Name ship: ALBATROS

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1928
Classification Register: Scheepvaart Inspectie (SI)
IMO number:
Nat. Official Number: 1047 Z GRON 1928
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Scheepswerf J.G. Bijlholt, Foxhol, Netherlands
Yardnumber:
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1928-10-06
Technical Data

Engine Manufacturer: Ateliers Moës (Kromhout), Waremme, Belgium
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 2
Power: 50
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Nering Bögel Type (230x280)
Speed in knots: 6.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 93.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 55.00 Net tonnage
Deadweight: 110.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1:
Length 2: 28.00 Meters Registered
Beam: 5.05 Meters Breadth, moulded
Depth: 1.75 Meters Depth, moulded
Draught:
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1928-00-00 ALBATROS
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Sweitze Rieske, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NBVK
Additional info: Call sign 1934: PCGB

Date/Name Ship 1939-02-28 ALBATROS
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Eerke Rieske, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PCGB
Additional info:

Date/Name Ship 1943-10-01 VS 137
Manager: Kriegsmarine, Berlin, Germany
Owner: Kriegsmarine, Berlin, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Berlin / Germany
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1944-01-00 VS 97
Manager: Kriegsmarine, Berlin, Germany
Owner: Kriegsmarine, Berlin, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Berlin / Germany
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1928-10-06: NvhN 08-10-1928: Delfzijl, 6 Oct. Heden heeft met goed gevolg op de Eems proefgestoomd het nieuwe m.s. „ALBATROS". Dit schip, groot bruto 93 ton en netto 55 reg. ton, is gebouwd onder toezicht der Scheepvaart-Inspectie, op de werf van den heer Bijlholt, te Foxhol, voor rekening van kapt. S. Rieske, te Groningen. Het vaartuig is voorzien van een 50 P.K. Nering Bögel motor.

1928-10-31: Op 31-10-1928 bij het Kadaster teboekgesteld als ALBATROS, zijnde een motorschip met hulpzeil, hebbende 1 dek, 1 mast, 1 vooronder, 1 woonroef, 1 machinekamer waarin een 50 PK Nering Bögelmotor, eigendom van Sweitze Rieske, schipper, Groningen.

1928-11-03: Op 03-11-1928 als ALBATROS, zijnde een motorzeilschip, groot 264 m3, liggende te Foxhol, door J. Gerrits, scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Sweitze Rieske, schipper gedomicilieerd te Groningen, van brandmerk 1047 Z GRON 1928 voorzien door het inbeitelen op 't achterschip, in achterkant achtererf, stuurboordzijde.

1933-06-03: Haagsche Courant 03-06-1933. Twee schepen in een sluis beklemd. De zandzuiger Delgron I, schipper Arbeider, geladen met zand, is, naar uit Delfzijl aan de ,,N.R.Crt." gemeld wordt, gistermorgen te ongeveer half acht uit de buitenhaven in de Eemskanaalsluis gevaren. Daarna is in de buitenhaven in de sluis gevaren het Nederlandsche m.s. ,,ALBATROS" van kapitein Rieske, met een lading lijnkoeken van Kopenhagen naar Martenshoek. De schepen, die naast elkaar kwamen te liggen, zijn in de klem gekomen, zoodat geen van beiden voor- of achteruit kon, ondanks pogingen door verschillende schepen gedaan om ze los te krijgen. De schepen lagen zoover naar buiten, dat de ebdeuren niet gesloten konden worden. Vandaar dat het water onder de schepen wegliep en de toestand steeds gevaarlijker werd. De zandzuiger maakte water, dat zooveel mogelijk werd uitgepompt door de waterboot van het havenbedrijf, terwijl ook de motorbrandspuit aan het werk werd gesteld. De lading zand van de Delgron werd op den wal geschept om de kans op zinken te verminderen. Om ongeveer 11 uur is de positie van de ,,Delgron I" en de ,,Albatros" door het vallen van het water gewijzigd. De schepen zijn beiden recht gevallen, waarna getracht is de ,,Albatros" uit den sluis te treken door het motorschip „Annechina". Het gelukte na veel moeite de ,,Albatros" vrij te krijgen. Van de ,,Albatros" is de verschansing ernstig beschadigd en zijn eenige bolders verbogen. Verdere schade kon nog niet worden vastgesteld. Het schip maakt geen water. De ,,Delgron I" moest met behulp van een motor- en een stoompomp drijvend worden gehouden en is in de Buitenhaven gesleept, waar de zuiger op het droge zal worden gezet, zoodra het water voldoende zal zijn gewassen. De stremming van de vaart in de sluis is dus weer opgeheven.

1933-10-10: Eemsbode 10.10.1933: Motorschade m.s. ALBATROS. Maandagmorgen j.l. werd van Langeoog te Delfzijl binnengesleept door de motorsleepboot “Franziska “ het in Groningen thuisbehorende motorschip ALBATROS, kapitein Rieske, welk schip ter hoogte van genoemd eiland een gebroken krukas en verdere motorschade kreeg. De ALBATROS was met gezaagd hout beladen op weg van Bremen naar Brielle en zal de schade te Appingedam herstellen.

1936-03-21: 21-03-1936 Raad voor de Scheepvaart No.19 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de klacht van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart tegen Sweitze Rieske, kapitein van het motorschip “Albatros”, wegens het niet voldoen aan de bepalingen van art. 13 van het Schepenbesluit. Op 10 October 1935 is door den inspecteur-generaal voor de scheepvaart bij den Raad voor de Scheepvaart een klacht ingediend van den volgenden inhoud: De inspecteur-generaad voor de scheepvaart, verwijzende naar de stukken betreffende het aan het motorschip “Albatros” op 22 Augustus 1935 overkomen ongeval onder de reis van Bremerhaven naar Hamburg; overwegende, dat daaruit blijkt, dat kapitein Sweitze Rieske na bedoeld ongeval 23 Augustus d.a.v. met zijn schip te Hamburg is aangekomen en nadat zijn schip beladen was, van hieruit naar Odense is vertrokken zonder naar de beloopen schade aan zijn schip een onderzoek te hebben doen instellen door een expert van een door de wet erkend particulier onderzoekingsbureau tot het verkrijgen van een bewijs van zeewaardigheid, zooals is voorgeschreven in art. 13 van het Schepenbesluit ; overwegende, dat het niet gevolg geven aan het in de vorige alinea bedoelde voorschrift geacht moet worden een misdraging op te leveren jegens de schepelingen en de bevrachters; gelet op de artt. 48 en 49 der Schepenwet; stelt aan den Raad voor de Scheepvaart voor een onderzoek in te stellen en den kapitein Sweitze Rieske, voornoemd, te hooren." Een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij art. 49 der Schepenwet, besliste, dat een onderzoek naar de gegrondheid van voorschreven klacht door den Raad zou worden ingesteld. Het onderzoek had plaats in 's Raads zitting van 30 December 1935, in tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart.
De Raad nam kennis van de stukken van het ten deze door de scheepvaartinspectie ingesteld voorloopig onderzoek en hoorde den kapitein Sweitze Eieske, als aangeklaagde, buiten eede. De voorzitter zette hem de beteekenis van de klacht uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: Het motorschip “Albatros” is een Nederlandsch vaartuig, metende 93,19 bruto-, 55,17 netto-registerton, roepnaam PCGB, gebouwd in 1928 van staal en toebehoorende aan aangeklaagde; het schip is voorzien van een Nering Bögel-motor van 50 Apk. Een certificaat van deugdelijkheid is voor dit schip afgegeven met beperkt vaargebied, welk certificaat geldig was tot 1 Juli 1935 en is verlengd tot 1 October 1935. Op 22 Augustus 1935 des namiddags te 10 uur is het schip vertrokken van Bremerhaven met bestemming naar Hamburg. Het vaartuig was niet bevracht. Aangeklaagde hoopte te Hamburg een lading te krijgen. Er stond een harde O.Z.-oostelijke koelte, een weinig zeegang, geen deining. Het zicht was goed. De Alte Weser werd afgevaren tot gasboei D, liggende in de nabijheid van den vuurtoren van Rotersand. Van die gasboei af werd gestuurd op Scharhörn, dwars over de buitengronden, genaamd de Noordergronden. Te 11.50 uur op dien middag gevoelde aangeklaagde plotseling, dat het schip een schok kreeg, zoodanig, dat het voorschip ongeveer 2 voet omhoog sprong. De vaart was ongeveer 6 mijl. De motor stond volle kracht. Zeilen werden niet gevoerd. Onmiddellijk heeft hij de luiken doen openen en in het ruim een onderzoek ingesteld naar eventueel bekomen schade. De pompkokers vóór en achter werden afgepeild. Het schip bleek geen water te maken. Gedurende dit onderzoek werd geen schade ontdekt. Onmiddellijk na dat stooten heeft aangeklaagde zelf gelood. Daarbij werd den eersten keer + 3 m, even later 4 m en nog even later 5 m water verkregen. De diepgang was achter 1,60 m, vóór 0,40 m. Zonder verder ongeval is de reis voortgezet. Op 23 Augustus 1935 des voormiddags te 10 uur kwam het schip te Hamburg aan. Aangeklaagde heeft geen expertise laten houden ter verkrijging van een certificaat van zeewaardigheid, alvorens het vaartuig aldaar werd beladen. Op 26 Augustus d.a.v. is een lading veekoeken en zemelen ingenomen, bestemd voor Odense. Terwijl het schip beladen werd, heeft aangeklaagde waargenomen, dat het vlak van het vaartuig was opgezet. Nadat het schip was beladen, is de reis op 1 September d.a.v. voortgezet naar Odense, zonder dat aangeklaagde met een expert of agent te Hamburg, als bedoeld in art. 13 van het Schepenbesluit, in verbinding is getreden. Wel heeft hij schriftelijk de Vereeniging „Oranje", te Groningen, van de vermoedelijke schade in kennis gesteld. Op 1 October 1935 is het schip te Bolnes op de werf van Schram drooggezet. Daar bleek inderdaad, dat het vlak was opgezet. Blijkens een verklaring van den inspecteur voor de scheepvaart in het 2de district is de bodemschade van het vaartuig te Bolnes hersteld, doordien een aantal wrangen, alsmede een aantal bodemplaten zijn rechtgezet. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft ter zitting van den Raad aangevoerd, dat aangeklaagde zich niet gehouden heeft aan het wettelijke voorschrift, dat hem verplichtte om zich, vóórdat de reis van Hamburg uit werd voortgezet, in verbinding te stellen met den expert of den agent van een erkend onderzoekingsbureau aldaar, opdat de vereischte verklaring van zeewaardigheid werd verkregen. Aangeklaagde heeft tot zijn verweer aangevoerd, dat zijn vaartuig een zoogenaamde wadvaarder is; dat het herhaaldelijk voorkomt, dat zijn schip, over de wadden varende, even tegen den grond stoot, zonder dat eenige schade of hinder daarvan het gevolg is, zoodat hij, die aanvankelijk geen schade had bespeurd, te Hamburg aankomende, dacht, dat ook door dit stooten geenerlei schade was teweeggebracht; dat hij eerst, nadat het schip gedeeltelijk beladen was, waarnam, dat zich een deuk in het vlak bevond; dat hij echter niet noodig achtte het schip weer te ontladen, daar het vaartuig „dicht" was gebleven en hij tegen de kosten van ontlading en expertise opzag; dat hij van oordeel was, daar het vaartuig toch spoedig een Nederlandsche haven zou binnenkomen, dat het de voorkeur verdiende met een onderzoek naar eventueele schade en eventueele reparatie te wachten, totdat het schip in Nederland zou zijn aangekomen. De Raad voor de Scheepvaart is van oordeel, dat de kapitein in gebreke is gebleven, het voorschrift van art. 13 van het Schepenbesluit na te komen. Hetgeen aangeklaagde tot zijn verweer aanvoert, kan hem, gelet op dat dwingende voorschrift, niet baten, te minder, nu gebleken is, dat het stooten van het vaartuig tamelijk ernstig is geweest. Deswege straft de Raad den kapitein, Sweitze Rieske, geboren 26 September 1889 te Hoogkerk, wonende te Groningen, door het uitspreken van een berisping.
Aldus gedaan door de heeren mr. dr. F. C. van Geer, plaatsvervangend voorzitter, C. J. Canters, G. J. Lap, A. L. Boeser en B. C. van Walraven, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden plaatsvervangend voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 9 Maart 1936. (get.) F. C. van Geer. H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1942-00-00: 1942 gevorderd, motor eruit gehaald en naar Kiel gesleept en verbouwd tot "Lazaretschiff". Op 18.02.1943 overgedragen aan het Sperrkommando "Westliche Ostdienst" en op 8 juni daar in dienst gesteld. Op 01.10.1943 als "VS 137" in dienst bij de Kriegsmarine. In 01.1944 als "V 97". In 1945 terug en verbouwd bij Scheepswerf Broerken voor de vrachtvaart. Op 17.05.1947 wordt de teboekstelling als zeeschip doorgehaald. Afgekeurd voor de zeevaart en in de binnenvaart. Ze wordt als AMAZONE ex ALBATROS, zijnde een stalen motorschip, groot 128.178 m3 verplaatsing volgens meetbrief d.d. 05-11-1928 no G2712N, liggende te Amsterdam, door D. Loorbach, scheepsmeter te Amsterdam, van brandmerk 2228 B GRON 1947 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan B.B. zijde in achterkant erft, 8.55 m. uit hekplaat, 1.10 m. uit lengteas en 0.58 m. boven het dek. (Opm.: De oude merken 1047 Z GRON 1928, noch andere merken van de teboekstelling ten hypotheekkantore of sporen daarvan zijn gevonden.) Het schip is dan nog van Eerke Rieske, schipper te Groningen en uitgerust met een 4tew 4 cil 165 Pk GM motor Nr. 67164370 (aangebracht op het cylinderblok) Type (x). Op 16.06.1947 "Amazone" van Hendrik Rieske, schipper te Amsterdam. 15.02.1954 "Gerwie" van Willem van Pelt, Stad aan het Haringvliet. Op 18-07-1958 als Gerwi, zijnde een motorschip, metende 157.041 m3 verplaatsing volgens binnenmeetbrief afgegeven te Rotterdam no 21299 d.d. 25-08-1955, liggende te Rotterdam, door J. Baarends, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Rotterdam, opnieuw van brandmerk 2228 B GRON 1947 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan SB zijde in achterwand roef, 0.70 m. uit hekplaat, 0.50 m. uit lengteas en 0.92 m. uit dek. (Opm. Bij onderzoek zijn geen andere merken van teboekstelling ten hypotheekkantore of sporen daarvan aangetroffen.) 1960 verlengd met 10 meter, draagvermogen nu 245 ton. 08.02.1966 "Fide Deo" van Johannes Tjerk Klompien, schipper te Ternaard. 13.10.1976 "Corrie" van Dirk v/d Jagt, Wemeldinge. 19.11.1998 “Corrie” van Teunis van der Maaden ,Wijk en Aalburg. 30.08.2002 “Corrie” van Michel Loois, Sexbierum. Het schip staat beschreven als: Een stalen motorwoonschip genaamd “Corrie”, gemerkt 2228 B GRON 1947, gebouw in Foxhol in het jaar 1928, met een dek, laadruimte, machinekamer, vooronder, salonroef met stuurhut, voortbewogen door een zes cylinder General Motors dieselmotor van 165 paardekrachten, motornummer 67164370, aangebracht op het cylinderblok. Staat 11.2010 nog zo bij het Kadaster geregistreerd.


Ship Masters Data

Images


Description: 'Albatros' - bj 1928
Image type: Photo

Description: 'Albatros'
Image type: Photo

Description: Corrie 1928 Fide Deo ex Gerwie ex Amazone ex Albatros.
Made By: © Groot, H. de (Harry)
Image type: Photo
Sources