Name ship: FLORES

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1938
Classification Register: British Corporation Register of Shipping and Aircraft (BC)
IMO number:
Nat. Official Number: 1846 Z GRON 1938
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Raised quarter deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerf 'Vooruitgang' (L.J. Mulder & J. Suurmeijer) (1924 - 1940), Foxhol, Netherlands
Yardnumber: 102
Date Laid Down:
Launch Date: 1938-04-12
Delivery Date: 1938-07-02
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Machinefabriek 'Bolnes' v/h J.H. van Cappellen, Bolnes, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 5
Power: 300
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Bolnes Type (275x370)
Speed in knots: 9.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 343.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 168.00 Net tonnage
Deadweight: 410.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 22700 Cubic Feet
Bale: 21500 Cubic Feet
 
Length 1: 43.7 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 41.00 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.35 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.10 Meters Depth, moulded
Draught: 2.55 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1938-05-31 FLORES
Manager: Harm Sloots Gzn., Groningen, Netherlands
Owner: Harm Sloots Gzn., Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PECU
Additional info:

Ship Events Data

1938-06-01: Op 01-06-1938 als FLORES, zijnde een motorvrachtschip, groot 972.19 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 28-05-938 no. 5672, liggende te Groningen, door J. Frik, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1846 Z GRON 1938 op het achterschip aan BB zijde in achterkant dekhuis op verhoogd achterdek.

1938-06-03: NvhN 03-06-1938: Delfzijl. Op de Eems vond de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe m.s. FLORES, gebouwd bij de N. V. Scheepswerf „Vooruitgang" v/h. Mulder en Suurmeyer te Foxhol, voor rekening van kapt. H. Sloots te Groningen, onder klasse British Corporation en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart. Het schip is van het raised-quarterdek type en heeft afmetingen van 45X7.36 X 3.90 M. Het meet bruto 477 en netto 168 Reg ton, terwijl het d.w. 400 ton bedraagt. Ter voortstuwing is in de motorkamer een. direct omkeerbare 300 p.k. 5 cyl. Bolnes motor. Als hulpmotor is sen 14 p.k. Benz motor opgesteld, terwijl aan dek bij de mast twee motorlieren geplaatst zijn, die elk door een Deutz motor van 7 p.k. aangedreven worden. De anker- Lier wordt aangedreven door een Deutz motor van 8 p.k.

1938-06-04: Het Vaderland 04-06-1938: Het bij de N.V. Scheepswerf Vooruitgang v/h Mulder & Suurmeijer te Foxhol, voor rekening van kapitein H. Sloots te Groningen, gebouwde m.s.“'FLORES”' heeft een goed geslaagde proeftocht gehouden. Het schip meet ca. 477 ton en is voorzien van een Bolnes motor, met een capaciteit van 300 Pk.

1940-01-17: Het Volk 17-01-1940: Binnenland. Kustvaart in oorlogstijd. Belangrijke zaken voor de Raad voor de Scheepvaart behandeld.
Amsterdam, Woensdag. De Raad voor de Scheepvaart behandelde hedenmiddag 'de klachten, die de Inspecteur-generaal van de Scheepvaart heeft ingediend tegen de kapiteins van de motorschepen „Diana", „Nomadisch", „Nejaco", „Kemphaan" en „FLORES". Deze kapiteins hadden namelijk niet voldaan aan de voorschriften voor het binnenvaren van Nederlandse zeegaten in oorlogstijd. Plaatsvervangend voorzitter van de Raad was dr. Van Geer.Kapitein-eigenaar Kas van de „Kemphaan" werd als eerste voorgeroepen. Uit ter zitting voorgelezen stukken van een marine-officier bleek, dat het schip, op weg naar Rotterdam, per radio kennis had gekregen van het uitbreken van de oorlog. Op 3 September echter was de „Kemphaan" het Schulpengat binnengevaren zonder te stoppen voor het Nedèrlandse marine-onderzoekingsvaartuig. Volgens zijn bij het voor-onderzoek afgelegde verklaringen had schipper Kas ten gevolge van de harde regenval het stopsein (drie rode ballen boven in de mast) niet gezien. Op de zitting bleef hij daar bij. En op een vraag of hij zich in de zes jaren,' dat hij reeds als kapitein vaart, wel eens op de hoogte had gesteld van de bijzondere bepalingen-bij-oorlog, antwoordde hij in ontkennende zin: „Ik heb ze wel aan boord, maar ik had ze nooit bestudeerd " De „Kemphaan" was 's avonds om half zeven door een marinevaartuig aangehouden; toen was er een officier aan boord gekomen, die proces-verbaal opmaakte — de kapitein, die te voren geen Nederlands onderzoekingsvaartuig had gezien, wist niet, dat hij een ernstige overtreding had gepleegd. De voorzitter: „Maar als u geen onderzoekingsvaartuig hebt gezien, had u juist buiten moeten blijven. U mag dan niet zonder permissie binnenlopen. Dat is voorschrift, en dus komt u hier niet onder uit!" De uitspraak van de raad volgt later. Vervolgens werden de andere zaken afgedaan. Alleen schipper Stam van de „Diana" had verstek laten gaan. De kapiteins Sloots van de „Flores", Dijkhuis van de „Nejaco" en Wedema van de „Nomadisch" verschenen nu achtereenvolgens, om zich te verantwoorden. Ook de heer Sloots bleek zich er niet van overtuigd te hebben, of en zo Ja, welke bijzondere voorschriften aan de Nederlandse kust bij het uitbreken van de oorlog van kracht zouden zijn geworden: „Ik wist niet, dat ik op een onderzoekingsvaartuig van de marine moest wachten." De voorzitter: „Die voorschriften geven de autoriteiten heus niet voor hun plezier, 't Is op 't ogenblik nu eenmaal vreselijk gevaarlijk, om zonder toestemming maar aan te varen!"

1940-02-04: Final Fate: Tijdens een sneeuwstorm in de monding van de Thame , gestrand bij Kentish Knock Lightvessel en verloren gegaan. De bemanning werd op een na gered. Ze was met een lading schroot onderweg van Rotterdam naar Swansea.

1940-02-07: Utrechts Volksblad 07-02-1940: Groningers vochten in de branding voor lijfsbehoud. Zij strandden met hun scheepje onder de Engelse kust. In het „Bangor-hotel", het enige Nederlandse hotel in deze metropolis, dat sinds het uitbreken van de oorlog al zovele Nederlandse schipbreukelingen binnen zijn muren heeft gezien, dat het bij de Engelse collega's de naam „Schipbreukelingenhotel" heeft verworven, troffen we hedenavond de zes overlevenden aan van het gestrande Nederlandse schip „Flores", dat laatstleden Zondag „ergens" nabij de Engelse oostkust op een zandbank liep. Onopgesmukt vertelden de Groningers ons van hun avonturen toen ze zich met hun 400 ton metend scheepje op weg bevonden van Rotterdam naar Swansea. Hun lading bestond uit oud ijzer en deze lading heeft hen letterlijk in het ongeluk gestort. In de stikdonkere nacht liep de „Flores" op een zandbank. Gedurende heel de reis had men veel last. gehad van de lading, daar deze een slechte uitwerking had op het kompas, dat er onzuiver door werd. Men raakte steeds uit de koers en toen het schip vastliep was men zeventien zeemijlen uit de route geraakt. Tot overmaat van ramp sloeg de „Flores" lek. Men besloot een reddingboot uit te zetten en te proberen het land te bereiken. De 22-jarige matroos Frans Groenier klom in de boot. Het was zijn taak, als de boot eenmaal op het water was terecht gekomen, de talies los te maken. Grote brekers verijdelden de poging echter en wierpen de reddingboot ondersteboven. Groenier verdween in de golven. Kapitein K. Schutter gaf last aan vier leden van de bemanning om met de andere boot Groenier te gaan zoeken. De stuurman G. Suurd, de eerste machinist N. Doornenbos, de tweede machinist Boon en de matroos Gorsman gingen in de boot. Inmiddels riep Groenier den kapitein toe, dat hij poogde naar de „Flores" terug te zwemmen, maar dat dit moeilijk ging, daar de hoge zeeën hem het zwemmen bemoeilijkten. De vier inzittenden van de reddingboot roeiden wat ze konden om Groenier te bereiken. Telkens weer kwamen ze in de buurt van het slachtoffer, maar even regelmatig wierp een golf hen terug. De zee is echter grillig, want een grote golf, die de reddingboot van den ongelukkige afwierp, bracht de andere reddingboot weer in goede positie. Groenier slaagde erin deze boot te pakken en er in te klimmen. Alle hulpmiddelen waren uit de boot gespoeld, zodat Groenier niets had om te hozen. De watertank en de kist met zeebeschuit waren echter nog intact. De vier andere leden van de bemanning, die in de andere reddingboot zaten, zochten nog twee uur lang naar hun kameraad. Zonder resultaat echter. Steeds verder dreef Groenier af. Tot nu toe heeft men niets meer van hem gehoord. De kans bestaat dat hij nog in leven is. De Britse kustwachters, die de streek en het water, waar de „Flores" vastliep, goed kennen, hebben de hoop nog niet opgegeven. En men meent, dat het wel enige dagen kan duren, voor men zekerheid omtrent het lot van den schipbreukeling heeft. Toen het viertal bij de „Flores" was teruggekomen, bleek, dat deze steeds meer water ging maken en men besloot met de hulpmotor de pomp aan het werk te stellen. Ook de noodverlichting werd door deze motor in werking gehouden. De kok Veldman maakte zich buitengewoon verdienstelijk. Tegen drie uur in de nacht werd het gat in het schip steeds groter en men besloot om hulp te vragen. Met de stoomfluit blies men een S.O.S. Twee uur later kwam de reddingboot langszij. Dreigende mijn! De machinist Suurd, die met zijn zaklantaarn zwaaide om de plaats van de „Flores" aan de reddingboot aan te geven zag in het licht van deze lantaarn een drijvende mijn op het schip aankomen: Een zware breker bracht redding. De mijn dreef tot op enkele centimeters van de donkere wand van de „Flores", maar de zuigkracht van de passerende golf trok haar terug. Toen de reddingboot nabij kwam, was de toestand aan boord niet verergerd, zodat men besloot zolang mogelijk aan boord te blijven. De reddingboot keerde toen naar het land terug. Des ochtends om zes uur echter, begon de „Flores" weer meer water te maken en opnieuw verzocht men om hulp. Ditmaal was de reddingboot er eerder en om zeven uur des morgens stapten de overlevenden in de boot. Wat lijfgoed was het enige, wat zij mee konden nemen.

1940-02-08: NPGC: 08-02-1940 MS. „FLORES” verloren gegaan. Een matroos vermist. Het Groninger m.s. „FLORES", groot bruto 343 ton, gebouwd in 1938, van H. Sloots te Groningen, is met een lading oud ijzer, op reis van Rotterdam naar Swansea, Zondagnacht bij Kentish Knock op een zandbank geloopen en lek gestooten. De matroos Groenier is in één der reddingbooten afgedreven en wordt vermist. De overige zes leden der bemanning zijn gered en te Londen aangekomen, vanwaar zij zoo spoedig mogelijk met de Batavierboot naar Nederland zullen vertrekken. De „Flores" wordt door de reederij als verloren beschouwd. De geredden zijn: Kapt. K. Schutter, stuurman G Suurd, beiden te Groningen, machinist H. Doornbos te Hoogkerk, tweede machinist A C. Boon te Haarlem, matroos L. Horsman te Leeuwarden en matroos L. Veldman te Groningen. (NvhN)

1940-02-08: NVhN 08-02-1940: Vermiste matroos gered. De matroos F. Groenier uit Groningen, van het Groninger m.s. „FLORES", die in een der reddingsbooten afdreef en vermist werd, is door een voorbijvarend schip opgepikt.

1951-12-13: De teboekstelling bij het Kadaster wordt pas op 13-12-1951 doorgehaald.

Ship Masters Data

Images


Description: Flores (1) 1938 op proefvaart
Image type: Photo
Sources