Name ship: CORMORANT

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1913
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number:
Nat. Official Number: 9575 GRON 1919
Category: Cargo vessel
Propulsion: Aux. Sailing Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts: Two masts
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Gebr. J. & G.W. Verstockt, Martenshoek, Netherlands
Yardnumber:
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1913-00-00
Technical Data

Engine Manufacturer:
Engine Type:
Number of Cylinders:
Power:
Power Unit:
Eng. additional info: 0
Speed in knots:
Number of screws:
 
Gross Tonnage: 140.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 111.00 Net tonnage
Deadweight: 200.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1: 30.51 Meters Length overall (Loa)
Beam: 6.01 Meters Breadth, moulded
Depth: 1.99 Meters Depth, moulded
Draught:
 
Configuration Changes

1919-00-00: In 1919 haalde Hendrik van der Laan de “CORMORANT” naar scheepswerf J.Vos & Zn te Groningen. Hier werd het verbouwd tot een kleine vaart zeeschip, het boeisel werd verhoogd en een zeerailing aangebracht en verbouwd tot een tweemast zeilaak. Het kreeg op 18.07.1919, liggende te Groningen, het brandmerk: 7595 GRON 1919.

1924-00-00: In 1924 gemotoriseerd met een 4ew 2 cil Pk 105 Callesen (Gloeikop) Type (12½x12½) 6 Kn.

1927-00-00: 1927 gehermotoriseerd: 2tew 3 cil 100 Pk Bolnes gloeikop Type (x)

1931-00-00: In 1931 voorzien van een 105 PK 2 cyl. IMOP Belgische gloeikopmotor nr. 2011-3SLDS.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1913-00-00 CORMORANT
Manager: Renze Pronk, Groningen, Netherlands
Owner: Renze Pronk, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NLBW
Additional info:

Date/Name Ship 1919-00-00 CORMORANT
Manager: Hendrik van der Laan, Groningen, Netherlands
Owner: Hendrik van der Laan, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NLBW
Additional info: In de zeevaart

Date/Name Ship 1931-04-28 CORMORANT
Manager: Frans van der Laan, Groningen, Netherlands
Owner: Frans van der Laan, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NLBW
Additional info:

Ship Events Data

1913-00-00: 'CORMORANT' van Renze Pronk, Groningen. Het was een Friese maatkastje, dat in de binnenvaart voer.

1928-04-02: Ze wordt als CORMORANT, zijnde een stalen motorzeilaak, groot 411,11 m3, liggende te Vlissingen, op 02-04-1928 door Pieter van Wouwe, scheepsmeter te Vlissingen ten verzoeke van Hendrik van der Laan, schipper te Groningen van haar brandmerk 683 Z GRON 1928 voorzien door het inbeitelen midden op de bovenrand van de roef op het achterschip. Opm.: Merken van vorige branding zijnde 9575 GRON 1919 zijn vernietigd.

1932-05-23: Final Fate: Om 04.50 uur, onderweg met een lading van ca. 180 ton gebroken graniet van Notter (bij Plymouth) naar Londen, lekgesprongen en op 10 mijl zuidoost van Dungeness gezonken. De vierkoppige bemanning redde zich door met de uitgezette reddingsboot zeilend en roeiend om 08.30 uur Folkestone te bereiken.
Over het verspelen van zijn schip kreeg Frans van der Laan van de Raad voor de Scheepvaart flink de wind van voren, men was van mening dat hij de “'CORMORANT”' over de verkeerde boeg had laten bijliggen en als alternatief had hij de optie gehad het schip op het strand te zetten om daarmee zinken te voorkomen. De teboekstelling in het kadaster werd op 29 augustus 1932 doorgehaald.

1932-05-24: Het Vaderland 24.05.1932: In het Kanaal is gisteren de Groninger schoener 'CORMORANT', metende 90 ton, in aanvaring geweest en gezonken, twaalf mijl van Dungeness. De bemanning (schipper C. v.d. Laan) heeft in een reddingsboot oververmoeid Folkestone bereikt, maar is er al haar bezittingen bij ingeschoten.

1932-06-25: Schuttevaer, 25-06-1932: Raad voor de Scheepvaart. Gezonken in het Kanaal. De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het zinken van het motorschip “Cormorant” op 22 Mei 1932 in het Engelsche Kanaal. Gehoord werd de schipper/eigenaar. De bemanning telde vier koppen: het scheepje was op weg van Plymouth naar London. De motor had 105 pk en was van 1927: het scheepje zelf was van 1913 gebouwd en meette 145 bruto reg.tons. De lading bestond deze reis uit gebroken (fijne) graniet: het schip was bijna tot het uitwateringsmerk afgeladen. Onderweg kwam er een defect aan de motor, die tijdens de vaart werd gerepareerd; het scheepje maakte toen in het geheel geen water. Dicht bij Dungeness het was in den avond, ging het schip steeds zwaarder loopen. De prop bleek in den peilkoker te zijn gezakt, zoodat die niet te gebruiken was. Bij onderzoek bleek dat het schip voor water maakte, dat snel steeg. De pompen werden aangezet. Het water was echter niet bij te houden, het scheepje liep steeds voller. De boot is toen uitgezet. Twee man gingen erin; de schipper en een matroos bleven nog aan boord; later ging de matroos ook in de boot en tenslotte volgde de schipper, daar hij niet meer aan boord durfde blijven wegens het water. De pompen waren nog in orde. Nadat het schip was verlaten en de pompen dus waren stopgezet,h eeft het scheepje nog vier uur gedreven. Toen is het gezonken. Deze eigenaar had het een jaar geleden van zijn vader gekocht voor F 28.000; het was verzekerd voor F 22.500. De voorzitter merkte op, dat het scheepje thans toch veel minder waard was. In Juni 1931 was het scheepje het laatst nagezien en gerepareerd. Op verdere vragen zei getuige, dat hij er niet aan gedacht heeft het scheepje aan de grond te zetten, hoewel er tijd genoeg voor was geweest. De schipper was juist den zeekant uitgevaren hetgeen den voorzitter deed opmerken: "Dit is onbegrijpelijk, daar het lot van uw schip ervan af hing". De hoofdinspecteur voor de Scheepvaart, de heer C.Fock, was van oordeel, dat de lading niet goed schijnt te zijn gestuwd, wat de oorzaak van het lek zou kunnen zijn. Dat lek is te laat ontdekt, door de prop in de peilbuis. Er is geen moeite gedaan om het schip te behouden, althans er is geen rekening gehouden met de mogelijkheden die er nog waren. De Raad zal later uitspraak doen.


1932-08-01: Het zinken van het m.z.s. ”Cormorant” in het Eng. Kanaal nabij de Eng. kust. (Uitspraak Raad voor de Scheepvaart d.d. 01.08.1932. Het Ned. m.z.s “Cormorant” metende 145.12 bruto R.T. was in het jaar 1913 te Martenshoek onder toezicht van de S.I van staal gebouwd. Sinds April 1931 was de schipper eigenaar van het vaartuig dat bij de Ond. Vereen voor Verz. van schepen “Oranje” te Groningen verzekerd was voor Fl.22.500. In 1927 was een motor van 105 pk in het schip geplaatst; het zeiltuig bestond uit grootzeil, bezaan en twee voorzeilen. In Juli 1930 was het vaartuig op de werf te Jutphaas geheel in en uitwendig onderzocht en hadden de noodige herstellingen aan schip en motor plaats gehad. Op 20 Mei 1932 vertrok de “Comorant “ bemand met vier personen en beladen met 180 ton gebroken graniet van Plymouth bestemd voor London. De diepgang was achter 1.86 mtr voor 1.90 mtr het schip lag dus 4 c.m. in den kop een gevolg van de omstandigheden, dat de lading in een tijhaven (Notter bij Plymouth) was ingenomen, waardoor de diepgang niet voldoende te controleren was. Toen het schip vlot werd, bleek de koplast aanvangkelijk nog grooter te zijn, doch deze kon daarna worden verminderd, echter niet genoeg om het schip geheel bij den last te krijgen. Het weer was goed met een lichte koelte uit het zuiden; de zee was bewogen met deining uit zuidelijke richting. Des avonds te 11.30 uur ongveer vijf mijl bezuiden Start Point, brak een der bouten in het achterste krukasmetaal van den motor, waardoor deze onbruikbaar werd. Alle zeilen werden daarom bijgezet, waarmede het gelukte het schip bestuurbaar te houden. De wind was thans N.W. frische koelte.Te 1.30 uur n.m.(21 mei) was de motor weer hersteld. Nadien namen wind en zee in kracht toe en in den morgen van Zondag 22 Mei moest het achterzeil worden vastgemaakt om het schip bestuurbaar te houden. Het was stormachtig; het schip werkte zwaar en nam veel water over. Des avonds te 7 uur werd het Lichtschip “Royal Sovereign“ gepasseerd in peiling Noord op twee mijl afstand. De wind liep langzamerhand naar het W.Z.W. en bleef met dezelfde kracht doorstaan, terwijl de zee toenam. Des avonds te 8 uur werd de motorpomp beproefd en werd alles nog lens bevonden. Te 10 uur werden aan bakboord vooruit lichten van Dungeness gezien. De kapitein bemerkte dat het schip zwaarder werkte en dat de kop niet meer wilde rijzen. Hij ging toen persoonlijk de pompen peilen en ontdekte, dat de houten prop welke tot afsluiting van den peilkoker dient, onder in dien koker welke zich voor den mast bevindt, was gezakt. De peilstok kwam zoodoende niet op den bodem. Daarop werd bij de pomp op het voorschip twaalf Eng duim water gepeild; een half uur later reeds 17”. De motorpomp is dadelijk aangezet en werkte goed; de handpompen zijn gereedgemaakt doch deze werkten minder goed. De kapitein besloot te trachten Dover te bereiken, doch dit plan moest al spoedig worden opgegeven. De kapitein zag geen kans verder vooruit te komen, ook niet naar den wal. Hij is gaan bijliggen over bakboord. De schroef werd afgekoppeld om de pompen krachtiger te doen werken, doch het water bleef rijzen en het schip zonk dieper. Het achterzeil was weer bijgezet om den kop beter op zee te kunnen houden. Eerst lag het als gezegd in den kop, doch langzamerhand kwam het achteroverte liggen. s’ Nachts te 12.30 uur werd besloten de boot te water te brengen, hetgeen met veel moeite geschiedde. Wel is waar werd het weder iets beter werd. Om 1 uur v.m (23 Mei) is de bemanning na den motor te hebben gestopt in de boot gegaan, het water stond toen 5 cm aan dek. Met het schip werd verbinding gehouden totdat dit te ongeveer 4.50 uur in de golven verdween. Roeiende en zeilende werd naar den wal gekoerst en omstreeks te 8.30 uur werd behouden Folkstone bereikt. De Raad is van oordeel dat de “Cormorant “ is gezonken ten gevolge van het lek worden van het schip, waardoor hoe langer hoe meer water in het vaartuig kwam,terwijl niets tot behoud daarvan is gedaan. De “Cormorant “ is uit Plymouth vertrokken terwijl het schip niet behoorlijk was beladen. In verband met de omstandigheid dat de machinelenspomp alleen op het achterste gedeelte van het ruim werkte, had de schipper voor een licht voorschip moeten zorgen. Ook anderszins was de belading ongunstig, daar het zeer waarschijnlijk is dat het schip met dezen koplast zwaar is gaan werken,waardoor lekkages kunnen zijn ontstaan.Met bevreemding heeft de Raad geconstateerd dat de schipper nagenoeg niets heeft gedaan om het schip te behouden. De Raad heeft geen voldoende gegevens op opzet aan te nemen, doch wel kan uit het onderzoek deze conclusie worden getrokken dat indien geen opzet aanwezig is geweest, hier slechts aan verregaande onbekwaamheid.ja onnoozelheid zou kunnen worden gedacht. Het ligt immers voor de hand om wanneer men bemerkt dat het schip lek is en men ziet tevens dat men door pompen niet voldoende resultaat bereikt dat men gebruikt maakt van de prachtige gelegenheid, welke in de nabijheid was, om het schip op het strand te zetten. In plaats daarvan gaat de schipper bijliggen over bakboord dus van de kust af. Het geheel heeft dan ook op den Raad een zeer onbevredigende indruk gemaakt. Uitgesproken 1 Aug-1932

Ship Masters Data

Images


Description: Cormorant 1913 ( De originele kaart van Silvertown (Thames, London) Op de achterzijde van deze kaart staat vermeldt: De 'Cormorant' geladen met stenen voor de Country.
Image type: Photo
Sources