Name ship: AGIENA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1937
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number:
Nat. Official Number: 1775 Z GRON 1937
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Noord-Nederlandsche Scheepswerven, Groningen, Netherlands
Yardnumber: 156
Date Laid Down:
Launch Date: 1936-12-00
Delivery Date: 1937-03-20
Technical Data

Engine Manufacturer: Motoren Werke 'Mannheim' A.G. (MWM), Mannheim, Germany
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 270
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: MWM Nr. 37966 Type (2750x400)
Speed in knots: 9.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 333.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 154.00 Net tonnage
Deadweight: 415.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 22000 Cubic Feet
 
Length 1: 41.10 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 40.51 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.01 Meters Breadth, extreme
Depth: 2.92 Meters Depth, moulded
Draught: 2.54 Meters Other
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1937-03-18 AGIENA
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Hendrik Evert Tattje, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PCFG
Additional info:

Date/Name Ship 1948-01-13 AGIENA
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Hendrik Evert Tattje, Berend Oeseburg en Tonnis Tammes (25.5.1951 Cornelis Tammes, Bilthoven, tot 22.11.1951), Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PCFG
Additional info: Tattje 1/2, Oeseburg 1/4 en Tammes 1/4 deel. Volgens familie Tammes al vanaf 1937

Date/Name Ship 1956-03-22 CONTINENTAL
Manager: 'Fegro' N.V. Scheepvaart Maatschappij, Dordrecht, Netherlands
Owner: Teunis de Groot Jr. & Folkert Feenstra, Dordrecht, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Dordrecht / Netherlands
Callsign: PDLP
Additional info: Elk 1/2 deel.

Date/Name Ship 1956-10-02 CONTINENTAL
Manager: Poseidon Schiffahrts G.m.b.H., Hamburg, Germany
Owner: Ruth Müntinga & Diedrich Schumacher, Hamburg, German Federal Republic
Shareholder:
Homeport / Flag: Hamburg / Germany
Callsign: DIOO
Additional info:

Date/Name Ship 1958-01-06 CONTINENTAL
Manager: Poseidon Schiffahrts G.m.b.H., Hamburg, Germany
Owner: Ruth & Menne Jans Müntinga, Hamburg, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Hamburg / Germany
Callsign: DIOO
Additional info:

Ship Events Data

1937-03-19: Op 19-03-1937 als AGIENA, zijnde een motorvrachtschip, metende 942.39 m3 bruto inhoud, liggende te Groningen, door A. Kraaijema, scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Hindrik Evert Tattje, te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1775 Z GRON 1937 op het achterschip in achterkant ingang op verhoogd achterdek aan S.B. zijde.

1937-03-20: NvhN 22-03-1937: Delfzijl, 20 Maart. Op de Eems vond heden de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe motorschip AGIENA, gebouwd onder Scheepvaart-Inspectie en Bureau Veritas, groote kustvaart bij de N.V. Noord Nederlandsche Scheepswerven te Groningen, voor rekening van kapt H. E. Tattje te Groningen. Het schip is gebouwd met bak en met kruiserhek. De Mannesmann mast, met twee Mannesmann laadboomen, elk met een vermogen van twee ton, is midscheeps geplaatst. Op het mastdek zijn twee motorlieren opgesteld, die elk door een Benz motor van 14 P.K. gedreven worden. Ook de ankerlier wordt door een motor aangedreven hiervoor is onder het bakdek een Benz motor van 7 P.K. opgesteld. Het laad- en losgerei is geleverd met een certificaat van de Inspectie van Havenarbeid. Het schip meet bruto 333 Reg. ton en netto 154 Reg. ton, terwijl het D.W. 415 ton bedraagt De afmetingen zijn als volgt: lengte over alles; 42.00 M., breedte op het grootspant 7.00 M en holte in de zijde 3.07 M- Voor de voortstuwing is m de motorkamer een Benz motor geplaatst met. een vermogen van 300 P.K., waarmede een snelheid van 9 mijl werd behaald. Behalve deze hoofdmotor is verder in de motorkamer nog een Benz motor van 14 P.K. als hulpmotor geplaatst, voor het aandrijven van de hulpwerktuigen en de dynamo, die echter ook door den hoofdmotor aangedreven kan worden. De verlichting is geheel electrisch. Het schip, dat uitgerust is met een stroomlijnballansroer, voldeed, op de proefvaart ruim aan alle gestelde eischen, zoodat het hierna met volle tevredenheid door den kapitein overgenomen werd.

1937-10-21: Op 16-10-1937 vertrokken van Danzig met bestemming Runcorn.
NvhN 21-10-1937: Delfzijl. Het motorschip “Agiena”, kapt.Tattje, liep hier heden als bijlegger binnen, wevenals het motorschip “Coeta”, kapt.Tattje.
De “Agiena” is beladen met carbid van Danzig naar Runcorn, terwijl de “Coeta” op weg is van Memel met bestemming Clouchester, beladen met boomstammen.

1937-12-01: De Maasbode 01-12-1937: Volgens een telegram van Lloyd's is het meer gemelde Ned. motorschip AGIENA gisteren van Portland (Dorset) naar Southampton vertrokken om in het droogdok aldaar te worden nagezien.

1939-05-24: RN 25.05.1939: Gisteravond omstreeks kwart over zes is op de Nieuwe Maas, ter hoogte van de Keilehaven, een scheepsongeval gebeurd, dat wonder boven wonder geen mensenlevens heeft geëist. De 300 ton metende motorkustvaarder AGIENA, kapitein-eigenaar H.E. Tattje uit Groningen, vertrok uit de Lekhaven met een lading uien naar Boston. Ook was een grote hoeveelheid balen uien op het dek geladen. Reeds bij het vertrek in de haven had deze deklading gewerkt, doch zodra men buiten de haven kwam, schoven de balen naar bakboord en sloeg het scheepje om. Een gelukkige omstandigheid was echter, dat op dat ogenblik de sleepboot NIEUWE MAAS passeerde. Vóór de AGIENA geheel omsloeg, was de sleepboot reeds zo dichtbij, dat de 59-jarige gezagvoerder van de kustvaarder en zijn vijf mede opvarenden konden overspringen. Hierbij raakte één der matrozen nog te water. Hij kon echter zonder moeite aan boord van de sleepboot worden getrokken. Na het kapseizen bleef de AGIENA drijven. Drie sleepboten hebben geruime tijd getracht het omgeslagen schip in de Keilehaven binnen te brengen. Dit lukte echter niet. Bij de ingang van de haven bleef het schip met de stuurhut aan de grond zitten. Nog vannacht is Van der Tak’s Bergingsbedrijf begonnen met het lichten van het schip. Om 5 uur hadden de bokken de AGIENA reeds in de takels en kon het vaartuig weer recht worden gezet. Schip en lading zijn verzekerd. De opvarenden hebben al hun bezittingen verloren.
Zaans volksblad 25.05.1939: Vrachtbootje kapseist in de Rotterdamse haven. Bemanning kon nog juist op sleepboot over- springen. Rotterdam, — Woensdag. Vanavond omstreeks zes uur verliet het uit Groningen afkomstige kustvaartuig „Agiena", dat netto 154 en bruto 332 ton meet en het eigendom is van den heer H. G. Tattje, die zelf als kapitein op het schip vaart, de Lekhaven, waar het een lading uien aan boord had genomen, die ten dele in de ruimen en voor een ander deel als deklast naar de Engelse havenplaats Boston zou worden vervoerd. Reeds bij het vertrek uit de haven helde het schip, dat mede door de hoge deklast zeer diep lag, enigszins naar bakboord, doch de kapitein zag daarin geen gevaar. Nauwelijks was de „Agiena" echter buiten de havenmond en liep het schip op volle kracht, of er kwam een sleepboot voorbij, die aan bakboord passeerde en vrij hoge golven over het dek van de kustvaarder deed spoelen. De kapitein, die zich met den motordrijver in de stuurhut bevond, merkte, dat het schip steeds meer naar bakboord ging hellen en liet de motor stoppen. Tegelijkertijd bedacht hij, dat er een paar patrijspoorten open stonden, doch toen hij naar beneden snelde, bleek het al te laat om ze nog te sluiten. Het water stroomde toen reeds met vrij grote kracht naar binnen en doordat het schip steeds schuiner kwam te liggen, gingen ook de balen uien aan dek, hoewel ze stevig voor de zeereis waren vastgesjord, aan het verschuiven. Gelukkig merkte men aan boord van de sleepboot „Nieuwe Maas", die juist uit de Waalhaven kwam en op weg naar Vlaardingen achter de „Agiena" voer, wat er aan de hand was en al spoedig kwam men langszij om zo nodig assistentie te bieden. Op ’t laatste ogenblik;
De opvarenden van de „Agiena" — behalve de 59-jarige kapitein Tattje waren aan boord de 22- jarige stuurman H. Roossen uit Wildervank, de 21-jarige Deense motordrijver K. A. Sorensen, de 34-jarige matroos J. Heringa, de 32-jarige kok K. de Vries en de 17-jarige lichtmatroos R. Hom, allen uit Groningen — konden zich op het steeds verder hellende dek nauwelijks meer staande houden. Zij sprongen over op de „Nieuwe Maas", waarbij een der matrozen in het water terecht kwam, doch spoedig weer kon worden opgepikt. Juist waren ze daar in veiligheid, toen het dek een volkomen verticale stand had aangenomen en het schip kapseisde. Met behulp van de „Nieuwe Maas" en de sleepboten „Kralingen" en „Delfshaven" van L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst, werd het vaartuig, dat met de kiel naar boven, dwars op de rivier lag, in de richting van de haven gesleept. Voor het echter kon worden binnengebracht, liep het met de mast en de bovenzijde van de stuurhut aan de grond. Zowel het schip als de lading is verzekerd. Er bestaat echter gegronde hoop, dat de „Agiena" weinig schade heeft opgelopen. De lading echter en een belangrijk deel van de inventaris zal wel verloren of bedorven zijn. Het vaartuig, dat voor de scheepvaart niet veel hinder oplevert, zal zo spoedig mogelijk worden gelicht.
De Gooi-en Eemlander 25-05-1939: Vrachtboot te Rotterdam gekapseisd. Geen persoonlijke ongelukken. Gisteravond is op de Nieuwe Maas, ter hoogte van de Keilehaven te Rotterdam een scheepsongeval gebeurd, dat wonder boven wonder geen menschenlevens geëischt heeft. Het 330 ton metende zeevrachtschip „Agiena", kapitein-eigenaar de heer H. E. Tattje, uit Groningen, vertrok uit de Lekhaven met een lading uien naar Boston. Ook was een groote hoeveelheid balen uien op het dek geladen. Reeds bij het vertrek maakte het schip, hoewel weinig, slagzij naar bakboord. Waarschijnlijk doordat de deklading door den golfslag van voorbijvarende schepen, verschoof, kapseisde het schip vrij spoedig, zoodat de bemanning nauwelijks tijd had het veege lijf te bergen. Een gelukkige omstandigheid was, dat de sleepboot „Nieuwe Maas" in de onmiddellijke nabijheid voer en de uit zes leden bestaande bemanning van de „Agiena" kon overnemen. Vanmorgen is de „Agiena" gelicht en in takels door een bok naar de Keilehaven gebracht. Daar zal eerst de deklast worden gelost, waarna het schip zal worden leeggepompt.


1939-12-22: RN 23.12.1939: De Raad voor de Scheepvaart behandelde gistermiddag de zaak tegen de kapitein van het motorschip AGIENA, wiens schip op 24 mei jl. na het uitvaren van de Lekhaven was omgeslagen. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart had tegen de kapitein een klacht ingediend, omdat bij het onderzoek was gebleken, dat het schip een te hoge deklast had. Daarenboven had de kapitein gevaren met slechts één motordrijver, hetgeen bij de wet verboden is. Bij de behandeling van deze zaak gaf de kapitein een relaas van het ongeval. Nadat het schip in de IJsselhaven en in de Lekhaven een lading uien had ingenomen, vertrok het in de avond van 24 mei naar Boston (Linc). Toen de AGIENA uit de Lekhaven de rivier was opgedraaid, maakte het schip spoedig slagzij over bakboord. In zeer korte tijd sloeg het geheel om, zodat de bodem boven kwam te liggen. De volgende dag is het door drijvende bokken in de normale positie teruggebracht. De kapitein kon niet vertellen hoeveel ton bij vertrek geladen was. Hij, noch de stuurman, die als tweede getuige werd gehoord, konden precies zeggen hoe hoog de deklast was. De ballasttanks waren leeg.
De voorzitter wees de kapitein erop, dat hij als verantwoordelijk man voor zijn schip toch had moeten weten, hoe hoog de deklast was. De stuurman was ervan op de hoogte, dat de AGIENA een certificaat voor de houtvaart met de beperking, dat de deklading niet hoger mocht zijn dan 2,30 meter. Betreffende de tweede kwestie verklaarde de inspecteur-generaal, dat de kapitein uit Rotterdam op 29 maart met twee motordrijvers was weggevaren. In Antwerpen had hij één motordrijver ontslagen, zonder hem van de monsterrol te schrappen. Hieruit komt duidelijk vast te staan, dat de kapitein willens en wetens de wet heeft willen ontduiken. Het was de inspecteur-generaal evenzeer duidelijk, dat het omslaan van het schip te wijten is aan de nalatigheid van de kapitein, die zich zeker ervan had moeten vergewissen, hoeveel deklading de AGIENA had voor de reis, welke zo ongelukkig verliep. Hij vroeg de Raad voor de Scheepvaart bij zijn uitspraak te willen overwegen dat hier een voorbeeld gesteld moet worden. Te veel worden pogingen aangewend, om bestaande bepalingen voor de scheepvaart te ontduiken. Deze bepalingen zijn toch gemaakt om de scheepvaart zo veilig mogelijk te maken. Deze kapitein is wel zeer nonchalant geweest. De Raad zal later uitspraak doen.

1940-03-01: RN 01.03.1940: De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan inzake het motorschip AGIENA, dat op de Nieuwe Maas, na het verlaten van de Lekhaven te Rotterdam op 24 mei 1939 is omgeslagen, alsmede inzake de klacht van de Inspectie-Generaal voor de Scheepvaart tegen de kapitein van dit vaartuig, wegens het varen met onvoldoende bemanning. De Raad is van oordeel, dat het kenteren van de AGIENA is veroorzaakt door onoordeelkundige belading, waarvoor de betrokkene aansprakelijk is. Uit niets is gebleken, dat de stabiliteit van de AGIENA niet goed was. De kapitein heeft, zonder iets na te meten, de belading doen ophouden, toen hij meende, dat er genoeg geladen was. Met grote lichtvaardigheid is hier met de stabiliteit gespeeld. De schuld van de kapitein aan deze ramp staat, naar 's Raads oordeel vast. Een straf van schorsing acht de Raad geboden. Wat de klacht betreft, deze is gegrond, hetgeen door de aangeklaagde ook niet is betwist. Dit geval is echter, naar 's Raads oordeel, van zeer ernstige aard. De misdraging van de kapitein bestaat hier niet eenvoudig in het niet nakomen van de wettelijke voorschriften, maar deze kapitein heeft op slinkse wijze de schijn aangenomen, alsof hij aan de ten deze geldende voorschriften voldeed. Een strenge correctie is hier nodig. Mitsdien straft de Raad de betrokkene terzake van het kenteren van het schip, door hem de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein te varen op een schip voor de tijd van een maand, en terzake van de klacht, door hem die bevoegdheid te ontnemen voor de tijd van twee maanden.

1940-03-20: 1940-20-mrt Raad voor de Scheepvaart: No. 32. UITSPRAAK van den Raad voor de Scheepvaart in zake het motorschip AGIENA: a. het omslaan van dit vaartuig op de Nieuwe Maas, na het verlaten van de Lekhaven te Rotterdam; betrokkene: kapitein Hendrik Evert Tattje; b. de klacht van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart tegen voornoemden kapitein, wegens het varen met onvoldoende bemanning. Op 24 Mei 1939 is het motorschip Agiena op de Nieuwe Maas, na het verlaten van de Lekhaven te Rotterdam, waar het vaartuig was beladen, omgeslagen. In overeenstemming met het voorstel van den inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van dit ongeval zou instellen en dat het onderzoek tevens zou loopen over de vraag of niet het ongeval mede was te wijten aan de schuld van den kapitein, Hendrik Evert Tattje, wonende te Groningen. Tevens is op 14 Juni 1939 door den inspecteur-generaal voor de scheepvaart bij den Raad voor de Scheepvaart een klacht ingediend van den volgenden inhoud : ,,De inspecteur- generaal voor de scheepvaart; verwijzende naar het hierbij gaande verhoor van H. E. Tattje van het m.s. Agiena; overwegende, dat daaruit blijkt, dat betrokkene in elk geval in de maand Mei 1939 aan boord van voornoemd motorschip slechts met één motordrijver heeft gevaren; overwegende, dat op dit schip krachtens artikel 83 van het Schepenbesluit ten minste op elke zeewacht één persoon in de inotorkamer beschikbaar moet zijn, zoodat ten minste twee man motorkamer moet worden gevaren; overwegende voorts, dat krachtens artikel 6 van de Wet op de Zeevaartdiploma's 1935 ten minste twee machinisten, elk voorzien van het diploma als motordrijver, aan boord moeten zijn; overwegende, dat het vaststaat, dat aan deze beide voorschriften door kapitein Tattje niet is voldaan; overwegende, dat het varen met een te gering aantal personeel voor de motorkamer gevaar oplevert voor de veiligheid en mitsdien als een misdraging van den kapitein tegenover reederij, schepelingen en bevrachters moet worden beschouwd; gelet op de artikelen 48 en 49 van de Schepenwet; stelt aan den Raad voor de Scheepvaart voor een onderzoek in te stellen en kapitein H. E. Tattje te hooren. Een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 49 der Schepenwet, besliste, dat ook naar de gegrondheid van voorschreven klacht een onderzoek door den Raad zou worden ingesteld. Het onderzoek naar het ongeval en de klacht bovenvermeld heeft plaats gevonden ter zitting van 22 December 1939 in tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie, waarbij teekeningen van het schip, en hoorde als getuige Harm Roossien, destijds stuurman op de Agiena. De kapitein Hendrik Evert Tattje, voornoemd, werd, als betrokkene — tevens aangeklaagde —, buiten eede gehoord. De voorzitter zette hem, als betrokkene, doel en strekking van het onderzoek uiteen, terwijl hij hem, als aangeklaagde, na voorlezing van de klacht, wees op de beteekenis daarvan en hem gelegenheid gaf tot zijn verdediging aan te voeren, hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: Het motorschip Agiena is een Nederlandsch vaartuig, metende 332,66 bruto-, 154,03 netto-registerton, roepnaam P C F G, eigendom van den kapitein H. E. Tattje, te Groningen. Het schip wordt voortgestuwd door een Benzmotor van 270 pk. Het heeft een beperkt certificaat voor de houtvaart; de deklast mag slechts 2,30 m hoog zijn. In den morgen van 23 Mei 1939 is de Agiena begonnen in de IJsselhaven te Rotterdam een lading uien, in zakken verpakt, in te nemen, welke belading later is voortgezet in de Lekhaven. De bestemming was Boston (Lincoln). De kapitein verklaarde wat het scheepsongeval betreft: dat de Agiena ten tijde van het ongeval in time-charter voer; dat, toen met laden werd begonnen, de dubbele bodemtank leeg en de vullingen droog waren; dat het eenige ruim van het schip geheel vol was geladen en op de luikhoofden deklast was gestuwd, hoe hoog, kan hij niet met zekerheid verklaren; dat het hem in den namiddag van 24 Mei voorkwam, dat er genoeg lading aan boord was; dat de Agiena toen nog niet aan haar merk lag, daar de diepgang vóór ongeveer 9 voet, achter ongeveer 10 voet bedroeg, zoodat het uitwateringsmerk nog ongeveer 6 duim boven water lag; dat het schip daarop zeeklaar is gemaakt en de deklading gesjord; dat vervolgens in de Lekhaven met behulp van den motor over stuurboord is rondgegaan, zonder dat iets bijzonders werd bemerkt; dat met halve kracht werkenden motor de Lekhaven is uitgevaren en hij bij den uitgang, toen het schip ongeveer gestrekt in de rivier lag, den motor volle kracht vooruit liet draaien, terwijl het roer midscheeps lag; dat het vloedtij was; dat het vaartuig naar bakboord begon over te hellen, welke helling steeds grooter werd, ondanks het zetten van den motor op langzaam; dat de bemanning en ten slotte ook hij zelf op een in de nabijheid zijnde sleepboot zijn overgesprongen; dat het schip even daarna geheel omsloeg en met de kiel naar boven kwam te drijven; dat de sleepboot het omgeslagen vaartuig naar den kant heeft getrokken, waar het den volgenden morgen met behulp van twee bokken is gelicht en, nadat de lading was gelost, op de helling geplaatst; dat hij te Rotterdam door een deskundige de stabiliteit van het schip had laten nagaan, welke persoon verklaarde, dat deze uitstekend in orde was; dat hem echter geen gegevens daaromtrent zijn verstrekt. De stuurman verklaarde eensluidend met den kapitein. Met dezen heeft hij bij de belading van het schip toezicht gehouden, doch ook hij heeft de hoogte van den deklast niet nagemeten. Op verzoek van den inspecteur voor de scheepvaart in het tweede district te Rotterdam heeft de bevrachter Jac. A. Yonk's Handel en Cultuur Maatschappij N. V., aldaar, schriftelijk opgegeven, dat in de Agiena totaal werden geladen 364 750 kg uien, waarvan aan dek 63 200 kg, in het ruim 301 550 kg. Uit een rapport van voormelden inspecteur blijkt, dat de voordeklast, na het rechtzetten van het schip met behulp van bokken op 25 Mei, nog geheel op het luikhoofd aanwezig was en 3,50 m hoog was. Na ontlossing zijn door een expert bij de scheepvaartinspectie de dubbele bodem en de piektank nageziên en geheel ledig bevonden; aan lens- en ballastleiding was niets abnormaals te ontdekken. Wat de klacht betreft, erkende de aangeklaagde het hem door den inspecteur-generaal voor de scheepvaart ten laste gelegde. Hij verklaarde: dat hij, van Rotterdam naar Antwerpen vertrekkende, twee motordrijvers aan boord had; dat hij in de maand April 1939 te Antwerpen een van deze motordrijvers heeft ontslagen en met slechts één motordrijver aan boord weer naar zee is vertrokken; dat de naam van den ontslagen motordrijver evenwel op de monsterrol bleef staan; dat hij op 24 Mei te Rotterdam is uitgeklaard op de monsterrol, welke niet overeenkomstig de waarheid was, een en ander uit vrees voor oponthoud, indien eerst nog weer een andere motordrijver zou moeten worden aangenomen. De stuurman verklaarde te dien aanzien, dat hij te Antwerpen wel in het journaal heeft aangeteekend, dat de motordrijver aldaar is afgemonsterd, doch dat hij niet weet of diens naam toen ook op de monsterrol is doorgehaald. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft aangevoerd: dat de gegevens betreffende den deklast door den kapitein slechts globaal konden worden opgegeven en hij geen precieze opgaven heeft kunnen verschaffen; dat dit den toestand aan boord van de Agiena kenmerkt en de kapitein dan ook met laden liet ophouden, toen hij dacht, dat er voldoende aan boord was; dat hij toen echter de tank niet meer kon vullen en hij dan ook eerder het laden had moeten stoppen; dat het den kapitein bekend was, dat de Agiena een houtvaartcertificaat had met beperking van den deklast tot een hoogte van 2,30 m, hetgeen gelijkstaat met 1,25 m boven het luikhoofd; dat ten deze moet worden aangenomen, dat zeker 2,50 m deklast boven het luikhoofd is geladen; dat het dan ook zeer verklaarbaar is, dat het schip op de Maas slagzij kreeg en daarna het kenteren niet meer kon worden voorkomen; dat dit alles een gevolg was van foutieve belading; dat, wat de klacht betreft, deze gegrond is gebleken; dat de wet voor een schip als de Agiena twee gediplomeerden eischt; dat deze bepaling een uitvloeisel is van een voorstel van een commissie, waarin ook kapiteins van de kleine vaart vertegenwoordigd waren; dat bij gebrek aan inotoristen de Minister dispensatie verleent en dat, ingevolge de verleende dispensatie, op de Agiena van de twee motoristen slechts één gediplomeerd behoefde te zijn; dat deze aangeklaagde met twee motoristen naar Antwerpen is vertrokken, doch hij aldaar den gediplomeerden motorist van boord heeft gezonden, hetgeen toevallig is ontdekt; dat hieruit moet worden opgemaakt, dat de gediplomeerde motordrijver eenvoudig voor de leus was medegenomen; dat dit getuigt van een optreden, hetwelk door een gestrenge straf den aangeklaagde moet worden afgeleerd. De Raad is van oordeel, dat het kenteren van de Agiena is veroorzaakt door onoordeelkundige belading, waarvoor de betrokkene aansprakelijk is. Uit niets is gebleken, dat de stabiliteit van de Agiena niet goed was. Door verkeerde belading kan echter zulk een schip toch kenteren. Het was den kapitein bekend, dat de Agiena een beperkt certificaat voor de houtvaart had. Te hooge deklast — en de deklast was hier te hoog, immers zeven rijen zakken boven het luikhoofd— kon dit schip niet hebben. Voorts was de dubbele bodemtank leeg. Deze kon men niet laten oploopen, gesteld al, dat de uitwatering daartegen geen bezwaar zou opleveren. De kapitein heeft, zonder iets na te meten, de belading doen ophouden, toen hij meende, dat er genoeg geladen was. Met groote lichtvaardigheid is hier met de stabiliteit gespeeld. De schuld van den kapitein aan deze ramp staat naar 's Raads oordeel vast. Een straf van schorsing van na te noemen duur acht de Eaad geboden. Wat de klacht betreft, deze is gegrond, hetgeen door den aangeklaagde ook niet is betwist. Dit geval is echter, naar 's Raads oordeel, van zeer ernstigen aard. De misdraging van den kapitein bestaat hier niet eenvoudig in het niet nakomen der wettelijke voorschriften, maar deze kapitein heeft op slinksche wijze den schijn aangenomen, alsof hij aan de ten deze geldende voorschriften voldeed. Een strenge correctie is hier noodig. Mitsdien: Straft den betrokkene/aangeklaagde Hendrik Evert Tattje, geboren 20 September 1879, wonende te Groningen, ter zake van het kenteren van het schip, door hem de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 der Schepenwet, voor den tijd van één maand; ter zake van de klacht, door hem die bevoegdheid te ontnemen voor den tijd van twee maanden. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, eersteplaatsvervangend- voorzitter, A. L. Boeser en J. N. Egmond, leden, T. Tammes, plaatsvervangend buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris inr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 29 Februari 1940. (get.) B. M. Taverne. ,, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1940-05-00: 10-05-1940 te Lorient met een lading steenkool. 16 mei 1940 ingeschreven bij the Netherlands’ Shipping & Trading Committee, Londen en in beheer bij Freight Express Ltd. te Londen, later Ald Shipping Compagny Ltd., Bristol. Op 2705-01940 timecharter bij het Ministry of Transport, later Ministry of War Transport. 10-08-1945 timecharter beëindigd.
(19-06-1944 vertrokken uit Barry in konvooi genaamd EBC.16 met 20 andere vaartuigen, waaronder de Nederlandsche “Starkenborgh” en onder begeleiding van 2 escort vaartuigen met bestemming Seine Bay.23-06-1944 Konvooi EBC.16 aangekomen in de Seine Bay. 08-07-1944 vertrokken uit Barry in konvooi genaamd EBC.35 met 20 andere vaartuigen, waaronder de Nederlandsche “Fiducia” 1939-250 BRT en de “Jaba” 1937-200 BRT en onder begeleiding van 2 escort vaartuigen met bestemming Seine Bay.3 schepen zijn tijdens deze reis teruggekeerd naar Barry. 10-07-1944 konvooi EBC.35 aangekomen in de Seine Bay. 27-07-1944 onder konvooi nummer EBC.54 vertrokken uit Barry met bestemming Seine Bay. Konvooi bestaat uit 28 schepen plus 2 escortvaartuigen.Nederlandse schepen die aangesloten zijn: “Fort Orange” 1943-7176 BRT en de “Omlandia” 1938- 400 BRT. 29-07-1944 konvooi EBC.54 aangekomen in de Seine Bay.De onder Engelse vlag varende “Ascanius” is tijdens deze konvooireis getorpedeerd waarna gesleept aangekomen in de Seine Bay. 09-08-1944 konvooi EBC.67 vertrokken uit Barry met 24 handelsvaartuigen waaronder de Nederlandse motorschip “Tromp” 1932-391 BRT. en 3 escort vaartuigen met bestemming Seine Bay. 11-08-1944 konvooi EBC.67 aangekomen in de Seine Bay.)

1947-08-28: Op 28-08-1947 voor de Humber in aanvaring geweest met de Engelse stoomvistrawler “Lavinia”en daarbij aanzienlijke schade opgelopen.

1951-05-25: Cornelis Tammes, tandarts te Bilthoven, verkrijgt het 1/4 deel van zijn overleden vader Tonnis.

1952-02-01: De Waarheid 01-02-1952: „AGIENA” in Engelse rivier vastgelopen. Het uit Groningen afkomstige 333 ton metende Nederlandse schip “Agiena” is Donderdag in de rivier Tees, in het Britse graafschap Yorkshire, aan de grond gelopen.

1953-05-09: Het Vrije Volk 09-05-1953: 6000ste op Waterweg. Als zesduizendste schip van dit jaar kwam Vrijdag de Nieuwe Waterweg binnen het Nederlandse ms „AGFIENA" met een lading suiker uit Londen. In 1952 kwam het 6000ste schip op 11 Mei binnen.

1958-03-02: Final Fate: Tijdens de reis van Londen naar Grangemouth met een lading oud ijzer, na aanvaring met het Brits m.s. 'Wansbeck', ten noordwesten van Haisboro Light Vessel voor de kust van Norfolk gezonken. Hierbij verloor een persoon het leven.
Friese koerier 03-03-1958: Kustvaarder voor de Engelse kust vergaan. Den Haag (ANP) — Vijf van de zes opvarenden van het West-Duitse kustvaartuig „Continental" (333 brt) zijn gered, toen het schip zondagochtend, na in aanvaring te zijn geweest met het Britse schip „Wansbeck" (800 brt), voor de kust van het Oost-Engelse graafschap Norfolk zonk. De zesde opvarende wordt vermist. Alle opvarenden waren Duitsers. De vijf geredden zijn opgepikt door de „Wansbeck". De „Continental" was kortgeleden van Nederlandse in Duitse handen overgegaan.
NvhN 03-03-1958: Vroegere Nederlandse coaster vergaan. In dichte mist is gisterochtend het Britse schip Wansbeck (806 ton) voor de Engelse oostkust in aanvaring gekomen met de Duitse kustvaarder Continental (300 ton), welk schip eerst kortgeleden uit Nederlandse handen in Duitse is geraakt. De Wansbeck meldde 5 van de 6 opvarenden van de Continental aan boord genomen te hebben. De zesde schepeling wordt vermist. Het Duitse schip is vergaan, het Engelse schip liep schade aan de boeg op, maar kon zijn reis voortzetten. De reddingboot van Cromer nam de geredden later van de Wansbeck over.


Ship Masters Data

Images


Description: Agiena 1937
Image type: Photo

Description: 'Agiena' - Chinaklei laden in Charlestown (Cornwall)
Image type: Photo

Description: Chinaklei laden in Charlestown (Cornwall)
Image type: Photo

Description: Agiena 1937
Image type: Photo

Description: De 'Agiena' afgemeerd in de Groninger Oosterhaven.
Image type: Photo

Description: Agiena 1937
Image type: Photo
Sources