Name ship: CETA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1963
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5419268
Nat. Official Number: 3893 Z GRON 1963
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: Two masts
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerf 'Voorwaarts' v/h. E.J. Hijlkema, Hoogezand, Netherlands
Yardnumber: 186
Date Laid Down:
Launch Date: 1963-04-25
Delivery Date: 1963-06-12
Technical Data

Engine Manufacturer: D. & Joh. Boot N.V., Motorenfabriek 'De Industrie', Alphen aan den Rijn, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 510
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Industrie nr. 4376 Type 6D7O (305x460) 400 rpm.
Speed in knots: 9.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 400.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 207.00 Net tonnage
Deadweight: 510.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 25570 Cubic Feet
Bale: 23600 Cubic Feet
 
Length 1: 50.29 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 47.82 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.98 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.65 Meters Depth, moulded
Draught: 2.89 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1963-03-28 CETA
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Netherlands
Owner: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno' (33,3%), Atte Wester (16,7%), Willem Jan Oosterveld, gynaecoloog Amersfoort (33,3%), Jantienus Buitenkamp, Oosterhogebrug (16,7%), Amsterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PDKL
Additional info:

Ship Events Data

1962-10-00: Kiel gelegd als 'Blue Anchor' i.o.v. Rederij 'Blue Anchor', Amsterdam, vernoemd naar een pub in Londen naast het kantoor van Freight Express Ltd.

1963-04-04: Op 04-04-1963 als "Ceta", zijnde een motorschip in aanbouw, bouwnr. 186 van N.V. Scheepswerf Voorwaarts v/h E.J. Hijlkema te Hoogezand, nog niet gemeten, liggende te Hoogezand, door A. Jonkers, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Groningen, van brandmerk 3893 Z GRON 1963 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan S.B. zijde in het achterschot van het dekhuis op het verhoogd achterdek 2.45 m. uit hekplaat, 0.45 m. uit de lengteas en 1.42 m. uit dek.

1963-06-14: NvhN 14-06-1963: Proefvaart ms Ceta. Op de Eems heeft de proefvaart plaatsgevonden van het nieuwe motorkustvaartuig Ceta, dat werd gebouwd bij de N.V. Scheepswerf Voorwaarts te Martenshoek voor rekening van het scheepvaartbedrijf Gruno te Amsterdam. De Ceta die 500 ton meet is van het gladdektype. De voortstuiwing geschiedt door een 510 pk Industriemotor waarmee het schip tijdens de proefvaart een snelheid behaalde van ca. 11 knoop.

1969-01-22: Final Fate: Onderweg met een lading porseleinaarde van Par naar Amsterdam, ter hoogte van Dungeness gezonken na aanvaring in dichte mist met het Italiaanse m.s. 'Punto Servo' in pos. 50.50.N. - 00.56.O. Twee bemanningsleden, onder wie kapitein Smit, werden vermist. De anderen werden door de 'Punto Servo' gered.
Leeuwarder Courant 23-01-1969: Twee opvarenden van Nederlands schip omgekomen. Enkele mijlen van Dungeness aan de Engelse zuidoostkust is gisteravond na een aanvaring met het Italiaanse schip „Punta Cervo" de 400 ton metende Nederlandse kustvaarder „Ceta" gezonken. Hierbij zijn waarschijnlijk kapitein G J. Smit uit Apeldoorn en een Spaanse zeeman om het leven gekomen. Vier andere bemanningsleden en een passagier van de „Ceta" zijn aan boord van de „Punta Cervo" gegaan. Onder hen bevond zich stuurman J. Bakker uit West-Terschelling. Hij is vanmorgen met de andere geredden in Hastings aangekomen.
Friese koerier 23-01-1969: Terschellinger onder geredde opvarenden Kustvaarder gezonken na aanvaring. Scheveningen. (ANP) — De 400 ton metende Nederlandse kustvaarder „Ceta" zonk woensdagavond enkele mijlen van Dungeness aan de Engelse zuidoostkust na een aanvaring met het Italiaanse schip „Punta Cervo."
Vier bemanningsleden en een passagier konden aan boord van de 12.803 ton metende „Punta Cervo" worden genomen. Onder hen bevond zich een Terschellinger, wiens naam door de directie van het bedrijf niet vrijgegeven werd. Kapitein G. J. Smit uit Apeldoorn en een Spaanse zeeman worden vermist.
De „Ceta," die met klei op weg was van Par in Cornwall naar Amsterdam, was het eigendom van Gruno NV scheepvaartbedrijf te Amsterdam. De reddingboot van Hastings zal de 5 geredde opvarenden, van wie niemand gewond is, van de „Punta Cervo"' overnemen. Aan schepen in de omgeving is door „Northforeland-Radio" verzocht naar de vermisten uit te kijken.
Trouw 23-01-1969: Coaster zinkt: twee opvarenden vermist. Londen— Do 400 ton metende Nederlandse coaster Ceta is gisteravond in Het Kanaal gezonken na een aanvaring met de Italiaanse tanker Punta Cervo. Het schip zonk zo snel dat twee opvarenden vermoedelijk niet op tijd hun zwemvesten konden grijpen. Vermist worden de kapitein G. J. Smit uit Apeldoorn en een Spaanse matroos. Het Italiaanse schip heeft vier bemanningsleden en een passagier aan boord genomen. De Ceta was met klei op weg van Par in Cornwall naar Amsterdam.
De Telegraaf 24-01-1969: Kapitein en matroos verdronken. Van onze correspondent. Londen, vrijdag. Kapitein G. J. Smit uit Apeldoorn, die werd vermist nadat zijn schip, de kustvaarder „Ceta", woensdagnacht in het Kanaal in botsing was gekomen met een Italiaanse tanker, blijkt te zijn verdronken. Ook de vermiste Spaanse matroos vond de dood in de golven. De vijf geredde opvarenden van de gezonken kustvaarder zijn gisterochtend veilig in Hastings aan land gezet. Een van hen, de Amsterdamse kok Jan van der Boom, moest met verwondingen aan zijn pols in het ziekenhuis worden opgenomen.
De Telegraaf 06-02-1969: Advertentie: Bij het verloren gaan van onze kustvaarder „CETA" op woensdag 22 januari jl. ten gevolge van een aanvaring nabij Dungeness, waren helaas 2 opvarenden vermist, en wel Kapitein G. J. SMIT en matroos A. A. SOBRADO. Het lichaam van kapt. G. J. Smit is nabij Dover aangespoeld. De begrafenis heeft inmiddels plaatsgevonden. Matroos A. A. Sobrado is helaas nog niet gevonden en wij vrezen dat ook hij is verdronken. Langs deze weg willen wij familie en bekenden nogmaals ons diep leedwezen betuigen bij het heengaan van deze beide mensen, die bij ons zeer hoog stonden aangeschreven. Mede namens de overlevenden, Rederij m.s. ,CETA' p/a N.V. Scheepvaartbedrijf „Gruno", Amsterdam.
Het Parool 07-02-1969: Vermiste kapitein Ceta verdronken. Dover, vrijdag (AP). — Kapitein G. J. Smit uit Apeldoorn, gezagvoerder van de Nederlandse vrachtvaarder Ceta (1400 brt.) düe op 22 januari overboord sloeg nadat zijn schip in het Kanaal in aanvaring was gekomen met de Italiaanse tanker Punta Cervo, is verdronken. Zijn stoffelijk overschot, dat twee dagen na de aanvaring te Dover aanspoelde, is geïdentificeerd door de heer A. Wester, reder van de Ceta.
De Telegraaf 10-07-1970: Raad voor de Scheepvaart: „Iedere zeeman moet kunnen zwemmen” Maar rederijen menen: „Zwemkunst baat schipbreukeling niet zoveel” Van een onzer verslaggevers. Rotterdam, vrijdag De Raad voor de Scheepvaart in Amsterdam vindt het noodzakelijk dat de Nederlandse zeelieden kunnen zwemmen, omdat bij scheepsrampen steeds weer blijkt dat de niet zwemmers onder de zeelieden veel meer gevaar lopen. Volgens de Raad heeft de ramp met de Nederlandse kustvaarder „Ceta", die begin vorig jaar na een aanvaring in Het Kanaal is gezonken, dit laatste duidelijk aangetoond. Bij die ramp verdronk namelijk de kapitein van de „Ceta” doordat hij niet kon zwemmen. In de praktijk echter blijkt, dat veel rederijen het niet zoveel kan schelen of hun bemanningen de zwemkunst machtig zijn. Bij aanmonstering wordt het dan ook zelden gevraagd, laat staan als eis gesteld. Voor de Holland- Amerika Lijn in Rotterdam maakt het helemaal niet uit of een zeeman kan zwemmen. „We vinden het natuurlijk wel belangrijk, maar wij hechten er meer waarde aan, dat bij een ramp of aanvaring de bemanning goed geoefend het schip kan verlaten". Op alle schepen van de Holland-Amerika Lijn en vooral op de passagiersschepen wordt dan ook regelmatig de sloepenrol gerepeteerd en worden de zwemvesten omgegord. „Onze bemanningen hebben een examen afgelegd als sloepsgast. Bovendien hebben al onze mensen aan boord in hun hut een zwemvest. Bij de sloepen staan tevens kisten met zwemvesten voor het geval ze bij schipbreuk niet meer naar hun hut terug kunnen. Zo'n zwemvest kunnen ze snel omdoen, wanneer ze het schip ijlings moeten verlaten. Bovendien blijf je er uren op drijven. Maar op onze passagiersschepen gaan natuurlijk de passagiers vóór, wanneer er iets aan de hand is". Verdrinken; Overigens ziet men bij de HAL het nut van het kunnen zwemmen wel in. „Maar", zo stelde men, „als een schip in een vliegende storm vergaat, heb je aan je zwemdiploma ook niet zoveel. Bij zulke rampen verdrinken de meeste mensen aan kou en ontberingen, ook al kunnen ze nog zo goed zwemmen in een gewoon zwembad". Bij de Koninklijke Nedlloyd — 135 schepen en 8.500 zeevarenden — zei men: „Bijna al onze bemanningsleden kunnen zwemmen, omdat wij onze meeste zeelieden betrekken van de opleidingsscholen voor de zeevaart; daar behoort namelijk het zwemmen tot het leerprogramma. Iedereen die van zo'n school komt en bij de Koninklijke Nedlloyd in dienst treedt, kan dus zwemmen. Maar het maakt verschil of je zwemmen hebt geleerd in een zwembad of dat je in een kokende zee ergens op de Atlantische Oceaan overboord moet. Goedgeoefende zwemmers komen dan ook niet ver". Ook bij de Koninklijke Nedlloyd staat, net als bij de Holland-Amerika Lijn, het repeteren van de sloepenrol vooraan. Het oordeel van de Raad van de Scheepvaart, die onlangs de noodzaak van het kunnen zwemmen stelde bij de behandeling van het vergaan van de kustvaarder „Ceta", dat de zeelieden soms onvoldoende op de hoogte zijn van de uitrusting en de werking van de reddingboten', onderschrijven beide maatschappijen niet. „Misschien dat het bij kleine rederijen voorkomt, maar bij onze maatschappijen zeker niet. Met veel mensen aan boord kun je natuurlijk nooit het risico nemen dat de bemanning niet weet hoe de sloep gestreken moet worden".

Ship Masters Data

Images


Description: Proefvaart
Image type: Photo

Description: Proefvaart
Image type: Photo

Description: Ceta 1963
Image type: Photo
Sources