Name ship: DOLFIJN

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1898
Classification Register: Germanischer Lloyd (GL)
IMO number:
Nat. Official Number:
Category: Cargo vessel
Propulsion: Sailing Vessel
Type: Schooner
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts: Two masts
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Jacob Jans Pattje, Waterhuizen, Netherlands
Yardnumber:
Date Laid Down:
Launch Date: 1898-11-00
Delivery Date: 1899-03-12
Technical Data

Ship is not motorized.
 
Gross Tonnage: 140.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 113.00 Gross tonnage
Deadweight: 225.00
 
Length 1: 33.25 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 31.06 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.07 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.78 Meters Depth, moulded
Draught: 2.44 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1898-11-00 DOLFIJN
Manager: D.R. Speelman, Groningen, Netherlands
Owner: D.R. Speelman, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NMGK
Additional info:

Date/Name Ship 1915-00-00 DOLFIJN
Manager: T. Eppinga, Groningen, Netherlands
Owner: T. Eppinga, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NMGK
Additional info:

Ship Events Data

1916-11-16: Final Fate: Op 16-11-1916 met een lading mijn stutten onderweg van Cristiania ( Oslo) naar New-Castle, op de Noordzee aangehouden door een Duitse U-boot en met bommen tot zinken gebracht. De bemanning werd aan boord genomen van de U-boot en dezelfde middag afgegeven aan de Noorse brik “Ethel”. Deze droeg de equipage nog dezelfde dag weer over aan het Zweedse ss “Ludwig Peyron” (590brt/1880), die hen 4 dagen later te North Shields aan wal bracht.

1916-12-02: Algemeen Handelsblad 02-12-1916. Omtrent het tot zinken brengen van den te Groningen tehuis behoorenden schoener „Dolfijn" door een Duitsche onderzeeboot verneemt onze berichtgever te IJmuiden nog de volgende interessante bijzonderheden: Met een lading mijnstutten (contrabande) was het schoenerschip „Dolfijn", kapitein T. Eppinga, op reis van Christiania naar West Hartlepool, toen op 16 November, des namiddags te half een, op 56 gr. 30 min. N.Br. en 4 gr. 20 min. O.L. een Duitsche duikboot, die ongemerkt was, voor den schoener opdook en seinde, de scheepsboot uit te zetten, om voor een onderzoek met de papieren aan boord van de duikboot te komen. De kapitein en een matroos begaven zich met de documenten in de scheepsboot en roeiden zo spoedig mogelijk naar de duikboot. Toen zij bij den duikbootcommandant waren aangekomen, werd kapitein Eppinga medegedeeld, dat zijn vaartuig wegens het vervoeren van contrabande in den grond geboord zou worden, zoodat hij en zijn bemanning het schip moesten verlaten. Van de duikboot gingen eenige matrozen mede om twee bommen op het schip te plaatsen en het op deze wijze tot zinken te brengen. Aan de bemanning werd gelegenheid gegeven hun particuliere goederen mede te nemen. Inmiddels waren de twee bommen buiten boord gehangen. Deze bommen, door een draad aan elkaar verbonden, moesten waarschijnlijk, volgens onzen zegsman, door middel van electriciteit tot ontploffing worden gebracht. Over den deklast hout werd de noodige petroleum gegoten om het schip in brand te doen steken. Een oogenblik nadat de Duitschers met de schipbreukelingen het schip verlaten hadden, ontploften de bommen. Zien zinken heeft men het vaartuig echter niet, daar, toen men aan boord van de duikboot gekomen was, niets meer van het schip te zien was. De scheepsboot van de „Dolfijn" werd aan boord van de duikboot geheschen. Na een half uur kwam de Noorsche bark „Parnass" uit Christiana in zicht. Onmiddellijk ging de Duitsche duikboot er op af, en toen bleek dat de bark eveneens mijnstutten in had, werd dit vaartuig geheel op dezelfde wijze tot zinken gebracht. De twaalf opvarenden kwamen eveneens aan boord van de duikboot. Des namiddags te twee uur van denzelfden dag kwam de Noorsche brik „Bethel", eveneens uit Christiania, in den aandacht van de duikboot. De „Bethel" kreeg order om te stoppen, hetgeen onmiddellijk geschiedde, waarna de twaalf menschen van de „Parnass en de vier van de „Dolfijn" op de brik werden overgezet. Dit schip ontkwam dus op deze wijze aan den anders onvermijdelijken ondergang. Den 20sten November, dus nadat de schipbreukelingen vier dagen aan boord van de „Bethel" vertoefd hadden — waar de ruimte zeer bekrompen was voor deze onverwachte gasten — kwam het Zweedsche stoomschip „Ludwig Beyron" uit Stockholm, dat onderweg was naar Roven, in de nabijheid van de brik. Den gezagvoerder word verzocht de menschen mede te nemen en in Engeland te landen. Aan dit verzoek werd onmiddellijk voldaan en nog denzelfden dag werden de schipbreukelingen te Nortshields geland. Van daar gingen de Nederlanders naar Hull, vanwaar ze hedennacht door het stoomschip „Minister Tak" te IJmuiden werden aangebracht. De namen der opvarenden van de „Dolfijn" zijn: T. Eppinga, W. Ploeger, D. Lijnema en A. Kruize.

Ship Masters Data

Images

Sources