Name ship: FORTITUDO

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1809
Classification Register:
IMO number:
Nat. Official Number:
Category:
Propulsion:
Type: Frigate
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts: Three masts
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Wood, sheathed with copper
Decks:
Construction Data

Shipbuilder: Built abroad
Yardnumber:
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1809-00-00
Technical Data

Ship is not motorized.
 
Gross Tonnage:
Net Tonnage:
Net Tonnage 2: 615.00 Net tonnage
Deadweight:
 
Length 1: 34.90 Meters Registered
Beam: 7.14 Meters Registered
Depth: 4.16 Meters Registered
Draught:
 
Passengers:
1st 2nd 3rd Steerage Deck Total
0 0 0 0 0 0
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1809-00-00 FORTITUDE
Manager:
Owner:
Shareholder:
Homeport / Flag:
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 18?? FORTITUDE
Manager: Charles François Lauwers, Bruges (Brugge), Netherlands
Owner: Charles François Lauwers, Bruges (Brugge), Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Ostend (Oostende) / Netherlands
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1819-06-00 FORTITUDO
Manager: Charles François Lauwers, Bruges (Brugge), Netherlands
Owner: Charles François Lauwers, Bruges (Brugge), Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Ostend (Oostende) / Netherlands
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1824-11-09 FORTITUDO
Manager: J.B. Roelandts, Antwerp, Netherlands
Owner: J.B. Roelandts, Antwerp, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Antwerp / Netherlands
Callsign:
Additional info: Prijs: NLG 25.300,-

Date/Name Ship 1833-00-00 SUMATRA
Manager: J. Roelandts & Co., Rotterdam, Netherlands
Owner: J. Roelandts & Co., Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1819-11-05: Op 5 november 1819 is de FORTITUDO met verlies van het roer binnengelopen te Mauritius. Voor de reparatie moest de lading worden gelost.

1825-01-23: Op 23 januari 1825 is de FORTITUDO bij het afzakken van de Schelde op een zandbank gelopen.

1825-03-21: Op 21 maart 1825 is de FORTITUDO te Plymouth gelost om te worden gerepareerd.

1826-10-01: Op 1 oktober 1826 is de FORTITUDO, op de terugreis van Batavia, bij het inkomen van het Kanaal gepraaid. Het fregat heeft de grote- en bezaansteng en de voorbramsteng verloren.

1837-01-20: Op 20 januari 1837 is de SUMATRA bij Soerabaya aan de grond gelopen.

1840-00-00: Final Fate: De Sumatra is eind 1840 of in 1841 in Rotterdam gesloopt.

Ship Masters Data

Date from: 1816
Captain: Aggens, Steffen
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1819
Captain: Lieves, Siewert of Sievert
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1824
Captain: Broecke, Gaspard van den
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1827
Captain: Bulsing, D.J.
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1830
Captain: Delafontaine, L.
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1833
Captain: Poppen, Hendrik
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1834
Captain: Joosens, Jan
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1838
Captain: Winter, J.M. de
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Images

Sources


Year: 0000-00-00
Source: Diverse Bronnen
Description: RA - Beveren Archiefnummer Ant.512.0044.00132.138
N.A. Den Haag, Archiefnummer Rott.3.03.56.65.288
N.A. Den Haag, toegangsnr. 2.08.01.07, diverse bestanddelen zeebrieven
N.A. Den Haag, Collectie 051 Goldberg, toegangnummer 2.21.006.51
De heer. André Delporte, Luik
De heer Luc van Coolput, Antwerpen
De Heer S. Parma, Hilversum
AH = Algemeen Handelsblad
BC = Bataviasche Courant
DC = Dordtsche Courant
JDA = Journal d’Anvers
JC = Javasche Courant
LC = Leeuwarder Courant
OHC = Oprechte Haarlemsche Courant
RC = Rotterdamsche Courant
General information regarding this ship

Notities van André Delporte († 10/2010), Luik, geven 1809 als bouwjaar aan. Waar de FORTITUDE ‘buitenslands’ is gebouwd is onbekend. Het fregat heeft volgens deze notities gevaren onder Russische vlag, zodat de bouw in dat land in de rede ligt. De reder zou een Oostenrijkse zeebrief hebben aangevraagd, maar voer tot – mogelijk augustus – 1815 onder Franse vlag. Wanneer C.F. Lauwers, Oostende, eigenaar werd is onbekend, vermoedelijk in de ‘Franse tijd’.

1817

Op 3 januari 1817 werd een Turkse Pas verstrekt voor de FORTITUDE, aangevraagd door Charles François Lauwers, Oostende, voor kapitein Steffen Aggens. De voordien uitgegeven zeebrief uit 1815-1816 is niet gevonden; de aanvraag is  waarschijnlijk tijdens oorlogshandelingen verloren gegaan. 

BC 160817
Advertentie. Vracht naar Amsterdam. Per het snel-zeilend gekoperd Fregatschip LA FORTITUDE, kapt. Steffens Agent (opm: Steffen Aggens), adres bij J.J. Gildenhuis op de Tijgers-gracht.                                                                                                
BC 300817
Batavia. Liggende ter reede, het schip FORTITUDE (opm: fregat, kapt. S. Aggens).
BC 011117
Batavia, 29 oktober. Vertrokken het schip (opm: fregat) FORTITUDE, kapt. S. Aggens, naar Samarang en Japara.                                                                                                            
BC 151117
Samarang, 5 november. Aangekomen het schip LA FORTITUDO (opm: fregat FORTITUDE), kapt. S. Aggens, van Batavia; passagiers de Heren Vos en Tromp. (opm: 7 november vertrokken naar Joanna)                                  
BC 131217
Samarang, 28 november. Vertrokken het schip  LA FORTITUDE (opm: fregat FORTITUDE) , kapt. S. Aggens, over Paccalongang (opm: Pekalongan) naar Batavia.

1818

RC 310118
Amsterdam, 29 januari. Volgens brieven van Batavia, van den 1 tot 6 september was ter rede van Batavia liggende Zijner Majesteits fregat WILHELMINA, kolonel Dibbets, alsmede de particuliere schepen HENRIETTA ELISABETH, kapt. C.F. Jansen, half beladen; FORTITUDE (opm: fregat), kapt. S. Aggentz (opm: S. Aggens); SELLINA (opm: SELIMA), kapt, G. Jansen, en AUGUSTE, kapt. J. Grevelink, ledig, benevens verscheidene Amerikaanse en Engelse schepen, welke door hun lage concurrentie in de vrachten bij de geringe voorraad producten aan de Nederlandse schepen weinig vooruitzigt overlieten om spoedig lading te bekomen. Er was een Amerikaans schip door het Gouvernement, met rijst bevracht.
RC 050318
Amsterdam, 3 maart. Volgens een brief van Batavia, van den 18 oktober (opm: 1817), waren aldaar destijds liggende de Nederlandse schepen COLUMBUS, kapt. H. van Uijen, WATERLOO, kapt. D. Hensken, de HOOP, M.D. Ihnken, l'AUGUSTE, kapt. J. Grevelink, FORTITUDE (opm: fregat), kapt. S. Aggensz(opm: S. Aggens), en SEMILA (opm: SELIMA), kapt. Gideon Jansen.
OHC 160618
Kaap de Goede Hoop, 15 maart. Vertrokken het schip (opm: fregat) FORTITUDE, kapt. S. Aggensz (opm: S. Aggens) van Batavia naar Oostende.
RC 130618
Amsterdam, 11 juni. In een brief van de Kaap de Goede Hoop, van den 11 maart, wordt gemeld, dat kapitein S. Argentz (opm: S. Aggens), voerende het schip (opm: fregat, thuishaven Oostende) FORTITUDE, van Batavia naar Oostende gedestineerd, den 9 dito aan de Kaap de Goede Hoop gearriveerd, rapporteert, dat bij zijn vertrek van Batavia, op den 3 januari, in het opzeilen waren drie Hollandse schepen, vermoedelijk de CORNELIA, kapt.F. Sipkes, de KOORNZAAIJER, kapt. A. Smit, en de VROUW IDA ALEYDA, kapt. Klaas Sipkes, van Amsterdam, alle drie in de maand december (opm: 1817) van de Kaap vertrokken. Een Zuid Amerikaanse kaper, van 32 stukken, kruiste in die zeeën, en had een groot schip genomen en enige kustvaarders gemolesteerd. Zijner Majesteits oorlogsschip TROMP, gecommandeerd door kaptein Wolterbeek, was uitgezonden om dezelve op te zoeken.

1819

Op 11 januari 1819 werd een Turkse Pas verstrekt voor de FORTITUDE, aangevraagd door Charles François Lauwers, Oostende, voor kapitein Jurgen Arfsten. De bestemming was Havanna, maar deze werd in februari gewijzigd in Batavia. Kapitein Arfsten werd vervangen en om onduidelijke reden werd de scheepsnaam in juni gewijzigd in FORTITUDO.

Op 7 juni 1819 werd een nieuwe zeebrief en een Turkse Pas verstrekt voor de FORTITUDO, aangevraagd door Charles François Lauwerts, Oostende, voor kapitein Siewert Lieves.

OHC 270219
Advertentie. In lading te Brugge, provincie West-Vlaanderen, voor Batavia, het Nederlandse fregatschip  FORTITUDE (opm: vanaf nu meestal FORTITUDO genoemd), groot 360 lasten en gevoerd door kapitein Sievert Lieves, om te vertrekken in de loop van de maand april aanstaande.                                                        
Dit schip ’t welk koopmanschappen en alle andere door het Gouvernement geoorloofde goederen op vracht zal medevoeren, zowel als passagiers, wordt erkend voor een der schoonste, zo niet het schoonste Schip uit het Koninkrijk, en is sterk, welgebouwd en in alle opzigten voldoende; hetzelve heeft alreeds eene reize naar Batavia gedaan en bij de gehele tweede expeditie troepen derwaarts overgevoerd hebbende, de kortste reize gedaan, te weten van 4 maanden en 14 dagen, gerekend van den dag der inscheping op de Schelde, tot den dag der finale ontscheping op Batavia. Weinige schepen kunnen meerdere gemakken opleveren, want behalve dat het tussen-deks zoo ruim is, als menig oorlogsfregat, en men aldaar gemakkelijk regt op kan wandelen, en de frisse lucht inademen, zonder aan de brandende zonneschijn, of aan de regen te zijn blootgesteld, blijft er nog genoegzame ruimte over om er kamers voor gehele families op te slaan, welke zich van elkanderen kunnen afgescheiden houden, zonder dat iets zal hinderen, door dien in plaats van knieën of kromhouten het schip met ijzeren staven en banden betimmerd is.
Ter bezigtiging van het voornoemd schip zich te adresseren bij de Consignatarissen van hetzelve de Heren J.J. Moke en Comp., te Brugge, of bij den kapitein aan boord, en voor nadere informatien wegens de conditiën bij den Reeder en enige eigenaar van het voornoemde schip den Heer C.F. Lauwers te Oostende, of wel aan de Heren D. en C. Blankenheijm, te Rotterdam. Brieven franco.

1820

BC 080120
Batavia, 6 januari. Het schip FORTITUDE (opm: fregat), van Nederland naar Java bestemd, is met verlies van deszelfs roer te Mauritius binnen gelopen.(opm: fregat, vanaf 1819 meestal FORTITUDO genoemd, thuishaven Oostende, kapt. S. Lieves, was 26 juni 1819 van Oostende naar Batavia vertrokken en 30 september met schade te Port Louis [Mauritius] binnengelopen; na reparatie vertrokken en 5 november dus teruggekeerd; zie ook RC 040420)                         
RC 040420
Londen, 31 maart. Het schip the FORTITUDE (opm: fregat, thuishaven Oostende), kapt. S. Lievens (opm: S. Lieves), van Oostende naar Batavia, is den 5 november 1819, met verlies van het roer, te Mauritius binnengelopen; hetzelve moest de lading lossen, om te repareren, en was den 15 december gereed, om zee te kiezen (opm: zie ook BC 080120).

1821

RC 160621
Bataviase berigten tot den 24 februari behelzen:
Te Sourabaija liggen:  schepen VIAGANTE, CLARA, JAVA, EMILE, BATAVIA, FORTITUDE (opm: fregat, kapt. S. Lieves, thuishaven Oostende), JACOBA, ADMIRAAL BUIJSKES, ROSALIE.
RC 120721
Rotterdam, 11 juli. Bataviase berichten tot den 3 maart melden:
Te Sourabaija liggen: schepen CLARA, JAVA, EMILE, BATAVIA, FORTITUDE , JACOBA, ADMIRAAL BUIJSKES, ROSALIE.
RC 140821
Batavia, 16 maart. Te Sourabaija liggen: schepen VIAGANTE, CLARA, JAVA, EMILE, BATAVIA, FORTITUDE, JACOBA, ROSALIE, KUMBANG JATIE, MARIA LOUIZA, VREDE EN RUST, HELENA CHRISTINA, RACE HORSE, HUNTER.

1822

RC 300422
Batavia, 22 december 1821. Te Batavia liggen ter rede: schepen DIANA, FRANKLIN, APOLLO, VROUW MARIA, CATHARINA THEODORA, de GEZUSTERS, MARIJ, CATHARINA ELIZABETH, de JONGE ANTHONIJ, JAVA, FORTITUDO (opm: fregat, kapt. S. Lieves, thuishaven Oostende) , de BARONESSE VAN DER CAPELLEN.
BC 160222
Batavia, 14 februari. De FORTITUDO, kapt. S. Lieves, is met passagiers aan boord vertrokken naar Soerabaija.
BC 090322
Sourabaija. De FORTITUDO ligt ter rede. (opm: op 30 april vertrokken naar Batavia)
BC 110522
Batavia, 5 mei. De FORTITUDO, kapt. S. Lieves, is vanuit Soerabaija aangekomen; aan boord Europese militairen. (opm: datum terugkeer naar Sourabaija is onbekend)
BC 080622
Batavia. De FORTITUDO, kapt. S. Lieves, is op 7 juni vertrokken naar Soerabaija met aan boord Zr.Ms. troepen en passagiers.
BC 010622
Advertentie. Vracht en passage. De FORTITUDO, kapt. S. Lieves, zal in de loop van de maand juli dit jaar, van Soerabaija afzeilen. (opm: wishful thinking)
Adres bij Colville, Jutting & Co., Batavia en De Roock.
BC 130722
Soerabaija. De FORTITUDO is op 29 juni aangekomen en ligt nu ter reede. (opm: BC 261022 meldt dat de FORTITUDO nog steeds op de rede van Soerabaija ligt.

1823

Het uiteindelijke vertrek van de FORTITUDO van Soerabaija via Batavia naar Nederland is onbekend maar moet medio januari 1823 zijn geweest. Afgezien van twee kustreizen Batavia – Soerabaija vice versa had het fregat circa 13 maanden in Indië doorgebracht alvorens de thuisreis met lading kon worden aanvaard.

OHC 260423
Antwerpen, 24 april. Aangekomen FORTITUDO, kapt. S. Lieves, van Batavia.

Na lossing in Antwerpen heeft de FORTITUDO tot eind 1824 opgelegd gelegen, waartoe de slechte ervaringen in Indië ook alle aanleiding hadden gegeven. De reders van een aantal fregatten, barken en brikken volgden eenzelfde strategie in afwachting van betere exportverwachtingen in de Oost.

1824

Op 2 december 1824 werd een nieuwe zeebrief en een Turkse Pas verstrekt voor de FORTITUDO, aangevraagd door Jean Baptiste Roelandts, Antwerpen, voor kapitein G. van den Broecke. De Turkse Pas werd na afloop van de reis via de Gouverneur te Antwerpen naar Den Haag teruggezonden en op 30 mei 1826 geroyeerd. 

1825

RC 250125
Amsterdam, 23 januari. Het schip FORTITUDE, (opm: fregat FORTITUDO, thuishaven Antwerpen, kapt. G. van den Broecke), van Antwerpen naar Batavia, is, bij het afzakken van de Schelde, drie mijl van Antwerpen, op een zandbank geraakt, doch, na aldaar drie dagen gezeten en een gedeelte van de lading gelost te hebben, weer vlot geraakt en te Antwerpen terug gekomen, om geïnspecteerd te worden.   
RC 220325
Rotterdam, 21 maart. De FORTITUDE (opm: fregat), kapt. G. van den Broecke, naar Batavia bestemd, is te Plymouth begonnen te lossen, om te repareren.

1826

Op 1 september 1826 werd een Turkse Pas verstrekt voor de FORTITUDO, aangevraagd door Jean Baptiste Roelandts, Antwerpen, voor kapitein G. van den Broecke. Deze werd wegens beëindiging van de reis op 7 augustus 1827 door de Gouverneur van de provincie Antwerpen naar Den Haag teruggezonden, waarna het document op 10 augustus werd geroyeerd.

DC 010626
Vlissingen, 15 mei.  Van den 20 mei tot heden voor Antwerpen bestemd op onze rede aangekomen: de HEMMINA, kapt. S.F. Taay en de JONGE LODEWIJK, kapt. H.A. Wagenaar, beide van de Marennes met zout; L’UNION, kapt. J. Rickmers, van Bordeaux met wijn enz.; DE VROUW ANNEGINA, kapt. H.J. Potjer, van de Marennes met zout; MAGDALENA, kapt. H.R. Lutje, van Bayonne met stukgoederen; MARGARETHA, kapt. W. Simpson en FORTITUDE (opm : fregat), kapt. G. van den Broeke (opm: G. van den Broecke), beide van Batavia met koffie, suiker enz.
DC 031026
Vlissingen, 23 september. Van Antwerpen de Schelde afgekomen, en gisteren en heden van onze rede naar zee gezeild: FORTITUDE (opm: fregat), kapt. G. van den Broeke (opm: G. van den Broecke), naar Batavia met troepen.
RC 141026
Uittreksel uit de Lloydslijst van den 10 oktober: De FORTITUDE,(opm: fregat, kapt. G. van den Broecke) van Nederland naar Batavia, is den 1 dezer gepraaid bij het inkomen van Het Kanaal, hebbende de grote- en bezaansteng verloren en de voorbramsteng. Er waren 150 man troepen aan boord, van welke tien gekwetst waren en twee de benen gebroken hadden.

1827

Op 29 oktober 1827 werd een nieuwe zeebrief en Turkse Pas verstrekt voor de FORTITUDO, aangevraagd door J. Roelandts & Co., Antwerpen, voor kapitein  D.J. Bulsing.                                                                         

RC 240527
Amsterdam, 22 mei. Te Antwerpen is gearriveerd FORTITUDO (opm: fregat), kapt. Van den Broeke (opm: G. van den Broecke), van Batavia.
RC 271127
Advertentie. Te Antwerpen ligt in lading naar Batavia het Nederlands fregatschip FORTITUDE, kapt. D.J. Bulsing, om in de loop van december te vertrekken. Dit schip heeft uitmuntende inrichtingen ter overbrenging van families en passagiers.
Adres bij J.B. Fleurij; scheepsmakelaars.

1828

RC 120128
Rotterdam, 11 januari. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en naar zee gezeild DE MARIA, kapt. A. Vollemaire, naar Marseille; ELEONORE, kapt. A.P. Moller, naar Corunha; HULL-PACKET, kapt. H.H. Lange, naar Hull; DE VRIENDEN, kapt. T. Nosten, NEPTUNES, kapt. P. Petijt, WILLEM DE EERSTE, kapt. J. Langhetee en ALEXANDER, kapt. A.E. van Dijck, naar Rio-Janeiro (opm: de kof ALEXANDER, ex GOEDE HOOP [kapt. H.H. Pot], thuishaven Antwerpen; werd na aankomst in Rio de Janeiro verkocht; de zeebrief werd in oktober 1829 door de consul-generaal naar Den Haag teruggestuurd); DE JONGE JOHANNA, kapt. J. van Puijvelde, MARIANNA, kapt. A. van der Kan, DE LEEUW, kapt. J. Verbruggen en ELIZA, kapt. J. Renken, naar Londen; DE ELIZA, kapt. T. Azon Jacometti en FORTITUDO (opm: fregat), kapt. D.J. Bulsing, naar Batavia LA REINE CHÉRIE, kapt. J.C. Kuiper, naar Corham en SOLON, kapt. J. Past, naar ……
JC 290528
Batavia, 27 mei. Gisteren is alhier aangekomen het schip ZEEUW, kapt. C. Riekels, met Zr.Ms. troepen, den 6 januari van Middelburg vertrokken; heden zijn alhier gearriveerd de brik ELIZA, kapt. T. Azon Jacometti, met een passagier, den 6 januari van Antwerpen vertrokken, en het schip FORTITUDO (opm: fregat, kapt. D.J. Bulsing, met Zr.Ms. troepen, den 7 januari van Antwerpen vertrokken.
RC 131128
Rotterdam, 12 november. Te Antwerpen zijn gearriveerd FORTITUDO (opm: fregat), kapt. Bulsing (opm: D.J. Bulsing), van Batavia; JONGE JOHANNA, kapt. Muys, van Londen; CHRISTINA VOS, kapt. Smaal en TWEE GEBROEDERS, kapt. Potjewijd, van Liverpool.

1829

Op 16 mei 1829 werd een Turkse Pas verstrekt voor de FORTITUDO, aangevraagd door J. Roelandts & Co., Antwerpen, voor kapitein D.J. Bulsing.

RC 130629
Rotterdam, 12 juni. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en naar zee gezeild THERESIA, kapt. L.J. Besseling en DE JULIA, kapt. J.P. Visser, naar Liverpool; DE HOOP, kapt. S. Koorn, naar Nantes; FORTITUDE (opm: fregat), kapt. D.J. Bulsing, naar Batavia en DE VROUW GRIETJE, kapt. E.R. Smilde, naar Rouaan.
JC 190929
Den 16 september is te Batavia gearriveerd het schip GEZUSTERS, kapt. J. Ingerman, met een passagier en 96 man koloniale zeelieden, den 27 maart van Amsterdam vertrokken; den 17 september het schip FORTITUDO (opm: fregat), kapt. D.J. Bulsing, met Zr.Ms. troepen, den 7 juni van Antwerpen vertrokken.

1830

Op 7 juni 1830 werd een nieuwe zeebrief en Turkse Pas verstrekt voor de FORTITUDO, aangevraagd door J. Roelandts & Co., Antwerpen, voor kapitein D.J. Bulsing.                                                           

Op 1 juli 1830 werd een nieuwe zeebrief en Turkse Pas verstrekt voor de FORTITUDO, aangevraagd door J. Roelandts & Co., Antwerpen, voor kapitein L. Delafontaine.                                                                  

Na de opstand der Belgen decreteerde de koning bij Koninklijk Besluit van 28 oktober 1830 (Staatsblad No. 73) dat van de 196 schepen welke in de Zuidelijke Provinciën van het Rijk tehuis behoren de Nederlandse zeebrieven moesten worden ingetrokken. Eén daarvan was het fregat FORTITUDE, kapt. L. Delafontaine, in eigendom van J. Roelandts & Cie. te Antwerpen.

RC 090330
Rotterdam, 8 maart. Te Antwerpen zijn gearriveerd JONGE CAMILLE, kapt. Bakker en VROUW HELENA, kapt. De Vries, van Londen; VROUW JANTINA, kapt. Kuiper en FREDERIK WILHELM DRIE, kapt. Dirksens, van Bordeaux; AURORA, kapt. Wygers van Sevilie (opm: Sevilla); MERCURE, kapt. Smit, ANTWERPS WELVAREN, kapt. Peters, HARLINGER, kapt. Harrison en MARIA MATHILDA, kapt. Lofgreen, van Rio-Janeiro; HARMONY, kapt. Reus, CONCORDIA, kapt. Bonjer en MAGDALENA, kapt. Lutje, van Riga; ELISA, kapt. Hend, PLEADAS, kapt. Lassen, van New York; ELISA, kapt. Harkema, van Valparaiso; EIZO DE WEND, kapt. Hellinga, van Marseille; FORTITUDO (opm: fregat), kapt. Bulsing en HEROS, kapt. de Jonge, van Batavia.
JDA 150830
Antwerpen, 13 augustus. Vertrokken FORTITUDO, kapt. L. Delafontaine, naar Batavia.

1831

JC 290131
Batavia, 27 januari, Gisteren arriveerde alhier het schip FORTITUDO (opm: fregat, kapt. L Delafontaine), den 7 september (1830) vertrokken van Antwerpen.  
AH 110631
Scheepstijdingen. Den 8 februari lagen ter rede van Batavia de Nederlandse schepen MINERVA, kapt. G.H. Ahlers; DE NEDERLANDEN, kapt. A.J. Struik, (den 10 naar Amsterdam vertrokken); DE VRIENDEN, kapt. Lelsz; HELENA CHRISTINA, kapt. Martens (reeds te Rotterdam gearriveerd); ANTHONIJ, kapt. Schaap; DE VIER GEBROEDERS, kapt. Lupcke; ANNA CATHARINA, kapt. Veer, (van Japan); NEERLANDS KONINGIN, kapt. W. Verloop, (van Japan); DE STAD ANTWERPEN, kapt. Bulsing; DIANA, kapt. Nannings; VASCO DE GAME, kapt. Brandaris; FORTITUDE, (opm: fregat, kapt. L. Delafontaine).
JDA 120831
Oostende, 10 augustus. Heden is van de rede Oostende binnengekomen FORTITUDO, kapt. L. Delafontaine, van Sourabaija met 9000 balen koffie en 200 kanasters suiker (opm: het fregat was 5 augustus op de rede aangekomen).

Na lossing in Oostende is de FORTITUDO aldaar opgelegd. Een Nederlandse zeebrief kon niet worden verkregen zolang de rederij Belgisch was. Hierdoor kon het schip geen gebruik maken van de door de Nederlandse Handel-Maatschappij gesubsidieerde vrachten vanuit Oost-Indië, terwijl het fregat in de economisch zeer zwakke vrije markt niet rendabel kon worden geëxploiteerd. 
De rederij J. Roelandts & Co verplaatste daarom in 1833 haar zetel van Antwerpen naar Rotterdam. Nu kon een voorlopige Nederlandse zeebrief worden aangevraagd, zodat met de nieuwe naam SUMATRA (of voorlopig toch nog als FORTITUDO ?) vanuit Oostende naar Rotterdam kon worden gevaren om na een inspectie door de autoriteiten op 27 augustus alsnog haar definitieve zeebrief toegewezen te krijgen.

1832

LC 050632
Leeuwarden, 4 juni. De gewone jaarlijkse bijeenkomst van den raad der Nederlandsche Handel-Maatschappij is den 30 mei met een aanspraak van de heer president Schimmelpenninck geopend, waarin, als naar gewoonte, een verslag der handelingen dier maatschappij in het laatste jaar voorkomt. Dit belangrijk stuk is te uitgebreid om in zijn geheel medegedeeld te worden waarom wij hier den hoofdzakelijken inhoud laten volgen.De directie heeft gedurende het afgelopen jaar 500 aandelen ingekocht, door welker vernietiging het getal der in omloop gebleven aandelen tot op 23.500 zal zijn verminderd. De politieke omstandigheden en de mogelijkheid van een stremming in de terugvloeiing van de kapitalen, door de Maatschappij in de Indische handel gebezigd, hebben het haar tot een wet gemaakt, niet dan met de grootste omzichtigheid tot die inkopen over te gaan. Het hoofdbestuur heeft, na de verplaatsing van zijn zetel naar Amsterdam, bij de handels-stand der hoofdstad bijzondere belangstelling en medewerking ontmoet. Ook op Java zijn de wijzigingen in de statuten der Maatschappij, waardoor de voordelen en het beheer daarvan onherroepelijk aan de Noord-Nederlanders is verzekerd, levendig toegejuicht. Niettegenstaande de tijdelijke stremming in de handel der Maatschappij op en van de Oost-Indische bezittingen tijdens het uitbreken der vijandelijkheden met de Belgen in augustus 1831, is die handel zeer belangrijk geweest en worden de uitzichten daarvoor steeds gunstiger, te meer, daar een gewenste rust op Java heerst, en de landbouw aldaar onder de aanmoediging en bescherming van de Gouverneur Generaal zich steeds meer uitbreidt. De suikerteelt is aldaar zodanig toegenomen, dat aanzienlijke hoeveelheden daarvan in Nederland worden aangebracht, en wegens de verbeterde hoedanigheid grif vertier ontmoeten. De aanvoer van indigo uit Java is nog beperkt geweest, doch de directie vleit zich in het vervolg genoegzame hoeveelheid daarvan te ontvangen om onze handel op te beuren, en niet meer van de aanvoeren uit Engeland afhankelijk te zijn. Ook voor de teelt van andere artikelen zijn op Java proeven genomen en gunstige uitzichten geopend. De uitzendingen der Maatschappij van die goederen, welke zij vroeger uit België trok, zijn noodwendig in 1831 verminderd, en hebben bestaan uit de zodanige, welke zich nog in die gewesten bevonden, of volgens bestaande contracten vandaar moesten geleverd worden. Al die goederen zijn langs een omweg over Duitsland in het bezit der Maatschappij gekomen en in de eerste helft van 1831 naar Indië afgescheept. De directie vleit zich, dat de verkopen van de verzonden goederen voortaan gemakkelijker zullen gaan, en verheugt zich daarover te meer, omdat er gegrond schijnt te bestaan, op het wel gelukken der pogingen om hier te lande de manufacturen, welke de Maatschappij te voren uit België trok, te fabriceren, zelfs na het wegvallen van een groot gedeelte der rechten, waardoor men derzelver voortbrenging had aangemoedigd.                                             
Hier te lande hebben de operaties der Maatschappij voornamelijk bestaan in het te gelde maken harer ontvangen goederen. Zij heeft het genoegen gehad te ondervinden, dat, nu de massa harer retouren over onze Vaderlandse zeesteden wordt verdeeld, de verkoop daarvan eer gemakkelijker dan moeilijker wordt, en de aandacht der vreemdelingen meer en meer op haar veilingen wordt gevestigd. Daarom verheugt de directie zich ook te meer, dat het haar gelukt is, de ladingen van bijna alle Belgische schepen, die uit Indië terug kwamen, in onze havens te doen overbrengen, en alzo tot groot voordeel onzer handelaren in hare veilingen op te nemen. Slechts twee uitzonderingen bestaan in de lading der FORTITUDO (opm: fregat, kapt. L. Delafontaine), die op een alleszins voldoende voet te Oostende is gerealiseerd, en in die van het schip de GOUVERNEUR GRAAF DE BAILLET, waarvan de opbrengst nog ten gevolge van een ongegronde verordening te Brugge onder tijdelijk beslag wordt gehouden.

1833

Op 27 augustus 1833 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de SUMATRA, aangevraagd door J. Roelandts & Co., Rotterdam, voor kapitein H. Poppen. 

RC 220833
Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading, naar Batavia het nieuw gekoperd Nederlands fregatschip SUMATRA (opm: onder Nederlandse vlag gebrachte ex-Zuid-Nederlandse FORTITUDO), kapt. H. Poppen, hebbende zeer goede inrichtingen voor passagiers, om in het laatst der maand september te vertrekken. Adres ten kantoren van Kuyper, Van Dam & Smeer en Hudig & Blokhuyzen en bij de kapitein aan boord.
RC 081033
Rotterdam, 7 oktober. Op 6 oktober, des morgens, zeilden KLAZINA EN DIRKJE, kapt. A. Schilperoord, naar Lissabon en SUMATRA, kapt. H. Poppen, naar Batavia.

1834

Op 4 november 1834 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de SUMATRA, aangevraagd door J. Roelandts & Co., Rotterdam, voor kapitein J. Joosens. 

JC 250134
Te Batavia is de 23e dezer aangekomen het Nederlandse fregat SUMATRA, kapt. H. Poppen, van Rotterdam vertrokken de 6e oktober 1833.
DC 120434
Dordrecht, 11 april. Van de 46 Belgische koopvaardijschepen, die, vanaf de uitbarsting der Belgische revolutie tot op heden, de stad Antwerpen voorgoed hebben verlaten, en thans de Nederlandse vlag voeren, varen deze 14 naar Amsterdam:
de FELICITAS, de DILIGENCE, de ROSALIE, de SURINAME, de EUGENIE, de MATHILDE, de AUGUSTIN, de JOSEPH, de PRESIDENT SCHIMMELPENNINCK, de DIANA, de GRAAF BAILLET, de NATALIE, de JONGE PIETER, de STAD BRUGGE.
En de navolgende 32 naar Rotterdam: de INDIAAN, de JAVA, de PRINS VAN ORANJE, de DE COCK, de ELISA, de VASCO DE GAMA, de EMANUEL, de BATAVIER, de ERASMUS, de MARIA, de MARGARETHA, de MALEYR, de BATAVIER, de PRINS FREDERIK, de MARIA THERESIA, de ANNA HELENA, de STAD ’s-GRAVENHAGE, de GENERAAL CHASSÉ, de SUMATRA (opm: fregat, kapt. H.Poppen), de BELLONA, de ANJER, de RIBBLE, de KOOPHANDEL, de SCHELDE, de APOLLO, de AVENTURE, de JULIANA, de VIJF GEBROEDERS, de PHENOMENE, de MACASSAR, de VAN DER WERVE, de ORTELIUS.
AH 130534
Binnengekomen:Batavia, 24 januari. SUMATRA (opm: fregat), kapt. H. Poppen, van Rotterdam.
AH 160834
Binnengekomen:Texel, 16 juni. SUMATRA (opm: fregat), kapt. H. Poppen, van Batavia.
RC 301034
Advertentie. Te Rotterdam liggen in lading: Naar Rouaan (direct, het Nederlandse smakschip AGATHA, kapt. Roelf Pieters Dik, om vóór of op 12e november te vertrekken.
Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam en Smeer.
Naar Batavia, het Nederlands gekoperd fregatschip SUMATRA, kapt. J. Joossens(opm: J. Joosens), om de 15e november te vertrekken; hetzelve heeft zeer goede inrichtingen voor passagiers. 

1835

JC 110435
Te Batavia zijn aangekomen: de 8e april het Nederlandse schip SUMATRA (opm: fregat), kapt. J. Joses (opm: J. Joosens, de 23e november 1834 vertrokken van Rotterdam.
RC 230735
Rotterdam, 22 juli.Heden morgen, zeilde uit de Maas WEBBINA, kapt. J.A. Kuiper, naar ….. .
Kapt. S. Veenstra, van Batavia, Soerabaya en Passaroeang in Texel binnen, rapporteert, dat de ?? maart met hem Straat Balie is doorgezeild het schip DE NEDERLANDSCHE NIJVERHEID, kapt. A. van der Valk, van Batavia, Soerabaya en Passaroeang naar Rotterdam, alsmede dat hij de 19e dito, op 15º23’ ZB 104º10’ OL, gepraaid heeft het schip SUMATRA (opm: fregat), kapt. J. Joses (opm: J. Joosens), van Rotterdam naar Batavia.
RC 290935
Rotterdam, 28 september. De 27e september, des namiddags, arriveerde te Hellevoetsluis SUMATRA (opm: fregat), kapt. J. Joossens, van Batavia.
RC 211135
Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading naar Batavia, met zeer goede inrichtingen voor passagiers, het Nederlands gekoperd fregatschip SUMATRA, kapt. J. Joses (opm: J. Joosens); vertrekt in het begin der maand december. Adres ten kantore van Kuyper, Van Dam en Smeer en Hudig en Blokhuyzen.
RC 241235
Rotterdam, 23 december. De 21e december, des namiddags, zeilden van Hellevoetsluis SUMATRA (opm: fregat), kapt. J. Josens (opm: J. Joosens), ANNA, kapt. A. Hazekamp en MADURA, kapt. B.C. ten Ham, naar Batavia.

1836

In 1836 is geen zeebrief verstrekt; de SUMATRA was in december 1835 op de nog geldige zeebrief naar Batavia vertrokken, heeft enige tijd in de Oost doorgebracht en kwam in september 1837 terug in Rotterdam.

AH 080836
Volgens brief van kapt. J.E. Schneebeke, voerende het nieuw gebouwde schip CATHARINA JOHANNA, van Amsterdam naar Batavia, in dato 11 april, was hij toen in goede staat bij Poelau Babi (opm: Varkenseiland), bij Batavia, aangekomen; het schip had in alles boven verwachting goed voldaan. Kapt. Schneebeke rapporteert, de 25e januari tussen Madera en de Kaap de Goede Hoop gepraaid te hebben het schip SUMATRA (opm: fregat), kapt. Jan Joosens, van Rotterdam naar Batavia en de 31e dito, op 2º19′ ZB 23º ?L, het schip DE VROUW HENDRIKA, kapt. Hendrik Zoetelief, van Amsterdam naar Batavia, aan beider boord was alles wel.
JC 091136
Batavia, 5 november. Heden is alhier aangekomen het Nederlandse schip SUMATRA, kapt. J. Joses (opm: fregat, kapt. J. Joosens), met twee passagiers, vertrokken van Manilla de 30e september.

1837

RC 140337
Rotterdam, 13 maart. In de Javasche Couranten tot den 16 november 1836 vindt men:Te Batavia lagen ter rede de Nederlandse schepen FATAL HAIR, ADMIRAAL DE RUITER, MERCURY, SUMATRA (opm: fregat, kapt. J. Joosens), HELENA, DE HOOP VAN ALBLASSERDAM, JEANNETTE PHILIPPINE, ANTHONY, KORTENAER, L’ESPERANCE en MAKASSER.
RC 300337
Rotterdam, 29 maart. In de Javasche Courant van den 23 november (opm: 1836) vindt men het volgende:Van Batavia zijn gezeild  de Nederlandse schepen SUMATRA (opm: fregat, kapt. J. Joossens) en HELENA naar Soerabaya.
RC 250437
Rotterdam, 24 april. In de Javase Courant tot den 7 december 1836 vindt men het volgende:Te Soerabaya lagen ter rede de Nederlandse schepen SINGAPOERA, GENERAAL CHASSẾ, DE VRIENDEN, de STAD AMSTERDAM, SUMATRA (opm: fregat, kapt. J.Joosens), MASTORA, LOUISA en CLARA HENRIETTE.
RC 250437
De Javasche Courant van den 21 december 1836 bevat geen bijzonder nieuws.Te Samarang zijn gearriveerd de Nederlandse schepen JACOB CATS van Passaroeang en SUMATRA (opm: fregat, kapt. J. Joosens) van Soerabaya.
RC 110537
Rotterdam, 10 mei. De Javasche Couranten tot den 7 januari behelzen: Van Samarang is naar Batavia gezeild het Nederlandse schip SUMATRA (opm: fregat, kapt. J.Joosens).
RC 010637
Rotterdam, 31 mei. Het schip (opm: fregat) SUMATRA, kapt. J. Joosens, van Batavia en Soerabaya naar Rotterdam, heeft, volgens brief van Soerabaya van den 20 januari, bij Soerabaya aan de grond gezeten, en was bezig met lossen om te repareren.
RC 130637
Rotterdam, 12 juni. Den 31 januari lagen ter rede van Soerabaya de Nederlandse schepen SINGAPOERA, JOHANNA FREDERIKA, MARY EN HILLEGONDA, L’ESPERANCE, ERICH, SUMATRA (opm: fregat, kapt. J. Joosens), NAWAN ELJOESOOR, ATHAIET, ULMAULAH, ANTOINETTE MARIA en HET SCHOON VERBOND.
RC 010737
Rotterdam, 30 juni. Alhier zijn aangebragt de Javasche Couranten tot den 4 maart.Te Soerabaya lagen den 22 februari ter rede de Nederlandse schepen SINGAPOERA, JOHANNA FREDERIKA, L’ESPERANCE, SUMATRA (opm: fregat, kapt. J. Joosens), ERICH, ELEONORA, MIDDELBURG, HELENA CHRISTINA en PRINSES MARIANNE.    
RC RC 200737
Rotterdam, 19 juli. De Javasche Couranten tot den 25 maart behelzen het volgende: Den 9 maart lagen ter rede van Soerabaya de Nederlands schepen SINGAPOERA, JOHANNA FREDERIKA, L’ESPERANCE, ERICH, SUMATRA (opm: fregat, kapt. J. Joosens), MIDDELBURG, KOLONEL KOOPMAN en OCEAAN.
RC 080837
Rotterdam, 7 augustus. De Javasche Couranten van den 29 maart en 2 april behelzen geen bijzonder nieuws. Ter rede van Soerabaya lagen den 22 maart de Nederlandse schepen SINGAPOERA, JOHANNA FREDERIKA, L’ESPERANCE, ERICH, SUMATRA (opm: fregat, kapt. J. Joosens), GRACE, ATIAT RACHMAN, JOHANNA SUSANNA, PRINSES MARIANNE en KOLONEL KOOPMAN.                              
RC 120937
Rotterdam, 11 september. Den 8 september arriveerde te Hellevoetsluis SUMATRA, J. Joses (opm: fregat, kapt. J. Joosens), van Batavia.

1838

Op 13 september 1838 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de SUMATRA, aangevraagd door J. Roelandts & Co., Rotterdam, voor kapitein J.M. de Winter.

RC 290938
Hellevoetsluis, 26 september. Heden afgezeild naar Batavia SUMATRA (opm: fregat), kapt. J.M. de Winter.

1839

JC 230139
Batavia, 21 januari. Aangekomen SUMATRA, kapt. J.M. de Winter, van Rotterdam.
JC 260139
Batavia, 22 januari. Vertrekkende schepen. Vracht en passagie naar Rotterdam per het fregat schip SUMATRA, om tegen het eind van februari a.s. hier te vertrekken.
JC 060239
Batavia, 4 februari. Schepen in lading naar Rotterdam, SUMATRA; agent A. Meijer & Co.
JC 090239
Batavia, 1 februari. Vertrokken SUMATRA, kapt. J.M. de Winter, met passagiers aanboord naar Rotterdam.
JC 200239
Samarang, 6 februari. Aangekomen SUMATRA, van Batavia.
JC 270339
Banjoewangi, 4 maart. Aangekomen SUMATRA, van Samarang.
RC 280739
Hellevoetsluis, 27 juli. Aangekomen SUMATRA, kapt. J.M. de Winter, van Batavia.

Na lossing in Rotterdam in augustus 1839 moet het schip zijn opgelegd, in afwachting van positieve ontwikkelingen in de vrachtenmarkt. Toen deze zich in 1840 niet aandienden werd besloten het fregat af te stoten. De ‘markt’ zag er kennelijk ook geen heil in om het schip nog weer in de vaart te brengen, zodat slechts sloop restte.

1840

DC 090740
Advertentie. H. Montauban van Swijndregt, F. van Dam en F.N. Montauban van Swijndrecht, makelaars te Rotterdam, zijn van mening op dinsdag de 21e juli 1840, des namiddags ten vier ure, in het Lokaal op de hoek der Scheepmakershaven en Bierstraat, wijk A, n°.458, publiek te veilen het snelzeilend Nederlands gekoperd fregatschip SUMATRA, laatst gevoerd door kapt. M. de Winter, volgens meetbrief lang 34,90 ellen, wijd 7,14 ellen, hol 4,16 ellen en alzo groot 615 ton, met al deszelfs rondhout, staande en lopend want, ankers, kettingen, geschut, touwen, zeilen en verdere inventaris, zo als hetzelve thans is liggende alhier in de Leuvehaven, oostzijde, nabij de Scheepmakershaven.(opm: het fregat, bouwjaar 1809, ging niet meer aan de vaart; eerst op 27 december 1841 werd de zeebrief in Den Haag geroyeerd onder vermelding van ‘schip gesloopt’; wanneer de sloop heeft plaatsgevonden is onbekend)