Name ship: DEO GLORIA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1933
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5296991
Nat. Official Number: 1623 Z GRON 1933
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity: 1 x 2 and 1 x 1,5 ton
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerf 'Delfzijl' v/h Gebr. Sander, Delfzijl, Netherlands
Yardnumber: 134
Date Laid Down:
Launch Date: 1933-09-00
Delivery Date: 1933-00-00
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 160
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 1663 Type C/D (270x340)
Speed in knots: 8.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 199.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 99.00 Net tonnage
Deadweight: 272.00 tons deadweight (1016 kg)
Grain: 12891 Cubic Feet
Bale: 12396 Cubic Feet
 
Length 1: 38.25 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 35.67 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.69 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.31 Meters Depth, moulded
Draught: 2.45 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1972-00-00: 1972 omgebouwd tot stenenvisser.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1933-10-00 DEO GLORIA
Manager: Johannes Boll, Winsum, Netherlands
Owner: Johannes Boll, Winsum, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Winsum / Netherlands
Callsign: PDPA
Additional info:

Date/Name Ship 1937-09-16 DEO GLORIA
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Netherlands
Owner: Hinderikus Boll, Winsum, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Winsum / Netherlands
Callsign: PDPA
Additional info: okt. 1953 thuish. Heiloo

Date/Name Ship 1955-11-22 RITORNEL
Manager: Firma J.J. Onnes, Cargadoors-, Scheepvaart- en Bevrachtingsbedrijf, Groningen, Netherlands
Owner: Hendrik Klinkenberg & Hilko, Albert Pieter en Klaas Albert Mietus, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PHBP
Additional info:

Date/Name Ship 1961-01-17 RITORNEL
Manager: Firma J.J. Onnes, Cargadoors-, Scheepvaart- en Bevrachtingsbedrijf, Groningen, Netherlands
Owner: Gebr. Hilko, Klaas Albert & Albert Pieter Mietus, Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PHBP
Additional info:

Date/Name Ship 1965-11-09 PINGUIN
Manager: Willy Koppelmann, Stade, Germany
Owner: Willy Koppelmann, Stade, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Stade / Germany
Callsign: DFVJ
Additional info:

Ship Events Data

1933-09-15: NvhN 15-09-1933: Delfzijl, 14 September. Bij de N. V. Scheepswerf „Delfzijl" v/h. Gebr. Sander te Delfzijl is heden met goed gevolg te water gelaten het stalen motorschip „DEO GLORIA". Dit schip met klasse Bureau Veritas en Scheepvaart-Inspectie groote kustvaart is gebouwd voor rekening van kapt. J. Boll te Hoogkerk. Het heeft afmetingen van 35.50 X 6.65 X 2.60 M. en wordt voorzien van een 160 p.k. Bronsmotor.

1933-10-27: Ze wordt op 27-10-1933 als DEO GLORIA, zijnde een motorvrachtschip, metende 564.11 m3, liggende te Delfzijl, ten verzoeke van Johannes Boll, scheepskapitein te Winsum, door J.H. Kleijn, scheepsmeter te Groningen van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1623 Z GRON 1933 op het achterschip aan stuurboordzijde in het achterschild van de lichtkap van de motorkamer.

1933-10-30: NvhN 31-10-1933: Proefvaart m.s. „DEO GLORIA”. Gisteren heeft met goed gevolg op de Eems te Delfzijl proefgestoomd het nieuwe motorschip "DEO GLORIA" gebouwd bij de N.V. Scheepswerf „Delfzijl" v.h. Gebr. Sander te Delfzijl onder kl. Bureau Veritas en Scheepvaart-Inspectie groote kustvaart, voor rekening van kapt. J. Boll te Winsum. Het schip is uitgerust met voorpiek en dubbele bodem tot het mastdek en heeft de volgende afmetingen: lengte over de stevens 35.50 M., breedte op buitenkant grootspant 6.65 M., holte in de zijde 2.60 M. Het is groot netto 268 M 3. en bruto 564 M 3., met een ruiminhoud van 13890 kub. voet of 52 kub. voet per M 3. Het D. W. bedraagt 260 ton over zee. Voor de voortstuwing is in de motorkamer een 4 tact Brons motor met directe inspuiting opgesteld. Deze motor is in vier cylinder uitvoering met een vermogen van 160 p.k. Verder bevindt zich hier nog een Lister motor van 5 p.k. voor de aandrijving van een compressor, een lensballastpomp en een dynamo. Het schip is voorzien van een stalen Mannesmann mast en twee stalen Mannesmann laadboomen. Op het mastdek is een motordeklier geplaatst, voorzien van een 2 cylinder Lister motor van 10 p.k. Het laad- en losgerei is uitgevoerd en goedgekeurd volgens de voorschriften van de inspectie van havenarbeid. De motordeklier kan eveneens worden gebruikt bij het snelheffen der ankers. v Het schip is zeer modern en uiterst geriefelijk ingericht, terwijl ook de betimmering keurig en smaakvol is verzorgd. Centrale verwarming is aangebracht. Het is voorzien van een Oertz stroomlijnroer en behaalde in ballast een snelheid van ruim 9 1/4 mijl. Na de proefvaart werd het schip met volle tevredenheid door den kapitein overgenomen.

1933-11-10: De Eemsbode 10.11.1933: Het nieuwgebouwde motorschip 'DEO GLORIA', kapitein J. Boll, welk schip maandag j.l. van Delfzijl naar Hamburg vertrok, geladen met eierkolen en cokes, heeft op deze eerste reis de deklading verloren.

1935-11-15: NvhN 16-11-1935: Delfzijl, 15 Nov. Het motorschip Deo Gloria, kapt. Boll, ankerde hier met lichte motorschade op de reede. Het schip was beladen met asphalt op weg van Hamburg met bestemming Duisburg en zette later de reis voort.

1938-11-01: Op 01-11-1938, tijdens de reis van Rendsburg naar Dusseldorp aan de grond gestooten nabij Terschelling.
Algemeen Handelsblad 02-11-1938: „Deo Gloria” binnengesleept. De motorschoener „Deo Gloria", welk schip noodseinen had uitgezonden, is in den afgeloopen nacht door de sleepboot „Holland" veilig de haven van Terschelling binnengebracht.
NvhN 02-11-1938: Groninger motorschoener in nood. Roer gebroken bij Terschelling. Op het eiland Terschelling werden gisteravond noodsignalen waargenomen, afkomstig van een klein schip, dat in den z.g.n. Engelschen Hoek in moeilijkheden verkeerde. Onmiddellijk zijn de reddingboot Brandaris en de sleepboot Holland van de firma Doeksen ter assistentie uitgevaren. Het bleek, dat men te doen had met den motorschoener Deo Gloria uit Winsum. Het vaartuig dreef rond met een gebroken roer. Daar er geen direct gevaar bestond, wenschte de bemanning het schip nog niet te verlaten, doch de sleepboothulp werd aanvaard. De Brandaris bleef voor de veiligheid in de buurt. Er stond een ruwe zee, doch het weer was betrekkelijk kalm en er was helder zicht. Omstreeks twee uur werd de haven van West Terschelling bereikt. De „Brandaris" was reeds om half tien teruggekeerd. De „Deo Gloria", kapitein Boll uit Winsum, had te Demmien (Duitschland) een lading tarwe ingenomen, welke bestemd was voor Dusseldorf. Het roer onder de waterlijn heeft schade opgeloopen, zoodat het schip vermoedelijk niet op eigen kracht de reis kan vervolgen. Het zal eerst gerepareerd moeten worden, anders zal het naar de plaats van bestemming moeten worden gesleept.
De Banier 03-11-1938: De “Deo Gloria” Terschelling binnengesleept. West Terschelling, 2 Nov. — De motorschoener „Deo Gloria" afkomstig uit Winsum, welke gisteravond in de Engelsche Hoek noodsignalen uitzond, is vannacht omstreeks twee uur door een sleepboot van de firma Doeksen de haven van West-Terschelling binnengesleept. De „Deo Gloria", kapitein Boll uit Winsum, had te Demmien (Duitschland) een lading tarwe ingenomen welke bestemd was voor Dusseldorf. Het roer onder de waterlijn heeft schade opgeloopen, zoodat het schip vermoedelijk niet op eigen kracht de reis kan vervolgen. Het zal eerst gerepareerd moeten worden, anders zal het naar de plaats van bestemming moeten worden gesleept.
De Telegraaf 23-06-1939. Kustvaarder kampte met slecht weer. Aan den grond gestooten. Amsterdam, 22 Juni, -De Raad voor de Scheepvaart, voor de eerste maal sinds een drietal maanden werd gepresideerd door prof. mr. Taverne, die ernstig ziek is geweest, doch thans weer geheel is hersteld, heeft vanochtend een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het aan den grond stooten van het bijna 200 bruto-registerton metende motorschip “DEO GLORIA” uit Winsum nabij Terschelling op 1 November van het vorige jaar. Als getuige werd gehoord de kapitein van dit schip, die verklaarde, dat de “Deo Gloria” op weg was van Rendsburg via Terschelling naar Dusseldorp. Toen het schip zich bij Terschelling bevond, kwam er 's avonds plotseling een storm uit Z.Z.W.-richting. Het werd dik van den regen en er waren geen lichten meer te zien, uitgezonderd de lichtboei van het Thomas Smithgat, die op vijf meter afstand werd gepasseerd. Er werd een koers uitgezet, op grond waarvan de kapitein van oordeel was, dat hij het vaarwater volgde, doch reeds na een halfuur bleek dat niet juist te zijn. Want plotseling stootte het schip met hevige kracht tegen den harden zandbodem. Het roer werd naar stuurboord omgeslagen en was niet meer te bewegen, zoodat voor anker moest worden gegaan. Het waren angstige momenten, want de hooge, woeste golven sloegen vootdurend over het dansende schip en omdat er bovendien een sterke ebstroom stond, bestond het gevaar, dat de “Deo Gloria” van het anker zou losslaan en zou stranden. Dat gebeurde gelukkig niet en toen de mist was opgetrokken zag de kapitein, dat hij op den Engelschen Hoek was gestooten. Intusschen waren vuurpijlen afgestoken en werd het verzoek om hulp beantwoord door de reddingsboot van Terschelling en een sleepboot van de firma Doeksen. Aangezien beide vaartuigen ongeveer op hetzelfde moment ter plaatse waren, verleende alleen de sleepboot assistentie. Zij bracht de “Deo Gloria”, die vlot was gebleven, naar Terschelling, waar de schade, die gering bleek te zijn, werd hersteld. De Raad zal later uitspraak doen.
De banier 07-10-1939: Uitspraak voor de Raad van de Scheepvaart. Het aan den grond stooten van de “Deo Gloria". Amsterdam, 6 October. — De Raad voor de Scheepvaart heeft uitspraak gedaan inzake het aan den grond stooten tijdens slecht zicht van het motorschip „Deo Gloria" in het Boomkensdiep bij Terschelling, op 1 November 1938. De raad is van oordeel, dat het stooten van de „Deo Gloria" hieraan moet worden toegeschreven, dat de kapitein, na het passeeren van de boei van het Thomas Smitgat en nadat een zware bui was ingevallen, geen verkenning meer had en het schip meer Westwaarts is uitgezet dan waarop de kapitein had gerekend. De kapitein heeft te veel risico op zich genomen door, toen hij een goede verkenning aan voormelde boei had en de bui was ingevallen, door te gaan. Hij had tusschen twee dingen te kiezen: het schip gaande houden bij de boei, of ankeren. Zoowel het een als het ander was, naar 's raads oordeel, mogelijk en verre te verkiezen boven het doorgaan zonder voldoende verkenning. Er is trouwens in deze zaak nog iets gebleken, dat wijst op een niet voldoende nauwkeurige navigatie van dezen kapitein. Hij verklaarde het deviatiekaartje van zijn kompas nimmer te raadplegen. Dit ter zitting aanwezige, op 12 December 1936 samengesteld kaartje, gaf geringe afwijkingen aan en op Westelijke koersen in het geheel geen afwijking. De kapitein verklaarde, dat hij op iedere reis het kompas verifieerde en de fouten op kladjes noteerde. Deze wijze van navigeeren komt den raad niet gewenscht voor. Dat de gelegenheid om het kompas te verifieeren vaak wordt te baat genomen, is natuurlijk toe te juichen. Maar dit verifieeren zal gewoonlijk slechts enkele koersen betreffen en dan moeten bij verschil met het bestaande deviatiekaartje de nieuw gevonden fouten daarop worden aangeteekend en behoort niet, gelijk de kapitein deed, het bestaan van dat kaartje te worden genegeerd.
Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Dinsdag 17 October 1939, no.203. No.140 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake het aan den grond stooten tijdens slecht zicht van het motorschij) Deo Gloria in het Boonikensdiep bij Terschelling. Op 1 November 1938 heeft het motorschip Deo Gloria tijdens slecht zicht in het Boomkensdiep bij Terschelling aan den grond gestooten en is vervolgens de haven van Terschelling binnengesleept. In overeenstemming met het voorstel van den inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel '29 der Schepenwet, dat de Raad een- onderzoek naar de oorzaak van dit ongeval zou instellen. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 22 Juni 1939 buiten tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart of diens plaatsvervanger, die beiden verhinderd waren de zitting bij te wonen. Be Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie en hoorde als getuige Hinderikus Boll, kapitein van de Deo Gloria ten tijde van het ongeval. Uit diens verklaring en de overige bescheiden is den Raad het volgende gebleken: Het motorschip Deo Gloria is een Nederlandsch vaartuig, metende 199,13 bruto-, 94,74 netto-registerton, roepnaam P B P A, eigendom van den kapitein Hinderikus Boll, voornoemd, en thuisbehoorende te Winsum (Gr.). Het schip is in het jaar 1933 te Delfzijl van staal gebouwd en is uitgerust met een Brons-Dieselmotor van 160 pk. Op 31 October 1938 vertrok de Deo Gloria, die een volle lading gestorte tarwe in had en bemand was met vier personen, van Rendsburg in Duitschland met bestemming Düsseldorf; diepgang vóór 236 cm, achter 240 cm. De route was via Terschelling, IJsselmeer, Amsterdam en verder langs de kanalen en rivieren. Den eersten November bevond het vaartuig zich in de nabijheid van Terschelling en voer het Noordgat in. Omstreeks te 7 uur 's avonds was de lichtboei van het Thomas Smitgat dwars aan bakboord op een afstand van 5 a 10 m.
De kapitein verklaarde: dat toen een zware bui inviel en de volgende lichten door dikte van regen niet meer te zien waren; dat hij den stuurman opdracht gaf Z.W. J Z. per kompas het Boomkensdiep in te sturen; dat hij, rekening houdende met een halve streek drift in verband met den ebstroom, meende aldus Z.W. i Z. magnetisch op te zullen gaan; dat de vaart tot ongeveer halve kracht werd verminderd; dat de kok-matroos aan dek stond uit te kijken, terwijl de matroos het handlood gaande hield en ongeveer om de twee minuten loodde, eerst 6 vadem, daarna 5 vadem; dat het schip hevig slingerde en stampte en de loodingen, ten gevolge van de ruwe zee, niet nauwkeurig konden worden opgenomen; dat, na een half uur steeds in denzelfden koers te hebben gevaren, het schip eensklaps stootte; dat hij dadelijk met den motor volle kracht achteruit werkte om vrij te komen van de gronden; dat het roer daarop naar stuurboord werd geslagen, terwijl de koning 10 cm naar boven kwam; dat hij, nu het roer niet meer was te gebruiken, het anker liet vallen, waarna 3 vadem werd gelood; dat het na ongeveer tien minuten opklaarde en hij constateerde, dat het schip bewesten de lijn vuurtoren Oost Vlieland— roode lichtboei lag en dus op den Engelschen hoek moet hebben gestooten; dat na het geven van noodseinen de reddingboot Brandaris en de sleepboot Holland van de firma Doeksen in de nabijheid kwamen; dat met deze sleepboot verbinding werd tot stand gebracht, waarna zij de Deo Gloria naar de haven van Terschelling heeft gesleept; dat aldaar de schade, behalve dan die van het roer, slechts uit een verbogen kimkiel bleek te bestaan. De stuurman, die na het passeeren van de lichtboei van het Thomas Smitgat het roer bediende, heeft bij het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie nog verklaard, dat het schip voortdurend een neiging had om bakboord uit te gaan. De llaad is van oordeel, dat het stooten van de Deo Gloria hieraan moet worden toegeschreven, dat de kapitein, na het passeeren van de boei van het Thomas Smitgat en nadat een zware bui was ingevallen, geen verkenning meer had en het schip meer westwaarts is uitgezet dan waarop de kapitein had gerekend. De vraag doet zich voor, of de kapitein wel in alle opzichten verstandig heeft gehandeld. Het lood gaf hem, onder de gegeven omstandigheden, niet veel aanwijzing. De kapitein heeft echter te veel risico op zich genomen door, toen hij een goede verkenning aan voormelde boei had en de bui was ingevallen, door te gaan. Hij had tusschen twee dingen te kiezen: het schip gaande houden bij de boei of ankeren. Zoowel het een als het ander was, naar 's Raads oordeel, mogelijk en verre te verkiezen boven het doorgaan zonder voldoende verkenning. Ook al neemt men aan, dat het kompas volkomen in orde was, dan bleef de stroom een voor nauwkeurige berekening niet vatbare factor. Misschatting in dit opzicht levert, zoolang het zicht goed is, geen gevaar op. Thans echter mocht op die schatting niet blind worden vertrouwd. Hoogstwaarschijnlijk heeft de omstandigheid, dat de kapitein dikwijls deze reis maakt, hem parten gespeeld. Er is trouwens in deze zaak nog iets gebleken, dat wijst op een niet voldoende nauwkeurige navigatie van dezen kapitein. Hij verklaarde het deviatiekaartje van zijn kompas nimmer te raadplegen. Dit ter zitting aanwezige, op 12 October 1936 samengestelde kaartje gaf geringe afwijkingen aan en op westelijke koersen in het geheel geen afwijking. De kapitein verklaarde, dat hij op iedere reis het kompas verifieerde en de fouten op kladjes noteerde. Deze wijze van navigeeren komt den Raad niet gewenscht voor. Dat de gelegenheid om het kompas te verifieeren vaak wordt te baat genomen, is natuurlijk toe te juichen. Maar dit verifieeren zal gewoonlijk slechts enkele koersen betreffen en dan moeten bij verschil met het bestaande deviatiekaartje de nieuwgevonden fouten daarop worden aangeteekend en behoort niet, gelijk de kapitein deed, het bestaan van dat kaartje te worden genegeerd. Trouwens, gelijk uit het voorafgaande volgt, al is de gestuurde koers nog zoo zuiver geweest, daarmede is, bij onvoldoend zicht, de invloed van den stroom nog niet nauwkeurig bekend. Daarom was het voor den kapitein niet verantwoord om door te varen, toen de bui was ingevallen. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, eersteplaatsvervangend- voorzitter, J. N. Egmond, lid, J. T. A. J. Bruinsma, plaatsvervangend lid, G. Mulder, buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 6 October 1939. (get.) B. M. Taverne, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1940-05-00: Het schip lag in Zweden en werd daar opgelegd.

1955-01-30: Leeuwarder courant 30-01-1955: Twee kustvaarders vlot. De beide Nederlandse kustvaarders „Erasmus" uit Rotterdam en „Deo Gloria" uit Winsum (Gr.) zijn vlotgekomen. De „Erasmus" was gestrand bij het eiland Fünen (Denemarken), de „Deo Gloria" in de Elbemond. Beide schepen hebben sleepboothulp nodig gehad. Inmiddels is een andere Nederlandse coaster, de 363 ton metende “Confiance" uit Rotterdam, tijdens dichte mist in het Kattegat aan de grond gelopen. De bemanning bleef aan boord van het schip dat slechts lichte schade opliep. Een kleine Deense visserskotter, de Asse- Fu 120 uit Assens op Fünen, wordt vermist. Het scheepje is het laatst gesignaleerd in het Kattegat.

1959-12-14: Het Vrije Volk 14-12-1959: 25.000ste op de Nieuwe Waterweg. Zondag is het Nederlandse m.s.”Ritornel” als 25.000ste schip in 1959 de Nieuwe Waterweg binnengekomen.

1960-01-19: Nieuwsblad van het Noorden 20.01.1960: In de afgelopen nacht is in de monding van de Westerschelde, waar een zware storm dwars over het water joeg, de 199 ton metende Groninger coaster RITORNEL in aanvaring gekomen met een Russische sleep. De sleep bestond uit de sleepboot TARUSSO, die het eveneens Russische schip BUGRINO op sleeptouw had. De Russische sleep liep geen noemenswaardige schade op, maar de RITORNEL werd vanochtend met een volledig ingedrukte boeg de haven van Vlissingen binnengebracht. De RITORNEL was onderweg naar Rochester in Engeland.

1965-11-08: NvhN 08-11-1965: m.s. Ritornel verkocht. Het motorkustvaartuig Ritornel van de rederij H. Mietus e.a. te Delfzijl is verkocht aan de heer W. Koppelmann te Butzfleth bij Stade (Duitsland). Het schip zal onder de nieuwe naam Pingvin in de vaart worden gebracht. De Ritornel werd in 1933 gebouwd bij de N.V. Scheepswerf Delfzijl, Gebr. Sander te Delfzijl en het behoort tot het gladdek-type. Het schip heeft een draagvermogen van ongeveer 270 ton. In de machinekamer staat een 160 pk Brons-dieselmotor opgesteld.

1972-00-00: Verkocht aan Hans F.K. Frederiksen, Nakskov en verbouwd tot zandzuiger/stenenvisser 'Søral'. In 2001 voor Jens Rubæk, Jørgensen in Kopenhagen, thuishaven is Nakskov. In 2003 verkocht aan Chabira Management A/S, Fredericia. In februari 2007 verkocht aan Shallow Shipping B.V., Harlingen en opgelegd te Marstal. In september 2007 op eigen kracht naar Harlingen gevaren. Lag op 12.09.2010 nog in Harlingen.


2014-09-00: Final Fate: 22-09-2014 Informatie van Gerrit Jan Ruijg, Hoorn (NH): De Søral is in 2010 verkocht aan een groep Zeeverkenners uit Goes of Vlissingen. Het bleek allemaal tegen te vallen, en eind 2010 verkocht aan scheepssloper Hoondert, Vlissingen Oost en daar gesloopt, nadat een plan om haar als duikobject in de Oosterschelde te laten zinken door Rijkswaterstaat was afgewezen.


Ship Masters Data

Images


Description: Deo Gloria 1933
Image type: Photo

Description: Deo Gloria 1933
Image type: Photo

Description: Ritornel 1933 ex Deo Gloria
Image type: Photo

Description: de 'Ritornel' met kopschade, na in de nacht van 19 op 20 januari 1960, in de monding van de Westerschelde, in aanvaring te zijn gekomen met een Russische sleep.
Image type: Photo

Description:
Image type: Photo

Description: Pinguin 1933 ex Ritornel ex Deo Gloria
Image type: Photo

Description: Søral 1933 ex Pinguin ex Ritornel ex Deo Gloria in 07-2000 at Aabenraa.
Made By: © Goudriaan, J. (Koos)
Image type: Photo

Description: Søral 1933 ex Pinguin ex Ritornel ex Deo Gloria in 07-2000 at Aabenraa.
Made By: © Goudriaan, J. (Koos)
Image type: Photo

Description: Søral 1933 ex Pinguin ex Ritornel ex Deo Gloria on 27-06-2006 at Velje.
Made By: © Goudriaan, J. (Koos)
Image type: Photo

Description: Søral 1933 ex Pinguin ex Ritornel ex Deo Gloria on 27-06-2006 at Velje.
Made By: © Goudriaan, J. (Koos)
Image type: Photo

Description: Søral 1933 ex Pinguin ex Ritornel ex Deo Gloria on 19.10.2007 at Harlingen.
Made By: © Goudriaan, J. (Koos)
Image type: Photo

Description: Søral 1933 ex Pinguin ex Ritornel ex Deo Gloria on 19.10.2007 at Harlingen.
Made By: © Goudriaan, J. (Koos)
Image type: Photo

Description: Søral 1933 ex Pinguin ex Ritornel ex Deo Gloria on 12-09-2010 at Harlingen
Made By: © Olinga, F.J. (Frits)
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

 

NNO 220639
De DEO GLORIA stootte op de Engelse Hoek. Het schip kampte met slecht weer.
De Raad voor de Scheepvaart, voor de eerste maal sinds een drietal maanden weer gepresideerd door prof. mr. Taverne, die ernstig ziek is geweest, doch thans weer geheel is hersteld, heeft een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het aan de grond stoten van het bijna 200 bruto registerton metende schip DEO GLORIA uit Winsum nabij Terschelling op 1 november van het vorige jaar. Als getuige werd gehoord de kapitein van het schip, die verklaarde, dat de DEO GLORIA op weg was van Rendsburg via Terschelling naar Düsseldorf. Toen het schip zich op 1 november tussen de Uitertonnen van het …..gat bij Terschelling bevond, kwam er plotseling een storm uit ZZW….. Het werd dik van de regen en er waren geen lichten meer te zien, uitgezonderd de lichtboei van het Thomas Smithgat, die op korte afstand werd gepasseerd. Hierna werd een koers uitgezet, op grond waarvan de  kapitein van oordeel was, dat hij het vaarwater volgde, doch reeds na een half uur bleek dat niet juist te zijn. Want plotseling stootte het schip met hevige kracht tegen de harde zandbodem. Het roer werd naar stuurboord omgeslagen en was niet meer te bewegen,  zodat voor anker moest worden gekomen. Het waren angstige momenten, want de hoge woeste golven sloegen voortdurend over het dansende schip en omdat er bovendien een  sterke ebstroom stond, bestond het gevaar, dat de DEO GLORIA van het anker zou losslaan en zou stranden. Dat gebeurde gelukkig niet en toen de mist was opgetrokken zag de kapitein, dat hij op de Engelse Hoek had gestoten. Intussen waren vuurpijlen afgestoken en werd het verzoek om hulp beantwoord door de reddingboot van Terschelling en een sleepboot van de firma Doeksen. Aangezien beide vaartuigen ongeveer op hetzelfde moment ter plaatse waren, verleende alleen de sleepboot assistentie. Zij bracht de DEO GLORIA, die vlot was gebleven, naar Terschelling, waar de schade, die gering bleek te zijn, werd hersteld. De kapitein weet de oorzaak van het stoten aan de storm, die sterker zou zijn geweest, dan hij had verwacht. Hierdoor zou hij uit de koers zijn geraakt. De raad zal later uitspraak doen.