Name ship: FOXHOL

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1928
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number:
Nat. Official Number: 661 Z GRON 1928
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts:
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Scheepswerf Firma J. Smit & Zoon, Foxhol, Netherlands
Yardnumber: 63
Date Laid Down:
Launch Date: 1928-01-29
Delivery Date: 1928-03-31
Technical Data

Engine Manufacturer: Schiffswerft 'Linz' A.G., Linz, Austria
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 2
Power: 100
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Linz Climax gloeikop Type (340x380)
Speed in knots: 8.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 186.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 117.00 Net tonnage
Deadweight: 235.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1: 34.79 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 31.73 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.46 Meters Breadth, extreme
Depth: 2.37 Meters Depth, moulded
Draught: 2.21 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1928-03-31 FOXHOL
Manager: Firma J.J. Onnes, Cargadoors-, Scheepvaart- en Bevrachtingsbedrijf, Groningen, Netherlands
Owner: Albert Lammers, Hoogezand, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Hoogezand / Netherlands
Callsign: NRST
Additional info:

Ship Events Data

1928-01-31: Voorwaarts 31-01-1928: Van de werf van de firma J. Smit en Zn. te Foxhol, is met goed gevolg te water gelaten een zeevrachtmotorboot, met de afmetingen 31.50 X 6.40 X 2.45 M., groot 239 ton, gebouwd onder toezicht van Bureau Veritas, groote kustvaart. Het schip, gebouwd voor rekening, van den heer A. Lammers te Foxhol, zal worden voorzien van een 100 P.K. Climax-motor. De kiel wordt gelegd voor eenzelfde boot, voor rekening van den heer M. van Wijk Cromer te Hoogezand

1928-03-08: Op 08-03-1928 als FOXHOL, zijnde een motorvrachtschip, groot 527.64 m3, liggende te Foxhol, door D. Loorbach, beëdigd scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Albert Lammers, schipper te Hoogezand, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 661 Z GRON 1928 op 't achterschip in achterkant lichtkap motorkamer, bakboordzijde.

1928-03-31: NvhN 02-04-1928: Delfzijl. 31 Maart. Heden kwam hier aan het op de werf van de heeren J. Smit en Zn. gebouwde motorschip "FOXHOL", groot 331 netto M 3. Het schip is voorzien van een 100 P.K Climax motor en is gebouwd voor rek. van kapt. A. Lammers te Groningen. Het zal hier ijzeraarde laden voor Londen.

1928-04-05: Voorwaarts 05-04-1928. Scheepsbouw. Heden vond buiten Delfzijl plaats de proefvaart van het motorschip FOXHOL, hetwelk geleverd is door de Climax Ruwoliemotorenfabriek te Rotterdam aan den heer A. Lammers te Foxhol. Het schip dat 234 ton over zee meet, is gebouwd op de werf van de fa. J. Smit & Zonen te Foxhol, onder toezicht van Bureau Veritas (klasse Noord- en Oostzee) en Scheepvaartinspectie. In het schip is geplaatst een twee-cylinder Climax ruwoliemotor van 100 e.P.K. welke aan het vaartuig bij de proefvaart een snelheid verleende van 7½ mijl, of ca. 13½ K.M. per uur. De op het schip aanwezige deklier wordt gedreven door een 6 P.K. Climax direct aanzetbare ruwoliemotor, welke motor tevens dient voor aandrijving van een centrifugaalpomp voor het vullen en lenzen van de piektanks, blusschen en dekwasschen. Het schip is gebouwd met een verhoogd achterdek, waaronder de ruime verblijven van den kapitein en diens gezin zijn aangebracht. De verblijven van de bemanning zijn in het voorschip ondergebracht. De proefvaart vond plaats in tegenwoordigheid van experts van Bureau Veritas en Scheepvaartinspectie en verliep tot volle tevredenheid van experts en eigenaar.


1930-09-19: Final Fate: Onderweg van Rotterdam naar Londen, beladen met zand, tijdens stormweer vergaan in de monding van de Thames bij het lichtschip 'Inner Gabbard'. Vier personen, waaronder kapitein Lammers en zijn vrouw en kind kwamen om het leven. Twee bemanningsleden werden gered door de Franse trawler 'Notre Dame des Ardents'.

Het Vaderland 21.09.1930: Uit Londen wordt gemeld, dat de Nederlandse motorboot 'Foxhol' uit Groningen, in de mond van de Thames is omgeslagen, waarbij de schipper Lammers, zijn vrouw en 2-jarig kind, alsmede een matroos, om het leven zijn gekomen. Twee andere leden van de bemanning, Koch en Schluter, zijn door een vissersboot uit Boulogne gered.


1930-09-27: Weekblad Schuttevaer 27.09.1930: Motorboot 'FOXHOL' gekapseisd. De Nederlandsche motorboot 'Foxhol' uit Groningen, is in de orkaan die dezer dagen Engeland teisterde aan de monding van de Theems ( Engeland ) omgeslagen. Van de opvarenden zijn de schipper Lammers, diens vrouw en hun tweejarig kind alsmede een matroos door verdrinking om het leven gekomen. Twee leden der bemanning werden door de vissersboot 'Notre Dame des Ardents' uit Boulogne gered. Het bericht van het vergaan van het motorschip 'Foxhol' verwekte naar het N.v.h.N. melde in de plaats Foxhol groote ontsteltenis bij de familie van de omgekomen kapitein Albert Lammers. Vooral diens ouders die rustig hun ouden dag slijten in Foxhol, heeft het bericht sterk aangeslagen. Albert was hun jongste zoon, 1e stuurman en marconist bij de groote vaart, thans een eigen schip bevarend, voor 3 jaren gehuwd met mej. H. Alkema uit Groningen. Het knaapje dat het verschrikkelijk lot der ouders heeft gedeeld, was hun eenig kind. Moeder en kind maakten steeds de reizen mee. De geredde leden van de bemanning zijn beide Duitsers, van wie Koch als stuurman op het schip in functie was, sedert dit in 1928 de werf van de firma Smit en Zn in Foxholsterbosch verliet. Voort kan het vaststaand worden aangenomen dat het vierde slachtoffer van het vergaan van de 'Foxhol' een matroos is de 23 jarige Hendrik Boomsma, zoon van de weduwe Boomsma/Veenstra die te Noordhorn woont. De heer Onnes houtagent te Groningen, heeft telefonisch met een der geredden, die beide Duitsers zijn en die zich momenteel in Boulogne zijn gesproken. Uit dit niet al te duidelijk gesprek bleek dat de kapitein toen de ramp stond te gebeuren aan dek was en naar beneden snelde om zijn vrouw en kind te halen. Het was helaas te laat. Binnen vijf minuten speelde het drama zich af. Hoe alles precies in zijn werk gegaan is, daarover valt niets met zekerheid te zeggen. De juiste toedracht zal men gewaar kunnen worden, wanneer de beide geredden, die naar Groningen zullen komen, hun verklaring afleggen.



1930-12-13: Raad voor de Scheepvaart. Uitgesproken op 13 December 1930. Het zinken van het m.z.s. 'FOXHOL' onder de Engelse kust bij de monding van de Theems. Het m.z.s. 'Foxhol' gemeten 186,26 bruto R.T.,vertrok 18 Sept. 1930 van Rotterdam, beladen met ongeveer 235 ton zand, bestemming London. De bemanning bestond uit vier personen, t.w. de schipper, de stuurman en 2 matrozen. De vrouw en het kind van den schipper waren aan boord. Het schip was tot aan het uitwateringsmerk geladen, diepgang voor 24 dm. achter 23 dm. Het eenige ruim was achter geheel volgeladen, doch voor was bovenaan nog eenige ruimte. Gevelingsschotten waren niet geplaatst. De luiken waren goed voorzien met dubbele presennings, waarover ijzeren beugels. De motor werkte goed. Van het lichtschip 'Maas' werd koers gesteld op het lichtschip 'Galloper'. Aanvankelijk stond er een matige westelijke koelte en zeegang. In den morgen van den volgende dag liep de wind naar het Z.O. met een flinke koelte en toenemende zee, zoodat water aan dek kwam en het schip niet veel vaart maakte, niet meer dan 3 à 4 mijl. Het grootzeil werd daarom bijgezet. In den namiddag draaide de wind tot Z.W., waarop een rif in het zeil werd gestoken. Wind en zee namen toe met een dik van regen en tenslotte werd het stormweer; het voorschip was nu bijna voortdurend onder water. Omstreeks 3 h 30 min werd het lichtschip 'Outer Gabbard' aan stuurboord gepasseerd. Later werden boeien, vermoedelijk van de Inner-Gabbard, gezien,waarop besloten werd naar het lichtschip 'Sunk' te koersen .Te 5 h 15 min ging de matroos Boomsma, die de wacht te kooi had, naar het voorlogies, doch kwam spoedig terug met de mededeling,dat het logies vol water stond. Te 4 h ’s middags was de matroos Schlüter nog in de logies geweest en had niets bijzonders bemerkt. Onder dit logies was een ballasttank, welke, volgens verklaring van den getuige (den stuurman), bij vertrek leeg was. Na de mededeeling van Boomsma is de motor op 'langzaam' gezet en is getracht het schip voor den wind te doen liggen, doch dit gelukte niet. De schipper ging, zonder iets te zeggen, naar het achterlogies en omlaag. Hij maakte op den getuige niet den indruk, dat hij overstuur was. Niet lang daarna kwam de schipper terug aan dek en gaf order de boot gereed te maken, waarmede getuige met matroos Boomsma echter reeds eigener beweging waren begonnen, omdat het voorschip steeds dieper zonk. De boot sloeg door een zee van achteren los en getuige sloeg achterover op de luiken. Toen hij weer op de been was, zag hij Boomsma achterop aan stuurboord staan, terwijl matroos Schlüter nog bij het roer stond. Den schipper zag hij niet. De boot sloeg vervolgens geheel los en overboord. Getuige wist er nog in te springen en riep Boomsma, die nog steeds op het zinkende schip stond, toe in zee te springen, doch deze durfde niet, omdat de boot naar zijn meening lek was. Spoedig daarop zonk de 'Foxhol' in de golven weg, het eerst met het voorschip. Het gelukte hem nog Schlüter, die zich aan wrakhout vasthield, in de boot te trekken, doch van de overige opvarenden is niet meer gezien. Na twee uur in de boot te hebben rondgedreven, werden de schipbreukelingen opgemerkt door den Franschen trawler 'Notre Dame des Argents' die hen aan boord nam en te Boulogne aan land bracht. De matroos Schlüter heeft bij het voorloopig onderzoek nog verklaard, dat, terwijl hij in de laatste oogenblikken aan het roer stond, Boomsma zeer angstig was en riep niet in de boot te durven gaan, daar deze lek was. Den Schipper heeft hij, toen de boot van de luiken sloeg, hooren roepen 'Jongens, houdt die boot vast!'. Hij hoorde de vrouw van den schipper schreien. De schipper gaf nog order hard S.B.roer te geven, klaarblijkelijk in den meening, dat het schip wel weer zou rijzen. Het schip zonk daarop echter dieper en viel over bakboord. Hij raakte te water, kon zich echter aan een bootskameel en laadboom vasthouden en werd tenslotte door den stuurman in de boot gered. De Raad is van oordeel, dat deze droevige ramp, waarbij behalve de schipper en de matroos Boomsma, ook de vrouw van den schipper en hun kind het leven hebben verloren, moet worden toegeschreven aan het snel binnendringen van water in het schip. Hoe het water in het schip is gekomen, valt niet met zekerheid uit te maken. Ook mag de veronderstelling worden gewaagd, dat de lading, welke in het ruim niet geheel vulde, naar voren is geschoven, waardoor het schip, dat reeds 1 à 2 dm koplast had, nog meer in den kop kwam te liggen. Vermoedelijk is ook water in het ruim gekomen. Gaat men af op de verklaring van den stuurman, dan zou daaruit volgen, dat van den schipper zelf weinig leiding is uitgegaan. Ook de motor is niet tot stilstand gebracht. Met draaiende schroef is het schip ten onder gegaan. De Raad wil echter, nu de schipper zich niet kan verantwoorden, de vraag, of van hem onvoldoende leiding is uitgegaan, uitdrukkelijk in het midden laten. Een zeer ongelukkige omstandigheid was het wegslaan van de boot, waardoor toen redding der opvarenden vrijwel uitgesloten was. Dat de ongunstige inrichting van de lenspomp - die alleen op het achterschip werkt - in het gegeven geval van invloed zou zijn geweest, is niet gebleken. Toch meent de Raad er op te moeten wijzen, hoe weinig met zulk een lensinrichting kan worden bereikt, wanneer het schip koplast heeft.

Ship Masters Data

Images


Description: Geen mooie maar toch aparte foto (van krantenknipsel)
Image type: Photo
Sources