Name ship: CASTOR

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1931
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5065897
Nat. Official Number: 1479 Z GRON 1931
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: Two masts
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Scheepswerf 'Gideon' J. Koster Hzn., Groningen, Netherlands
Yardnumber: 132
Date Laid Down:
Launch Date: 1931-05-07
Delivery Date: 1931-06-15
Technical Data

Engine Manufacturer: Humboldt-Deutz Motoren A.G., Cologne (Köln), Germany
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 3
Power: 150
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Deutz nr. 254613/15 Type (280x450)
Speed in knots: 8.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 199.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 95.00 Net tonnage
Deadweight: 300.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 10000 Cubic Feet
Bale: 9500 Cubic Feet
 
Length 1: 36.71 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 35.17 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.59 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.46 Meters Depth, moulded
Draught: 2.60 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1931-06-15 CASTOR
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Nicolaas Mulder, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NHSJ
Additional info: 1934 callsign PDJG

Date/Name Ship 1939-00-00 CASTOR
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Nicolaas Mulder, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDJG
Additional info:

Date/Name Ship 1964-04-15 CASTOR
Manager: Maritima Scheepvaart- & Handel Maatschappij N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Jurrien Kruidhof & Jilke Hermannus Bos, Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PDJG
Additional info: Elk 1/2 deel.

Date/Name Ship 1970-06-00 CASTOR
Manager: Westfalia Transport Maatschappij, Rotterdam, Netherlands
Owner: J.H. Bos, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDJG
Additional info:

Ship Events Data

1931-05-07: Algemeen Handelsblad 10-05-1931: Scheespbouw. Met goed gevolg is op Donderdag 7 mei van de Scheepswerf „Gideon", van den heer J. Koster H.zn. te Groningen, te water gelaten het voor rekening van kapt. N. Mulder te Groningen in aanbouw zijnde motorzeevrachtschip „Castor". Het schip is groet 315 ton en wordt voorzien van een 158—180 P.K. compressorloozen Deutz Dieselmotor. De bouw geschiedt onder hoogste klasse Veritas groote kustvaart.

1931-06-04: Op 04-06-1931, liggende te Groningen, door H. Mulder, scheepmeter te Groningen, ten verzoeke van Nicolaas Mulder, kapitein ter koopvaardij te Groningen, voorzien van haar brandmerk door inbeiteling van 1479 Z GRON 1931 op het achterschip op de lichtkap kajuit stuurboordzijde.

1931-06-17: NvhN 17-06-1931: Delfzijl, 15 Juni. Heden heeft met goed gevolg op de Eems proefgestoomd het nieuwe motorschip „Castor", gebouwd op de scheepswerf Gideon van den heer J. Koster Hzn., te Groningen voor rekening van kapt. N. I. C. Mulder te Groningen. Het schip gebouwd onder klasse Bureau Veritas en Scheepvaart Inspectie is groot bruto 199 registerton en netto 95. Voor de voortstuwing is in de machinekamer een 150—180 P.K. compressorlooze Deutz Dieselmotor opgesteld, waarmee het schip een snelheid van 9 mijl behaalde. Voorts een 6—7 p.k. Deutz Diesel hulpmotor voor aandrijving van hulpcompressor en hulplenspomp. Aan dek bevinden zich voor het laden en lossen twee motordeklieren beide voorzien van een 6—7 P.K. compressorloozen Deutz Dieselmotor, terwijl de voorste tevens voor het snelheffen der ankers gebezigd kan worden. Het schip, dat van een Oertz roer is voorzien, voldeed volkomen aan de gestelde eischen en werd na de proefvaart tot groote tevredenheid overgenomen.

1931-07-24: Voorwaarts 27-07-1931: Castor. Kopenhagen, 24 Juli. Het Nederl. motorschip Castor (niet Cesper, zooals gemeld), met cokes van Dunston naar Vordigsborg is na bij Vordingsborg aan den grond te hebben gezeten, aldaar aangekomen. Het schip kwam vlot met assistentie van plaatselijke bergers.
Voorwaarts 29-07-1931:
Castor. Kopenhagen, 24 Juli. Het meergemelde motorschip Castor is te Masnedsund en niet te Vordingsborg aangekomen nadat het bij Mesnedo Eiland aan den grond te hebben gezeten.
Voorwaarts 29-07-1931: Castor. Hamburg, 29 Juli. Het meergemelde motorschip Castor is gisteren van Masnedsund te Holtenau aangekomen.

1931-08-07: Voorwaarts 08-08-1931. Castor. Londen, 7 Augustus. Het Ned. motorschip Castor is op de Theems bij Southend voor anker gegaan met schade door aanvaring: de boegen zijn beschadigd.
Voorwaarts 10-08-1931: Castor. Londen. 7 Augustus. Het meergemelde motorzeilschip Castor blijkt in aanvaring geweest te zijn met een onbekend gebleven kolenboot. Het ongeval heeft plaats gehad tusschen Southend en het Nore Vuurschip. De Castor, welke uitgaande was met 246 ton cokes, is teruggekeerd en nabij het hoofd van Southend voor anker gegaan. De voorsteven is verbogen, maar de voorpiek wordt droog gehouden door een motorpomp.
Bijvoegsel tot de Nederlansche Staatscourant van Vrijdag 27 en Zaterdag 28 Mei 1932, no. 101. No. 4. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de aanvaring van het motorschip Castor met het Britsche stoomschip Stepney in den mond van de Theems ter hoogte van het lichtschip Nore. Op 7 Augustus 1931 is het motorschip Castor in den mond van de Theems ter hoogte van het lichtschip Nore in aanvaring gekomen met het Britsche stoomschip Stepney. In overeenstemming met het voorstel van den hoofdinspecteur voor de scheepvaart besliste de bij art. 29 der Schepenwet bedoelde commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van deze aanvaring zou instellen, welk onderzoek ter zitting van den Raad van 15 Maart 1932 en in tegenwoordigheid van den hoofdinspecteur voor de scheepvaart heeft plaats gehad. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie, van de verklaringen, door gezagvoerder en tweede-stuurman van de Stepney, afgelegd ten overstaan van de ambtenaren van den Board of Trade te Londen, en hoorde als getuige Nicolaas Mulder, schipper van de Castor tijdens de aanvaring. Derk van der Werf, stuurman van de Castor, is niet als getuige verschenen. Zijn bij gemeld voorloopig onderzoek der scheepvaart- inspectie afgelegde verklaring is door den secretaris ter zitting voorgelezen. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken. De Castor is een Nederlandsch motorschip, metende 199 bruto-, 95,29 netto-registerton, eigendom van den schipper N. Mulder, te Groningen. Het schip is in het jaar 1931 van staal gebouwd en voorzien van een Deutzmotor van 180 pk, waarmede het in geladen toestand een vaart van 8 a 8 ½ mijl per uur kan ontwikkelen. De Stepney is een Britsch stoomschip, metende 808 bruto-, 375 netto-registerton, lang 186,3 voet, breed 29,4 voet, toebehoorende aan de Commercial Gas Company, te Glasgow. De Castor was, bemand met vijf personen, op reis van Greenwich naar Odense met een lading cokes. Van de lading, groot ongeveer 250 ton, was 83 ton aan dek geladen. De diepgang was vóór 23 dm, achter 25 dm. Over den deklast had men een vrij uitzicht. Op 6 Augustus 1931, 's avonds omstreeks 8 uur, vertrok het schip van Greenwich en nadat te Gravesend van loods was verwisseld, passeerde het in den nacht van 6 op 7 Augustus te 12.10 uur het lichtschip Nore aan stuurboord op korten afstand. Het zicht was ongeveer 4 mijl. Het was ebtij. De navigatielichten van de Castor brandden helder. Achter de Castor voer een stoomschip in dezelfde richting, eerst aan bakboord, doch bij het passeeren van het lichtschip was het dwars aan stuurboord ter hoogte van het achterschip. Recht vooruit werd het lichtschip Mouse gezien en tevens aan stuurboord vooruit een tegenkomend stoomschip, waarvan het toplicht en het groene boordlicht reeds eenigen tijd in zicht waren. De schipper, die meende, dat alles vrij zou varen, ging daarop uit het stuurhuis en naar beneden. De wacht liet hij over aan den stuurman, die met den loods in het stuurhuis was. Enkele minuten later reeds werd hij gewaarschuwd, dat het niet goed ging, en spoedde hij zich aan dek. De motor werkte toen achteruit. Het bleek, dat het tegenkomende schip plotseling onder het geven van een korten stoot naar stuurboord was uitgeweken en thans het roode boordlicht toonde. Even daarna trof de Castor het andere vaartuig in de midscheeps aan bakboord. De Castor is voor herstel der schade naar Southend teruggekeerd. De Stepney was op reis van Sunderland met een lading kolen bestemd voor Londen. In den nacht van 6 op 7 Augustus 1931, te middernacht, bevond het schip zich ter hoogte van het lichtschip Mouse, komende uit het West Swin. De tweede-stuurman had de wacht van den eerste-stuurman overgenomen. Eerstgenoemde zag even op B.B -boeg op ongeveer drie mijl afstand het toplicht en vervolgens ook het groene boordlicht van een tegenkomend vaartuig. Hij gaf eenige malen een weinig S.B.roer, doch in verband met de ondiepten ter plaatse kon hij niet veel stuurboord uit. Het andere vaartuig, waarvan daarna eerst alleen het roode licht, vervolgens alleen het groene licht en ten slotte beide boordlichten werden gezien, scheen, toen het zich op ongeveer 1 ½ streek op B.B.-boeg van de Stepney bevond, vóór dit stoomschip over te willen gaan. Het roode boordlicht verdween althans. Zonder eenig sein te geven, naderde het met veel vaart en trof de Stepney aan B.B.-zijde. De tweede-stuurman had zijn S.B.-manoeuvre telkens door korte stooten kenbaar gemaakt. Op het hooren van die seinen spoedde de gezagvoerder zich naar de brug; de aanvaring dreigde reeds, zoodat hij geen gelegenheid meer had maatregelen te nemen. De aanvaring had plaats op ½ mijl O. t. Z. van de Admiraltyboei, in peiling lichtschip Nore Z.W. t. Z., Shoebury-boei West. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart heeft aangevoerd: dat de toedracht van deze aanvaring door het gehouden onderzoek niet duidelijk is geworden; dat de Stepney uit het Swin kwam, zoodat de Castor dit schip aan B.B.-zijde moet gezien hebben en niet aan stuurboord; dat de Castor het Nore-lichtschip voorbij was, doch dit schip hoogst waarschijnlijk, het Swin ingaande, de bocht wat nauw heeft genomen en aan de noordzijde van het vaarwater is gekomen; dat het schip, dat de Castor voorbijliep, de Castor wel heeft verhinderd stuurboord uit te houden, doch dat, op het moment, dat het tegenkomende schip rood toonde, de Castor nog wel stuurboord uit had kunnen gaan; dat de situatie echter, met het oog op den grooten strijd tusschen de afgelegde verklaringen, niet duidelijk is. De Raad is van oordeel, dat op grond van het gehouden onderzoek een bepaalde beslissing betreffende de toedracht van deze aanvaring niet te geven is. De Eaad zal zich dus van beschouwingen omtrent de wederzijdsche navigatie onthouden, doch zich bepalen tot de opmerking, dat deze aanvaring hoogst waarschijnlijk niet zoude hebben plaats gehad, wanneer de navigatie door de gezagvoerders zelf was geleid. Wat de Castor betreft, heeft het den Raad niet bevredigd, dat de gezagvoerder op het hiervoren aangegeven oogenblik van de brug is gegaan. Dat oogenblik was al bijzonder slecht gekozen. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, plaatsvervangend voorzitter, C. J. Canters, G. J. Lap, A. L. Boeser, B. C. van Walraven, leden, E. Kramer, buitengewoon lid, T. Tammes, plaatsvervangend buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden plaatsvervangend voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 28 April 1932. (Get.) B. M. Taverne, C. J. Canters, G. J. Lap, A. L. Boeser, van Walraven, E. Kramer, T. Tammes, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1934-05-01: NvhN 02-05-1934: De “Castor” aan den grond. Het is nog niet bekend of dit het Groningsche schip is. Londen, 2 Mei. Het Nederlandsche motorvaartuig „Castor" is aan de kust van Lincolnshire aan den grond geloopen na een botsing met een te Grimsby thuisbehoorende treiler.
Er zijn twee motorschepen genaamd „Castor", beide in 1931 gebouwd; het eene behoort thuis te Groningen en is eigendom van den heer N. Mulder, het andere behoort thuis te Rotterdam en is eigendom van de N.V. motorschip Castor. Welk van de beide schepen het hier betreft, was bij het verschijnen dezer editie ondanks informatie nog niet bekend.
Het Vaderland 02-05-1934: De Castor lek geslagen. Nader wordt uit Londen gemeld, dat de Castor was geladen mét stalen staven en op weg naar Hull. Het schip werd lek geslagen bij de machinekamer en bij laag water aan het strand gezet. Het schip is tijdens den vloed onder water geloopen, doch zal mogelijk, nadat de averij hersteld zal zijn, weer vlot kunnen worden gebracht.
De tijd 03-05-1934:„Castor” op het strand. Het Nederlandsche motorkustvaartuig „Castor" is aan de kust van Lincolnshire op het strand gezet na een botsing met een te Grimsby thuisbehoorende trawler. (Er zijn twee motorschepen genaamd „Castor", die beide in 1931 zijn gebouwd. Het eene meet bruto 199 (netto 95) ton, en behoort thuis te Groningen. Het is eigendom van den heer N. Mulder. Het andere motorschip „Castor", dat thuisbehoort te Rotterdam en eigendom is van de N. V. Motorschip „Castor", meet bruto 455 en netto 314 ton. Welk van de beide schepen het hier betreft, is nog niet bekend). Nader wordt gemeld: De „Castor" was geladen met stalen staven en op weg naar Hull. Het schip werd lek geslagen bij de machinekamer en bij laag water aan het strand gezet. Het schip is tijdens den vloed onder water geloopen, doch zal mogelijk nadat de averij hersteld zal zijn, weer vlot kunnen worden gebracht. De naam van de trawler, waarmede de „Castor" in botsing is geweest is onbekend, terwijl men evenmin weet of dit visschersschip gezonken is of niet. De botsing had plaats ter hoogte van Grimsby.
NvhN 03-05-1934: De „Castor” vaart weer. Het Nederl. Motorschip castor (inderdaad is hier sprake van het Groningsche schip) is voorloopig gerepareerd en passeerde gisteren Spurn-Head.
Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Woensdag 12 December 1934. no. 240. No.103 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de aanvaring van het Nederlandsche motorschip Castor met den Engelschen stoomtrawler Parthian op de Humber. Op 1 Mei 1934 is het Nederlandsche motorschip Castor in aanvaring geweest met den Engelschen stoomtrawler Parthian op de Humbher. In overeenstemming met het voorstel van den waarnemend inspecteur-generaal voor de scheepvaart besloot een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij art. 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van die stranding zou instellen. Dat onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van dien Raad op 24 October 1934, in tegenwoordig- heid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie en hoorde als getuige onder eede Nicolaas Mulder, kapitein van de Castor tijdens de aanvaring. Ook heeft de voorzitter ter zitting van den Raad den korten inhoud medegedeeld van de verklaringen van de leden der bemanning van den Engelschen stoomtrawler, afgelegd voor de bevoegde Engelsche autoriteit. Uit een en ander is den Raad het navolgende gebleken: Het Nederlandsche motorschip Castor behoort toe aan getuige ; het is in 1931 gebouwd van staal; de bruto-inhoud bedraagt 199, de netto-inhoud 95,29 registerton; het heeft een viertact Deutz-motor van 150 pk; de bemanning bestaat uit 4 personen; het vaartuig, waarvan de roepnaam is P D J G, behoort thuis te Groningen. De Parthian is een Engelsch stoomvisschers- vaartuig, metende 202 bruto-registerton, van de Onward Steam Fishing Co. Ltd. te Grimsby. Van de zijde van de Castor is verklaard als volgt: . Op 29 April 1934 vertrok het vaartuig van Gent, beladen met ijzer; de bestemming was Hull. Op 30 April 1934, des avonds te 10 uur, werd bij Spurn-lichtschip de loods aan boord genomen. Nadat de Castor eenigen tijd uit hoofde van het getij ten anker had gelegen, ging het vaartuig op 1 Mei des voormiddags te 3.30 uur ankerop. Aanvankelijk was het, nadat het schip aan het varen was gegaan, helder weer; spoedig werd het nevelig. Nadat het lichtschip Spurn was voorbij gevaren, werd ter plaatse tusschen Chequer-boei en Haile sand-boei weder ten anker gegaah, thans vanwege den nevel. Des namiddags te 1.30 uur begon het op te klaren en werd ankerop gegaan. Eerst werd langzaam gevaren. Een sleepboot met een baggérvaartuig voer de Castor aan s.b.-zijde voorbij. Daarna werd halve kracht — omstreeks 4 mijl per uur — gevaren. De Castor lag W.t.N. voor. Het zicht bedroeg ongeveer ¾ a 1 mijl. Korten tijd nadat de sleep was voorbijgevaren, ongeveer te 1.45 uur, werd op de Castor op ongeveer 3 streken aan bakboord een tegemoetvarende stoomtrawler waargenomen, die naar gissing O.N.O. voorlag. Op aanraden van den loods werd één stoot op de fluit gegeven en éen streek naar stuurboord gestuurd ten einde min of meer de s.b.-zijde van het vaarwater te houden. Ook de sleep, die voorbijgevaren was, werd nog waargenomen. De trawler, die, te oordeelen naar de boeggolf, volle kracht liep, gaf geen sein terug. Ook te voren was geen sein van den trawler vernomen. De trawler scheen een weinig naar bakboord te wijken. Op de Castor werd ingezien, dat gevaar voor een aanvaring ontstond. Daarom werd op dat vaartuig de machine gestopt. Terwijl drie korte stooten werden gegeven, werkte de motor vervolgens dadelijk volle kracht achteruit. Hierop, gaf de trawler eveneens drie stooten; de kop van den trawler week naar stuurboord. Op de Castor werd getracht door volle kracht vooruit te geven xnet hard b.b.-roer, vrij te komen, doch deze manoeuvre gelukte niet; de trawler raakte nog met zijn steven de Castor aan het b.b.-achterschip. Door die aanvaring werd de Castor in belangrijke mate beschadigd. In de motorkamer was een aanzienlijke lekkage ontstaan, welke voorloopig niet was te dichten. Daar het water in die kamer steeg, werd de Castor zeer korten tijd later op een zandbank gezet, waarna de motor werd gestopt en men beide ankers liet vallen. Den volgenden middag heeft een te hulp geroepen sleepboot de Castor, op welk vaartuig de lekkage inmiddels zooveel mogelijk gedicht was, naar Grimsby raod gesleept en verder naar Hull. Daar is het schip, na lossing, gedokt en de schade hersteld. Verschillende platen van huid en dek van de Castor moesten worden vernieuwd; de motor moest worden uitgenomen en weder geplaatst. De trawler, waarmede de aanvaring had plaats gevonden, bleek de Parthian te zijn, thuis behoorende te Grimsby. Van de zijde van de bemanning van de Parthian is het volgende verklaard. Dat vaartuig ankerde op 1 Mei 1934, nadat het van Grimsby ter visscherij was vertrokken, op de Humber om eenige machineaverij te herstellen. Te 12.30 uur des middags werd ankerop gegaan. De telegraaf werd op „volle kracht" gezet, doch de kapitein had den machinist verzocht langzaam te varen. Naar schatting van den kapitein voer het schip met een snelheid van niet meer dan 5 mijl per uur door het water. Het weer was nevelig met lichten Z.O.wind. Het water was vlak. Hét ebgetij, dat heerschte, was in zijn laatste stadium. De kapitein stond aan het roer, terwijl de stuurman en een matroos door de ramen van het stuurhuis uitkijk hielden. Te 1.30 uur was het lichtschip Bull dwars, dichtbij aan stuurboord. De koers was Z.O.t.O.magn. Even nadat het lichtschip was voorbij gevaren werd het dik van mist. Mistseinen werden gegeven. De vaart bleef dezelfde. Te 1.45 uur, toen het zicht ongeveer 100 m bedroeg, werden vrijwel recht vooruit 1 lange, gevolgd door 2 korte stooten gehoord, als van een sleep. Om het sleepend vaartuig vrij te varen gaf de kapitein van de Parthian hard b.b.roer, waardoor de koers van het vaartuig N.O.t.O. werd. Even daarna werd bijna recht vooruit een vaartuig gepraaid, dat den steven van de Parthian kruiste, stuurboord naar bakboord, welk vaartuig later bleek het Nederlandsche motorschip Castor te zijn. De kapitein van de Parthian zette de telegraaf dadelijk op „volle kracht achteruit" onder het geven van 3 korte stooten, terwijl hard s.b.-roer werd gegeven. Dit was tevergeefs; op ongeveer 1½ a 2 mijl Z.O.t.O. van het lichtschip Bull had de aanvaring met de Castor plaats. Door de Castor, die blijkbaar groote vaart had, waren geen mistseinen gegeven. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft ter zitting van den Raad als zijn meening te kennen gegeven, dat aannemelijk is, dat op de Parthian te snel is gevaren en de aandacht te veel is geconcentreerd geweest op den voorbij varenden sleep. Dientengevolge is op den trawler het naderende motorschip te laat waargenomen, zoodat over en weer geen tijd genoeg bestond om maatregelen te nemen ter voorkoming, eener aanvaring; dat de manoeuvre van de Castor om bij de nadering van de Parthian stuurboord te geven begrijpelijk is en in het algemeen niet met grond aanmerking op de navigatie van de Castor is te maken. De Raad voor de Scheepvaart oordeelt als volgt: Niet is gebleken in welke mate ter plaatse en ten tijde van het ongeval mist heeft geheerscht. Van de zijde van de Castor wordt het zicht geschat op ¾ a 1 mijl, van de zijde van de Parthian op slechts 100 m. Ook indien de waarneming van de Castor als juist wordt aanvaard, is aannemelijk, dat de Parthian met te groote snelheid heeft gevaren. Immers op het Engelsche vaartuig stond de telegraaf op „volle kracht", terwijl aan de boodschap van den kapitein aan den machinist om langzaam te varen allicht geen duurzaam gevolg zal zijn gegeven. Het aantal omwentelingen, dat de machine moet maken, behoort aangegeven te worden door den stand der telegraaf en niet anders. De snelheid van het motorschip kan niet groot zijn geweest, gegeven, dat dit vaartuig korten tijd vóór de aanvaring werd ingehaald door een sleep. Onverklaarbaar is gebleven waarom de Parthian, ook na het voorbijvaren van den sleep, naar bakboord is blijven uitwijken en moeilijk kan worden ingezien, waarom de beide kleine vaartuigen niet van elkaar konden vrijloopen, als het zicht ¾ a 1 mijl bedroeg. Vermoedelijk is op de Parthian de nadering van de Castor te laat opgemerkt, hetgeen kan veroorzaakt zijn, doordien de aandacht van de Parthian te veel werd geconcentreerd op den voorbij varenden sleep. In elk geval kan niet met grond op de manoeuvre van het Nederlandsche vaartuig aanmerking worden gemaakt. Aldus gedaan door de heeren mr. dr. F. C. van Geer, plaatsvervangend voorzitter, G. J. Lap, A. L. Boeser en B. C. van Walraven, leden, R. Kramer, buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door den plaatsvervangend voorzitter prof. mr. B. M. Taverne ter openbare zitting van den Raad van 27 November 1934. (get.) F. C. van Geer, G. J. Lap, A. L. Boeser, van Walraven, R. Kramer, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1940-05-16: Overgenomen door de Netherlands Shipping & Trading Commmittee, Londen, Engeland. Managers Freight Express Ltd, Londen, later T. Phelan & Co., Birkenhead en R. & D. Jones, Liverpool. 21 Juni 1940 in timecharter bij Ministry of Shipping, Londen, Engeland. Deed van 25 juli 1940 tot 25 maart 1943 dienst als 'balloon barrage vessel' in Liverpool.

1950-05-10: Tijdens een reis van Newcastle naar Cherbourg in dichte mist aan de grond gelopen op het Isle of Beniquet. Op eigen kracht weer vlotgekomen en Brest binnengelopen.
Bijvoegsel tot de Nederlandse Staatscourant van Vrijdag 17 November 1950, no.225. No.61 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake het aan de grond lopen van het motorschip „Castor" op Beniguet eiland. Betrokkene: N, Mulder, kapitein. Op 10 Mei 1950 is het motorschip „Castor", op reis van Brest naar Cherbourg, op Beniguet eiland aan de grond gelopen. Nadat een loods aan boord was gekomen, is het schip een dag later met eigen middelen vlot gekomen en naar Brest teruggekeerd. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak dezer stranding. Bovendien besliste genoemde commissie, eveneens in overeenstemming met het desbetreffende voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart, dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de kapitein van de „Castor", Nicolaas Mulder, wonende te Groningen. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 20 September 1950, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein, de bestman en de roerganger, zomede van het scheepsdagboek, en hoorde de kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette de betrokkene, aan wie voormelde beslissing bij deurwaardersexploit was betekend, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren, hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. De door de kapitein gebruikte Franse kaart no. 5288 was ter tafel. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motorschip „Castor" is een Nederlands schip, toebehorende aan de kapitein N. Mulder, te Groningen. Het meet 199 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een 150 pk Humboldt Deutz-motor. Het schip is voorzien van een Certificaat van Deugdelijkheid, letter F. Op 9 Mei te 18.00 uur vertrbk de „Castor" leeg uit Brest met bestemming Cherbourg. De diepgang was vóór 3', achter 6'. Inclusief de kapitein bestond de bemanning uit zes personen. Het was goed weer, stil en helder. Het schip liep volle kracht, 7 ½ mijl.Te 20.45 uur werd Pierres Noires Noord (k.) gepeild op drie mijl afstand. De log werd uitgevierd en de bestman, die reeds vanaf 20.00 uur op de brug was, kreeg de wacht, waarna de kapitein naar zijn hut ging. De bestman kreeg order om vijf mijl uit de kust te blijven en Ouessant op vijf mijl afstand te passeren. Verder moest hij de kapitein bij enige bijzonderheid of twijfel waarschuwen. De deviatie was volgens de kapitein een halve streek Oost. Er waren geen koersen in de kaart gezet en deze waren ook niet opgegeven aan de bestman. Over stroom werd niet gesproken. De bestman heeft verklaard, dat hij alleen de Franse kaart 5288 Pointe de Corsen tot Cap de la Chèvre en een Blue Back van de Golf van Biscaye tot zijn beschikking had. De bestman bleef tot 22.00 uur West voorliggen, dus ± 9 mijl na 20.45 uur. Hij zag toen niets meer, het motregende en hij schatte het zicht op 1 mijl. Te 22.00 uur veranderde hij tot Noord. Deze koers loopt niet vrij van het 12 mijl verder liggende Ouessant. Te 22.30 uur, toen hij dus slechts 4 mijl in deze koers had afgelegd, nam hij aan, dat Ouessant was gepasseerd, en liet hij O.N.Q. sturen. Er is niet met enige stroom rekening gehouden. De roerganger heeft verklaard, dat hij te ongeveer 23.30 uur op één streek aan stuurboord een rood schitterlicht zag en daarop de bestman attent maakte. Deze zei, dat dit een boei was voorbij Ouessant, en wees de roerganger die boei in de kaart. Te 23.45 uur was dit vuur dwars. Terwijl de bestman het roer nam, ging de roerganger de kapitein porren. De kapitein kwam te 24.00 uur boven en hoorde, dat Ouessant zou zijn gepasseerd en dat de koers O.N.O. was. De kapitein zag toen aan stuurboord achteruit in Z.W.telijke richting een rood schitterlicht en ging in de kaartenkamer om te zien welk vuur dit was. Hij kwam tot de conclusie, dat dit het vuur van Pierres Noires was, en ging direct naar de brug, maar op dat moment, te 0.15 uur van 10 Maart, liep de „Castor" aan de grond, zoals later bleek op de noordkust van Beniguet eiland. Even vóór de stranding was op 6 streken aan stuurboord nog een licht gezien, blijkbaar dat van Kaap St. Mathieu, maar dit verdween achter Beniguet. Daar de kapitein niet terstond wist, waar de „Castor" was vastgelopen, besloot hij daglicht af te wachten alvorens pogingen te doen vlot te komen. Bij vallend water kwam het schip geheel droog te staan. De „Castor" heeft geen dubbele bodem, men kon echter geen schade vaststellen. Het hoogwater te 12.00 uur was niet voldoende om vlot te komen, doch nadat te 21.30 uur eeft loods aan boord was gekomen, gelukte het te 0.30 uur van 11 Mei door trekken aan uitgebrachte trossen vlot te komen. Er werd geankerd in dieper water. Te 6.30 uur ging men ankerop en keerde terug naar Brest. Het ruim bleek enig water te maken. Te Brest werd de schade voorlopig hersteld. Men vertrok vanhier op 13 Mei, nam op 19 en 20 Mei te Cherbourg een lading oud ijzer in, loste dit 23 Mei te South Shields, laadde voor Amsterdam en kwam hier op 29 Mei aan. Op 2 Juni is het schip te Vlaardingen in het droogdok opgenomen. Ter zitting heeft de kapitein verklaard, dat hij de bestman slechts enige reizen aan boord had en niet goed kende. Het was die avond van 9 Mei zulk stil, helder weer, dat betrokkene het overbodig achtte voor de bestman koersen in de kaart te zetten en meer aanwijzingen te geven, daar men alles kon zien en de navigatie zeer eenvoudig was. Als inderdaad het zicht is geminderd tot 1 mijl, dan had de bestman, overeenkomstig ontvangen orders, betrokkene moeten waarschuwen. Bij de stranding was het zicht meer dan 3 mijl. Op de Franse kaart kon niet worden genavigeerd, daar deze geen kompasrozen heeft en men aan boord geen gradenboog had. Op de Blue Back stond een plan van Brest. Hierop werden de koersen afgezet; de Franse kaart gebruikte men als controle. Betrokkene zegt, dat de bestman op een onbegrijpelijke manier heeft genavigeerd, en geeft toe, dat hij zelf onvoldoende leiding heeft gegeven en daardoor schuld heeft aan de stranding. Toen betrokkene na 0.00 uur op de brug kwam en hoorde, dat Ouessant zou zijn gepasseerd, begreep hij, dat dit onmogelijk was. Hij zag toen in het Z.W. een vuur, maar juist, toen hij dit had geïdentificeerd, liep de „Castor" aan de grond. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart voert aan, dat de navigatie alle beschrijving tart. Totdat Pierres Noires werd gepasseerd, werd goed genavigeerd, maar toen verliet de kapitein de brug en dan was er van enige voorzichtigheid in dit uit nautisch oogpunt zo beruchte zeegebied geen sprake meer. De kapitein liet na voldoende orders te geven over de te sturen koersen. Hij zei alleen 5 mijl uit de kust te blijven en Ouessant op 5 mijl afstand te ronden. Daar hij een ongediplomeerde bestman had, die hij slechts kort kende, had hij de te sturen koersen en afstanden in de kaart moeten zetten. Er was geen behoorlijke kaart aanwezig, er is met stroom geen rekening gehouden en de bestman kreeg daar geen aanwijzingen over. De kapitein had tot na Ouessant op de brug moeten blijven. Dit was misschien bezwaarlijk na een zware dagtaak, maar de veiligheid van het schip mag daardoor niet in gevaar worden gebracht. De bestman van der Laan is geheel ongeschikt om als zodanig op te treden. Hij mist het nodige inzicht om een veilige navigatie zelfstandig te voeren. Ondanks het feit, dat hij geen behoorlijke kaart had, heeft hij zijn taak veel te luchtig opgevat. Als hij het gegist bestek geregeld had afgezet, had hij moeten zien, dat hij onmogelijk in de drie uren, dat hij op wacht was, Ouessant had kunnen passeren. De afstand tot Ouessant te 20.45 uur was 25 mijl en de „Castor" loopt 7 a 8 mijl per uur. De wet eist voor schepen als de „Castor" geen gediplomeerd stuurman. Reeds eerder heeft de Raad betreurd, dat de Schepenwet voor ongediplomeerden geen straffere maatregelen toelaat dan het uitspreken van een berisping. Daar de schuld aan deze scheepsramp, die dank zij de gunstige weersomstandigheden zo goed is afgelopen, behalve aan kapitein Mulder, ook te wijten is aan de schandelijke navigatie van de bestman van der Laan, blijkt hier weer hoe wenselijk het zou zijh, indien de wet maatregelen kende om te verhinderen, dat een dergelijke bestman vaart als zelfstandig wachtofficier, zonder te hebben getoond daarvoor de nodige geschiktheid te bezitten. Als verzachtende omstandigheid zou men kunnen aannemen, dat de weerscondities zo gunstig waren, dat de kapitein vertrouwde, dat de bestman het niet fout kon doen. Voorts is de kapitein, die eigenaar is van het schip, door de stranding gedupeerd en ziet hij de door hem gemaakte fouten in en betreurt deze. De hoofdinspecteur stelt de Raad voor, de kapitein N. Mulder te straffen door hem de bevoegdheid om als kapitein te varen aan boord van schepen in de kleine handelsvaart te ontnemen voor de tijd van één week. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: De stranding van het motorschip „Castor" is veroorzaakt door totaal onvoldoende navigatie aan boord. Direct schuldig daaraan is de bestman G. van der Laan, die blijk heeft gegeven geheel ongeschikt te zijn om zelfstandig de navigatie te voeren. Zoals de hoofdinspecteur voor de scheepvaart heeft opgemerkt, is het te betreuren, dat de wet niet toelaat de bestman daarvoor strenger te straffen dan door het uitspreken van een berisping, een maatregel, die in geen verhouding staat tot de gepleegde feiten. De Raad is echter van mening, dat de schuld van de kapitein ook zeer ernstig is. Hoewel hij weinig wist van de capaciteiten van de bestman, liet hij deze de wacht over bij het varen langs een gevaarlijke kust en het ronden van Ouessant, waar zeker de aanwezigheid van de kapitein noodzakelijk zou zijn geweest. Betrokkene ging er van uit, dat de weersomstandigheden zo gunstig waren, dat hij het onmogelijk achtte, dat de bestman fouten zou kunnen begaan. Hij liet daardoor na de meest elementaire instructies bij het wacht overgeven aan de bestman te geven. Hij had, nu hij niet zelf op de brug bleef, de koerslijnen in de kaart moeten zetten en moeten opgeven hoe lang de koersen gestuurd moesten worden. Voorts had hij de stroom moeten bepalen en daarmee rekening moeten houden. Hoewel betrokkene de door hem begane fouten inziet en zijn nalatigheid betreurt, is de Raad van oordeel, dat op hem een maatregel moet worden toegepast, en straft mitsdien de kapitein Nicolaas Mulder, geboren 19 Januari 1895, wonende te Groningen, door hem de bevoegdheid om als kapitein te varen op kustvaartuigen te ontnemen voor de tijd van één week. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, tweede plv. voorzitter, C. H. Brouwer, G. J. Barendse en L. Meulman, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads
secretaris mr. A, Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 20 October 1950. (Get.) A. Dirkzwager; A. Boosman.

1954-08-09: 09-08-1954 m.s.CASTOR af Groningen, 199 B. R. T. Bygget 1931. På rejse fra Rotterdam til Struer med byg. Grundstødt d. 9/8 54 i Limfjorden.
Søforklaring i Nykøbing M. d. 12/8 54. Kl. 2125 passerede C. under en jævn SØ.-lig brise med regn lystønden „Sælhundeholm Løb S.“. Derefter styredes i en halv time ØSØ., idet der holdtes udkig efter Toftum fyr, der imidlertid ikke kunne ses. Senere styredes SØ.1/2Ø. Kl. 2230 sås lystønden ved Rønnen Grund, der passeredes 1/2 sm. om stb. Kl. 2300, da lysene på Oddesundbroen og fyret på Grisetaa Odde var i sigte, medens Toftum fyr stadig ikke kunne ses, kobledes motoren fra for at opankre skibet. Under ankringen grundstødte C. ganske let med forenden. Kl. 2330 kom skibet flot ved egen hjælp. Under flottagningen rørte C.s agterende grunden. Anm. Ministeriet må antage, at grundstødningen skyldes, at Toftum fyr var slukket.

1958-05-08: NvhN 09-05-1958: CASTOR aan de grond gelopen. Door onbekende oorzaak is de Groninger kustvaarder CASTOR gisteravond vlak voor de haven van Vlissingen aan de grond gelopen. De Castor was met een lading aardappelen op weg van Hansweert naar Vlissingen om hier uitgeklaard te worden. Verwacht mag worden dat het schip op eigen kracht zal vlot komen tijdens hoog water.

1959-09-28: Tijdens een reis van Harlingen naar Alphen a/d Rijn nabij Terschelling in het Vliestroom in dichte mist gestrand. Op eigen kracht weer vlot.

1959-09-28: NvhN 30-11-1961: Raad voor de Scheepvaart. Kapitein van m.s. Castor twee weken bevoegdheid ontnomen. De Raad voor de Scheepvaart heeft de 64-jarige kapitein P. M. uit Groningen gestraft door hem de bevoegdheid om als kapitein op zeeschepen te varen voor de tijd van twee weken te ontnemen. Naar het oordeel van de Raad moet het vastlopen van het m.s. Castor op 28 september 1959, korte tijd nadat de loods in de Vliestroom was ontscheept, aan de kapitein M. worden geweten. Het schip, dat toebehoort aan N. Mulder te Groningen en 199 brt. meet, was op weg van Harlingen via Terschelling naar Alphen a. d. Rijn. Na de aanvaring werd geen schade geconstateerd. Het schip kon op eigen kracht weer vlotkomen. Het vastlopen wijt de Raad aan onvoldoende nauwkeurige navigatie van de kapitein. De binnenloods heeft na 't passeren van de lichtboei Vlierede zowel de kapitein als de bestman de beide volgende lichtboeien aangewezen en aangeduid welke koers naar zee moest worden gevolgd. Kapitein M. heeft echter geen koers uitgezet en is volle kracht varend op zicht verder gevaren, aldus de Raad in zijn uitspraak.

1960-01-27: NvhN 27-01-1960: Jongen droste van Groninger coaster. De 15-jarige D. A. K. uit Arnhem monsterde in Groningen aan op een kustvaarder, kreeg onderweg ruzie met de kapitein en droste in Zweden. De politie kwam hem in Kalmar weer op het spoor en zette de jongen, omdat zijn eigen schip inmiddels was vertrokken, op de Castor, die hem mee nam naar Harlingen. Daar werd het kereltje door de politie van boord gehaald en per trein naar Arnhem gebracht, waar de vereniging Kinderhulp zich over hem zal ontfermen.

1964-05-22: NvhN 22-05-1964: Coaster Castor verkocht. De heer N. Mulder te Groningen heeft het motorkustvaartuig Castor verkocht aan de heren J. Kruidhof en J. H. Bos te Delfzijl, die het schip onder dezelfde naam in de vaart zal brengen met als thuishaven Delfzijl. De Castor behoort tot het gladdek-type en werd in 1931 gebouwd bij de Scheepswerf Gideon, voorheen J. H. Koster, te Groningen. Het schip heeft een draagvermogen van ongeveer 280 ton en is voorzien van een 150 pk Deutz dieselmotor.

1964-09-23: “CASTOR”, September, 23rd. 1964, Great Yarmouth. The “CASTOR “ featured in an emergency that involved a lightship, coastguards, life-boatmen, the Royal Navy, Trinity House, the R.A.F. and the fire-brigade. The drama began when the vessel was in collision with the “AKAMAS “, a much larger ship which did not stop. The coaster flew her distress signals and despite developing a heavy list she carried on until noticed by the Smiths Knoll Ligtship. The Trinity House tender “MERMAID “went to ther assistance with pumps while H.M.S. “WOTTON “stood by. Meanwhile the Gorleston Coastguard alerted helicopters at R.A.F.Coltishall and the Launched. In the face of all this activity the “CASTOR “ surprisingly made harbour under her own power but by now she was looking rather like a submarine, lying low in the water with her decks awash. The fire-brigade and a tug pumped her out and her cargo was unloaded and repairs were made.

1964-09-25: Op de Noorzee in aanvaring met het Libanees s.s. 'Akamas'. Beschadigd en met assistentie van de Britse 'Mermaid I' Great Yarmouth binnengelopen voor voorlopige reparaties en vervolgens geheel hersteld bij Scheepswerf Martin Jansen te Leer.
NvhN 25-09-1964: Delfzijlster coaster maakt zware slagzij na aanvaring. De 199 ton metende coaster Castor van de rederij Maritima te Delfzijl is vanmorgen met veel water en zware slagzij de haven van Yarmouth binnengelopen. Bemanningsleden van de Britse reddingsboot „Gorleston" bevonden zich aan boord van de Castor om de Nederlanders behulpzaam te zijn bij het leegpompen van het schip. Donderdagmorgen 'kwam de Nederlandse kustvaarder in aanvaring met het 7.000 ton metende Libanese vrachtschip Akamas op ongeveer 35 mijl uit de Nederlandse kust. De 42-jarige kapitein van de Castor, Jilke Bos uit Delfzijl, verklaarde dat hij na de aanvaring had besloten zo snel mogelijk koers te zetten naar de Britse kust, maar twee uur later begon het schip naar stuurboord slagzij te maken. Toen de Castor vanmorgen vroeg in Yarmouth aankwam spoelden de golven aan stuurboordzijde reeds over het dek. Oorspronkelijk werd assistentie verleend door de Nederlandse kustvaarder Moerdijk. Later hielp de Engelse coaster Mermaid door pompen over te zetten, omdat de Castor het niet alleen kon klaren. Behalve de kapitein waren er nog drie bemanningsleden aan boord. Persoonlijke ongelukken deden zich niet voor.
Leeuwarder courant 25-09-1964: Beschadigde kustvaarder snelde over Noordzee. De 199 ton Nederlandse kustvaarder „Castor" is gistermorgen op de Noordzee, 35 mijl van IJmuiden, in aanvaring gekomen met het Libanese schip „Akamas" van 7000 ton. De „Castor" werd beschadigd en kapitein Jilke Voss (42) besloot zo snel mogelijk naar de Engelse kust te varen. Niemand wist dat de „Castor" moeilijkheden had — het schip heeft geen radio — tot de coaster het lichtschip „Knoll" passeerde, dat de slagzij van de „Castor" opmerkte. Het lichtschip waarschuwde het Britse reddingwezen en de reddingboot „Garleston" voer de kustvaarder tegemoet en hielp bij het pompen. Vanmorgen kwam de „Castor" in de Engelse haven Great Yarmouth aan met zware slagzij: het water spoelde aan stuurboordzij over dek.
De Telegraaf 25-09-1964: Kustvaarder in moeilijkheden na aanvaring. Grimsby, vrijdag. De Nederlandse kustvaarder “Castor”is gisteren in ernstige moeilijkheden geraakt na een aanvaring met het Libaneese vrachtschip “Akamas”. De aanvaring vond plaats op ongeveer 100 mijl ten westen van IJmuiden. Het Nederlandse schip werd ernstig beschadigd en dreigde zelfs te zinken. De Nederlandse kustvaarder “Moerdijk”, die toevallig in de buurt was, bleef in de buurt en een ogenblik zag het ernaar uit, dat zij de bemanning van de “Castor” cou moeten overnemen. Toen verscheen het Britse schip “Mermaid”, dat pompen aan boord had. Er werd een boot uitgezet en de pompen werden aan boor van de “Castor” gebracht. Nadat het ruim weer gedeeltelijk was leeggepompt kon de “Castor” opstomen naar Yarmouth.
Het vrije volk 25-09-1964: Castor in aanvaring met Israëlisch schip. (Van een onzer verslaggevers)De Nederlandse Castor heeft gisteren op de Noordzee een aanvaring gehad met een Israëlisch schip. De uit Delfzijl afkomstige kustvaarder maakte water, maar liep geen gevaar te zinken. Het schip is op eigen kracht doorgevaren naar Great Yarmouth. Aan boord werd niemand gewond.
NvhN 27-10-1964: Kustvaarder Castor na herstel weer in de vaart. Het motorkustvaartuig Castor is weer in de vaart gekomen, nadat het enige weken geleden op de Noordzee in aanvaring is gekomen met het 7000 ton metende Libanese vrachtschip Akamas. Deze aanvaring gebeurde ongeveer 35 mijl uit de Nederlandse kust, waarbij de Castor zwaar werd beschadigd en met hevige slagzij de Engelse havenplaats Great Yarmouth kon binnenlopen. De Castor werd daarop naar de Schiffswerft Martin Janssen te Leer (Ostfriesl.) overgebracht. Het ongeveer 300 ton metende schip is eigendom van de rederij J J Kruidhof te Delfzijl. Het gaat nu graan laden voor Londen.

1966-00-00: 1966 Raad voor de Scheepvaart: Kapitein uit Delfzijl krijgt berisping. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft de 34 jarige kapitein J.H.B. uit Delfzijl van het 199 ton metende m.s.”CASTOR”, wegens het medeschuldig zijn aan de aanvaring van zijn schip met het Libanese m.s.”Akamas” (7285 ton) op 23 september 1964 op de Noordzee gestraft met het uitspreken van een berisping. In zijn oordeel constateert de Raad dat de “Akamas” blijkens de verklaring van kapitein B. de “CASTOR” opliep in welke situatie het Libanese schip de plicht had uit te wijken en de “CASTOR” koers en vaart moest behouden. Het was echter volgens de Raad niet juist, dat toen de “Akamas” de “CASTOR” bleef naderen en geen blijk gaf tijdig te zullen uitwijken, de kapitein van de “CASTOR” de scheepsleiding van het andere schip op het gevaar attent wilde maken door het geven van morseseinen. Hij had krachtens de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee een sein van tenminste vijf korte stoten op de fluit moeten geven. Omdat de kapitein dit had nagelaten achtte de Raad een element van medeschuld aanwezig.

1969-04-20: Nabij Southend on Sea het jacht 'Ticky Lee', dat ten anker lag, overvaren. De eigenaar van het jacht en zijn 13 jarige zoon kwamen hierbij om het leven.
NvhN 04-12-1969: Vissersboot overvaren. Kapitein Delfzijlster coaster krijgt boete. De kapitein van de Nederlandse kustvaarder Castor uit Delfzijl J. H. B. is woensdag in de Engelse plaats Southend veroordeeld tot een boete van f 130 plus betaling van f 170 proceskosten. De Castor had in het voorjaar in de Theemsmonding een vissersboot overvaren, waarvan de schipper en diens zoon verdronken.

1970-07-14: Final Fate: Gezonken ten gevolge van zwaar weer ca. 30 mijl van Walton, Essex in pos. 51.52.N. - 02.23.O. Ze was onderweg met een lading graan van Rotterdam naar Ipswich. De bemanning werd gered door het Britse m.s. 'Wilmington'. (Zie ook hoofdstuk 29 van het boek 'De schippers Mulder')
NvhN 15-07-1970: Coaster „Castor" uit Delfzijl op Noordzee vergaan, bemanning gered. (Van een onzer verslaggevers) Op de Noordzee, ongeveer 40 mijl uit de kust bij Harwich, is gisteravond de kustvaarder „Castor" uit Delfzijl vergaan. De 199 brt. metende „Castor" was met een lading graan van Rotterdam onderweg naar Engeland. De vier bemanningsleden zijn van een rubbervlot opgepikt door de Engelse vrachtboot „Wilmington", die noodsignalen had opgevangen en naar de in moeilijkheden verkerende „Castor" was opgestoomd. De „Castor" was eigendom van kapitein J. H. Bos uit Delfzijl. Behalve de kapitein waren verder nog aan boord de stuurman J. Visser, matroos G. Visser, beiden eveneens uit Delfzijl en de Engelse matroos onder de gage F. Wheeler. Het schip maakte gistermiddag rond twaalf uur al water, vermoedelijk door lekkage. Toen de situatie onhoudbaar werd, gaf kapitein Bos opdracht het schip te verlaten. Het schip zonk vrij kort daarna.
Het vrije volk 15-07-1970: Coaster zinkt: 4 man gered. (Van een onzer verslaggevers) Rotterdam — Gisteravond laat is de Nederlandse kustvaarder Castor (199 brt.) ter hoogte van de Engelse haven Felixstowe gezonken. De Castor was met een lading graan op weg van Rotterdam naar Ipswich. De vier bemanningsleden, die in een rubber dinghy waren gestapt, werden aan boord genomen door het Engelse vrachtschip Wilmington. Dit schip was op weg naar Londen. De vier geredden zijn: kapiteineigenaar J. H. Bos uit Delfzijl, de gebroeders G. Visser en J. Visser, respectievelijk stuurman en matroos, beiden uit Almelo en de Engelse matroos onder de gage Wheeler.
De Telegraaf 15-07-1970: Kustvaarder gezonken. Zeelui dreven 3 uur op vlot. Van onze correspondent . Londen, woensdag Na drie uur in een storm op een vlot rondgedreven te hebben, konden gisteravond vier bemanningsleden van een Nederlandse kustvaarder nabij Harwich opgepikt worden. Lekgeslagen. Hun schip, de 129 ton metende kustvaarder „Castor", was tijdens de storm lekgeslagen en zonk enige tijd nadat de mannen het hadden verlaten. De mannen werden gisteravond om halfacht gevonden door het Engelse motorschip „Wilmington". De kapitein van dit schip Hans Hanson, vertelde via de radio, dat de Nederlanders veilig, maar uitgeput waren. Vuurpijl „De kapitein van het Nederlandse schip is een gebroken: man. Hij had zijn hele leven voor dit schip gespaard. En heeft het nu in de steek moeten laten", aldus kapitein Hanson. Het viertal, onder, wie een Engelsman, werd door de „Wilmington" gevonden dankzij een vuurpijl die van het vlot was afgeschoten. De „Castor" was van Rotterdam op weg naar Ipwich.
NvhN 26-01-1971: Inspecteur: kapitein niet schuldig aan zinken van Castor. De inspecteur voor de scheepvaart heeft gistermorgen in Amsterdam de Raad voor de Scheepvaart voorgesteld geen maatregelen te nemen tegen de Delfzijlster kapitein J. H. B. van de Castor, welk schip op 14 juli 1970 op de Noordzee is vergaan. De inspecteur kon de kapitein naar zijn zeggen niet bewonderen in de manier waarop deze zijn schip had onderhouden, maar het zinken wilde hij hem niet verwijten. De Castor was volgestuwd met graan op weg van Rotterdam naar Ipswich in Engeland toen het ca. 15 mijl buitengaats in zwaar weer terecht kwam. Het schip werd onbestuurbaar en maakte zware slagzij, vermoedelijk doordat er water naar binnen stroomde door een plek in de scheepshuid, waar nagels hadden losgelaten. Even voordat het schip zonk, werden de kapitein en zijn drie bemanningsleden opgepikt door het Engels schip Wilmington.



Ship Masters Data

Date from: 1964
Captain: Bos, Jilke Harmannus
College:
Flagnumber: 0
Other information: 1922 - 2009

Images


Description: Castor 1931 at Truro
Image type: Photo

Description: Castor 1931
Image type: Photo

Description: Castor 1931.
Image type: Photo

Description: Castor 1931.
Image type: Photo

Description: Castor 1931.
Made By: © Salomons, S. (Salomon)
Image type: Photo

Description: Castor 1931.
Made By: © Salomons, S. (Salomon)
Image type: Photo

Description: Castor 1931.
Made By: © Salomons, S. (Salomon)
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

 

NNO 180464
De Castor verkocht.
Door bemiddeling van Handelskantoor J.G. Mulder te Groningen werd in samenwerking met Maritima N.V. Delfzijl het motorschip CASTOR verkocht, groot plm. 300 ton dwt., gebouwd in en voorzien van een 150 pk Deutz motor. Verkoper de heer N. Mulder te Groningen; kopers de heren Kruidhof en Bos te Delfzijl.