Name ship: CONSTANT

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1932
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5352434
Nat. Official Number: 1937 Z DORD 1932
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks.
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerf Gebr. van der Werf, Deest, Netherlands
Yardnumber: 190
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1932-09-00
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Machinefabriek 'Bolnes' v/h J.H. van Cappellen, Bolnes, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 2
Power: 110
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Bolnes Type (270x400)
Speed in knots: 8.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 199.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 188.00 Net tonnage
Deadweight: 240.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 11793 Cubic Feet
Bale: 11000 Cubic Feet
 
Length 1: 36.7 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 34.30 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.29 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.55 Meters Depth, moulded
Draught: 2.24 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1955-00-00: Nieuwe hoofdmotor: 2tew 4 cil 200 Pk Bolnes nr. 1556 Type (190x350) 8,5 Kn.

1956-00-00: Bij Boele, Bolnes verlengd: Brt 230, Nrt 130, Dwat 260. Loa 42,69, Ll 40,74 B 6,28 H 2,36 Dg 2,31. (Grain 16210, Bale 15720 cft)

1965-00-00: In 1965 is het laadgerei verwijderd.

1972-00-00: In gebruik voor de sportvisserij.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1932-08-15 CONSTANT
Manager: N.V. Scheepvaart-Maatschappij 'Wopo', Dordrecht, Netherlands
Owner: N.V. Scheepvaart-Maatschappij 'Wopo', Dordrecht, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Dordrecht / Netherlands
Callsign: NKWV
Additional info: 1934 callsign PDLI

Date/Name Ship 1936-11-28 CONSTANT
Manager: P. & Hendrik Harber de Leeuw van Weenen, Wilsum, Netherlands
Owner: P. & Hendrik Harber de Leeuw van Weenen, Wilsum, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Wilsum / Netherlands
Callsign: PDLI
Additional info:

Date/Name Ship 1940-12-11 CONSTANT
Manager: Cargadoors- & Expeditiebedrijf G.A. van Sprang, Rotterdam, Netherlands
Owner: Joh. Smits, Hillegersberg, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PDLI
Additional info:

Date/Name Ship 1941-12-22 HERTA JOHANNE
Manager: Heinrich Dreyer, Hamburg, Germany
Owner: Heinrich Dreyer, Hamburg, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Hamburg / Germany
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1945-05-00 CONSTANT
Manager: Staat der Nederlanden, The Hague, Netherlands
Owner: Staat der Nederlanden, The Hague, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: The Hague / Netherlands
Callsign: PDLI
Additional info:

Date/Name Ship 1947-11-10 CONSTANT
Manager: Frederik Blaauw, Hansweert, Netherlands
Owner: Frederik Blaauw, Hansweert, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PDLI
Additional info: 12-11-1047 nieuw brandmerk: 2433 Z DORD 1947

Date/Name Ship 1952-12-12 TANNY
Manager: Solleveld & Van der Meer, Rotterdam, Netherlands
Owner: Hindrik Engelsman, Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PHXU
Additional info: 1958 thuishaven Rotterdam

Ship Events Data

1932-08-25: Ze wordt op 25-08-1932, liggende te Deest, bij Nijmegen, door A. Kielema, scheepsmeter te Arnhem ten verzoeke van de N.V. Scheepvaart Mij. Wopo te Dordrecht, van haar brandmerk voorzien door inbeiteling van 1937 Z DORD 1932 in achterkant motorschacht, S.B. zijde op het achterschip.

1932-09-30: Algemeen Handelsblad 30.09.1932: Scheepsbouw. Door de N.V. Scheepswerf Gebr. van der Werf te Deest werd afgeleverd aan de N.V. Scheepvaart Mij. „Wopo" te Dordrecht het nieuw gebouwde kustvaartuig „CONSTANT" groot 199 brt reg. ton, voorzien van een 2 cyl. 110/120 PK Bolnes-Dieselmotor, alsmede van een id. hulpmotor van 20 pk. Het schip werd gebouwd onder speciaal toezicht van Bureau Veritas Groote Kustvaart en behaalde op de proefvaart vaartsnelheid van ca. 8 ½ mijl. Het schip vertrok naar Rotterdam voor het innemen van de eerste lading naar Aarhus.

1933-10-20: Nieuwsblad van Friesland 20-10-1933: Groote schepen. Grouw. Ook hier lossen soms geweldig groote schepen. Thans ligt in lossing voor de N.V. Halbertsma's fabrieken voor houtbewerking een groote Rijnaak, afkomstig van Rotterdam met 64 standers hout. Voor het bevaren ven onze binnenwaters moet voor dit schip een aparte vergunning worden aangevraagd. Vóór deze aak was in lossing het groote motorschip „Constant". Als bewijs van diepgang van dezen kolossus zij vermeld, dat twee schepen, inhoudende ieder ruim 60 ton, een deel van de houtlading moesten overnemen, omdat „Constant" wegens te veel diepgang onze binnenwaters niet kon bevaren. Dit motorschip kwam rechtstreeks uit 't buitenland, reden waarom tijdens die lossing steeds een kommies aanwezig moest zijn, ingeval er zich contrabande aan boord mocht bevinden.

1934-12-08: Algemeen Handelsblad 10-12-1934: Constant. (Londen, 9 Dec.) Het Nederlandsche motorschip “Constant", met een lading olie in vaten van Hamburg naar Stockholm, is nabij Hasle (Bornholm) gestrand. — (Later bericht) Na veertig ton olie gelost te hebben, is het motorschip „Constant" vlot gekomen. Het schip ariveerde te Hasle en bleek nog dicht te zijn.
NvhN 11-12-1934: Constant. Het Nederlandsche m.s. Constant, op reis van Hamburg naar Stockholm, arriveerde 9 December te Hasle. Het schip heeft bij Hasle aan den grond gezeten, doch kwam na lossing van een gedeelte der lading vlot en is oogenschijnlijk onbeschadigd.
Algemeen Handelsblad 15-12-1934: Constant. (Kopenhagen, 13 Dec.) Het Nederlandsche motorschap „Constant" (zie Avondbl. 10 dezer) is te Hasle door duikers onderzocht. Het schip heeft een bewijs van zeewaardigheid gekregen. De geloste lading wordt weder ingenomen, waarna het schip de reis naar Stockholm zal vervolgen.
Het Vaderland 12-07-1935: Raad voor de Scheepvaart. Het aan den grond loopen van het m.s. Constant. De Raad voor de Scheepvaart heeft gisteren uitspraak gedaan inzake het aan den grond loopen tijdens mist van het motorschip Constant op de Westkust van Bornholm.
De Raad is van oordeel, dat deze stranding geheel aan verkeerde navigatie is te wijten. De Raad heeft den gezagvoerder gestraft door hem de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein te varen op een schip, als bedoeld bij art 2 der Schepenwet, voor den tijd van veertien dagen.
Bredasche courant 13-07-1935: Raad voor de Scheepvaart. Kapitein geschorst. Het aan den grond toopen van de „Constant" Aan de kust van Bornholm. De Raad voor de Scheepvaart deed uitspraak inzake het aan den grond loopen tijdens mist van het motorschip „Constant" op de Westkust van Bornholm en schorste den kapitein voor den tijd van 14 dagen. De Raad is van oordeel, dat deze stranding geheel aan verkeerde navigatie te wijten is. Waarvoor het noodig was om, toen hij eenmaal aan stuurboord een mistsein van den wal hoorde, hetgeen toch een sein van Bornholm moest zijn, den wal van Bornholm te gaan opzoeken, is den Raad een raadsel. De kapitein kon het sein niet identificeeren. Maar dat rechtvaardigt toch niet zich aan zulk een gevaarlijke onderneming te wagen, terwijl hij op Bornholm zelf niets te maken had. Indien de kapitein het om welke reden dan ook niet gewenscht achtte om door te varen, had hij of het gaande moeten houden, of ten anker moeten gaan. De Raad straft den gezagvoerder door hem de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 der Schepenwet, voor den tijd van veertien dagen.
Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Dinsdag 130 Juli 1935, no.146. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart: No.64 Uitspraak: van den Raad voor de Scheepvaart in zake liet aan den grond loopen tijdens mist van het motorschip Constant op de Westkust vaji Bornholm. Betrokkene: de kapitein H. H. de Leeuw van Weenen. Op 8 December 1934 is het motorschip Constant tijdens mist op de westkust van Bornholm, even benoorden Hasle, aan den grond geloopen. In overeenstemming met het voorstel van den inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij art. 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van deze stranding zou instellen, welk onderzoek ter zitting van 4 Juni 1935 in tegenwoordigheid van den waarnemend inspecteur-generaal voor de scheepvaart P. S. van 't Haaff heeft plaats gehad. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie en hoorde als getuige, buiten eede, Hendrik Harber de Leeuw van Weenen, kapitein op de Constant ten tijde van het ongeval. aar aanleiding van de verklaringen van dezen getuige besliste de Raad, dat het onderzoek tevens zou loopen over de vraag, of de stranding wellicht mede was te wijten aan de schuld van hem, kapitein. De voorzitter deelde den getuige 's Raads beslissing mede, hield hem voor, hoe hij thans in de positie van betrokkene kwam te verkeeren en alsnog gelegenheid had alles aan te voeren, hetgeen hij tot zijn verdediging dienstig oordeelde en om het laatst het woord te voeren. Betrokkene had een bezwaar, dat het onderzoek terstond werd voortgezet. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: De Constant is een Nederlandsch motorschip, metende 198 84 bruto-, 118,18 netto-registerton, roepnaam P. D. L. I, van de N. V. Scheepvaart Maatschappij „Wopo", te Dordrecht. Het schip is in het jaar 1932 van staal gebouwd en vaart met een bemanning van 4 personen. Op 6 December 1934 vertrok de Constant van Hamburg naar Stockholm met vaten smeerolie; diepgang 23 dm. Het schip had een weinig stuurlast. Na een voorspoedige reis werd in den morgen van 8 December te 4.10 uur het lichtschip Gjedser Rev gepasseerd. Het was mistig, doch men kon het lichtschip, dat men aan bakboord had, zien. Van daar werd koers gesteld op de noordpunt van liet eiland Bornholm, O.N.O. per kompas. De kapitein bracht den anderhalven graad deviatie van het kompas in verband met den noordgaanden stroom niet in rekening. Het was mistig, zuidelijke wind, doch het zicht was afwisselend en de vaart vap het schip werd geregeld naar omstandigheden. Te 10.40 uur werd de sirene van Kaap Arkona gehoord. Herhaaldelijk werd gelood en ten slotte, om 7 uur 's avonds, nadat volgens de log vanaf het lichtschip Gjedser Rev 102 mijlen waren afgelegd, 24 vadem. In verband met den afgelegden afstand concludeerde de kapitein, dat men in de buurt van Bornholm moest zijn. Het was nog steeds mistig en om de kust te verkennen werd de koers veranderd in zuidoost. Te 7.30 uur werd een mistsein, vermoedelijk van den wal, gehoord; de kapitein verklaarde echter niet te hebben kunnen nagaan van welk punt dit sein afkomstig was. Hij veronderstelde, dat het wellicht een waarschuwingssein van Hammeren is geweest. De motor werd gestopt en 7 vadem gelood. Aangezien aan bakboord een lichtschijnsel werd gezien — het was potdik van mist —, werd over stuurboord rondgegaan, waarna het schip een tijdlang bleef drijven, noordwest voorliggende. Met den koers noordoost werd vervolgens weer op de kust in gestuurd, steeds loodende. Nadat eenige malen 8 en 7 vadem was gelood, werd eensklaps 3 vadem bevonden. Dadelijk werd de motor gestopt en volle kracht achteruitgeslagen, doch vergeefs. Langzaam schoof het schip op de steenen en bleef vastzitten. Toen eenige uren daarna de mist opklaarde, bleek het schip onder de kust te zitten, ongeveer 100 m uit den wal, driekwart mijl benoorden Hasle. Nadat met behulp van bergers een gedeelte van de lading was gelost, kwam het schip den volgenden morgen — 9 December — omstreeks te 8 uur vlot en is de haven van Hasle binnengeloopen. Na duikeronderzoek en voorloopige reparatie is de reis naar Stockholm voortgezet. Later is het schip te Hamburg op de werf afdoende gerepareerd. De schade bleek ongeveer elf bodemplaten te beloopen. De waarnemend inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft aangevoerd: dat het onderzoek wel duidelijk heeft uitgewezen, dat deze stranding niet had behoeven voor te komen, te meer niet, omdat de kapitein iemand is, die behoorlijk onderlegd is; dat op de navigatie in het begin van de reis geen enkele aanmerking valt te maken; dat echter, toen het schip dicht bij den wal was, de navigatie slecht is geworden en deze kapitein juist liet omgekeerde doet van hetgeen andere kapiteins in dergelijke omstandigheden — onvoldoende hulpmiddelen, immers alleen een ,,Blue back" — doen; dat bet den kapitein bekend kon en moest zijn, dat de 7-vadem-lijn zoogoed als op den wal ligt; dat de kapitein er dan echter onder de gegeven omstandigheden voor had moeten zorgen in de vrije zee te blijven; dat alles des te vreemder is, omdat de kapitein heel goed op veiligen afstand Bornholm had kunnen passeeren en liet opzoeken van den wal van Bornholm geheel onnoodig en verkeerd was; dat ten slotte daaraan het ongeval is toe te schrijven. De Raad is van oordeel, dat deze stranding geheel aan verkeerde navigatie is te wijten. Tot de 7 vadem werd aangelood heeft de Raad op de gevolgde navigatie geen aanmerking. Wat daarna is geschied, is echter ten eenenmale verkeerd geweest en de Raad vraagt zich met bevreemding af, wat de kapitein nu eigenlijk wilde. Hij moest niet op Bornholm zijn; hij moest alleen tusschen Bornholm en de Zweedsche kust doorvaren. Waarvoor het nu noodig was om, toen hij eenmaal aan stuurboord een mistsein van den wal hoorde, hetgeen toch een sein van Bornholm moest zijn, den wal van Bornholm — let wel, bij mist, want bij helder weer is een nauw 7 keurige verkenning, ter controleering van den gestuurden koers, den stroom, enz., natuurlijk zeer aan te bevelen — te gaan opzoeken, is den Raad een raadsel. De kapitein kon het sein niet identificeeren. Maar dat rechtvaardigt toch niet zich aan zulk een gevaarlijke onderneming te wagen, terwijl hij op Bornholm zelf niets te maken had. Trouwens, de kapitein had niet anders dan een „Blue back" aan boord. Nu kan men op die kaart zeer goed navigeeren, maar men kan niet met het lood land er op verkennen. Toen de kapitein eenmaal aan stuurboord een sein van den wal hoorde, had hij rustig kunnen doorvaren. Een nadere plaatsbepaling was onder de gegeven omstandigheden niet strikt noodzakelijk. Dat de kapitein, na 7 vadem te hebben gelood, nog landwaarts in stuurt, terwijl de 7- vadem-lijn daar ter plaatse om zoo te zeggen op den wal ligt, is een ernstige fout. Toen de kapitein eenmaal terug wilde, deed hij weer verkeerd. Voor den Raad verklaarde hij, dat hij, het lichtschijnsel ziende, denzelfden weg terug wilde, waarom hij, nu dit lichtschijnsel'aan bakboord was, stuurboord rond ging. Ook hier verzuimde de kapitein te bedenken, dat hij, stuurboord rondgaande, nog een flink eind het gevaar naderde. Hij had achteruit moeten slaan. Uit al het voorafgaande volgt, dat de kapitein, indien hij het, om welke reden dan ook, niet gewenscht achtte om door te varen, of het gaande had moeten houden, of ten anker had moeten gaan. Een straf van schorsing acht de Raad geboden. Mitsdien : Straft den betrokkene, Hendrik Harber de Leeuw van Weenen, kapitein, geboren 28 Juni 1902, verblijf houdende aan boord en wonende te Wilsum (O.), door hem de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein te varen op een schip, als bedoeld bij art. 2 der Schepenwet, voor den tijd van veertien dagen. Aldus gedaan door de lieeren prof. mr. B. M. Taverne, plaatsvervangend voorzitter, G. J. Lap en B. C. van Walraven, leden, F. J. van Yeen, plaatsvervangend lid, II. Kramer, buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden plaatsvervangend voorzitter ter openbare zitting van den Baad van 11 Juli 1935. (get.) B. M. Taverne, G. J. Lap, van Walraven, F. J. van Veen, II. Kramer, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1935-12-25: De coaster ms. 'CONSTANT' (1932) van NV Scheepvaart Maatschappij Wopo te Dordrecht, op weg van Memel naar Zwolle met een lading hout, strandt op de kust nabij Petten als gevolg van een navigatiefout. Door het lossen van de deklading weet het schip nog diezelfde dag weer los te komen. Bron: 'De Zee' (1936)
Nieuwsblad van het Noorden 27-12-1935. Motorschoener bij Petten gestrand. Op eigen kracht weer vlot. Petten, 25 Dec. Op Eerste Kerstdag, des morgens tussen acht en negen uur is de motorschoener „CONSTANT” van de Scheepvaart Maatschappij „Wopo” te Dordrecht, nabij K.M.-paal 18, ongeveer ter hoogte van Petten, op het strand gelopen. Het schip, dat 199 ton meet, was met hout geladen en op weg naar Groningen. Dadelijk na de stranding zijn de reddingboot van Petten en de sleepboot „Utrecht” van de firma Wijsmuller te Den Helder ter assistentie uitgevaren, doch de vijf opvarenden wensten van de aangeboden hulp geen gebruik te maken, omdat men wilde trachten bij hoog water op eigen kracht vlot te komen. Hierin is men inderdaad geslaagd, echter eerst nadat de deklast over boord was geworpen. Omstreeks drie uur in de middag heeft het vaartuig de reis kunnen voortzetten. Bij het over boord gooien van de deklast is een der vletten vol water gelopen. De vijf zich daarop bevindende personen wisten zich te redden, door op een ander vlet te springen. De stranding is waarschijnlijk een gevolg van de mist.
Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Vrijdag 13 en Zaterdag 14 Maart 1936, no.52. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart: No.14 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de stranding van het motorschip Constant op de Nederlandsche kust bij Petten. Betrokkene: de kapitein H. H. de Leeuw van Weenen. Op 25 December 1935 is het motorschip Constant op de Nederlandsche kust bij Petten gestrand. In overeenstemming met het voorstel van den inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij art. 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van deze stranding zou instellen en dat het onderzoek tevens zou loopen over de vraag of niet het ongeval mede is te wijten aan de schuld van den kapitein Hendrik Harber de Leeuw van Weenen. Het onderzoek had plaats ter zitting van 21 Januari 1936, buiten tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart, die door andere ambtsbezigheden was verhinderd. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie en hoorde als getuige Willem Pomp, stuurman op de Constant ten tijde van de stranding. De kapitein Hendrik Harber de Leeuw van Weenen, voornoemd, werd, als betrokkene, buiten eede gehoord. De voorzitter zette hem doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren, hetgeen hij daartoe dienstig oordeelde en om het laatst het woord te voeren. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: De Constant is een Nederlandsch motorschip, metende 198,94 bruto-, 118,18 netto-registerton, roepnaam PDLI, toebehoorende aan de N. V. Scheepvaart Maatschappij „Wopo", te Dordrecht. Het schip is in het jaar 1932 van staal gebouwd en heeft een Bolnes-Diesel-motor van 110 pk. Op 19 December 1935 vertrok de Constant van Memel, bemand met vier personen en beladen met 83 standaard gezaagd hout, met bestemming Zwolle, diepgang bij vertrek vóór 24 dm, achter 22,5 dm. Na vertrek uit Cuxhaven, op 23 December, moest eenige uren worden geankerd wegens motoraverij. Op 25 December te 2 uur voormiddags werd het lichtschip Haaks gepasseerd, in peiling west, op naar schatting 4 a 5 mijl afstand, logstand 54. De wind was Z.Z.O., matig, golvende zee. Hierop liet de kapitein, die op een Blue-Back navigeerde, zuid (magnetisch) sturen, met de bedoeling in vlak water te komen en zich aan Egmond te verkennen. Te 2.30 uur ging de kapitein naar kooi, aan den stuurman, die de wacht had, order gevende om te lood en, indien het licht van Egmond niet op tijd in zicht zou komen. Zijn wekkerklok zette hij op 5 uur, het oogenblik, waarop naar zijn meening bedoeld licht in zicht moest komen. Door het achteruitwerken van den motor werd de kapitein gewekt. Onmiddellijk spoedde hij zich aan dek en constateerde, dat het schip aan den grond was geloopen. De log wees 73. Het was niet mistig, de kust was te zien, het licht van Egmond echter niet, hoewel het nog slechts even vóór 5 uur was. Het schip was aanvankelijk niet vlot te krijgen. Des middags te 2.30 uur werd begonnen deklading te werpen met aangenomen vletterlieden. Nadat aldus 8 a 10 standaard hout was geworpen, kwam het schip te 3.30 uur 's middags met behulp van den motor en door te hieuwen op een uitgebracht anker, vlot. De plaats van stranding moet ongeveer één mijl benoorden Petten zijn geweest. Stuurman Pomp verklaarde, dat hij gedurende zijn wacht verscheidene schepen was gepasseerd, eerst eenige aan s.b.zijde, daarna een tamelijk groot schip aan b.b.-zijde. Hij dacht er juist over om te gaan looden, toen het schip aan den grond liep. De kust heeft hij niet gezien toen hij terugkwam van het klaarmaken van het lood. Deze getuige heeft de overtuiging, dat er juist gestuurd is. De Raad is van oordeel, dat dit ongeval is te wijten aan onvoldoende navigatie, waarvoor de betrokkene ten volle aansprakelijk moet worden geacht. Hij heeft de navigatie verkeerd opgezet en geheel onvoldoende orders gegeven, toen hij naar beneden ging. Hij had trouwens zelf aan dek moeten blijven. Vooreerst valt op te merken, dat hij op een gegisten afstand van 4 mijl het lichtschip Haaks is gepasseerd. Deze gissing kan verkeerd zijn geweest. Nu de kapitein tevens verklaarde een boei te hebben gezien, is de kans groot, dat hij meer in stond dan hij dacht. Wilde hij zekerheid hebben, dan had hij het lichtschip op kunnen zoeken. Van dit onzeker bestek laat de kapitein zuid sturen, terwijl de stroom hem moest inzetten. Vermoedelijk zou de ramp dan nog te voorkomen zijn geweest, wanneer hij behoorlijk orders had gegeven. Hij geeft echter aan den ongediplomeerden stuurman de order om te waarschuwen, wanneer het licht van Egmond niet tijdig in zicht zou komen. Deze order is geheel onvoldoende. Immers daarbij werd geheel aan den stuurman overgelaten te beoordeelen, wanneer het licht in zicht moest komen. Vermoedelijk heeft deze stuurman zich daarmede niet beziggehouden. Het feit, dat hij een schip aan bakboord had, was voor hem voldoende om zekerheid te hebben, dat hij ver genoeg van de kust af was, hetgeen echter niet verhinderde, dat het schip zeer spoedig daarop vastliep. Het is onbegrijpelijk, dat de betrokkene, onder voormelde omstandigheden, met een koers in den wal, de navigatie aan den stuurman overliet. Hij had aan dek moeten blijven en, wanneer hij bepaald rust moest nemen, evenwijdig aan de kust moeten laten sturen. In zijn gedachtengang, namelijk, dat hij inderdaad op 4 mijl afstand de Haafcs was gepasseerd, had hij een bepaald, veilig, tijdstip moeten opgeven, waarop hij gewaarschuwd moest worden, wanneer dan het licht van Egmond nog niet te zien was. Hij had echter er mede rekening moeten houden, dat hij nog vóórdat hij bij Egmond was, reeds vlak bij de kust zou zijn. Dit in verband met zijn onzeker uitgangspunt en den inzettenden stroom. In alle opzichten is de betrokkene te kort geschoten. Het komt den Raad onbegrijpelijk voor, dat deze kapitein, die het vorig jaar door den Raad moest worden gestraft wegens een aan verkeerde navigatie te wijten stranding, op deze wijze heeft genavigeerd. Een ernstige straf is hier, naar 's Raads oordeel, geboden. Mitsdien: straft den betrokkene Hendrik Harber de Leeuw van Weenen, kapitein, geboren 28 Juni 1902, wonende te Wilsum, door hem de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein te varen op een schip, als bedoeld bij art. 2 der Schepenwet, voor den tijd van twee maanden. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, plaatsvervangend voorzitter, C. J. Canters, G. J. Lap, A. L. Boeser en B. C. van Walraven, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden plaatsvervangend voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 3 Maart 1936. (get.) B. M. Taverne, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1940-11-06: Te Delfzijl door de Duitsers gevorderd. (De teboekstelling bij het Kadaster wordt op 06-11-1941 doorgehaald.) In juli 1945 teruggevonden in Haepjabu, Estland. Bij Scheepswerf Boele te Rotterdam hersteld. Na hersteld te zijn op 10-11-1947 toegewezen aan Frederik Blaauw, kapitein ter koopvaardij, te Hansweert.

1947-11-12: Op 12-11-1947 als CONSTANT, zijnde een stalen motorschip, metende 563.57 m3 bruto inhoud volgens meetbrief afgegeven te 's Gravenhage d.d. 26-07-1932 no. 4435, liggende te Capelle a/d IJssel, door W.R. Boerrigter, scheepsmeter te Rootterdam, van een nieuw brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2433 Z DORD 1947 op het achterschip aan B.B. zijde in achterkant verblijf kapitein van het dekhuis op het shelterdek, 2.00 m. uit de hekplaat, 1.10 m. uit de lengteas, 1.10 m. uit dek. Opm. De vroegere merken van de teboekstelling ten hypotheekkantore zijnde 1937 Z DORD 1932 zijn niet aanwezig bevonden.

1951-11-08: Het Vrije Volk 10-11-1951: Constant — Bij het vertrek uit de haven van Grimsby op 8 November is het Nederlandse ms „Constant" tijdens dikke mist in aanvaring gekomen met het Panamese ss Alvi. De „Constant" op weg naar Dieppe kreeg lichte schade en keerde naar Grimsby terug voor reparatie. Het schip is inmiddels weer vertrokken.

1961-11-20: Het Vrije Volk 20-11-1961: Nieuw record: 25.000ste acht dagen eerder. In het scheepvaartverkeer op de Nieuwe Waterweg is opnieuw een record geboekt. Zondagmiddag kwam de Nederlandse kustvaarder Tanny als 25.000e schip van het jaar bij Hoek van Holland binnen. Verleden jaar werd deze mijlpaal pas acht dagen later bereikt. Ook toen werd daarmee een record voor de Waterweg gevestigd. Dat was toen het Italiaanse m.s. Roberto Parodi. De Tanny was bestemd voor Rotterdam. Het schip, dat uit Grimsby kwam, koos ligplaats in de Spoorhaven.

1970-10-10: De coaster ms. 'TANNY' 1932 ex- 'Constant' van H. Engelsman uit Rotterdam komt bij binnenkomst in IJmuiden, tijdens dichte mist, in aanvaring met het vrachtschip ms. 'Amstelland' (1962) van de Koninklijke Hollandsche Lloyd (KHL). Vervolgens wordt de 'Tanny' aangevaren door de binnenkomende kotter 'Hans' (KW 189). Bron: 'De Zee' (1972)
Het Vrije Volk 26-04-1972: Kapitein schuldig aan aanvaring. Amsterdam(ANP) — Kapitein H. W. E. (26) uit Rotterdam van het MS TANNY mag een maand niet als kapitein op zeeschepen varen. Dit, omdat de Raad voor de Scheepvaart hem schuldig acht aan de aanvaring van zijn schip met het MS Amstelland tijdens de binnenkomst in IJmuiden bij dichte mist op 10 oktober 1970. De Tanny was daarna nog in aanvaring gekomen met de viskotter Hans KW. 189. Ook de schipper, de 33-jarige K. J. A. uit Katwijk aan Zee, van deze kotter, mag een maand niet varen.

1972-02-28: Teboekstelling Kadaster doorgehaald. Verkocht en als 'Bounty 4' van Bounty P.v.b.A., Oostende, in gebruik voor de sportvisserij.

1986-00-00: Op 09-03-1987 wordt ze nog vermeld in Lloyd's Register of Shipping (in het Suppl and New Entries) zonder eigenaar en geen thuishaven, in 1987/1988 vermeld LR dat er aan getwijfeld wordt of het schip nog wel in de vaart is, vermoedelijk gesloopt. (1986-1987)

Ship Masters Data

Images


Description: Constant 1933
Image type: Photo

Description: De Constant liggend aan de Eendrachtskade te Groningen omstreeks 1950.
Image type: Photo

Description: Constant 1933
Image type: Photo

Description: Constant 1933
Image type: Photo

Description: Tanny 1932 ex Constant at Fosdyke, river Welland ( U.K.)
Image type: Photo

Description: 'Tanny' 1932 (ex 'Constant')
Image type: Photo

Description: 'Tanny' 1932 (ex 'Constant')
Image type: Photo

Description: Bounty 4 1932 ex Tanny ex Constant
Image type: Photo

Description: Bounty 4 1932 ex Tanny ex Constant
Made By: © Grootenboer, T. (Ton)
Image type: Photo
Sources