Name ship: ALDEBARAN

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1930
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5026011
Nat. Official Number: 1350 Z GRON 1930
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Scheepsbouw- & Reparatiewerf J. Vos & Zoon, Groningen, Netherlands
Yardnumber: 70
Date Laid Down:
Launch Date: 1930-06-03
Delivery Date: 1930-08-04
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 120
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 1630 Type C (x)
Speed in knots: 7.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 199.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 128.00 Net tonnage
Deadweight: 255.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 13250 Cubic Feet
Bale: 12700 Cubic Feet
 
Length 1:
Length 2: 32.68 Meters Registered
Beam: 6.31 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.54 Meters Depth, moulded
Draught: 2.44 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1930-08-04 ALDEBARAN
Manager: Freight Express Ltd, London, Great Britain
Owner: Jan Smit, Gasselternijveen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Gasselternijveen / Netherlands
Callsign: NCGS
Additional info: Fl. 55.000. 1932 call sign PCJQ

Date/Name Ship 1939-00-00 ALDEBARAN
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Jan Smit, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PCJQ
Additional info:

Date/Name Ship 1941-11-00 NETZTENDER 23
Manager: Deutsche Kriegsmarine, Germany
Owner: Deutsche Kriegsmarine, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Germany
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1945-08-00 ALDEBARAN
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Jan Smit, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PCJQ
Additional info:

Date/Name Ship 1953-01-03 ALDEBARAN
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Hendrik Jan Smit, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PCJQ
Additional info:

Date/Name Ship 1954-07-16 NELLY G
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Paul Antonie Galenkamp, Zwolle, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Zwolle / Netherlands
Callsign: PGEU
Additional info:

Date/Name Ship 1956-02-04 MERCATOR
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Netherlands
Owner: Koert Smit & Popke en Jelies Lamain, Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PFYI
Additional info:

Date/Name Ship 1958-02-06 VINGA
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Netherlands
Owner: Gebr. Hendrik, Kars & Jan Westers, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PFYI
Additional info:

Date/Name Ship 1962-06-06 ARVO
Manager: Ripmeester & Co N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Jan Anne Westers, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PCUZ
Additional info: Fl. 150.000

Ship Events Data

1930-06-27: Op 27-06-1930 als ALDEBARAN, zijnde een motorschip, groot 563.53 m3, liggende te Groningen, door H. Mulder, scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Jan Smit, schipper te Gasselternijveen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1350 Z GRON 1930 op het achterschip op de lichtkap van de motorkamer, stuurboordzijde.

1930-08-04: NvhN 05-08-1930: Delfzijl, 4 Aug. Heden vond op de Eems de geslaagde proeftocht plaats met het nieuw gebouwde motorschip „ALDEBARAN". Het schip is groot 563.53 kub M bruto en 198.93 kub. M. netto; het is gebouwd onder klasse Germ. Lloyd op de werf van den heer J. Vos te Groningen voor rekening van kapt. Smit te Gasselternijveen. In de machinekamer is voor de voortstuwing een 120 P.K. Bronsmotor opgesteld waarmee het een snelheid behaalde van ruim 8 mijl. Voorts is hier een hulpmotor voor een compressor en een lenspomp opgesteld. Óp het voordek bevindt zich een motordeklier voorzien van een 6-8 P.K. compr. Deutz Dieselmotor. Na afloop van de proefvaart werd het schip overgenomen.

1938-11-02: De Maasbode 03-11-1938: m.s. ALDEBARAN. IJmuiden, 2 Nov. De van Hamburg naar Londen bestemde Nederl. motorboot Aldebaran is hedenmorgen wegens gebrek aan bunkerolie als bijlegger hier binnengeloopen. Het motorschip heeft inmiddels de noodige brandstof aan boord genomen, doch wordt thans opgehouden wegens stormweer.

1940-03-09: De Maasbode 09-03-1940: m.s.”ALDEBARAN”. Hansweert, 8 Maart. De motorschoener “Aldebaran” is op de Oosterschelde omhoog gevaren. Met de sleepboot “Zeehond” is tevergeefs getracht het schip vlot te brengen. Men heeft thans nog meer bergingsmateriaal ontboden.
De Telegraaf 09-03-1940: Aldebaran. Hansweert. 8 Maart. — Het Nederlandsche zeemotorschip „Aldebaran" is in de Zandkreek omhooggevaren en blijven zitten. Men heeft vergeefs getracht het schip vlot te trekken.
Rotterdamsch nieuwsblad 11-03-1940: Aldebaran, Hansweer, 10 Maart. De motorschoener “Aldebaran” welke op de Oosterschelde was gestrand, is thans met behulp van de sleepboot “Zeehond” vlotgebracht, waarna het de reis heeft voortgezet.

1940-05-10: Op 10 mei 1940, tijdens de Duitse invasie, lag het schip oud-ijzer te laden in Brugge met bestemming IJmuiden. 13 mei 1940 bij Vlissingen in beslag genomen met met twee Duitse militairen aan boord naar IJmuiden gevaren. November 1941 in dienst als 'Netztender 23'. In juni 1944 ten gevolge van een bombardement bij Cherbourg gezonken. In augustus 1944 gelicht en in augustus 1945 door een Franse sleepboot naar Capelle aan den IJssel gesleept en gerepareerd bij Scheepswerf A. Vuyk en terug aan de eigenaar.

1949-04-27: In de Waalhaven in Rotterdam zwaar beschadigd ten gevolge van een aanvaring met een sleepschip.
06-01-1950 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart: No. 403 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake de aanvaring van het motorschip „Aldebaran ' met een gesleepte elevatorbak in de ingang van de Waalhaven te Rotterdam. Op 27 April 1949 is het motorschip „Aldebaran", op reis van boei no. 3 in de Waalhaven naar de Parkkade te Rotterdam, bij de ingang van de Waalhaven in aanvaring geweest met de elevatorbak „V. 502". die de haven werd binnengesleept. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze aanvaring. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 24 November 1949, in tegenwoordigheid van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein en de stuurman van de „Aldebaran", benevens die van de kapitein van de binnensleepboot „Hoek van Holland" en van de schipper van de bak „V. 502", zomede van het scheepsdagboek en een situatieschets, en hoorde als getuigen onder ede L. Salomons, kapitein, en B. Meertens, stuurman, beiden van de „Aldebaran", en A. Schippers, kapitein van de sleepboot „Hoek van Holland". Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motorschip „Aldebaran" is een Nederlands schip, toebehorende aan J. Smit, te Groningen. Het meet 199 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 120 pk. Bronsmotor. De bemanning bestaat inclusief de kapitein uit vijf personen. Op 27 April 1949 beëindigde de „Aldebaran", liggende aan boei 3 in de Waalhaven, de belading. Zij had 240 ton oud ijzer geladen voor een haven aan de Engelse Oostkust. De diepgang was vóór 2,45, achter 2,55 meter. Te 13.00 uur begon men te ontmeren. Het was de bedoeling om eerst naar de Parkkade te gaan, daar proviand in te nemen en uit te klaren en vervolgens naar zee te vertrekken. Tijdens het verstomen naar de Parkkade was geen loods aan boord. De kapitein stond aan het roer, hij was alleen op de brug; de stuurman stond op de bak. Het was goed helder weer met zwakke wind. Na het ontmeren werd verder in de haven rondgemanoeuvreerd; zodra het schip slaags was, werd de motor op langzaam vooruit gezet en voer het tussen de op de boeien gemeerde schepen door naar de uitgang. De vaarruimte tussen de schepen was ongeveer 50 meter. Ongeveer 150 meter vóór de havenmonding gaf de kapitein een lange stoot op de luchtfluit als attentiesein en zette de motor dan op halve kracht. Toen het westelijk hoofd van de Waalhaven dwars was aan bakboord, zag de kapitein plotseling op een afstand van 70 meter dicht langs het hoofd een sleepboot van de rivier de Waalhaven invaren. Eerst zag hij niet, dat de sleepboot iets sleepte, maar kon dan de sleepdraad zien en nog later de gesleept wordende bak „V. 502". De vaart van de sleep werd op tien kilometer geschat. Daar de kapitein van de „Aldebaran" begreep, dat hij niet vóór de sleepboot langs kon lopen, gaf hij stuurboords-roer om mee te gaan liggen en gaf daarop volle kracht achteruit en gaf drie korte stoten. De sleepboot „Hoek van Holland" liep vóór de „Aldebaran" langs, maar de door haar gesleepte bak ,,V. 502" raakte te 13.15 uur met s.b.-boeg b.b.-voorschip van het schip. De „Aldebaran" werd door deze aanvaring zodanig beschadigd, dat de lading moest worden gelost en het schip voor herstelling moest worden drooggezet. Van de zijde van de sleepboot is verklaard: De sleepboot „Hoek van Holland" meet 87,90 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een stoommachine van 325 pk. De „V. 502" meet 975 ton. De sleepboot had te 12.00 uur van 27 April 1949 te Vlaardingen de grotendeels met zand geladen bak „V. 502" vastgemaakt om deze naar de Waalhaven te slepen. De ruimte tussen beide vaartuigen was 26 meter. De vaart door het water werd, waar volle kracht werd gevaren, geschat op 7 kilometer. Bij de Waalhaven werd over stuurboord de haven ingedraaid en voer men tussen het westelijk hoofd en een in de ingang liggende baggermolen door. Men had geen seinen gehoord en gaf zelf geen seinen en bleef volle kracht varen. Het havenhoofd was op minder dan 100 meter afstand gerond. Toen men de Waalhaven in kon zien, zag men op hoogstens 100 meter aan stuurboord de „Aldebaran" naderen, die vrij snel voer. Daar het onmogelijk was achter dit schip om te gaan, gaf de sleepboot b.b.-roer en trachtte de bak naar bakboord te trekken, maar de „V. 502" kwam met de „Aldebaran" in aanvaring. De sleepboot heeft de sleep losgegooid en is bij de ,.Aldebaran" gaan vragen of hulp nodig was. Ter zitting verklaarde getuige Salomons, dat hij op de plaats, waar hij had geladen, geen overzicht had op de vaart bewesten de Waalhaven. Getuige zette de motor op volle kracht achteruit, zodra hij de sleeptros zag, en zijn schip lag vrijwel stil, toen het door de bak werd geraakt. Getuige heeft slechts één keer het attentiesein gegeven, toen de „Aldebaran" slaags was; vervolgens is hij zeer langzaam tussen de schepen doorgevaren en zette daarna de motor op halve kracht. De kapitein is van mening, dat de sleep met te grote vaart te dicht langs het hoofd de haven invoer. De verklaring van getuige Meertens komt overeen met die van zijn kapitein. Hij is van mening, dat het laten vallen van de ankers de aanvaring niet zou hebben voorkomen. Getuige Schippers verklaart, dat er bij vertrek van Vlaardingen te 12.00 uur nog eb liep, doch dat het stil water was, toen hij voor de Waalhaven kwam. Hij voer volle kracht eerst aan s.b.-zij van de rivier op 100 meter uit de zuidoever en voer de haven in midden tussen het westhoofd en de baggermolen, die midden voor de havenmond lag. Hij lag weldra koers naar het binnenste gedeelte van de haven. Getuige heeft geen attentiesein gegeven; hij acht dat daar niet nodig. Hij heeft geen attentiesein van de „Aldebaran" vernomen. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart voert aan, dat de aanvaring van het motorschip „Aldebaran" met een bak het gevolg is van een samenloop van omstandigheden, waarvan de belangrijkste zijn het niet opvolgen van de bestaande voorschriften en een gebrek in het betonen van goede zeemanschap. De sleepboot kwam met een zware bak achter zich bij stil water voor de Waalhaven. Toen zij de haven open zag, draaide ze op. Voor het binnenvaren van dergelijke havens bestaan nog geen voorschriften, maar in de praktijk bestaat toch de gewoonte, dat men de Waalhaven eerst openvaart en dan naar binnen gaat. Anders kan men zich niet vergewissen of de ingang vrij is. De sleepboot voer naar binnen, maar verzuimde tijdig een attentiesein te geven. Dit was een gebrek aan goede zeemanschap. Getuige Schippers wist toch, dat van het westelijke deel van de haven zijn sleepboot met bak niet konden worden gezien. Door een attentiesein zouden schepen, die wilden uitvaren, zijn gewaarschuwd. Het is evenwel de vraag of de „Aldebaran" achter in dat deel van de haven bij het heersende lawaai van lieren en kranen dit sein zou hebben gehoord. De vaart van de sleepboot op de rivier was normaal, maar deze had bij het binnenvaren voorzichtig moeten worden verminderd. De „Aldebaran" vertrok achter uit de haven en kon daar niet de vaart op de rivier overzien; zij moest bedenken, dat de haveningang moet worden beschouwd als een nauw vaarwater en dat een vaartuig dit slechts over mag steken, indien binnenkomende schepen niet in hun manoeuvre worden gehinderd. De ,,Aldebaran" kwam het westelijke deel van de haven uitvaren en dacht er niet aan, dat zij andere schepen zou kunnen hinderen. Zij had in dit geval zeer langzaam moeten varen; zij voer nu op het laatst halve kracht; de vaart was te groot en zij kon niet tijdig stoppen. Resumerende is de inspecteur-generaal van mening, dat de aanvaring is veroorzaakt aan de ene kant door het niet geven van een attentiesein en aan de andere kant door het niet in acht nemen van de gewoonten van goede zeemanschap. De Raad is van oordeel, dat de aanvaring tussen het motorschip „Aldebaran' en de door de sleepboot „Hoek van Holland" gesleepte elevatorbak „V. 502" te wijten is aan fouten, aan beide zijden gemaakt. De sleepboot „Hoek van Holland" heeft nagelaten enig aandachtsein te geven, toen zij het westelijk hoofd van de Waalhaven, dat zij wilde ronden, naderde. Zij had dit motten doen, vooral in een havengebied met druk verkeer als te Rotterdam en nu men wist, dat het geven van zulk een sein nogal eens wordt nagelaten. De „Aldebaran" zou dan gewaarschuwd zijn geweest. Ook zou het raadzaam zijn geweest, al werd een geladen zandbak gesleept, bijtijds vóór het binnenvaren van de Waalhaven enigszins vaart te minderen, waarvoor de omstandigheden van tij en wind gunstig waren. Anderzijds bevond de „Aldebaran", komende van boei no, 3 in de Waalhaven en bestemd voor de Parkhaven, zich de positie van een stoomvaartuig, dat een nauw vaarwater wil oversteken; art. 36, lid 3, B.A.R. verbiedt dan de koerslijnen van andere vaartuigen te snijden, indien deze daardoor verplicht zouden worden van de koers af te wijken om aanvaring te voorkomen. De sleepboot kon nog juist vóór de ..Aldebaran" overgaan, maar de elevatorbak, hoewel zij naar bakboord werd weggetrokken en afgestuurd, raakte de b.b.boeg van het motorschip. Ook was de vaart van dit schip te groot. Men voer, in een nauwe pijp tussen veel schepen, die het uitzicht belemmerden, halve kracht, maar niet zo langzaam mogelijk. Was dat gedaan, dan zou de aanvaring vermeden zijn. Weliswaar had de „Aldebaran" een aandachtsein gegeven, maar het was juister geweest, dit vroeger te doen en te herhalen. Aldus gedaan door de heren prof. mr. J. Offerhaus, voorzitter, C. H. Brouwer, G. }. Barendse en L. Meulman, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad. (Get.) J. Offerhaus; A. Boosman.

1954-07-15: NvhN 15-07-1954: ALDEBARAN wordt NELLY G. De heer H. J. Smit te Groningen heeft de kustvaarder ALDEBARAN — in 1930 voor rekening van de heer J. Smit gebouwd — verkocht aan de heer P. A. Galenkamp te Zwolle. Het schip zal door de nieuwe eigenaar onder de naam NELLY G in de vaart worden gebracht.

1956-02-03: NvhN 03-02-1956: NELLIE-G wordt MERCATOR. Het motorschip Nellie G van de rederij P. A. Galenkamp te Zwolle is verkocht aan de heer K. Smit te Delfzijl, die het schip onder de nieuwe naam Mercator in de vaart zal brengen. De Nellie G (ex. m.s. Aldebaran) werd in 1930 gebouwd bij de scheepswerf J. Vos en Zoon te Groningen. Het schip behoort tot het gladdektype en heeft een draagvermogen van 120 ton. Het schip is uitgerust met een 255 pk motor. De thuishaven wordt Delfzijl.

1958-03-18: NvhN 18-03-1958. M.s. MERCATOR verkocht. De heer K. Smit te Delfzijl heeft het motorschip MERCATOR (ex m.s. NELLY-G en ex m.s. ALDEBARAN) verkocht aan de Gebr. Westers te Groningen. De MERCATOR behoort tot het gladdektype en werd in 1930 gebouwd bij de Scheepswerf J. Vos en Zonen te Groningen. In de machinekamer staat een 120 pk motor opgesteld.

1963-02-07: Het Vrije Volk 07-02-1963: Gele Zee neemt ARVO op sleeptouw. (Van een onzer verslaggevers) De sleepboot Gele Zee van Leen Smit en Co heeft vanmorgen de Nederlandse coaster Arvo (199 brt.) op de Noordzee op sleeptouw genomen. Het met stukgoed geladen scheepje (kapitein-eigenaar J. Westers uit Rotterdam) heeft met, machineschade te kampen. De Gele Zee kan tegen de avond met de Arvo voor de Nieuwe Waterweg aankomen.
NvhN07-02-1963: Ned. kustvaarder in moeilijkheden. De zeesleepboot „Gele Zee” van L. Smit en Co's internationale sleepdienst heeft vanmorgen vastgemaakt aan een in moeilijkheden verkerende Nederlandse kustvaarder, de Arvo (199 brt.), die op de Noordzee bij het lichtschip Goeree te kampen had gekregen met machineschade en om hulp had verzocht. De coaster wordt geëxploiteerd door de firma Ripmeester te Capelle a/d IJssel. In de vooravond worden de Gele Zee en de Arvo op de nieuwe Waterweg verwacht.

1965-05-08: De Telegraaf 08-05-1965: Kustvaarder gestrand. Zandvoort. Vrijdag. De Nederlandse kustvaarder „ARVO" is vannacht vier mijl ten zuiden van Zandvoort aan de grond gelopen. Nadat de kapitein om sleepboot- en reddingbootassistentie had gevraagd, is de „ARVO" om halfzes vanmorgen weer vlot gesleept. — (ANP)

1965-08-03: 03-08-1965 Tijdens de reis van Queenborough naar Rotterdam averij aan de motor opgelopen varend in de riviermond van de Thames en door de Nederlandse kustvaarder ‘Nomadisch’ 1951-363 BRT op sleep genomen naar Rotterdam, waarna afgeleverd bij Motorenbedrijf G. Olthof NV. te Capelle
a/d IJssel voor reparatie.

1966-05-18: Op 18-05-1966 tijdens de reis van IJmuiden naar Hartlepool op 21 mijl West van IJmuiden in aanvaring met de Nederlandse kustvaarder ‘Maas’ 1935-299 BRT. Hierbij liep de ‘Maas’ lekkage in de machine- kamer op, waarna de ‘Arvo’ de ‘Maas’ op sleep nam tot 4 mijl van IJmuiden waar de ‘Maas’ werd
overgenomen door de Nederlandse sleepboten ‘Titan’ 1956-245 BRT en de ‘Nestor’ 1959-200 BRT.
NvhN 20-05-1966: Coaster „Maas” zonk bijna na aanvaring. Zwaar gehavend en met zware slagzij is de Groninger kustvaarder „Maas” de afgelopen nacht de haven van IJmuiden binnengesleept. Het schip had woensdag op 21 mijl ten westen van IJmuiden een aanvaring gehad met de coaster „Arvo" uit Rotterdam. Het Groninger schip werd met een slagzij van dertig graden en een onder water verdwenen achterschip naar de haveningang gebracht. Het 299 ton metende schip, dat in 1935 werd gebouwd, was na de aanvaring in zwaar zinkende toestand. De „Arvo" nam de „Maas" op sleeptouw maar ongeveer vier mijl ten westen van IJmuiden werd het bergingswerk overgenomen door de sleepboten „Titan" en „Nestor". De rijkshavenmeester voor het Noordzeekanaal kon geen toestemming geven het steeds verder zinkende schip, dat met graan was geladen, IJmuiden binnen te brengen. De „Titan" mocht de coaster wel buiten de vaarroute in ondieper water brengen. Bij de Nieuw Zuiderpier werden pompen aan boord van de „Maas" gebracht. Het motorreddingbootje „Neeltje Jacoba" bleef in de buurt om assistentie te kunnen verlenen. Men slaagde erin het water uit de machinekamer te pompen en het gat te dichten. Het schip wordt vandaag naar een werf gesleept.
De Waarheid 20-05-1966: Aanvaring: De Nederlandse kustvaarder „Maas", die na een aanvaring op de Noordzee met het achterschip onder water was verdwenen en dertig graden slagzij maakte, is inmiddels de haven van IJmuiden binnengesleept, nadat met pompen van de sleepboten „Titan" en „Nestor" het binnengedrongen water uit de machinekamer en de bemanningsverblijven was verwijderd. Het schip werd in de bijlefegershaven te IJmuiden voor anker gebracht. Het gat in de machinekamer, dat was ontstaan door de aanvaring met de kustvaarder „Arvo" kon worden gedicht. Het schip is nu weer geheel drijvend gebracht en zal vandaag Voor reparatie naar een werf worden gesleept.

1967-04-12: Op 12-04-1967 gestrand te Masekar, nabij Bohusian, op weg naar Stenungsund en dezelfde dag met assistentie sleepboten zonder schade vlotgetrokken

1967-05-13: Op 13-05-1967 op reis naar Grangemouth,op drie in een half mijl West van Dudgeon vuurschip in aanvaring met Duitse kustvaarder ‘Ingrid R’ 1936-294 BRT (ex Nederlandse ‘Vaderland’) Met lichte huid-schade boven de waterlijn reis naar Grangemouth vervolgd.
De Waarheid 13-05-1967: Aanvaring Nederlandse kustvaarder bij Engeland. Reis met averij voortgezet. De 199 ton metende Nederlandse kustvaarder Arvo is vanmorgen vroeg voor de Engelse oostkust in aanvaring gekomen met de Westduitse kustvaarder Ingrid-R van 294 ton. Het Nederlandse schip heeft geen assistentie nodig, maar van de Ingrid-R is sinds de aanvaring niets vernomen. De aanvaring vond plaats op vijf kilometer ten westen van het lichtschip Dungeon. De Arvo heeft enige averij opgelopen boven de waterlijn en zet de reis naar Yarmouth voort.
Het Vrije Volk 30-01-1968: Coaster-kapitein had in jaar tijd drie ongelukken. (Van een onzer verslaggevers) Kapitein J. A. W. (52) uit Rotterdam die met zijn kustvaarder Arvo in een jaar tijd bij drie schadeevenementen was betrokken, hoorde maandag voor de Raad voor de Scheepvaart de inspecteur twee maal vragen hem de bevoegdheid als kapitein in de kleine handelsvaart te ontnemen, respectievelijk voor drie maanden en een maand. De kapitein-eigenaar van de Arvo (245 ton) liep op 12 april 1967 aan de zuidwestkust van Zweden op een platte rots. Het schip was op weg van Falkenburg naar Stenungssund, zonder lading. De schade bleek mee te vallen. Een klein Zweeds scheepje trok de Arvo vlot. Kapitein W. die een acht jaar oude, niet bijgewerkte kaart had gebruikt, gaf toe in de duisternis de kluts volkomen te zijn kwijtgeraakt en door een verkeerde oriëntatie op de vuren veel noordelijker te zijn uitgekomen dan hij had verwacht. De inspecteur voor de scheepvaart achtte de kapitein van de Arvo wegens onzorgvuldige navigatie schuldig aan de stranding en vroeg de raad hem zijn kapiteinsbevoegdheid voor drie maanden te ontnemen. De inspecteur vroeg een maand in verband met de aanvaring op 13 mei 1967. Tijdens een reis Huil—Rotterdam waren de Arvo en het Duitse motorschip Ingrid R. in de nachtelijke mist tegen elkaar gevaren. De Arvo liep voor een groot gat op, maar kon op eigen kracht Rotterdam bereiken. De inspecteur achtte kapitein W. in dit geval medeschuldig, omdat hij zjjn snelheid in de dichte mist op halve kracht had gehandhaafd in plaats van deze terug te brengen tot het minimum. Op 18 mei 1966 was kapitein W. met zjjn Arvo voor de kust bij IJmuiden in aanvaring gekomen met het Nederlandse motorschip Maas. Volgens de kapitein in een plotseling opgekomen mistbank. De Raad voor de Scheepvaart heeft deze zaak aangehouden om nog twee getuigen te kunnen horen. In de andere twee zaken zal de raad schriftelijk uitspraak doen.
Het Vrije Volk 03-05-1968: Raad voor de scheepvaart: Kapitein van Arvo faalde. Amsterdam, (ANP). — De Raad voor de Scheepvaart in Amsterdam heeft kapitein J. A. W. uit Rotterdam wegens het stranden van zijn ms „Arvo" op 12 april van het vorige jaar op de zuidwestkust van Zweden de bevoegdheid om als kapitein op zeeschepen te varen ontnomen voor de tijd van zes maanden. De raad is van oordeel, dat de kapitein volkomen gefaald heeft in zijn navigatie. Er mag van geluk gesproken worden, dat de gevolgen niet ernstiger zijn geweest. De kapitein heeft gedurende het gehele traject de navigatie zelf geleid.Uit het onderzoek is niet gebleken, dat slecht zicht en/of een miswijzing van het kompas een rol hebben gespeeld. De kapitein heeft echter, hoewel hij ter plaatse niet bekend was en naar hij zelf verklaarde zijn kompassen niet vertrouwde, slordig, onvoorzichtig en ondeskundig genavigeerd. Hij heeft geen gegist bestek bijgehouden, geen log gevoerd, geen peilingen genomen, een niet bijgewerkte oude kaart gebruikt, onvoldoende aandacht besteed aan de karakters der in zicht zijnde lichten en ten slotte is hij, hoewel hij generlei zekerheid had omtrent zijn positie, de wal ingestoomd, zonder daarbij bijzondere voorzorgsmaatregelen te nemen.

1968-09-27: Op 27-09-1968 tijdens de reis van Ronne naar Weesp met 180 ton graspellets aan lading in aanvaring met de Gedser Rev vuurschip. Beide vaartuigen hierbij geringe schade opgelopen.
Het Vrije Volk 22-05-1969: Kapitein ,Arvo' mag negen maanden niet varen. Amsterdam: (ANP) De Raad voor de Scheepvaart heeft de 54-jarige kapitein J. A. W. uit Rotterdam in verband met de aanvaring van het ms. „Arvo" met 't Gedser Rev vuurschip .in de Oostzee op 27 september vorig jaar gestraft door hem de bevoegdheid om als kapitein op zeeschepen te varen voor de tijd van negen maanden te ontnemen. Het schip was op weg van Rönne naar Weesp. De raad vindt het strikt onbegrijpelijk, dat de kapitein de wacht had overgegeven aan een ongediplomeerde matroos-motordrijver van achttien jaar en dat, terwijl het Gedser Rev vuurschip op korte afstand gepasseerd moest worden. Dit klemt volgens de raad te meer, nu de kapitein ter zake van schuld aan een aanvaring op 1 november 1951 met een maand, ter zake van een stranding op 12 april 1967 met zes maanden en ter zake van andermaal schuld aan een aanvaring met een maand ontzegging van de vaarbevoegdheid is gestraft. Het is naar de mening van de raad evident, dat de aanvaring is geschied doordat de matroos van de wacht in slaap is gevallen en niemand aan boord is gealarmeerd door de sirene van het vuurschip, waar men de catastrofe machteloos heeft zien aankomen. Wellicht: is de sirene overstemd door de muziek uit het Duitse radiostation, waarop was afgestemd. Dat de kapitein zich na de aanvaring niet in verbinding heeft gesteld met het vuurschip en geen scheepsverklaring heeft afgelegd, maakt de zaak naar het oordeel van de raad nog strafwaardiger, zodat een en ander slechts kan leiden tot de genomen ernstige correctie.

1969-08-29: Op 29-08-1969 tijdens de reis van Goole naar Bideford met motorstoring te Shoreham binnengelopen voor reparaties aan de hoofdmotor. Op 31-08-
1969 na reparaties reis vervolgd.

1971-05-00: Opgelegd in Vlaardingen en later bij Scheepswerf Vuyk in Capelle wegens schulden.

1972-10-00: Verkocht aan Scheepssloperij 'De Koophandel', Nieuw Lekkerland. Sloop op 1 maart 1973 begonnen.

Ship Masters Data

Images


Description: Aldebaran 1930
Image type: Photo

Description: proefvaart en oplevering van de 'Aldebaran'; augustus 1930.
Image type: Photo

Description: 'Aldebaran'
Image type: Photo

Description: Nelly-G 1930 ex Aldebaran liggende bij Groningen in 1955.
Made By: © Baan, J. van der (Jouke)
Image type: Photo

Description: Mercator 1930 ex Nelly G ex Aldebaran
Image type: Photo

Description: Vinga 1930 ex Mercator ex Nelly G ex Aldebaran
Made By: © Wolters, A. (Bert)
Image type: Photo

Description: Arvo 1930 ex Vinga ex Mercator ex Nelly G ex Aldebaran
Image type: Photo

Description: 'Arvo' (ex 'Aldebaran')
Image type: Photo

Description: De 'Arvo' gestrand nabij Vlissingen - foto: 17.07.1968
Image type: Photo

Description: Arvo 1930 ex Vinga ex Mercator ex Nelly G ex Aldebaran

Image type: Photo
Sources