Name ship: CORNELIS B

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1952
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number:
Nat. Official Number: 2601 Z DORD 1951
Category: Tanker
Propulsion: Motor Vessel
Type: Tanker, Chemical
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: Gearless
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerf en Machinefabriek 'De Biesbosch', Dordrecht, Netherlands
Yardnumber: 342
Date Laid Down:
Launch Date: 1952-01-19
Delivery Date: 1952-05-01
Technical Data

Engine Manufacturer: Motoren Werke 'Mannheim' A.G. (MWM), Mannheim, Germany
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 400
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: MWM Type RH398RU (12 5/8-18 7/8)
Speed in knots: 10.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 366.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 208.00 Net tonnage
Deadweight: 486.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Liquid: 12000 Cubic Feet
 
Length 1: 50.50 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 46.59 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.84 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.85 Meters Depth, moulded
Draught:
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1951-11-30 CORNELIS B
Manager: Gebr. Broere N.V., Dordrecht, Netherlands
Owner: Gebr. Broere N.V., Dordrecht, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Dordrecht / Netherlands
Callsign: PDMB
Additional info:

Ship Events Data

1951-12-07: Op 07-12-1951 als CORNELIS B, No. 342, zijnde een stalen motorschip in aanbouw op de scheepswerf van N.V. De Biesbosch te Dordrecht, nog niet gemeten, liggende te Dordrecht, door A. Tromp, scheepsmeter te Rotterdam, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2601 Z DORD 1951 op het achterschip aan S.B. zijde in het frontschot verhoogd achterdek, 13.50 m. uit de hekplaat, 3.25 m. uit de lengteas, 1.25 m. boven dek.

1952-00-00: Tankschip speciaal voor het vervoer van zwavelzuur in 11 cilindrische tanks. (Flessentanker.)

1952-05-00: Direct na oplevering enkele maanden opgelegd in de Kalkhaven te Dordrecht.Tijdens de oplegperiode bewoond door Hr. A. Groeneveld en zijn vrouw.

1953-06-26: Final Fate: Met een lading terpentine onderweg van Leixoes naar Londen, gezonken in Het Kanaal, 50 mijl noord-oost van Ouessant, in pos. 48.57. N - 04.23. W na een aanvaring in dichte mist met de Italiaanse tanker 'Achille Lauro'. Alle opvarenden werden gered. De 'Achille Lauro' had verkeerde signalen gegeven en voer met te hoge snelheid.
Het Vrije Volk 26-06-1953: Dordtse tanker Cornelis B zonk. Alle acht man gered. Het Nederlandse motortankschip „Cornelis B" van N.V. gebroeders Broere te Dordrecht is hedenmorgen even over halfacht na een aanvaring met het Italiaanse tankschip „Achille Lauro" op ongeveer 45 mijl Oostnoordoost van Ouessant bij de ingang van het Kanaal gezonken. De bemanning van acht koppen is, volgens een telegram van de „Achille Lauro", gered. De 366 bruto registerton metende „Cornelis B"' was onderweg van Leixoes in Portugal naar Londen met een lading terpentijn en werd morgen in Londen verwacht. De 10376 ton metende Italiaan voer in ballast van Rotterdam naar Ras Tanura in de Perzische Golf. In dikke mist. Volgens de eerste berichten zijn de twee schepen in dikke mist op elkaar gevaren. De „Cornelis B" zou vrij snel na de aanvaring zijn gezonken. Men spreekt zelfs van vijftien minuten. Het vermoeden bestaat, dat de acht opvarenden zich op de Italiaanse tanker bevinden. De „Cornelis B" vervoerde onder commando van kapitein J. Bexterman, in de wilde vaart olie. Het schip dat in 1952 in de vaart kwam, was verzekerd. De geredden. De bemanning, die zich inderdaad aan boord van het Italiaanse schip bevindt, bestaat uit: kapitein J. M. Bexterman uit Schiedam, eerste stuurman C. Dubbeldam uit Hardinxveld, eerste machinist J. G. Stui uit Dordrecht,, tweede machinist, H. C. Verschuur uit Dordrecht, matroos J.W. van Noorloos uit Dordrecht, matroos J. P. Kraayveld, uit Dordrecht, lichtmatroos A. van Vliet uit Leiden en kok B. Visser uit Zwijndrecht.
Het Italiaanse schip zal de bemanning naar Brest brengen.
De Volkskrant 27-06-1953: Dordrecht, 26 Juni — In een dikke mist is vandaag op het Kanaal het motortankschip „Cornelis B" van de gebroeders Broere N.V. te Dordrecht in aanvaring gekomen met het Italiaanse tankschip „Achille Lauro". De „Cornelis B", die 365 ton mat, zonk vrijwel onmiddellijk. Het Italiaanse schip (10.367 ton) nam de acht opvarenden over. De „Cornelis B" was pas in 1952 gereed gekomen.
Algemeen Handelsblad 01-07-1953: Opvarenden Cornelis B morgen in Napels. De opvarenden van het gezonken Nederlandse tankschip Cornelis B zullen, naar verwacht wordt, Donderdag a.s. met het Italiaanse tankschip Achille Lauro in Napels aankomen. Vandaar zullen zij naar Nederland terugkeren.
Trouw 28-06-1953: Ned. Tankboot gezonken. Aanvaring bij Ouessant. Het Nederlandse motortankschip „Cornelis B", afkomstig uit Dordrecht, is gistermorgen vroeg ter hoogte van Ouessant aan de Bretonse kust gezonken na een aanvaring met het Italiaanse tankschip „Achille Lauro". Volgens de eerste berichten is de gehele bemanning in veiligheid. De „Cornelis B", groot 366 bruto registerton, was eigendom van de N.V. Gebroeders Broere te Dordrecht. Het was een nieuw kustvaartuig, gebouwd in 1952. Het schip was op weg van Leixous in Portugal naar Londen met een lading terpentijn en werd morgen in de Engelse hoofdstad verwacht.
De aanvaring geschiedde op ongeveer 45 mijl O.N.O. van Ouessant tijdens een dikke mist. Het Italiaanse schip, de 10.367 brt. metende tanker „Achille Lauro" eigendom van de Achille Lauro Fu. G. en C. te Napels, was in ballast onderweg van Rotterdam naar Ras Tanura in de Perzische Golf. Volgens een door Radio Scheveningen ontvangen bericht van de „Achille Lauro" is de bemanning van de „Cornelis B" aan boord van de Italiaanse tanker genomen. De „Achille Lauro" zou de Nederlanders naar Brest brengen. De „Cornelis B" zonk in vijftien minuten. De bemanning van de „Cornelis B", die zich aan boord van het Italiaanse schip bevindt, bestaat uit kapitein J. M. Bexterman uit Schiedam, eerste stuurman C. Dubbeldam uit Hardinxveld, eerste machinist J. G. Stui uit Dordrecht, tweede machinist H. C. Verschuur uit Dordrecht, matroos J. W. van Noorloos uit Dordrecht, matroos J. P. Kraayveld uit Dordrecht, lichtmatroos A. van Vliet uit Leiden en kok B. Visser uit Zwijndrecht.
Algemeen Handelsblad 03-07-1953: Bemanning van Cornelis B heden naar Rome. De bemanning van het Nederlandse motorschip Cornelis B is gisteravond in Napels aangekomen. De Nederlanders zouden zich heden naar Rome begeven, waar het Nederlandse gezantschap voor hun terugkeer naar Nederland zal zorg dragen.
Het Vrije Volk 28-07-1953: Nederlandse kapitein gaat vrij uit. Italiaan schuld aan vergaan Cornelis B. (Van een onzer verslaggevers) Op een afstand van tien meter zag de kapitein van het kleine Nederlandse tankschip, de „Cornelis B" plotseling, de hoge steven van de Italiaanse tanker „Achilie Lauro" uit de mist opdoemen. Dat gebeurde op 26 Juni op 50 mijl ten noordoosten van Ouessant en de botsing; die toen onvermijdelijk was, had tot gevolg, dat de „Cornelis B" zonk. Vandaag behandelde de raad voor de scheepvaart deze aanvaring en de inspecteur kwam daarbij tot de conclusie, dat de schuld gezocht moest worden bij de Italiaanse gezagvoerder, die weliswaar twee lange stoten had laten horen, maar toch niet gestopt had gelegen. De gehele nacht was het heiïg geweest. Om drie uur werd het zo mistig, dat de kapitein, de 26-jarige J. M. Bexterman uit Schiedam, besloot om ook tijdens de volgende wacht op de brug te blijven. Sindsdien voer de 336 ton grote kustvaarder — een nieuw schip van de firma Broere uit Dordrecht — halve kracht. Zodra men seinen hoorde van een ander schip werd de motor gestopt. Maar die signalen, die werden opgevangen — twee lange stoten--- wezen er op, dat die ander stil lag. Weer voeren ze halve kracht. Nogmaals hoorde men datzelfde sein en onmiddelijk daarop dook aan stuurboordzij een hoge scheepswand op. Aan de boeggolf zag men, dat dit schip nog een behoorlijke vaart had. Vijf & zes mijl, schatte kapitein Bexterman. Gevaar te groot. Misschien kunnen we voorlangs, overwoog hij even. Maar het gevaar, dat dan het achterschip, waar opvarenden te kooi lagen geraakt zou worden, was te groot; De kapitein liet daarom de machine stoppen en achteruit slaan. Ook dat hielp niet meer. Twintig seconden later werd de „Cornelis B" midscheeps geramd. Tot viermaal toe stootte de neus van de „Achilie Lauro" — 17.000 ton d.w. — in de zij van de Nederlandse tanker. De stuurman en later ook de kapitein daalden af in de machinekamer. Hun hoop, dat ze hun gloednieuwe schip — het was in 1952 in de vaart gekomen — nog zouden kunnen redden, vervloog. Er stroomde te veel water binnen. In de sloepen. Snel moesten de opvarenden, acht man, in de sloep. Ze gingen aan boord van de Italiaan en moesten meevaren tot Napels omdat er niet eerder een haven werd aangedaan. Volgens kapitein Bexterman, die als getuige werd gehoord, had zijn Italiaanse collega in de mening verkeerd, dat er twee stoten gegeven moesten worden zodra de telegraaf op stop werd gezet. De inspecteur van de Scheepvaart achtte het niet onmogelijk, dat dit misverstand — signaal voordat de vaart uit het schip is — de oorzaak van de aanvaring was. Op kapitein Bexterman had hij geen critiek.
De Volkskrant 29-07-1953: Drama in Kanaal voor Raad voor de scheepvaart. Italiaanse vrachtboot ramde kustvaarder. Bekwaam beleid van jeugdige kapitein. (Van onze verslaggever) Amsterdam, 28 .Juli — Op een mistige ochtend in Juni heeft zich in Het Kanaal, op ongeveer 50 kilonieter afstand van Ouessant, een scheepsdrama afgespeeld, waarbij een Nederlandse kustvaarder door een groot Italiaans vrachtschip werd overvaren. Het Nederlandse schip zonk kort daarop. De gehele bemanning werd door het Italiaanse schip opgepikt en later in Napels aan land gezet. De Raad voor de Scheepvaart heeft vanochtend een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van deze aanvaring en daarbij de 26-jarige Nederlandse kapitein van de kustvaarder als getuige gehoord. De „Cornelis B", een tankscheepje van 366 ton, was op 23 Juni van dit jaar uit Rotterdam vertrokken met een lading terpentijn aan boord. Toen het schip enkele dagen op zee was, werd het weer heiig, terwijl later een vrij dichte mist kwam opzetten. Er stond weinig wind en de zee was kalm. De kapitein van de kustvaarder had op 26 Juni de hondenwacht gehad, maar toen hij om vier uur 's ochtends werd afgelost door zijn stuurman, besloot hij op de brug te blijven, aangezien de mist steeds dikker werd. Er werden toen geregeld mist seinen gegeven. Omstreeks kwart over acht werden aan boord van de kustvaarder twee langgerekte fluitstoten gehoord als sein dat in de omgeving achter de mistbanken verscholen een tegenligger met gestopte machines lag. Kort na de twee lange stoten weerklonk echter een korte stoot. Even later werden dezelfde signalen gegeven. De Nederlandse kapitein kende deze signalen niet. Hij liet daarom de machine op halve kracht achteruit zetten. Vrijwel op hetzelfde moment doemde uit de mist de donkere scheepswand op van een 17.000 ton metend Italiaans vrachtschip. De boeg van het vaartuig lag hoger dan de mast van de kustvaarder. Een botsing was niet meer te vermijden. Tot viermaal toe beukte de voorsteven van de Italiaan midscheeps in de rechterflank van de kustvaarder. „Wij dachten eerst, dat hij over ons heen zou varen", vertelde de kapitein. „Ons schip maakte ernstige slagzij, maar kwam na de botsing weer recht te liggen. Het bleek echter niet mogelijk de kustvaarder te behouden. Door een grote scheur aan stuurboordzijde stroomde het water met grote snelheid binnen. De kapitein gaf toen order in de sloepen te gaan. Kort daarop zonk de „Cornelis B". De Nederlandse bemanning werd aan boord van het Italiaanse schip genomen. „Ik heb eenmaal een kans gehad, om de Italiaanse gezagvoerder te spreken. Hij wilde, dat ik een verklaring zou tekenen. Toen ik dat weigerde, liet hij zich niet meer zien", vertelde de Nederlandse kapitein. „Wij vonden het vreemd, dat er geen uitkijk stond op de voorplecht van het Italiaanse schip, dat ook na de aanvaring met dezelfde snelheid bleef doorvaren. Deze snelheid was
onder de gegeven omstandigheden veel te groot. De schroef van het schip maakte bij een maximum van 85 omwentelingen 60 slagen". De inspecteur, de heer J. Metz, vond geen aanleiding om critiek te leveren op het beleid van de Nederlandse kapitein, die, ondanks zijn jeugd, getoond heeft een zeer bekwaam gezagvoerder te zijn. De Raad zal later schriftelijk uitspraak doen.
Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van Maandag 31 Augustus 1953, no.167. No.74 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake de aanvaring van het motortankschip „Cornelis B" met de Italiaanse tanker „Achille Lauro" tijdens mist in het Engelse Kanaal, ten gevolge waarvan de „Cornelis B" is gezonken.
Op 26 Juni 1953 is het motortankschip „Cornelis B", op de reis van Leixoes naar Londen, tijdens dichte mist, 50 mijl N.O. van Ouessant in aanvaring gekomen met de Italiaanse tanker „Achille Lauro" en ten gevolge daarvan gezonken. Alle opvarenden werden gered. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze aanvaring. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 28 Juli 1953, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen- verbaal van de verhoren van de kapitein, de stuurman, de roerganger en de tweede-machinist, zomede van twee kladjournalen, en hoorde de kapitein J. M. Bexterman als getuige onder ede. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motortankschip „Cornelis B" was een Nederlands schip, toebehorende aan N.V. Gebr. Broere, te Dordrecht. Het mat 366 bruto- registerton en werd voortbewogen door een 400 pk-dieselmotor. Het schip was ingericht voor het vervoer van zwavelzuur in bulk en had daartoe in het ruim 11 dwarsscheeps liggende cilindrische tanks. Het schip had een dubbele bodem onder het ruim en de motorkamer en had drie waterdichte schotten, nl. het voórpiekschot en één schot vóór en één achter de motorkamer. Op 23 Juni 1953 vertrok de „Cornelis B" met een lading terpentijn van Leixoes, met bestemming Londen. Behalve de voorste cilindrische tank, die slechts half vol was, waren alle tanks in het ruim gevuld. De vóórpiek was leeg, dubbele-bodemtanks 1, 2 en 3 waren gevuld met ballastwater, tanks 4 en 5 waren gedeeltelijk gevuld met brandstofolie. De diepgang was vóór 9', achter 9'10". De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 8 personen. Op 26 Juni, te 2.40 uur, werd het radiobaken van Ouessant 114° r.w. gepeild op vijf mijl afstand. Het was toen heiig; het zicht was ongeveer drie mijl. Na het ronden van Ouessant werd 57° r.w. gestuurd, maar toen te 7.25 uur bleek, dat het schip sterk inzette, werd veranderd tot 47° r.w. Het was toen dik van mist; de vaart werd geminderd tot iets minder dan halve kracht en er werden mistseinen gegeven. De kapitein bevond zich op de brug de stuurman en een roerganger. Op de bak stond een uitkijk. Te ongeveer 8.15 uur werd op circa 1½ streek aan stuurboord een mistsein gehoord van een varend schip. De motor werd onmiddellijk gestopt en om de vaart er uit te halen, werd de motor op halve kracht achteruit gezet. Men hoorde toen van het andere schip, dat later bleek de Italiaanse tanker „Achille Lauro" te zijn, op ongeveer twee streken aan stuurboord twee lange stoten, gevolgd door één korte. De „Cornelis B" stopte de motor, haar koers was nog 47° r.w., haar vaart ongeveer 1 mijl. De „Cornelis B" gaf geregeld één lange stoot; van het andere schip hoorde men nog eens twee lange stoten. De kapitein van het Nederlandse schip besloot het andere, stilliggende schip voorzichtig te passeren; hij liet hard b.b.- roer geven en zette de motor op langzaam vooruit. Geregeld werd één lange stoot gegeven. Plotseling zag men dwarsop aan stuurboord, op ongeveer 10 m afstand, de boeg van de „Achille Lauro". Volgens het boegwater werd de vaart van dit schip, dat recht op de „Cornelis B" aanlag, geschat op 4 a 5 mijl, die van de „Cornelis B" was 2 mijl. De motor werd op volle kracht achteruit gezet en drie korte stoten werden gegeven, maar onmiddellijk volgde de aanvaring. De „Cornelis B", die toen 350° r.w. voorlag, werd te 8.20 uur met grote kracht geraakt aan s.b.-zij midden in het ruim en kreeg daar een groot gat en haalde 40° over naar stuurboord. Na de eerste stoot kwamen de schepen vrij van elkaar, maar daarna herhaalde de botsing zich nog drie keer. De „Cornelis B" verkeerde direct in zinkende toestand. De kapitein stopte de motor en liet de lenspomp aanzetten. Alle opvarenden werden aan dek geroepen en s.b.-reddingboot werd klaargemaakt. De kapitein hoopte nog de wal op 20 mijl afstand te kunnen bereiken, maar weldra bleek, dat het ruim snel vulde; de pomp kon het water niet bijhouden. Te 8.30 uur moest men het schip verlaten. Even later sloeg de „Cornelis B" om over stuurboord en zonk. Men roeide op het geluid van de twee lange stoten naar de „Achille Lauro" en werd daar aan boord genomen. De schipbreukelingen werden meegenomen naar Napels. De kapitein heeft nog verklaard, dat de „Achille Lauro" nog mist had tot Kaap Finisterre. Hij bezocht vaak de brug. Het viel hem op, dat dit schip bij zware mist 60 slagen maakte en dan 10 mijl liep. Wanneer vooruit een mistsein van een ander schip werd gehoord, werd de machine gestopt en werd een sein van twee lange stoten gegeven. Toen de kapitein van de „Cornelis B" de Italiaanse kapitein vroeg waarom hij vóór de aanvaring één keer lang-lang-kort had geblazen, antwoordde deze, dat hij het mistsein van de „Cornelis B" even aan bakboord hoorde. Hij stopte de machine en gaf s.b.-roer. Hij gaf daarbij twee lange stoten, gevolgd door een korte. De „Achille Lauro" was niet met radar uitgerust. Ter zitting verklaarde de kapitein nog, dat hij 26 Juni de HW had gelopen, maar dat hij na 4.00 uur boven was gebleven, omdat het mistig was geworden. Er was heel weinig wind. Sinds 4.00 uur stuurde men Kanaalkoers. De vaart was ongeveer halve kracht, de voorgeschreven mistseinen werden geregeld gegeven. Te 8.15 uur hoorde men op ongeveer twee streken aan stuurboord vooruit een lange stoot op een stoomfluit. De motor werd gestopt en daarna werd halve kracht achteruitgeslagen om de vaart er uit te halen. Terwijl de motor nog achteruitdraaide, hoorde getuige twee lange stoten, even daarna gevolgd door een korte. Getuige begreep, dat het andere schip gestopt lag, maar verkeerde in twijfel over de gehoorde korte stoot. Ongeveer een halve minuut later hoorde hij twee lange stoten op s.b.-boeg. Het geluid was luid en blijkbaar dichtbij. Getuige nam nu aan, dat het andere schip stillag en besloot naar bakboord te draaien en het geluid achterlijker dan dwars aan stuurboord te brengen. Hij gaf b.b.roer en langzaam vooruit. Plotseling zag hij dwarsop aan stuurboord, ter hoogte van de midscheeps, op 10 m afstand de boeg van de „Achille Lauro", die snel naderde. Getuige heeft overwogen volle kracht vooruit te geven om te trachten vóór over te lopen, maar begreep, dat het andere schip daarvoor te dichtbij was. De „Cornelis B" zou dan op het achterschip zijn geraakt en verschillende opvarenden, die in het logies waren, zouden daardoor in gevaar zijn gekomen. Hij zette daarom de motor op volle kracht achteruit en gaf drie korte stoten. Te 8.20 uur, toen de „Cornelis B" vrijwel stillag, werd zij in de midscheeps aangevaren en na de eerste stoot nog drie keer op dezelfde plaats geramd. Getuige schat aan het boegwater, dat de „Achille Lauro" een vaart had van 4 a 5 mijl. De motor werd gestopt. Het schip maakte direct veel water en weldra bleek, dat het zou zinken. Te 8.30 uur verliet men de „Cornelis B", die spoedig daarna zonk. De „Achille Lauro" was in de mist verdwenen, maar op haar geluidsseinen vond men haar en werden de schipbreukelingen daar aan boord genomen. Getuige heeft nog verklaard, dat het Italiaanse schip geen uitkijk voorop had en ook later niet, toen het de reis voortzette. Getuige hoorde, dat het schip sinds vertrek uit Nederland steeds mist had gehad, en berekende, dat het tot het moment der aanvaring 9,8 mijl had behouden. Ook later liep het tijdens mist 10 mijl. Zodra de machine werd gestopt, omdat vooruit een mistsein werd gehoord, werd het sein van twee lange stoten gegeven. De „Achille Lauro" was een schip van 17 000 ton draagvermogen en voer geballast. Haar brug stond 50 a 60 m achter de voorsteven. De inspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de „Cornelis B" op de HW van 26 Juni 1953 Ouessant had gerond en daarna Kanaal-koers stuurde. Men had dichte mist, de vaart was vijf mijl en men gaf geregeld mistseinen. De kapitein was steeds op de brug en leidde de navigatie. Toen te 8.15 uur een mistsein werd gehoord op twee streken aan stuurboord, werd de motor terstond gestopt en werd de vaart er uit gehaald. Het andere schip gaf eerst twee lange stoten, gevolgd door een korte en daarna twee lange stoten. De kapitein van de „Cornelis B" mocht op het horen van dit laatste sein aannemen, dat het andere schip gestopt lag. Hij besloot bakboorduit te gaan en het geluid aan stuurboord achteruit te brengen. Terwijl hij nog naar bakboord draaide, kwam het andere schip dichtbij aan s.b.-zij in zicht. De „Cornelis B" sloeg nog volle kracht achteruit, maar even daarna vond de aanvaring plaats. Achteraf kan misschien wel enige opmerking over de manoeuvre van de „Cornelis B" worden gemaakt. De inspecteur is evenwel van mening, dat geen kritiek kan worden gemaakt op de handelingen van de kapitein van de „Cornelis B". De „Achille Lauro" gaf door haar seinen aan, dat zij gestopt lag, en de „Cornelis B" heeft overeenkomstig die inlichting gemanoeuvreerd. De inspecteur is er zich van bewust, dat zijn oordeel berust enkel op de verklaringen van de zijde van de „Cornelis B". De inspecteur is van mening, dat de kapitein, ook na de aanvaring, met beleid is opgetreden. De inspecteur voegt als algemene lering uit dit ongeval de volgende opmerking aan zijn conclusie toe. De kapiteins moeten zich er wel van bewust zijn, dat zij steeds de grootste voorzichtigheid moeten betrachten, wanneer zij tijdens mist gaan manoeuvreren op het horen van twee lange stoten. Meermalen is gebleken, dat een schip dit sein geeft, hoewel de vaart er nog niet geheel uit is. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: De aanvaring tussen het motorschip „Cornelis B" en de Italiaanse tanker „Achille Lauro" is aan laatstgenoemd schip te wijten. Op de „Cornelis B", die regelmatig mistseinen gaf en halve kracht voer, hoorde men op ongeveer twee streken aan stuurboord vooruit een mistsein en haalde men de vaart uit het schip door de motor te stoppen en op halve kracht achteruit te zetten. Daarna hoorde men een sein van twee lange stoten, gevolgd door een korte stoot, en vervolgens twee lange stoten. De kapitein van de „Cornelis B", als zeker aannemende, dat het andere schip gestopt lag, heeft toen, terecht, getracht het andere schip te passeren door hard b.b.-roer te geven, maar desondanks zag hij plotseling, dat de „Achille Lauro" dwars aan stuurboord op hem toeliep; de
aanvaring is terstond hierna gevolgd. Het was juist gezien om volle kracht achteruit te slaan in plaats van te trachten nog vóór het andere schip over te komen. Indien de „Achille Lauro" tijdens het geven van de beide seinen van twee lange stoten werkelijk stilgelegen had, zou een aanvaring zijn uitgebleven. Hoewel verklaringen van de zijde van dat schip ontbreken en de uitspraak dus onder dat voorbehoud wordt gegeven, meent de Raad te kunnen aannemen, dat de „Achille Lauro" nog in beweging was en zelfs met vrij grote vaart de „Cornelis B" is genaderd. Immers, zij heeft de „Cornelis B" viermaal achtereen in de midscheeps geraakt, ongeveer op dezelfde hoogte, waar zij het eerst was waargenomen, en telkens weer in hetzelfde gat. Ook heeft de kapitein van de „Cornelis B" veel boegwater gezien. De „Achille Lauro" heeft dan ook een misleidend sein gegeven en artikel 15, sub 2, b, van het Zeeaanvaringsreglement niet goed opgevolgd. Bovendien mocht zij, zonder de „Cornelis B" te zien, in deze omstandigheden niét een uitwijksein geven en koers veranderen. Het sein van twee lange stoten, gevolgd door één korte stoot, heeft de „Cornelis B" wel in twijfel gebracht, maar geen invloed gehad op haar manoeuvres, omdat het spoedig gevolgd werd door het herhaalde sein van twee lange stoten; in elk geval kon de kapitein van de „Achille Lauro" niet verwachten, dat de „Cornelis B" op deze blijkbaar als uitwijksein bedoelde korte stoot anders zou handelen dan zij gedaan heeft. De Raad spreekt zijn voldoening er over uit, dat, al is helaas het schip verloren gegaan, de bemanning van de „Cornelis B" door haar juiste manoeuvres gered is. De kapitein is flink en vastberaden opgetreden en heeft, toen hij aan boord van de „Achille Lauro" was overgenomen, goed uit zijn ogen gekeken. Aldus gedaan door de heren prof. mr. J. Offerhaus, voorzitter, C. Hellingman, H. A. Broere en K. R. Bosma, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 24 Augustus 1953. (Get.) J. Offerhaus, A. Boosman.

Ship Masters Data

Images


Description: Cornelis B 1952
Image type: Photo

Description: Cornelis B 1952
Image type: Photo
Sources