Name ship: BREEZAND

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1937
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5051054
Nat. Official Number: 7818 Z ROTT 1951
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Raised quarter deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Béliard, Crighton & Cie. S.A., Ostend (Oostende), Belgium
Yardnumber: 70
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1937-12-00
Technical Data

Engine Manufacturer: S.A. John Cockerill, Seraing, Belgium
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 360
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Cockerill Type (220x370)
Speed in knots: 9.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 310.00 Net tonnage
Deadweight: 700.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 34020 Cubic Feet
Bale: 32015 Cubic Feet
 
Length 1: 51.01 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 48.06 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.74 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.63 Meters Depth, moulded
Draught: 3.22 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1951-00-00: 1951 verbouwd en van een nieuwe hoofdmotor voorzien: 4tew 8 cil. 390 Pk MAN Type (285x420) 8,5 Kn.

1957-00-00: 1975 nieuwe hoofdmotor: 2tew 5 cil 500Pk Alpha Type (260x400) 9,5 Kn.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1937-12-00 MARIE FLORÉ
Manager: Armement René Geurts, Antwerp, Belgium
Owner: Armement René Geurts, Antwerp, Belgium
Shareholder:
Homeport / Flag: Antwerp / Belgium
Callsign: OOZL
Additional info:

Date/Name Ship 1951-11-21 BREEZAND
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Netherlands
Owner: N.V. Boele's Scheepswerven & Machinefabriek, Bolnes, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Bolnes / Netherlands
Callsign: PDPG
Additional info:

Date/Name Ship 1960-02-29 BREEZAND
Manager: Gösta Dampegård, Skärhamn, Sweden
Owner: Gösta Dampegård, Skärhamn, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Skärhamn / Sweden
Callsign: SHYX
Additional info:

Date/Name Ship 1970-00-00 BREEZAND
Manager: Stig H. Björnhage P/R, Skärhamn, Sweden
Owner: Stig H. Björnhage P/R, Skärhamn, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Skärhamn / Sweden
Callsign: SHYX
Additional info:

Date/Name Ship 1981-00-00 MAGDALENA
Manager: Gösta Karl Johan Bagenholm, Skärhamn, Sweden
Owner: Gösta Karl Johan Bagenholm, Skärhamn, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Skärhamn / Sweden
Callsign: SHYX
Additional info:

Ship Events Data

1949-07-01: Onderweg van Antwerpen naar Londen, na een aanvaring met het Noorse motorschip 'Ragnhild Brovig' in de monding van de Schelde voor de Belgische kust gezonken. Op 3 juli 1950 werd het wrak geborgen en naar Vlissingen gesleept. In 1951 verkocht aan Boele te Bolnes.

1951-11-22: Op 22-11-1951, als BREEZAND, zijnde een stalen motorschip, groot 1414.74 m3 bruto inhoud, volgens meetbrief 8458, afgegeven te 's Gravenhage d.d. 01-06-1951, liggende te Bolnes, door T. van 't Hof, scheepsmeter te Rotterdam, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 7818 Z ROTT 1951 op het achterschip midscheeps in achterwand dekhuis, 4.60 M. uit hekplaat, 0.00 M. uit lengteas en 1.52 M. boven dek.

1952-02-06: Het Vrije Volk 06-02-1952: Breezand zendt noodseinen uit. Blijkens een door Seaforth- Radio ontvangen bericht van de loodsboot van Liverpool heeft de loodsboot seinen opgevangen van het Nederlandse schip „Breezand" volgens welke het schip bij de haven van Sligo (graafschap Connanght, Zuid-lerland) is gestrand. Het verkeert in nood en behoeft onmiddellijk hulp. De kustvaarder „Breezand"- is eigendom van Holschers Kustvaartbedrijf in Rotterdam, meet 499 brutoregisterton en werd in December van het vorig jaar in de vaart gebracht.
NvhN 06-02-1952: De „Breezand” voor Ierse kust in nood. Blijkens een door Seaforth Radio ontvangen bericht van de loodsboot van Liverpool heeft de loodsboot seinen opgevangen van het Nederlandse schip „Breezand” volgens welke het schip bij de haven van Sligo (graafschap Connaught, Zuid-lerland) is gestrand. Het verkeert in nood en behoeft onmiddellijk hulp.
Leeuwarder Courant 07-02-1952: Geen onmiddellijk gevaar voor de gestrande „Breezand”. De 301 metende kustvaarder „Breezand” , eigendom van de rederij Tj. Tjakkes te Groningen, is gestrand op een zandbank in de ingang van de haven van Sligo (graafschap Connaught, Zuid- lerland). Gisteren zijn alle pogingen om het vaartuig vlot te slepen, mislukt; men zal hier vanmorgen mee voortgaan. Er bestaat geen onmiddellijk gevaar voor het schip. Aan boord van de „Breezand” bevindt zich een uit acht koppen bestaande bemanning. Het schip is ingericht voor het vervoer van steenkool.
NvhN 08-02-1952: De Breezand vlotgekomen. De Breezand, de Groninger coaster die bij de haven van Sligo (Zuid lerland) was gestrand, is gisteren op eigen kracht vlot gekomen en doorgevaren naar Sligo. Bijzonderheden over de opgelopen schade ontbreken nog.

1957-02-11: Onderweg van La Pallice naar Bayonne, gezonken in de monding van de Adour, bij Bordeaux.
Het Vrije Volk 11-02-1957: Kustvaartuig bij Bayonne gestrand. Het Rotterdamse kustvaartuig „Breezand” is bij Bayonne gestrand. Het schip heeft een lek in de machinekamer, die vol water staat. De motor kan niet draaien. De „Breezand” kan niet vlotgetrokken worden voordat het gat in de scheepswand is gedicht. Daar het weer gunstig is, bestaat er geen gevaar.
Friese Koerier 12-02-1957: Groningse kustvaarder voor Franse kust gestrand. BAYONNE (UP) — De 310 ton metende Groningse kustvaarder „Breezand” is maandag, nadat de golven het schip op het strand bij Bayonne gezet hadden, door acht leden van de bemanning verlaten, maar kapitein A. Mulder uit Delfzijl is aan boord van zijn schip gebleven.
Kapitein Mulder is alleen even van boord geweest om met enkele Franse autoriteiten een korte bespreking te voeren. Daarna keerde hij direct terug aan boord. Zolang hij er is kunnen de bergers zijn schip niet tot buit verklaren.
De Tijd 12-02-1957: Nederlands kustvaartuig aan de grond. Het Nederlandse kustvaartuig Breezand is bij Bayonne gestrand. Het schip heeft eén lek in de machinekamer die vol water staat. De motor kan niet draaien. De Breezand kan niet vlotgetrokken worden voordat het gat in de scheepswand is gedicht. Daar het weer gunstig is, bestaat er geen onmiddellijk gevaar. Acht leden van de bemanning zijn per reddingsbroek van boord gegaan. Kapitein Mulder uit Delfzijl is op zijn schip gebleven.
NvhN 14-02-1957: Breezand niet verloren. De kustvaarder Breezand, die maandag bij Bayonne op een wrak is lek geslagen en daarna gestrand, wordt niet als verloren beschouwd. Men wacht echter tot de storm, die nog steeds bij Bayonne woedt, is geluwd. Pas dan kan gezegd worden, wat er met het schip zal gebeuren. De assuradeuren zullen dan een beslissing nemen. Men neemt aan, dat kapitein Mulder (uit Delfzijl) nog steeds op de Breezand is, aangezien hij vandaag nog geen contact heeft gehad met de eigenaar. Boele's Scheepswerven en Machinefabriek. Bij bepaald getij kan de kapitein het schip verlaten en betreden.
NvhN 20-02-1957: BREEZAND kon niet vlot komen. Schip wordt als totaal verloren beschouwd. De pogingen van bergingsploegen om het 310 ton metende Nederlandse vrachtschip Breezand (kapitein A. Mulder uit Delfzijl) dat op 11 februari tijdens een storm voor de monding van de rivier de Adour aan de grond is gelopen, vlot te krijgen zijn gisteren opgegeven. Een zeewaardige sleepboot uit Bordeaux trachtte gisteravond en vanmorgen de kleine stoomboot van het strand te krijgen, maar niet in staat het schip in beweging te krijgen, ondanks een vaargeul die door een bulldozer was gegraven. Men beschouwt het schip als totaal verloren.
Leeuwarder Courant 17-04-1957: „Breezand” op weg naar Rotterdam. De Nederlandse kustvaarder „Breezand” die enige maanden vast heeft gezeten voor de monding van de Franse rivier Adour en zondag jl. is vlotgetrokken, is nu op weg naar Rotterdam. Het schip is dinsdagavond vertrokken uit de haven van Bayonne, gesleept door de sleepboot „Titan” van bureau Wijsmuller in IJmuiden.
De Telegraaf 23-04-1957: Bulldozers brachten redding. „Breezand” na twee maanden harde strijd weer thuis „We lieten de hoop weleens varen”. (Van onze speciale verslaggever. Rotterdam, dinsdag. „Aan de bewoners van Boucau. Frankrijk - goed aangekomen - bedankt voor alles en tot spoedig weerziens - kapitein en bemanning Breezand”. Nauwelijks had kapitein A. Mulder (27) uit Delfzijl zondagavond de kustvaarder ..Breezand” aan de Rotterdamse Stieltjeskade gemeerd, of hij gaf zijn waterklerk dit telegram te verzenden. Daarmee gaf de kapitein ziin afhalers” meteen een indruk van de vriendschap, die met de Fransen was ontstaan. De ruim twee maanden, dat, wij daar bij de monding van de Adour op het strand hebben gezeten, waren voldoende voor de hele bemanning om — zij het dan officieus — ereburgers te worden van dit kleine stadje. Van de dag af, dat de „Breezand” (449 ton) naast de pieren van Boucau terecht kwam -- op 11 februari — leefden de bewoners met het wel en wee van het schip mee. „Er waren er, die dagelijks op het strand kwamen kijken en toen wij op 14 april eindelijk los kwamen, waren de mensen wild van enthousiasme. „Verloren”. Trouwens, niemand had gedacht, dat de ..Breezand” ooit weer vrij zou komen. ..Niet ver van de plek. waar wij strandden, lag het wrak van een Hollands schip en bij onze stranding zijn wij over het wrak van een daar in 1936 aan de grond gelopen Spaans schip heengeslagen.„In de ogen van de Boucau-ers was ons schip ook verloren. De kapitein van de „Breezand” wil best weten, dat hij de hoon voor zijn schip ook wel eens liet varen: het maken van een vaargeul voor zijn, schip was een verschrikkelijk karwei. Niet zodra had men de romp van het schip vrij, of de vloed kwam op. Het zand sloot zich er dan weer zo vast omheen, dat men zonder ladder van boord kon komen. Met een paar bulldozers — die de brandweer van Bayonné beschikbaar had — en met brandslangen is men ten slotte het zand de baas geworden. De “Breezand” is toen gaan draaien: via lieren trok het schip zich vrij met een in zee uitgebracht anker, waarna de sleepboot “Titan” van bureau Wijsmuller in IJmuiden al zijn paardenkrachten in de strijd gooide.
Het Vrije Volk 29-05-1957: Na stranding bij Bayonne Kapitein “Breezand” nalatig geweest? (Van een onzer verslaggevers) Op de vroege morgen van de elfde februari 1957, terwijl de Rotterdamse kustvaarder „Breezand” steeds dichter op de gevaarlijke Franse oceaan kust liep, stonden kapitein en stuurman op de brug te discussiëren. Waar kon een loods worden opgepikt? De kapitein zei: voor Bayonne. De stuurman hield het op St. Jean de Luz. De onzekerheid duurde een uur...
In die tijd werd er geen navigatie gevoerd, geen enkele peiling verricht. De „Breezand” liep bij Bayonne hoog op het strand. Pas 2 maanden later — ten koste van tienduizenden guldens — kon het schip worden vlotgetrokken. De hoofdinspecteur voor de Scheepvaart, de heer J. Metz, noemde de stranding „een gevolg van de nalatigheid van de kapitein en stelde de raad voor de 27-jarige A. M. uit Delfzijl het diploma voor drie maanden te ontnemen. Het motorschip „Breezand” had urenlang in een stormachtige Golf van Biscaje ten anker gelegen. Toen de storm was geluwd, voer de lege kustvaarder in de richting van Bayonne, het doel van deze reis. De kapitein vroeg een kuststation radio-telefonisch om inlichtingen. Hij kreeg de boodschap: „Vaar door naar St. Jean de Luz— een havenplaats dicht in de buurt. Kapitein M. verstond de plaatsnaam niet goed en hoewel de stuurman, die meegeluisterd had, volhield dat het schip, overeenkomstig de aanwijzing van de wal, onmiddellijk zijn koers moest wijzigen, bleef de kapitein voor Bayonne wachten. Het ergste was dat de „Breezand” steeds dichter op de kust aanliep en ten slotte als een bal in de branding heen en weer werd geworpen. Het kuststation gaf hem nog de raad te proberen zo hoog mogelijk op het strand te komen. De „Breezand” bleef twee maanden vastzitten en er moesten verschillende geulen worden gegraven om het schip vlot te krijgen. „Het lijkt me dat u een steek hebt laten vallen, zei de voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart. „Het is merkwaardig, vond
hoofdinspecteur Metz, „dat de kapitein, na de onzekerheid over de loods en tijdens de discussie met de stuurman, een uur lang geen peilingen heeft verricht. Hij heeft zich niet goed gerealiseerd dat men 's nachts geen juist gevoel kan hebben voor de afstand van een kustlicht recht vooruit. Dat is een val voor de nauticus. Deze kapitein is erin gelopen. Hij heeft zijn vermogen en zijn kunde overschat en geen gebruik gemaakt van alle controlemiddelen. Ik zie het niet als nonchalance van deze jonge, maar ervaren kapitein, maar als een verkeerde beoordeling van zijn eigen kunde. De Raad voor de Scheepvaart zal schriftelijk uitspraak doen.
De Telegraaf 31-05-1957: Kapitein van ,BREEZAND' maakte grove fout. Eis: drie maanden zonder diploma. (Van een onzer verslaggevers) Amsyerdam, woensdag . Hij maakte in Frankrijk vele vrienden — de burgemeester van het haven-plaatsje aan de Adour. Boucau sloeg hem bij het afscheid op de schouder en sprak: ..Voor mij zijt ge een ereburger. Dat waren de prettige gevolgen voor kapitein A. Mulder (27) uit Delfzijl, die in februari vlak bij Bayonne met zijn kustvaarder „Breezand” (499 ton) op het strand liep. Vandaag moest hij de minder prettige gevolgen ondergaan! In de zaal van de Raad voor de Scheepvaart in Amsterdam kreeg hij te horen, dat de inspecteurgeneraal hem voor de tijd van drie maanden het kapiteinsdiploma wil ontnemen. „Wat u deed, was een grove fout — een uur lang liet u uw schip op de kust afvaren, terwijl u niet wist waar u zat. De ..Breezand”; kwam van St. Jean de Luz en verscheen in de vroege morgen van 11 februari voor de monding van de Adour — de rivier naar Bayonne. Tot een uur voor de stranding was er een goede navigatie gevoerd. Toen kwamen de blunders: zonder een peiling te nemen liet kapitein Mulder zijn schip op een rood licht aan de wal aanlopen. Intussen telefoneerde kapitein Mulder met een radiokuststation. waarvan hij hoorde, dat er voor de monding van de Adour geen loodsboot voer. Hij begreep het echter verkeerd. In de veronderstelling, dat elk ogenblik een loods aan boord zou komen, naderde de „Breezand” steeds meer de pieren. Maar er kwam geen loods en op het laatste moment besloot de kapitein zijn schip te draaien. Dit gelukte gedeeltelijk — de pier voer hij vrij. Toen kwamen er een paar zware brekers achter elkaar. Het schip werd opgenomen en in de branding gezet, dwars op de kust. Door het vieren van de ankers heeft de kapitein tot tweemaal toe een poging gedaan, vrij te blijven van het strand — maar dit mislukte. Nauwelijks een paar minuten later zat het schip hoog op het strand — met de z.g. „broek” aan een overgeschoten lijn werd de bemanning van boord gehaald. In de morgen bij eb kon men om het schip heenlopen. De inspecteur zei vanmorgen, dat de kapitein veel eerder zijn schip had moeten draaien, „ik denk, dat u de afstand van uw schip tot de pier hebt overschat. Ruim twee maanden heeft het schip op de kust gezeten — toen kon het, al was net een heksentoer, worden vlotgebracht door de sleepboot „Titan” uit IJmuiden.
Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van donderdag 18 juli 1957, nr.137. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: No. 46 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake de stranding van het motorschip „Breezand" voor Bayonne. Betrokkene: de kapitein A. Mulder Op 11 februari 1957 is het motorschip „Breezand" op de reis van La Pallice naar Bayonne voor de Adour gestrand. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze stranding en dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de kapitein van de “Breezand". Alko Mulder, wonende te Delfzijl. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 29 mei 1957. in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart. De raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces- verbaal van het verhoor van de kapitein en van de stuurman, zomede van de te Bayonne afgelegde scheepsverklaring, het scheepsdagboek en de Engelse kaarten nrs. 1104: Bay of Biscay, 2665: Rio Badasoa to Pointe d'Arcachon, en 1343: Adour River from the entrance to Bayonne. en hoorde de kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette de betrokkene, aan wie voormelde beslissing was meegedeeld, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en bescheiden is de raad het volgende gebleken: Het motorschip „Breezand" is een Nederlands schip, toebehorende aan N.V. Boele's Scheepswerven, te Bolnes. Het meet 499 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 395 pk motor. Op 9 februari 1957, te 18 uur, vertrok de „Breezand" in ballast van La Pallice met bestemming Bayonne. De diepgang was voor 4', achter 10'. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 8 personen. De kapitein voer 3 jaar als zodanig en was sinds 1 jaar kapitein op de „Breezand". Zowel hij als de stuurman waren in het bezit van het diploma S. II. Daar er een Z.W.-storm heerste, is de „Breezand" te 19.20 uur ten anker gegaan op de rede van La Pallice. De volgende morgen was de wind belangrijk in kracht afgenomen. De kapitein liet te 8.40 uur anker hieuwen. Met diverse koersen voer het schip naar buiten. Te 11 uur werd Pointe de Chassiron 107° r.w. op 2 mijl afstand gepeild: de koers werd toen 197° r.w. Te 22.15 uur werd Cap Ferret met de richtingzoeker dwars gepeild op 27 mijl afstand. Te 0 uur van 11 februari werd de koers 168° r.w. De wind was W.N.W. geworden en afgenomen van 4/5 tot 2/3. Het weer was goed en het zicht helder. De kapitein liep de H.W. Hij gaf te 4 uur de stuurman opdracht in koers 168° door te blijven varen, goed te letten op in zicht komen van de vuren van de wal en te letten op het echolood, de Fosse de Cap Breton aan te loden en om, wanneer de 100vaamlijn weer gepasseerd zou worden, de kapitein te roepen. Te 6.40 uur heeft de stuurman een kruispeiling genomen van 3 vuren, Saint Jean de Luz (Tour de Bordegain), Pointe de St. Martin en de toren van de Adourrivier. De kapitein, die reeds op de brug was, liet koers veranderen tot 120° r.w., recht op de mond van de Adourrivier aan. Hij trachtte tevergeefs met de Aldislamp de vuurtoren op te roepen om een loods te vragen en riep daarna per radiotelefoon de loods voor de Adour op. Na enige tijd antwoordde Arcachon Radio; na zich in verbinding te hebben gesteld met de Adour, gaf deze radio ten antwoord: „Proceed to St. Jean de Luz roads, pilot will come on board.". De kapitein verstond in plaats van St. Jean de Luz: proceed to Bayonne. Het was nu goed weer; de wind was Z.Z.W.-3; de deining, die op zee hoog was geweest, was afgevlakt. De machine stond vanaf 7 uur op langzaam, het echolood stond bij, de stuurman riep de aanwijzingen daarvan af. De kapitein keek uit naar de loodsboot en het bijzetten van de groene geleidelichten. Toen de kapitein de opmerking maakte: ,,De loods zal nu wel spoedig komen.", antwoordde de stuurman: „Ja, maar de loods komt hier niet, wij moeten naar St. Jean de Luz roads.". Het begon toen daglicht te worden. De kapitein hoorde dat met verbazing aan; hij was ten volle overtuigd, dat gezegd was naar de rede van Bayonne te gaan. Hij besloot voor zekerheid evenwel nog eens radiotelefonisch .te gaan vragen. Toen bleek, dat de stuurman gelijk had en dat men de loods op de rede van St. Jean de Luz over moest nemen. Het schip was ondertussen steeds dichter bij de wal gekomen. Men had na 6.40 uur geen peiling meer genomen; door de nog heersende duisternis zag men de hoge branding op de kust niet; ter plaatse, waar het schip voer, was het nog rustig. Direct nadat de kapitein het laatste bericht van Arcachon-radio had gehoord, liet hij het roer stuurboord aan boord draaien en zette hij de machine op volle kracht vooruit. Nadat het schip 90° was gedraaid en ongeveer evenwijdig lag aan de kust op een Z.W.- lijke koers, troffen 2 zware brekers het schip en wierpen de kop naar de richting van de pieren. De kapitein liet terstond volle kracht achteruitslaan en liet beide ankers vallen om vrij van deze pieren te komen. De kapitein durfde het schip niet op de ankers rond te laten zwaaien en gaf met hard b.b.-roer volle kracht vooruit. Het gelukte vrij van de pieren te blijven en even ten noorden daarvan slaagde de kapitein erin de kop van het schip recht op de brekers te krijgen. De „Breezand" bevond zich nog in de uiterste brekers. Nu werden de ankerkettingen ingehieuwd. Toen te omstreeks 7.30 uur de ankers juist vrij waren van de grond, kwamen weer 2 zware brekers aanzetten; deze sloegen het schip weer evenwijdig aan de kust, doch nu met de kop om de N.O. Weer liet de kapitein beide ankers vallen. Hij liet de machine vooruitdraaien om vrij te komen van de obstakels benoorden de pieren, blijkbaar een wrak. Dicht bij dit wrak stootte te 7.40 uur het schip zwaar aan de grond en stopte de machine. Direct hierna raakte het schip ter hoogte van de machinekamer het wrak. De Adourloods waarschuwde toen om de ankerkettings flink af te vieren om zoveel mogelijk evenwijdig aan de kust te komen. De deining wierp het schip op het strand; de motorkamer begon water te maken. Via Bordeaux-radio adviseerde de Adour-loods om het schip niet vóór hoogwater te verlaten. Een wippertoestel werd aangebracht. Daar de autoriteiten aan de wal bevreesd waren, dat het schip na hoogwater zou omvallen, daar het op drijfzand stond, werd aangeraden toen het schip te verlaten. Dit is zonder ongevallen uitgevoerd. Eerst op 14 april is het de firma Goedkoop, te Amsterdam, gelukt de „Breezand" vlot te slepen. De stuurman heeft nog verklaard, dat hij op 11 februari 1957 te 4 uur op wacht kwam. Overeenkomstig ontvangen order heeft hij te 6.40 uur, nadat hij de Fosse de Cap Breton had aangelood en een goede kruispeiling had verkregen, de kapitein geroepen. Men stond toen 7½ mijl in richting 300° van het vaste rode vuur van de Adour. Toen de kapitein bovenkwam, nam de stuurman het roer over. De stuurman kon goed horen hoe de kapitein in het Engels sprak met Bordeaux-radio en dat dit station zei de loods op de rede van St. Jean de Luz over te nemen. Door storing had het moeite gekost de verbinding tot stand te brengen. Men voer langzaam naar de mond van de Adour. De stuurman verklaarde, dat bij hem niet het idee is opgekomen om bij het instomen peilingen te nemen. Toen bleek, dat de kapitein meende, dat de loods voor de Adour aan boord zou komen, wees de stuurman hem erop, dat de radio had gezegd naar St. Jean de Luz te gaan. De kapitein verifieerde dit door weer Bordeauxradio op te roepen. De kapitein bleek zich te hebben vergist. Nu werd het roer stuurboord aan boord gedraaid. Toen het schip over ongeveer 8 streken was gedraaid, werd door een paar zeeën de kop weer op de oude koers teruggegooid. Nu werd eerst volle kracht achteruitgeslagen, dan weer volle kracht vooruit met het roer bakboord aan boord. Men kreeg steeds weer harde klappen en ondanks het presenteren van beide ankers strandde het schip, na op een wrak te hebben gestoten; de motorkamer liep vol. De stuurman zegt, dat hij tevoren nooit te Bayonne was geweest, maar de kapitein enige keren; hij vertrouwde daarom geheel op het beleid van de kapitein. Het echolood heeft steeds bijgestaan. Ter zitting verklaarde de kapitein geheel overeenkomstig liet hiervóór vermelde. Hij voegde daaraan toe, dat hij de zeilaanwijzingen voor het aanlopen van de Adour tevoren had bestudeerd. Hij wist, dat deze aangeven, dat de loods voor Bayonne op de rede van St. Jean de Luz moet worden overgenomen. Hij was tevoren enige keren te Bayonne geweest. Hij had deze haven toen bij daglicht aangelopen en het was toen goed weer geweest. Betrokkene meende, dat alleen bij minder gunstig weer de loods op de rede van St. Jean de Luz moest worden overgenomen, doch dat deze bij goed weer weer voor de pieren van de Adour aan boord komt. Daar had hij ook vorige reizen de loods gekregen. Betrokkene verklaarde, dat hij, toen hij op 11 februari, spoedig nadat hij te 6.40 uur was geroepen, op de brug kwam, de peiling van 6.40 uur, welke de stuurman in de kaart had gezet, heeft gecontroleerd. Betrokkene liet koers veranderen naar het licht van de Adour: de koers was 120°. Te 7 uur werd de vaart geminderd tot langzaam. Betrokkene heeft de roerganger de andere opvarenden laten roepen; de stuurman nam het roer over. Vanaf de plaats achter het stuurrad kon de stuurman het echolood aflezen; hij gaf geregeld aan betrokkene de diepten door. Er zijn na 6.40 uur geen peilingen meer genomen. Betrokkene was van mening, dat hij een voldoend zuiver bestek bijhield, nu hij de koerslijn in de kaart had staan en de stuurman hem geregeld de diepten opgaf; het was tijdens het aanlopen van de kust juist laagwater. Betrokkene gaf aan, dat hij het plan had om door te gaan totdat hij de 5-vademlijn zou hebben bereikt en dat hij dan wilde opdraaien en zo nodig ten anker gaan en dan wilde wachten totdat de loods naar buiten kwam. Vóór die tijd was gebleken, dat betrokkene zich had vergist en niet naar de mond van de Adour had moeten gaan. maar naar de rede van St. Jean de Luz had moeten stomen om daar de loods op te pikken. De stuurman maakte hem opmerkzaam op deze vergissing. Voordat hij zich had overtuigd door nog eens Arcachon-radio te vragen, was het schip doorgelopen tot waar het echolood 5 vaam aanwees. Betrokkene liet volle kracht vooruitslaan en het roer stuurboord aan boord draaien. Tevoren was niets van hoge deining bemerkt, maar toen het schip juist 8 streken naar stuurboord was gedraaid, troffen twee zware deininggolven het schip en sloegen het weer terug naar bakboord tot op de oude koers. Betrokkene liet toen volle kracht achteruitslaan en liet beide ankers vallen. Met b.b.-roer en vooruitdraaiende machine draaide het schip bakboorduit en was toen vrij van de pieren. Toen het schip met de kop op de deining lag en de ankers met 60 vaam ketting achteruit stonden, werden deze, terwijl de machine volle kracht vooruitdraaide, ingehieuwd. Dit duurde wel een kwartier. Juist toen de ankers vrijkwamen van de grond, werd het schip weer door enige zware zeeën getroffen; het sloeg naar stuurboord en hoewel weer beide ankers werden gepresenteerd, werd het nu op het strand geslagen. Daarbij kwam het schip ter hoogte van de machinekamer in aanraking met een aldaar liggend wrak en begon de machinekamer vol te lopen. Arcachon-radio heeft nog geadviseerd de kettingen te vieren en te trachten zo hoog mogelijk op het strand te komen, evenwijdig aan de kust. Dat is gelukt. Op het moment, dat het schip strandde, te 7.40 uur, begon het licht te worden. Betrokkene deelde de raad nog mee, dat hij had gehoopt zo tijdig te Bayonne te komen, dat hij te 8 uur had kunnen aanvangen met de belading. Tijdens het varen naar de kust was het niet opgevallen, dat dicht bij de kust zulk een hoge branding stond. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat het motorschip „Breezand", dat op 9 februari 1957 van La Pallice was vertrokken, op de D.W. van 11 februari de rede van Bayonne naderde. Op de navigatie tot dat tijdstip zijn geen bemerkingen te maken. De orders, die de kapitein te 4 uur aan de stuurman gaf, waren goed. De stuurman nam te 6.40 uur een kruispeiling; de kapitein kwam daarna op de brug. De stuurman nam nu het roer over en de kapitein leidde vandaar zelf de navigatie. Hij liet 120° sturen naar de mond van de Adour, omdat hij meende daar de loods over te kunnen nemen. De kapitein heeft eerst nog de door de stuurman in de kaart gezette peiling gecontroleerd; de hoofdinspecteur merkt op, dat dit van veel zorgvuldigheid getuigt. Aanvankelijk voer men nog volle kracht, maar vanaf 7 uur langzaam. Zo voer de „Breezand" in het donker naar de kust, waar men vooruit het licht aan de mond van de Adour zag. Hoewel de kust aldaar zeer goed bevuurd is en het helder weer was, zijn geen peilingen meer genomen. Bij het aanlopen van een kust moet de kapitein zich bewust zijn, dat hij deze niet dichter mag naderen dan een bepaalde lijn, die hij beter in de kaart kan aangeven. Het is daarom nodig, dat geregeld kruispeilingen worden genomen. Het is vrijwel onmogelijk om bij nacht de afstand te schatten tot een licht, dat men recht vooruit heeft. Daarvoor zijn controlemiddelen nodig, allereerst het nemen van kruispeilingen en dan eerst het echolood. De kapitein is zijn plicht om door peilingen zijn bestek te controleren niet nagekomen. Nu bij nacht beoordeelde de kapitein zijn eigen kennis van de rede verkeerd. Toen het schip over stuurboord rond zou draaien, bleek het in de branding te zitten. De kapitein geeft wel op als verweer, dat hij de navigatie controleerde door te letten op aanwijzingen van het echolood, maar dat verweer is van weinig waarde. Hij wilde toch doorgaan tot aan de 5- vaamlijn. Dat is daar veel te dicht bij de gevaren van de kust, vooral waar de diepten aldaar zo aan veranderingen onderhevig zijn. Indien peilingen waren genomen, zou de kapitein niet zo ver zijn doorgegaan. Toen het schip eenmaal op lager wal was gekomen, zijn nog verschillende manoeuvres gemaakt, maar men kon niet voorkomen, dat het schip strandde. Met veel moeite en met grote kosten kon het eerst na 2 maanden worden vlotgebracht. De hoofdinspecteur merkt op, dat er geen verband is tussen het vragen om een loods en de navigatie tot aan de stranding. In elk geval had de kapitein niet zo dicht bij de kust mogen komen. De kapitein is ten volle aansprakelijk voor deze ramp. De hoofdinspecteur merkt op, dat, hoewel soms gevreesd wordt, dat ongelukken, aan kusters overkomen, verband houden met de schaarste aan gediplomeerd personeel, waardoor vaak dispensatie moet worden verleend, op de „Breezand" zowel de kapitein als de stuurman in het bezit waren van het diploma 2de stuurman G.H.V. De hoofdinspecteur stelt de raad voor kapitein A. Mulder, wegens diens te kort schieten in beleid, te straffen door hem de bevoegdheid om als kapitein te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van 3 maanden. Het oordeel van de raad luidt als volgt: Op grond van het gehouden onderzoek is de raad van oordeel, dat de stranding van het Nederlandse motorschip „Breezand" op 11 februari 1957 op de Franse kust voor Bayonne hieraan moet worden geweten, dat de kapitein van dat schip, betrokkene Alko Mulder, de moeilijkheden en gevaren, verbonden aan het naderen van de monding van de Adour-rivier onder de toen heersende omstandigheden, heeft onderschat, daarbij onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de hem bij zijn navigatie ten dienste staande hulpmiddelen en tot op zekere hoogte ook in goed zeemanschap is te kort geschoten. Allereerst is wel gebleken, dat betrokkene, die tevoren enige malen ter plaatse was geweest, doch telkens overdag bij goed weer en dan vóór de Adour-rivier een loodsboot had aangetroffen, het varen naar de monding van die rivier op zijn reis naar Bayonne, terwijl de dag nog niet was aangebroken en ruim 24 uren nadat een hevige Z.W.-storm had gewoed, al te licht heeft opgevat. De raad meent, dat daarbij de verwarring, welke ontstaan is tussen betrokkene en zijn stuurman over de vraag of de loods voor St. Jean de Luz of voor Bayonne moest worden afgehaald, welke verwarring waarschijnlijk achterwege zou zijn gebleven, indien betrokkene zijn zeilaanwijzingen nauwkeurig had geraadpleegd, niet van veel belang is, al heeft deze verwarring vermoedelijk de aandacht van betrokkene voor zijn navigatie ongunstig beïnvloed. In ernstige mate te laken vindt de raad echter, dat betrokkene, eerst met volle kracht vooruitvarend en na 7 uur langzaam aan doende, recht op de monding van de Adour-rivier is toegevaren en deze koers is blijven varen, terwijl hij daarbij geen enkele dwarspeiling heeft genomen of laten nemen, doch de afstand tot voornoemde riviermonding heeft geschat aan de hand van het groene havenlicht recht vooruit, waarbij de controle, uitsluitend door het echolood, onvoldoende was. Daarnaast acht de raad het absoluut onjuist, dat betrokkene met zijn schip in gemelde koers wilde doorvaren tot de 5-vaamlijn bereikt zou zijn, alvorens eventueel op te draaien en zo nodig ten anker te gaan om aldus een loods af te wachten. Deze lijn was te dicht bij de kust en het gevolg hiervan is geweest, dat, toen de 5-vaamlijn bereikt werd, juist op het moment, dat aan betrokkene bleek, dat hij de loods niet voor de Adourmonding, maar voor St. Jean de Luz moest afhalen, de ,,Breezand" reeds zeer dicht bij de kust was terechtgekomen en bij de brekers van de toen zeer hoge branding. De eerste manoeuvre om uit deze gevaarlijke situatie te geraken door hard s.b.-roer te geven met volle kracht vooruit leek aanvankelijk succes te zullen hebben, doch toen het schip 90° gedraaid was, werd het door 2 elkaar opvolgende brekers in de oude koers teruggeworpen. Door hierna vol-achteruit te draaien en zijn ankers te werpen en vervolgens volle kracht vooruit te geven met b.b.-roer is het betrokkene gelukt zijn schip vrij van de pieren te houden en het met de kop op de deining te krijgen, maar zijn poging om vervolgens uit de kust te komen, is jammerlijk mislukt. Dit is niet te verwonderen, want doordat de ankers achteruit stonden en betrokkene deze heeft ingehieuwd, kwam er. ondanks het op volle kracht vooruit werken van de machine, geen vaart in het schip, nodig om door de brekers uit de kust te komen. Op dit punt is naar 's raads oordeel betrokkene in goed zeemanschap te kort geschoten. Immers, gezien de gevaarlijke situatie, waarin de „Breezand" toen verkeerde, was de enig mogelijke redding van dit schip voor een stranding, dat het zo spoedig mogelijk uit de kust in dieper water zou geraken. Betrokkene had dit moeten beseffen en goed zeemanschap had onder deze omstandigheden meegebracht, dat hij zijn ankers had laten slippen, ten einde zo spoedig mogelijk de nodige vooruitgang in zijn schip te krijgen om door de brekers uit de kust te komen. In plaats daarvan heeft betrokkene zijn ankers gehieuwd en toen deze na ongeveer een kwartier van de grond waren, werd de nog geen vaart lopende „Breezand" opnieuw door 2 opeenvolgende brekers getroffen, die het schip naar stuurboord sloegen, evenwijdig met de kust. Hierin had het laten vallen van de ankers geen effect meer en de ,,Breezand" is vervolgens op de kust geworpen. Daarbij is het schip nog op een wrak gestoten, waardoor een lek ontstond in de machinekamer, en ten slotte is het evenwijdig met de kust aan de grond gelopen, terwijl, nadat op aanraden van radio-Arcachon de ankerkettingen zo ver mogelijk waren uitgevierd, het schip bij de vloed hoog op het strand is terechtgekomen, waarna de opvarenden met behulp van een wippertoestel het schip hebben verlaten. Het mag een geluk worden genoemd, dat de „Breezand" bij de stranding geen ernstige schade heeft opgelopen en dat het ten slotte, zij het met grote inspanning en met grote kosten, gelukt is om ongeveer 2 maanden later het schip weer in zee te brengen en een haven binnen te slepen. Uit al het voorafgaande volgt, dat, naar het oordeel van de raad, de stranding van de „Breezand" is te wijten aan de schuld van betrokkene, die, als voormeld, zowel in goed zeemanschap als in verantwoorde navigatie is te kort geschoten, weshalve de raad betrokkene Alko Mulder, geboren te Delfzijl 5 maart 1930, wonende aldaar, straft door hem de bevoegdheid om als kapitein op een zeeschip te varen te ontnemen voor de tijd van 3 maanden. Aldus-gedaan door de heren mr. G. A. Schreuder, 2de plv. voorzitter, C. H. Brouwer, H. A. Broere en F. van der Laan, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken door voornoemde voorzitter ter openbare zitting van de raad van 3 juni 1957. (Get.) G. A. Schreuder, A. Boosman.
Algemeen Handelsblad 22-07-1957: Stranding Breezand aan kapitein te wijten. Bevoegdheid drie maanden ontnomen. De Raad voor de Scheepvaart heeft de kapitein van de 499 ton metende kustvaarder Breezand, die op 11 febr. 1.1. op reis van La Pallice naar Bayonne voor de Adour strandde, schuldig bevonden. Het schip kwam hoog op het strand te zitten; de bemanning kon het schip met een wippertoestel verlaten. De Breezand werd twee maanden later afgesleept. De Raad was van oordeel, dat de stranding te wijten was aan de schuld van de gezagvoerder, die zowel in goed zeemanschap als in verantwoordje navigatie te kort is geschoten. De Raad ontnam hem de bevoegdheid om als kapitein te varen voor de tijd van drie maanden.
NvhN 20-07-1957: Raad voor de Scheepvaart. Kapitein schiet te kort in goed zeemanschap. De stranding van de Breezand. De Raad voor de Scheepvaart heeft schriftelijk uitspraak gedaan inzake de stranding voor de Adour-rivier op 11 februari van het motorschip „Breezand" op zijn reis van La Pallice naar Bayonne. De kapitein van de „Breezand", de 27-jarige A. M. uit Delfzijl had, komend uit het noorden, voor de haven van Bayonne gewacht op de loodsboot. Via de radio was hem medegedeeld, dat hij zich voor een loods moest vervoegen te St. Jean de Luz. M. had dit verkeerd verstaan en in de veronderstelling, dat de loodsboot van Bayonne wel spoedig de haven uit zou komen, heeft hij geruime tijd gewacht. Het was toen omstreeks kwart voor zeven in de ochtend. Gedurende die tijd dreef het schip echter steeds dichter naar de kust en werd tenslotte door de hevige branding op het strand gezet. Het schip werd ernstig beschadigd, de opvarenden werden met een lijn van boord gehaald. De Raad vindt in ernstige mate te laken, dat betrokkene eerst met volle kracht vooruitvarend, recht op de monding van de Adour-rivier is toegevaren en deze koers heeft gehouden, terwijl hij daarbij geen enkele dwarspeiling heeft genomen. Daarnaast acht de Raad 't absoluut onjuist, dat betrokkene met zijn schip in gemelde koers wilde doorvaren tot de 5-vaamlijn bereikt zou zijn alvorens eventueel op te draaien en zo nodig ten anker te gaan om aldus een loods af te wachten. Naar het oordeel van de Raad is betrokkene in goed zeemanschap te kort geschoten. Gezien de gevaarlijke situatie, waarin de Breezand toen verkeerde, was de enig mogelijke redding van dit schip, dat het zo spoedig mogelijk uit de kust in dieper water zou geraken. Het mag een geluk worden genoemd, dat de Breezand bij de stranding geen ernstige schade heeft opgelopen en tenslotte, dat het, zij het met grote inspanning en grote kosten, gelukt is om ongeveer twee maanden later het schip weer in zee te brengen en een haven binnen te slepen. De stranding is te wijten aan de schuld van de kapitein, die zowel in goed zeemanschap als in verantwoorde navigatie is te kort geschoten, aldus het oordeel van de Raad. Weshalve straft de Raad kapitein M. door hem de bevoegdheid om als kapitein op een zeeschip te varen, te ontnemen voor de tijd van drie maanden.

1957-04-14: Op 14-04-1957 na berging naar Rotterdam gesleept voor herstel.

1985-09-25: Final Fate: Begonnen met sloop door Marin & Maskin i Stockholm A/B te Stockholm. Na ontmanteling werd de hulk verkocht aan Nater O/Y, Naantali alwaar zij in november 1985 arriveerde voor voltooiing van de sloop.


Ship Masters Data

Images


Description: Marie Floré 1937
Image type: Photo

Description: Marie Floré 1937 - berging in 1950.
Image type: Photo

Description: 'Marie Floré' - na de berging in 1950
Image type: Photo

Description: Breezand 1937 ex Marie Floré
Image type: Photo

Description: Breezand 1937 ex Marie Floré
Image type: Photo

Description: Breezand 1937 ex Marie Floré
Image type: Photo

Description: Breezand 1937 ex Marie Floré
Image type: Photo

Description: Breezand 1937 (ex Marié) gestrand in 1957.
Image type: Photo

Description: De berging van de 'Breezand' na de stranding op 11.02.1957 in de monding van de rivier de Adour.
Image type: Photo

Description: De berging van de 'Breezand' na de stranding op 11.02.1957 in de monding van de rivier de Adour.
Image type: Photo

Description: Artikel uit De Blauwe Wimpel (1)
Image type: Photo

Description: Artikel uit De Blauwe Wimpel (2)
Image type: Photo

Description: Magdalena 1937 ex. Breezand the 8th March 1982 inbound Delfzijl.
Made By: © Olinga, F.J. (Frits)
Image type: Photo

Description: Magdalena 1937 ex. Breezand the 8th March 1982 inbound the sealocks Delfzijl.
Made By: © Olinga, F.J. (Frits)
Image type: Photo

Description: Magdalena 1937 ex. Breezand the 8th March 1982 Eemskanaal Delfzijl.
Made By: © Olinga, F.J. (Frits)
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

NvhN  110257
Nederlands kustvaartuig aan de grond.
Het Nederlandse kustvaartuig BREEZAND is bij Bayonne gestrand. Het schip heeft een lek in de machinekamer, die vol water staat. De motor kan niet draaien. De BREEZAND kan niet vlot getrokken worden voordat een gat in de scheepswand is gedicht. Daar het weer gunstig is, bestaat er geen onmiddellijk gevaar. De 499 brt. metende BREEZAND (ex MARIE FLORE) werd in 1937 gebouwd. Kapitein/eigenaar is de heer Boele; de thuishaven is Bolnes. 

NvhN 200257
BREEZAND kon niet vlot komen - Schip wordt als totaal verloren beschouwd.
De pogingen van bergingsploegen om het 310 ton metende Nederlandse vrachtschip BREEZAND (kapitein A. Mulder uit Delfzijl) dat op 11 februari tijdens een storm voor de monding van de rivier de Adour aan de grond is gelopen, vlot te krijgen zijn gisteren opgegeven. Een zeewaardige sleepboot uit Bordeaux trachtte gisteravond en vanmorgen de kleine boot van het strand te krijgen, maar niet in staat het schip in beweging te krijgen, ondanks een vaargeul die door een bulldozer was gegraven. Men beschouwt het schip als totaal verloren. 

 

NvhN 150457
M.s. BREEZAND na twee maanden vlot.
Het Nederlandse kustvaartuig BREEZAND (499 brt.), dat op 11 februari in de monding van de Adour (Zuid-Frankrijk) aan de grond liep, is zondag vlot gekomen. De BREEZAND was bij Bayonne op een wrak gestoten en had een lek in de machinekamer gekregen, welke ten gevolge daarvan was ondergelopen. De motor kon niet meer draaien. Het schip kon niet worden vlot getrokken voordat het gat in de scheepswand was gedicht. De BREEZAND (ex-MARIE FLORE) werd in 1937 gebouwd. Het schip stond in februari onder bevel van kapitein Mulder uit Delfzijl. Het is eigendom van Boele's Scheepswerven en Machinefabriek. De thuishaven is Bolnes. Bij de laatste geslaagde poging tot het vlot krijgen werd de BREEZAND bijgestaan door de Nederlandse sleepboot TITAN en een tractor. Met behulp van bulldozers was een geul in een zandbank gemaakt om het schip in staat te stellen vrij water te bereiken. De TITAN heeft de BREEZAND op sleeptouw genomen naar Bayonne.