Name ship: DA CAPO

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1948
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5091652
Nat. Official Number: 2367 Z GRON 1948
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Shelterdeck open
Masts: Two masts
Rig: 4 derricks, 4 winches
Lift Capacity: 3 ton each
Material Hull: Steel
Decks: 2
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerf 'Waterhuizen' J. Pattje, Waterhuizen, Netherlands
Yardnumber: 203
Date Laid Down:
Launch Date: 1948-08-05
Delivery Date: 1948-12-08
Technical Data

Engine Manufacturer: Werkspoor N.V., Amsterdam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 650
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Werkspoor nr. 1004 Type TMAS336 (330x600)
Speed in knots: 10.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 161.00 Net tonnage
Deadweight: 787.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 55730 Cubic Feet
Bale: 50000 Cubic Feet
 
Length 1: 61.80 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 58.82 Meters Registered
Beam: 9.44 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.85 Meters Registered
Draught: 3.25 Meters Registered
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1948-12-08 DA CAPO
Manager: Van Nievelt, Goudriaan & Co's Stoomvaart-Maatschappij N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Frans van der Laan, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDNB
Additional info: Fl. 658.000

Date/Name Ship 1962-12-21 DOLORES
Manager: 'Maritima' Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Hayeltjo Oldenburger & Jan Braam, Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PDSO
Additional info:

Ship Events Data

1948-06-11: Op 11-06-1948 als DA CAPO, zijnde een stalen motorschip in aanbouw, metende nog onbekend, liggende te Waterhuizen, door A. Kraaijema, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2367 Z GRON 1948 op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant van het tweede luikhoofd, 19.75 m. uit de hekplaat, 3.00 m. uit de lengteas, 0.65 m. boven dek.

1948-08-10: NvhN 10-08-1948: Te waterlating „ DA CAPO”. Hedenmiddag werd met goed gevolg van de scheepswerf Pattje te Waterhuizen het 780 ton metende motorschip „Da Capo" te watergelaten, dat zal varen onder kapt. F. v. d. Laan te Groningen. Het schip is van het Shelterdektype met zijtanks en gebouwd onder klasse Lloyds Register. De hoofdafmetingen zijn 61.80 (57.—) x 9.40 x 3.30—5.30 m. De „Da Capo" zal worden voorzien van een 600 PK Werkspoordieselmotor en van tal van technische snufjes, zoals een echolood-installatie, een telescoopkompas, hydraulische stuurinrichting en dito laadlieren. De laadbalken zijn rolbaar waardoor de tijd tot klaren tot een minimum wordt beperkt. Op de vrijgekomen werf wordt de kiel gelegd voor een 725 ton grote coaster voor Rotterdamse rekening.

1948-12-08: NvhN 09-12-1948: Groninger kustvaart in Zuid-Amerika. (Speciale correspondentie) Toen gisteravond tegen half zes de nieuwe Groninger kustvaarder „DA CAPO" aan de kade van Delfzijl aanlegde, na een geslaagde proefvaart, had de Groninger kustvaart het begin gemaakt met een nieuwe periode in haar glorierijke geschiedenis. Immers, dit nieuwe schip zal binnenkort naar Zuid-Amerika vertrekken om daar als eerste de kustvaart te gaan uitoefenen. Onze coasters zijn in het Westelijk halfrond bekend en beroemd, maar, hoewel er ook reeds enige gebouwd zijn voor Indonesië, naar Amerika waren ze, althans met een opzet als deze, nog niet geweest. De kapitein, de heer F. v. d. Laan uit Groningen, zal nu echter als eerste die stap wagen, zij het in opdracht van Nievelt Goudriaan. Dit laatste neemt echter weer niet weg, dat het de Groninger scheepsbouw is, welke de boot daarvoor heeft gebouwd. In Februari van dit jaar is n.l. op de werven van N.V. Scheepswerf Waterhuizen J. Pattje, de kiel gelegd en thans heeft het schip met goed gevolg de proefvaart op de Eems afgelegd. De betekenis daarvan wordt wel het beste weergegeven door de woorden van kapitein v. d. Laan bij de overneming: „Tot tevredenheid neem ik dit schip nu over, hoop dat het een behouden vaart mag hebben, dat het veel geld mag verdienen en onze deviezenpot zal versterken." Vooral dat laatste mag niet worden onderschat, want het is, zoals de heer J. J. Pattje ons zei: „de kustvaart brengt deviezen op als zuivere winst, want het product, het schip, blijft behouden, terwijl er bij export alleen sprake is van ruiling." Welnu, die deviezen zal de „Da Capo" nu gaan verdienen in dollarland zelf en een ieder weet wat dit voor ons berooide vaderland beduidt. De naam van het schip doet niet Gronings aan, maar spruit voort uit de muziek: Da Capo, nieuw begin, en doelt op het feit, dat de heer v. d. Laan, die in de oorlog zijn boot kwijt geraakt is, opnieuw aanvangt. Over zijn nieuwe home was Da Capo zal binnenkort vertrekken hij zeer tevreden en terecht, want de „Da Capo" is een mooi schip, voorzien van zoveel mogelijk comfort voor de opvarenden, ruime hutten, warm en koud stromend water, frisse betimmeringen en gezellige interieuren. Het is 62 meter lang, 9.44 meter breed, 3.30/5.30 hol, heeft een draagvermogen van 800 ton dead wëtght, 499 registerton en 160 netto. Het is de tweede coaster van het shelterdeck-type met zijtanks volgens patent Merhottein en een ballastcapaciteit van 315 ton. De „Da Capo" is voorzien van vier laadbomen, 4 laadlieren, hydraulische kaapstanders, -ankerlier en -stuurmachine en heeft een voortstuwing van 600 p.k. Werkspoormotoren met in de machinekamer nog 2 Listermotoren van 350 p.k. en een 8 p.k. havenagregaat. Ze is geheel voorzien van electrisch licht, centrale verwarming, alsmede enkele andere snufjes. Kortom, het is een coaster, op de meest moderne wijze ingericht en een pracht staal van het kunnen der Groninger scheepsbouwers. Pattje's werven mogen daarop trots zijn. Het is voor bouwer, zowel als voor eigenaar ongetwijfeld een mooi moment geweest, toen midden op de Eems, onder daverend lawaai van de scheepsfluit de zuster van de eigenaar de werfvlag naar beneden kon halen en mevr. v. d. Laan daarna de F. v. d. L.-vlag kon hijsen. Met een toespraak heeft daarna de heer J. J. Pattje het schip overgedragen, waarna van alle kanten felicitaties volgden. Ook van de zijde der bemanning, welke in „stuur" Westers haar woordvoerder had. Even dreigde er stagnatie, toen de wimpel niet los wilde, maar in een „wip" was bootsman Age naar boven om dat zaakje in orde te brengen, waarvoor hij terecht met een luid applaus beloond werd. Met een glas goede wijn van de heer Faber uit Hoogezand, die de vele gasten aan boord uitstekend verzorgd heeft, werd de plechtigheid, welke ook een hulde betekende voor oud-kapitein Nooitgedacht, besloten.

1949-02-12: Onderweg met een lading cement in zakken van Malmo naar Lagos (Nigeria), bij Laaland op een magnetische mijn gelopen. De schade werd in Rotterdam hersteld.
Het Vrije Volk 16-02-1949: De mijn ontplofte, Da Capo ontsnapte. Op de kustvaarder Da Capo, die Dinsdagavond in Rotterdam arriveerde, had men een onaangenaam avontuur beleefd. Zondag, toen het schip van Malmö was vertrokken, werd men in de Oostzee opgeschrikt door een heftige ontploffing achter het schip. De explosie veroorzaakte een ravage in de hutten en ook in de machinekamer. De Da Capo had een mijn, die zich niet aan de mijnenvelden had gehouden, tot ontploffing gebracht. Geen lid van de bemanning werd echter gewond. Op halve kracht varend kon het schip zijn reis voortzetten. Zodra het gelost is, zal het ter reparatie naar de werf gaan. Men vermoedt, dat de schroefas ontzet is.
NvhN 16-02-1949: „Da Capo” liep op een mijn. Doch kon verder varen. (Van een bijzondere correspondent) De Da Capo, het mooie motorschip, dat nog maar zo kort geleden werd gebouwd op de werf Pattje te Waterhuizen, is er op haar zesde reis niet zonder kleerscheuren afgekomen. De „Witte Zwaan van de Oostzee", welke erenaam heer wegens de smetteloze witte kleur en sierlijke lijn is geschonken door de loodsen van het Kielerkanaal, heeft verleden week Zaterdag in de buurt van Holtenau enige kneuzingen opgelopen tengevolge van een ontploffing buitenboord. Verondersteld wordt, dat een mijn de schuldige is geweest. Het schip, dat een laadvermogen heeft van 780 ton, had een volle lading cement ingenomen te Limhamn bij Malmö en was op weg naar Lagos in Nigeria, via Rotterdam, om daar o.a. te provianderen. De reis scheen een normaal verloop te hebben. Het schip met zijn hydraulische stuurinrichting luisterde nauwkeurig en toen de avond was gevallen, yas men de ingang van het Kaiser Wilhelmkanaal al tot op minder dan een dag varen genaderd. Om half twaalf dreunde plotseling een zware schok door de „Da Capo." Tegelijkertijd sloeg het grootste gedeelte van het electrisch licht uit. Kapitein Van der Laan, die enige jaren geleden zijn schip Aegir door oorlogshandelingen verloor, beheerste zich volkomen. Op het moment van de ontploffing was hij zelf op de brug. Zijn rustige houding had een kalmerende uitwerking op de overige twaalf koppen van de bemanning. Zij pakten stevig aan om de wanorde te herstellen, de machinisten, die allen in de motorkamer waren omdat het wisselen van de wacht naderde, niet het minst. Allen zetten zich aan het werk om de schade aan enige machine- onderdelen te herstellen. De duisternis bemoeilijkte weliswaar het voorlopige onderzoek hiernaar, maar spoedig bleek, dat de reis op eigen kracht kon worden vervolgd. Het schip scheen namelijk geen water te maken en de hoofdmotor deed nog zijn werk. Op de brug, in de hutten en aan dek was nogal wat ravage aangericht. Een reddingsboot was uit de kamelen geslagen, de kompassen lagen om, de verwarmingsleiding was kapot, de sanitaire leiding bleek defect, en verder waren er heel wat scherven van kapotte ruiten en serviesgoed. Geen enkele fan in de hutten bleek op zijn plaats, want die werden door de korte, felle stoot losgerukt. Gelukkig liep niemand van de bemanning letsel op. Alleen de roerganger had de onaangename sensatie tegen zijn wil te worden opgelicht — een forse tik van zijn hoofd tegen het plafond van het stuurhuis was het enige gevolg. Degenen, die in hun kooi lagen werden even opgelicht en schrokken wakker, behalve een tweetal, dat — hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt — rustig bleef doorslapen. Toen het daglicht weer doorbrak bleek ,zelfs de knop van de achtermast spoorloos te zijn verdwenen. Na 16 uren varen bereikte de Da Capo met verminderde vaart Holtenau, waar zij een certificaat van zeewaardigheid ontving. Zo kwam het schip gistermiddag te Rotterdam aan, waar het meerde aan de Parkkade. Vandaag is het in dok gegaan voor een nader onderzoek van de schade. Na de reparatie wordt de reis vervolgd naar Lagos, hetgeen tevens een afscheid voor een lange tijd van het Vaderland betekent. De Da Capo vaart n.l. in charter voor Van Nievelt, Goudriaan & Co., te Rotterdam, die haar heeft bestemd voor de vaart langs de Oostkust van Zuid-Amerika. Waarschijnlijk zal dit moderne vaartuig, dat na de Rijnhaven het tweede schip is, dat zijtanks volgens het systeem Merhottein in plaats van een dubbele bodem heeft, daar evenveel bewondering wekken als toen het voor het eerst in Polen aankwam.
Bijvoegsel tot de Nederlandse Staatscourant van Donderdag 9 Juni 1949, no. 110. Uitspraak voor de Raad van de Scheepvaart: No: 150. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake de ontploffing nabij het achterschip van het motorschip ,,Da Capo", terwijl het varende was beoosten Laaland. Betrokkene: F. v. d. Laan, kapitein. Op 12 Februari 1949 heeft, terwijl het motorschip „Da Capo", op reis van Limhavn naar Lagos, varende was beoosten Laaland, bij route boei no. 14, in de nabijheid van 54 44.8' N.B., 12 39.3' O.L.. een hevige ontploffing nabij het achterschip plaats gehad, waardoor schade aan dek en in de motorkamer werd aangericht. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze ontploffing. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zittingen van 31 Maart en 8 April 1949 in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein, de motordrijver en de uitkijk, zomede van het scheepsdagboek, en hoorde 31 Maart 1949 als getuige de kapitein F. v. d. Laan. Deze werd niet de eed afgenomen, omdat het mogelijk was, dat hij als betrokkene zou worden gehoord. De door de kapitein gebruikte Duitse zeekaart no. 40 was ter tafel. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken. Het motorschip „Da Capo" is een Nederlands schip, toebehorende aan de kapitein F. van der Laan, te Groningen. Het meet 499 bruto registerton en wordt voortbewogen door een 600 pk 6 cylinder Werkspoormotor. Op 12 Februari 1949, te 16 uur, vertrok de ,,Da Capo", bemand met 14 personen, beladen met 700 ton cement in zakken, van Limhavn in de Sont, bestemd voor Lagos (West-Afrika). De diepgang was voor 2,80, achter 3,40 m. Te 17.15 uur werd Kalkgrundet vuurschip gepasseerd en te 17.50 uur Drogden. Hier werd de log uitgevierd bij stand 3. Te 19.28 uur werd bij logstand 17 boei 8 gepasseerd. Nu werd gestuurd 158' r.w., tot te 19.44 uur bij logstand 21 boei 7 werd gepasseerd, en daarna 140 r.w. tot boei 5, die bij logaanwijzing 34 te 21.04 uur werd voorbijgevaren. Van hier werd gestuurd 193 en toen te 22.53 uur boei 3 dichtbij aan bakboord was gepasseerd (log 51), werd de koers 188° r.w., recht naar boei 14. Het was rustig weer met kalme zee. De wind was ZZO, kracht 2, het zicht matig, enigszins heiig. Het schip liep volle kracht, 9½ a 10 mijl. Enkele schepen waren dichtbij aan bakboord gepasseerd. Bij boei 3 waren de volgende boeien nog niet te zien; de afstand tot boei 2 was 2½ mijl, die van boei 2 tot boei 14, 3¼ mijl. De kapitein had de wacht; behalve de roerganger was eveneens een uitkijk op de brug. De kapitein zegt nog gehoord te hebben, dat te voren een Zweeds schip in de route ergens op een mijn was gelopen. Na boei 3 werden geen schepen meer gezien en boei 2 is ook niet waargenomen. Te 23.20 uur vond achter het schip een hevige ontploffing plaats. De kapitein stopte de motor en liet rondpeilen. Het schip maakte geen water, maar weldra bleek het ernstige schade te hebben bekomen. Het standaardkompas was vernield en het stuurkompas was beschadigd, zodat peilen niet mogelijk was. In de motorkamer was ernstige averij ontstaan aan dynamo en hulpmotoren; bovendien waren de luchtvaten losgeslagen. Men zag nu een schip van de kant van boei 3 naderen en toen de „Da Capo" voor de wind was gevallen en dus ongeveer N.W. voorlag, werd te 0.50 uur boei 14 op ongeveer een mijl dwarsop aan stuurboord gezien. Een loding gaf een diepte van 17 meter. De gispositie was 54° 44.8' N.B., 12° 39.3' O.L. De motor werd weer aangezet te 0.52 uur van 13 Februari 1949 en men voer eerst naar boei 14. Van hier werd de reis vervolgd; het stuurkompas bleek vrij goed aan te wijzen. Af en toe moest worden gestopt, omdat de schroefas-gland warm liep. Te Holtenau werd toestemming verkregen de reis te vervolgen en op 15 Februari arriveerde de „Da Capo" te 14.30 uur te Rotterdam. Nadat de kapitein op 31 Maart 1949 was gehoord als getuige, stelde de hoofdinspecteur voor de scheepvaart de Raad voor, het onderzoek ook te doen lopen over de vraag of de ramp te wijten is aan de schuld van de kapitein. De Raad besliste in raadkamer, dat zij meeging met het voorstel van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart. De voorzitter deelde de kapitein de beslissing van de Raad mee. Betrokkene verzocht hierop uitstel van de verdere behandeling. De voorzitter schorste daarop de behandeling tot 8 April 1949. Op deze datum werd het onderzoek voortgezet. Betrokkene was evenwel niet op het daarvoor bepaalde tijdstip verschenen. Tegen hem werd verstek verleend en de zaak buiten zijn tegenwoordigheid voortgezet. Later kwam telegrafisch bericht binnen, dat betrokkene verhinderd was te komen. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart, het woord krijgende, voerde het volgende aan. Aanvankelijk was de navigatie juist en werd van boei op boei gevaren, maar het is onverklaarbaar waarom betrokkene bij nacht en matig zicht vanaf boei 3 188 laat sturen direct naar boei 14. Deze koers liep nog wel binnen de in de Nemedri voor way 32 aangegeven geul, maar het afsteken van de bocht bij boei 2 was daarom nog niet verantwoord. Door stroom of minder goed sturen kan het schip buiten de afgezette koerslijn raken. Hoewel dit niet zeker is, is er grote kans, dat het schip juist de grens van gevaarlijk gebied heeft geraakt. De kapitein heeft verzuimd de adviezen, vermeld op bladzijde 2 van de Nemedri, op te volgen, die inhouden, dat de routes worden aangegeven door de boeien op de lijn midden door deze routes, welke boeien aan bakboord moeten worden gehouden, en dat geen hoeken moeten worden afgesneden, maar rekening moet worden gehouden met verzetting door wind en stromen. Betrokkene heeft bij nacht en matig zicht met een niet gedemagnetiseerd schip de officiële route verlaten en boei 2 niet in zicht gelopen. Toen hij ter hoogte van boei 2 was en deze niet zag, had hij nog de gelegenheid ten anker te gaan en had zich moeten realiseren, dat hij dicht bij gevaarlijk gebied kon zijn. Hij vaart echter door en hoopt boei 14 aan te lopen. Daarna heeft de explosie plaats en na ongeveer anderhalf uur drijven ziet hij boei 14. De peiling er van was niet na te gaan, omdat het kompas niet in orde was. Hij schatte de afstand tot de boei, maar deze kan belangrijk mis zijn geweest. Het schip kan wel bezuiden de boei in gevaarlijk gebied 51 zijn geweest. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart spreekt een woord van lof over de motordrijver C. Boutkan, die ondanks de in de motorkamer aangerichte ravage de motor zo spoedig weer op gang wist te brengen. De hoofdinspecteur meent, dat, al kan niet met zekerheid worden bepaald of het schip buiten de geveegde geul is geweest, de kapitein toch onvoorzichtig heeft genavigeerd. Zulke navigatie wordt een misdraging geacht tegenover de opvarenden. De hoofdinspecteur is van mening dat een disciplinaire straf gewenst is, en stelt de Raad voor, er rekening mee houdend, dat geen persoonlijke ongelukken hebben plaats gehad, te volstaan met het uitspreken van een berisping. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: De schade, die het motorschip „Da Capo" heeft geleden, is waarschijnlijk toe te schrijven aan de druk, veroorzaakt door de ontploffing van een magnetische mijn achter het schip. Over de juiste plaats is verschil van mening mogelijk. Zeker is, dat betrokkene, op weg van Limhavn, na het passeren van Kalkgrundet vuurschip, de door boeien aangegeven vaargeul heeft gevolgd en van boei 3 in een koers van 188° r.w. recht op boei 14 is afgevaren, daarbij boei 2 vrij ver aan bakboorzijde latende. Hij meent voortdurend binnen de twee mijl brede vaargeul te zijn gebleven en geeft nauwkeurig het bestek aan van een punt, waar hij zich binnen de vaargeul, ongeveer anderhalf uur na de ontploffing, heeft bevonden. Gezien de snelheid van het schip sedert het passeren van boei 3, kan men echter tijdens de ontploffing niet verder zijn geweest dan juist bezuiden 54° 45' N.B. Naarmate het schip noordelijker heeft gestaan, is de kans groter, dat het zich buiten de vaargeul heeft bevonden. De nauwkeurige plaats kan niet worden vastgesteld, ook niet in verband met de tijd, die verlopen is tot men, na de ontploffing, boei 14 had bereikt, want het schip heeft gedurende deze ± anderhalf uur eerst rondgedreven en de kompassen waren defect geraakt. Het was van betrokkene onvoorzichtig en onjuist van boei 3 af dadelijk op boei 14 te koersen, al had hij de bedoeling binnen de vaargeul te blijven. Hij had ook boei 4 al niet waargenomen. Boei 2 hij niet gezien. De Nemedri Routeing Instructions geven aan, dat de route wordt gevormd door de lijn der boeien, cïat men geen hoeken moet afsnijden en rekening moet houden met wind en stromen. De koers, die betrokkene heeft genomen bij nacht en matig zicht door heiig weer, terwijl zijn vaartuig niet gedemagnetiseerd was, is verkeerd geweest, ook al zou niet bewezen zijn, dat hij buiten de geul is geraakt. Het was betrokkene bekend, dat in dit gebied nog drijvende en magnetische mijnen voorkwamen, en hij had gehoord, dat er een explosie in de route had plaats gehad. Betrokkene had niet mogen vertrouwen, dat alles wel goed zou gaan, maar vooral bij deze weersomstandigheden de duidelijke route-instructies moeten volgen. Aldus zou het mijngevaar ook in de route zoveel mogelijk zijn beperkt en in elk geval zou deze ontploffing achterwege zijn gebleven. De Raad meent, dat het ongeval mede te wijten is aan zijn schuld en dat de straf van berisping moet worden opgelegd. Mitsdien: Straft de kapitein van het motorschip „Da Capo", Frans van der Laan, geboren 11 December 1906, wonende te Groningen, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heren prof. mr. J. Offerhaus, voorzitter. C. H. Brouwer, G. J. Barendse en L. Meulman, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad. « (Get.) J. Offerhaus; A. Boosman.

1956-04-16: NvhN 17-04-1956: Kustvaarder Da Capo maakte geen water, maar port... Brandweer pompte geurig vocht uit ruim. De brandweer van St. Peter Port, de hoofdstad van het Kanaaleiland Guernsey, heeft gisteren hulp verleend bij het leegpompen van het grootste ruim van het kustvaartuig Da Capo. Men had aan boord van het Groninger schip geen last van water, maar van port, afkomstig uit tien grote vaten, samen zon 2500 liter. De Da Capo (499 ton) van de redereigenaar F. van der Laan te Groningen, was van Oporto via de Kanaaleilanden onderweg naar Antwerpen en Rotterdam met een lading stukgoederen, waaronder port en hout. Voor de Portugese kust raakte het schip verzeild in een storm, waarbij het zó te keer ging, dat tien vaten port openbraken. De bemanning betreurt de noodzaak van het pompen. Men heeft de port geproefd en erg lekker gevonden.

1956-11-00: Onderweg naar Casablanca met lading aardappelen, is in de Golf van Biscaje de schroefas vast gelopen. Door het m.s 'Daje Bohmer' naar Bilbao gesleept voor reparatie.
De Volkskrant 14-11-1950: Groninger kustvaarder in moeilijkheden. Groningen,13 Nov. - De Groninger kustvaarder “Da Capo" is in de Golf van Biscaye in moeilijk- heden geraakt. De schroef van het schip is vastgelopen. Als de wind naar het Noorden draait bestaat er gevaar voor stranden.
NvhN 14-11-1950: De Da Capo in moeilijkheden. In Golf van Biscaye liep schroef vast. De Groninger kustvaarder Da Capo verkeert op het ogenblik in moeilijkheden in de Golf van Biscaye. De schroef van dit schip is nl. vastgelopen. Wanneer de wind naar het Noorden draait is het gevaar niet denkbeeldig dat het schip strandt. De Da Capo vaart, met kapitein/eigenaar F. van der Laan uit Groningen, van Loctudy (Fr.) naar Casablanca met een lading aardappelen en graan aan boord. De bemanning van het 499 brutoregisterton metende schip bestaat uit elf personen. De kustvaarder is in 1948 op de scheepswerf Partje te Waterhuizen gebouwd. De Da Capo vaart in „Bareboat Charter" voor de fa. Goudriaan te Rotterdam en is op beurspolis verzekerd. Kapitein Van der Laan heeft gevraagd of Nederlandse sleepboten in de buurt zijn schip eventueel assistentie kunnen verlenen.
De Volkskrant 15-11-1950: „Da Capo” krijgt hulp. Groningen, 14 Nov. (ANP). — De Groningse kustvaarder „Da Capo", die gisteren in de Golf van Biscaye in moeilijkheden kwam, krijgt thans hulp van de Amsterdamse „Daje Bohmer". Dit schip heeft de „Da Capo" hedenavond laat bereikt. Tot dusver is de „Da Capo" niet gestrand, maar gevreesd wordt dat dit niet te vermijden zal zijn.
NvhN 17-11-1950: Da Capo en Daje Böhmer in Bilbao. De Groninger kustvaarder Da Capo is gisteren door de Amsterdamse kustvaarder Daje Böhmer de haven van Bilbao binnengesleept. Toen de beide schepen de haven naderden, raakte de sleepkabel verward in de schroef van de Daje Böhmer. Na enige uren kon men de kabel verwijderen. Vanavond zal laatstgenoemd schip naar Amsterdam vertrekken.
Het Parool 27-11-1950: De „Daje Böhmer” klaarde het. Hulp bij vliegende storm in Golf van Biscaje. (Van een onzer verslaggevers) De „Daje Böhmer". een negenhonderd tons-scheepje, dat zojuist in de Amsterdamse haven is teruggekeerd, heeft onder de Spaanse kust een hachelijk avontuur beleefd toen het bij vliegend stormweer een ander Nederlands schip te hulp wilde komen. ,De „Daje Böhmer" is het eigendom v/n de Rotterdamse rederes mevrouw Eröhmer, maar vaart in charter voor de KNSM. Het schip had in Leixoes (Portugal) stukgoed geladen als kurk en wijn en was op weg naar Bilbao. Op 14 November 's nachts twaalf uur kreeg men radio-contact met de „Da Capo", een kustvaarder van rederij Van der Laan. De kapitein van de „Da Capo" liet weten, dat hij in moeilijkheden was. De schroefas was vastgelopen en het schip dreef od twintig mijl van Estaca Point. De „Daje Böhmer" zat op dat ogenblik ruim tweehonderd mijl van het bedreigde schin af. dat machteloos ronddreef. Met sterk verhoogde snelheid zette kanitem Kornelis Drent koers in de richting van de „Da Capo". Het was geen plezierreisje in de golf van Biscaje daar het schip door de hoge deining en de opgevoerde snelheid afwisselend zwaar stamote en slingerde. ..Wij maar poken met die kar om er gauw bij te komen", zegt kapitein Drent. Vierentwintig uur later was men er bij. Tros over. Andere boten hadden zich toen ook al gemeld, o.a. de sleepboot „Hudson". De “Da Capo" kon daar echter niet op wachten, het schip lag nog slechts een mijl of tien uit de wal en het gevaar dreigde dat het binnen enkele uren op de stenen te pletter zou slaan. Op de basis „no cure no pay" (geen geld als het niet lukt) werd de hulp van de “Daje Böhmer" aanvaard. De tros ging over, en om vier uur in de morgen kwam men slaags. „Toen was er een moment, dat mijn hart bleef stilstaan", zegt de kapitein van de „Daje Böhmer". „We dreven naar lager wal op zeventig vaam water. Ik had de machine geprobeerd. Er stond een hel van een deining. We lagen dwars en ik wilde het achterschip afdrukken. Laat nou ineens de motor weigeren. En daar lagen in dat beesteweer die twee schepen op een akelige manier naar elkaar toe te kletteren. Ik wist niet waar ik het eerste zijn moest ik was boven en beneden tegelijk". Het is allemaal in orde gekomen, maar niet zonder dat zich eerst nog moeilijkheden met de sleeptros hadden voorgedaan, waarbij tweede stuurman Brands en daarna kapitein Drent zelf met de touwladder buitenboord zijn geweest om de trachten de tros door te snijden. Maar ten slotte kreeg men de „Da Capo" te pakken en sleepte haar veilig de haven van Bilbao binnen. Kapitein Drent is jong, maar vaart toch al zestien jaar, waarvan tien als kapitein. „Maar zo'n gijntje". betoogde hij, „heb ik nog nooit bij de hand gehad, en ik heb er bij kunnen vaststellen dat ik op een goed schip vaar. De „Daje Böhmer" deed het reusachtig. Dat was ook wel nodig!"

1958-12-04: De Telegraaf 04-12-1958: Nederlanders redden 23 schipbreukelingen. Na aanvaring in het kanaal. Den Helder, donderdag. Twee Nederlandse schepen, de “Da Capo” en de “Montferland” van de Kon.Ned.Lloyd hebben gisteren redding gebracht na een aanvaring tussen de Griekse vrachtschip “King Minos” en het Liberiaanse schip “Prodromos” in Het Kanaal. De “Montferland” pikte een sloep met twaalf man van de “Prodromos” op, terwijl de : Da Capo”, die langszij van het schip ging liggen, elf man aan boord nam. De gezagvoerder en twee stuurlieden, evenals de voltallige bemanning van het Griekse schip “King Milos”, bleven aan boord. De aanvaring gebeurde in dikke mist. De Griek; die over bakboord kwam, smeet finaal het achterschip van het Liberiaanse schaip van de romp af. Het schip begon veel water te maken en dreigde reeds direct te zinken. De bemanning ging gedeeltelijk in een sloep, terwijl het overige deel even later overstapte op de Nederlandse kustvaarder “Da Capo”. De “Prodromos” werd later bij Dungeness aan de grond gezet. De “King Milos” is op eigen kracht naar Duinkerken gevaren. De geredden zijn door de reddingsboot van Dungeness over genomen en de “Montferland” en vervolgde haar reis naar Z-Amerika, de geredden aan boord van de “Da Capo” zijn aan boord van de geassisteerde zeeslepers “Tyne” en de “Schelde” aan boord genomen.

1963-01-08: NvhN 08-01-1963: m.s. Da Capo verkocht. De heer F. v. d. Laan te Groningen heeft zijn motorkustvaartuig Da Capo verkocht aan de heren Oldenburg en Braam te Delfzijl, die het schip onder de nieuwe naam Dolores in de vaart zullen brengen. De Da Capo behoort tot het shelterdeck-type en heeft een draagvermogen van ongeveer 790 ton bij 499 bruto reg. ton. Het schip werd in gebouwd bij de N.V. Scheepswerf Waterhuizen, J Pattje, te Waterhuizen en is voorzien van een 600 pk motor.

1963-02-14: Friese koerier 14-02-1963: Vele coasters veranderden van eigenaar. De laatste dagen is een uitverkoop in coasters gehouden. Diverse Nederlandse rederijen hebben hun vaartuigen naar het buitenland verkocht. Er zijn ook schepen, die van binnenlandse reder zijn veranderd. De Da Capo, 800 dw ton, van rederij F. v. d. Laan te Groningen is verkocht aan de heren Oldenburger en Braam te Groningen. De nieuwe naam wordt Dolores. De 925 dw ton metende Bornrif, rederij Hoornsediep te Gasselternijveen, is verkocht aan het scheepvaartbedrijf J. de Winter te Groningen; het vaartuig blijft onder dezelfde naam varen. De Bacarole, 425 dw ton, rederij Klompien te Delfzijl blijft ook in Nederland en is verkocht aan redrij A. J. Verbrugge te Poortugal. De naam blijft hetzelfde. Rederij Kleine Beer te Zaandam heeft de 820 ton metende Kleine Beer naar Malta verkocht en krijgt La Valetta als thuishaven. Het schip is thans eigendom van de Middenlandsezee vrachtvaart en gaat onder de naam La Valetta varen. De bijna duizend ton metende Arak wordt Tria en is door de rederij E. N. A. Scheer te Amsterdam verkocht aan Schepers Rhein-Seeline te Hamburg. De 740 dw ton metende Tromp is door de rederij Noord te Alblasserdam naar Frankrijk verkocht. De nieuwe naam wordt Gascogne, eigenaar Transport Maritime Sud-Ouest te Bordeaux. Rederij Fekkes te Delfzijl heeft de 480 ton metende Rigel verkocht aan rederij E. Jansen te Ost Rauderfehn. (Dld.). Nieuwe naam niet bekend. De Lijnbaansgracht, 680 dw ton gaat naar Jersey en is verkocht door de rederij Spliethoff te Amsterdam aan de Jersey Lines Limited. De naam wordt veranderd in Trevesco. De meeste van deze schepen waren geregelde bezoekers van de Harlinger haven of werden bij de scheepswerf Welgelegen gerepareerd.

1970-00-00: In 1970 opgelegd in Delfzijl. In december 1971 verkocht aan en in begin 1972 gesloopt door Poul Bergsoe & Son te Masnedo. (Denemarken).
NvhN 13-01-1972: Delfzijlster coasters voor sloop verkocht. Drie Delfzijlster kustvaarders zijn voor de sloop verkocht naar Vordingborg (Denemarken). Het zijn de motorschepen Diet en Dolores van de rederij H. Oldenburger en Braam en het motorschip Meta van de rederij H. Oldenburger en A. Bekkema. De Meta en de Dolores zijn inmiddels door de Deense sleepboot Frigga naar Vordingborg overgebracht en de Diet is op eigen kracht naar Denemarken vertrokken. De Diet heeft een draagvermogen van 525 ton en behoort tot het raisedquarterdektype. Het schip, dat eerder gevaren heeft onder de namen Leo-S en Franka, werd in 1940 gebouwd bij de NV Scheepswerf Waterhuizen, J. Pattje, te Waterhuizen. Het is voorzien van een 300 pk Industrie-dieselmotor. De Dolores (ex m.s. Da Capo) werd in 1948 eveneens bij deze werf gebouwd en heeft een draagvermogen van 750 ton. Dit schip behoort tot het shelterdek-type en is voorzien van een 600 pk Werkspoor-dieselmotor.De Meta (ex m.s. Grunda en ex Amigo) werd in 1934 gebouwd bij de NV Scheepswerf Gebr. Sander te Delfzijl en behoort tot het gladdektype. Het schip heeft een draagvermogen van 415 ton en het is voorzien van een 200 pk Brons-dieselmotor.

Ship Masters Data

Images


Description: De Da Capo bij de te water lating
Image type: Photo

Description: Da Capo 1948 on the day of delivery 08.12.1948
Image type: Photo

Description: 'Da Capo' (bj 1948)
Image type: Photo

Description: 'Da Capo' at Jersey
Image type: Photo

Description: 'Da Capo'
Image type: Photo

Description: 'Dolores' 1948 (ex 'Da Capo')
Image type: Photo

Description: 'Dolores' (ex 'Da Capo')
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

 

NNO 160249
DA CAPO liep op een mijn - Doch kon verder varen.
(Van een bijzondere correspondent) De DA CAPO, het mooie motorschip, dat nog maar zo kort geleden werd gebouwd op de werf Pattje te Waterhuizen, is er op haar zesde reis niet zonder kleerscheuren afgekomen. De „Witte Zwaan van de Oostzee", welke erenaam haar wegens de smetteloze witte kleur en sierlijke lijn is geschonken door de loodsen van het Kielerkanaal, heeft verleden week zaterdag in de buurt van Holtenau enige kneuzingen opgelopen ten gevolge van een ontploffing buitenboord. Verondersteld wordt, dat een mijn de schuldige is geweest. Het schip, dat een laadvermogen heeft van 780 ton, had een volle lading cement ingenomen te Limhamn bij Malmö en was op weg naar Lagos in Nigeria, via Rotterdam, om daar o.a. te provianderen. De reis scheen een normaal verloop te hebben. Het schip met zijn hydraulische stuurinrichting luisterde nauwkeurig en toen de avond was gevallen, was men de ingang van het Kaiser Wilhelmkanaal al tot op minder dan een dag varen genaderd. Om half twaalf dreunde plotseling een zware schok door de DA CAPO. Tegelijkertijd sloeg het grootste gedeelte van het elektrisch licht uit. Kapitein Van der Laan, die enige jaren geleden zijn schip AEGIR door oorlogshandelingen verloor, beheerste zich volkomen. Op het moment van de ontploffing was hij zelf op de brug. Zijn rustige houding had een kalmerende uitwerking op de overige twaalf koppen van de bemanning. Zij pakten stevig aan om de wanorde te herstellen, de machinisten, die allen in de motorkamer waren omdat het wisselen van de wacht naderde, niet het minst. Allen zetten zich aan het werk om de schade aan enige machineonderdelen te herstellen. De duisternis bemoeilijkte weliswaar het voorlopige onderzoek hiernaar, maar spoedig bleek, dat de reis op eigen kracht kon worden vervolgd. Het schip scheen namelijk geen water te maken en de hoofdmotor deed nog zijn werk. Op de brug, in de hutten en aan dek was nogal wat ravage aangericht. Een reddingsboot was uit de kamelen geslagen, de kompassen lagen om, de verwarmingsleiding was kapot, de sanitaire leiding bleek defect, en verder waren er heel wat scherven van kapotte ruiten en serviesgoed. Geen enkele fan in de hutten bleek op zijn plaats, want die werden door de korte, felle stoot losgerukt. Gelukkig liep niemand van de bemanning letsel op. Alleen de roerganger had de onaangename sensatie tegen zijn wil te worden opgelicht — een forse tik van zijn hoofd tegen het plafond Van het stuurhuis was het enige gevolg. Degenen, die in hun kooi lagen werden even opgelicht en schrokken wakker, behalve een tweetal, dat — hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt — rustig bleef doorslapen. Toen het daglicht weer doorbrak bleek zelfs de knop van de achtermast spoorloos te zijn verdwenen. Na 16 uren varen bereikte de DA CAPO met verminderde vaart Holtenau, waar zij een certificaat van zeewaardigheid ontving. Zo kwam het schip gistermiddag te Rotterdam aan, waar het meerde aan de Parkkade. Vandaag is het in dok gegaan voor een nader onderzoek van de schade. Na de reparatie wordt de reis vervolgd naar Lagos, hetgeen tevens een afscheid voor een lange tijd van het Vaderland betekent. De DA CAPO vaart n.l. in charter voor Van Nievelt, Goudriaan & Co., te Rotterdam, die haar heeft bestemd voor de vaart langs de Oostkust van Zuid-Amerika. Waarschijnlijk zal dit moderne vaartuig, dat na de Rijnhaven het tweede schip is, dat zijtanks volgens het systeem Merhottein in plaats van een dubbele bodem heeft, daar evenveel bewondering wekken als toen het voor het eerst in Polen aankwam.