Name ship: CLIO

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1910
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number:
Nat. Official Number:
Category: Cargo vessel
Propulsion: Steamship
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Raised quarter deck
Masts: Two masts
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull:
Decks: 2
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Werf v/h Rijkee & Co., Rotterdam/Katendrecht, Netherlands
Yardnumber: 135
Date Laid Down:
Launch Date: 1910-02-19
Delivery Date: 1910-04-00
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Maatschappij Voor Scheeps- & Werktuigbouw Fijenoord, Rotterdam, Netherlands
Engine Type: Steam, Triple Expansion
Number of Cylinders: 3
Power: 1200
Power Unit: IHP (IPK)
Eng. additional info: (21 1/2 , 33 & 57 - 39)
Speed in knots:
Number of screws:
 
Gross Tonnage: 2926.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 1830.00 Net tonnage
Deadweight: 4000.00 tons deadweight (1016 kg)
Grain: 211000 Cubic Feet
Bale: 201000 Cubic Feet
 
Length 1: 326.90 Feet (British) Registered
Beam: 44.30 Feet (British) Registered
Depth: 19.00 Feet (British) Registered
Draught:
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1910-04-00 CLIO
Manager: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij N.V., Amsterdam, Netherlands
Owner: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij N.V., Amsterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: NKHD
Additional info:

Date/Name Ship 1918-03-21 CLIO 2578
Manager: United States Shipping Board, Portland (Ore.),
Owner: United States Shipping Board, Portland (Ore.),
Shareholder:
Homeport / Flag: Portland (Ore.) /
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1919-00-00 CLIO
Manager: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij N.V., Amsterdam, Netherlands
Owner: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij N.V., Amsterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: NKHD
Additional info: PDKX

Date/Name Ship 1934-02-00 DESNA
Manager: Baltiyskoe Gosudarstvennoe Morskoe Parohodstvo (Baltic Shipping Company), Leningrad, USSR
Owner: Baltiyskoe Gosudarstvennoe Morskoe Parohodstvo (Baltic Shipping Company), Leningrad, USSR
Shareholder:
Homeport / Flag: Leningrad / USSR
Callsign: UOYX
Additional info:

Date/Name Ship 1937-00-00 DESNA
Manager: Chernomorskoye Gosudarstvyennoye Morskoye Parokhodstvo, Odessa, USSR
Owner: Chernomorskoye Gosudarstvyennoye Morskoye Parokhodstvo, Odessa, USSR
Shareholder:
Homeport / Flag: Odessa / USSR
Callsign: UOYX
Additional info:

Date/Name Ship 1941-00-00 DESNA
Manager: Chernomoro-Azovskoe Basseynovoe Upravlenie, Rostov, USSR
Owner: Chernomoro-Azovskoe Basseynovoe Upravlenie, Rostov, USSR
Shareholder:
Homeport / Flag: Rostov / USSR
Callsign: UOYX
Additional info:

Ship Events Data

1918-03-21: Op 21 maart 1918 te (...) door de Amerikaanse Regering in beslag genomen ingevolge van het ‘Droit D’angarie’ en onder Amerikaanse vlag gebracht.

1919-00-00: Op (...) 1919 weer aan de rederij teruggegeven.

1927-03-14: Op 14.03.1927 liggende te Amsterdam voorzien van een nieuw brandmerk: 382 Z AMST 1927

1941-11-09: Final Fate: De ‘DESNA’ is op 9 november 1941 bij het uitvaren van de haven van Novorossiysk op een mijn gelopen en gezonken in positie 44°43’NB. en 37°49’OL.

Ship Masters Data

Images


Description: De CLIO van 1910, een foto, waarschijnlijk voor het Noordzeekanaal genomen.
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

NRC 210210
Scheepsbouw. Op zaterdag 19 dezer werd door de N.V. Werf v/h Rijkée & Co. te Rotterdam, met goed gevolg te water gelaten het stalen schroefstoomschip CLIO, in aanbouw voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij te Amsterdam. Dit schip, dat een laadvermogen heeft van 4.000 ton, is 325' 0" lang, 44' 0" breed en 21' 3" hol, en zal worden voorzien van vier stalen masten met 10 laadbomen, 10 stoomlieren, stoom-ankerspil, stoom-stuurmachine en een complete elektrisch licht installatie. De machine en ketels, met een vermogen van 1.200 ipk, worden vervaardigd door het Etablissement Fijenoord te Rotterdam, en zullen aan het schip een snelheid geven van 10 mijlen per uur. Schip en machine worden opgenomen in de hoogste klasse van het Bureau Veritas.

NRC 070111
Londen, 6 januari. Volgens een telegram uit Almeria is het Nederlandse stoomschip CLIO  nabij Sabinal gestrand. (Volgens een bericht van de directie der K.N.S.M., onder Laatste Berichten in ons Avondblad C 6 jan. opgenomen, vertrok het st. CLIO 5 jan. van Algiers).

 NRC 070111
Londen, 7 januari. Volgens een telegram uit Gibraltar is het Nederlandse stoomschip CLIO (zie Ochtendblad 7 jan.) nadat het was vlot gekomen te Sabinal binnengelopen. Het stoomschip maakte geen water. Een gedeelte van de lading, 100 ton, is geworpen.

NRC 210111
Onderzoek CLIO. In haar zitting van gisteravond heeft de Raad voor de Scheepvaart In behandeling genomen de zaak van het ongeval, overkomen aan het stoomschip CLIO, kapitein J. Boerhave, van de Kon. Ned. Stoomboot-Maatschappij te Amsterdam. Komende van Odessa met een lading gerst of graan is de CLIO, na Algiers te hebben aangedaan, bij de vuurteren van Sabinal aan de Spaanse kust vastgelopen in de avond van 6 januari. Zonder assistentie is zij echter weer vrijgekomen. Na een gedeelte van de lading en een hoeveelheld steenkolen te hebben overboord gezet. Averij heeft het schip niet belopen. Kapitein Boerhave bevond zich, volgens zijn verklaring, voor de Raad afgelegd, in zijn hut toen men hem meedeelde dat men het vuur dwars had. Hij heeft toen onmiddellijk bakboord roer nieuw commando gegeven, omdat de koerslijn 2 mijlen buiten Sabinal liep. Na de stranding werd noordoost kwart oost per kompas gepeild. Attentie-zeilen zijn opgezet, doch zonder resultaat, zodat men tenslotte zijn toevlucht heeft moeten nemen tot het laatst overblijvend middel: het prijsgeven van een gedeelte van de lading. De stuurman J. Bakker, daarna gehoord, verklaarde van stroom niets te hebben bemerkt. Hem was bekend, dat zich op die plaats een halve mijl buiten de  kust een ondiepte bevindt, doch men was ver genoeg daarvan verwijderd. De 1e machinist, daarna gehoord, deelde mee dat men in de machinekamer niets van het vastlopen heeft bemerkt dan dat de machine wat langzamer heeft gelopen. Van schuren is niets waargenomen. Nadat nog enige getuigen waren gehoord, wier verklaring niets nieuw brachten, werd het onderzoek gesloten.

AH 210111
Na de middagzitting behandelde de Raad voor de Scheepvaart vrijdagavond de scheepsramp op 5 januari overkomen het stoomschip CLIO, van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij alhier, kapitein J. Boerhave, te Watergraafsmeer. Te Odessa werd een lading gestort graan ingenomen voor Amsterdam. Het schip was voorzien van overlangse grevelingen (opm.: waarschijnlijk gevelingschotten bedoeld) en was niet geheel gevuld. Te Algiers kreeg men nieuwe lading en enige deklading, zodat het schip toen vol was. Van Algiers werd koers gezet naar Gibraltar. De kapitein koos een Noordelijke route, o.a. omdat er een harde noordelijke wind stond. Reeds bij het uitvaren was het vrij stormachtig. De 4de januari vertrok men uit Algiers en de 5de kreeg men de Spaanse kust in het gezicht. De kapitein werd per fluit steeds onmiddellijk gewaarschuwd, indien er zich iets bijzonders voordeed. Op een gegeven ogenblik, toen hij juist van plan was naar de brug te gaan, kreeg hij bericht, dat het vuur dwars was, en toen hij aan dek kwam zat het schip reeds aan de grond. Dit geschiedde bij de vuurtoren van Sabinal. De koerslijn loopt 2 mijl van Sabinal en het schip kwam vast te zitten, ¾ mijl van de kust. Door eigen middelen kwam het schip weer los, n.l. door werpen en draaien, 's Avonds tegen zes uur liep het schip vast en de volgende dag tegen vier uur kwam het vrij, ten koste van een deel van de lading. Het schip had ogenschijnlijk niet geleden, en ook de experts maakten uit, dat het de reis naar Amsterdam kon vervolgen. De kapitein, als getuige gehoord, gaf de bovenstaande lezing van het geval. De stuurman J. Bakker alhier had reeds 14 reizen over de Middellandse zee achter den rug. Vier jaar voer hij als eerste stuurman. De kapitein, aan het dek gekomen, deed een streek uit sturen, zo verklaart de stuurman. Zodra men bemerkte, dat het schip vast zat, deed men de machine achteruit werken. De stuurman  verklaart kruispeilingen te hebben doen verrichten. Hij wist dat zich aan de kust een ondiepte bevond. De 1e machinist, A. Karsdorp, te Watergraafsmeer, verklaarde, dat hij met de kapitein in gesprek was, toen er werd gefloten. De kapitein leek ontstemd, en de machinist snelde naar beneden. Nog voor hij beneden kwam was het sein gegeven: „achteruitstomen". De dienstdoende 3e machinist had verklaard, dat eerst even de machine wat langzamer begon te draaien. Nog een drietal andere getuigen werd gehoord. Nog verklaarde de kapitein, dat hij over de navigatie van de stuurman niet had te klagen gehad.
De uitspraak zal geschieden op nader te bepalen datum.

NRC 290111
Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak van het stoomschip CLIO, van de Kon. Ned. Stoombootmaatschappij, dat met een graanlading, te Odessa ingenomen, op de thuisreis op 4 januari van Algiers is vertrokken en daarna op een ondiepte ter hoogte van Sabinal in de Middellandse Zee is vastgelopen. Gezagvoerder was  de heer J. Boerhave.
In zijn uitspraak wijt de Raad de stranding aan het onbekend zijn van de ondiepte, waarop het schip gelopen is. Ze komt niet voor op de kaarten en in de Berichten aan Zeevarenden wordt er niet tegen gewaarschuwd. Een minder juiste gissing van de stuurman kan niet als  bijkomende oorzaak van de stranding worden aangemerkt.