 uur door de kapitein aan de stuürman, noch toen de kapitein te 3 uur weer op de brug kwam, is een gecontroleerde positie van het schip overgegeven. Gedurende die tijd is niets gedaan om de positie van het schip ten opzichte van voormelde koerslijn te verifiëren. De stuurman had de order de kapitein te waarschuwen, als het schip dwars van Klacken boei was; toen het schip dwars van die boei was, is de afstand tot die boei niet gecontroleerd. Vermoedelijk is de kapitein eerst gewaarschuwd, toen voormelde boei reeds achterlijker dan dwars was. In ieder geval kwam de kapitein pas ongeveer een kwartier daarna op de brug en zag hij, terwijl het schip Oost (per kompas; deviatie - 10) vóórlag — de stuurman had inmiddels veiligheidshalve Oost laten sturen — de boei achteruit even aan stuurboord. De kapitein vertrouwde zonder enige controle de feitelijk op niets gebaseerde opgave van de stuurman, dat de lichten, die aan bakboord te zien waren, die van Javerön waren, en gaf order volle kracht op die lichten aan te houden. Na enige minuten drong het tot de kapitein, die zag, dat het schip toen N.t.W. vóórlag, door, dat de positie van het schip niet zodanig kón zijn, dat de bedoelde lichten die van Javerön waren. Hij meende toen aanvankelijk, dat het het licht van Sköghall was, en gaf hard stuurboord. Tijdens het ronddraaien liep het schip vast. Naar 's Raads oordeel is deze stranding in de eerste plaats te wijten aan voorschreven zonder noodzaak zorgeloos en maar zowat op de gis varen van de kapitein. Aan de eisen voor een behoorlijke navigatie, die ook aan de kleine vaart moeten worden gesteld, als het overgeven van een behoorlijk gecontroleerde en in de kaart gezette positie van het schip bij het wisselen der wachten, het gebruik maken van gelegenheden tot het nemen van peilingen, is in geen enkel opzicht de hand gehouden. Wat de stuurman betreft: Deze heeft, zonder te trachten op Klacken en Tarnan boei een bestek te krijgen, de afstand tot Klacken boei slechts schattende, de kapitein een gisplaats van het schip opgegeven, die op niets was gebaseerd, en lichtvaardig aan de kapitein opgegeven, dat de geziene lichten die van Javerön waren, hetgeen zelfs bij oppervlakkige controle dadelijk onjuist gebleken zou zijn. Op grond van het voorgaande straft de Raad de kapitein Hendrik Westers, geboren 7 Juni 1919 te Groningen, wonende te Londen, disciplinair door ontneming van de bevoegdheid om gedurende drie weken als kapitein of stuurman op een schip, als bedoeld in artikel 2 der Schepenwet, te varen, en de stuurman Mink Tigchelaar, geboren 17 October 1914 te Harlingen, wonende te Groningen, door ontneming van die zelfde bevoegdheid gedurende twee weken. Aldus gedaan door de heren mr. W. A. Vos, eerste plv. voorzitter, G. J. Barendse, jhr. G. A. Berg en L. Meulman, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad. (Get.) Vos; A. Boosman.

1950-02-16: Bijvoegsel van de Nederlandsche Staatscourant van Dinsdag 16 Januari 1951, no. 11. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: No. 78. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake de klacht van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart tegen H. Westers, kapitein van het motorschip „Borneo", wegens het niet reinigen van de vullings en pompflessen, alvorens weer lading in te nemen.
Op 13 October 1950 is door de inspecteur-generaal voor de scheepvaart bij de Raad voor de Scheepvaart een klacht ingediend van de volgende inhoud: „De inspecteur-generaal voor de scheepvaart; verwijzende naar de hierbij overgelegde stukken, t.w.: 1. proces-verbaal van vooronderzoek; 2. sea-protest; overwegende; dat Hendrik Westers, geboren 7 Juni 1919 te Groningen, wonende 163 Hammingfordroad, London N.I., kapitein van het m.s. „Borneo", op 16 Februari 1950 met zijn schip van Londen naar Brest was vertrokken; dat hij de vorige reis een lading maďs van Swansea naar Londen had vervoerd, doch dat hij de vullings, na de leeglossing, niet had schoongemaakt en nagezien; dat de lading op eerstgenoemde reis bestond uit pek (teerproduct), welke los in de ruimen werd vervoerd; dat op 26 Februari de „Borneo" slagzijde over stuurboord kreeg, doordat water voorin het ruim stroomde door lekke nagels in het vlak; dat getracht werd te lenzen, maar dat dit niet gelukte; dat bij aankomst te Brest bleek, dat de vullings en flessen waren vervuild door maďs en pek: van oordeel: dat de kapitein, voornoemd, door het niet reinigen der vullings en lensflessen in strijd met artikel 4 (e) der Schepenwet heeft gehandeld; dat dit een misdraging vormt tegen zijn rederij, bevrachters en schepelingen; Gelet op de artikelen 48 en 49 van eerdergenoemde wet; Stelt aan de Raad voor de Scheepvaart voor een onderzoek in te stellen en H. Westers te horen.". Een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld hij artikel 49 der Schepenwet, besliste, dat naar de gegrondheid van voorschreven klacht een onderzoek door de Raad zou worden ingesteld. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 24 November 1950, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart C. Moolenburgh. De Raad nam kennis van de ten deze door de inspecteur-generaal voor de scheepvaart overgelegde stukken, waaronder een door de expert bij de Scheepvaartinspectie te Amsterdam, M. Th. J. Berlage, op de ambtseed opgemaakt proces-verbaal dd. 14, September 1950. inhoudende een verhoor van aangeklaagde H. Westers, wonende te Londen, en hoorde de kapitein, voornoemd, als aangeklaagde buiten ede. Na voorlezing van de klacht zette de voorzitter de aangeklaagde de betekenis daarvan uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren, hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit het door de Raad gehouden onderzoek is het navolgende gebleken : Het motorschip „Borneo" is een Nederlands schip, toebehorende aan J. Westers, te Groningen. Het meet 342 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een 300 pk Bronsmotor. In Januari 1950 had de „Borneo" gedokt te Rotterdam; gedurende die tijd zijn enige reparaties aan de huid en de schroefas uitgevoerd en zijn de vullings schoongemaakt. De „Borneo" heeft over 2/3 deel der lengte een dubbele bodem en tussen de huid en de kantplaat vullings met aan elke kant achter een pompfles. Bovendien bevindt zich vóór de dubbele bodem onder luik 1 nog een pompfles. Voor lenspompen kan worden gebruik gemaakt, behalve van de machinelenspomp, van een drieslag Bronsplunjerpomp en een ballastpomp. Begin Februari heeft de „Borneo" een lading gestorte maďs vervoerd van Swansea naar Londen. Vóór het laden waren de vullingplanken gebreeuwd. Na de lossing te Londen zijn de vullings niet schoongemaakt. De kapitein heeft verklaard, dat dit zeer veel tijd kost, daar de vulling en flessen eerst toegankelijk zijn nadat de leidingen zijn afgekoppeld. Om die reden wordt nagelaten na elke reis vullings en flessen te reinigen. In Londen werd een lading gestort pek geladen, een teerproduct. Op 16 Februari vertrok de „Borneo" van Londen naar Brest, alwaar de genoemde lading werd gelost. Op 24 Februari was het schip leeg. De vullings werden weer niet schoongemaakt. De „Borneo" moest leeg verstomen naar Rouen. Gedurende 25 Februari bleef men wegens harde zuidwestelijke wind te Brest liggen. Op 26 Februari te 10.15 uur vertrok de „Borneo" onder loodsaanwijzing naar zee. De route werd, na ontschepen van de loods te 10.30 uur, genomen door het Canal du Four. Te 13.15 uur werd le Fourtoren gepasseerd. De wind draaide van Z.O. naar noord en nam in kracht toe van 3 tot 5. De lucht was bedekt, er liep een matige deining. De koers was N.O.t.O. Op de platvoet was de wind N.N.O. 6/7 en nam op de eerste wacht toe tot 7/8; het schip stampte zwaar. De vaart werd geminderd tot halve kracht, maar te 22.00 uur werd besloten naar Brest terug te keren en werd Z.t.W. gestuurd. Op 26 Februari te 3.00 uur kreeg de „Borneo" plotseling slagzij over stuurboord. De kapitein liet op de vulling pompen, maar de pompen konden niet halen. Te 5.00 uur werd 3 voet water in s-b.vulling gepeild. De buikdenning dreef op het water; het was daardoor te gevaarlijk om te trachten bij de vullings te komen zolang het schip stampte en slingerde. Te 6.10 uur werd Ouessant gepasseerd en te 10.00 uur meerde de „Borneo" te Brest. Hier begon men terstond de vullings en flessen te klaren. Deze bleken vervuild door maďs en pek. Het water in het ruim bleek te zijn binnengedrongen door lekke nagels. Het schip is in het droogdok opgenomen, waarna 50 a 60 nagels zijn vernieuwd. Ter zitting heeft aangeklaagde verklaard, dat de zuigleiding van de voorfles door b.b.-vulling loopt. Bovendien lopen door de vullings ballast- en olieleidingen, ten gevolge waarvan de toegang daartoe zo nauw is, dat men de arm daar niet in kan steken en de fles niet kan losmaken. Vóór het laden der maďslading waren de vullings zo goed mogelijk schoongemaakt door uitscheppen met een blikje aan een stok; de buikdenning en de vullingplanken zijn daarna zo goed mogelijk gebreeuwd. Na lossing van de maďslading is het ruim aangeveegd; daar het schip dezelfde dag pek moest laden, werd nagelaten de vullings na te kijken, mede omdat aangeklaagde meende, dat alle openingen in de planken nog goed dicht waren en de vullings dus niet waren vervuild. Toen het schip wegens het slechte weer later naar Brest terugkeerde, heeft men het water in het ruim in een tank laten lopen en daarna de vullings schoongemaakt. Uit s.b.-vulling verwijderde men 10 emmers vuil, maďs met pek. Aangeklaagde erkent zijn fout en ziet in, dat het nodig was geweest, ook na leeglossen der maďslading, de vullings en flessen te controleren. Aan de hand van de tekening der lens- en ballastleidingen worden de kapitein enige vragen gesteld over de mogelijkheid van lenspompen. Het blijkt, dat de kapitein niet van alle mogelijkheden op de hoogte was. De inspecteur voor de scheepvaart voert aan, dat hij na bestudering van het proces-verbaal van het vooronderzoek tot de conclusie was gekomen, dat kapitein Westers onvoldoende op de hoogte was van de inrichting van zijn schip, hoewel hij er vele jaren op heeft gevaren. De technische inrichting is niet zo ingewikkeld, dat van de kapitein niet mag worden geëist, dat hij alle mogelijkheden kent, hoe zijn schip lensgepompt kan worden. De inspecteur hoopt, dat de kapitein zich op de hoogte zal stellen van lens- en ballastleidingen met bijbehorende pompen en aansluitmogelijkheden. Kapitein Westers heeft volmondig toegegeven, dat hij na het lossen van de gestorte lading maďs niet gecontroleerd heeft of de lensinrichting in orde was, vóór een nieuwe reis werd ondernomen. Tijdgebrek speelde hem parten, maar het is verkeerd om door haast de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen ten bate van schip en lading te veronachtzamen. De kapitein moet er voor waken, dat met het schip veilig wordt gevaren. Kapitein Westers is hierin te kort geschoten; dit had zeer ernstige gevolgen kunnen hebben, indien geen havens in de nabijheid waren geweest. De kapitein heeft, door niet de noodzakelijk gebleken controle op zijn lensinrichting te verrichten, zich misdragen jegens zijn reder, de bevrachters en alle opvarenden. Daar de kapitein reeds bij het vooronderzoek toegaf, dat geen moeilijkheden zouden zijn voorgekomen, indien hij deze controle had verricht, is de inspecteur van mening, dat aangeklaagde de lering uit het ongeval heeft getrokken, en stelt de Raad voor, kapitein Hendrik Westers voor zijn nalatigheid te straffen door het uitspreken van een berisping. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: De klacht is juist en het daarin gestelde is bewezen. De slagzij van het motorschip „Borneo" is ontstaan door lekkende nagels in het voorschip tijdens een reis van Brest naar Rouen; het schip kwam toen in gevaar, omdat de pompen niet haalden, doordat de pompflessen in het achterschip waren vervuild door resten van ladingen maďs en pek van de beide voorafgegane reizen. Wel is de constructie van de leidingen, die door de vullings lopen, zodanig, dat het moeilijk en tijdrovend was deze schoon te maken, maar dit onthief aangeklaagde niet van zijn verplichting om na het lossen van maďs en vóór het innemen van pek te Londen de vullings in het achterschip te inspecteren en de lenspomp aan te zetten. Indien dan vastgesteld was, dat de flessen vuil en verstopt waren, had er tijd genomen moeten zijn om de vullings te reinigen. Dit is verzuimd, omdat aangeklaagde haast had om een nieuwe lading in te nemen. Hij heeft aldus nagelaten, overeenkomstig zijn wettelijke verplichting, te zorgen, dat, alvorens de reis te ondernemen, de lensinrichting in orde was. Daarmede heeft hij een misdraging gepleegd jegens zijn réderij, bevrachters en schepelingen. De Raad straft mitsdien aangeklaagde, kapitein Hendrik Westers, geboren 7 Juni 1919, wonende te Londen, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heren prof. mr. J. Offerhaus, voorzitter, C. H. Brouwer en G. J. Barendse, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 29 December 1950. (Get.) J. Offerhaus; A. Boosman.

1952-03-24: NvhN 24-03-1952: De BORNEO gestrand. Waakhonden beschermden schip tegen plundering. In de nacht van Vrijdag op Zaterdag is in een storm het Groninger kustvaartuig Borneo, 342 ton, bij Workington (Noord-West-Engeland) aan de grond gelopen. Zaterdagmiddag heeft de reddingboot van Workington de bemanning van zes personen en de vrouw van de kapitein van boord gehaald. De Borneo maakte water door gaten in de romp. Een zevende lid van de bemanning was na de stranding, omdat de noodsignalen van het schip door de zware mist niet opgemerkt werden, overboord gesprongen en naar de kust gezwommen. Na een wandeling van enige kilometers bereikte hij een huis. Hij wekte de bewoner en deze belde de kustwacht op. De kustwacht, die op geen andere wijze met de Borneo in contact kon komen, kalkte met grote letters op een muur „sleepboot onderweg” en de bemanning van het gestrande schip gaf door wuiven te kennen, dat de boodschap goed ontvangen was. Een sleepboot bevindt zich in de nabijheid van de Borneo, die met een lading fosfaat op weg was van Antwerpen naar Silloth bij Workington. De Borneo ligt recht. Zijn schroef en roerblad zitten echter klem tussen de rotsen en de machinekamer is onder water gelopen. De kustvaarder zal eerst tijdelijk moeten worden hersteld, voordat hij weer vlot kan worden gebracht en op sleeptouw genomen, om in de haven definitief hersteld te worden. Om het schip tegen plundering te beschermen, brengt men er ‘s nachts twee waakhonden aan boord. Verklaring van de Kapitein: Kapitein H. Westers verklaarde Zondag dat men alleen met luchttanks het schip zal kunnen behouden. Wanneer men dergelijke tanks aan weerskanten van het vaartuig aanbracht, zou het schip de 14 mijl naar de haven van Workington kunnen worden gesleept om daar te worden hersteld. De kustvaarder ligt op korte afstand van de kust ter hoogte van het plaatsje Netherton. Het vaartuig heeft vier gaten in de romp. Bij laag water zijn de uit zeven personen bestaande bemanning en de vrouw van de kapitein weer aan boord gegaan om zoveel mogelijk te redden.
Algemeen Handelsblad 24-03-1952: Nederlandse kustvaarder op Engelse rotskust Lid der bemanning zwom naar wal om hulp In de nacht van Vrijdag op Zaterdag is in een storm het Nederlandse kustvaartuig Borneo, 342 ton, bij Workington (N.W.-Engeland) aan de grond gelopen. Zaterdagmiddag heeft de reddingboot van Workington de bemanning van zes personen en de vrouw van de kapitein van boord gehaald. De Borneo maakte water door gaten in de romp. Een zevende lid van de bemanning was na de stranding, omdat de noodsignalen van het schip door de zware mist niet opgemerkt werden, overboord gesprongen en naar de kust gezwommen. Na een wandeling van enige kilometers bereikte hij een huis. Hij wekte de bewoner en deze belde de kustwacht opDe Borneo was met een lading fosfaat op weg van Antwerpen naar Silloth bij Workington.
De Telegraaf 24-03-1952: Noodsignalen onopgemerkt Ned. zeeman zwom naar de kust. Workington (Noordwest- Engeland), 22 Maart. — Een lid der bemanning van de Nederlandse kustvaarder “Borneo" is vanmorgen vroeg naar de kust van Cumberland gezwommen om te melden, dat zijn schip daar in de buurt aan de grond wes gelopen. Dit was vannacht reeds tijdens een vliegende storm gebeurd, maar de noodsignalen van het schip waren door de mist niet waargenomen. Onmiddellijk voeren de reddingboot van Workington en een sleepboot uit. De „Borneo" bleek geen gevaar te lopen de sleepboot is begonnen haar vlot te trekken. De negen opvarenden (acht mannen en een vrouw) besloten aan boord te blijven. — (Reuter).
NvhN 25-03-1952: De gestrande Borneo. Maandag heeft de bemanning van de Borneo, die Zaterdag bij Workington op de Engelse kust strandde, met behulp van de scheepsreddingboot scheepsbehoeften uit het schip gehaald. Aan boord van de Borneo verblijven nog twee honden van de vrouw van kapitein Westers. Alle honden die Engeland binnenkomen, moeten zes maanden in quarantaine worden gehouden. Daarom heeft mevrouw Westers Zaterdag de honden aan boord van het gestrande schip achtergelaten. Een andere kustvaarder van kapitein Westers is verzocht naar de Borneo te koersen om de twee honden van boord te halen.
Leeuwarder Courant 01-04-1952: De Nederlandse kustvaarder „BORNEO"; (342 ton), die op 22 Maart voor de Cumberland strandde, is gisteren in Whitehaven binnengesleept. Hij zal in Liverpool of Glasgow definitief worden gerepareerd. De Nederlandse coaster „Globe"; die voor de zuidkust van Wales in nood verkeerde, is door een Britse sleepboot naar Falmouth (Zuid Engeland) gesleept.
NvhN 01-04-1952: Borneo binnengesleept. De 342 ton metende Groninger kustvaarder Borneo, die op 22 Maart voor de kust van Cumberland aan de grond liep, is gisteren Whitehaven binnengesleept. Het schip zal in Whitehaven voorlopig worden hersteld en daarna naar Liverpool of Glasgow vertrekken voor volledige reparaties.
Bijvoegsel van de Nederlandsche Staatscourant van Maandag 30 November 1953, no. 232. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: No. 102. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake de stranding van het motorschip „Borneo" nabij St. Bees Head in de Ierse Zee. Betrokkenen: de kapitein H. Westers en de stuurman B. Mulder. Op 21 Maart 1952 is het motorschip „Borneo" op de reis van Antwerpen naar Silloth tijdens slecht zicht gestrand bij St. Bees Head in de Ierse Zee. Eerst op 30 Maart 1952 is het schip na lossing der lading door bergers vlot gebracht. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze stranding en dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet de ramp mede te wijten is aan de schuld van de kapitein van de „Borneo", H. Westers, wonende te Groningen, en van de stuurman, B. Mulder, wonende te Kornwerderzand. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zittingen van 11 Augustus en 6 November 1953, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein en de stuurman, zomede van de Nederlandse vice-consul te Whitehaven, het scheepsdagboek en de door de kapitein gebruikte kaart Blue Back no. 56, St. George's Channel, en hoorde op 11 Augustus 1953 de stuurman en op 6 November 1953 de kapitein, voornoemd, als betrokkenen buiten ede. De voorzitter zette de betrokkenen, aan wie voormelde beslissing was meegedeeld, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hun gelegenheid tot hun verdediging aan te voeren hetgeen zij daartoe dienstig achtten, hun daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motorschip „Borneo" is een Nederlands schip, toebehorende aan J. en H. Westers, te Groningen. Het meet 342 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een 360 pk-motor. Op 18 Maart 1952, te 15.00 uur, vertrok de „Borneo", beladen met 382 ton potas, van Antwerpen met bestemming Silloth. De diepgang was vóór 9 , achter 10'. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 8 personen. Op 21 Maart 1953 werd te 16.00 uur bij logaanwijzing 556 Skerries gepasseerd op naar schatting 2 mijl afstand. Het was regenachtig en door buien was het niet mogelijk geweest een 4-streeks peiling te nemen. Vanaf 16.00 uur werd gestuurd N.O. 1/2 N op het stuurkompas, dat geen fouten heeft. Deze koers liep 2' vrij van St. Bees Head. De kapitein nam aan, dat op dit traject de in- en uitzettende stromen elkaar op zouden heffen. De vaart was 9ľ a 9 ˝ mijl per uur. De wind was Z.Z.W. 5/6. Te 18.00 uur kreeg de stuurman de wacht; deze vaart reeds enige jaren bij deze kapitein en kent de order de kapitein te waarschuwen bij slecht zicht of bijzonderheden. De stuurman heeft verklaard, dat het schip door de van achter inkomende zee slecht stuurde. Het was buiig met af en toe regen; de wind was Z.W. 5/7. De stuurman controleerde de verwachte stromen; hij rekende tegen middernacht bij St. Bees Head te zullen komen. De kapitein had hem geen order gegeven te waarschuwen, indien dit vuur niet tijdig in zicht kwam. De stuurman heeft geen der lichten van het eiland Man gezien. Het echolood kon niet bijgezet worden, omdat men geen registreerpapier aan boord had; dit had men in Antwerpen niet kunnen krijgen. Er werden enige vissersschepen gepasseerd, zowel aan bakboord als aan stuurboord. Te 23.00 uur dacht de stuurman nog 9 a 10 mijl van St. Bees Head te staan en daar hij nog niets zag en ook het mistsein niet hoorde, waarschuwde hij de kapitein. Te 23.05 uur zette hij de motor op langzaam. De kapitein kwam te 23.15 uur op de brug; hij geeft op, dat hij te 23.10 uur werd geroepen. De kapitein schatte het zicht op 2 mijl. Korte tijd nadat de kapitein boven was gekomen, kwamen vooruit op 3 streken aan bakboord twee witte lichten in zicht. Eerst werd gemeend, dat dit de lichten van een schip waren, maar vrijwel tegelijkertijd waarschuwde de stuurman voor branding vooruit. De motor werd direct op volle kracht achteruit gezet, maar nauwelijks sloeg deze aan, of het schip liep te 23.20 uur aan de grond; de log wees 622 aan. Daar het water viel, gelukte het niet vlot te komen. De „Borneo" heeft een dubbele bodem over 2/3 van de scheepslengte van achter af. Bij peiling bleek, dat de lege tanks en het ruim een weinig water maakten, maar de pompen konden dit bijhouden. Te 23.50 uur werd het mistsein van St. Bees Head gehoord. Het bleek de volgende morgen, dat de „Borneo" ongeveer 4 mijl bezuiden deze kaap was gestrand bij het plaatsje Nethertown. Op 22 Maart 1952, te 2.00 uur, was het water zo ver gevallen, dat een matroos aan de wal kon gaan om hulp te vragen. Op de uitgezonden noodseinen was geen antwoord ontvangen. Te 7.00 uur werd van de wal bericht, dat te 8.00 uur een sleepboot zou komen. Toen het water rees, begon het schip te 6.20 uur zwaar te stoten. De kapitein zette de motor op volle kracht achteruit, maar het schip bleef zitten. Te 6.45 uur drong een steen door het vlak van de motorkamer, waardoor deze in tien minuten vervulde. De tanks en het ruim begonnen ook zwaar te lekken en pompen was onmogelijk geworden. Te 15.00 uur, bij laagwater, verlieten alle opvarenden het schip. Tot 30 Maart 1952 verbleven zij in een zomerhuisje dicht bij het schip. Met behulp van boten en bij laagwater werden de meest waardevolle zaken van boord gehaald. Ondertussen losten bergers het schip en dichtten zoveel mogelijk de ontstane gaten; met aan aan boord geplaatste pompen werden ruim en motorkamer leeggepompt. Op 30 Maart 1952, te 12.00 uur, kwam de „Borneo" vlot. Alle opvarenden waren toen aan boord. Een bergingsvaartuig sleepte vervolgens de „Borneo" naar White-haven. Hier is het schip voorlopig gerepareerd. Voor geheel herstel is het 16 April 1952 naar Liverpool vertrokken. Ter zitting van 11 Augustus 1953 verklaarde de stuurman overeenkomstig het hiervóór vermelde. Hij voegde hieraan toe, dat de afstand tot St. Bees Head te 16.00 uur ongeveer 70 mijl was; hij verwachtte dus tegen middernacht bij deze kaap te komen. Het vuur is bij helder weer 25 mijl zichtbaar. Betrokkene rekende er op, dat hij onder de heersende weersomstandigheden het licht zeker op 5 mijl afstand zou zien. Toen hij te 23.00 uur het vuur niet zag, achtte hij het raadzaam de kapitein te waarschuwen; tevens zette hij de motor op langzaam; de vaart was nu 2 a 3 mijl. Betrokkene dacht nog wel 9 a 10 mijl van St. Bees Head te staan. Daar het eiland Man op 14 mijl afstand werd gepasseerd, was het bij het matige zicht begrijpelijk, dat hij de lichten daarvan niet zag. De kapitein heeft er niet over gesproken ten anker te gaan en men heeft niet gelood. Plotseling zag men aan bakboord vooruit twee witte lichten. Even dacht men, dat ze van een schip waren, maar toen men branding zag, begreep men dat het lichten van de wal waren. Hoewel onmiddellijk achteruit werd geslagen, liep de „Borneo" te 23.20 uur aan de grond. De inspecteur voor de scheepvaart merkte op, dat hij zijn conclusie wilde uitstellen tot nadat de kapitein was gehoord. Voorlopig is hij van mening, dat de stuurman tijdig de kapitein heeft gewaarschuwd en dat hij geen schuld heeft aan de stranding en dat tegen stuurman B. Mulder geen strafmaatregel behoeft te worden genomen. Op 6 November 1953 verklaarde de kapitein nog, dat volgens de stroomatlas op het traject van Skerries naar St. Bees Head de stromen evenveel uit als in zouden zetten. Betrokkene werd te 23.10 uur door de stuurman geroepen en ging toen direct naar de brug. Het toplicht straalde, de vaart was reeds geminderd. Betrokkene schatte het zicht op 2 mijl; volgens de log moest men nog 9 mijl van St. Bees Head afstaan; dit vuur is niet gezien; het mistsein is niet gehoord. Het echolood kon niet worden gebruikt, daar men geen registreerpapier daarvoor aan boord had. Er is niet met het handlood gelood. Betrokkene heeft er wel over gedacht om verkenning te gaan verkrijgen op een vuur van Man, maar hij achtte dit te gevaarlijk door de daarvóór liggende bank. Betrokkene is van mening, dat hij te laat is geroepen, want even nadat hij op de brug was gekomen, liep de „Borneo" reeds aan de grond. De inspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de „Borneo" op 21 Maart 1952 reeds lange tijd voer zonder een goed bestek te hebben gehad; 7 uur vóór de stranding heeft de kapitein Skerries slechts even gezien en kon daarvan slechts één keer een peiling nemen. Als men geen goed bestek heeft, is het beter om voor het aanlopen van St. Bees Head het eiland Man te verkennen en daarop zijn bestek te verbeteren. Het is evenwel begrijpelijk, dat de kapitein de directe route van Skerries naar St. Bees Head wilde nemen. Nu het krachtige licht van St. Bees Head niet tijdig werd gezien, was echter alle zorg geboden. Ook zonder dat de kapitein daartoe order had gegeven, had de stuurman de kapitein moeten waarschuwen, nu het licht van St. Bees Head niet tijdig werd gezien. De stuurman riep de kapitein eerst te 23.10 uur; door dit zo laat te doen, is hij mede schuldig aan de stranding. De inspecteur stelt voor de stuurman te straffen door het uitspreken van een berisping. De inspecteur wijst er verder op, dat de gevolgen van de stranding zeer ernstig waren. De opzet van de navigatie berustte bij de kapitein. Hij heeft nagelaten de stuurman order te geven hem op een zeker moment te roepen, indien dan het licht van St. Bees Head nog niet werd gezien. Het echolood kon niet worden gebruikt, omdat er geen papier voor aan.boord was. De kapitein moet zorgen, dat men daar altijd ruim van is voorzien. Men liet na te loden met het handlood. Indien gelood was, zou zijn bemerkt, dat het schip reeds vóór 23.00 uur in gevaar verkeerde. De inspecteur is van mening, dat de navigatie slordig is geweest. De kapitein is reeds twee keer eerder voor de Raad moeten verschijnen. De inspecteur acht het gewenst, dat de kapitein wordt gestraft en stelt de Raad voor de bevoegdheid van kapitein H. Westers gedurende twee maanden te ontnemen. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: De stranding van het motorschip „Borneo" op 21 Maart 1952 bij St. Bees Head is het gevolg van onzorgvuldige navigatie bij het aanlopen van deze kaap. Reeds bij Skerries was het zicht zo slecht, dat op 2 mijl afstand de kapitein maar even zicht van deze vuurtoren kreeg. Desondanks stelde hij zijn koers naar St. Bees Head slechts 2 mijl vrij van het land, hoewel hij nog 70 mijl had af te leggen. Al zouden in grote trekken de te verwachten stromen op dit traject elkaar opheffen, dan kan toch de mogelijkheid van een inzetting van 2 mijl niet worden verwaarloosd. Controle hierop was zeer nodig, vooral daar het vuur van St. Bees Head dicht onder de wal een blinde sector heeft. Het was het beste geweest te trachten verkenning te krijgen op het eiland Man en dan vanaf een goed bestek de kaap aan te lopen. Nu de kapitein besloot de directe route te nemen van Skerries, had hij moeten zorgen, dat geregeld werd gelood om tijdig inzetten te kunnen bemerken. De kust aldaar leent zich zeer goed er voor om op het lood te worden aangelopen. Men heeft echter in het geheel niet gelood. Hoewel een echolood niet tot de verplichte uitrusting behoort, had de kapitein, nu dit apparaat aan boord was, moeten zorgen, dat hij dit te werk kon stellen. Hij moet zorgen, dat hij te allen tijde over voldoende registreerpapier daarvoor beschikt. De Raad is van oordeel, dat de kapitein en de stuurman in gelijke mate schuldig zijn aan deze stranding. De kapitein had de stuurman order moeten geven te loden en hem te roepen, indien op een zeker moment het vuur van St. Bees Head nog niet zou worden gezien. De stuurman had ook zonder order daartoe moeten loden en, zeker nu hij dit niet deed, de kapitein veel eerder moeten roepen. De Raad straft vermits kapitein Hendrik Westers, geboren 7 Juni 1919, wonende te Groningen, door hem de bevoegdheid om als kapitein te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van één maand en straft stuurman Berend Mulder, geboren 20 October 1927, wonende te Kornwerderzand, door hem de bevoegdheid om als stuurman te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van één maand. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, 2de plv. voorzitter, C. H. Brouwer, K. Visser en L. Meulman, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 6 November 1953. (Get.) A. Dirkzwager; A. Boosman.
NvhN 02-12-1953: Kapitein en stuurman van de Borneo met een maand gestraft. De Raad voor de Scheepvaart heeft de 34-jarige kapitein H. W. uit Groningen, en de 26-jarige stuurman B. M. uit Kornwerderzand, van de kustvaarder Borneo gestraft door elk de bevoegdheid om op zeeschepen te varen te ontnemen voor de tijd van één maand. De Inspecteur voor de Scheepvaart had de Raad voorgesteld tegen de stuurman een berisping uit te spreken en de kapitein de bevoegdheid te ontnemen gedurende twee maanden. Het 342 brt metende m.s. Borneo, toebehorende aan J. en H. Westers te Groningen, was op 21 Maart 1952, op reis van Antwerpen naar Silloth (Engeland), tijdens slecht zicht, gestrand bij St. Bees Head in de lerse Zee. Eerst negen dagen later werd het schip, na lossing der lading potas door bergers, vlot gebracht. De Raad is van oordeel, dat de stranding het gevolg is geweest van onzorgvuldige navigatie bij het aanlopen van Kaap St. Bees Head. Reeds bij Skerries was het zicht zo slecht, dat op twee mijl afstand de kapitein maar even zicht van deze vuurtoren kreeg. Desondanks stelde hij zijn koers naar St. Bees Head slechts twee mijl vrij van het land, hoewel hij nog 70 mijl had af te leggen. Het was het beste geweest te trachten verkenning te krijgen op het eiland Man en dan van een goed bestek af de Kaap aan te lopen. Nu de kapitein besloot de directe route te nemen van Skerries, had hij moeten zorgen, dat geregeld werd gelood om tijdig inzetten te kunnen bemerken. Men heeft echter in het geheel niet gelood. Hoewel het niet tot de verplichte uitrusting behoort, was er een echolood aan boord. De kapitein had moeten zorgen, dat hij het apparaat te werk kon stellen en tevens dat hij te allen tijde over voldoende registratiepapier hiervoor beschikte. (Het echolood kon niet worden gebruikt, omdat er geen papier aan boord was). De Raad was tenslotte van oordeel, dat kapitein en stuurman in gelijke mate schuldig zijn aan deze stranding.

1956-04-30: Het Vrije Volk 30-04-1956: Coaster ,Borneo' heeft averij. De 343 ton metende Groningse kustvaarder „Borneo" is zaterdag bij Dover in aanvaring geweest met het lichtschip „Varne". De kustvaarder ging met zware slagzij voor anker. Een Franse sleepboot nam de „Borneo" op sleeptouw naar Londen. De reddingboot is naar Dungeness teruggekeerd. Er bestaat geen gevaar voor de „Borneo".
Friese koerier 01-05-1956: Kustvaarder heeft averij. Dover (Rtr) — Het 343 ton metende Nederlandse vrachtschip „Borneo" is zaterdag bij Dover in aanvaring geweest met het lichtschip Varne. Het schip is met zware slagzij voor anker gegaan Volgens de berichten zijn er geen slachtoffers onder de bemanning, die naar schatting tien koppen telt.

1957-01-03: Door een privépersoon werd beslag op het schip gelegd dat eerst op 16 juni 1959 werd opgeheven. Direct daarna volgde de verkoop.

1958-11-10: NvhN 10-11-1958: Dramatische redding in volle zee. Willem Bethe (Zuidwolde) redde matroos van Groninger coaster.
De 33-jarige Willem Bethe uit Zuidwolde, die als kok vaart op de Groninger coaster Borneo, eigendom van wed. Westers—Tulp, Peizerweg te Groningen, heeft in het Kanaal van Bristol de 18--jarige matroos Henk Sotthewes, die tijdens werkzaamheden overboord was geslagen, het leven gered. Het gebeurde, zoals wij in De Telegraaf lezen, in de ochtend van de 5 november j.l. Toen had de Borneo, die zondagochtend te Amsterdam arriveerde, zijn lading kunstmest in de Britse havenstad Cardiff gelost. Diezelfde middag was de Borneo al weer op weg naar Port Talbot. Er stond een mooi brok wind, toen enige bemanningsleden het ruim aanveegden en het vuil in zakken stopten. Matroos Henk Sotthewes en de eveneens 19-jarige lichtmatroos Theo van Eyk stonden in het bakboord-gangboord om de zakken vuil met een hiewlijn uit het ruim op te hijsen. Plotseling brak de lijn als een draad katoen. Theo van Eyk wist zijn evenwicht te herstellen. Henk Sotthewes sloeg ruggelings over de muur en nooit tevoren leek hem het schip zo hoog en de zee zo wijd. De Borneo ging er met een volle kracht 9-mijlsvaart vandoor. De stroming stuurde de drenkeling nog eens extra de verkeerde kant op. Hij dacht: ik moet me rustig houden en trapte zijn halve-laarzen van de voeten. Hij probeerde ook zijn jack uit te krijgen, maar dat bleef aan. Over twee dikke truien heen, die al gauw loodzwaar van het water werden. Sprong overboord. Toen de kustvaarder zowat een halve mijl van hem weg was, draaide het schip over stuurboord bij. Op de brug wees de trillende wijsvinger van Theo van Eyk. De moeizaam zich drijvend houdende Sotthewes zag over de grauwe golfkoppen de „Borneo" dichterbij schuiven. De afstand werd tot 25 meter verkleind. Toen zette de stroom het schip weer weg. Op dat ogenblik zagen kapitein Renze Brakema en eerste machinist De Leeuwe de kok Willem Bethe zijn schoenen uitschoppen, een boei pakken, zijn bril afzetten en overboord springen. In paniek „Ik raakte in, paniek", zo vertelde Sotthewes over zijn avontuur, „toen het schip weer afdreef, maar kalmeerde toen ik Bethe zag springen. We zwommen op elkaar toe en ik kon de boei grijpen. trok ons aan de lange lijn, welke aan de boei zat, naar de plek waar de loodsladder al langs de scheepswand hing. We hebben ons, aan boord gekomen, stevig afgedroogd en andere kleren aangetrokken. Ik wilde Bethe wat voor de redding geven, maar hij wou er niks van weten....”
De Telegraaf 10-11-1958: „Hou m'n bril effe vast” - Stoere kok redt lichtmatroos in volle zee. Amsterdam, maandag (Van onze speciale verslaggever) Hou m'n bril effe vast! schreeuwde kok Willem Bethe en hij sprong op zijn sokken over de muur. Op hetzelfde ogenblik dat ďk hem overboord zag gaan. voelde ik mijn paniekstemming verdwijnen." — Deze twee nuchtere zinnen moeten dan het hoogtepunt vormen uit een dramatische redding in volle zee. De redding van de 18- jarige Deventer matroos Henk Sotthewes. die op 5 november op de Groninger kustvaarder „Borneo" overboord sloeg en acht minuten lang zich in twee dikke truien en een gevoerd windjack midden in het Bristolkanaal de eenzaamste man ter wereld voelde. In de ochtend van de 5de november loste de zondagmorgen te Amsterdam afgemeerde „Borneo" — eigendom van Westers rederij en in charter varend voor een Londense bevrachter — zijn lading kunstmest in de Britse havenstad Cardiff. Diezelfde middag was de "Borneo" alweer op weg naar Port Talbot en reed op de korte deining van het Bristolkanaal met stuurman Zuurmond te roer. Er stond een mooi brok wind, toen enige bemanningsleden het ruim aanveegden en het vuil in zakken stopten. Volmatroos Henk Sotthewes en lichtmatroos Theo van Eyk (19, uit Naarden) stonden in het bakboord-gangboord om de zakken vuil met een hieuwlijn uit het ruim op te hijsen. Draad brak. Om 8 minuten over halfvier trokken ze de eerste zak omhoog. Het was voorlopig tevens de laatste: de lijn brak als een draad katoen. Theo van Eyk wist zijn evenwicht te herstellen. Henk Sotthewes sloeg ruggelings over de muur en nooit tevoren leek hem het schip zo hoog en de zee zo wijd. De „Borneo" ging er met een volle kracht 9-mijlsvaart vandoor. De stroming stuurde de drenkeling nog eens extra de verkeerde kant op. Hij dacht: ik moet me rustig houden en trapte zijn halve- laarzen van de voeten. Hij probeerde ook zijn jack uit te krijgen, maar dat bleef aan. Over twee dikke truien heen, die al gauw loodzwaar van het water werden. Toen de kustvaarder zowat een halve mijl van hem weg was, draaide het schip over stuurboord bij. Op de brug wees de trillende wijsvinger van Theo van Eyk. De moeizaam zich drijvend houdende Sotthewes zag over de grauwe golfkoppen de „Borneo" dichterbij schuiven. De afstand werd tot 25 meter verkleind. Toen zette de stroom het schip weer weg. Op dat ogenblik zagen kapitein Renze Brakema en eerste machinist De Leeuwe kok Willem Bethe (33, uit Zuidwolde) zijn schoenen uitschoppen, een boei pakken, zijn bril afzetten en overboord springen. „De rest ging onbegrijpelijk snel", vertelde ons gistermiddag Henk Sotthewes. „Ik raakte in paniek, toen het schip weer afdreef, maar kalmeerde toen ik Bethe zag springen. We zwommen op elkaar toe en ik kon de boei grijpen. Men trok ons aan de lange lijn, welke aan de boei vast zat, naar de plek, waar de loodsladder al langs de scheepswand hing. Naar kooi? Welnee — we hebben ons eens stevig afgedroogd en andere kleren aangetrokken, dat is alles. Ik wilde Bethe wat voor de redding geven, maar hij wou er niks van weten....

1980-12-24: Final Fate: Tijdens slecht weer gestrand op een rif van de Fiji eilanden, 23 mijl NNW van het eiland Yandua, ten zuidwesten van Vanva Levu. De bemanning kon na 36 uur door een sleepboot worden gered. 2 januari 1981 vlotgebracht en naar Suva gesleept. Total loss verklaard en in 1983 verkocht aan J.R. Jackson, Suva, Tonga die het schip op 16 november 1983 in brand heeft gestoken om het te reinigen en vervolgens met de sloop is begonnen. Op 31 december 1983 lag ze naast een groter schip ('North Sky', 1603 Brt van 1957) en werd ze tot op de waterlijn gesloopt. Het sloopafval kwam in het ruim van de 'North Sky', die op 10 augustus 1984 vertrok naar Taiwan om ook zelf gesloopt te worden.

Ship Masters Data

Images


Description: 'Borneo'
Image type: Photo

Description: Borneo 1937
Image type: Photo

Description: Borneo 1937 gestrand in 10.1938.
Image type: Photo

Description: 'Borneo'
Image type: Photo

Description: Marina 1937 ex Borneo.
Image type: Photo

Description: Borneland 1937 ex Marina ex Borneo.
Image type: Photo

Description: Brio 1937 ex Borneland ex Marina ex Borneo.
Image type: Photo
Sources