Name ship: ALBION

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1927
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number:
Nat. Official Number: 253 Z GRON 1927
Category: Cargo vessel
Propulsion:
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts: One mast
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Noord-Nederlandsche Scheepswerven, Groningen, Netherlands
Yardnumber: 47
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1927-04-07
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Machinefabriek 'Bolnes' v/h J.H. van Cappellen, Bolnes, Netherlands
Engine Type:
Number of Cylinders: 2
Power: 120
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Bolnes Type (x)
Speed in knots:
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 184.52 Gross tonnage
Net Tonnage: 86.00 Net tonnage
Deadweight: 210.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 8650 Cubic Feet
 
Length 1:
Length 2: 31.30 Meters Registered
Beam: 6.10 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.14 Meters Depth, moulded
Draught:
 
Configuration Changes

1933-00-00: 1933 gehermotoriseerd: tew 5 cil Petters Type (254x368)

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1927-04-07 ALBION
Manager: N.V. J. Salomons' Scheepvaart- & Expeditiekantoor (J. Salomons Shipping & Forwarding Office), Rotterdam, Netherlands
Owner: Jan Salomons HWzn., Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NCDS
Additional info:

Date/Name Ship 1927-07-17 ALBION
Manager: N.V. J. Salomons' Scheepvaart- & Expeditiekantoor (J. Salomons Shipping & Forwarding Office), Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. Motorzeilschip Albion, Rotterdam, Netherlands
Shareholder: Jan Salomons HWzn., Rotterdam
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NCDS
Additional info: Call sign 1934: PCGO.

Date/Name Ship 1934-02-28 ALBION
Manager: T. Hugh, Port Natal, South Africa
Owner: T. Hugh, Port Natal, South Africa
Shareholder:
Homeport / Flag: Port Natal / Great Britain
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1935-00-00 ALBION
Manager: Albion Shipping Co Pte. Ltd, Port Natal, South Africa
Owner: Albion Shipping Co Pte. Ltd, Port Natal, South Africa
Shareholder:
Homeport / Flag: Port Natal / Great Britain
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1936-00-00 BORDER
Manager: SS Frontier (1922) Ltd., Durban, South Africa
Owner: SS Frontier (1922) Ltd., Durban, South Africa
Shareholder:
Homeport / Flag: Durban / South Africa
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1946-00-00 BORDER
Manager: Costal Steamship Co (Pty), Durban, South Africa
Owner: Costal Steamship Co (Pty), Durban, South Africa
Shareholder:
Homeport / Flag: Durban / South Africa
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1927-04-05: Op 05-04-1927 als ALBION, zijnde een motorvrachtboot, groot 184.52 ton, liggende te Groningen, door Jan Gerrits, beëdigd scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Jan Salomons, reeder, woonende te Rotterdam, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 253 Z GRON 1927 op het achterschip achter de roef op het dek stuurboordzijde.

1928-08-05: NRC 06-08-1928 ALBION. Vlissingen, 5 Augustus. De Nederlandsche motorkof “Albion”, van Londen naar Antwerpen, is heden alhier met bodemschade binnengeloopen. Vlissingen, 6 Augustus. De motorkof “Albion” is binnendoor naar Vlaardingen vertrokken.

1930-10-09: De Tijd 09-10-1930: Schip in nood. De stuurinrichting gebroken. Hedenmorgen werden te Hellevoetsluls noodseinen ontvangen, afkomstig van den Nederlandschen schoener „Albion". Het schip bevindt zich in het Soldatengat te Brouwershaven. Sleepbooten zullen uitvaren ter verleening van assistentie. Nader vernemen wij, dat de Nederlandsche motorschoener „Albion", die hedenmorgen noodseinen gaf, op weg was van Londen naar Vlissingen. Door den hevigen storm is het schip hedennacht uit den koers geraakt en over do Oosterbank nabij Brouwershaven geslagen, waardoor de stuurinrichting brak en het stuurboordanker verloren ging. De Duitsche sleepboot „Wotan" verleent assistentie en zal trachten het schip, dat vastzit, vlot te sleepen en naar Vlissingen ie brengen. Daar de schoener geen lading aan boord heeft, is te verwachten, dat het schip binnen enkele uren vlot komt.
Nieuwe Tilburgsche Courant 10-10-1930: Vlissingen, 9 Oct. Het Nederl. motorschip “Albion” is door de sleepboot “Wotan” met behulp van een paar vissersvaartuigen vlot gesleept. Het stuurgerij is onklaar geraakt.
De Banier 10-10-1930: Een schoener vast geraakt en vlot gekomen. Uit Brouwershaven werd gisteren gemeld: De Nederlandsche motorschoener Albion, op weg van Londen naar Vlissingen, heeft vanochtend noodseinen gegeven. Door den storm is het schip vannacht uit den koers geraakt en over de Oosterbank nabij Brouwershaven geslagen, waardoor de stuurinrichting brak en het stuurboord anker verloren ging. De Duitsche sleepboot Wotan verleent assistentie en zal trachten het schip, dat vast zit, vlot te sleepen en naar Vlissingen te brengen. Daar de schoener geen lading aan boord heeft, is te verwachten, dat hij binnen enkele uren vlot komt. Uit Vlissingen wordt gemeld: Het Nederlandsche motorschip Albion is door de sleepboot Wotan met behulp van een paar visschersvaartuigen vlot gesleept. Het stuurgerei is onklaar geraakt, de Albion zal nu naar Vlissingen worden gebracht, waar het schip gerepareerd zal worden.
Voorwaarts 20-01-1931: Stranding van de „Albion". De kapitein door den Raad voor de Scheepvaart gehoord. Door slecht zicht bij hooge zee vastgevaren. Amsterdam, 19 Jan. Hedenmiddag stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar de oorzaak van de stranding van het motorschip Albion op 9 October nabij Goeree. De gezagvoerder werd als getuige gehoord. Op 7 October vertrok de Albion van Boston (Engeland) in ballast naar Antwerpen. Bij het vertrek was er aan boord een anker en 45 vadem ankerketting te weinig. Het anker en de ketting was op een vorige reis verloren gegaan. Bovendien was aan boord een groot zeil dat met te gebruiken was. Er was 9 October een motregen, die het zicht belemmerde en bovendien hooge zee. Daardoor is vermoedelijk het vuur van Schouwenbank niet gezien. Getuige verklaart dat er niet gelood is. Het schip was slecht te sturen. Op een gegeven oogenblik heeft het schip gestooten. De motor werkte toen volle kracht. Daarna is achteruit geslagen en vervolgens weer vooruit. Het schip raakte even vast aan den Ossenhoek. Er is toen een anker uitgebracht en getracht Brouwershaven binnen te konten. Deze poging is mislukt en de Albion bleef vast zitten. Door een vissehersschip en de sleepboot Wotan is het schip vlotgesleept en naar Vlissingen gebracht. De oorzaak van de stranding is — meent get. — het slechte weer en omdat het schip slecht bestuurbaar was, daar het in ballast voer. Een nalatigheid werd geacht dat niet gelood is. De Raad zal later uitspraak doen.
Algemeen Handelsblad 20-01-1931: Raad voor de Scheepvaart. Stranding van de „Albion”. De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld in zake de stranding van het m.s. „Albion", van de gelijknamige N.V., op 9 Oct. j.l. bij Goeree. De kapitein, als getuige gehoord, verklaarde dat hij van Boston (Oostkust van Engeland) was vertrokken met bestemming Antwerpen, ih ballast. Onderweg verloor men het b.b.-anker met ketting. Een nieuw anker was besteld, doch niet te Antwerpen aanwezig, zoodat men uit Antwerpen naar Boston vertrok niet 45 vaam ketting te weinig, een anker te weinig en een niet te gebruiken grootzeil, doch voorzien van een hernieuwd bewijs van zeewaardigheid. Onder loodsaanwüzing is het schip uit Boston naar buiten gekomen op 6 October. Op 8 Oct. was het nog goed weer, hoewel regenachtig. De wind was Z.W. Het was hooge zee. 's Avonds ging het regenen. Men koerste tn Z.Z.O. richting. De machine werkte goed. Te pl.m. 21.30 uur meende men een „blink" te zien van het lichtschip daar in de buurt. Op 9 Oct. is het schip gestooten, hh' weet niet waar precies, vermoedelijk op den Aardappelbult. Het schip is bij vloed vanzelf weer vlot gekomen. Men heeft naar omstandigheden gemanoeuvreerd en later voor den Ossenhoek geankerd. Maar het anker hield niet. By pogingen om te Brouwershaven binnen te loopen is het schip weer vastgeloopen. Met behulp van een visschersboot is het weer losgekomen. De heer Bakker, lid van den Raad, is van oordeel, dat een schip dat maar twee voet diepgang heeft, geen schip meer mag heeten, maar een blaas. Daarmee kan men de Noordzee toch niet opgaan! Uitspraak later.
28-03-1931 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart: No 27 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake het aan den grond loopen tijdens stormweer van het motorzeilsehip Albion op de Nederlandsche kust nabij Goeree. Op 9 October 1930 is het Nederlandsche motorzeilschip Albion tijdens stormweer op de Nederlandsche kust nabij Goeree geloopen. In overeenstemming met het voorstel van den hoofdinspecteur voor de scheepvaart besliste de bij art. 29 der Schepenwet bedoelde commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaken van die stranding. Dat onderzoek heeft ter zitting van den Raad plaats gevonden op 19 Januari 1931 buiten tegenwoordigheid van den hoofdinspecteur. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie en heeft als getuige onder eede gehoord den kapitein van dat schip Tjakko Sieben Berend Brugsma. Ook is ter zitting van den Raad voorgelezen de verklaring van den stuurman op dat schip tijdens voormeld ongeval Freerk Bakker, afgelegd aan den expert bij de scheepvaartinspectie in het 2de district Johan Carel Becker, blijkens diens op den ambtseed opgemaakt proces-verbaal dd. 13 October 1930, alsmede het oordeel over de oorzaken van het ongeval van den inspecteur voor de scheepvaart in het 2de district Albert Wolkammer, blijkens diens brief aan den hoofdinspecteur voor de scheepvaart dd. 17 October 1930. Uit een en ander is den Raad het navolgende gebleken: Het motorzeilschip Albion is een Nederlandsch vaartuig. Het hoort toe aan de Naamlooze Vennootschap Motorschip „Albion", te Rotterdam, onder directie van E. B. Sowerby, te Londen. Het is in 1927 te Groningen gebouwd van staal en meet 184,52 bruto-, 86,45 netto-registerton. Het is voorzien van een Bolnesmotor vnn 130 A.P.K. Getuige is sedert Januari 1930 kapitein op dat vaartuig, waarmede hij verschillende reizen heeft gemaakt van en naar havens, gelegen langs de kusten van het Engelsche Kanaal en de Noordzee. Het schip en de machine zijn geclasseerd bij het Bureau Veritas (groote kustvaart) en het is voorzien van een 3 Nederlandsch certificaat van deugdelijkheid, geldig tot 1 Januari 1931. Op een aan de onderhavige reis voorafgaande reis van Antwerpen naar King's Lynn had het schip het B.B.- anker met 45 vadem ketting verloren. Getuige beweert, dat hij daarna te King's Lynn, nadat een onderzoek naar de schade was gehouden, van Lloyd's agent, welke dat onderzoek zou hebben gehouden in opdracht van Bureau Veritas, te Londen, aangezien ter plaatse geen surveyor aan dat bureau zou zijn, een bewijs van zeewaardigheid had gekregen tot Antwerpen. Na aankomst in laatstgemelde plaats bleek het aldaar bestelde anker niet aanwezig, waarna getuige toestemming kreeg van den surveyor van Bureau Veritas, te Antwerpen, om op een bewijs van zeewaardigheid te vertrekken naar Boston (Engeland) en terug. Vervolgens is getuige op 4 October 1930 met het schip vertrokken naar Boston, doch 's avonds op dien dag is het grootzeil gescheurd. Op 7 October 1930, des namiddags te 4.45 uur, werd de onderhavige reis, terug van Boston naar Antwerpen, aangevangen. Het schip was alleen van een S.B.-anker met 45 vadem ketting voorzien. Het B.B.- anker ontbrak, terwijl slechts 15 vadem ketting van laatstgenoemd anker over waren. Het grootzeil was niet te gebruiken. Het schip had geen lading en had ook geen ballast ingenomen. De diepgang was vóór 2, achter 5,6 voet. De voorpiektank, inhoudende ongeveer 25 ton, was gevuld, de achterpiektank, bestemd voor injectiewater voor de machine, was voor gevuld met ongeveer 10 ton zoet water. De bemanning bestond uit 5 personen. Getuige beweert die reis te zijn aangevangen, nadat hij vanwege de eigenares een telegram had ontvangen, dat het Bureau Veritas, te Londen, had goedgekeurd, dat het schip in voormelden toestand vertrok. Na vertrek uit Boston volgde het schip verschillende koersen onder den wal, waarbij tusschen de banken door werd gestuurd. Daarna werd op 8 October te 9.22 uur, des voormiddags South East Newcome-boei gepasseerd, waarna koers werd gezet naar de Nederlandsche kust. Getuige verwachtte, dat de wind naar het noordwesten zou uitschieten. In den koers Z.O.O. magn. werd gestuurd met de bedoeling het Schouwen lichtschip aan te loopen. Aanvankelijk was het weer goed. Bij vertrek was er een frissche N.W.-koelte. Het zicht was helder. De machine werkte goed. Gedurende de hondenwacht op 8 October is de wind gekrompen naar het Z.W. en geleidelijk aangewakkerd. Er stond een hooge Z.W. zee, terwijl het 's avonds begon te regenen. Van 12 uur 's middags af is in verband met de tot een stormwind aanwakkerende bries hooger gestuurd, zoodat de koers werd Z.Z.O.N.O. 's Avonds ongeveer te 9 uur werd in het O.Z.O. een blink van een licht gezien, dat gehouden werd voor dat van het lichtschip. Toen werd getracht met den kop van het schip op zee te komen, maar alle pogingen daartoe faalden door de hooge ligging van het voorschip en den geringen diepgang. Er is niet gelood geworden. Op 9 October, ongeveer te 1 uur, op de hondenwacht, stootte het schip vermoedelijk op den Aardappelenbuit van den Ooster of in de omgeving daarvan. De wind is steeds Z.W. gebleven met harden regen. De machine werkte, totdat het schip stootte, steeds volle kracht. Daarbij draaide het stuurrad zoo zwaar, dat twee man het roer moesten bedienen; Het S.B.-anker met ongeveer 30 vadem ketting is gepresenteerd, doch dat anker is met de 30 vadem ketting, doordien de kettingschijf brak ten gevolge van het zware werken van het schip, verloren gegaan. Daarop kwam het schip ten gevolge van den vloed weer vlot. De 15 vadem ketting uit den S.B.- kettingbak zijn gestoken op de 15 vadem uit den B.B.kettingbak. Die hoeveelheid ketting is opgestoken op het grootste werpanker, dat aan boord was, naar schatting' een werpanker van 75 K.G. Dit anker hield echter niet goed. Het stuurrad was defect. Dientengevolge dreef het schip nabij den Ossehoek over den grond en bleef ten slotte op de westpunt van „Dwars in den weg" nabij Brouwershaven vastzitten. Met behulp van een visschersvaartuig is het schip vlot gekomen en op de bank blijven liggen voor het anker van het visschersvaartuig. Daarna heeft de sleepboot Wotan het schip naar Vlissingen gesleept. Na de stranding hebben getuige en de stuurman van de Albion ingezien, dat zij het licht van het Westhoofd van Goeree hebben gehouden voor dat van Schouwenbank-lichtschip. Blijkens bovengemelden brief van den inspecteur voor de scheepvaart schrijft deze het ongeval toe aan het zware stormweer, in verband met het feit, dat het onbeladen schip niet voldoende bestuurbaar was, terwijl het ankergerei en de zeilen niet in orde waren. De Raad voor de Scheepvaart is van oordeel, dat het ongeval daaraan is toe te schrijven, dat het schip onzeewaardig was, nu het geenerlei lading, noch ballast inhield en het ankergerei alsook het grootzeil niet in orde waren. Daarbij komt, dat het slecht bestuurbare schip zich bevond op een geheel andere plaats dan de kapitein volgens zijn gegist bestek vermoedde. De kapitein was ten slotte buiten staat om de stranding te verhinderen. Niettemin gaat hij in dezen niet vrijuit. Hij heeft verzuimd de noodige maatregelen te nemen, die de voorzichtigheid gebood. Vooreerst had hij in de gegeven weersomstandigheden met het onzeewaardige schip niet de Noordzee mogen oversteken. Hij beweert wel op een naar het noordwesten uitschietenden wind gerekend te hebben, maar hij mocht op die mogelijkheid niet vertrouwen. Ook had hij reeds op de voorgaande reis vóór het vertrek uit King's Lynn den 15-vadem-ketting van het B.B.anker moeten doen sluiten op den 45- vadem-ketting van het S.B.-anker. Door te looden, had hij zich tijdig er van kunnen vergewissen of hij het waargenomen licht mocht houden voor dat van Schouwenbank-lichtschip. Mede ten gevolge van dat verzuim is het licht van het Westhoofd van Goeree gehouden voor dat van het Schouwenbank-lichtschip. Dientengevolge is tot op het oogenblik van de stranding met volle kracht doorgestoomd, hoewel de kapitein zelfs aan den toestand van de zee had kunnen bemerken, dat hij zich op de banken van de Nederlandsche kust bevond. Aldus gedaan door de heeren mr. dr. F. C. van Geer, plaatsvervangend voorzitter, C. J. Canters, W. Bakker, A. L. Boeser, G. J. Lap, leden, H. Wegener, buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk "Willink, en uitgesproken door den plaatsvervangend voorzitter prof. mr. B. M. Taverne ter openbare zitting van den Raad van 10 Februari 1931. (Get.) F. C. van Geer, C. J. Canteks, G. J. Lap, W. Bakker, A. L. Boeser, H. Wegener, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1931-03-13: Algemeen Handelsblad 13-03-1931: ALBION. (Londen, 12 Maart.) Het Nederlandsche motorschip „Albion" met stukgoed komende van Antwerpen, heeft bij het meeren te Boston (Line) schade beloopen aan den schroef. Een certificaat van zeewaardigheid werd verstrekt ten einde het schip naar Kingslynn voor reparatie te doen sleepen.

1931-07-28: Voorwaarts 28-07-1931: Albion. Lowestoft, 28 Juli. Het meergemelde motorschip Albion was in ballast op reis van Shoreham naar Blyth en is van de reede hier binnengesleept door de sleepboot Imperial. Er was geen contract gemaakt.

1933-07-26: Algemeen Handelsblad 26-07-1933: ALBION. (Londen, 26 Juli.) Het motorschip „Albion" is heden op de Theems tegen de Waterloo Bridge aangevaren, waardoor de brug eenigszins beschadigd werd. De „Albion" zette de reis voort. Het is niet bekend of het schip schade heeft.

1933-12-19: Algemeen Handelsblad 19-12-1933: ALBION (Londen, 18 Dec.) Het Nederlandsche motorschip „Albion", met meststoffen van Plymouth naar Aberdeen is met lichte machine schade te Great Yarmouth binnengeloopen. de schade wordt aldaar hersteld en verwacht wordt dat het schip in den avond weer zal vertrekken.

1934-02-23: Algemeen Handelsblad 23-02-1934: Verkochte schepen. Het motorschip „Albion", 230 ton d.w., gebouwd in 1927, toebehoorende aan de N.V. Motorschip Albion te Rotterdam, is door bemiddeling van de mak. Jacq. Pierot Jr. & Zn. naar Zuid-Afrika verkocht.

1940-00-00: Tijdens de oorlog werd er gevaren tussen Durban & Kaapstad met stukgoed en krantenpapier van de Natal Wattle Plantations. Terwijl het normaliter ingezet werd in de vaart Durban – Port. St John`s.

1947-04-01: Op 1 april 1947 80 kilometer ten zuiden van Port Nolloth gestrand in dichte mist op de desolate Namaqualand kust onder commando van kapitein R.C. Armitage. Het schip was onderweg van Kaapstad naar Port Nolloth geladen met 200 ton explosieven, benzine en stukgoed. Er waren geen slachtoffers. De kapitein en stuurman werden nalatigheid verweten in een later onderzoek naar de oorzaak van de stranding. Het schip voer in een wekelijkse vaste dienst Kaapstad – Port Nolloth V. V. Het wrak is daar blijven liggen.

Ship Masters Data

Images


Description: Het wrak van de Border 1927 ex Albion.
Image type: Photo
Sources