Name ship: DEO DUCE

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1937
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5387245
Nat. Official Number: 1811 Z GRON 1937
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: Two masts
Rig: 2 derricks, 2 winches
Lift Capacity: 2 ton each
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: D. & Joh. Boot N.V., Scheepsbouwwerf 'De Vooruitgang', Alphen aan den Rijn, Netherlands
Yardnumber: 1101
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1937-09-11
Technical Data

Engine Manufacturer: D. & Joh. Boot N.V., Motorenfabriek 'De Industrie', Alphen aan den Rijn, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 300
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Industrie nr. 3090 Type (280x400)
Speed in knots: 9.50
Number of screws:
 
Gross Tonnage: 346.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 170.00 Net tonnage
Deadweight: 386.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 27000 Cubic Feet
Bale: 26500 Cubic Feet
 
Length 1: 47.50 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 45.19 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.83 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.16 Meters Depth, moulded
Draught: 2.68 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1937-09-15 DEO DUCE
Manager: Schellen Scheepvaart en Bevrachting N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Johannes Boll, Winsum, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Winsum / Netherlands
Callsign: PDOY
Additional info:

Date/Name Ship 1955-09-06 WEGA
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Willem Salomons Kzn., Amsterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PINK
Additional info:

Date/Name Ship 1956-12-01 WEGA
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: N.V. Express en Mello Wedema, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PINK
Additional info: Elk 1/2 deel.

Date/Name Ship 1961-10-23 WEGA
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Mello Wedema, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PINK
Additional info:

Ship Events Data

1937-02-16: De Telegraaf 16-02-1937: Scheepswerf „De Vooruitgang” wordt weer in bedrijf gesteld. (Van onzen correspondent.) Alphen a/d Rijn. 16 Febr. De scheepswerf "De Vooruitgang" waar al geruimen tijd niet meer werd gewerkt zal binnenkort wederom in gebruik worden gesteld. De "Vooruitgang" is een van de beide scheepswerven welke toebehooren aan de firma D. en Joh. Boot. De laatste jaren was de slapte in de scheepsbouwnijverheid van dien aard, dat al het werk gemakkelijk op één werf kon worden afgedaan, doch thans ontvang de firma opdracht tot den bouw van een motorkustboot van 400 ton voor rekening van de heer J. Boll te Winsum. Dit werk maakt het noodzakelijk, dat ook de werf "De Vooruitgang" thans weer in bedrijf wordt gesteld.

1937-09-11: NvhN 16-09-1937: Proefvaart „DEO-DUCE”. Op het IJsselmeer vond Zaterdag de in alle opzichten uitstekend geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe motorkustschip „Deo-Duce", gebouwd door D. en Joh. Boot N.V., Scheepswerf „De Vooruitgang" te Alphen a. d. Rijn, voor rekening van kapt. J. Boll te Winsum. Over de ruimlengte heeft het schip een dubbele bodem uitsluitend voor waterballast, voor en achter een ballasttank, totale ballastcapaciteit 120 ton, waardoor onder vrijwel alle omstandigheden het schip als uiterst zeewaardig kan worden beschouwd. In de motorkamer is voor voortstuwing geplaatst een 6 cyl. 300 P.K. compressorlooze „Industrie" Dieselmotor, met 300 toeren. Voor aandrijving der hulpwerktuigen dient een 10 en 30 P.K. stationaire Dieselmotor. De afmetingen van het schip zijn 46 x 7.86 x 2.68 meter.

1937-09-16: Op 16-09-1937 als DEO DUCE, zijnde een motorvrachtschip, groot 981.21 m3, liggende te Amsterdam, door E. Konijn, scheepsmeter te Amsterdam, ten verzoeke van Johannes Boll te Winsum, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1811 Z GRON 1937 op het achterschip aan S.B. zijde achterkant kombuis.

1938-11-12: Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Dinsdag 12 September 1939, no. 178. No.121. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de klacht van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart tegen Johannes Boll, kapitein van hei motorschip Deo Duce, wegens overtreding van bepalingen, voorgeschreven bij artikel 9, sub 2 en 3, der Schepenwet. Op 13 April 1939 is door den inspecteur-generaal voor de scheepvaart bij den Raad voor de Scheepvaart een klacht ingediend van den volgenden inhoud: ,,De inspecteur-generaal voor de scheepvaart; verwijzende naar het hierbijgaande proces-verbaal; overwegende, dat daaruit blijkt, dat kapitein Johannes Boll op den 12den November 1938 met zijn motorschip Deo Duce op de Waal in aanvaring is gekomen met een gesleepte kast; overwegende, dat de kapitein, voornoemd, na te Zaltbommel te zijn binnen geweest, den 14den November 1938 de reis heeft vervolgd, zonder de scheepvaartinspectie met de aanvaring in kennis te stellen, hetgeen een overtreding is van artikel 9, lid 2, van de Schepenwet; overwegende, dat de tijdens de reis opgeloopen schade niet is gerepareerd, hetgeen een overtreding is van artikel 9, sub 3, van genoemde wet; overwegende, dat bovenstaande feiten een misdraging opleveren jegens de reederij en de schepielingen; gelet op de artikelen 48 en 49 van de Schepenwet; stelt aan den Raad voor de Scheepvaart voor een onderzoek in te stellen en den kapitein Johannes Boll, voornoemd, te hooren." Een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 49 der Schepenwet, besliste, dat de Raad een onderzoek naar de gegrondheid van voorschreven klacht zou instellen. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 14 Juli 1939 buiten tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart of diens plaatsvervanger, die beiden verhinderd waren de zitting bij te wonen. I)e Raad nam kennis van de stukken van het ten deze door de scheepvaartinspectie ingesteld voorloopig onderzoek en hoorde den kapitein Johannes Boll, voornoemd, als aangeklaagde buiten eede. De voorzitter zette aangeklaagde, na voorlezing van de bij deurwaardersexploot beteekende klacht, de beteekenis daarvan uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Aangeklaagde verklaarde: dat hij op 12 November 1938 met het hem in eigendom toebehoorende motorschip Deo Duce, metende 346,37 brutoregisterton, roepnaam P D O Y, de Waal afvarende met bestemming Koningsbergen, tijdens het oploopen en voorbijvaren van een sleep, met een der lichters in aanvaring is gekomen; dat hij te Zaltbommel is binnengeloopen, waar de schade bleek te bestaan uit eenige kleine deuken aan s.b.-achterschip, terwijl het hekwerk daar ter plaatse was vernield en ook de reddingboot aan stuurboord was gedeukt, omdat de lichter daar met het anker tegenaan was gebotst; dat een gebroken patrijspoort terstond is afgeblind, terwijl toen ook het hekwerk is gerepareerd; dat hij met een expert van de verzekering „Oranje", die reeds te Tiel was gewaarschuwd, alles te Zaltbommel op Zaterdagmiddag heeft nagegaan, welke deskundige de meening uitsprak, dat het schip voldoende zeewaardig was om de reis te vervolgen; dat hij achteraf moet toegeven, dat hij ook een der ambtenaren van de scheepvaartinspectie had moeten waarschuwen en hierin is te kort geschoten; dat echter de davits van de beschadigde s.b.-reddingboot volkomen in orde waren, terwijl hij nog een tweede reddingboot en een werkboot aan boord had, al welke booten elk de geheele, uit zes personen bestaande, bemanning konden bevatten; dat hij dan ook niet kan toegeven het sub 3 van artikel 9 voorgeschrevene te hebben verwaarloosd, daar de aldaar gestelde voorwaarde „voor zoover dit noodzakelijk is om de veiligheid van het schip en van de opvarenden te verzekeren" niet aanwezig was, daar het schip volkomen zeewaardig was; dat hij eerst nog vier reizen van de Rijn naar Koningsbergen heeft gemaakt en het schip daarna op de werf te Zaltbommel afdoende is gerepareerd. De Raad is van oordeel, dat het eerste onderdeel der klacht gegrond is. De aangeklaagde heeft dit volmondig toegegeven en erkend daarin te zijn te kort geschoten. In het bijzonder zag hij in, dat het oordeel van den verzekeraar ten deze niet afdoet. Alleen de scheepvaartinspectie heeft te beoordeelen of de reis kan worden voortgezet. Wat het tweede onderdeel betreft, daarvan is de gegrondheid niet komen vast te staan.Vooreerst heeft de aangeklaagde ten deele wèl de schade laten repareeren, daar een gebroken patrijspoort met een plaat is afgedekt, terwijl het hekwerk is hersteld. Aldus de verklaring van aangeklaagde, welke de Raad, nu het tegendeel niet is gesteld of gebleken, als waar meent te mogen aannemen. Ook de verklaring, dat de overige schade, welke eerst na vier reizen is hersteld, de veiligheid van schip en opvarenden niet raakte, komt den Raad aannemelijk voor en neemt de Raad, nu van het tegendeel niet is gebleken, in deze zaak als vaststaande aan. Het tweede onderdeel der klacht acht de Raad dus niet gegrond. Voor zoover de klacht gegrond is, meent de Raad thans met een berisping te kunnen volstaan. Mitsdien: Verklaart de klacht in haar eerste onderdeel gegrond en in haar tweede onderdeel ongegrond; Straft den aangeklaagde Johannes Boll, geboren 24 November 1902, wonende te Winsum, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, eersteplaatsvervangend-voorzitter, A. L. Boeser en J. N. Egmond, leden, G. Mulder, buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 1 September 1939. (get.) B. M. Taverne H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1940-01-11: Rotterdamsch nieuwsblad 16-01-1940: Deo Duce. Kalmar. 11 Jan. Het Ned. motorschip Deo Duce heeft bij Kalmarsund aan den grond gezeten. Het schip kreeg roer- en schroefschade, welke na lossing der lading, alhier, zal worden hersteld.

1940-05-00: Het schip lag in Zweden en werd daar opgelegd.

1948-02-16: Het Vrije Volk 16-02-1948: Engels schip loopt op Duitse coaster. Op dezelfde plaats waar verleden week Maandag het Deense schip Lotte Skou verging, ten noorden van IJmuiden, is Zaterdagavond het Engelse vrachtschip Beekenham tijdens een dikke mist recht ingevaren op een Duits kustvaartig, de Methan. Het Engelse schip liep lichte schade op, die op zee, voorlopig werd hersteld. De reis naar Hamburg werd op eigen kracht voortgezet. De Methan kreeg in de boeg een gat van vier bij twee meter. Het vaartuig werd door de Nederlandse kustvaarder Deo Duce op sleeptouw genomen en onder begeleiding van de ter-assistentie uitgevaren reddingboot Neeltje-Jacoba naar IJmuiden gebracht.

1970-07-28: De Telegraaf 28-07-1970: Britse havenindustrie doel concessie. Van onze correspondent Brussel, dinsdag Er komt eindelijk beweging in Engelands verstilde havenfront. Dertien dagen nadat 47.000 havenarbeiders in staking waren gegaan, hebben de werknemers de eerste concessie gedaan. Zij maakten gisteren bekend het vredesplan te aanvaarden, dat na een onderzoek van een week door een speciaal hof is opgesteld. c.r bestaat een redelijke kans dat het plan ook aanvaardbaar is voor de vakbonden. Vakbondsleider Jack Jones noemde het voorstel van het hof „een grote stap vooruit". Het plan geeft de havenarbeider in totaal een loonsverhoging van ƒ 22.- per week. Dit zal de havenindustrie in Engeland ƒ 40.- miljoen per jaar kosten. Desondanks hebben de havenautoriteiten beloofd de voorstellen al volgende week maandag van kracht te laten worden. In het rapport wordt een verhoging van het basisloon van ƒ 95,- tot ƒ 172,-, zoals de havenarbeiders hadden geeist, van de hand gewezen. In plaats daarvan zouden alle arbeiders een loonsverhoging moeten krijgen, meer vakantiegeld en meer betaling voor overwerk. Britse havenarbeiders hebben gisteravond op topsnelheid een Nederlands schip gelost om te voorkomen dat het in de haven van Londen zou zinken. Het motorschip Wega, dat met graan op weg was van West-Duitsland naar Engeland moest de haven worden binnengesleept omdat het water maakte. De vakbond gaf de stakers toestemming het schip te lossen wegens gevaar voor zinken van het schip.
NvhN 28-07-1970: Lekke Groninger coaster gelost in Engelse haven. In de haven van King's Lynn in het Engelse graafschap Norfolk zijn stakende havenarbeiders gistermiddag haastig begonnen met het lossen van de Groninger coaster Wega (380 ton d.w.) van reder M. Wedema. Dit omdat de kustvaarder averij had opgelopen waardoor in het ruim lekkage ontstond. Om de omvang van de schade te kunnen opnemen moest de uit 380 ton graan bestaande lading worden gelost. Met dit karwei is ongeveer 24 uur gemoeid. De Wega was op weg van Papenburg in Duitsland naar Engeland. De coaster kon op eigen kracht de haven van King's Lynn binnenvaren.

1971-00-00: Final Fate: Opgelegd in Delfzijl en 23 november 1971 met sloop begonnen bij N.V. Simetas, Hoogezand.

Ship Masters Data

Images


Description: Deo Duce 1937
Image type: Photo

Description: Wega 1937 (ex Deo Duce)
Image type: Photo
Sources