Name ship: CONFIANCE

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1953
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5345845
Nat. Official Number: 1399 Z LEID 1952
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Raised quarter deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepsbouwwerf 'De Dageraad' v/h. Wed. J. Boot, Woubrugge, Netherlands
Yardnumber: 472
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1953-01-00
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Machinefabriek 'Bolnes' v/h J.H. van Cappellen, Bolnes, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 7
Power: 350
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Bolnes nr. 1334 Type (290x450)
Speed in knots: 9.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 363.47 Gross tonnage
Net Tonnage: 198.00 Net tonnage
Deadweight: 475.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 22800 Cubic Feet
Bale: 21000 Cubic Feet
 
Length 1: 43.40 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 40.71 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.64 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.62 Meters Depth, moulded
Draught:
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1952-12-03 CONFIANCE
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Groningen, Netherlands
Owner: Hendrik Kajuiter, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PDLB
Additional info:

Date/Name Ship 1955-03-18 CONFIANCE
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Groningen, Netherlands
Owner: Douwe Vellinga, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDLB
Additional info:

Date/Name Ship 1960-02-12 SUSANNE
Manager: Johan A. Hermanssson & Sønner, Skärhamn, Sweden
Owner: Johan A. Hermanssson & Sønner, Skärhamn, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Skärhamn / Sweden
Callsign: SHXY
Additional info:

Date/Name Ship 1963-00-00 SUSANNE
Manager: John Hermansson Partrederi, Skärhamn, Sweden
Owner: John Hermansson Partrederi, Skärhamn, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Skärhamn / Sweden
Callsign: SHXY
Additional info:

Date/Name Ship 1964-12-00 SUSANNE
Manager: Gunnar, Egon & Uno Haraldsson, Skärhamn, Sweden
Owner: Gunnar, Egon & Uno Haraldsson, Skärhamn, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Skärhamn / Sweden
Callsign: SHXY
Additional info:

Date/Name Ship 1971-10-00 SUSANNE
Manager: Hans Allan Olofsson & Bernt Degerblom, Uppsala, Sweden
Owner: Hans Allan Olofsson & Bernt Degerblom, Uppsala, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Uppsala / Sweden
Callsign: SHXY
Additional info:

Date/Name Ship 1974-06-00 SUSANNE
Manager: P/R Bo Anstrin, Birger Elmer & Sven Bäckström, Skanör, Sweden
Owner: P/R Bo Anstrin, Birger Elmer & Sven Bäckström, Skanör, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Uppsala / Sweden
Callsign: SHXY
Additional info:

Date/Name Ship 1975-01-00 SUSANNE
Manager: J.A. McBoyle, Bayshore, Trinidad & Tobago
Owner: J.A. McBoyle, Georgetown, St. Vincent (and Grenadines)
Shareholder:
Homeport / Flag: Georgetown / St. Vincent (and Grenadines)
Callsign: ZCMA
Additional info:

Date/Name Ship 1976-00-00 CONFIANCE
Manager: Sea Lion Shipping Co., Georgetown, St. Vincent (and Grenadines)
Owner: Sea Lion Shipping Co., Georgetown, St. Vincent (and Grenadines)
Shareholder:
Homeport / Flag: Georgetown / St. Vincent (and Grenadines)
Callsign: ZCMA
Additional info:

Ship Events Data

1952-12-06: Op 06-12-1952 als CONFIANCE, zijnde een stalen kustvaartuig, metende ± 363.47 RT, nog niet gemeten, liggende te Woubrugge, door H. ter Haar, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Amsterdam, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1399 Z LEID 1952 op het achterschip aan B.B. zijde in het achterschot van het achterste dekhuis, 3.80 m. uit de hekplaat, 1.60 m. uit de lengteas, 1.48 m. uit dek.

1954-11-24: Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van dinsdag 5 februari 1957, nr. 25. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart.Nr. 7. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake het aan de grond lopen van het motorschip „Confiance" in de Isefjord. Betrokkene: de kapitein K. Wildeboer. Op 24 november 1954 is het motorschip „Confiance" op de reis van Göteborg naar Frederikssund in de Isefjord aan de grond gelopen. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van dit aan de grond lopen en dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de kapitein van de „Confiance", Klaas Wildeboer. wonende te Groningen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 4 januari 1957, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart. De raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaart- inspectie, waarbij een proces-verbaal van het verhoor van de kapitein, zomede van het scheeps- dagboek en de gebruikte Deense kaart nr. 125: Sundet og Baelterne, noordelijk deel, en hoorde de kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette de betrokkene, aan wie voormelde beslissing was meegedeeld, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en bescheiden is de raad het volgende gebleken: Het motorschip „Confiance" is een Nederlands schip, toebehorende aan H. Kajuiter, te Rotterdam. Het meet 363 brutoregisteron en wordt voortbewogen door een 350 pk motor. Op 23 november 1954 vertrok de „Confiance" te 17 uur van Göteborg met bestemming Frederikssund. Het schip was leeg; de diepgang was vóór 3', achter 8'03". De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 8 personen. Zonder ongevallen kwam het schip op 24 november, te 15.15 uur, voor Spodsbjerg aan de ingang van de Isefjord. Door middel van een loodsvlag werd om een loods gevraagd. Toen na een half uur wachten nog geen loods was uitgekomen, besloot de kapitein zonder loods de reis voort te zetten. Hoewel aan de raad slechts kaart nr. 125 is overgelegd, zegt de kapitein, dat hij op groot-bestek- kaarten verder navigeerde door de bebakende geulen. Hij hoopte vóór het invallen van de duisternis een breed en diep gedeelte te bereiken om daar voor de nacht te ankeren. Voordat hij een geschikte ankerplaats had bereikt, liep het schip te 16.20 uur aan de grond. Men streek de werkboot, loodde rond het schip en vond. dat aan bakboord dieper water was. De achterpiek werd leeggepompt. Te 18.35 uur dreef het schip van de bank en kwam vlot. Hierop werd met 2 ankers geankerd. Het schip had aan de grond gezeten op klei met losse steentjes; men vond geen schade aan het schip. De volgende morgen, te 8 uur, werd het anker gelicht en te 9.30 uur arriveerde het schip zonder ongevallen te Frederikssund. Toen de „Confiance" op 12 januari 1955 te Amsterdam werd drooggezet, bleek de bodem geen schade te hebben. Ter zitting verklaarde de kapitein overeen- komstig het hiervóór vermelde. Hij voegde daaraan toe, dat hij enige keren tevoren in de Isefjord was geweest en ook zonder loods daar had gevaren; er is voor dat vaarwater geen loodsdwang. De „Confiance" kwam op 24 november 1954, te 15.15 uur, voor Spodsbjerg. Door middel van de loodsvlag en fluitseinen werd om een loods gevraagd. Toen deze na een half uur nog niet was gekomen, besloot betrokkene zonder loods de reis naar Frederikssund te vervolgen. Het was goed weer met goed zicht. Betrokkene deelde de raad mee, dat hij beschikte over groot-bestekkaarten van de Isefjord; deze zijn evenwel niet aan de raad overgelegd. Men vindt daar brede gedeelten, verbonden door nauwe gebaggerde geulen. Het vaarwater wordt aangegeven door prikken, in de nauwe gedeelten aan weerszijden, in de brede gedeelten aan één kant. Betrokkene leidde zelf de navigatie; de stuurman stond aan het roer, de machinist was op de brug en een uitkijk stond voorop. Daar het donker werd, besloot betrokkene in een minder nauw gedeelte ten anker te gaan. De vaart was 6 mijl in de wijdere gedeelten, in de geulen minder. Te 16.20 uur liep het schip aan de grond. Ongeveer 7 a 8 minuten vóór het vastlopen was nog een prik gepasseerd; de volgende werd toen nog niet gezien en ook nog niet, toen het schip vastliep. Toen het schip aan de grond zat en met kijkers werd rondgezocht, zag men op circa 500 m de volgende prik. Na leegpompen der achterpiek kwam de ,,Confiance" te 18.35 uur vlot. Zij is toen dicht bij de strandingsplaats in diep water ten anker gegaan en heeft de volgende morgen haar reis voortgezet. Later bleek, dat het schip door het aan de grond lopen geen enkele schade had gekregen. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de „Confiance" op 23 november 1954 vertrokken was van Göteborg naar Frederikssund; het schip was leeg. Totdat het schip de volgende dag bij Spodsbjerg kwam, verliep de reis normaal. Daar werd door middel van een vlag om een loods gevraagd, maar deze kwam niet. De kapitein besloot toen de reis zonder loods voort te zetten. Het traject loopt door nauwe geulen, die door prikken worden aangegeven. Na een half uur varen liep het schip te 16.20 uur aan de grond. Men had vóór het vastlopen enige tijd gevaren zonder een prik te zien. Het schip kwam spoedig vlot en bleek later niet beschadigd te zijn. Door de reis bij schemer voort te zetten in plaats van ten anker te gaan, nam de kapitein te veel risico's. Hij is daardoor medeschuldig aan het vastlopen van zijn schip. De hoofdinspecteur merkt op, dat hij niet aan de raad zou hebben voorgesteld om deze zaak te onderzoeken, indien niet ongeveer twee maanden later de „Confiance" onder dezelfde kapitein weer aan de grond was gelopen. De hoofdinspecteur stelt de raad voor om kapitein K. Wildeboer medeschuldig te verklaren aan het vastlopen van zijn schip in de Isefjord. maar om geen maatregel op hem toe te passen. Het oordeel van de raad luidt als volgt: Het motorschip „Confiance" is op 24 november 1954, te 16.20 uur, op reis van Göteborg naar Frederikssund aan de grond gelopen in de nauwe en onverlichte geul van Spodsbjerg, in Denemarken, naar de Isefjord. Het schip had van Spodsbjerg af de reis zonder loods voortgezet sinds 15.45 uur en hoewel van de brug en voorop behoorlijk uitkijk werd gehouden, is in het bochtige vaarwater het zicht op de prikken verloren door de invallende duisternis. De raad maakt er geen bezwaar tegen, dat een kapitein, die de situatie daar ter plaatse kent, besluit zonder loods te varen, wanneer op de gegeven seinen geen loods verschijnt, maar betrokkene was te 15.15 uur daar aangekomen en had daarna een half uur gewacht, zodat het volstrekt niet zeker was, dat hij vóór donker de bredere Isefjord zou bereiken. Hij had dan ook nabij Spodsbjerg moeten blijven en daar de volgende dag moeten afwachten. Door dit niet te doen, heeft hij onnodig risico's genomen en heeft hij mede schuld aan de gevolgde stranding, al moge het zijn, dat het schip slechts ruim twee uur heeft vastgezeten en geen bodemschade heeft opgelopen. De raad meent, dat te dezer zake aan betrokkene een berisping toekomt. Mitsdien straft de raad kapitein Klaas Wildeboer, geboren 3 augustus 1915, wonende te Groningen, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heren prof. mr. J. Offerhaus, voorzitter, H. A. Broere, C. Hellingman en A. Kunst, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de raad van 10 januari 1957. (Get.) J. Offerhaus, A. Boosman.

1955-01-29: 29-01-1955 m.s. Confiance af Rotterdam, 363 B. R. T. På rejse fra Frederikssund til Preston med knuste østersskaller. Grundstødt d. 29/1 55 ved Sejerø. Søforklaring i Kalundborg d. 3/2 55. Kl. 1234 passerede C. Kattegat SW. fyrskib i en afstand af ca. 100 meter. Kl. 1515 tog
skibet i tåget vejr grunden på Sejerø NV.-rev. D. 30/1 kl. ca. 0330 kom C. flot ved egen hjælp, efter at ca. 115 tons af ladningen var kastet overbord. Ved grundstødningen fik skibet en mindre lækage. Anm. Ministeriet må antage, at grundstødningen skyldes tåge.
Het Vrije Volk 31-01-1955: Confiance aan de grond. Het Nederlandse motorschip „Confiance” (863 ton) uit Rotterdam is Zaterdag in een dichte mist bij het eiland Sejree in het Kattegat aan de grond gelopen. De bemanning bleef aan boord van het schip, dat slechts lichte schade heeft opgelopen. De „Conflance", die op weg was naar Preston, zal waarschijnlijk spoedig door een Deense sleepboot worden vlotgetrokken.
Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van dinsdag 5 februari 1957, nr. 25. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart. No. 8. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake het aan de grond lopen van het motorschip „Confiance" nabij de vuurtoren van Sejrö. Betrokkene: de kapitein K. Wildeboer. Op 29 januari 1955 is het motorschip „Confiance" op de reis van Frederikssund naar Preston tijdens slecht zicht aan de grond gelopen nabij de vuurtoren van Sejrö. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van dit aan de grond lopen en dat het onderzoek ,tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de kapitein van de „Confiance". K. Wildeboer, wonende te Groningen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 4 januari 1957, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart. De raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces-verbaal van het verhoor van de kapitein en de stuurman van de „Confiance", een Deense verklaring over de stranding, het scheepsdagboek en de gebruikte Deense kaart nr. 125: Sundet og Baelterne, noordelijk deel, en hoorde de kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette de betrokkene, aan wie voormelde beslissing was meegedeeld, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en bescheiden is de raad het volgende gebleken: Het motorschip „Confiance" is een Nederlands schip, toebehorende aan H. Kajuiter, te Rotterdam. Het meet 363 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 350 pk motor. Op 28 januari 1955, te 13.30 uur, vertrok de „Confiance", beladen met schelpen in zakken, van Frederikssund met bestemming Preston. De diepgang was vóór en achter 10'. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 8 personen. Na wegens mist in de Isefjord ten anker te hebben gelegen, werd op 29 januari 1955, te 7.45 uur, de reis voortgezet. De kapitein nam zijn route door de geveegde geulen 46, 34 en 28. Te 12.34 uur werd Kattegat S.W.-vuurschip dichtbij aan stuurboord gepasseerd. Het was nevelig weer met mistvlagen; de wind was Z.W.-3. Na het vuurschip zijn geen boeien gezien; men navigeerde op kompas en log. De koers was 203° r.w., 207° kompas. De radiotelefonie-installatie en de richtingzoeker waren defect. Te 14.04 uur werd een brulboei gehoord. Zonder dat iets werd gezien, liep het schip te 15.15 uur aan de grond op ,grind met grote stenen. Te 15.35 uur klaarde het op en bleek de ,,Confiance" te zijn gestrand op N.W. rev van Sejrö; de vuurtoren werd 103° kompas gepeild, zeer nabij. Na enige tijd kwam de vuurtorenwachter aan boord; deze verzond op verzoek enige telegrammen naar reder en verzekeringsmaatschappij. Het gelukte niet door middel van roer- en schroefmanoeuvres, noch na het uitbrengen van een anker vlot te komen. Men begon daarom lading te werpen. Te 20.10 uur kwam een bergingsvaartuig in de nabijheid, doch de kapitein nam de aangeboden hulp niet aan. Nadat ongeveer 120 ton lading was geworpen, gelukte het op 30 januari, te 3.45 uur, vlot te komen. Men ging te 3.58 uur ten anker in diep water. Toen bleek, dat het schip slechts geringe lekkage had, werd te 4.58 uur de reis voortgezet; te 8.30 uur liep men de haven van Kallundborg als noodhaven aan. Onder toezicht van de expert van Bureau Veritas is een duikeronderzoek ingesteld. Besloten werd de lading te lossen en het schip leeg naar Rotterdam te laten gaan. Op 1 februari werd begonnen de lading over te geven aan het motorschip „Kemphaan"; op 3 februari, te 16.50 uur, was het schip leeg en kreeg het, na onderzoek, toestemming te
vertrekken. Op 6 februari arriveerde de „Confiance" te Rotterdam en op 8 februari werd zij drooggezet; er werd toen ernstige bodemschade geconstateerd. Verklaard is nog, dat tijdens het aan de grond zitten duidelijk een N.O.-lijke stroom werd bemerkt. Ter zitting verklaarde de kapitein nog, dat, voordat het Kattegat S.W.vuurschip werd gezien, hij met de richtingzoeker daarvan peilingen had genomen; hij had toen geen reden om aan te nemen, dat het apparaat niet goed werkte. Het was mistig; bij de stranding bleek het zicht minder dan 800 m te zijn. Nadat te 12.34 uur het vuurschip werd gepasseerd, is geen enkele boei meer gezien en is op de gis verder gevaren. Betrokkene herinnert zich niet meer de gestuurde koersen; hij meent, dat vanaf het vuurschip naar de brulboei 23 één koers is gestuurd. De vaart was afwisselend en af en toe is gestopt. Toen een lid van de raad de kapitein erop wees, dat volgens de in het journaal ingeschreven logaflezingen de vaart door het water 7 a 6 mijl moet zijn geweest, kon de kapitein er geen afdoende verklaring van geven, dat hij met een veel geringere vaart rekening had gehouden. Te 14.04 uur werd door de uitkijk op de bak een brulboei gehoord; de stuurman, die toen naar de bak ging, heeft deze eveneens gehoord, maar betrokkene op de brug niet. Het geluid leek van stuurboord te komen. Betrokkene verklaarde, dat hij naar de boei toe is gaan sturen, maar deze niet heeft gevonden. Betrokkene heeft toen getracht door middel van de richtingzoeker een bestek te verkrijgen. Hij had bij het peilen grote minima, doch meende een vrij goed bestek verkregen te hebben, in de geul. Betrokkene navigeerde op een kaart van groter bestek dan de aan de raad overgelegde Deense kaart nr. 125. Betrokkene deelde de raad mee, dat hij het niet raadzaam achtte om ten anker te gaan, toen zijn bestek niet zuiver meer bleek te zijn. Hij was bevreesd, dat het anker een mijn zou kunnen raken, en ook dat hij, ten anker liggende, door een ander schip zou worden aangevaren. Hij voer dus door; te 15.15 uur liep het schip in koers 207° aan de grond, zoals 20 minuten later bleek dicht bij de toren van Sejrö, ongeveer 3 mijl buiten de route. Betrokkene bemerkte toen, dat er een noordoost gaande stroom stond. Na het werpen van ongeveer 120 ton lading kwam het schip op 30 januari, te 3.45 uur, vlot. De dubbele-bodemtanks bleken te lekken. Eerst is de „Confiance" ten anker gegaan; toen het licht werd, is ze verstoomd naar Kallundborg. Hier is het restant lading gelost en daarna is het schip naar Rotterdam gestoomd. Hier werd na droogzetten bemerkt, dat de bodem ernstig beschadigd was. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de „Confiance" op 29 januari 1955 onderweg was van Frederikssund naar Preston. Het was tijdens het varen door de betonde geulen mistig. Tot 12.34 uur, toen het vuurschip Kattegat S.W. werd gepasseerd, ging alles normaal. Hierna is op de gis verder gevaren totdat het schip te 15.15 uur vastliep. De kapitein heeft voor zijn gis rekening gehouden met de logvaart en de gestuurde koersen, maar niet met eventuele stroom. Het is bekend, dat in de Sont de stromen zeer variabel kunnen zijn in kracht en richting. Men heeft 2 uur en 39 minuten aldus gevaren toen het schip vastliep. Het zicht was toen zeer slecht. Het schip had een richtingzoeker. De kapitein verklaart, dat hij peilingen -heeft genomen en een bestek in de geul heeft verkregen. De peilingen waren niet erg secuur en het bestek kan daardoor niet betrouwbaar zijn geweest. Dit bleek ook door de stranding. Na het passeren van het vuurschip is 2}/£ uur gevaren zonder rekening te houden met de stroom. Het bestek is onvoldoende gecontroleerd of de controlemiddelen zijn niet goed toegepast. Ter plaatse helpt het lood niet erg om het gisbestek te verbeteren. Het is beter om, indien de boeien niet worden gezien, ten anker te gaan. Nu de kapitein zegt dat niet te willen doen, had hij moeten stoppen en het schip laten drijven en doorgaan om door middel van radiopeilingen een bestek te verkrijgen. De kapitein is nu in den blinde doorgevaren, het schip is aan de grond gelopen en ernstig beschadigd en er is veel lading geworpen. De kapitein is medeschuldig aan deze stranding. De hoofdinspecteur merkt op, dat de kapitein sindsdien twee jaar heeft gevaren zonder ongevallen en dat hij nu zijn destijds gemaakte fout inziet. De hoofdinspecteur stelt de raad voor de kapitein schuldig te verklaren en hem te straffen door het uitspreken van een berisping. Het oordeel van de raad luidt als volgt: Het motorschip „Confiance" is op 29 januari 1955, te 15.15 uur, op reis van Frederikssund naar Preston bij mist gestrand op een rif, noordwestelijk van het eilandje Sejrö in Denemarken. Het schip had, varende in de geveegde geulen, zijn laatste verkenning gehad op Kattegat S.W.-vuurschip, dat te 12.34 uur aan stuurboord werd gepasseerd. Daarna is het op de gis doorgevaren in route 28 in een koers van 207° per kompas en op geruime afstand beoosten de route vastgelopen, met ernstige gevolgen voor schip en lading. Deze stranding is veroorzaakt door onvoorzichtige navigatie van betrokkene. Het weer was nevelig met mistvlagen. Betrokkene heeft na het vuurschip geen boei meer gezien of gehoord en er geen rekening mede gehouden. dat hij door de wisselende stromen, die hem wel bekend waren, buiten de route zou kunnen geraken; ook schatte hij zijn vaart te gering. Toen de uitkijk te 14.04 uur ver weg het geluid van een brulboei hoorde, kon betrokkene aannemen, dat het schip door de stroom verzet was. Betrokkene had toen moeten besluiten zijn reis niet voort te zetten, maar te ankeren of ten minste moeten stoppen om te trachten zijn plaats te bepalen. In feite is de mist twintig minuten na de stranding opgetrokken. Doorvarende, nam betrokkene grote risico's en daardoor heeft hij schuld aan de stranding, waarvoor een ontneming van zijn bevoegdheid voor beperkte tijd op haar plaats is. Het is niet zeker welke betekenis moet worden toegekend aan de richtingzoeker, die aan boord was. Betrokkene heeft aanvankelijk verklaard, dat deze defect was. Ter zitting heeft hij nader verklaard, dat hij er, voordat het vuurschip werd gepasseerd, met succes peilingen mee had genomen en dat het voorbij het vuurschip met de richtingzoeker gemaakte bestek vrij goed was. In elk geval waren de minima onvoldoende en de raad meent dan ook, dat betrokkene niet op grond van deze peilingen met de richtingzoeker had mogen vertrouwen, dat hij zich nog wel in de vaargeul bevond. Mitsdien straft de raad kapitein Klaas Wildeboer, geboren 3 augustus 1915, wonende te Groningen, door hem de bevoegdheid om als kapitein te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van één week. Aldus gedaan door de heren prof. mr. J. Offerhaus, voorzitter, H. A. Broere, C. Hellingman en A. Kunst, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de raad van 10 januari 1957. (Get.) J. Offerhaus, A. Boosman.

1957-06-00: Liggend in het Vänermeer (Zweden) verhinderde een landverschuiving nabij Lila Edet de doorvaart door het Götakanaal. (Zelfs een halve papierfabriek werd meegesleurd in het kanaal.) Samen met een veertigtal andere schepen kon pas na zes weken wachten (er moest eerst een nieuwe doorgang worden gebaggerd) de reis worden voortgezet.

Samenstelling uit meerdere krantenberichten (door Ben Scholten). 11-06-1957. Drie doden. Miljoenen schade. Aardverschuiving splitst sulfaatfabriek in tweeën.
Gothenburg, Zweden (UP) — Drie mensen zijn gedood bij een aardverschuiving, die in de omgeving van Gothenburg plaats vond. Zij waren te laat weggegaan uit de grote sulfaatfabriek, die door de verschuiving letterlijk door midden werd gesneden. Een scheur in de grond, die steeds wijder werd had de 250 arbeiders al enkele uren voor de eigenlijke verschuiving gewaarschuwd voor het dreigende gevaar. Twee arbeiders werden ernstig gewond. De schade zal, volgens een schatting van deskundigen in de miljoenen lopen. De wal van de rivier de Göta werd door de verschuiving over een lengte van anderhalve kilometer in het water geschoven. Het scheepsverkeer op deze waterweg tussen Gothenburg en het meer Vänern, waar elke dag ongeveer 60 schepen gebruik van maakten, zal maandenlang gesloten moeten worden. Naar schatting liggen nu ongeveer 60 schepen opgesloten in het Vänern meer, die daar zullen moeten wachten tot de aardmassa's uit de rivier verwijderd zijn. Hierbij zijn 14 Groninger kustvaarders, die hout kwamen laden en door de gedwongen ligging grote schade aan hun reders berokkenen. De schepen zijn: Bruiser, Confidence, Egbert Wagenborg, Henriëtte B, Jan, Makkum, Paraat, Admiraal de Ruyter, Soli Deo Gloria, Tuko, Wilja B, IJsselborg, Taifoen. Een ernstig probleem is verder, dat olie uit de opslagplaatsen bij de sulfaatfabriek in de rivier stroomt die drinkwater levert aan de haven Gothenburg. Men is onmiddellijk gestart met pogingen dit wegvloeien van olie stop te zetten, maar niemand kan zeggen of men succes zal hebben. Deskundigen waarschuwen ervoor, dat men nieuwe verschuivingen kan verwachten. Ongeveer 30 families werden uit hun huizen geëvacueerd. De schade aan de sulfaatfabriek wordt geschat op ongeveer elf miljoen gulden. Verder kwamen meldingen binnen van grote schade op verschillende plekken langs de rivier, waar een achttien voet hoge vloedgolf op de oevers beukte.
11-06-1957: Van onze correspondent) Stockholm, dinsdag. Twaalf Nederlandse kustvaarders zijn na de aardverschuiving, die vrijdag bij het dorp Lilla Edet, 55 km noordelijk van Gothenburg plaatsvond en waardoor het scheepvaartverkeer op de Götarivier volledig lag gestremd, in de haven rondom het Vänermeer ingesloten. Dit lot wordt door 21 Zweedse, 16 Duitse en 2 Russische schepen en een Noors schip gedeeld. De namen der Nederlandse, voornamelijk uit de provincie Groningen afkomstige schepen, die bezig waren hout te laden, zijn: Tuko, Makkum, Paraat, Wilja B, Soli deo Gloria, IJsselborg, Henriëtte B, Confiance,' Egbert Wagenborg. Jan, Bruiser en Admiraal de Ruvter, die in totaal een thans tot werkeloosheid gedoemde bemanning van ten minste 130 knapen hebben.
05-07-1957 (Van onze correspondent) Gothenburg. donderdag. Kapiteins en bemanningen van de 94 kustvaarders van zes nationaliteiten hebben donderdagmiddag vier uur een zucht van verlichting geslaakt. Op dat moment werd bekend, dat de vaargeul door de logge leemmassa, die tijdens de aardverschuiving van 7 juni de 80 km lange Göta-rivier volledig had gestremd, eindelijk gereed was gekomen. Vier uur later deed de kustvaarder „Paraat" zijn naam eer aan door als eerste van de 14 Nederlandse schepen, die met 70 lotgenoten van andere landen een maand in het Vaner-meer ingesloten zijn geweest, door de 40 m brede vaargeul langs het gebied van de ramp richting Gothenburg te stevenen. Onmiddellijk daarna kwam de beurt aan de Soli Deo Gloria". Vrijdagmorgen omstreeks vier uur zullen de „IJsselborg". de „Bruiser" en de „Jan" volgen en daarna komt de beurt aan „Egbert Wagenborg", „Confiance", „Admiraal de Ruyter" en „Duurt". Daarachter lagen donderdagavond: „Taifoen", „Bab T", „Henriëtte B", „Tuko" en „Makkum",
05-07-1957 (Van onze Zweedse correspondent) Donderdagmiddag vier uur is de voorlopige vaargeul door de Gota rivier op de plaats waar deze op 7 juni vijftig kilometer noordelijk van de Zweedse havenstad Gotenburg door een aardverschuiving volledig werd gestremd, gereedgekomen. Drie uur later kon de eerste van de veertien Nederlandse kustvaarders die een maand lang in de havens rond het Vänermeer ingesloten zijn geweest, uit zijn isolement worden verlost. Dat was de „Paraat",' die, onmiddellijk door de „Soli Deo Gloria gevolgd, die richting Gothenburg, het gebied van de ramp passeerde. Deze twee Nederlandse schepen lagen er het gunstigst voor. De maar al te welkome „bevrijdingsactie" duurde tot donderdagavond negen uur. Men achtte het niet verantwoord de vaartuigen na het invallen van de duisternis door de vrij gebrekkige vaargeul te loodsen.. Vanmorgen. is het verkeer opnieuw geopend. Voor Nederlandse kustvaarders de „Bruiser", de „IJsselborg" en de „Jan", „Egbert Wagenborg", de „Confiance", de „Admiraal de Ruyter" en de „Duurt". De positie van „Bab I', „Taifoen", Tuko", „Henriëtte B." en „Makkum" is minder goed en het was de vraag, of deze schepen vandaag Gotenburg nog zouden kunnen bereiken. In totaal verdrongen zich donderdag op het Trollhatten kanaal tussen Lilla Edit en Trollhatten niet minder dan 94 schepen, veertien Nederlandse, 24 Duitse, 52 Zweedse, twee Russische, een Deen en een Noor die na in vier sluizen te zijn geschut een voor een door de vaargeul moeten gaan. Hiermee is vanzelfsprekend veel tijd gemoeid. Zodra donderdagmiddag het startsignaal voor het eerste schip, een kleine Zweedse tanker , werd gegeven, ging onder de bemanning van alle vaartuigen een gejuich op. „De hemel zij dank, eindelijk", zo riep men in zes talen.

1959-10-25: NvhN 26-10-1959: De Confiance was in moeilijkheden. Groninger kustvaarder met motorstoring in sneeuwstorm. De Groninger kustvaarder Confiance is gisteren tengevolge van motorstoring in de Botnische Golf in moeilijkheden geraakt. Op het ogenblik is het schip echter in veiligheid De situatie was gevaarlijk genoeg, want naar U.P.I. meldt, kreeg de Confiance gistermorgen om negen uur Nederlandse tijd een motorstoring. De zee was ruw en er woedde een hevige sneeuwstorm. Er werden twee ankers uitgeworpen, maar een ging als gevolg van het zware weer verloren. In de omgeving was ook de Finse vrachtboot Patria voor anker gegaan en van dit schip trachtte men een lijn over te schieten. Het lukte echter niet. Reddingsboten en een Finse sleepboot waren intussen uitgevaren en vanmorgen nam de Fin de Confiance op sleeptouw. De schepen worden in de loop van de dag in de Finse havenplaats Braahestad verwacht, aldus deelde de vertrouwensmakelaar ons mee.

1960-03-29: NvhN 29-03-1960: Confiance naar Zweden verkocht. Het te Groningen thuisbehorende motorkustvaartuig Confiance van de heer J. Vellinga is naar Zweden verkocht. De Confiance behoort tot het raised-quarterdektype en werd in 1953 gebouwd bij de scheepswerf De Dageraad v/h Wed. J. Boot te Woubrugge. Het schip heeft een deadweight van plm. 475 ton en is voorzien van een 350 pk dieselmotor.

2006-00-00: Niet meer in LR.

Ship Masters Data

Images


Description: 'Confiance' (bj 1953)
Image type: Photo

Description: 'Confiance' (bj 1953)
Image type: Photo

Description: Als 'Susanne' onder de Zweedse vlag.
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

 

NvhN 090257
Kapitein had moeten stoppen. De stranding van de CONFIANCE.
Wegens onvoorzichtige navigatie heeft de Raad voor de Scheepvaart in een schriftelijke uitspraak kapitein K. W. uit Groningen gestraft door hem de bevoegdheid om als kapitein op zeeschepen te varen voor de tijd van één week te ontnemen. Volgens de Raad heeft de kapitein schuld aan de stranding van het motorschip CONFIANCE (eigendom van H. Kajuiter te Rotterdam) nabij de vuurtoren van Sejro op 29 januari 1955. Het schip was op weg van Frederikssund naar Preston en het zicht was slecht. Het schip bleek slechts een geringe lekkage te hebben opgelopen. Op 6 februari arriveerde het, zonder lading, in Rotterdam, waar een ernstige bodemschade werd geconstateerd. De kapitein heeft, volgens de Raad, er geen rekening mee gehouden dat hij door de wisselende stromen, die hem wel bekend waren, buiten de route zou kunnen geraken. Hij had na het vuurschip geen boei meer gezien of gehoord. Voorts schatte hij zijn vaart te gering. Toen ver weg het geluid van een brulboei werd gehoord, kon de kapitein aannemen, zo oordeelt de Raad, dat het schip door de stroom was verzet en hij had toen moeten besluiten zijn reis niet voort te zetten, maar te ankeren of tenminste moeten stoppen om te trachten zijn plaats te bepalen. 

 

NvhN 110257
Berisping voor Groninger scheepskapitein.
De Raad voor de Scheepvaart heeft kapitein K. W. uit Groningen, wie, zoals gemeld, zaterdag voor de tijd van een week de bevoegdheid werd ontnomen om als kapitein op zeeschepen te varen, ook gestraft met het uitspreken van een berisping, omdat hij mede schuldig wordt geacht aan het aan de grond lopen van het m.s. CONFIANCE op 24 november 1954 in de Isefjord, dat onder zijn gezag van Göteborg naar Frederikssund voer. Het schip had na de stranding slechts twee uur vastgezeten en geen bodemschade opgelopen. De Raad maakt er in zijn uitspraak geen bezwaar tegen dat een kapitein, die de situatie in de onverlichte geul van Spodsbjerg kent, besluit zonder loods te varen, wanneer op de gegeven seinen geen loods verschijnt, maar de betrokken gezagvoerder was niet zeker, dat hij vóór donker de bredere Isefjord zou bereiken. Hij had dan ook nabij Spodsbjerg moeten blijven en daar de volgende dag afwachten. Door dit niet te doen heeft hij onnodig risico's gelopen.