Name ship: COETA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1937
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5353921
Nat. Official Number: 1780 Z GRON 1937
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 winches, 2 derricks
Lift Capacity: 2 ton each
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Gebr. van Diepen, Waterhuizen, Netherlands
Yardnumber: 823
Date Laid Down:
Launch Date: 1937-02-14
Delivery Date: 1937-04-17
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 200
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons nr. 5710 Type T (x)
Speed in knots: 8.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 310.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 153.00 Net tonnage
Deadweight: 380.00 tons deadweight (1016 kg)
Grain: 21000 Cubic Feet
Bale: 20000 Cubic Feet
 
Length 1: 42.00 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 39.80 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.33 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.96 Meters Depth, moulded
Draught:
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1937-04-14 COETA
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Netherlands
Owner: Hendrik Tattje, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDKZ
Additional info:

Date/Name Ship 1955-09-19 HADO
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Anne Hartsema, Beilen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Beilen / Netherlands
Callsign: PEMK
Additional info:

Date/Name Ship 1961-08-29 TAURUS
Manager: C. Holscher's Scheepvaartbedrijf (Holscher Shipping) N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Albert Oudman, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PHWY
Additional info:

Date/Name Ship 1969-02-17 MARITSA
Manager: Apostolis Mpalkantsis, Tripoli, Libya
Owner: Apostolis Mpalkantsis, Tripoli, Libya
Shareholder:
Homeport / Flag: Tripoli / Libya
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1937-04-15: Op 15-04-1937 als COETA, zijnde een motorvrachtschip, metende 876.90m3 bruto inhoud, liggende te Waterhuizen, door J. Frik, scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Hendrik Tattje te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1780 Z GRON 1937 op het achterschip aan SB zijde in achterkant dekhuis op verhoogd achterdek.

1937-04-17: 1937 Aanvankelijk "Spica" voor J. Hoving te Groningen, echter voor de oplevering verkocht omdat de eigenaar niet aan zijn financieele verplichtigen kon voldoen.
NvhN 17-04-1937: Waterhuizen, 17 april. Kapt. J. Hoving te Groningen heeft het m.s. Spica met de afmetingen 39 x 7.30 x 2.75 m., uitgerust met een tweetact 200 PK Bronsmotor en gebouwd op de werf van de Gebr. van Diepen, scheepsbouwers alhier, verkocht aan Kapt. H. Tattje te Groningen. Deze zal het schip in de vaart brengen onder den naam "COETA".

1937-04-17: De Telegraaf 20-04-1937: Proefvaart. Coeta. Delfzijl. 17 April. — Op de Eems vond heden de proefvaart plaats van het nieuwe m.s. "COETA", gebouwd op de werf van de Gebr. Van Diepen te Waterhuizen voor rekening van kapitein H. Tattje te Groningen, onder klasse British Corporation en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart. Het schip is gebouwd met bak en met kruiserhek, met den mast midscheeps en het is voorzien van een halven dubbelen bodem, die dient voor waterballast. De afmetingen van het schip zijn als volgt: lengte over alles 43 M., breedte op het grootspant 7.30 M. en holte in de zijde 3.15 M. met een D.W. van ca. 400 ton. Het meet bruto 309.55 reg. ton en netto 152,71 reg. ton. Voor de voortstuwing is In de motorkamer een Brons-motor van 200 P.K. geplaatst, waarmede het schip een snelheid van 9 1/2 mijl behaalde.
NvhN 19-04-1937: Proefvaart m.s. „Coeta”. Op de Eems vond Zaterdag de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe motorschip Coeta, gebouwd op de werf van de Gebr. van Diepen te Waterhuizen voor rekening van kapt. H. Tattje te Groningen, onder klasse British Corporation en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart. Het schip is gebouwd met bak en met kruiserhek, met de mast midscheeps en het is voorzien van een halve dubbele bodem, die dient voor waterballast. Op het mastdek is een dekhuis geplaatst, waar- In twee Deutz motoren van 10 P.K. zijn opgesteld voor het aandrijven van de lieren, die bovenop dit dekhuis zijn geplaaatst. Ook de ankerlier wordt door een Deutz motor van 10 PK. aangedreven. Het laad- en losgerei is geleverd met een certificaat van de Inspectie van Havenarbeid. De afmetingen van het schip zijn als volgt: lengte over alles 43 M., breedte op het grootspant 7.30 M. en holte ln de zijde 3.15 M. met een D.W. van ca. 400 ton. Het meet bruto 309,55 Reg. ton en netto 152.71 Reg. ton. Voor de voortstuwing is in de motorkamer een Brons motor van 200 PK. geplaatst, waarmede het schip een snelheid van 9 1/2 mijl behaalde. Verder is hier een Deutz motor van 10 P.K. als hulpmotor geplaatst voor het aandrijven van de hulpwerktuigen en de dynamo. De geheele verlichting is electrisch. Deze installatie werd geleverd door het Technisch Bureau Herman G. Eekels te Hoogezand. Het schip is keurig betimmerd en het voldeed op de proefvaart ruim aan alle gestelde eischen, zoodat het hierna met volle tevredenheid door den kapitein overgenomen werd.

1939-02-12: Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Maandag 18 December 1939, no. 247 No. 189 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de aanvaring van het motorschip Coeta met den gesleepten zeelichter Thames III op de Theems. Op 12 Februari 1939 is het motorschip Coeta op de Theems in aanvaring gekomen met den gesleepten zeelichter Thames III. In overeenstemming met het voorstel van den inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van dit ongeval zou instellen. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 3 October 1939 in tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaart- inspectie en hoorde als getuige den toenmaligen kapitein van de Coeta Hendrik Tattje. De verklaring door Adrianus van Wijk, kapitein op den zeelichter Thames III tijdens de aanvaring, afgelegd bij gemeld voorloopig onderzoek, is door den secretaris ter zitting voorgelezen. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: Het motorschip Coeta is een Nederlandsch vaartuig, metende 309,55 bruto-, 152,71 netto-registerton, roepnaam P D K Z, eigendom van den kapitein H. Tattje, te Groningen. Het schip is in het jaar 1937 van staal gebouwd. De Thames III is een Nederlandsche zeelichter, metende bruto 450,49 registerton, eigendom van de N. V. Zeelichter ,,Thames III", te Rotterdam. Het schip is in het jaar 1907 van staal gebouwd. De Coeta was op reis van Swansea naar de Theems met een lading kolen. De lading was bestemd voor de Erith Callen Works, welke aan den zuidelijken oever van de rivier zijn gelegen. De kapitein verklaarde: dat hij, niet loodsplichtig zijnde, bij het opvaren van de Theems geen loods had genomen, omdat bij op deze rivier goed bekend was en bovendien het nemen van een loods vrij kostbaar is; dat hij aanvankelijk aan s.b.-zijde voer, doch omstreeks te 5.40 uur 's middags van 12 Februari 1939 — het was reeds donker — ter hoogte van Coldharbour point naar den zuidkant overstak om de losplaats te zoeken, waar hij nog niet geweest was; dat hij met langzaam werkenden motor dicht onder b.b.-wal voer, op 20 a 30 m afstand van de aldaar geankerd liggende barges. met het zoeklicht naar de losplaats speurende; dat hij te 7.45 uur op ongeveer 4 streken aan stuurboord twee toplichten en een groen boordlicht zag van een tegenkomende sleepboot, die 1 korten stoot liet hooren, maar niettemin liet groene licht bleef toonen; dat hij meende, dat het sein bestemd was voor een meegaand vaartuig, dat 1 korten stoot teruggaf; dat hij vervolgens 2 korte stooten liet hooren, b.b.-roer gevende; dat de sleepboot nogmaals 1 korten stoot gaf en nu rood toonde; dat hij den motor stopte, wederom 2 korte stooten liet hooren en vervolgens volle kracht achteruit sloeg, onder het geven van 3 korte stooten; dat de sleepboot nog vrijliep, doch dat hij met s.b.-boeg in aanvaring kwam met het sleepschip, dat bleek de Nederlandsche zeelichter Thames 111 te zijn. De voorgelezen verklaring van den kapitein van den zeelichter Thames 111 houdt zakelijk in: De Thames III was op reis van Silvertown naar Duisburg, beladen met oud ijzer. Het vaartuig vertrok omstreeks te 6.45 uur 's middags van 12 Februari 1939, gesleept door de Engelsche sleepboot Contest. De sleep hield s.b.-zijde van het vaarwater. Het was goed zicht, ongeveer hoogwater. Omstreeks te 7.50 uur zag hij recht vooruit op de reede van Erith een toplicht, zoomede het roode en groene boordlicht van een tegenkomend vaartuig, dat later bleek het Nederlandsche motorschip Coeta te zijn. Hij hoorde de Contest 1 korten stoot geven, waarop de Coeta met 2 korte stooten antwoordde. De Contest herhaalde het sein van 1 korten stoot, waarna de Coeta 3 korte stooten liet hooren. De Coeta, waarvan hij den motor hoorde werken, kwam dwars in de rivier te liggen en versperde zoodoende het vaarwater. De Thames III liep op s.b.-boeg van de Coeta en werd zwaar beschadigd aan het voorschip. Na het voorlezen van deze verklaring merkte getuige Tattje nog op, dat de Coeta eenigszins in b.b.-wal lag, zoodat hij niet kan begrijpen, hoe men van den sleep ook het roode boordlicht van zijn schip zou hebben kunnen zien. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft aangevoerd r dat de aanvaring tusschen de Coeta en de Thames III te wijten is aan het foutieve gedrag van de Coeta ; dat het immers op de Theems gewoonte is om s.b.-wal te houden; dat de Coeta, indien dit schip naar b.b.-wal moest oversteken, daarvoor een gunstig moment had moeten kiezen, hetgeen zeer zeker niet het geval was bij de scherpe bocht, welke de rivier bij Coldharbour point maakt, daar men daar de mogelijke tegenliggers niet tijdig kan zien; dat op de Coeta de plicht rustte om den sleep voldoende ruimte te laten, hetgeen de kapitein van de Coeta echter niet heeft gedaan; dat deze kapitein heeft verklaard, dat hij zooveel mogelijk bij de barges heeft gevaren; dat het dan echter zeer goed mogelijk is, dat hij eens even s.b.-roer heeft moeten geven, zoodat de voorstelling van de zijde van den sleep gegeven zeer goed juist kan zijn; dat de sleep met de bedoeling van de Coeta niet bekend was en de kapitein van de sleepboot zeer juist heeft gehandeld, ook al had dan, achteraf beschouwd, het passeeren stuurboord op stuurboord wellicht veilig kunnen geschieden, waarop echter de kapitein van de sleepboot niet mocht rekenen. De Raad is van oordeel, dat deze aanvaring aan onvoorzichtige navigatie van de Coeta is te wijten. De kapitein is te vroeg overgestoken en is daardoor in moeilijkheden gekomen. Deze moeilijkheden heeft hij echter zich zelf op den hals gehaald. Toen hij zich eenmaal aan b.b.-wal bevond, had hij niet het recht om den sleep van zijn goeden koers langs s.b.-wal af te brengen. Integendeel had hij, toen de sleep 1 korten stoot gaf, dadelijk weer stuurboord uit moeten gaan om naar de goede zijde van het vaarwater terug te keeren, in plaats van 2 korte stooten te geven. Bij het geven van tegengestelde seinen is veelal een aanvaring het gevolg. De sleep heeft echter geheel correct gevaren en het is volkomen zijn recht om zich niet van zijn s.b.-wal te laten afdringen. Trouwens, de kapitein van de sleepboot, gesteld al, dat de sleep veilig naar bakboord had kunnen uitwijken, kon moeilijk op de hoogte zijn van de omstandigheid, dat de Coeta bezig was met het zoeken naar de aanlegplaats. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, eersteplaatsvervangend-voorzitter, A. L. Boeser en J. N. Egmond, leden, G. Mulder, buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 1 December 1939. (get.) B. M. Taverne, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1940-05-16: Op 16-05-1940 ingeschreven bij The Netherlands Shipping & Trading Committee te London en in beheer bij Freight Express Ltd. te London.

1945-00-00: Na terugkomst uit Engeland (met steven en huidschade en veel deuken en bijna ongeschilderd ) direct naar Scheepswerf “ Welgelegen” te Harlingen. Ook de luiken werde bijna allemaal vernieuwd. Schadepost voor Hendrik Tattje is Fl. 32.000,- tevens moest de Brons motor geresiveerd worden kosten Fl. 11.600,-

1946-12-28: Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Woensdag 21 Mei 1947, no. 96. No. 55 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake het verzoek van H. Tattje, kapitein- eigenaar van het motorschip „Coeta", te Schiedam, tot inhouding van het monsterboekje van H. J. Vos, destijds als stuurman gemonsterd op het motorschip ,,Coeta . Op 30 Januari 1947 heeft H. Tattje, kapitein-eigenaar van het motorschip „Coeta", te Schiedam, bij de inspecteur-generaal voor de scheepvaart een schriftelijk verzoek ingediend tot inhouding van het monsterboekje van Hendrik Johannes Vos, geboren 8 Maart 1918, wonende te Groningen, wegens het onrechtmatig doen eindigen van de arbeidsovereenkomst op 28 December 1946 te Rotterdam. De behandeling van dit verzoek door de Raad voor de Scheepvaart heeft plaats gevonden ter zitting van 21 Maart 1947 in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. H. Th. Eerman. De Raad nam kennis van de door de inspecteur-generaal overgelegde stukken van liet vooronderzoek. Aangeklaagde H. J. Vos, hoewel behoorlijk gedagvaard, is niet verschenen. Tegen hem wordt verstek verleend en de zaak buiten zijn tegenwoordigheid behandeld. De rederij heeft haar verzoek voor de Raad niet nader doen toelichten. Uit een en ander is de Raad het volgende gebleken: Genoemde schepeling heeft on 17 September 1946 te Harlinden een arbeidsovereenkomst, als bedoeld in artikel 398 van het Wetboek van Koophandel, aangegaan met voormelde rederij en is vervolgens als stuurman gemonsterd op het motorschip „Coeta" voor onbepaalde tijd voor de vaart op Noord-Europese havens. Aangeklaagde kreeg op 21 December 1946 te Rotterdam verlof tot 28 December. Op 23 December kwam hij weer aan boord, verzocht af te mogen monsteren, daar hij een ander schip kon krijgen. Het verzoek werd toegestaan, mits hij zorgde, dat tijdig een aflosser aan boord kwam. De Koopvaardij Stichting had een stuurman disponibel. De kapitein-eigenaar van de „Coeta" liet hem 27 December weten, dat hij aan boord van dat schip moest terugkeren, daar geen aflosser was gekomen. De Koopvaardij Stichting, te Groningen, zou Vos hebben geadviseerd af te wachten. Hij is toen thuisgebleven tot hij op 2 Januari 1947 naar zijn nieuwe schip ging. De ,,Coeta" heeft tot 31 December gewacht op een aflosser. De inspecteur voor de scheepvaart voert aan, dat een bevel van zijn kapitein ging boven een advies van de Koopvaardij Stichting. De stuurman heeft verkeerd gedaan, hoewel het onder verzachtende omstandigheden is geschied. Een lichte straf dient te worden opgelegd. De Raad is met de inspecteur voor de scheepvaart van oordeel, dat aangeklaagde de arbeidsovereenkomst onrechtmatig heeft doen eindigen. Aangeklaagde is beïnvloed door een advies, waarin hij geen vertrouwen had mogen stellen. Hij had de indruk, dat hij zich daaraan mocht houden, maar had ook van de kapitein een bericht van 27 December, dat hij aan boord moest komen. Dit moest voor hem de doorslag geven. Inhouding van het monsterboekje voor na te noemen tijd acht de Raad gerechtvaardigd. Mitsdien, recht doende bij verstek: Houdt het monsterboekje van Hendrik Johannes Vos, geboren 8 Maart 1918, wonende te Groningen, in voor de tijd van 1 maand, ingaande op de dag der beslissing (21 Maart 1947). Aldus gedaan door de heren prof. mr. J. Offerhaus, voorzitter, L. den Hoedt en C. H. Brouwer, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. A. Boosman en uitgesproken door de eerste plv. voorzitter ter openbare zitting van de Raad van 9 April 1947. (Get.:) J. Offerhaus; A. Boosman.
Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Woensdag 15 October 1947, no. 199 No. 108 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake het verzet van H. J. Vos, destijds als stuurman gemonsterd op het motorschip „Coeta", tegen een beslissing van de Raad voor de Scheepvaart van 21 Maart 1947, waarbij zijn monsterboekje werd ingehouden voor de tijd van een maand. Op 9 Juli 1947 is door de Raad voor de Scheepvaart ontvangen een schriftelijke memorie van de Oranje Lijn (Maatschappij Zeetransport N.V.), te Rotterdam, vertegenwoordigend H. J. Vos, destijds als stuurman gemonsterd op het motorschip „Coeta", eigendom van H. Tattje, te Schiedam, waarbij adressant in verzet komt tegen een beslissing van de Raad voor de Scheepvaart, op 21 Maart 1947 bij verstek gewezen, welke beslissing aan H. J. Vos werd toegezonden. Bij gemelde beslissing werd ten verzoeke van H. Tattje, kapitein-eigenaar van het motorschip „Coeta", het monsterboekje van H. J. Vos ingehouden voor de tijd van een maand wegens het onrechtmatig doen eindigen van de arbeidsovereenkomst op 28 December 1946 te Rotterdam. De behandeling van dit verzet door de Raad voor de Scheepvaart heeft plaats gevonden ter zitting van 19 Augustus 1947, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart A. S. de Bats. Aangeklaagde, die niet ter zitting is verschenen, heeft schriftelijk nader verklaard onder welke omstandigheden hij in December 1946 het motorschip „Coeta" heeft verlaten, terwijl de kapitein-eigenaar van dit schip eveneens in een brief verdere toelichtingen heeft verstrekt. Uit een en ander blijkt, dat beiden uit mededelingen van de Koopvaardijstichting tot de overtuiging waren gekomen, dat de vervanger van requestrant tijdig aan boord van het motorschip „Coeta" zou zijn, waardoor de kapitein de achtergebleven eigendommen van Vos op diens nieuwe schip, het m.s. „Nieuwaal",. liet brengen en Vos zelf niet naar het motorschip „Coeta" terugkeerde. De Raad voor de scheepvaart is van mening, dat, hoewel, zoals in de uitspraak van 21 Maart 1947 werd overwogen, voor aangeklaagde een oproeping van zijn kapitein de doorslag moest geven tegenover een advies van de Koopvaardijstichting, de kapitein in dit geval blijkbaar ook zelf zozeer heeft vertrouwd op de toezegging van de stichting, dat hij zelfs de eigendommen van aangeklaagde heeft teruggegeven en dus het risico van het niet tijdig aankomen van een vervanger aanvaard heeft. In deze omstandig- heden behoort aan Vos geen straf te worden opgelegd. Mitsdien, recht doende bij verstek: Beslist, dat de op 21 Maart 1947 genomen beslissing omtrent het monsterboekje van Hendrik Johannes Vos, geboren 8 Maart 1918, wonende te Groningen, moet worden gewijzigd in die zin, dat het monsterboekje niet wordt ingehouden. Aldus gedaan door de heren prof. mr. J. Offerhaus, voorzitter, G. J. Barendse en jhr. G. A. Berg, plv. leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. A. Boosman en uitgesproken door voornoemde voorzitter ter openbare zitting van de Raad van 19 Augustus 1947. (Get.:) J. Offerhaus; A. Boosman.

1954-12-03: NvhN 03-12-1954: Laatste Berichten. Groninger kustvaarder over tijd. De 310 ton grote Groninger kustvaarder Coeta, die op 25 November uit Londonderry naar Londen is vertrokken, is daar nog niet aangekomen. Scheveningen-radio heeft de scheepvaart gevraagd uit te kijken naar het schip, dat één mast heeft en achter een witgeschilderde bovenbouw. De eigenaar van het vaartuig, de heer H. Tattje uit Haren (Gr.) maakt zich wel zorgen, doch is niet ernstig ongerust. Hij vermoedt, dat de Coeta ergens onder de lerse kust voor anker is gegaan om beter weer af te wachten. De Coeta is geladen met cacao en heeft een bemanning van zeven koppen. Het schip is in 1937 gebouwd. Nader vernemen wij, dat het schip ter hoogte van Wexford aan de Oostkust van lerland voor anker is gegaan en dat alles wel is aan boord.
Algemeen Handelsblad 04-12-1954: Coeta terecht. De Groninger kustvaarder Coeta, die op 25 November van Londonderry naar Londen was vertrokken en waarvan niets meer was vernomen, is terecht. U.P. meldt uit Londen, dat het schip, dat geen radio aan boord heeft, in de haven van Rosslare voor anker is gegaan om het einde van de stormperiode af te wachten.

1954-12-22: NvhN 01-03-1956: De Coeta moet betalen voor sleephulp van reddingboot. Uitspraak van Deense rechtbank. Een Deense rechtbank heeft vandaag bepaald, dat de rederij H. Tattje te Delfzijl 25.000 kronen moet betalen aan de Deense Redding Maatschappij voor sleephulp, verleend aan de 310 ton metende Coeta, toen dit schip op 22 december 1954 in moeilijkheden kwam te verkeren. De rederij had gesteld, dat de Redding Maatschappij tot hulpverlening verplicht was en geen aanspraak op vergoeding kon maken. Volgens de rechtbank geldt de kosteloze hulp alleen voor vissersvaartuigen. De rederij is bovendien veroordeeld in de kosten van het proces, 2.000 kronen.

1955-09-21: NvhN 21-09-1955: COETA wordt HADO. Het kustvaartuig Coeta van de heer H. Tattje te Haren (Gron.) is verkocht aan de heer A. Hartsema te Beilen, die het schip onder de nieuwe naam Hado in de vaart zal brengen. De Coeta is van het raised quarterdek type en werd in 1937 gebouwd bij de N.V. Scheepswerven Gebrs. Van Diepen te Waterhuizen. De thuishaven wordt van Groningen gewijzigd in Beilen.

1969-06-12: Final Fate: Op reis met een lading puimsteen van Lipari naar Tripoli (Lybië) lekgesprongen en gezonken ter hoogte van Kaap Ali, Straat van Messina. Van de 10 opvarenden verloor een het leven.

Ship Masters Data

Images


Description: Spica 1937.
Image type: Photo

Description: 'Coeta' bj 1937 (aanvankelijk 'Spica')
Image type: Photo

Description: Hado 1931 ex Coeta ex Spica.
Image type: Photo

Description: Hado 1931 ex Coeta ex Spica.
Image type: Photo

Description: Hado 1931 ex Coeta ex Spica at Belfast.
Image type: Photo

Description: 'Taurus' (ex 'Coeta')
Made By: © Lindenborn, M. (Marien)
Image type: Photo

Description: Taurus 1937 ex Hado ex Coeta ex Spica.
Image type: Photo
Sources