Name ship: CATRIENA MAGRIETHA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1893
Classification Register:
IMO number:
Nat. Official Number:
Category: Cargo vessel
Propulsion: Sailing Vessel
Type: Tjalk
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts: One mast
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Iron
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: E.J. Smit & Zoon, Hoogezand, Netherlands
Yardnumber:
Date Laid Down:
Launch Date: 1893-00-00
Delivery Date: 1893-00-00
Technical Data

Ship is not motorized.
 
Gross Tonnage: 95.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 84.00 Net tonnage
Deadweight:
 
Length 1: 25.91 Meters Registered
Beam: 5.60 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.17 Meters Depth, moulded
Draught:
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1893-00-00 CATRIENA MAGRIETHA
Manager: Albert Pinkster, Oude Pekela, Netherlands
Owner: Albert Pinkster, Oude Pekela, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Oude Pekela / Netherlands
Callsign: NJSC
Additional info:

Date/Name Ship 1909-07-06 CATRIENA MAGRIETHA
Manager: Jacob Puister, Delfzijl, Netherlands
Owner: Jacob Puister, Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: NJSC
Additional info:

Ship Events Data

1897-00-00: 18-03-1897: Volgens telegram van Lloyd’s is de tjalk CATRIENA MAGRIETHA, kapt. Pinkster, van Schotland naar Christiania (opm: Oslo) met een lading kolen, in de Noordzee in zinkende toestand verlaten.
De bemanning werd gered en te Hull geland door de trawler "Duchess of York". (Dit bericht afkomstig uit 1897 dat het schip zou zijn gezonken schijnt dus niet waar te zijn. Waarschijnlijk toch blijven drijven en geborgen. Het schip en kapitein wordt ook vermeld in 1900 in Wyt`s posities.)

1900-07-27: 27-07-1900: van Delfzijl te Rochester.

1909-07-14: NRC 15.07.1909: Delfzijl, 14-07-1909: De tjalk CATRIENA MAGRIETHA, bevaren door kapt. A. Pinkster, is voor geheime prijs verkocht aan J. Puister.

1911-10-24: 24-10-1911: Vertrokken van Kragerö naar Oldersum (Eems) geladen met juffers waarvan 9 standaard aan dek. Deklast van 1.20 m geladen tegen de houten verschansing van 70 cm hoog waren aan S.B en B.b een tiental stutten ter dikte van 2,5 duim vastgespijkerd. De deklading die tussen deze stutten was gestuwd en met planken afgedekt was vastgesjord met 5 dwarskettingen en 1 talie, welke einden waren vastgemaakt aan op het schip zelf bevestigde ringen. Deze kettingen en talie waren weer onderling met sjorrings vastgezekerd. De diepgang was 5,5 voet, terwijl het schip een aanmerkelijk grotere diepgang was toegelaten volgens het certificaat voor de houtvaart, aan de schipper uitgereikt. Vanaf de plaats aan het roer, dat met een rad werd bewogen werd, had men vrije uitzicht over de deklast. Het schip kon een grootzeil, fok, stagfok, kluiver en een jager voeren. Onderweg op de Noordzee wakkerden wind en zee die aanvankelijk matig waren, langzamerhand aan. Van 24 oktober tot 5 november had men met korte tussenpozen voortdurend met westerlijke stormen en hoge zeeën te verduren. Op de laatst genoemde dag stond er een hevige storm W. t. Z. met een zeer hoge en wilde zee, het schip slingerde hevig en kreeg veel water aan dek. Omdat de kop van het schip te diep in het water stak en de zee niet minderde, besloot men, (opm. omdat dat 's nachts niet kon plaatsvinden) een deel van de 9 standaards hout aan dek te werpen, teneinde beter te kunnen zeilen. In de namiddag werd ongeveer 3 standaard geworpen. De overgebleven rest van de deklast werd weer met kettingen goed gesjord. Om middernacht kwam er een zware breker over, die de deklast door elkaar sloeg. Meteen werd begonnen deze weer vast te sjorren, daarmee was men om 02.00 uur nog mee bezig. Het schip lag over S.B. bijgedraaid en kreeg de wind dwars in, er stond alleen het grootzeil met drie reven bij, het roer stond vast. De schipper stond voor de boot die met de achterkant tegen de roef was gesjord, de stuurman bevond zich op het voorschip bij de lier, de matroos bij de mast, de kok was beneden. De pos. was 55°2’ NB - 6°10; OL op gegist bestek. Van B.B. kwam een toen een geweldige breker over, die het hele schip overstelpte. De mast brak een aanzienlijk deel boven de deklast af en kwam met zeil en al naar beneden. Het staand en lopend want sloeg met boot en bijna de nog overige deklast overboord. Het zeil was neergekomen op degenen die aan dek stonden. De stuurman kroop er als eerste er onderuit. Hij merkte algauw dat de matroos Ernst Badhausen een jonge man van 16 a 17 jaar aan S.B. buiten boord onder het zeil lag. De stuurman haastte zich naar hem toe en pakte hem bij de hand om hem binnenboord te trekken. Dit bleek echter onmogelijk, doordat de matroos met één arm tussen deklast en verschansing bekneld zat. De stuurman snelde naar achteren om hamer en beitel te halen om hem uit deze positie te bevrijden. Daarmee terugkomend hoorde hij de schipper onder het zeil kermen. Mede om diens hulp te hebben bij het binnenhalen van de matroos kapte de stuurman de ketting van de deklast, waartussen de schipper bekneld zat, stuk. Deze kwam vrij, doch bleek niet in staat bij de redding van de matroos de hulpzame hand te bieden. Hij sleepte zich naar de roef, waar hij in een toestand van verdoving gebleven is tot het schip in behouden haven was gekomen. Onmiddellijk zette de stuurman zich weer aan de redding van Badhausen. Hij kapte nog een sjorring waardoor deze vrijkwam en ongeveer 3 meter van het schip wegspoelde. De stuurman wierp hem en stuk touw toe. Badhausen greep die en was door de stuurman reeds op weer 1 meter van het schip toegetrokken, toen hij het weer losliet. Nog heeft de stuurman die geen haak bij zich had, getracht een lus om de bewusteloze man drijvene man te werpen. Het mocht niet baten, Badhausen verdween in de diepte. Daar de stuurman geen hulp had aan de onbevaren kok, heeft hij mast, het tuig en de zeilen alleen moeten kappen, ten einde te voorkomen dat het schip lek zou stoten. Daarna dreef men hulpeloos rond ten prooi aan wind en golven. Eerst 's avonds kwam een stoomschip in zicht. Dit naderd het ontredderde vaartuig dat zich in de nabijheid van Hornrif bevond. Het bood aan de CATRIENA MAGRIETHA op sleep te nemen. Dit aanbod nam stuurman Swiers aan, het stoomvisserschip “Stuttgart” bood ook aan hem aanboord te nemen hetgeen hij heeft afgeslagen. Om 23.00 uur had men de verbinding tot stand gebracht gereed en begon de “Stuttgart” te slepen. Tot 3 keer toe is de verbinding gebroken en weer hersteld, daarna hield de verbinding het. Men stuurde achter de trawler aan die naar de Weser koerste. Tijdens deze sleeptocht gunde de stuurman zich enige rust. In de vroege morgen van 8 november kwam men te Nordenham(Weser) aan, de thuishaven van de “Stuttgart”. Te Elburen is voor de bevoegde rechter een scheepsverklaring afgelegd. Door de inspecteur voor de scheepvaart in het 3de district is op 3 januari 1912 een vooorlopig onderzoek naar het gebeurde ingesteld. Naar 's raads oordeel is het breken van de mast veroorzaakt door de zware breker, die op 6 novenber te 14.00 overkwam, en in het zeil is gelopen. Ernst Badhausen verdronken is, ondanks de ernstige pogingen van de stuurman Swiers om hem te redden. Dat het schip in behouden haven is gekomen, is grotendeels te danken aan de flinkheid van de 23 jarige stuurman Juriën Swiers die eerst een hele dag lang alleen het hulpeloze schip heeft bestuurd en ten slotte het aanbod van de “Stuttgart” om hem van boord te halen afsloeg, omdat hij zei: dat zijn schip nog dicht was.

1921-00-00: 1921 : uit de zeevaart.

Ship Masters Data

Date from: 1893
Captain: Pinkster, Albert
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1909
Captain: Puister, Jacob
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Images

Sources