Name ship: EEMS

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1929
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5058923
Nat. Official Number: 1209 Z GRON 1929
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Scheepswerf 'Gideon' J. Koster Hzn., Groningen, Netherlands
Yardnumber: 121
Date Laid Down:
Launch Date: 1929-07-18
Delivery Date: 1929-08-30
Technical Data

Engine Manufacturer: Deutz A.G., Motorenfabrik, Cologne (Kln), Germany
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 3
Power: 150
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Deutz Type (280x450)
Speed in knots: 8.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 195.11 Gross tonnage
Net Tonnage: 96.00 Net tonnage
Deadweight: 240.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 12000 Cubic Feet
 
Length 1:
Length 2: 33.16 Meters Registered
Beam: 6.25 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.53 Meters Depth, moulded
Draught: 2.48 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1964-00-00: Nieuwe hoofdmotor: 4tew 6 cil 180 PK Kelvin Type (165x185) 7 Kn en verbouwd tot koelschip.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1929-08-30 EEMS
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Coenraad Bos, Schiedam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: NMTL
Additional info: 1934 call sign PDVS

Date/Name Ship 1935-03-07 EEMS
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Scheepswerf J. Koster Hzn., Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PDVS
Additional info:

Date/Name Ship 1935-06-04 ALCYON
Manager: Pieter Berend de Vries, Delfzijl, Netherlands
Owner: Pieter Berend de Vries, Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PCJB
Additional info:

Date/Name Ship 1936-00-00 CALYX
Manager: Lovering & Sons Ltd, Cardiff, Great Britain
Owner: Lovering & Sons Ltd, Cardiff, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Cardiff / Great Britain
Callsign: MLWM
Additional info:

Date/Name Ship 1936-00-00 CALYX
Manager: Robert Gardner (Luneside) Ltd., Lancaster, Great Britain
Owner: Robert Gardner (Luneside) Ltd., Lancaster, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Lancaster / Great Britain
Callsign: MLWM
Additional info:

Date/Name Ship 1963-02-00 CALYX
Manager: Favor Parker, Lancaster, Great Britain
Owner: Favor Parker, Lancaster, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Lancaster / Great Britain
Callsign: MLWM
Additional info:

Date/Name Ship 1963-12-00 CALYX
Manager: P.M. Herbert, Lancaster, Great Britain
Owner: Herb Shipping Ltd., Lancaster, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Lancaster / Great Britain
Callsign: MLWM
Additional info:

Date/Name Ship 1964-10-00 CALYX
Manager: Continental Cargo's Ltd., Lancaster, Great Britain
Owner: Continental Cargo's Ltd., Lancaster, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Lancaster / Great Britain
Callsign: MLWM
Additional info: Verbouwd tot koelschip

Date/Name Ship 1967-00-00 CALYX
Manager: W.T. Bateman, London, Great Britain
Owner: W.T. Bateman, London, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: London / Great Britain
Callsign: MLWM
Additional info:

Date/Name Ship 1968-08-00 CALYX
Manager: Southwold Marine Aggregates Ltd., London, Great Britain
Owner: Southwold Marine Aggregates Ltd., London, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: London / Great Britain
Callsign: MLWM
Additional info:

Date/Name Ship 1971-00-00 CALYX
Manager: Carter & Ward of Wickford Ltd, London, Great Britain
Owner: Carter & Ward of Wickford Ltd, London, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: London / Great Britain
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1929-08-07: De Maasbode 07-08-1929: Verkochte schepen. Delfzijl, 6 Augustus. De heer J. Koster Hzn. scheepsbouwer te Gideon, bij Groningen, heeft ondershands verkocht aan de heeren Hoff en Bos alhier, een stalen motorschip. Het is groot 260 ton d.w en voorzien van een 150180 p.k. compr. Deutz Dieselmotor. Het schip, dat bevaren zal worden door kapt. Bos, wordt onder den naam Eems" in de vaart gebracht.

1929-08-20: Op 20.08.1929 als EEMS, zijnde een motorvrachtschip, groot 195.11 reg. ton, liggende te Groningen, door J. Gerrits, scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Coenraad Bos, kapitein ter koopvaardij te Rotterdam, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1209 Z GRON 1929 op het achterschip op de lichtkap motorkamer, bakboordzijde.

1929-08-30: Algemeen Handelsblad 02-09-1929: De vorige week vond op de Eems de goed geslaagde proefvaart plaats met het door de Scheepswerf Gideon van den heer J. Koster Hzn. te Groningen gebouwde motorzeevrachtschip EEMS". Het schip, dat voor Nederlandsche rekening in de vaart wordt gebracht, heeft afmetingen van 34.50x6.25x2.60 in. en is voorzien van een 150180 P.K. compressorloozen Deutz Dieselmotor ter voortstuwing. Het roer is van het Oertz patent. De verlichting geschiedt electrisch. Op de proeftocht werd een snelheid bereikt van 9 mijl. Het schip is gebouwd onder hoogste klasse Veritas, groote kustvaart.

1932-08-22: Staatscourant van 30 maart 1933: No 26 Uitspraak van den. Raad voor de Scheepvaart betreffende de klacht van Ernst Homberg, destijds lichtmatroos op het motorschip Eems, tegen Coenraad Bos, kapitein van voornoemd motorschip, ter zake van mishandeling.
Op 22 Augustus 1932 is door den Duitschen lichtmatroos Ernst Homberg bij het Staatliches Seemannsamt te Danzig een klacht ingediend, welke schriftelijk is opgenomen, tegen Coenraad Bos, kapitein van het Nederlandsche motorschip Eems, ter zake van grove mishandeling en bedreiging met den dood. Deze kapitein zou Homberg meerdere malen met de vuist in het aangezicht hebben geslagen en met zijn zware schoenen herhaaldelijk geschopt hebben, zoodat klagers rug met blauwe plekken overdekt was; bovendien zou de kapitein klager hebben gedreigd hem dood te zullen slaan. In overeenstemming met het voorstel van den hoofdinspecteur voor de scheepvaart, aan wien bovengenoemde klacht was doorgezonden en vervolgens bij den Raad aanhangig gemaakt, besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij art. 49 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de gegrondheid van voorschreven klacht, welk onderzoek ter zitting van den Raad van 18 Januari 1933 in tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft plaats gehad. De Raad nam kennis van het ten deze door de scheepvaartinspectie ingesteld voorloopig onderzoek en hoorde als getuige Solke Dekker, stuurman op de Eems ten tijde van de in de klacht ten laste gelegde misdragingen. De kapitein Coenraad Bos, voornoemd, werd als aangeklaagde buiten eede gehoord. De voorzitter zette hem de beteekenis van de klacht uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren, hetgeen hij daartoe dienstig oordeelde, hem daarbij het laatste woord latende. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: Het Nederlandsche motorschip Eems, metende 195,11 bruto-, 96,04 netto -registerton, onderscheidingssein NMTL, behoort thuis te Rotterdam en is eigendom van den kapitein Coenraad Bos. Klager zet in zijn klacht de feiten nader uiteen als volgt: Op 11 Augustus 1932 lag de Eems te Danzig om haring te lossen. Langszij lag nog een ander Nederlandsch vaartuig. Om 6 uur 's avonds begaf hij zich aan boord van dit schip om eenige landgenooten, die daarop dienden, te bezoeken. Wel is waar begon zijn wacht om 8 uur 's avonds, doch wanneer hij op het andere schip uit het logies aan dek ging, kon hij van daar af voldoende op de Eems letten, al bleef hij aan boord van het andere schip. Even nadat hij weer aan dek was geweest om naar de Eems te kijken, kwam kapitein Bos aan boord van het andere schip en riep hem aan dek te komen. Zoodra hij kwam, werd hij door kapitein Bos met de vuist in het gezicht geslagen. Klager sprong weer op de Eems over, doch ontving van den kapitein nog een stomp, zoodat hij op het dek viel. De kapitein bewerkte hem hier nogmaals met vuisten en voeten, liet hem plaats nemen op het grootluik en dreigde hem te zullen doodslaan, wanneer hij deze plaats verliet. In den namiddag van den volgenden dag is hij aan land gegaan, heeft zich naar het Duitsche consulaat-generaal begeven en werd daar naar het Seemannsamt verwezen om zijn klacht in te dienen. Het Seemannsamt was reeds gesloten; hij begaf zich daarom naar het woonhuis van den voorzitter. Er was toen geen gelegenheid meer om het Nederlandsche consulaat van deze aangelegenheid in kennis te stellen. Klager is daarop weer naar boord teruggegaan en verzocht den kapitein om afmonstering. Hier wilde de kapitein niet van weten en zeide, dat hij hem op zou sluiten. Bang om nog aan boord te blijven, heeft klager het schip verlaten, achtervolgd door den stuurman. Hij wist echter te ontkomen. Aangeklaagde voerde hiertegen aan, dat hij Homberg reeds eenige maanden als lichtmatroos aan boord had, doch dat deze steeds ongehoorzaam was en voor zijn werk niet deugde. In Hamburg wilde hij hem dan ook ontslaan, doch op het aanhoudend aandringen van klagers vader, eveneens kapitein, had hij zich laten overreden, het nog maar eens te probeeren. Deze vader had zelf zijn zoon onhandelbaar genoemd, had hem daags vr het vertrek nog eens een flink pak slaag gegeven en had aangeklaagde en de bemanning geraden, streng tegen hem op te treden en hem desnoods met een eind touw te regeeren. Op 11 Augustus 1982 te Danzig had klager 's avonds wacht moeten loopen, doch hij was nergens te vinden. Later bleek hij zich aan boord van het naast de Eems liggende motorschip Jupiter te bevinden. Aangeklaagde heeft hem daar toen van boord gehaald en heeft hem in zijn drift een paar flinke draaien om de ooren gegeven, terwijl hij ook toegeeft klager te hebben geschopt, doch niet met zware schoenen, gelijk klager stelt, doch met pantoffels, zoodat hier moeilijk blauwe plekken door kunnen zijn ontstaan. Den volgenden dag heeft aangeklaagde aan klager medegedeeld, dat hij hem niet meer aan boord wilde hebben en dat hij zijn vader, kon berichten, dat deze hem in Brunsbttel af kon halen. Klager is daarop eerst aan den wal gegaan, kwam 's middags terug en wilde te Danzig afmonsteren. Dit heeft aangeklaagde geweigerd en hij heeft gezegd, dat hij hem mede zou nemen naar Brunsbttel om hem aan zijn vader af te leveren. Hierop is klager blijkbaar angstig geworden en is van boord weggeloopen. De stuurman heeft nog getracht hem terug te halen, doch vergeefs. De stuurman bevestigt in alle opzichten de lezing van den kapitein. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft aangevoerd, dat de kapitein heeft erkend den klager te hebben mishandeld, hetgeen niet geoorloofd is; dat het anderzijds echter zeer begrijpelijk is, dat de kapitein geweld heeft gebruikt, nu hij met een niet te regeeren jongen te doen had. De Raad is van oordeel, dat de klacht, behalve wat de bedreiging met den dood betreft, waaromtrent het bewijs niet is geleverd, gegrond is. Het slaan en schoppen van den klager wordt door den aangeklaagde erkend. Wat de bedreiging met den dood betreft, verklaarde de aangeklaagde, dat dit wel is geschied door klagers vader, die hem niet alleen een flink pak slaag gaf, toen de jongen bij den aangeklaagde aan boord werd gebracht, doch daarbij tevens zou hebben gezegd: Ik zal je doodslaan, als je bedankt wordt". De aangeklaagde schrijft het dan ook toe aan angst van klager voor zijn vader, dat klager is weggeloopen, toen hem werd medegedeeld, dat hij aan zijn vader zou worden overgegeven. De Raad moet de gedraging van den aangeklaagde afkeuren en de aangeklaagde gaf dan ook ter zitting toe, dat hij beter had gedaan geen geweld jegens klager te gebruiken. Rekening houdende met de omstandigheden, waaronder de feiten zijn gepleegd, meent de Raad echter met een berisping te kunnen volstaan. Mitsdien: Straft de Raad den aangeklaagde, kapitein Coenraad Bos, geboren 21 April 1899, wonende te Amsterdam, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heeren prof. mr, B. M. Taverne, plaatsvervangend voorzitter, C. J. Canters, A. L. Boeser en B. C. Walraven, leden, G. Botje, plaatsvervangend lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris, mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden plaatsvervangend voorzitter ter openbare zitting van den Eaad van 11 Maart 1933. (get.) B. M. Taverne, C. J. Canters, A. L. Boeser, van Walraven, G. Botje, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1934-10-22: NvhN 23-10-1934: Delfzijl, 22 Oct. Het motorschip Eems, kapt. Bos kwam hier heden binnen met geheel ingedrukt voorschip en verdere schade over dek. Het schip is ledig op weg van Londen naar Appingedam en zal de schade alhier herstellen. De schade werd veroorzaakt door overkomende stortzeen, toen het schip zich met een lading carton op weg van hier naar Londen bevond.
NvhN 30-10-1934: Het motorschip "Eems", kapt. Bos, dat alhier met ingedrukt voorschip binnenkwam, heeft de schade alhier hersteld en vertrok heden van hier beladen met carton met bestemming Londen. Later keerde het echter terug wegens slecht weer.

1935-03-00: In 1935 door Bos verkocht aan de bouwwerf voor de in aanbouw zijnde nieuwe 'EEMS'.
De Eemsbode 5 maart 1935: Door de heer P.B. de Vries te Farmsum is van de heer J. Koster, Scheepswerf 'Gideon' te Groningen, aangekocht het motorschip 'EEMS', groot 260 ton dw, thans nog bevaren door kapitein C. Bos van Delfzijl. Het schip zal onder de naam 'ALCYON' door de heer de Vries in de vaart gebracht en bevaren worden.

1935-10-22: Onderweg met een lading papier van Delfzijl naar Londen om 09.25 uur s morgens in de Thames aangevaren door het Engelse Stoomschip 'Moreton Bay' (14193 Brt). De 'ALCYON' zonk, maar de opvarenden, op lichtmatroos B.J. de Vries van Farmsum na, werden gered.
In de Eemsbodes van resp. 25 en 29 oktober en 1 november 1935 staan de volgende uitvoerige verslagen:
Eemsbode 25 Oktober 1935: Uit de gemeente Delfzijl. Het motorschip 'Alcyon' aangevaren door Engels passagiersschip. Een lid der bemanning om het leven gekomen. Schip en lading ernstig beschadigd. Zoals wij reeds aan ons gebouw bulletineerden, heeft j.l. Dinsdagavond op de Theems bij Londen een ernstige aanvaring plaats gehad tusschen het Delfzijlsche motorschip 'Alcyon' en een groot Engelsch schip de 'Moreton Bay', waarbij een lid der 'Alcyon' bemanning, de 17 jarige B.J. de Vries van Farmsum om het leven is gekomen. De 'Alcyon' kapitein P. de Vries was j.l. Maandagmorgen met een lading carton van de Boardexport van Delfzijl naar Londen vertrokken. Het plan was reeds Vrijdag te vertrekken, doch door het stormachtige weer was dit onmogelijk en ook Zondagmorgen, toen een poging werd gedaan om uit te varen moest men onverrichterzake in Delfzijls haven terugkeeren. Omtrent deze noodlottige aanvaring deelde kapitein P. de Vries telefonisch de volgende bijzonderheden mede: Nadat bij Gravesend de zeeloods verwisseld was voor een rivierloods, werd verder de rivier de Theems opgestoomd naar Londen. Weer was rustig met tamelijk goed zicht alleen trok een nevelbank over t water. In de verte zag men een groote boot, naar later bleek de bijna 14000 ton groote 'Moreton Bay' van de Aberdeen Line welke door zijn koers de 'Alcyon' weinig ruimte gaf om te passeeren. Men was toen ter hoogte van het plaatsje Erith. De 'Alcyon' gaf daarop tot twee keer toe door fluitseinen te kennen dat ze stuurboord hield, maar in weerwil daarvan week het groote stoomschip naar links uit, zoodat een aanvaring onvermijdelijk werd. Om een botsing nog te ontgaan, werd volle kracht vooruit gegeven, om te trachten nog voor de groote passagiersboot over te komen. Deze manoeuvre gelukte slechts gedeeltelijk, het voorschipvan de 'Alcyon' kwam nog voor over, maar toen werd vlak voor de commandobrug bij de kombuis het kleine scheepje door de kolossus geramd. In de kombuis bevond zich op dat moment de 17 jarige lichtmatroos B.J. de Vries broer van den kapitein. De boeg van de 'Moreton Bay' drong zoo diep in de zijde van de 'Alcyon' door, dat de Vries bekneld en deerlijk gewond raakte. Gelukkig stoomde de 'Moreton Bay' na de aanvaring niet direct achteruit maar bleef vooruit stoomen, zoodat ze het gat bleef vullen en zoodoende de 'Alcyon' voor direct zinken bewaarde. Het motorschip werd nu tegen de kant gezet. De bemanning van de 'Alcyon' werd zoo spoedig mogelijk aan boord van de 'Moreton Bay' overgebracht, waarop de Scheepsdokter den gewonde voorlopig behandelde. De boot stoomde vervolgens verder de rivier af tot Gravesend waar de Vries naar het hospitaal werd vervoerd. Hulp mocht echter niet meer baten, omstreeks vijf uur in den morgen is hij overleden. De 'Alcyon' bleef liggen tegen de Noordwal van de Theems. De volgende morgen bij hoog water zat ze tot de verschansing onder water. Hedenmorgen berichtte de kapitein telefonisch, dat men bezig was de lading uit de 'Alcyon' te lossen, waarna men zal trachten het schip te lichten en in een dok te brengen. Schip en lading waren beide verzekerd.
De bemanning bestond uit de volgende leden: P.B. de Vries, Farmsum kapitein, F.Stam, Delfzijl stuurman, Chr. V. Swienne , Capelle a/d IJssel matroos, B.J. de Vries, Farmsum lichtmatroos, H. Drevel, Kolham machinist, G.Wolt, Delfzijl kok. De 'Alcyon' was vroeger eigendom van kapitein C. Bos te Delfzijl en heette toen 'Eems' . Op 1 juni van dit jaar werd zij door kapitein P.de Vries overgenomen en op 8 Juni in de vaart gebracht onder haar tegenwoordige naam. Ze was Maandag 21 October j.l. met een lading carton van Boardexport uit Delfzijl vertrokken. Het schip was in 1929 gebouwd bij scheepswerf 'Gideon' te Groningen en was 256 ton en voorzien van een 150 P.K. Dieselmotor.

Eemsbode 29 Oktober 1935:
Kapitein van de 'Alcyon' per Batavierlijn te Delfzijl aangekomen. M.s. 'Dollard' met stoffelijk overschot van het slachtoffer der aanvaring onderweg. Uitgezette cartonlading veroorzaakt extra schade.
Omtrent de noodlottige aanvaring van het Delfzijlsche m/s 'Alcyon' op de Theems bij Londen, waarbij de 17 jarige lichtmatroos B.J. de Vries van Farmsum het leven verloor, kunnnen wij nog de volgende bijzonderheden meedelen. Kapitein P.de Vries van de 'Alcyon' is Zondag per Batavierlijn van Engeland overgekomen. De stuurman en de kok van de 'Alcyon' komen over met de 'Dollard' (kapitein Dekker), waarmee ook de kist met het stoffelijk overschot van den lichtmatroos B de Vries vervoerd wordt. Hedenmiddag om drie uur is de 'Dollard' beloodst, zoodat ze tegen zeven uur te Delfzijl kan aankomen. Het stoffelijk overschot wordt dan vervoerd naar het caf 'De Lindeboom' te Farmsum, van waaruit morgenmiddag plm. drie uur de begrafenis op het kerkhof te Farmsum plaats heeft.
De rest van de bemanning is aan boord gegaan van de 'Gruno' kapitein Veenma en wordt morgen te Delfzijl verwacht. Omtrent de cartonlading van de 'Alcyon' vernamen we nog dat deze door het water dermate is uitgezet, dat het dek bolrond is gebogen door de geweldige druk en er reeds verschillende klinkerkoppen afgeknapt zijn. Men heeft nu de luiken geopend, waardoor de massa een uitweg gezocht en gevonden heeft en de drukop de zijwanden en dek is verminderd. Het is nog niet bekend wat men na het lichten van de 'Alcyon' met het schip zal doen, dat zal afhangen van de schade, welke is veroorzaakt door de aanvaring en later door het uitzetten van de lading.

Eemsbode, vrijdag 1 november 1935:
De begrafenis van den lichtmatroos B de Vries. Indukwekkende plechtigheid te Farmsum. Met de vlag halfstok arriveerde Dinsdagavond om zeven uur in de Delfzijlsche haven het m/s 'Dollard' kapitein P. Dekker met zijn droeve last het lijk van den bij de aanvaring van de 'Alcyon' zoo nootlottig omgekomen B.J. de Vries, ook stuurman F. Stam en de kok G. Wolf waren meegekomen. Op de kade had zich veel publiek verzameld om van de aankomst getuige te zijn. Dank zij de volledige medewerking van den Nederlandschen Consul te Gravesend waren de formaliteiten bij de aankomst te Delfzijl tot een minimum beperkt, zoodat nog diezelfde avond de kist vervoerd kon worden naar cafe De Lindeboom van den heer K. de Vries te Farmsum. Woensdagmiddag had van hieruit de begrafenis plaats. De belangstelling was zeer groot, vele vriendenen kennissen van den overledene en de familie waren samengekomen om de laatste eer te bewijzen aan den jongeling die nog pasaan het begin van zijn loopbaan stond en door zijn eenvoud en hartelijkheid zich reeds zooveel vrienden verworven. Ds. Van Dijk van Uitwierde sprak naar aanleiding van verschillende bijbelteksten een treffend woord van troost en opbeuring tot de diepgetroffen familie, daarbij den jongen B schetsend als iemand die al vroeg zijn roeping gevoelde. Hij moest en wilde naar zee en kwam in opstand tegen alles wat zich daartegen verzette. Toen echter het pleit ten zijnen gunste beslist werd en hij zijn hartewensch zag vervuld, kwamen de sluimerende goede eigenschappen van hem tot volle ontplooing en toonde hij zich aan boord een schepeling die met opgewektheid en groote ijver zijn plicht deed. Trouw eerlijk en hartelijk als hij was nam hij ieder die met hem in aanraking kwam voor zich in, hij was een gehoorzame liefhebbebde zoon. Dat laatste bleek vooral zoo ging ds van Dijk verder uit het voorval dat men mij zooeven vertelde en dat een diepe indruk op mij heeft gemaakt. Toen hij op reis naar Engeland welke zijn moeder meemaakte het scheepshondje in de Noordzee over de verschansing raakte en hij zag dat zijn moeder met tranen in de oogen het beestje nakeek bedacht hij zich geen oogenblik maar sprong overboord en bracht het hondje terug, zijn eigen leven wagend om het verdriet van zijn moeder te stillen. En nu is deze brave jongen gevallen, niet als een offer van de zee maar als een slachtoffer van het verkeer ter zee. Zich meer tot de vader en broer van den overledene wendende (de moeder kon niet tegenwoordig zijn) wenscht spreker hen troost en sterkte hopende dat ze deze mochten vinden in het Evangelie, zoodat ook dit sterven voor hen nog gewin mocht zijn. Hierna werd de lijkkist in de rouwkoets gedragen en begaf de stoet , welke uit ruim 150 personen bestond zich naar de begraafplaats. Een groot aantal kransen en bloemstukken werd meegedragen en toen de kist in de groeve was neergelaten op het graf gelegd. In enkele eenvoudige gevoelvolle woorden richte de heer T.de Vries uit Hilversum zich tot zijn overleden neef en herdacht dezen als een trouwe eerlijke en hartelijke jongen , eindigende met de woorden rust zacht beste B.
Vervolgens bedankte hij den heer E. Wagenborg voor de groote steun welke de familie in de droeve dagen van dezen ondervonden had, namens de familie de hoop uitsprekende dat die steun nog verder verleend mocht worden. Den heer Dekker kapitein van de 'Dollard' werd dank gebracht voor het belangeloos vervoeren van het stoffelijk overschot van Engeland naar Delfzijl, terwijl spreker tenslotte namens de familie allen, welke hun belangstelling getoond hadden hartelijk dankte. Hiermede was deze droeve indrukwekkende plechtigheid afgeloopen. Dat men in Engeland meeleefde bleek wel uit het feit dat de nachtzuster van het hospitaal te Gravesend een hartelijke troostvolle brief richte aan de moeder van B terwijl namens de Engelsche loods die tijdens het ongeval aan boord was een krans op het graf werd gelegd. Ook vanwege het Engelsche makelaarskantoor waren bloemen gezonden. Hartelijke blijken van sympathie, welke zeer gewaardeerd werden.
De teraardebestelling van het stoffelijk overschot van den jeugdigen lichtmatroos B. de Vries van de 'Alcyon' op zoo noodlottige wijze om t leven kwam heeft j.l woensdag 30 oktober 1935 onder groote belangstelling plaats gehad op het kerkhof van Farmsum.

Staatscourant van 15 februari 1936: No 7 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de aanvaring van het Nederiandsche motorschip Alcyon met het Engelsche stoomschip Moreton Bay op de Theems.
Op 22 October 1935 is het Nederlandsche motorschip Alcyon op de Theems ter hoogte van Coldharbour point in aanvaring gekomen met het Engelsche stoomschip Moreton Bay. In overeenstemming met het voorstel van den inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij art. 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van die aanvaring zou instellen, welk onderzoek ter zitting van 30 December 1935 in tegenwoordigheid van dien inspecteur-generaal heeft plaats gehad. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie, zoomede van de rapporten, ingediend bij de Engelsche autoriteit, onderscheidenlijk door den loods van het s.s. Moreton Bay en den loods van het m.s. Alcyon betreffende die aanvaring. De Raad hoorde voorts als getuige onder eede den kapitein van de Alcyon Pieter Berend de Vries. Uit een en ander is den Raad het navolgende gebleken: Het motorschip Alcyon is een Nederlandsch vaartuig, gebouwd te Groningen in 1929 van staal; het hoort toe aan getuige; de bruto-inhoud bedraagt 201,03, de netto-inhoud 93,11 registerton. De roepnaam is P C J B; het vaartuig hoort thuis te Delfzijl en is voorzien van een Deutz-drie-cylinder-motor van 150180 pk. De bemanning bestaat uit zes personen. De motor wordt bediend door een gediplomeerd motorist. De Moreton Bay is een Engelsch stoomschip, metende 14193 bruto-, 8584 netto-registerton, van de Aberdeen & Commonwealth Line Ltd., te Londen. Volgens verklaring van getuige de Vries is de Alcyon op 21 October 1935 vertrokken van Delfzijl met een lading papier, met bestemming naar Londen. Het schip lag niet diep geladen, daar die lading slechts 200 ton bedroeg. Des namiddags te 2.30 uur op 22 October 1935 kwam het schip voor de Theems. Een loods werd daar aan boord genomen. Des namiddags te 8.10 uur van dien zelfden dag kwam bij Gravesend de rivierloods aan boord, onder wiens aanwijzing de rivier werd opgevaren. Het schip had den vloed met zich mede, daar het des namiddags te 10.44 uur hoogwater bij London Bridge zou zijn. Het was goed weer, ook was het zicht op de Theems goed. Meer dan een mijl ver kon worden afgezien. Er stond een lichte noordoostelijke koelte. Getuige bevond zich den geheelen avond met den loods en den stuurman op de brug, terwijl een matroos op het voordek stond. Toen de Alcyon Coldharbour point naderde, waar de rivier over stuurboord een bocht maakt, zag getuige recht vooruit drie witte lichten op onderling geringen afstand. De loods gaf toen den raad om langzaam te varen, waarop getuige den motor op zeer langzaam stelde. Die lichten bleken afkomstig te zijn van zeilende barges, die door de Alcyon werden ingehaald en aan b.b.-zijde van dat motorschip werden voorbijgeloopen, waarbij de Alcyon geheel den s.b.-wal hield. Inmiddels had dat vaartuig Coldharbour point dwars gekregen. Op aanwijzing van den loods werd s.b.-roer gegeven ten einde de strekking van het vaarwater te volgen. Tijdens het ronden van Coldharbour point kreeg men op de Alcyon even aan stuurboord ongeveer n streek de beide toplichten en een rood zijdelicht van een groot schip in zicht, welke lichten onmiddellijk daarna door de koersverandering van de Alcyon aan bakboord kwamen. Voorbij Coldharbour point bleek het zicht iets minder helder te zijn; er waren mistvlagen vlak op het water. De motor van de Alcyon draaide nog steeds langzaam. Het schip maakte, met den stroom medegerekend, naar schatting van getuige, niet meer dan 4 mijl over den grond. Daarop werd op de Alcyon, op het oogenblik, toen het groote schip, dat later bleek de Moreton Bay te zijn, recht vr de Alcyon was, n korte stoot op de luchtfluit gegeven. Van de Moreton Bay werden twee stooten gehoord. De Alcyon draaide daarop, terwijl het roer nog stuurboord lag, nog meer naar stuurboord. Tevens gaf de Alcyon wederom n korten stoot, daar het niet mogelijk was naar bakboord uit te wijken. Wederom werd dit sein door de Moreton Bay met twee stooten beantwoord. Op de Alcyon liet men daarop den motor volle kracht vooruitwerken, ten einde, met het roer stuurboord aan boord, te trachten een dreigende ajanvaring te voorkomen. Hoewel de Alcyon snel draaide, kon de aanvaring niet meer worden vermeden. Des avonds omstreeks te 9 uur voer de Moreton Bay tegen de Alcyon aan en raakte het achterschip van de Alcyon aan b.b.-zijde ter hoogte van de kombuis, die onder de brug ligt, terwijl de Moreton Bay tamelijk veel vaart had. De Alcyon werd zwaar beschadigd. Het motorschip helde zwaar naar stuurboord over. Getuige gaf dadelijk last aan allen om in het want te gaan, daar geen tijd meer was voor het strijken van de boot. Toen de Alcyon daarop weer recht kwam, kon de bemanning daarvan aan boord vam de Moreton Bay komen. Slechts de broeder van getuige bleef op de Alcyon achter, daar hij, die zich in de kombuis had bevonden, zooals later bleek, zwaar gekwetst was door de aanvaring. Inmiddels zonk de Alcyon snel. Een Sleepboot, die in de nabijheid was, had inmiddels een boot gestreken, waarin die broer, die te water lag, werd opgenomen. Deze werd dadelijk door den dokter aan boord van de Moreton Bay verpleegd en vervolgens te Gravesend naar het ziekenhuis gebracht. In dien zelfden nacht is getuiges broer aan de bekomen verwondingen overleden. Inmiddels was de Alcyon binnen enkele minuten gezonken. Het schip bleek later, nadat het was gelicht en naar de overzijde gesleept, z beschadigd te zijn, dat het als geheel verloren moet worden beschouwd. Blijkens het proces-verbaal d.d. 8 November 1935, op den ambtseed opgemaakt door den inspecteur voor de scheepvaart in het 3de district, Mellemaj, heeft deze als getuige gehoord Freerk Stam. waarbij Stam heeft verklaard, dat hij als stuurman aan boord van de Alcyon was en tijdens de aanvaring aan het roer stond; dat hem de door den kapitein gedane verklaring zooals deze hierboven is weergegeven is voorgelezen; dat die kapitein de feiten geheel juist weergeeft en hij daarop niets heeft aan te merken of daaraan toe te voegen. Volgens de verklaring van den Engelschen loods aan boord van de Alcyon heeft zich de aanvaring toegedragen, zooals getuige de Yries deze heeft medegedeeld. Volgens verklaring van den loods aan boord van de Moretori Bay zouden op de Moreton Bay twee korte stooten zijn gegeven in antwoord op twee korte stooten van de Alcyon en zou de ajanvaring toe te schrijven zijn aan de Alcyon, daar de Alcyon, nadat zij had te kennen gegeven de Moreton Bay te willen voorbijvaren, langs de s.b.zijde van laatstgemeld vaartuig, plotseling van bedoeling veranderde en, terwijl zij trachtte langs den boeg van de Moreton Bay voorbij te varen, naar stuurboord koerste. Getuige de Vries heeft ter zitting van den Eaad nog overgelegd een verklaring van den loods van de Alcyon, naar aanleiding van de hem medegedeelde verklaring van den loods van de Moreton Bay. De verklaring van den loods van de Alcyon luidt als volgt: Ik hoorde den loods van de Moreton Bay zeggen, dat, toen hij ons het eerst zag, wij een signaal van twee korte stooten gaven. Dit is geheel en al onjuist. We waren bezig the point" te ronden onder s.b.-roer en het zou een krankzinnigheid van mijn zijde zijn geweest om den koers te veranderen naar bakboord en in den weg te komen van de Moreton Bay. Getuige de Vries heeft nog verklaard, dat eenigen tijd vr de aanvaring de barges vr de Alcyon over naar bakboord gingen; dat de Alcyon steeds door een koers naar stuurboord heeft blijven houden en op dat schip nimmer twee stooten zijn gegeven, doch tot tweemaal toe n stoot; dat de electrische lantaarns van zijn schip een helder licht verspreidden en de fluit op de Alcyon een duidelijk hoorbaar geluid gaf; dat een soort van nevel over het water hing, doch het zicht nog ruim een mijl was; dat hij bij het dreigen van de aanvaring zelf heeft ingegrepen en volle kracht vooruit gegeven om te trachten vrij te varen. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft als zijn meening te kennen gegeven, dat van de zijde van de Alcyon goed is gehandeld; dat begrijpelijk is, dat, toen de aanvaring dreigde, getuige de Vries getracht heeft door meer vaart te geven, vrij te komen; dat blijkbaar op de Moreton Bay de situatie verkeerd is beoordeeld; dat laatstgemeld vaartuig had moeten wachten totdat de opvarende Alcyon Coldharbour point had gerond, en niet duidelijk is, waarom de Moreton Bay dit niet heeft gedaan; dat evenmin verklaarbaar is, waarom dat schip de voor haar b.b.-zijde van het vaarwater heeft gehouden, tenzij zou moeten worden aangenomen, dat een mistvlaag het zicht voor dat vaartuig heeft belemmerd; dat in elk geval gebleken is, dat de Alcyon geen schuld heeft aan de aanvaring. De Raad voor de Scheepvaart spreekt het navolgende oordeel uit. Aangenomen moet worden, dat de voorstelling van de wijze, waarop en de omstandigheden, waaronder de aanvaring heeft plaats gevonden, zooals deze door getuige de Vries is gegeven, juist is. Niet alleen wordt die verklaring bevestigd door die van den stuurman en van den loods op de Alcyon, maar die verklaring is ook in overeenstemming met hetgeen redelijkerwijze als de normale loop der zaken ten tijde en ter plaatse van de aanvaring moet worden aangenomen. Het is immers onredelijk te veronderstellen, dat de Alcyon niet, zooals getuige verklaart, bij de ronding van Coldharbour point stuurboord zou hebben gehouden en plotseling naar bakboord zou zijn gegaan, waartoe geen aanleiding bestond. Daarentegen is onverklaarbaar, waarom de Moreton Bay, die in de gegeven omstandigheden krachtens het desbetreffende reglementaire voorschrift op de Theems, het vaarwater voor de Alcyon ter plaatse van de aanvaring vrij had moeten laten, dit niet heeft gedaan en bovendien de voor haar b.b.-zijde van het vaarwater heeft gekozen. De Moreton Bay had ook niet aan haar s.b.-zijde de Alcyon mogen brengen. Het is onaannemelijk, dat op de Moreton Bay aldus gehandeld is, omdat op de Alcyon twee korte stooten zouden zijn gegeven, zooals de loods van de Moreton Bay beweert, daar, zooals de Raad aanneemt, op de Alcyon dat signaal niet kan zijn gegeven. Op de Alcyon is gehandeld, zooals in de gegeven omstandigheden moest geschieden. Ook kan den kapitein van dat motorschip niet met grond worden verweten, dat hij bij het dreigen van een aanvaring volle kracht vooruit heeft gegeven, al zijn de gevolgen van de aanvaring dientengevolge vermoedelijk ernstiger geworden. Het is dus niet aan te nemen, dat de aanvaring in eenig opzicht aan de schuld van de Alcyon is te wijten. Aldus gedaan door de heeren mr. dr. F. C. van Geer, plaatsvervangend voorzitter, C. J. Cajnters, G. J. Lap, A. L. Boeser en B. C. van Walraven, leden, M. A. Hooykaas en P. A. Arrins, buitengewone leden, in tegenwoordigheid van 's Baads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door den plaatsvervangend voorzitter prof. mr. B. M. Taverne ter openbare zitting van den Baad van 31 Januari 1936. (get.) F. C. van Geer, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

Op 26 oktober 1935 geborgen. Op 4 november 1935 CTL verklaard en daarna op 28 jan. 1936 openbaar verkocht aan Bowles Sand & Gravel Co. Ltd., Cardiff. Na gerepareerd te zijn bij Hill's Dry Dock, verkocht aan Lovering & Sons Ltd., Cardiff hernaamd in 'Calyx'.

1941-02-03: Onderweg van Point of Ayr naar Lancaster op 8 mijl noord-oost van Bar lichtschip in Liverpool Bay op een mijn gelopen. Beschadigd maar kon de haven bereiken.

1963-01-12: Onderweg met een lading thee in kisten van Liverpool naar Avonmouth zocht het schip in de haven van Fishguard Harbour beschutting voor stormweer. Het werd tegen de kade geslagen. Weggesleept en op het droge gezet. Geborgen en total loss verklaard. Hersteld.

1973-03-21: Final Fate: Geladen met slib en vuilnis, lek gesprongen en gezonken bij de haveningang van Ipswich. Op 3 augustus 1973 gelicht, wrak verkocht aan G.W.G. Swift en gesloopt door A. Saint te Barking (Essex). De hoofdmotor werd gekocht door N. Norton te Malden.

Ship Masters Data

Date from: 1935
Captain: Vries, Pieter Berend de
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Images


Description: Eems 1929.
Image type: Photo

Description: Nog een foto van de EEMS van 1929, hier liggend te Groningen.
Image type: Photo

Description: m.v. 'Calyx' (ex 'Alcyon ex 'Eems') at Jersey.
Image type: Photo
Sources