Name ship: DOGGERSBANK

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1933
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number:
Nat. Official Number: 1951 Z DORD 1932
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Industrieële Maatschappij 'De Noord', Alblasserdam, Netherlands
Yardnumber: 492
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1933-00-00
Technical Data

Engine Manufacturer: Humboldt-Deutz Motoren A.G., Cologne (Köln), Germany
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 200
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Deutz-Diesel, 11-17 11/16
Speed in knots: 8.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 309.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 219.00 Net tonnage
Deadweight: 365.00 tons deadweight (1016 kg)
Grain: 22238 Cubic Feet
Bale: 41000 Cubic Feet
 
Length 1: 43.69 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 40.20 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.20 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.69 Meters Depth, moulded
Draught: 2.44 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1932-12-28 DOGGERSBANK
Manager: W.H. Hodde & C. Blokdijk, Alblasserdam, Netherlands
Owner: N.V. Scheepvaart Maatschappij 'Kustvaartbelangen', Alblasserdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Alblasserdam / Netherlands
Callsign: NMGB
Additional info: Callsign 1934 PDRF

Date/Name Ship 1938-01-07 SEMARANG
Manager: N.V. Koninklijke Paketvaart-Maatschappij, Amsterdam, Netherlands
Owner: N.V. Koninklijke Paketvaart-Maatschappij, Amsterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PKSZ
Additional info:

Date/Name Ship 1943-00-00 SUMA MARU
Manager: Gouvernement van Japan, Japan
Owner: Gouvernement van Japan, Japan
Shareholder:
Homeport / Flag: Japan
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1932-12-29: Op 29.12.1932 als DOGGERSBANK, zijnde een stalen motorvrachtschip, met 1 laadruim met 2 luiken, machinekamer, 2 oliebunkers,commandobrug met stuurhut, 1 laadinstallatie met 2 laadbomen, 1 schoorsteen, officierslogies, volkslogies, 1 schroef gedreven door een Deutz-ruwoliemotor 200 PK, groot bruto 876.02 M3, liggende te Dordrecht, door C.J. Lambrechtse, scheepsmeter te Rotterdam, ten verzoeke van N.V Scheepvaart Mij. "Kustbelangen" te Alblasserdam van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1951 Z DORD 1932 op het achterschip aan B.B. zijde achter tegen het achterste dekhuis.

1933-01-20: Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 20-01-1933: Schip voor de Wilde Vaart. In den Archipel. Aneta seint uit Rotterdam : De vrachtboot DOGGERSBANK, welke bestemd is voor de wilde vaart in den Archipel, is naar Nederlandsch-Indië vertrokken. De Doggersbank werd door de Industrieele Mij. „De Noord" te Alblasserdam gebouwd voor rekening van de Amsterdammers Hodde en Blokdijk. De heer Hodde treedt op als kapitein en de heer Blokdijk als eerste stuurman. De reis zal vermoedelijk drie maanden duren.

1933-01-20: De Tijd 20-01-1933: Motorkustvaart. Proefneming in Indië. De Rotterdamsche correspondent van het „Handelsblad" meldt aan zijn blad:
Het kleine motorschip voor de kustvaart verovert zelfs in dezen tijd nog terrein, daar de mogelijkheid om met deze schepen zoowel kanalen en rivieren als de zeeën te bevaren, vrachtbesparing geeft. Daardoor ontstaan voor deze vaart nog telkens nieuwe vervoergebieden. Zoo is Donderdag van Rotterdam vertrokken het motorvrachtschip „DOGGERSBANK", een schip van 350 ton, gebouwd bij de Noord te Alblasserdam. De eigenaars van dit schip, de heeren Hodde en Blokdijk uit Amsterdam brengen dit vaartuig naar Ned.-Indië en gaan er daar de wilde vaart mee beoefenen.

1933-03-22: Sumatra Post 22-03-1933: Hollandsche Ondernemingsgeest. Twee stuurlieden exploiteeren een eigen vrachtscheepje! Aan den Pasar Ikan te Batavia ligt thans gemeerd een klein vrachtschip, dat 19 Januari uit Nederland (Rotterdam) is vertrokken, en na een reis van vijftig dagen langs de gewone route Java heeft bereikt. Het is bemand met zeven stoere knapen, die met dit schip zich een bestaan willen veroveren en verzekeren, aldus het Bat. Nwbld. De „DOGGERSBANK"—zoo is het scheepje genaamd—is eigendom van twee gewezen stuurlieden van de Java China Japan Lijn, de heeren W. H. Hodde—die als kapitein thans de leiding heeft—en C. Blokdijk, die als eerste stuurman deel uitmaakt van de bescheiden equipage van dit schip. Beiden zijn tevens directeuren der N.V. tot exploitatie van den genoemden vracht vaarder. Gebouwd op de werf „de Noord" te Alblasserdam in opdracht van beide genoemde stuurlieden is dit kranige scheepje een bewijs van Hollandschen ondernemingsgeest, en Hollandsch doorzettingsvermogen. Beide heeren zijn er toe gekomen—op zijn Hollandsch! — „voor zichzelf te beginnen", wijl zij in de vrachtvaart in dezen Archipel in concurrentie met de bestaan de maatschappijen gunstige perspectieven meenden te kunnen zien, en wijl tengevolge van de slechte toestanden, ' ook in het scheepvaartbedrijf, waarvan zij zelven persoonlijk min of meer slachtoffer werden vanwege de onzekere toekomst, voor de noodzaak gesteld werden zelf aan te pakken. En dit hebben zij dan ook gedaan met een bewonderenswaardige energie. Het scheepje heeft een laadvermogen van ruim 300 ton, het is een stevig-solide gebouwd vaartuig, dat in de vrachtvaart in deze Indische wateren hun wel te pas zal komen. De reis uit Europa herwaarts is volbracht met een gemiddelde vaart van 9 mijl, zoodat ook de vaarcapaciteit van dit schip voor het doel waarvoor het bestemd is, zeer voldoende kan worden geacht. Dat de heeren Hodde en Blokdijk de economische depressie ten spijt, de uitvoering van hun plan hebben doorgezet, geeft biijk van hun ernstigen wil om te slagen. Zij zijn zonder lading —in ballast —hier gearriveerd, doch hopen erin te kunnen slagen, hier voldoende emplooi voor hun schip te vinden. Wij hebben gisteren een kijkje aanboord van de ,Doggersbank" genomen. De ruimte is uiteraard bekrompen wat betreft de logies van het personeel, dat behalve uit de genoemde leidende officieren ook bestaat uit een tweeden stuurman, een Duitsch ingenieur, de heer Weltinger, als hoofd van de machinekamer, een tweeden machinist en twee Hollandsche matrozen van wie één met de zorgen voor het combuis is belast. Alles is dan ook gericht op het vervoer van lading. Voorloopig blijft het schip op Pasar Ikan gestationneerd, waar na deze eerste reis de machinekamer grondig moet worden nagezien, en dan zal het trachten, in de wilde vaart vrachten te vervoeren.

1933-06-22: De Indische courant 22-06-1933: Scheepsberichten. De „DOGGERSBANK”. Op de reede van Soerabaia ligt momenteel de „Doggersbank", het vrachtscheepje, dat onlangs op eigen kracht uit Nederland herwaarts kwam, welke zeemansprestatie zooveel bewondering heeft gewekt. Het schip vaart, zooals bekend, onder den eigenaar-gezagvoerder en toeft hier voor het innemen van diverse lading.

1933-07-12: De Indische Courant 12-07-1933: De kleine scheepvaart. Weinig resultaten van actie tegen Japansche concurrentie. Naar de „Loc." omtrent het in de vaart brengen van kleine scheepjes verneemt, die zouden moeten ageeren tegen de Japansche concurrentie, kan daarvan weinig resultaat worden verwacht. Het zijn voor kleine schepen ook al slechte tijden en bovendien komt er allerlei geharrewar bij, zooals aan boord van de „Doggersbank", waarvan een lid der bemanning bij den Duitschen consul, en de machinist en de stuurman bij den havenmeester klachten hebben ingediend inzake de behandeling aan boord e.d. Dit bevordert uiteraard het werken met-resultaten niet. Het eigenaardige van deze „Doggersbank"-affaires is, dat dit scheepje vaart op een Nederlandschen zeebrief en dat de klachten dus eerst naar Nederland moeten worden doorgezonden voor onderzoek.

1933-11-14: Sumatra Post 14.11.1933: Wat bepalingen beletten. Stuurman die niet een Hollandsch Diploma bezat. In tijden als deze, waarin velen onder het juk der werkloosheid gebrukt gaan, is het vreemd te moeten ontdekken, dat door een bloote formaliteit de werkloosheid als het ware bestendigd kan worden. Wij hebben hier het oog op het geval van het aanmonsteren van een stuurman voor het motorschip „DOGGERSBANK", schrijft de Java Bode.
Een tweetal doortastende jonge menschen, stuurman van beroep en destijds ten gevolge va,n de malaise bij de J.C.J.L. ontslagen, had met hulp van een reeder in Holland een scheepje uitgebracht om hier de z.g. wilde vaart uit te oefenen. Beiden zijn voor een, althans voor hen, belangrijk bedrag in dit bedrijf geïnteresseerd en vermoedelijk hebben zij er hun laatste spaarpenningen ingestoken. Veel winst werpt dit bedrijfje nog niet af, deels uit onbekendheid met een dergelijke manier van vrachtvaren, deels door de concurrentie van de K.P.M. Nu lukte het den eersten stuurman van dit scheepje een vrij goede betrekking aan den wal te vinden, maar om deze betrekking te kunnen aanvaarden moest hij voor een plaatsvervanger zorgen, aangezien de gezagvoerder niet alleen met het schip mocht uitvaren. Het toeval wilde, dat hij vrij spoedig een werkloozen stuurman in het bezit van een eerste rangsdiploma ontmoette. Bedoelde stuurman was echter niet in het bezit van een z.g. Hollandsch diploma. Hij had in 18 zijn eerste rang hier in Indië gehaald. Ter betere oriënteering van den lezer diene, dat de diploma's voor stuurlieden en machinisten zoowel hier in Indië als in Holland kunnen worden behaald en beide diploma's volkomen gelijkwaardig zijn. Hollandsche diploma's worden gevraagd voor het varen op schepen, varende op een Nederlandschen zeebrief,; omgekeerd zijn de Indische diploma's vereischt voor het varen op schepen met een Nederlandsch- Indischen zeebrief. Wil iemand in het bezit van een Hollandsch diploma,aanmonsteren op een schip met Nederlandsch Indischen zeebrief, dan ontvangt hij op vertoon van zijn Hollandseh diploma van den hoofd-inspecteur van Scheepvaart een Indisch diploma; wil iemand met een Nederlandsch-Indisch diploma varen op een schip met Nederlandschen zeebrief dan ontvangt hij van den inspecteur-generaal van Scheepvaart in Holland een Hollandsch diploma. Ten bewijze, dat men hier met een bloote formaliteit te doen heeft, teekenen wjj aan, dat er nu nog op verschillende schepen der K.P.M., schepen dus, varende op Nederlandsch-Indischen zeebrief, gezagvoerders varen met een Hollandsch eerste rangsdiploma, die dit certificaat nog nimmer voor Indisch diplomna hebben ingeruild. Eveneens varen er bij de N.K P.M. stuurlieden met uitsluitend Indisch diploma's, terwijl deze schepen varen op een Nederlandschen zeebrief. Voorts is het meerdere malen voorgekomen, dat schepen der K.P.M, uit Holland werden uitgebracht dus nog op een Nederlandschen zeebrief voeren terwijl de gezagvoeders hun Indisch diploma niet hadden ingewisseld vooreen Hollandsch certificaat. Hieruit volgt, dat men het over het algemeen met die inwisseling niet zoo nauw neemt. De betrokken havenmeestersweten immers wel, dat de diploma's volkomen gelijkwaardig zijn. Nu beging de gezagvoerder van de „Doggersbank" de... onvoorzichtigheid om den Havenmeester te Priok te vragen, of hij den nieuw aangenomen stuurman wel mocht aanmonsteren, aangezien de „Doggersbank" nog steeds op een Hollandschen zeebrief vaart. Uit den aard der zaak moest toen die havenmeester wel den hoofd-inspecteur van Scheepvaart van een en ander in kennis stellen. Nu zou men verwachten, dat laatstge noemde autoriteit vergunning zou geven tot aanmonsteren, mits de betrokken stuurman zijn diploma afdroeg aan den Haven meester, zoodat deze dit briefje ter aanvullig met een Hollandsch diploma naar den inspecteur generaal in Holland kon zenden. De'hoofd-inspecteur van Scheepvaart meende "echter niet vooruit te moeten loopen op de beslissing van Holland. Wel werd op kosten van den werklooze naar Holland getelegrafeerd en had de gezagvoerder van de „Doggersbank" ter zake twee telefoongesprekken met Holland, waarop drie dagen later het antwoord van den inspecteur-generaal kwam, luidende: Geen bezwaar. Alleen het niet treden in de bevoegdheden van inspecteur generaal van Scheepvaart in Holland was oorzaak dat: een schip drie dagen werd opgehouden, een stuurman de kans liep een goede walbetrekking te missen en een werklooze stuurman zich de kans op een baantje bijna zag ontgaan. Wij geven toe, dat volgens de letter van de wet de hoofd inspecteur niet anders kon handelen, doch wij hopen toch, dat de door ons gepubliceerde feiten zullen kunnen bijdragen tot een meer soepelen uitleg van voorschriften besluit, het blad.

1942-01-00: Gevorderd door de Koninlijke Marine als patrouillevaartuig voor de bewaking van Soerabaja. Ter voorkoming van in-beslagname door de Japanners, op 2 maart 1942 te Soerabaja op het Marine etablissement op last van de Commandant Zeemacht tot zinken gebracht. 21 Juli 1943 door de Japanners gelicht.

1944-10-26: Final Fate: Bij Malili (aan de noordkust van de Golf van Boni, Celebes) als gevolg van een geallieerde luchtaanval gezonken. Eind 1945 wrak teruggevonden in de Malili rivier en als onherstelbaar geabandonneerd. (De teboekstelling bij het Kadaster wordt op 11-12-1951 doorgehaald.)

Ship Masters Data

Images


Description: Doggersbank 1933
Image type: Photo

Description: Doggersbank 1933
Image type: Photo
Sources