Name ship: DEO GLORIA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1958
Classification Register: American Bureau of Shipping (AB)
IMO number: 5088772
Nat. Official Number: 3582 Z GRON 1957
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Half shelterdeck
Masts: Two masts
Rig: 3 derricks, 3 winches
Lift Capacity: 3 ton each
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerf 'Voorwaarts' v/h. E.J. Hijlkema, Martenshoek, Netherlands
Yardnumber: 174
Date Laid Down:
Launch Date: 1958-01-25
Delivery Date: 1958-03-13
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 650
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 10806 Type 8EF (290x450) 320 rpm
Speed in knots: 11.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 498.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 270.00 Net tonnage
Deadweight: 870.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 48000 Cubic Feet
Bale: 44000 Cubic Feet
 
Length 1: 56.33 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 54.09 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.95 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.08 Meters Depth, moulded
Draught: 3.61 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1985-00-00: Verbouwd tot voldekschip.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1957-12-10 DEO GLORIA
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Netherlands
Owner: Hinderikus Boll, Heiloo, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Heiloo / Netherlands
Callsign: PDOV
Additional info: Okt. 1973 thuish. Delfzijl

Date/Name Ship 1974-06-17 MYRTIDIOTISSA
Manager: Kytheraiki Marine Co. Ltd., Limassol, Cyprus
Owner: Kytheraiki Marine Co. Ltd., Limassol, Cyprus
Shareholder:
Homeport / Flag: Limassol / Cyprus
Callsign: C4CH
Additional info:

Date/Name Ship 1985-00-00 TRES RIOS
Manager: Inversiones Tres Rios S.A., Panama, Panama R.P.
Owner: Inversiones Tres Rios S.A., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO5062
Additional info:

Date/Name Ship 1988-00-00 DEO GLORIA
Manager: Inversiones Tres Rios S.A., Panama, Panama R.P.
Owner: Inversiones Tres Rios S.A., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO5062
Additional info:

Date/Name Ship 1989-00-00 JASMIN
Manager: Inversiones Tres Rios S.A., Puerto Limon, Costa Rica
Owner: Inversiones Tres Rios S.A., Puerto Limon, Costa Rica
Shareholder:
Homeport / Flag: Puerto Limon / Costa Rica
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1989-06-00 IONION
Manager: Ionion Mare Shipping Co., Piraeus, Greece
Owner: Ionion Mare Shipping Co., Piraeus, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Piraeus / Greece
Callsign: SV5986
Additional info:

Date/Name Ship 1995-00-00 ATHINA
Manager: Ionion Mare Shipping Co., Thessaloniki, Greece
Owner: Ionion Mare Shipping Co., Thessaloniki, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Thessaloniki / Greece
Callsign: SV5986
Additional info:

Date/Name Ship 1997-00-00 ATHINA
Manager: Evgenia I Naftiki Eteria, Thessaloniki, Greece
Owner: Evgenia I Naftiki Eteria, Thessaloniki, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Thessaloniki / Greece
Callsign: SV5986
Additional info:

Date/Name Ship 1999-00-00 CIRIOTTO
Manager: Sieman Shipping & Trading Co., La Paz, Bolivia
Owner: Sieman Shipping & Trading Co., La Paz, Bolivia
Shareholder:
Homeport / Flag: La Paz / Bolivia
Callsign: CPA056
Additional info:

Ship Events Data

1957-12-14: Op 14-12-1957 als "DEO GLORIA", zijnde een motorschip in aanbouw, nog niet gemeten, liggende te Martenshoek, door C.J.A. Matthijssen, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Groningen, van brandmerk 3582 Z GRON 1957 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan B.B. zijde in achterkant van het dekhuis op de verlengde kampanje 3.40 m. uit hekplaat, 1.80 m. uit de lengteas en 1.38 m. boven dek.

1958-01-25: NvhN 25-01-1958: Tewaterlating m.s. Deo Gloria. Bij de scheepswerf Voorwaarts. E. J. Hijlkema te Hoogezand, werd met goed gevolg te water gelaten het nieuwe motorkustvaartuig Deo Gloria, dat wordt gebouwd voor rekening van de heer H. Boll te Heiloo. De Deo Gloria is van het half-shelterdektype. meet ca 900 ton dw. en heeft de volgende afmetingen: lengte o.a. 56.28 m. lengte tussen de loodlijnen 51.97 m, breedte 8.90 m en holte 3.74 m. De beladen diepgang op zomermerk bedraagt 3.65 m. De voortstuwing zal geschieden door een motor van 650 p.k. Inplaats van met reddingboten wordt het schip uitgerust met rubbervlotten. De ruiminhoud bedraagt 48000 cft. grainspace en 44000 cft. balespace. De bunkercapaciteit is: ballast 265 ton, brandstof 70 ton en drinkwater 12 ton. De bouw geschiedt onder toezicht van American Bureau of Shipping en Scheepvaart Inspectie voor de onbeperkte vaart. Op de vrijgekomen helling zal de kiei worden gelegd voor een coaster van het gladdektype. groot 510 ton d.w. voor rekening van de heer A. Wester te Groningen. Dit schip zal worden uitgerust met een motor van 395 p.k.

1959-12-28: NvhN 28-12-1959: Twee opvarenden vermist van kustvaarder Deo Gloria. Echtpaar vermoedelijk overboord geslagen - baby blijft achter. Twee opvarenden worden vermist van de kustvaarder Deo Gloria: de 28 jarige J. F. M. Crul en diens 25-jarige vrouw H. Crul-Wevers uit Breda. Men vermoedt, dat het echtpaar door een stortzee overboord is geslagen. De vrouw van de kapitein heeft de zorg op zich genomen voor hun baby, die ook aan boord is. De Deo Gloria, die tot vanmorgen door zocht naar de vermisten, is eigendom van de heer H. Boll in Heilo en wordt bevracht door Wijnne en Barends in Delfzijl. De Deo Gloria voer gisteravond omstreeks half zeven in de Golf van Biscaye, toen een hoge zee het schip trof. Een der deuren werd ontzet en een groot deel van de deklast vaten met groente sloeg overboord. Op de commando's van kapitein A. Huizing, afkomstig uit Groningen, werd in de machinekamer normaal gereageerd, maar naderhand bleek dat niet de eerste, maar de derde machinist voor de uitvoering van de commando's zorgde. Eerste machinist Crul was even naar boven gegaan. Men ging zoeken, maar vond noch Crul, noch diens vrouw. Aangenomen wordt, dat het echtpaar op het achterdek heeft gestaan en door de stortzee overboord is geslagen. De Deo Gloria riep andere schepen te hulp om de vermisten te zoeken. Er is doorgezocht tot na het aanbreken van de dag. De kansen zijn gezien het slechte weer — hoge zeeën met windkracht acht tot tien en de temperatuur van het water, bijzonder klein. Het echtpaar Crul had zijn negen maanden oude baby bij zich aan boord. De vrouw van de kapitein, die eveneens meevaart, heeft de zorg voor het kind op zich genomen. De Deo Gloria was met stukgoed onderweg van Napels naar Engeland.
De Tijd De Maasbode 28-12-1959: In woeste storm. Machinist en zijn vrouw van kustvaarder gespoeld. Speurtocht in de Golf van Biskaje.
Vlissingen, 28 dec.-In de Golf van Biskaye zoeken op een woeste zee verscheidene schepen sinds gisteravond naar de twee opvarenden van de 498 ton metende kustvaarder „Deo Gloria" uit Delfzijl. Het zijn de eerste machinist en zijn echtgenote, die zondagavond door een wilde stortzee van boord gespoeld moeten zijn. Het echtpaar had een baby van negen maanden op het schip. Tot middernacht had de speurtocht in het stormweer - hoge zeeen en windkracht acht tot tien — nog niets opgeleverd. De „Deo Gloria", die vaart voor de rederij Wijnne en Barends te Delfzijl en eigendom is van de heer H. Boll, was ter hoogte van Portugal in de omgeving Quessant toen het ongeluk gebeurde. De wacht op de brug was juist afgelost. zo vertelde de kapitein aan zijn collega's van de schepen. die in allerijl op zijn noodsein kwamen meezoeken. De eerste machinist zou de tweede gaan vervangen, doch hij kwam niet opdagen. De bemanning ontdekte, dat hij noch zijn vrouw meer aan boord waren. Het echtpaar moet op het moment, dat een stortzee over het schip sloeg, op het achterdek hebben gestaan. De huizenhoge golven ontzetten een van de deuren en sloegen een kast met brandblusmateriaal weg. De deklast van de „Deo Gloria", vaten met groente, gleed weg en kwam grotendeels in zee terecht.
Algemeen Handelsblad 28-12-1959. In Golf van Biscaye. Echtpaar van Deo Gloria overboord en verdronken. (Van onze correspondent) Groningen, 28 december. Tijdens stormweer in de Golf van Biscaye zijn gisteren twee opvarenden van de Nederlandse kustvaarder Deo Gloria (498 ton) uit Delfzijl verdwenen. Men neemt aan, dat de eerste machinist, de 28-jarige J. F. M. Crul en diens echtgenote, mevrouw H. Crul-Wevers, beiden uit Breda, over boord zijn geslagen en verdronken. Hun negen maanden oude baby bevindt zich aan boord. Een woordvoerder van de bevrachters Wijnne en Barendts, waarvoor de Deo Gloria vaart, gaf als zijn persoonlijke mening te kennen, dat mevrouw Crul vermoedelijk door een stortzee overboord is geslagen, waarna haar man haar zou zijn nagesprongen. Men heeft pas na enige tijd gemerkt, dat de twee mensen waren verdwenen. Vandaag zal men nog enige tijd zoeken. Het schip was, onder commando van kapitein A. Huizing, met een lading stukgoed onderweg van Napels naar Hull en Londen.
De Volkskrant 29-12-1959: Plotseling op schip vermist. In zee gevallen echtpaar niet gevonden. (Van onze correspondent) Delfzijl, 29 dcc.- De Nederlandse kustvaarder „Deo Gloria" (498 ton) heeft zondagavond, zondag- nacht en maandag in de Golf van Biskaye onafgebroken gezocht naar de stoffelijke overschotten van de dertig-jarige eerste machinist Jos. F. M. Crul uit Breda en zijn echtgenote, mevrouw H. Crul-Wevers, die plotseling aan boord werden vermist en dus overboord geslagen moet zijn. Tot nu toe heeft men de slachtoffers niet kunnen vinden. Niemand heeft het ongeluk, dat zondagavond tussen half zeven en zeven uur moet zijn gebeurd, gezien. Omstreeks half zeven was het echtpaar nog aan boord. Wat later kreeg het schip, dat in een vliegende storm door de Golf van Biskaye voer, een paar stortzeeën over. De deklading (stukgoed, vaten met groente) begon te schuiven en kapitein A. Huizing uit Groningen gaf de machinekamer met de scheepstelegraaf het bevel „Bijdraaien". Het belsignaal werd beantwoord en het schip draaide bij. Omdat eerste machinist Crul op dat ogenblik officieel dienst had in de machinekamer en het bevel werd opgevolgd, kreeg de kapitein geen argwaan. Toen hij later in de machinekamer kwam, zag hij echter dat de derde machinist daar aan het werk was. In de hut van de eerste machinist trof de kapitein daarop alleen diens negen maanden oude zoontje aan. Bij een onderzoek op het schip werd het echtpaar Crul nergens ontdekt. De kapitein liet het schip onmiddellijk draaien om te zoeken op de plaats, waar het echtpaar overboord moest zijn geslagen. Verscheidene andere schepen, onder andere de vrachtvaarder „Magas" van de KNSM, namen later aan het zoeken deel, maar het had geen enkel resultaat. De Delfzijlse cargadoorsfirma Wijnne en Barends, die de „Deo Gloria" voor eigenaar H. Boll uit Heiloo exploiteert, werd radio-telefonisch op de hoogte gesteld van de vermissing van het echtpaar. Eerste machinist Crul voer pas vier maanden op de „Deo Gloria". Zijn vrouw en kind maakten de reis mee, omdat het schip voorlopig geen Nederlandse haven zou aandoen. De „Deo Gloria" is op weg van een Italiaanse haven naar Avonmouth in Engeland.
De Telegraaf 30-12-1959: Drama op Zee brengt Rouw bij Huwelijk. Eigen nieuwsdienst Breda/Londen, woensdag. Donderdag trouwt m'n zoon André, die ook eerste- machinist is. De huwelijksvoltrekking moet doorgaan, heb ik gezegd, want uitstel geeft onze kinderen niet terug. Maar feest zal het niet zijn." Mevrouw Crul uit Breda, moeder van de machinist Jos Crul. die op Kerstmis samen met zijn jonge vrouw Henny van het achterdek van de kustvaarder „Deo Gloria" werd geslagen, zegt het gelaten. In het gezin Crul aan de Rijpstraat te Breda heerst grote verslagenheid. Twee zoons uit dit gezin zijn zeelui en een dochter is getrouwd met een kapitein en vaart met hem mee. Maar na het ontstellende bericht van de kerstdagen vraagt men zich in Breda dagelijks af, hoe het drama zich aan boord van de „Deo Gloria" kan hebben voltrokken. „Het was zwaar weer in de Golf van Biscaye" zo zegt vader Crul, „maar een machinist komt met windkracht 12 toch niet aan dek!" Wat kan het echtpaar bewogen hebben om toch aan dek te gaan? Raadsel. Mevrouw Crul zegt: „Jos was geen jonge die, als er moeilijkheden waren, het werk aan anderen zou overlaten. Van de kapitein hoorden we, dat de deklast zou zijn gaan kruien. Jos zal wel naar boven zijn gegaan om een handje te helpen", zo meent zij. Waarschijnlijk is de jonge vrouw haar man aan dek gevolgd. Maar de juiste toedracht weet niemand. Na de kerstviering in de kapiteinshut zei mevr. Crul tot de echtgenote van kapitein Huizing: „Ik ga even naar mijn hut om naar de 'baby te kijken". Nimmer heeft zij de hut bereikt. Kapitein Albertus Huizing vertelde: „Cruls was nog jong. Hij was 28, maar hij was mijn vriend. Op deze reis hadden wij onze vrouwen meegenomen omdat wij samen Kerstmis wilden vieren. Nadat wij de kinderen naar bed hadden gebracht, dineerden wij in mijn hut." Noodsignalen. Nadat de kapitein de vermissing, pas na twee uur, had geconstateerd, liet hij het schip draaien en zond noodsignalen naar alle schepen. Tot maandag zocht de „Deo Gloria",de zee af. De kust- vaarder is nu op weg naar Londen en vandaar zal Fransje, die op de ongeluksavond door de kapitein alleen in de hut werd aangetroffen, naar Nederland worden teruggebracht. De kleine jongen zal straks bij een van de dochters van de familie Crul worden ondergebracht. De zuster en de broer van de omgekomen machinist zullen blijven varen. De zuster aan boord van het schip van haar man, en straks, na het huwelijk van de broer, zal er weer een jonge vrouw meegaan naar zee...
Trouw 02-01-1960: De kleine Fransje Crul, de baby die op eerste kerstdag wees werd toen zijn ouders door een golf van de „Deo Gloria" werden gespoeld, is donderdag in Londen aangekomen. De kapitein van het schip, de heer A. Huizing, die na het vreselijke ongeluk de negen maanden oude baby onder zijn hoede had genomen, droeg het kind in Londen van boord. Het kostte hem moeite van Fransje afstand te doen, maar natuurlijk kon de kleine moeilijk aan boord blijven. Dat hoefde ook niet: een oom en tante van het kind, de heer en mevrouw R. L. Bye uit Bexley (Kent) stonden klaar om de verzorging over te nemen. Er waren trouwens heel wat Britse gezinnen geweest die, nadat het bericht over het ongeluk in de kranten was verschenen, aangeboden hadden voor Fransje te zorgen. Die vriendelijke aanbiedingen konden echter worden afgeslagen. Fransje zal overigens niet in Engeland blijven. De familie Bye heeft de overtocht naar Nederland al geregeld, waar de grootouders in Amsterdam voor de verdere opvoeding zullen zorgen. Intussen is donderdag de heer André Krul, een broer van de verongelukte eerste machinist - zelf ook zeeman - in het huwelijk getreden- De bruiloft is doorgegaan, zij het zonder feestelijkheden.
Friese koerier 02-01-1960: „Deo Gloria” in Londen. Velen boden aan voor baby te zorgen. Londen (UPI) -Nadat het Nederlandse schip Deo Gloria donderdag was gemeerd is een verpleegster aan boord gegaan om voor de kleine, negen maanden oude baby Fransje Crul te zorgen, wiens ouders deze week door een overslaande golf in de Golf van Biskaje van boord werden gespoeld en verdronken. Een groot aantal Engelse gezinnen heeft aangeboden voor de baby te zorgen, maar de kapitein van de Deo Gloria, de heer A. Huizing, heeft gezegd dat de verpleegster voor de kleine zal zorgen tot deze maandag naar Nederland zal worden gebracht waar hij onder de hoede van zijn grootouders komt.
NvhN 09-01-1960: Fransje Crul in Breda. In de Teteringenstraat te Breda is doodmoe van de lange reis, Fransje Crul, die bijna een jaar is, uit Engeland aangekomen. De ouders van Fransje zijn zoals bekend van de kustvaarder Deo Gloria overboord geslagen. De kleine jongen is met de kustvaarder Hinde naar Nederland gekomen. De gezagvoerder van dit schip, dat voor dezelfde rederij vaart als Deo Gloria is kapitein Hazenberg, een zwager van de omgekomen Jos Crul, die als eerste machinist op de Deo Gloria voer. De vrouw van kapitein Hazenberg had het kind overgenomen van kapitein Huizing van de Deo Gloria. Als de formaliteiten zijn vervuld zal het kind hoogstwaarschijnlijk aan haar worden toegewezen.

1961-04-11: De Volkskrant 11-04-1961: Nederlandse kustvaarder doorstaat botsing. (Van onze correspondent) Londen, 11 april--De Nederlandse kustvaarder „Deo Gloria" (498 ton) kwam maandagmiddag in Het Kanaal voor de kust van Zuid-Engeland in aanvaring met het Britse vrachtpassagiers schip „Sunda" (9.235 ton), dat al eerder op de dag ernstige schade had opgelopen bij een botsing. De aanvaringen vonden plaats in dichte mist. De eerste botsing van de „Sunda" was met het Zweedse schip „Eva Jeanette" (2.761 ton). Bij die aanvaring ontstond een groot gat in de machinekamer van de Brit. Het schip zond SOS seinen uit. De reddingsboot van Dungeness voer uit en twee sleepboten schoten te hulp. Met veel moeite slaagde de bemanning erin, het grote schip drijvende te houden en de Franse sleper „Jean Bart" bracht een lijn aan boord. Terwijl de „Jean Bart" koers zette naar Dover, volgde de aanvaring met de Nederlandse kustvaarder. De „Deo Gloria" liep slechts lichte schade boven de waterlijn op en kon de reis voortzetten. De „Eva Jeanette" was minder fortuinlijk, maar kon toch nog op halve kracht koerszetten naar de dichtstbijzijnde haven.

1962-02-14: Coastal Shipping, februari 1962: Op woensdagavond 14 februari werd de 'Deo Gloria' de haven van Barcelona binnengesleept na verlies van het roer tijdens een storm onder de Spaanse noordoostkust. Het schip, dat verder geen ernstige schade heeft opgelopen, zal vermoedelijk in Barcelona worden gerepareerd.

1962-02-16: Het Vrije Volk 16-02-1962: Kustvaarder breekt krukas. (Van een onzer verslaggevers) De Groninger kustvaarder Deo Gloria (498 ton) van Wijnne en Barends N.V. is donderdagmiddag door "de Mirfak-N”, van Van Nievelt Goudriaan en Co. de haven van Alicante binnengesleept. De Deo Gloria kreeg dinsdag tussen Barcelona en de eilandengroep Colombretes moeilijkheden door het breken van een krukas. Behalve de Mirfak-N was de Plato van de KNSM te hulp gekomen, maar dit schip behoefde geen assistentie meer te verlenen.

1966-08-01: Trouw 01-08-1966: Ned. schip redde man die roeiend kanaal overstak. Deal (Engeland) — De Nederlandse coaster „Deo Gloria" uit Delfzijl heeft zaterdag in het Kanaal de Fransman Paul Charles Carpentier opgepikt die probeerde in een rubberbootje het Kanaal over te roeien. In uitgeputte toestand heeft men de man ongeveer 23 km ten oosten van Deal (graafschap Kent) aangetroffen. Een helicopter van de Britse zeereddingsdienst heeft de man later van het schip overgenomen en naar Engeland gebracht. Carpentier verblijft momenteel in een ziekenhuis te Margate. De Britse kustwacht neemt voorshands aan dat de man dezelfde is die vrijdag hulp weigerde van een helicopter die het bootje in het Kanaal zag dobberen. De bemanning van de Deo Gloria vertelde dat de man bij zijn redding had gezegd dat hij vrijdag zat te vissen en dat het bootje toen was losgeslagen van een jacht waarmee het verbonden was. Tegen de helicopterbemanning van vrijdag had hij evenwel laconiek gezegd dat hij roeiend op weg was naar Calais.

1974-05-31: Op 30-03-1974 vertrek van de “Deo Gloria” uit Zeebrugge met Belgische wapens naar Lissabon.
De Volkskrant 31-05-1974: Belgische wapenuitvoer zonder controle. Van onze correspondent. Brussel-29 maart van dit jaar kreeg het Vlaams Angola Komitee een brief van de Belgische minister van buitenlandse zaken van Elslande met de verzekering dat sinds juli 1973 geen wapens en munitie meer geleverd werden aan Portugal. De dag daarop, de 30e maart voer het Nederlandse schip Deo Gloria de haven van Zeebrugge binnen en nam zes wagons loden vaatjes springstoffen van de Poudreries Reunies de Belgique, granaatonderdelen, mortieren en raketten aan boord. Dat alles was bestemd voor Portugal. Dit staat in een brochure „Wapenhandel en wapenindustrie dn België", uitgegeven door het Centurn voor Vorming en Aktie, De Heverlee, Wereldscholen-Gemeenschap en Ontwikkeling te Hasselt en Oxfam te Antwerpen. Het dossier is samengesteld door het Komitee tegen Wapentransporten, dat is ontstaan uit enkele verenigingen in Blankenberge, Kortrijk, Gent en Antwerpen die tot groot ongenoegen van de autoriteiten zorgvuldig bijhouden wat er aan wagentransporten vanuit België plaats eeft, vooral via Zeebrugge. De Deo Gloria wordt in verband met wapen- en munitietransporten naar het Portugal van vóór de omwenteling een half dozijn malen genoemd, maar dit Nederlandse schip vormt maar een onderdeeltje in de documentatie die in de brochure is bijeengebracht. De hoofdmoot vormen gegevens over produktie, ver koop en verscheping van wapens en munitie in België. Er worden een 25-tal ondernemingen genoemd die bij de wapenproduktie in allerlei vormen betrokken zijn. Zij vervaardigen jaarlijks voor 800--950 miljoen gulden aan wapens waarvan zo ongeveer de helft voor de uitvoer. De belangrijkste wapenen munitiefabrikanten, FN Herstal, de Poudreries Réunies de Belgique en SABCA, aldus het dossier, geven tezamen 16.000 mensen werk, die daarin een acceptabele broodwinning zien omdat als zij het niet doen anderen de handel wel overnemen. FN dat 99 percent van haar produktie uitvoert, levert aan 128 van de 149 staten die de wereld telt. Internationaal gezien staat België als wapenproducent op de achtste of negende plaats. Een bijzonder kwalijke kant van de zaak is, zo betogen de samenstellers van de brochure — en zij halen daarbij een verklaring aan van de heer De Croo die sinds kort minister van nationale opvoeding is — dat een deel van de ontwikkelingshulp voor wapenleveringen gebruikt wordt. Een andere kwalijke zaak is dat er geen parlementaire controle op de wapenhandel in België bestaat.
Trouw 13-06-1974: Uit de weekbladen 'De Groene Amsterdammer' . Wapenhandel. 'Onder de kop 'Waarin een klein land groot kan zijn', schrijft Paul Brill in De Groene over 'België — Wapenland', waarbij met name het stille havenplaatsje Zeebrugge een hoofdrol speelt. Het 'Komité tegen de Wapentransporten in België' heeft het allemaal haarfijn uitgezocht en zijn bevindingen neergelegd in het zojuist verschenen rapport 'Wapenhandel en wapenindustrie in België. Daaruit blijkt bijvoorbeeld, dat in 1972 alleen al vanuit Zeebrugge 92.800 ton explosieven werden verscheept. De wapenbrug naar Portugal wordt voornamelijk onderhouden door het Nederlandse schip 'Deo Gloria', hoewel eigenaar H. Boll uit Heiloo zegt van niets te weten en verder de hoorn op de haak gooit.
NvhN 14-06-1974: De Groene. België is een wapenland, zo weet De Groene deze week te melden. „De Deo Gloria is een Nederlands schip dat vanuit Zeebrugge regelmatig Belgische munitie naar Portugal heeft vervoerd. De Belgische overheid doet of haar neus bloedt". Een lid van het comité dat een en ander uitzocht: „Vergunningen zijn door de regering haast nooit geweigerd (...) De regering wil iedereen doen geloven dat België maar klein en machteloos is en alleen vredelievende bedoelingen heeft, terwijl intussen enorme hoeveelheden wapens aan dictatoriale regimes worden geleverd".

1999-01-17: Tijdens de reis van Kavala (Griekenland) naar Patras met een lading kunstmest, gestrand in ondiep water in de monding van de River Mornos nabij Navpaktos, Golf van Corinth. 19 Januari door sleepboten vlotgetrokken en de reis naar Patras vervolgd. Geen schade opgelopen.

2002-01-15: Final Fate: Aankomst te Aliaga om gesloopt te worden.

Ship Masters Data

Images


Description: Proefvaart
Image type: Photo

Description: Proefvaart
Image type: Photo

Description: 'Deo Gloria'
Image type: Photo

Description: 'Deo Gloria'
Image type: Photo

Description: Tres Rios 1958 ex Myrtidiotissa ex Deo Gloria.
Image type: Photo

Description: 'Jasmin' (ex 'Deo Gloria')
Made By: © Grootenboer, T. (Ton)
Image type: Photo
Sources