Name ship: EUROPA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1947
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5109576
Nat. Official Number: 2221 Z GRON 1947
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: Two masts
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Scheepsbouw Unie N.V., Groningen, Netherlands
Yardnumber: 227
Date Laid Down:
Launch Date: 1946-03-30
Delivery Date: 1947-05-08
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 195
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 6295 Type T (360x450)
Speed in knots: 9.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 257.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 116.00 Net tonnage
Deadweight: 350.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 16500 Cubic Feet
Bale: 14700 Cubic Feet
 
Length 1: 42.00 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 38.36 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.04 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.56 Meters Depth, moulded
Draught: 2.65 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1947-04-30 EUROPA
Manager: Tonnis Tammes, Groningen, Netherlands
Owner: Tonnis Tammes, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDZW
Additional info:

Date/Name Ship 1951-05-25 EUROPA
Manager: N.V. Scheepvaartkantoor Groningen, Groningen, Netherlands
Owner: Jan Tammes, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDZW
Additional info:

Ship Events Data

1947-05-02: Op 02-05-1947 als EUROPA, zijnde een motorvrachtschip, metende 728.05 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 03-04-1947 no. 6936, liggende te Groningen, door J. Frik, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2221 Z GRON 1947 op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant dekhuis op verhoogd achterdek, 5.85 m. uit de hekplaat, 1.20 m. uit de lengteas, 1.95 m. boven dek.

1954-07-06: Bijvoegsel van de Nederlandse Staatcourant van vrijdag 4 maart 1955 no. 45. Uitspraak no. 25. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake de klacht van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart tegen H. Borgers, kapitein van het motorschip „Europa", wegens het vervoeren met zijn schip van een lading gestort graan, zonder dat in het ruim een gevelingschot was aangebracht. Op 21 October 1954 is door de inspecteur-generaal voor de scheepvaart bij de Raad voor de Scheepvaart een klacht ingediend van de volgende inhoud: „De inspecteur-generaal voor de scheepvaart, Gelezen de hierbij gaande stukken, te weten het scheepsdagboek van het Nederlandse motorschip „Europa" en het proces-verbaal van onderzoek; Overwegende: dat uit de stukken blijkt, dat de kapitein van voornoemd schip, Harm Borgers, geboren 6 Juli 1918 te Groningen, wonende te Appingedam, Dr. J. ten Brinkstraat 6, zijn schip op 6 Juli 1954 te Dundee heeft volgeladen met een lading gestort graan, terwijl het ruim niet van een gevelingschot was voorzien, daarna zijn schip buitengaats heeft gebracht en een reis heeft ondernomen van Dundee naar Delfzijl, waar het schip op 9 Juli daaropvolgend arriveerde; dat de breedte van bovenvermeld schip 7 m bedraagt, zoals o.m. is vermeld in het betreffende berekeningsformulier van de Commissie tot vaststelling van de uitwatering; dat voornoemd schip dus niet is vrijgesteld van het aanbrengen van een gevelingschot, als bedoeld in de laatste zinsnede van lid 3 van artikel 98 Schepenbesluit 1952, zodra met dit schip graan in bulk wordt vervoerd; dat de kapitein mitsdien heeft overtreden het bepaalde in de eerste alinea van lid 3 artikel 98 van voornoemd besluit; Van oordeel, dat de kapitein door bovenvermelde overtreding mede de hem opgelegde verplichting, neergelegd in artikel 4, sub h, Schepenwet, niet is nagekomen en zich mitsdien schuldig heeft gemaakt aan het strafbare feit, waarop in artikel 56 Schepenwet straf is gesteld; Van oordeel voorts, dat de kapitein zich mede heeft schuldig gemaakt aan een misdraging, als bedoeld in lid 1 van artikel 48 Schepenwet; Gelet op de artikelen 48 en 49 Schepenwet, Stelt aan de Raad voor de Scheepvaart voor een onderzoek in te stellen en kapitein Borgers, voornoemd, te horen." Een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 49 der Schepenwet, besliste, dat naar de gegrondheid van voorschreven klacht een onderzoek door de Raad zou worden ingesteld. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 31 Januari 1955, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De Raad nam kennis van de ten deze door de inspecteur-generaal voor de scheepvaart overgelegde stukken, waaronder een door de expert bij de Scheepvaartinspectie te Groningen M. A. Moereels op de ambtseed opgemaakt proces-verbaal van 12 Juli 1954, inhoudende een verhoor van aangeklaagde, Harm Borgers, wonende te Appingedam, en hoorde de kapitein, voornoemd, als aangeklaagde buiten ede. Na voorlezing van de klacht zette de voorzitter de aangeklaagde de betekenis daarvan uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motorschip „Europa" is een Nederlands schip, toebehorende aan de Rederij J. Tammes, te Groningen. Het meet 257 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een 195 pk motor. De breedte van het schip bedraagt 7,05 m. Op 3 Juli 1954 meerde de „Europa" in de haven van Dundee, alwaar het schip een volle lading gestorte haver zou moeten laden voor Groningen. Om de lading af te dekken, zou ongeveer 10 % der lading in zakken worden afgescheept. De kapitein heeft bij de stuwadoor, die tevens agent is, geïnformeerd of het krachtens de voorschriften van de Board of Trade noodzakelijk was om een gevelingschot aan te brengen. Na enige tijd berichtte de stuwadoor, dat het aanbrengen van een gevelingschot niet nodig was, daar een volle lading zou worden overgenomen, die zou worden afgedekt met een deklaag in zakken. Op 6 Juli werd aangevangen met de belading. Het schip is geheel volgemaakt; nadat de zakken goed onder dek waren gestuwd, zijn de nog aanwezige openingen volgespoten met losse haver. Het ruim zat tot onder de luiken geheel vol. Op 9 Juli 1954, te 2 uur, arriveerde de „Europa" vóór de sluis te Delfzijl en te 16 uur werd gemeerd te Groningen en met de lossing begonnen. De kapitein ziet in, dat hij het bepaalde in artikel 4, sub h, van de Schepenwet heeft overtreden. Hij voegde nog aan zijn verklaring toe, dat de „Europa" niet is uitgerust met een gevelingschot. De kapitein heeft in de 5jaar, dat hij als zodanig op de „Europa" vaart, nog nooit eerder een lading gestort graan vervoerd. Ter zitting erkende de kapitein alle feiten, in de klacht genoemd. Hij wist, dat de Nederlandse wet voor het vervoer van een lading gestorte haver, zoals hij moest vervoeren, een gevelingschot vereist. Er was geen schot aan boord, zodat het aanbrengen daarvan zeer grote kosten zou meebrengen. Aanvankelijk was hem meegedeeld, dat de helft der lading in zakken zou worden afgescheept, doch later bleek, dat nog geen 25 % in zakken zou worden vervoerd. Na het innemen van de gestorte lading zijn daarover geen kleden gelegd, daar deze niet aan boord waren. De zakken zijn op de vlak getrimde gestorte haver gestuwd. Het ruim was geheel vol. Men had een goede reis naar Delfzijl; het schip is steeds recht blijven liggen en bij aankomst was de lading slechts 20 cm gezakt. De agentstuwadoor te Dundee had aangeklaagde op zijn verzoek meegedeeld, dat de Engelse wet geen graanschot voor deze reis eiste. De inspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de „Europa" op 6 Juni 1954 te Dundee een lading gestorte haver heeft geladen. Het voorschrift in artikel 98 van het Schepenbesluit laat geen twijfel over de verplichting een gevelingschot te plaatsen. Dit behoeft niet over de gehele hoogte van het ruim te worden aangebracht en voor schepen van een breedte, minder dan 6,50 m, is zo'n schot niet nodig, indien de luikhoofden voldoende groot zijn om als feeder dienst te doen. De breedte van de „Europa" was groter; de kapitein wist, dat hij een schot moest plaatsen. Hij deed dit niet en voerde als excuus aan, dat voor vervoer van Engeland naar hier de Engelse wet geen schot voorschrijft. De inspecteur heeft een onderzoek doen instellen om na te gaan of wellicht de Nederlandse voorschriften zouden moeten worden verzacht. Uit dit onderzoek is gebleken, dat het bestaande voorschrift moet blijven gehandhaafd. Voor de veiligheid der schepen moeten deze voorschriften blijven bestaan, ook dat over het gebruik van het luikhoofd als feeder, zoals vermeld in de laatste zinsnede van het 3de lid van artikel 98. Er is tegen de kapitein van de „Europa" proces-verbaal opgemaakt, opdat de Raad voor de Scheepvaart, na en openbaar onderzoek, zich hierover zou kunnen uitspreken. Er bestaat inderdaad een verschil met de Engelse bepalingen. In 1934 heeft het Ministry of Transport aanbevelingen gegeven over het vervoer van graanladingen door kusters. Hierin wordt aangeraden graanschotten te plaatsen bij vervoer van gestort graan. Indien dit door omstandigheden bezwaarlijk is, kunnen ook andere maatregelen worden getroffen. Het valt op, dat op de „Europa" deze andere maatregelen niet zijn genomen. Tussen het gestorte graan en de daarop gestuwde zakken moet een afscheiding worden gemaakt. Op de „Europa" is geen houten vloer gelegd, doch zijn ook geen kleden aangebracht. Door het overtreden van het bepaalde in artikel 98 van het Schepenbesluit is ook artikel 4, sub h, van de Schepenwet overtreden; dit is in artikel 56 der Schepenwet strafbaar gesteld. De inspecteur merkt op, dat hij de klacht tegen de kapitein van de „Europa" als een proefgeval wil zien, doch dat hij bij andere gevallen wil voorstellen strenge straffen op te leggen. De kapitein gaf zijn schuld eerlijk toe. Hij zegt, dat hij eeij moeilijke beslissing moest nemen. Het aanbrengen van een schot kost veel geld, maar hij heeft niet met de reder overlegd. Een schot zou na gebruik moeten worden opgeborgen en zou veel kans lopen beschadigd te worden. Deze argumenten zijn niet sterk, wanneer men deze vergelijkt met de ernstige gevolgen, die het niet aanbrengen van een schot kan hebben. De inspecteur stelt de Raad voor om de kapitein schuldig te verklaren, doch hem, daar deze behandeling slechts een proefproces is, te straffen door het uitspreken van een berisping. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: De Raad acht de overtreding, zoals in de klacht geformuleerd, bewezen. De kapitein kende het voorschrift van artikel 98 van het Schepenbesluit, doch heeft enkel op economische gronden dit overtreden. Er was voor hem geen reden om aan te nemen, dat hij de Nederlandse voorschriften niet behoefde na te komen, ook al deelde de stuwadoor hem mede, dat de Engelse wet het plaatsen van een graanschot niet eiste. Hij had vóór het nemen van zijn beslissing moeten overleggen met zijn reder. De Raad weet, dat bij vele kapiteins de opvatting heerst, dat bij het vervoer van een lading graan tussen Engeland en Nederland het plaatsen van een graanschot overbodig is. Het is voor de Scheepvaartinspectie niet wel mogelijk alle overtredingen vast te stellen. De Raad zal overwegen om, indien in de toekomst weer overtredingen van de bepalingen over het vervoer van graanladingen worden voorgebracht, strengere straffen op te leggen dan hjj thans zal doen. Daar de klacht tegen de kapitein van de „Europa" als een proefproces wordt beschouwd, volstaat de Raad er mee kapitein H. Borgers, geboren 6 Juli 1918, wonende te Appingedam, schuldig te verklaren en hem te straffen door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, 1ste plv. voorzitter, C. H. Brouwer, H. A. Broere en F. v. d. Laan, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken door voornoemde voorzitter ter openbare zitting van de Raad van 31 Januari 1955. (Get.) A. Dirkzwager, A. Boosmaft.

1972-11-00: Gesloopt te Groningen door N.V. Van Simmeren. Het schip was al enkele jaren daarvoor opgelegd in het Oosterhamrikkanaal te Groningen.

Ship Masters Data

Images


Description: Europa 1947
Image type: Photo

Description: De Europa opgelegd in het Oosterhamrikkanaal te Groningen begin 70-er jaren.
Image type: Photo

Description: Europa 1947
Image type: Photo

Description: Europa 1947.
Image type: Photo
Sources