Name ship: ALDO

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1939
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5388689
Nat. Official Number: 1917 Z GRON 1939
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerf 'Delfzijl' v/h Gebr. Sander, Delfzijl, Netherlands
Yardnumber: 159
Date Laid Down:
Launch Date: 1939-04-26
Delivery Date: 1939-05-31
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 3
Power: 150
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 5741 Type T (240x360)
Speed in knots: 8.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 200.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 97.00 Net tonnage
Deadweight: 275.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 13600 Cubic Feet
Bale: 12900 Cubic Feet
 
Length 1: 37.60 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 35.50 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.54 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.48 Meters Depth, moulded
Draught: 2.47 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1939-05-31 ALDO
Manager: Douwe Vellinga, Groningen, Netherlands
Owner: Douwe Vellinga, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PCKE
Additional info:

Date/Name Ship 1955-03-08 WEXFORD
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Netherlands
Owner: Johannes Petrus de Boer, Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PIOJ
Additional info:

Date/Name Ship 1965-11-04 NAUTILUS
Manager: 'Maritima' Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Kustvaartrederij ms 'Nautilus', Delfzijl, Netherlands
Shareholder: Gerrit (vader), Roelf en Klaas (zonen) de Boer, Delfzijl
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PGDA
Additional info: Resp. 50, 25 en 25 %.

Ship Events Data

1939-04-27: NvhN 27-04-1939: Delfzijl. Bij de N. V. Scheepswerf „Delfzijl" v/h. Gebr. Sander te Delfzijl werd met goed gevolg te water gelaten een stalen motorschip in aanbouw onder klasse Bureau Veritas en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart voor rekening van kapt. D. Vellmge te Groningen. Het schip met afmetingen van 37.60 X 6.50 X 2.70 M. en een d.w. van 280 ton zal worden voorzien van een Brons motor van 148 p.k. De kiel zal worden gelegd voor eenzelfde motorsenip te bouwen voor rekening van kapt. A. Bakker te Veendam.

1939-05-26: Op 26-05-1939 als ALDO, zijnde een motorvrachtschip, groot 566.03 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 15-05-1939 no. 5979, liggende te Delfzijl, door J. Gerrits, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1917 Z GRON 1939 op het achterschip aan stuurboordzijde in achterkant lichtkap motorkamer.

1939-06-01: NvhN 01-06-1939: Delfzijl. Op de Eems heeft de in alle opzichten goed geslaagde proefvaart plaats gehad van het nieuwe m.s. ALDO, gebouwd onder Klasse Bureau Veritas en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart bij de N. V. Scheepswerf Delfzijl vh. Gebr. Sander te Delfzijl, voor rekening van kapt. D. Vellinga te Groningen. Het schip heeft een stalen mast, welke midscheeps geplaatst is en twee stalen laadboomen voor lasten van twee ton. Bij elke laadboom is een motorlier geplaatst, die door een Lister motor van 8 p.k. aangedreven wordt. Het hijschgerei is geleverd met een certificaat van de Inspectie van Havenarbeid. De ankerlier kan aangedreven worden door de motor van de voorste laadlier. Het schip is van het gladdektype, en heeft de volgende afmetingen: lengte over alles 37.60 M breedte op het spant 6.50 M., holte in de ziide 2.70 M., het D.W. bedraagt ca. 280 ton, en het schip meet bruto 199.31 en netto 95.25 Reg. ton. Voor de voortstuwing is in de motorkamer een twee tact Brons motor geplaatst met een vermogen van 148 p.k. en waarmede het schip ln ballasttoestand een snelheid van 9.3 mijl behaalde. Als hulpmotor voor het aandrijven der pompen is hier verder nog een Lister motor van 6 p.k geplaatst.

1940-05-16: Ingeschreven bij the Netherlands’ Shipping & Trading Committee, Londen Freight Express Ltd, managers). Op 27 mei 1940 in charter The Ministry of Shipping, later Ministry of War Transport voor GBP 492, 15 sh. per maand. 17 oktober 1945 charter beëindigd. Mei 1945 terug aan de eigenaar.

1947-06-11: NvhN 11-06-1947: Een dievenbende. Een loopjongen van een herenmodemagazijn alhier, de 18-jarige J. B. N., bestal zijn patroon van verschillende artikelen. Hij verkocht drie paar handschoenen en een overhemd aan de 27-jarige los- arbeider J. J. ver beneden de waarde. Diens broer, de 21-jarige H. J., stal op 27 Febr. op het bodeterrein een doos, waarin een herencostuum werd verzonden. Hij verkocht het aan J. J., die op 14 Febr. tevoren ook een op gelijke wijze gestolen mantel van zijn broer had gekocht. In vereniging met de 26-jarige K. M., die op de uitkijk had gestaan, stal H. J van het schip ALDO, dat in 't Winschoterdiep lag, een paar kokosmatten, waarvan zij de opbrengst (f 25) deelden. J. B. N. werd veroordeeld tot 6 mnd. met aftrek, waarvan 3 mnd. voorwaardelijk; J. J. wegens heling tot 2 maal 2 maanden gev.-straf; H. J. voor de diefstallen op het bodeterrein tot 6 mnd. met aftrek en voor die van de kokosmatten 2 mnd. K. M. tot 3 mnd. met aftrek.

1951-12-22: Leeuwarder courant 22-12-1951: Coasters zoeken de kim. Schilderijen van de wand, de tafel vast en de bloemen weg. In de salon van de „ALDO" hangen de schilderijtjes aan de wand, staat de tafel in het midden en fleuren bloemen het geheel op. Alsof dat iets bijzonders is? Jazeker, want dat gebeurt niet alle dagen. Het merendeel van de tijd is de wandversiering opgeborgen, staat de tafel op de haken tegen de bank en zijn de bloemetjes weggehaald, want dan deint en slingert die huiskamer zo vreselijk, dat alles, wat niet deugdelijk vast zit, in een oogwenk in gruzelementen zou liggen. De kachel zit aan de vloer geklonken en de radio staat onwrikbaar op de vaste kast in de hoek; de vrouw van kapitein Dost en haar zoontje Roelf zijn de enige „voorwerpen", die niet vast zitten en die moeten zich maar redden als het kamertje kermis-allures krijgt. En dat doen ze wel, want beiden hebben een zeevaste maag. Het zou niet best zijn als het anders was, want de „Aldo" is hun home; een huis aan de wal hebben ze niet.
De salon ziet er dus weer uit, zoals een nette salon er uit behoort te zien en dat is te danken aan het feit, dat de „Aldo” binnen ligt. In Groningen ditmaal, waar hij thuis hoort, maar waar hij dit hele jaar nog niet eerder voor de wal heeft gelegen. De vrouw van de kapitein poetst en stoft en de zoon speelt met een houten sleepboot, die pa Dost in de verloren uren heeft gemaakt. En die heeft hij nog al eens, want de „Aldo" is maar een hulkje en als de zee al te ruw is, moet hij vaak „achter een hoekje" liggen om de bui af te wachten. ..Dan zit je je maar te verbijten en dan is 't wel eris plezant om je mes in een stuk hout te kunnen zetten". .. . Neem de laatste reis nu, zegt kapitein Dost. Drie- en-een-halve week geleden vertrokken we van Rotterdam met een lading voor Rostock in Oost- Duitsland. Last van de Russen? Nooit gehad en krijg je ook niet, zolang je je behoorlijk gedraagt. Maar dat is al net als hier; als je hier buiten je boekje gaat, laten ze je ook niet lopen. Van Rostock gingen we naar Stockholm, vandaar naar Stugsund in Zuid-Zweden om het hout te laden, dat nu hier wordt gelost. We hadden 't in twee-en-een halve week kunnen doen, als die storm er maar niet tussen was gekomen. We hebben ons een week lang zitten te verkniezen, voordat we de Noordzee over konden. Tja, dat heb je nu eenmaal met die kleine scheepjes: de „Aldo" is maar 265 ton, de motor 150 pk en radio-telefonie hebben we op die kleine coasters niet. Vandaar, dat je zo vaak hoort, dat mensen zich ongerust maken over dit of dat scheepje; dat ligt dan ergens ten anker op beter weer te wachten en ondertussen hoor je er maar niets van.. Die grotere sdhepen, zoals der hier nu een paar worden gebouwd aan het Winschoterdiep, zijn van alle gemakken voorzien en kunnen der uiteraard ook beter tegen, maar ik ben best tevree met dit scheepje; nooit malheur mee had — afkloppen — en 't houdt zich prima, 't Is nu twaalf jaar oud. maar het heeft al heel wat meegemaakt, vooral in de oorlogstijd, toen het in Engeland zat. Nu moet u niet denken, zegt kapitein Dost, dat wij bij elk briesje maar „achter Bornholm" (dat wil zeggen: in rustiger water) gaan liggen: zó bang zijn we met de „Aldo" nu ook weer niet. Nee. hij danst er wel eens dapper over, dat verzeker ik u. „Zeezieken? Als 't heel gek gaat, wordt de kok pips om de neus, maar dat is geen wonder. De jongen is nog maar zeventien en komt zó van de boerderij. Bovendien: zon lolletje is het niet om dan in die etensluchtjes te moeten verkeren. Stel je voor, dat er net bruine bonen met spek op het menu staan en dat je dat goedje moet uithakken, terwijl je kombuis op een luchtschommel lijkt! En het gebeurt nog al eens, dat we een stevige kost eten, al is 't heus niet ..alle dagen bruine bonen" en snert. Maar we krijgen ons eten op tijd, want als de kok uitvalt, neemt de vrouw zijn werk over. De machinist zit er al net eender voor in die machinekamer vol oliedamp, maar die heeft gelukkig ook geen neiging om de visjes te voeren". Mannen van de grote vaart halen niet zelden hun goudbestikte schouders op als er over kustvaarders wordt gesproken, maar zij, die hun opleiding op zo'n coastertje genoten, lichten graag hun maatschappij- pet voor het volkje, dat geen pet en goudgalon draagt. Zij weten, dat er geen betere leerschool bestaat om een ..geharde zeebonk te worden dan juist die kleine spring-in-'t veldjes, waar je alles moet doen en waar je vaak alleen maar pootjebadende je logies kunt bereiken. Bij de meeste coasters zijn de logies voor de bemanning namelijk voorin en het gebeurt meer dan eens, dat de jongelui dóór het water, dat over het middenschip stroomt, van de ..bak" naar het stuurhuis moeten. Men heeft voor dat doel vaak een touw over het dek gespannen, waarlangs ze zich kunnen voorttrekken: soms is dat touw inderdaad ook het enige en een zeer noodzakelijk houvast, dat ze op hun weg van en naar de logies hebben. ..O ja", zegt kapitein Dost. ..dat gebeurt ons meermalen, maar wij stoppen altijd even als er eentje moet oversteken, 't is geen pretje, als je daar voor woont: in de nieuwe coasters moeten daarom de logies voor de bemanning ook achter in het schip worden gebouwd". En dan: zo'n coastertje is maar klein en veel vertier heb je er als bemanning in je vrije tijd niet op. Je loopt je wachtje, bij mooi weer poets, bik en schilder je wat, bij slecht weer blijft er alleen het sturen maar over en als je tijd er op zit, ga je je was doen, sokken stoppen, kleren herstellen en met het zoontje of dochtertje van de kapitein spelen, want zo'n kind moet ook eens wat vertier hebben. En slapen, natuurlijk, maar daar kom je niet altijd toe als 't ruw weer is. Tenslotte: als de kapitein 48 uur in z'n kleren blijft, ga je niet kalm op je rug liggen. Ja mijnheer, zei ons een van de vijf leden van de bemanning, we zijn halve huismoeders mee: wassen en stoppen als de beste. De vrouw, die ons later krijgt, heeft een makkie, maar ik zeg altijd maar, dat je der beter niet aan kunt beginnen voor je zover bent. dat je der mee naar zee kunt nemen. Wat hééft zon schepsel aan je? Hoe vaak weet je precies, wanneer je weer thuis komt? Je zwerft maar rond: met papier naar lerland, daar vandaan met steenkool naar Finland, met hout naar Antwerpen, met pannen naar Zweden en met ijzererts naar Engeland en tenslotte misschien nog eris een keer met steenkool naar Rotterdam. De keren, dat de kap je precies kan vertellen: kijk jongens, nou gaan we eerst naar Hull, dan naar Rostock, een overstekie naar Kopenhagen nog even naar Helsingfors en dan weer huistoe, die keren zijn op de vingers van je hand na te tellen.

1957-01-28: De Tijd 28-01-1957: Kustvaarder in moeilijkheden. In de nacht van zaterdag op zondag is bij boei ET 15, dat is in de scheepvaartroute ten noorden van Ameland, de Nederlandse kustvaarder Wexford in moeilijkheden gekomen, toen de motor uitviel. Het is een schip van 200 ton, gebouwd in 1939 en eigendom van de N.V. Scheepvaartmaatschappij Gruno te Amsterdam. De stormachtige wind. windkracht 7, met zware windstoten tijdens buien, maakte de situatie niet plezierig voor de bemanning. Maar toen zondagmorgen om 11 uur de Duitse sleepboot Seefalke langszij wilde komen, werd deze hulp afgeslagen. De rederij nam in de loop van zondagmiddag contact op met bureau Wijsmuller te IJmuiden en om kwart voor zes voer de sleepboot Nestor uit om het schip op sleeptouw te nemen.

1959-01-29: De Telegraaf 29-01-1959: Coaster op 't strand. Van onze correspondent! Den Helder , donderdag . Gisteravond laat is de Nederlandse coaster „Wexford" (200 ton) uit Hilversum op het strand bij Castricum gelopen. Te middernacht is sleepboothulp uitgevaren, maar het schip zit hoog en droog.
Friese koerier 29-01-1959: Kustvaarder zit hij Castricum op strand. IJmuiden (ANP) — Gisteravond omstreeks half tien is de Nederlandse kustvaarder „Wexford", eigendom van de heer J. P. de Boer te Hilversum, en in exploitatie bij het NV Scheepvaartbedrijf „Gruno", bij Castricum aan de grond gelopen. Het 200 ton metende schip zit op een halve kilometer ten noorden van de zeeweg bij Castricum dwars op het strand. Het is geladen met lege vaten. De sleepboot „Simson" van het sleepvaartbureau Wijsmulier uit Urnuiden vertrok later op de avond naar de “Wexford".
NvhN 20-01-1959: Kustvaarder Wexford vast en weer vlot. Gisteravond omstreeks half tien is de Nederlandse kustvaarder Wexford, eigendom van de heer J. P. de Boer te Hilversum, en in exploitatie bij de N.V. Scheepvaartbedrijf Gruno, bij Castricum aan de grond gelopen. Vanmorgen om 7.00 uur kwam het vaartuig op eigen kracht vlot. Het 200 ton metende schip zat op een halve kilometer ten noorden van de zeeweg bij Castricum dwars op het strand.
Leeuwarder courant 29-01-1959: Coaster op 't strand bij Castricum. Gisteravond omstreeks half tien is de kustvaarder „Wexford", eigendom van de heer J. P. de Boer te Hilversum, en in exploitatie bij de N.V. Scheepvaartbedrijf „Gruno", bij Castricum aan de grond gelopen. Het 200 ton metende schip, dat geladen is met lege vaten, zit op een halve kilometer ten noorden van de Zeeweg bij Castricum dwars op het strand en lag vannacht bij eb voor drie kwart gedeelte droog; alleen het achterschip stak nog in het water. Kapitein J. Kwint heeft nog geen sleepbootassistentie aanvaard; hij hoopt het schip bij hoog water op eigen kracht vlot te krijgen.
NvhN 05-06-1959: De stranding van de Wexford. Kapitein bevoegdheid een week ontnomen. De Raad voor de Scheepvaart heeft de 29-jarige kapitein E. H. K. uit Delfzijl gestraft door hem de bevoegdheid om als kapitein op zeeschepen te varen voor de tijd van één week te ontnemen aangezien de Raad zijn schuld ernstig acht in de stranding van het m.s. Wexford op de Nederlandse kust ter hoogte van Bakkum op 28 januari j.l.
De Wexford (eigendom van J. P. de Boer uit Hilversum) was op weg van Boston (Engel.) naar IJrnuiden. Het schip werd bij de stranding niet beschadigd. Kapitein K. heeft naar het oordeel van de Raad bij zijn navigatie alle hulpmiddelen verwaarloosd en daarbij teveel vertrouwd op zijn ervaring. Daarom moet, aldus de Raad, de stranding uitsluitend worden geweten aan een ernstig tekort schieten van de kapitein. De hoofdinspecteur had de Raad voorgesteld de kapitein te straffen door het uitspreken van een berisping.
11-06-1959 Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van donderdag 11 juni 1959, nr. 110 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart:
Nr. 51 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake de stranding van het motorschip „Wexford" op de Nederlandse kust ter hoogte van Bakkum. Betrokkene: de kapitein E. H. Kwint. Op 28 januari 1959 is het motorschip „Wexford" op de reis van Boston (Engeland) naar IJmuiden ter hoogte van Bakkum gestrand. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze stranding en dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de kapitein van de „Wexford", Egbert Hendrik Kwint, wonende te Delfzijl. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 23 april 1959, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces-verbaal van het verhoor van de kapitein, zomede van het scheepsdagboek en een afschrift van een procesverbaal van onderzoek van het Loodswezen, en hoorde de kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette de betrokkene, aan wie voormelde beslissing was meegedeeld, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit de bescheiden is de raad het volgende gebleken: Het motorschip „Wexford" is een Nederlands schip, toebehorende aan J. P. de Boer, te Hilversum. Het meet 199,8 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 150 pk motor. De kapitein heeft verklaard, dat hij in 1951 het diploma K.H.V. heeft behaald en vanaf 1956 als kapitein vaart en sinds 7 november 1958 op de ..Wexford". Na te Boston (Engeland) 143 lege vaten te hebben geladen, vertrok de ..Wexford" op 27 januari 1959, te 18.30 uur, onder loodsaanwijzing vandaar met bestemming Zaandam. De diepgang was voor 15, achter 18 dm. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 7 personen; er waren verder nog 2 kinderen aan boord. Te 19.40 uur werd de loods ontscheept. Op 28 januari, te 8.40 uur, werd Smith Knoll-v.s. gepasseerd en werd koers veranderd tot 100° r.w., n aar IJmuiden; de kompaskoers was 107°. De kapitein voer op een overzeiler over de Noordzee. Te 16.00 uur nam de kapitein de wacht over van de bestman. De wind was toen Z.O. 2/3; het weer was goed; het was enigszins heiig. Te 19.25 uur waarschuwde de matroos, die de roertorn had, dat hij iets donkers vooruit zag. De kapitein meende, dat dit kwam doordat de heiigheid iets optrok, maar voor alle zekerheid stopte hij de motor. Even later, te 19.30 uur, schoof het schip zonder stoten zacht op het strand. De kapitein heeft gedurende korte tijd achteruitgeslagen, maar toen dit geen succes had, besloot hij, daar het goed weer was en een uur na hoogwater, om het volgende hoogwater af te wachten. Hierna is een sloep gestreken en heeft de kapitein de bestman en de machinist naar de wal gestuurd om de eigenaar, de Scheepvaartinspectie, Bureau Veritas en de verzekering het voorgevallene mee te delen. Toen het laagwater was, stond het schip droog tot aan de brug, maar het bleef goed rechtop liggen. De volgende morgen, 29 januari, te 6.30 uur, toen het hoogwater was, heeft de kapitein de motor op langzaam achteruit gezet en direct kwam het schip vlot. Hierna voer hij naar IJmuiden, waar te 9.30 uur in de sluis werd gemeerd. In het proces-verbaal van het Loodswezen is een verklaring van de kapitein opgenomen. Behalve hetgeen hiervóór reeds is opgenomen, verklaarde de kapitein daar, dat de afstand van Smith Knoll-v.s. tot IJmuiden 84 mijl was. Op koers 107° k. had het kompas geen deviatie. De kapitein hield geen rekening met tijstromen. De volle-kracht-vaart van het schip is 8 mijl per uur, maar doordat het schip onder de Engelse wal nogal had gestampt en gedurende de oversteek van de Noordzee de Z.O.-wind van kracht 3 tegen had, rekende de kapitein erop, dat hij pas te omstreeks 23.00 uur bij de verkenningston van IJmuiden zou komen. De kapitein heeft niet het lood gebruikt. Het was goed weer, maar heiig. Te 19.20 uur waarschuwde de roerganger, dat hij vooruit een donkere plek zag; even later liep het schip vast, zoals later bleek ter hoogte van Bakkum. Het was toen ongeveer een uur na hoogwater te IJmuiden. De „Wexford" was uitgerust met een richtingzoeker. De bestman had geen diploma en had geen praktijk als stuurman. Ter zitting verklaarde de kapitein, in aanvulling op hetgeen hij bij het vooronderzoek had verklaard, dat de „Wexford" in een geregelde weekdienst voer tussen Zaandam en Boston; betrokkene had vóór deze reis reeds 11 keer dit traject bevaren. De eerste reizen heeft betrokkene de log gebruikt, maar dit was op de latere reizen nagelaten. Toen op 28 januari 1959, te 8.40 uur, Smith Knoll-v.s. werd gepasseerd, is betrokkene 100° r.w. gaan sturen, recht op IJmuiden aan. Betrokkene rekende erop, dat op dit traject de noordgaande en zuidgaande stroom elkaar zouden opheffen. Hoewel de „Wexford" bij goed weer 8 mijl per uur loopt, nam betrokkene aan, dat hij niet na 10 uur bij IJmuiden zou zijn, omdat het schip ter hoogte van Smith Knoll nogal had gestampt, en hij meende, dat de vaart daar veel geringer dan 8 mijl was geweest. Toen betrokkene te 16.00 uur de wacht overnam, was het heiig, maar het zicht was nog vrij goed. De bestman heeft toen IJmuiden gepeild met de richtingzoeker; het baken was toen recht vooruit. Betrokkene heeft daarna geen peilingen meer genomen en heeft ook niet gelood, hoewel het vuur van IJmuiden niet in zicht kwam. Betrokkene heeft in het geheel geen kustlichten gezien. Toen te 19.25 uur de roerganger zei, dat hij iets donkers vooruit zag, dacht betrokkene er nog niet aan, dat dit land kon zijn. Hij heeft wel de motor gestopt. Korte tijd hierna liep het schip aan de grond. De stroom liep toen om de noord. De volgende morgen, te 6.30 uur, kwam het schip bij hoogwater na achteruitslaan vlot. Betrokkene geeft toe, dat hij uit sleur niet goed heeft genavigeerd. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de „Wexford", die op 28 januari 1959 te Bakkum is gestrand, slechts een klein schip is; het meet nog geen 200 brutoregisterton. Dit schip behoeft niet een gediplomeerde stuurman aan boord te hebben; de gehele navigatie berust bij de kapitein. De „Wexford" vaart in een wekelijkse dienst tussen Zaandam en Boston; het vervoerde steeds dezelfde ladingen. De kapitein kreeg een vrij grote ervaring op deze oversteek. Hij is op deze ervaring zodanig gaan vertrouwen, dat hij de beschikbare navigatiemiddelen, als richtingzoeker, log en lood, niet voldoende gebruikte. Uit het journaal blijkt, dat op vorige reizen de duur van de oversteek van Smith Knoll-v.s. naar IJmuiden 10 a 11 uur was; 10 uur en 50 minuten nadat Smith Knoll-v.s. is gepasseerd, liep het schip aan de grond. Het is onbegrijpelijk, dat de kapitein, nu hij nog steeds het licht van IJmuiden niet zag, niet een radiopeiling van IJmuiden heeft genomen en niet heeft gelood. Het vastlopen was voor de kapitein een grote verrassing. Voor deze kapitein is dit vastlopen een grote blamage en hij heeft zich dit erg aangetrokken. Daar hij de lering uit dit ongeval heeft getrokken en het schip niet beschadigd is door de stranding, stelt de hoofd-inspecteur de raad voor kapitein E. H. Kwint niet zwaarder te straffen dan door het uitspreken van een berisping. Het oordeel van de raad luidt als volgt: Op grond van het onderzoek, dat de raad heeft ingesteld met betrekking de stranding van het Nederlandse motorschip „Wexford" op 28 januari 1959 op de Noordhollandse kust bij Bakkum, is de raad van oordeel, dat deze stranding uitsluitend moet worden geweten aan een ernstig te kort schieten van de kapitein, betrokkene E. H. Kwint, in de navigatie. Op 28 januari 1959, te 8.40 uur, werd Smith Knoll-v.s. gepasseerd en e koers veranderd tot 100° r.w. (107° per kompas,), recht op IJmuiden aan. De afstand vandaar tot IJmuiden berekende betrokkene op 84 mijl. De snelheid van zijn schip is 8 mijl per uur. Rekening houdende met de tegenwind, Z.O.-wind, kracht 2/3, die het schip aanvankelijk onder de Engelse Kust had, kon worden aangenomen, dat de Nederlandse kust na ongeveer 11 uren zou worden bereikt. Te 16.00 uur heeft de bestman nog een radiopeiling van IJmuiden genomen. IJmuiden bleek daarbij recht vooruit te liggen. Betrokkene nam daarop de wacht over. Het was toen reeds heiig geworden. Zelf heeft hii geen radiopeiling van IJmuiden meer genomen. Evenmin heeft hij, hoewel hij kon vermoeden de Nederlandse kust te naderen, gelood. Bovendien stond de log niet uit, hoewel er wel een log aan boord was. Aldus is betrokkene blijven doorvaren totdat te 19.25 uur de roerganger waarschuwde, dat hij iets donkers vooruit zag. Hoewel betrokkene dit niet verontrustend achtte en meende, dat dit kwam, doordat de heiigheid iets optrok, heeft hij toch de machine gestopt. Even later, te 19.30 uur, schoof de „Wexford" op het strand bij Bakkum en bleef daar vastzitten. Pas bij het volgend hoogwater op 29 januari 1959, te 6.30 uur, gelukte het vlot te komen, waarna de reis naar IJmuiden werd vervolgd. Van schade aan het schip door de stranding is niet gebleken. Zoals reeds gezegd, volgt naar het oordeel van de raad uit voormelde feiten, dat de stranding geheel is te wijten aan de schuld van betrokkene, die bij zijn navigatie alle hulpmiddelen heeft verwaarloosd, daarbij te veel vertrouwend op zijn ervaring. De raad acht deze schuld van betrokkene ernstig, weshalve de raad betrokkene Egbert Hendrik Kwint, geboren 1 augustus 1929, wonende te Delfzijl, straft door hem de bevoegdheid om als kapitein te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van een week. Aldus gedaan door de heren mr. G. A. Schreuder, 1ste plv. voorzitter, H. A. Broere, N. W. Sluijter en A. Kunst, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken door de voorzitter ter openbare zitting van de raad van 4 juni 1959. (Get.) G. A. Schreuder, A. Boosman.

1965-11-19: NvhN 19-11-1965: De WEXFORD verkocht. De heer J. P. de Boer te Hilversum heeft zijn motorkustvaartuig Wexford verkocht aan de heer G. de Boer te Delfzijl, die het schip onder de nieuwe naam NAUTILUS in de vaart zal brengen met als thuishaven Delfzijl. De Wexford behoort tot het gladdek-type en werd in 1939 gebouwd bij de N.V. Scheepswerf Delfzijl, Gebr. Sander te Delfzijl. Het schip heeft een draagvermogen van ongeveer 275 ton en het is voorzien van een 150 pk Brons-dieselmotor.

1972-09-11: Final Fate: Voor £ 2.500,-- verkocht aan en gesloopt door Aylesford Metal Co Ltd. te Rochester. Begin november 1972 sloop gereed.

Ship Masters Data

Images


Description: proefvaart Aldo, 31 mei 1939.
Image type: Photo

Description: 'Aldo'
Image type: Photo

Description: Aldo 1939
Image type: Photo

Description: Wexford 1939 ex Aldo
Image type: Photo

Description: Nautilus 1939 ex Wexford ex Aldo
Image type: Photo

Description: 'Nautilus' (ex 'Aldo')
Image type: Photo

Description: Nautilus 1939 ex Wexford ex Aldo
Image type: Photo

Description: Ria 1939 ex Nautilus ex Wexford ex Aldo
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

 

NvhN 280157
Schip in moeilijkheden voor Nederlandse kust.
Voor Schiermonnikoog. De Nederlandse kustvaarder WEXFORD van de rederij Gruno uit Amsterdam is gisteravond bij Schiermonnikoog door machinestoring in moeilijkheden geraakt. Op verzoek van de  rederij is de sleepboot NESTOR van Wijsmuller en Co. uit IJmuiden gisteravond ter assistentie uitgevaren. Naar wij vernemen heeft de NESTOR hedenmorgen omstreeks half tien de WEXFORD bereikt. Men tracht thans vast te maken, waarna de sleep koers zal zetten naar Delfzijl.