Name ship: FRISO

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1939
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5616948
Nat. Official Number: 1895 Z GRON 1939
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: Two masts
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerf 'Delfzijl' v/h Gebr. Sander, Delfzijl, Netherlands
Yardnumber: 157
Date Laid Down:
Launch Date: 1939-01-12
Delivery Date: 1939-02-24
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 195
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 5745 Type T (240x360)
Speed in knots: 8.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 250.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 114.00 Net tonnage
Deadweight: 320.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 15525 Cubic Feet
Bale: 14300 Cubic Feet
 
Length 1: 38.85 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 36.84 Meters Registered
Beam: 7.04 Meters Registered
Depth: 2.34 Meters Depth, moulded
Draught: 2.52 Meters Registered
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1939-02-24 FRISO
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Netherlands
Owner: Jan Klugkist, Huizum, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PEEY
Additional info: In 1946 thuishaven: Huizum.

Date/Name Ship 1955-06-25 TUSKAR
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Netherlands
Owner: Jan Pinkster, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PIBL
Additional info:

Date/Name Ship 1958-00-00 TUSKAR
Manager: Irish & Continental Shipping Co. Ltd., Dublin, Irish Republic
Owner: Jan Pinkster, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PIBL
Additional info:

Ship Events Data

1939-01-16: NvhN 16-01-1939. Delfzijl. Bij de Gebr. Sander, scheepsbouwers te Delfzijl, werd met goed gevolg een motorschip te water gelaten in aanbouw onder klasse Bureau Verltas en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart voor rekening van kapt. J. Klugklst te Leeuwarden. Het schip heeft afmetingen van 38.85 x 7 X 2.77 M. met een d.w. van plm. 320 ton en het zal worden voorzien van een Brons motor van 200 p.k. De kiel werd gelegd voor een motorschip voor rekening van kapt. D. Vellinga te Groningen. Dit schip krijgt een d.w. van plm. 280 ton en zal worden voorzien van een Brons motor van 150 p.k.

1939-02-21: Op 21-02-1939 als FRISO, zijnde een motorvrachtschip, groot 707.97 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 09-02-1939 no. 5893, liggende te Delfzijl, door J. Frik, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1895 Z GRON 1939 op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant lichtkap motorkamer.

1939-02-25: NvhN 25-02-1939: Het nieuwe ms. FRISO maakte op de Eems zijn goed geslaagde proefvaart. Dit schip werd gebouwd bil de N.V. Scheepswerf „Delfzijl" v.h Gebr. Sander te Delfzijl voor rekening van kapt J. Klugkist te Huizum (Friesland), onder klasse Bureau Veritas en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart. Het schip is van het gladdek type met twee masten en is voorzien van een dubbelen bodem. Het heeft twee landboomen voor lasten van twee ton. Het hijschgerei is geleverd met een certificaat van de Inspectie van Havenarbeid. In de motorkamer is voor de voortstuwing een Brons motor geplaatst met een vermogen van 195 P.K. Verder is hier een Deutz motor van 12—14 P.K. geplaatst als hulpmotor voor het aandrijven van de pompen en de dynamo, terwijl deze motor tevens de achterste laadlier, die bij de achtermast opgesteld is kan aandriiven. De laadlier bij de voorste mast wordt aangedreven door een Deutz motor van 10 P.K., welke motor tevens de ankerlier kan aandrijven. Het schip heeft de volgende afmetingen: lengte over alles 38.85 M., breedte op het grootspant 7 M. en holte in de zijde 2.77 M. Het d.w. bedraagt 320 ton en het meet bruto 249.91 Reg. ton en netto 114.15 Reg ton. Het is voorzien van een Oertz patent roer, waarmede het zeer gemakkelijk te besturen was, terwijl eveneens zeer goed met het schip kon worden gemanoeuvreerd. Het is verder geheel modern ingericht en is keurig betimmerd en afgewerkt. Het behaalde een snelheid van 9 1/2 mijl.

1939-04-09: De Telegraaf 09-04-1939; Kustvaarder sloeg om. Lading begon te werken. Wormerveer, 9 April. -Gisteravond omstreeks zes uur sloeg de Nederlandsche kustvaarder “FRISO”, afkomstig uit Huizum, tijdens het laden in de Zaan gedeeltelijk om. De “Friso”, die 300 ton meet, was voor de meelfabrieken van de N.V. Wessanen's Koninklijke Fabrieken bezig met het innemen van zemelen en andere afvalproducten, bestemd voor Boston. Dit laden was geschied door het eigen personeel der meelfabrieken onder toezicht van de kapitein-reeder Klugkist. Men was juist klaargekomen, toen de last begon te werken en het schip in de richting van den wal voor de fabriek zwaar ging overhellen. Een geluk was, dat het water aldaar niet zeer diep is, zoodat het schip met de zijde op den grond bleef liggen. Was deze werking van den last onderweg geschied, dan was het schip ongetwijfeld geheel omgeslagen. Onmiddellijk riep de fabriekschef, de heer Desmet, de sjouwploegen op, die met de aflading van den deklast begonnen. Na eenige uren hard werken, kwam het schip langzaam weer in den juisten stand terug. Een der loodsen van het havenbedrijf te Zaandam die regelmatig de kustvaarders begeleidt, was juist ter plaatse, omdat alles voor de afvaart was geregeld. Met een vertraging en tamelijk groote schade, kon de kapitein zijn reis aanvaarden. Het water was reeds door de patrijspoorten in de kooien doorgedrongen. Als oorzaak werd aangenomen het stuwen van een te grooten deklast en het niet vullen der watertanks.

1940-01-09: Op 09-01-1940 vier bemanningsleden van de Nederlandsche kustvaarder “Truida” (1928-176 BRT) gered, nadat het op een mijn was gelopen, waarna gezonken nabij Noord Hinder.

1940-03-04: Arnhemsche courant 04-03-1940: Vreemde vliegtuigen bedreigden Ned. schepen. Bommen vielen nabij Groninger kustvaarder. De heer G. de Ruiter, kapitein van het te Vlissingen binnengeloopen Nederlandsche motorschip “DE RUYTER” , thuisbehoorende te Scheveningen, heeft het cargadoorskantoor J.G. Mulder te Groningen gerapporteerd, dat Zaterdagnacht op de Noordzee bommen uit vliegtuigen van onbekende nationaliteit zijn geworpen, welke in de nabijheid van het schip terecht kwamen. In de buurt van de “De Ruyter” bevonden zich ook het Ned. Motorschip “Nottingham” en het Ned. Motorschip “Friso”. De twee schepen waren eveneens op weg naar Nederland. De vliegtuigen vlogen op 70 tot 100 M. hoogte. De heer De Ruiter bevond zich in de kajuit, toen hij een ontploffing hoorde. Hij snelde naar boven en zag toen het vliegtuig, waarvan hij de nationaliteit niet kon vaststellen. Even later volgde een tweede ontploffing, spoedig gevolgd door een derde, veroorzaakt door een bom, welke achter zijn schip was terecht gekomen. De ontploffingen hebben geen schade aangericht. Niemand werd gedeerd.

1940-05-00: Bij het uitbreken van de 2e WO lag het schip in IJmuiden. Op de dag van de capitulatie (15 mei 1940) als laatste schip met 96 joodse vluchtelingen, waaronder Loe de Jong, later schrijver van het boek "De Bezetting", en zijn vrouw uitgeweken naar Engeland.

Herdenkingsbijeenkomst voor coasterbemanningen uit 1940: Joodse vluchtelingen boekstaafden ontsnapping naar Engeland.
Vier coasterbemanningen uit 1940 worden 6 maart (19..) in het Joods Historisch Museum in Amsterdam herdacht. De bijeenkomst is een initiatief van Harry Philips en is gewijd aan de bemanningen van coasters, die in mei 1940 met gevaar voor eigen leven honderden Joodse vluchtelingen vanuit IJmuiden naar Engeland brachten. Centraal staan de coasters Friso—Java-Wega en de Fiducia. De toen zesjarige Philips maakte met zijn ouders en broer de overtocht met de Friso. In totaal had de Friso 96 vluchtelingen aan boord. Na de oorlog belandde Philips in de Verenigde Staten, maar hij kwam later naar Nederland terug en ontdekte dat er officieel nooit een blijk van waardering was geweest voor kapitein Jan Klugkist van de Friso, evenmin als voor de rest van de bemanning. Philips: 'Ik hoop die openstaande rekening enigszins te vereffenen door een herdenking te houden. Daarbij zijn de familieleden van de kapiten Klugkist, onder wie zijn dochter Irene uit Dublin, de eregasten'. Op de bijeenkomst spreekt mr. Aron de Vries, zelf van Joodse bloede, die in de Tweede Wereldoorlog voer op de schepen van de Koninklijke Marine en de kustvaart. Hij ontkwam zo aan het gruwelijke lot dat zijn familie trof. Nabestaanden gezocht.
Klugkist vroeg maritiem publicist Alberd Kelder uit Hilversum voor de bijeenkomst geinteresseerden uit de scheepvaartwereld te benaderen. Kelder: 'De bijeenkomst moest plaats hebben na de restauratie van het Joods Historisch Museum, begin december vorig jaar. Maar omdat de restauratie uitliep, moesten we het uitstellen tot maart. Dat gaf ons de gelegenheid de bijeenkomst wat breder op te zetten; niet alleen voor de mannen van de Friso, maar ook voor die van de Java (kapitein J.Wensing), de Wega (kapitein E. Klugkist) en de Fiducia (kapitein A. Roos)
We zoeken ook nog nabestaanden van de bemanningen van die schepen.'
Chaos. De Friso had een aantal 'prominenten' aan boord. Naast de latere directeur van het Nederlands Instituut voor oorlogsdocumentatie Loe de Jomg, toen nog journalist bij De Groene Amsterdammer, maakten ook journalist Meyer Sluyser en VARA penningmeester W. Lebon de overtocht. De Jong heeft zijn ervaringen opgetekend in zijn “Koninkrijk der Nederlanden in de 'Tweede Wereldoorlog' (deel 3.pag.412 e.v.) Ook Sluyser deed dat in “Die en die is er nog...”(Bussum. 1950, pag. 418-422). Ger van der Burg beschreef de chaotische tonelen die zich in de meidagen van 1940 in IJmuiden afspeelden in zijn “Oorlogsstorm over Zee en Havens, IJmuiden 1939-1945' (Schoorl,1945,hoofdstuk 4). 'Van overheidszijde was niets geregeld voor het vertrek van al diegenen die bij een mogelijke Duitse bezetting in groote moeilijkheden zouden komen', schrijft Van der Burg.' Zelfs voor de Duits-Joodse vluchtelingen, die immers onder toezicht van de regering stonden, waren geen maatregelen getroffen. Tijdens de oorlogsdagen werd deze kwetsbare groep gewoonweg vergeten (...) Vooral dinsdag 14 mei speelden zich in Ijmuiden door de stroom vluchtelingen die daar gekomen waren in de hoop van daaruit naar Engeland te kunnen ontsnappen, chaotische taferelen af. Duizenden, die met auto's en bussen waren gekomen, zochten vertwijfeld een plaatsje op de vertrekkende schepen. Er werden grote bedragen, tot wel 1000 gulden, geboden voor een plaatsje op kleine vissersschepen, ja zelfs om mee te kunnen in een open boot. Toen plotseling het gerucht opdook, dat een aantal trawlers opdracht had ontvangen naar Engeland te vertrekken en zoveel mogelijk vluchtelingen mee te nemen, ontstond een wilde wedren op die schepen. Er werd zelfs gevochten om aan boord te komenen een aantal mensen, onder wie kinderen ,werd in het gedrang van de kade geduwd en kwam in het water terecht.
Treeplank. Loe de Jong kwam 14 mei tot de conclisie 'dat mijn leven werd bedreigd'. Ook hij wilde daarom het land verlaten. Zijn bijdragen in De Groene Amsterdammer waren 'ruimschoots voldoende om mij in het concentratiekamp te doen belanden'. Bij het Engelse consulaat in Amsterdam vernam de Jong dat de consul in Velsen visa zou verstrekken. Met medeneming van zijn ouders, zusje en twee grootouders vertrok de Jong daarheen om te ontdekken dat alleen reisdocumenten aan Britse burgers werden afgegeven. In de chaos raakten de familieleden elkaar kwijt .In Velsen 'dromden duizenden wanhopigen samen', aldus De Jong.' Duitse vliegtuigen verschenen,het afweergeschut dreunde... De een ging aan de kant van de weg zitten, de ander dwaalde rond. Ouders liepen radeloos naar hun kinderen en kinderen naar hun ouders te zoeken. De kans op ontsnapping leek van kwartier tot kwartier kleiner te worden en wel geheel te verdwijen toen, tegen vijf uur, een luidsprekerauto van de politie bekend maakte dat een ieder onmiddellijk naar zijn woonplaats moest terugkeren; zij die dat niet deden, zouden gearresteerd worden. Wie een auto had stapte in; anderen bestegen weer hun fiets. Weinigen bleven, onder hen mijn vrouw en ik.' De Jong liep samen met zijn vrouw en twee kennissen richting Ijmuiden, in een poging de wachtpost bij een spoorwegovergang, die hen eerder had tegengehouden, voorbij te komen.' Juist op dat moment reed ons een auto achterop waarin zich Meyer Sluyser en VARA-penningmeester Lebon, beiden met hun gezinnen bevonden... Sluyser kende mij en Lebon remde. Mijn vrouw kon er nog net in Lebons auto bij, daarin zaten al vier volwassenen en drie kinderen. Onze vrienden en ik sprongen op de treeplanken..Voor ons, die op de treeplanken stonden,w as het moeilijk vasthouden. In een bocht lieten onze vrienden de kap van de auto los .Zij sprongen op straat. Vijf bezettingsjaren zouden voor hen volgen. We reden weg. Enkele minuten later waren wij bij de Visserijhaven; de marine controleerde onze indentiteit. We konden toen aan boord gaan van de kustvaarder Friso. Even na acht uur stak de kapitein-eigenaar van wal en nauwelijks buitengaats werden wij beschoten.
Doodbedaard. Sluyser heeft zijn eigen versie van het verhaal.' Die avond bevond ik mij met wat vrienden in een Chevrolet op de grens tussen IJmuiden en Velsen. Iemand had de tip gekregen en gejaagd-sprekend doorgegeven, dat er aan de Noordersluis een groot schip zou liggen. 'Sluysers chauffeur, Lebon,wist echter de weg niet in IJmuiden. Als ze dachten dat ze de weg eindelijk gevonden hadden, waren daar weer onverbiddelijke militairen die hen terugstuurden .'Sluyser: De nerveuze spanning werd ondraaglijk. Geschut klonk vlakbij, Britse soldaten liepen langs de waterkant. Ze sjouwden met grote voetzoekers; de springladingen die de grote sluis moesten vernielen.' In plaats van bij de Noordersluis (waar inderdaad een groot schip lag:het s.s.”Bodengraven”van de KNSM), kwam het gezelschap terecht in de Ijmuidense Vissershaven. Daar lag de coaster “Friso”, ogenschijnlijk leeg. Sluyser; Daar lag een eenzaam kustvaardertje, Rustig. Op de kade liep een zenuwachtige marinier rond, revolver in de vuist. Over een loopplank kwam een vrouw de wal opstappen. Donker type. Zonverbrande huid. Heldere ogen. ”Jullie moeten zeker mee naar Engeland?” vroeg ze doodbedaard. 'kan het?' Ze draaide zich om en liep naar de schipper,d ie in de stuurhut stond.'Jan....dat er toch ook nog wel bij ,he?' 'Tuurlijk', riep de man terug.' Hoe meer zielen hoe meer vreugd. Ik lig nog lang niet aan mijn merk. 'Op dat moment had de Friso al tachtig vluchtelingen in het ruim. Met de zestien mensen van het gezelschap van Sluyser en Lebon erbij kwam het totaal op 96 volwassenen en kinderen. Direct daarna vertrok de Friso, in het kielzog van de Java en gevolgd door de Wega en de Fiducia naar zee en arriveerde, na nog een luchtaanval te hebben doorstaan ,16 mei in Poole.

Nam van 26 mei tot 1 juni 1940 deel aan de operatie 'Dynamo' (Evacuatie van Duinkerken) en redde 1002 personen. Daarna in dienst van het Ministry of War Transport. Op 30 mei 1940 tijdens de evacuatie van Duinkerken door de Duitse Luftwaffe twee keer aangevallen. De eerste bomaanval op de stuurboord boeg van de ‘Friso’ werd gemist. Bij de tweede vijandelijke aanval vielen de bommen tussen de ‘Friso’ en de door de ‘Friso’ gesleepte landingsbak vol met gevluchte soldaten. Hierbij de hulpmotoren uitgevallen en het standaardkompas zwaarbeschadigd. 31 Mei op de rede van Dover aangekomen met 648 soldaten en wederom getroffen door vijandelijke beschietingen.
9 Juni 1940 vertrokken uit London naar Newhaven om deel te nemen aan operatie 'Cycle', het evacueren van geallieerde troepen uit St.Valery-en Caux en Le Havre. 18 Juni 1940 deelname aan operatie 'Aerial', het evacueren van geallieerde troepen uit Cherbourg en burgers van Guernsey om hen vervolgens te Southampton af te zetten. 21 Juni 1940 voorafgaand de Duitse invasie vertrokken naar Weymouth. Op 1 december 1940 liggend te Southampton in management van Instone Lines Ltd. te London door een Duitse luchtaanval tot zinken gebracht. 30 December 1940 aanvang bergingswerkzaamheden die drie dagen duurden, waarna drooggezet in de Lloyd’s Dok. 14 Januari 1941 aanvang reparatie en herstel werkzaamheden. Op 2 augustus 1941 de door motorstoring getroffen Nederlandsche kustvaarder 'Nottingham' Plymouth binnengesleept.
3 Juni 1942 ernstige schade aan stuurboordverschansing en opbouw opgelopen liggend te Newlyn doordat de Nederlandsche kustvaarder 'Prima' zich in de 'Friso' boorde.

1952-07-10: 10.07.1952 Door de Nederlandsche kustvaarder “Refuge I” 19128-162 BRT met averij aan de hoofdmotor naar Port Talbot gesleept.

1955-01-00: 01.1955 Coaster “FRISO” is eigen aan een Huizumer. Vissers en loodsen brachten het schip veilig binnen in Portleven. De 300 ton metende coaster “Friso” die Dinsdagavond bij Kaap Lizzard aan de Zuidwestpunt van Engeland tijdens een sneeuwstorm op de rotsen liep en lek sloeg, hoort toe aan de heer J. Klugkist, een Huizumer, die momenteel domicillie heeft in Dublin (Ierland) Een broer van de eigenaar, de heer W. Klugkist is schilder en woont in de Govert Flinckstraat te Huizum. De kustwacht van Cornwall had dinsdagavond noodsignalen van de “Friso” opgevangen, maar de mannen daar wisten, dat de reddingboot van Penlee niet in staat zou zijn, zich over een afstand van 20 mijl door de baai heen te werken om de uit zes koppen bestaande bemanning van het kustvaartuig te redden. De chef van de kustwacht, Bill Whiting, peilde de positie en gaf deze door aan de vissers van Porthleven. Ook de reddingboot van Penlee werd gewaarschuwd. Zes vrijwilligers, onder wie de loodsen Arthur en English, boden zich aan, en terwijl schipper Pinkster met zijn schip de kust tot op drie mijl afstand was genaderd, spoedden de vissers zich in hun open boot naar het reeds in zinkende toestand verkerende vaartuig. Arthur en English sprongen aan boord en wisten de schipper ervan te overtuigen, dat zij een mogelijkheid zagen het schip in de haven te krijgen. De “Friso” had een gat in de wand opgelopen na het stoten tegen een rots bij de Lizzard. Terwijl het water over de dekken spoelde kon de coaster zich een weg banen tussen de twee gevaarlijke riffen voor de ingang van de baai. Daarom werd het vaartuig in de modder van de buitenhaven van Porthleven vastgezet. Gistermorgen vroeg werd de “Friso” door de brandweer leeggepompt, waarbij zich echter nog een moeilijkheid voordeed. De lading porseleinaarde ging schuiven, waardoor ook de pompen verstopt raakten. De wind was intussen zuidoost geworden en stuwde het water hoog op, waardoor de coaster gevaar liep te breken. De loodsen en de vissers wisten het evenwel te klaren en de “Friso” veilig in de binnenhaven te loodsen. Kapitein K. Pinkster, een Groninger, heeft zijn dank uitgesproken jegens de vissers van Cornwall en de loodsen Charles Arthur (58 jaar) en Leonard English (43 jaar), die uit hun ranke open boot aan boord van de “Friso” sprongen en het schip over een afstand van 2,5 mijl veilig de haven van Porthleven wisten binnen te brengen. "Deze loodsen hebben zich schitterende zeelieden getoond” aldus kapitein Pinkster. Zij kennen hun kusten uitstekend en wij zijn hun dank verschuldigd, omdat zij ons in veiligheid hebben gebracht en voor het feit dat de “Friso” thans veilig in de haven ligt.

1961-04-19: Final Fate: Onderweg met een lading van 271 ton zout van de Saltworks in Runcorn aan het Manchester Ship Canal naar Belfast, in dichte mist op een rots gestoten bij Chicken Rock aan de zuidkust van het eiland Man. Door de grote lekkage’s gezonken op 4 mijl van Chicken Rock. Kapitein Klaas Bos, zijn vrouw en drie andere bemanningsleden stapten in de aan boord zijnde reddingsvlot. De reddingsvlot is naar Port Erin Bay gesleept door de Britse kabellegger “Ariel”1939-1479 BRT. De geredden zijn door de lokale reddingsboot aan land gebracht.
NvhN 19-04-1961: Groninger coaster in lerse Zee gezonken. Het 250 ton metende Groninger kustvaartuig TUSKAR (ex-Friso) van de heer J. Pinkster uit Amsterdam, is vanochtend in de lerse zee ter hoogte van de Chicken Rock (eiland Man) gezonken, nadat het aan de grond was geraakt. De bemanning is ongedeerd door het Britse kabelschip Ariel (1497 ton) aan boord genomen. De Tuskar, gebouwd op de werven van N.V. Gebr. Sander te Delfzijl, was weer losgeraakt, maar maakte water en slagzij van dertig graden. De pompinstallatie werkte klaarblijkelijk niet en het schip zonk. Kapitein Bos van de Tuskar heeft verklaard dat het schip in dichte mist op een rots is gelopen en vier uur later is gezonken. De vijf opvarenden van de Tuskar zijn vanmorgen op het eiland Man aan land gezet.

Ship Masters Data

Images


Description: Friso 1939 on her deliveryday 24.02.1939
Image type: Photo

Description: Friso 1939
Image type: Photo

Description: Friso 1939
Image type: Photo

Description: Friso 1939
Image type: Photo

Description: Deze foto van de 'Friso' is vermoedelijk gemaakt bij binnenkomst in de haven van Portleven in januari 1955 - zie de ship-events.
Image type: Photo

Description: 'Tuskar' 1939 (ex 'Friso')
Image type: Photo

Description: 'Tuskar' (ex 'Friso')
Image type: Photo

Description: 'Tuskar' (ex 'Friso')
Image type: Photo
Sources