Name ship: ALBERDINA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1848
Classification Register:
IMO number:
Nat. Official Number:
Category: Cargo vessel
Propulsion: Sailing Vessel
Type: Koff
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts:
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull:
Decks:
Construction Data

Shipbuilder: Groningen,
Yardnumber:
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date:
Technical Data

Ship is not motorized.
 
Gross Tonnage:
Net Tonnage: 31.00 lasts
Deadweight:
 
Length 1:
Beam:
Depth:
Draught:
 
Passengers:
1st 2nd 3rd Steerage Deck Total
0 0 0 0 0 0
Configuration Changes

Certificate of Registry
Year registered 1848
Number in register 54
Name ship ALBERDINA
Type Kof
Lasts 31
Built province/country Groningen, Netherlands
Remarks
Date agenda 1848-02-21
Passport requested by Wolkammer, A.A.
City Farmsum
Master at time of request Wolkammer, A.A.
Harbour
Other Remarks
Ship History Data

Date/Name Ship 1848-03-00 ALBERDINA
Manager: Albert Augustinus Wolkammer, Farmsum, Netherlands
Owner: Albert Augustinus Wolkammer, Farmsum, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Farmsum / Netherlands
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1849-10-08: De ALBERDINA, kapt. A.A. Wolkammer, is op 8 oktober 1849 op het Oosteinde van Ameland gestrand

Ship Masters Data

Date from: 1848
Captain: Albert Augustinus Wolkammer
College:
Flagnumber: 0
Other information: Kapitein / eigenaar Albert Augustinus Wolkammer: * Delfzijl 03.01.1816, Farmsum 30.12.1895.
Kapitein Albert Augustinus Wolkammer trouwde op 26.01.1839 te Delfzijl met Alberdina Hendriks Wolkammer, de naamgeefster van de kof.

Images

Sources


Year: 0000-00-00
Source: Diverse Bronnen
Description: N.A. Den Haag, aanvraag zeebrief, toegang nummer 2.08.01.07
www.allegroningers.nl
GRC = Groninger Courant
NRC = Nieuwe Rotterdamsche Courant
General information regarding this ship

1848

Monsterrol: 1848-17
Datum: 06-03-1848
Scheepsnaam: Alberdina
Scheepstype: kof
Grootte: niet vermeld
Bewaarplaats: Groningen, Groninger Archieven (Groningen)

Achternaam Voornaam Rang Gage Woonplaats Leeftijd
Rozema Kornelis O. kok 3 Wildervank (NL), later geen vaste woonplaats 17
Top Hindrik Jans stuurman 29 Veendam (NL) 36
Vlieg Eltje Cornelis (K.) matroos 15 Farmsum (NL) 22
Wolkammer Albert Augustinus schipper niet vermeld Farmsum (NL) 32

Op 21 februari 1848 werd de eerste zeebrief verstrekt voor de kof ALBERDINA, aangevraagd door A.A. Wolkammer, Farmsum, voor zichzelf als kapitein.

GRC 210348
Zoutkamp, 22 maart. Vertrokken den 19 maart de ALBERDINA, kapt. A.A. Wolkammer, naar Noorwegen. (opm: eerste reis van de kof).
OHC 170448
Amsterdam, 15 april. Te Zoutkamp is aangekomen de ALBERDINA, kapt. A.A. Wolkammer van Sogndahl. 

1849

Monsterrol: 1849-7
Datum: 14-02-1849
Scheepsnaam: Alberdina
Scheepstype: kof
Grootte: niet vermeld
Bewaarplaats: Delfzijl, Gemeentearchief (Delfzijl)

Achternaam Voornaam Rang Gage Woonplaats Leeftijd
Mandema Jouke stuurman 25 Farmsum (NL) 42
Smit Jan Jans Kok 11 Delfzijl (NL) 16
Westerwal Johannes matroos 18 Dokkum (NL) 26
Wolkammer Albert Augustinus kapitein niet vermeld Farmsum (NL) 33

NRC 151049
Ameland, 9 oktober. De schepen MARIA GEERTRUIDA, kapt. J. Dokter (opm: smak, bouwjaar 1831, kapt. Jan Livius Dokter), van Koningsbergen naar Amsterdam, ALBERDINA, kapt. Wolkammer (opm: kof, bouwjaar 1848, kapt. Albert Augustinus Wolkammer), van Wolgast naar Rotterdam, PERLE, kapt. Lindeman, van Aberdeen, en JOHN AND MARY, kapt. Collidge, van Hartlepool, beide naar Hamburg, zijn gisteren op het Oosteinde van dit eiland verongelukt. Van de beide eersten is het volk gered, doch van het derde de kapitein en van het laatste een matroos en een jongen daarbij omgekomen. (opm: zie volgend bericht d.d. Rotterdam, 14 oktober en LC 150350)
NRC 151049
Rotterdam, 14 oktober. De 8e dezer ontving men op Ameland het bericht, dat op twee uren afstand van het eiland gestrand was een galjasschip. Op het vernemen dier tijding werd in allerijl de boot der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij in gereedheid gebracht. In zee gestoken, had zij met de vreselijke storm en hevige branding te kampen, doch bereikte na enige inspanning het schip en had het geluk de schepelingen, welke zich nog op de bodem bevonden en in groot gevaar verkeerden, te redden en aan de anders wisse dood te ontrukken. Bij onderzoek is gebleken, dat dit schip een Deens galjasschip was, genaamd PERLE, en gevoerd door kapt. P. Lindeman, komende met steenkolen van Schotland en bestemd naar Hamburg. De kapitein was bij de aankomst der boot reeds over boord geslagen en verdronken, zodat alleen de stuurman en de twee matrozen gered zijn geworden. De boot keerde met de geredden terug naar Ameland, waar tevens voor de goede berging der aan strand gespoelde goederen zorg werd gedragen.
Nadat de boot een uur vertrokken was, ontdekte men nabij de branding een ander schip, en vermoedende dat hetzelve ten gevolge van de hevige storm moest stranden, werd door het bestuur der maatschappij aldaar terstond aan de oppasser der boot last gegeven om met dezelve onverwijld terug te komen. Intussen strandde dit schip kort daarna. Men liet een vat aan een loodlijn naar het strand drijven, hetwelk door de aanwezigen, welke hand aan hand in zee liepen, gevat werd en langs welke lijn de schipbreukelingen, ten getale van vier en een vrouw, met het grootste gevaar een voor een aan land getrokken werden. Hoe gevaarlijk deze aanlandtrekking was, daar ieder der geredden minstens zes minuten onder water en door een hevige branding getrokken moest worden, kan elk begrijpen.
In de nacht van de 9e strandde weder een schip. De reddingboot werd dadelijk derwaarts gebracht en bereikte hetzelve. Daar het schip zeer hoog gestrand was, bleef de equipage echter aan boord om het laagwater af te wachten.
Tezelfder tijd strandde iets oostelijker in de buitenbanken nog een schip. De boot stak ter stond opnieuw in zee, Men bevond, dat het een vrij groot schip was, welks bemanning in levensgevaar verkeerde en een noodgeschrei aanhief. Weldra verbrijzelde het achterschip en viel de grote mast over boord. Tweemaal keerde de boot terug, daar zij het schip niet kon naderen wegens de om hetzelve drijvende tuigage, wrakken en hoge branding. Een derde poging gelukte en men redde nog vijf van de manschap; twee waren reeds bij het over boord slaan van de grote mast verdronken. De redding dier vijf manschappen ging met grote gevaren vergezeld, want een ogenblik daarna kraakte het schip en sloeg geheel uit elkander.
Het tweede hier bedoelde schip was het Nederlandse smakschip MARIA GEERTRUIDA, kapt. J.L. Dokter, met rogge van Koningsbergen naar Rotterdam bestemd; schip en lading zijn verloren.
Het derde was het Nederlands kofschip ALBERDINA, kapt. A.A. Wolkammer, met rogge van Wolgast naar Rotterdam bestemd; de tuigage en lading van dit schip blijven waarschijnlijk behouden.
Het vierde was het Engelse brikschip MARY JOHN, kapt. Paul Colledge, met steenkolen van Hartlepool naar Hamburg bestemd. Dit schip is met de lading geheel verloren.
(opm: zie voorgaand bericht d.d. Ameland, 9 oktober)

Op 15 oktober 1849 werd de zeebrief van de ALBERDINA, kapt. A.A. Wolkammer, door de Ontvanger der Inkomende- en Uitgaande Regten en Accijnzen te Amsterdam naar de Staatsraad in Den Haag geretourneerd, onder vermelding ‘schip is gestrand’, waarna op 17 oktober royement volgde.