Name ship: ELZIENA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1931
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number:
Nat. Official Number: 1425 Z GRON 1931
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: Two masts
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Scheepswerf 'Gideon' J. Koster Hzn., Groningen, Netherlands
Yardnumber: 129
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1931-01-29
Technical Data

Engine Manufacturer: Deutz A.G., Motorenfabrik, Cologne (Köln), Germany
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 3
Power: 150
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Deutz Nr. 251212/14 Type (11-17 11/16)
Speed in knots: 7.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 197.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 94.00 Net tonnage
Deadweight: 250.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 11000 Cubic Feet
 
Length 1:
Length 2: 32.94 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.4 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.44 Meters Depth, moulded
Draught:
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1931-01-29 ELZIENA
Manager: Jacobus Patje, Sappemeer, Netherlands
Owner: Jacobus Patje, Sappemeer, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Sappemeer / Netherlands
Callsign: NPSB
Additional info: In 1934 call sign: PDXJ.

Ship Events Data

1931-01-30: NvhH 30-01-1931: Delfzijl, 29 Jan. Heden vond op de Eems de proeftocht plaats van het motorschip „Elziena", toebehoorende aan den heer J. Pattje te Sappemeer. Het schip is gebouwd op de scheepswerf „Gideon" van den heer J. Koster Hzn. te Groningen en heeft de volgende afmetingen: lengte 33.10 M, breedte 6.59 M. en holte 2.43 M. Het is groot bruto 558 kub. M. en netto 267 kub. M. en het ls gebouwd onder klasse Bureau Veritas en Scheepvaart Inspectie De voortstuwing geschiedt door middel van een 150—180 P.K. Compr. Deutz Dieselmotor waarmee op de proefvaart een snelheid werd behaald van 8.6 mijl, In de machinekamer is verder nog een hulpmotor opgesteld, eveneens een compressorlooze Deutz Dieselmotor van 6—7 P.K. Het laden en lossen geschiedt met behulp van twee motorlieren, gedreven door een 6—7 PK. compressorlooze Deutz Dieselmotor. De voorste hiervan kan tevens dienst doen bij het snelheffen der ankers. Het schip, dat van een Oertz-patent stroomlijn roer is voorzien, is zeer ten genoegen van den eigenaar.

1932-10-10: NvhN 10-10-1932. Motorschade. Het te Groningen thuisbehoorende motorschip „Perifreja", kapt. Koopman, op weg van Kiel naar Duisburg en Keulen met metaalafval en het te Sappemeer thuisbehoorende motorschip „Elziena", kapt. Patje, met hout van Raumö naar Paimpol, kwamen te Delfzijl beide met motorschade binnen.
NvhN 12-10-1932: De reis voortgezet. Het motorschip „Elziena", kapt. J. Patje, dat te Delfzijl met motorschade, op weg naar Raumö naar Paimpol met hout, binnen kwam, heeft gerepareerd en de reis voortgezet.

1932-12-28: Tijdens een reis van Danzig naar Rotterdam motorschade en Cuxhaven binnengebracht. Gerepareerd.

1934-00-00: Akte.

1938-06-11: Aangekomen te Snodland bij de papierfabriek om een lading Chinaklei, geladen te Charlestown, te lossen. Bij laag water is het schip drooggevallen. 12 Juni 1938 omstreeks 13.00 uur kwam de 'Elziena' weer vlot en toen bleek het dieper te liggen dan bij aankomst. Bij peiling bleek ongeveer 1,60 meter water in het ruim te staan. Betrokkene motordrijver L.van Moolenbroek heeft in hoofdzaak verklaard: dat te Charlestown, alvorens de klei te laden, de ruimen met buitenboordwater waren gewassen. Dat ter hoogte van Sheerness de motor werd gestopt voor onderzoek en daarna weer te werk gesteld met bijzetting van de lenspomp op buitenboord, zodat nu beide aangebrachte pompen als koelwaterpomp dienst deden. Dat hij er niet aan gedacht heeft de buitenboordafsluiter dicht te zetten, daar hij aan dek werd geroepen om te helpen bij het meren te Snodland. Dat het op de 'Elziena' geen gewoonte was deze open te laten staan. Dat hij gedurende 2,5 jaar, die hij op de 'Elziena' voer, in de lensleiding nooit anders dan de driewegskraan, voorzien van een plug met T-gat, heeft gekend.
Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart: Het rapport van den inspecteur J. den Hollander, dat ter zitting is voorgelezen, luidt als volgt: Uit de verklaring van de bemanning blijkt, dat den 12den Juni 1938, toen het schip op de rivier te Snodland lag te wachten om te lossen, ongeveer 1,60 meter water in het ruim is gekomen. De oorzaak hiervan is geweest, dat de motordrijver den buitenboordsafsluiter zonder enige nood-zaak den geheelen nacht open heeft laten staan, alsmede ook de andere kranen niet heeft blind gezet. Door deze onverantwoordelijke daad en doordat onder de losse kleppen van de lensleidingen naar het ruim stukjes hout zaten, kon het buitenboordswater in het ruim lopen. Bij het onderzoek aan boord door de scheepvaartinspectie is verder gebleken, dat de driewegskraan in de lensleiding, in plaats van een plug met L-gat, van een plug met een T-gat is voorzien; dit is niet in overeenstemming met de tekening, zooals deze bij den bouw van het schip in 1930 is gemaakt. Wel is waar kan, doordat deze driewegskraan van een T-plug is voorzien, ook met de hoofdmotor-lenspomp de voor-en achterpiek worden lensgepompt, hetgeen niet kan geschieden, indien de plug van een L-gat is voorzien. Hierdoor ontstaat echter het gevaar, dat door onoplettendheid, zoals hierboven omschreven is, water in het ruim kan komen. Hoe dan ook, naar mijn mening is het ongeval toe te schrijven aan het feit, dat afsluiters en kranen openstonden, zonder eenig toezicht en zonder eenige noodzakelijkheid. Er wordt nu een kraan, voorzien van een plug met L-gat aangebracht. Tevens is het noodzakelijk, dat lensafsluiters en ook de lensflesschen regelmatig worden nagezien. Het is toch van het grootste belang, dat de losse klep behoorlijk werkt en dat geen vuil onder de klep kan komen, door middel van een slechte of vergane lensflesch, waardoor ook het lenzen op andere afdeelingen van het schip ten zeerste wordt bemoeilijkt. De Raad is van oordeel, dat de schuld van den betrokkene aan dit ongeval-welke schuld door den betrokkene ook niet wordt ontkend-vaststaat. De Raad wil, nu het tegendeel niet is komen vast te staan, aannemen, dat de betrokkene de driewegskraan met T-plug in de lensleiding heeft aangetroffen, toen hij aan boord kwam, zoodat hij voor deze door de scheepvaartinspectie niet toegestane inrichting niet aansprakelijk kan worden gesteld. Nu bij de behandeling van dit ongeval sedert het voorgevallene buiten schuld van den betrokkene reeds zoo geruime tijd is verlopen, meent de Raad met de straf van berisping te kunnen volstaan. Straft den betrokkene Lourens van Moolenbroek, geboren 13 November 1916, wonende te Oost-Souberg, door het uitspreken van een berisping. (12 januari 1940 uitgesproken)

1940-03-02: Final Fate: Met een lading uien onderweg van Ooltgensplaat (vertrokken van Vlissingen op 19 februari) naar Leith (via de Humber, vertrokken op 1 maart) ten zuiden van Longstone (bij Whitby) gebombardeerd door een Duits vliegtuig en in brand geraakt. Gezonken. Twee bemanningsleden, de kapitein, de 22 jarige H. Eldriks op zijn eerste reis als kapitein en de motordrijver Lou Molenbroek kwamen hierbij om het leven. De overige bemanningsleden werden na 36 uur opgepikt door het Deense hulpvaartyuig 'Sine' en te Blyth aan land gebracht.

Uitgebreid verslag in 'Het Vaderland' van 5 maart 1940: Onderweg van Ooltgensplaat naar Leith in Schotland met een lading uien als gevolg van een Duitse luchtaanval gezonken na in brand te zijn geschoten. Het had 5 bemanningsleden aan boord. Op ongeveer 20 mijl ten zuiden van Longstone naderde in de heldere sterrennacht een vliegtuig. Plotseling sloegen kogels in de deklast en in het achterdek. Kapitein Uldriks beval de motordrijver en de stuurman de reddingsboot overboord te zetten. Het vliegtuig was inmiddels gekeerd en liet op geringe hoogte twee bommen vallen. Eén trof de stuurhut, de andere sloeg in het achterdek. De reddingsboot viel te water. De motordrijver stortte dodelijk verminkt op het dek en overleed enkele ogenblikken later, de stuurhut brandde direct, alles was versplinterd en verwrongen. In de vlammen zag men het lichaam van de kapitein liggen. Stuurman Albert Dinkela, riep hem, maar de kapitein reageerde niet meer. Daarop hielp de stuurman de aan de linkerarm verwonde matroos Hendriks in de te water hangende boot. Kok Marinus de Jager had zichzelf inmiddels op een vlot in veiligheid gebracht. De Stuurman gooide de volgelopen boot los en duwde deze zwemmend naar het vlot. De 'ELZIENA' kapseisde en zonk. De drie overlevende staken later vanaf het vlot drie vuurpijlen af, die echter onopgemerkt bleven. Na dertig uur ronddobberen, werden zij de volgende middag gered door het Deense m.s.'Sine'. Het schip was ter voorkoming van aanvallen door de oorlogsvoerende naties conform de aanwijzingen in De Leidraad zwart geverfd. Op de boeg was aan elke zijde, in heldere kleuren, een Nederlandse vlag aangebracht. Ook op het dak van het stuurhuis was een Nederlandse vlag geschilderd en terzijde daarvan stond de naam Holland geschilderd, met witte letters op een zwart ondergrond. Verzuimd was echter om op de deklast een Nederlandse vlag aan te brengen.


Ship Masters Data

Images


Description: Elziena 1931
Image type: Photo

Description: 'Elziena' (bj 1931)
Image type: Photo

Description: 'Elziena' at Torquay - photo: mid-30s
Image type: Photo

Description:
Image type: Photo
Sources