Name ship: GIER

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1931
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5044609
Nat. Official Number: 1418 Z GRON 1930
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 3 derricks.
Lift Capacity: 1 x 5 ton and 2 x 1 ton.
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: G.J. van der Werff, Hoogezand, Netherlands
Yardnumber: 198
Date Laid Down:
Launch Date: 1930-10-29
Delivery Date: 1931-02-14
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 3
Power: 150
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 5222 Type T (240x360)
Speed in knots: 8.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 249.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 164.00 Net tonnage
Deadweight: 315.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 17500 Cubic Feet
Bale: 16800 Cubic Feet
 
Length 1:
Length 2: 36.44 Meters Registered
Beam: 6.94 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.52 Meters Depth, moulded
Draught:
 
Configuration Changes

1936-00-00: Nieuwe hoofdmotor: 2tew 4 cil 195 Pk Brons Nr. 5712 Type T (240x360) 8,5 Kn.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1931-02-14 GIER
Manager: N.V. J. Salomons' Scheepvaart- & Expeditiekantoor (J. Salomons Shipping & Forwarding Office), Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. Motorschip 'Gier', Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NTMD
Additional info:

Date/Name Ship 1933-05-16 GIER
Manager: N.V. J. Salomons' Scheepvaart- & Expeditiekantoor (J. Salomons Shipping & Forwarding Office), Rotterdam, Netherlands
Owner: Nederlandsche Scheepshypotheekbank N.V., Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NTMD
Additional info:

Date/Name Ship 1933-05-19 KALBA
Manager: Hendrik Bakker, Groningen, Netherlands
Owner: Hendrik Bakker, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PFGP
Additional info:

Date/Name Ship 1935-11-25 CONFID
Manager: Hendrik Kajuiter, Rotterdam, Netherlands
Owner: Hendrik Kajuiter, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PDLF
Additional info:

Date/Name Ship 1952-02-02 COMBINATIE
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Hollandsche Maatschappij voor Transitohandel N.V., Hendrik Anthony Abraham van Nievelt en Edmond Maximiliaan van Maanen, The Hague, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: The Hague / Netherlands
Callsign: PDLD
Additional info:

Date/Name Ship 1953-05-06 METRANS
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Hollandsche Maatschappij voor Transitohandel N.V., Hendrik Anthony Abraham van Nievelt en Edmond Maximiliaan van Maanen, The Hague, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PFZA
Additional info:

Date/Name Ship 1955-06-27 MARIE LOUISE
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Evert & Harmen (hotelhouder Antwerpen) Vorstenberg, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PFUT
Additional info:

Date/Name Ship 1957-11-22 BINA
Manager: Gebina & Bernhard Lohmann, Haren, German Federal Republic
Owner: Gebina & Bernhard Lohmann, Haren, German Federal Republic
Shareholder:
Homeport / Flag: Haren / German Federal Republic
Callsign: DCGE
Additional info:

Date/Name Ship 1966-05-01 PETER WILFRIED
Manager: Reinhard Burek, Haren/Ems, German Federal Republic
Owner: Reinhard Burek, Haren/Ems, German Federal Republic
Shareholder:
Homeport / Flag: Haren/Ems / German Federal Republic
Callsign: DCGE
Additional info:

Ship Events Data

1930-10-31: Algemeen Handelsblad 31-10-1930: Scheepsbouw: Van de werf van den heer G. J. v. d. Werff te Hoogeland is met goed gevolg te water gelaten het motorschip „GIER", groot 305 ton d. w., gebouwd voor rekening van J. Salomons' Shipping and Forwarding Office te Rotterdam. Het schip is voorop voorzien van een bakdek, van een dubbelen bodem tot den mast, en van een Oertzroer. Het krijgt een 150 P.K 2 tact Brons-motor en een electrische installatie.

1930-12-20: Ze wordt op 20-12-1930, liggende te Hoogezand, door N. Mulder, scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van de Naamloze Vennootschap Motorschip Gier te Rotterdam, van haar brandmerk voorzien door inbeiteling van 1418 Z GRON 1930 op het achterschip in de lichtkap van de motorkamer, stuurboordzijde.

1931-02-14: NvhN 17-02-1931: Zaterdag heeft met goed gevolg op de Eems proefgestoomd 't nieuwe m.s. „GIER". Dit schip is gebouwd onder klasse Germ. Lloyd's en scheepvaart-inspectie op de werf van den heer G J. van der Werff te Hoogezand voor rekening van J. Salomons, Shipping and Forwarding Office Ltd. te Rotterdam. Het is groot bruto 706 39 M.3 en netto 465 72 M.3. Voor de voortstuwing is ln de machinekamer opgesteld een twee tact Appingedammer Bronsmotor. Deze machine is in drie cylinder uitvoering met een vermogen van 150 pk. Verder zijn in de machinekamer nog een hulpmotor opgesteld voor de aandrijving van een lenspomp, een compressor en een dynamo die den electrischen stroom levert voor de verlichting. Op het mastdek bevindt zich voor het laden en lossen een motordeklier welke gedreven wordt door een 6-7 P.K. compressorlooze Deutz Dieselmotor Tevens is voor het snelheffen der ankers een motor aangebracht. Het vaartuig dat van een Oertz stroomlijn roer is voorzien, is beladen met koeken bestemd voor Svensborg. Na afloop van de proefvaart werd het schip, dat inmiddels naar zijn bestemming vertrok, zeer ten genoegen overgenomen.

1931-02-15: Weekblad Schuttevaer d.d. 11.04.1931: De stranding van het motorschip 'GIER'. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft een onderzoek ingesteld naar de stranding op 15 februari van het motorschip 'Gier' op het eiland Aerö niet ver van Kioldćs. Den schipper is eerst medegedeeld dat het onderzoek ook zoude loopen over de vraag of de stranding is te wijten aan een daad of nalatigheid zijnerzijds. Hij verklaarde dat de 'Gier' een nieuw gebouwd stalen motorschip is van de N.V. Maatschappij Gier te Rotterdam. Het meet 249,46 br reg ton heeft een Brons-motor van 150 pk en was bemand met 5 koppen. Met 300 ton lijnkoeken geladen is de 'Gier' op 14 februari vertrokken van Groningen naar Svendborg en Odense (Denemarken) Op de Eems is eerst nog een proeftocht gehouden. De reis werd vervolgd over de Elbe en door het Noord-Oost zeekanaal. Op 15 februari 6 uur is de sluis van Holtenau verlaten en de Kiel Fjord uitgestuurd: te 7 uur is het licht van den hoek Bülk gepasserd en Noord per compas gestuurd op de Kleine Belt; te 9 uur is de gasboei aan bakboord gepasserd die een versperd gebied aanduidt. Aanvangkelijk was het weer helder met een stevige bries uit het Z.W. Volle kracht varende maakte het schip 8 mijl . Omstreeks 9.30 kreeg men sneeuwbuien en is de vaart verminderd. Te 10.45 (het journaal vermeld 11.20) zag de uitkijk land vooruit. Op het zelfde oogenblik strandde het schip. De bodem bleek steenachtig. Den volgenden morgen verkreeg men sleepboothulp, en na het uitbrengen van een anker en het werpen van 5 ton lading was het schip 16 februari 1 uur na middag vlot. Des middags kwam men te Svendborg. Met pompen had men de lekkage kunnen bijhouden. De schipper schreef de stranding toe aan een fout van het compas. De raad zal later uitspraak doen.

1935-09-17: Vertrokken zonder ballast vanuit Londen, strandt de KALBA tijdens zware weersomstandigheden tussen Domburg en Westkapelle. Hierbij komt Kapt. Bakker om het leven. De Telegraaf 30-09-1935 KALBA. (Vlissingen, 29 Sept.) Het Nederlandsche motorschip "Kalba" is met assistentie van de sleepboot Max vlot gesleept.
Algemeen Handelsbald 01-10-1935: KALBA. (Vlissingen, 30 Sept.) Het Nederlandsche motorschip "Kalba", hetwelk nabij Domburg gestrand was, is door twee sleepbooten en twee bergingsvaartuigen vlot gebracht en te Veere binnengesleept. Het zou vanochtend vroeg per sleepboot binnendoor naar Rotterdam vertrekken, alwaar het in een dok hersteld zal worden.

Nieuwsbad van Friesland 18-09-1935: Het motorschip "KALBA” vergaan. De kapitein verdronken. Na een verwoeden strijd tegen de elementen hebben de opvarenden van het 310 ton metende motorschip "Kalba", afkomstig uit Groningen, dat tengevolge van den storm voor den zeedijk te West-Kapelle in nood verkeerde, het schip moeten verlaten. De bemanning, bestaande uit vijf koppen, trachtte met de sloep den vasten wal te bereiken, doch nabij de kust sloeg deze om, zoodat zij zich zwemmende naar de kust moesten begeven en 't slechts aan den heldenmoed der West-Kapellenaars te danken hebben, dat zij, met uitzondering van den kapitein, er het leven hebben afgebracht. Deze, de 82-jarige H. Bakker, afkomstig uit Groningen en vader van één kind, verdronk. De "Kalba" was op weg van Londen naar Antwerpen. Bij de pogingen om het zinkende schip te verlaten, heeft de kapitein zijn zwemvest verloren. Hij dreef af en is vermoedelijk tegen de kustpalen te pletter geslagen. De vrouw van den kapitein was met het 6-jarig dochtertje te Londen achtergebleven.
NvhN 25-09-1935: Het drama van de KALBA. Het lijk van den kapitein gevonden. Het lijk van den heer H. Bakker, kapitein van de Kalba, is Maandagmiddag te Domburg, 100 a 200 mijl van het schip aangespoeld. Het zwaar verminkte lijk heeft men herkend aan den trouwring. De teraardebestelling van het stoffelijk overschot zal morgen plaats vinden op de Zuiderbegraafplaats. Vertrek om half elf uur van de Baanstraat 12.
De Telegraaf 30-09-1935: Na de ramp van de "KALBA”. Westkappelle, 30 Sept. — Zaterdag om halfdrie is op het strand tusschen Westkapelle en Domburg gevonden een portefeuille inhoudende paspoort, foto's, bewijs van inschrijving als schipper, een Engelsche vrachtbrief, Engelsch geld en Belgisch geld. In de onmiddellijke nabijheid lag een horloge; het stond stil op drie uur. Alles is herkend als het eigendom van den verdronken kapitein van de "Kalba", H. Bakker, gewoond hebbende te Groningen. Het gevondene is in handen van de politie gesteld. (A.N.P.)

1935-10-11: Het Vaderland 11-10-1935: Raad voor de Scheepvaart. De stranding van de KALBA. De Raad voor de Scheepvaart heeft onderzoek gedaan naar de oorzaak van het ongeval overkomen aan het motorschlp Kalba op 17 September tijdens stormweer op de kust van Walcheren gestrand, waarbij de kapitein is omgekomen. Op 16 September vertrok het motorschip Kalba, metende 164.40 bruto reg. ton en toebehoorende aan den kapitein, met vijf personen bemand, zonder lading van Londen met België als doel. Te 7 uur ‘s avonds was het weer nog tamelijk goed, doch later begon het steeds harder te waaien, te half tien besloot de kapitein terug te keeren. Doch na ongeveer een uur te hebben gevaren, besloot do kapitein, met het oog op de groote drift, welke het schip maakte en uit vrees voor de Theems banken weer zee te kiezen. Te half elf werd het zeil gestreken, het schip bleef echter slecht bestuurbaar. De volgenden ochtend te 4 uur werd aan de kim het licht van Ostende gezien, eerst werd getracht de Belgische kust te bereiken, doch men dreef af naar de Nederlandsche kust. Het schip slingerde hevig. De ankers werden uitgeworpen, doch te 12 uur verloor men het bakboord’s anker, zoodat men de reddingsboot klaar maakte en een uur later het schip in de boot verliet. Wel was er een noodvlag geheschen, doch die was klaarblijkelijk niet opgemerkt. Tot tweemaal toe is de boot omgeslagen en weer rechtgezet alle inzittenden, ook de verdronken kapitein konden zwemmen. Doch voor de derde maal, toen de boot vlak bij den Westkapelschen zeedijk was, is ze daarop te pletter geslagen. De opvarenden konden echter met behulp van de menschen aan den wal worden gered, met uitzondering van den kapitein. Diens lijk is pas later gevonden. De Inspecteur-generaal voor de scheepvaart O. Foek, was van oordeel, dat het niet juist is geweest voor anker te gaan. Ook acht hij het verkeerd, dat men de Kalba waaraan niets beschadigd was heeft verlaten. Als dit niet was gebeurd, hadden allen er hoogst waarschijnlijk het leven afgebracht, want de Kalba is later bij Domburg gestrand. Gebleken is wel, dat een schip met zoo weinig diepgang onbestuurbaar is bij een hevigen storm. De Raad zal later uitspraak doen.

1935-11-26: NvhN 26-11-1935: De "Kalba" verkocht. Het motorschip "Kalba" toebehoorende aan mevr. wed. Bakker te Groningen, is onderhands verkocht door tusschenkomst van W. Schuitema, makelaar in schepen, alhier, aan den heer H. Kajuiter, eveneens te Groningen.

1935-12-07: NvhN 07-12-1935: Het vergaan van de KALBA. De Raad van de Scheepvaart heeft nader uitspraak gedaan inzake de stranding van het motorschip „Kalba" bij Domburg. De Raad is van oordeel, dat deze allereerst is toe te schrijven aan het stormweer. De Raad heeft uit alles den indruk gekregen, dat de kapitein niet goed wist wat hij doen moest. Wat hij thans heeft gedaan, bracht zeer zeker groote gevaren mede. (Reeds in een deel der vorige editie vermeld.)
De Telegraaf 11-12-1935: Voordelen van Ballast. Schroef heeft meer nuttig effect en schip heeft minder windvang. Kosten dikwijls bezwaarlijk.
Het heeft de aandacht getrokken, dat in de laatste uitspraken van den Raad voor de Scheepvaart gewezen is op het varen van ledige schepen zonder ballast, en welk gevaar dit oplevert hij storm. Bij de „Poolster" werd o.a. aangevoerd, dat het schip in gunstiger positie ware geweest, wanneer het geballast was. Bij de "Kalba" was ook het ongeballast zijn een belangrijk punt, terwijl ook de "Kerkplein" zeer hoog op het water lag toen dit schip strandde. Dit zijn enkele recente scheepsrampen. Wat is de beteekenis van de ballast en wat is de reden, dat men thans daaraan blijkbaar minder aandacht schenkt? Wij hebben bij een deskundige op scheepvaartgebied nadere inlichtingen ingewonnen. Hij deelde ons het volgende mede: Groote schepen kunnen, als zij zonder lading varen, waterballast innemen, waardoor het schip dieper zakt. Het water loopt dan van buiten boord in tanks, welke zich over de geheele lengte van het schip boven de kiel bevinden. Bovendien kan deze hoeveelheid water door pompen nog worden opgepompt. Het ballast innemen kan daar tot in details geregeld worden. Anders is het gesteld met kleinere vaartuigen, welke geen tanks hebben. Deze moeten als ze leeg zijn met zand of klompen ijzer, z g. ballastschuitjes gevuld worden. Dit kost natuurlijk tijd en geld. Deze ballast moet gehuurd, geladen en gelost worden en later weer teruggezonden. Toch is dit ballasten zeer noodzakelijk, om het schip zeewaardig te maken. Als het vaartuig belast is, heeft dit twee voordelen. In de eerste plaats is de schroef meer ondergedompeld, zoodat deze meer nuttig effect beeft en niet boven water uitstrekt of doorslaat bij het stampen. Het tweede voordeel is dat het boven het water uitstekende deel dan verkleind wordt en dus minder wind vangt. Men ziet het bij de "Kerkplein", welke veel te hoog lag, en welk een wind deze ving. Bij kleine motorscheepjes, die den motor achterin hebben, denken de kapitein-eigenaars meestal, dat de schroef voldoende onder water ligt en zij wagen het maar, doch dan ligt de kop van het schip hoog en deze "waait weg", aldus onze zegsman.

1939-03-27: De Banier 27-03-1939: Vliegtuig bestookte kustvaarder. Het motorschip “CONFID", metende 300 ton, dat onlangs door een vliegtuig met bommen is bestookt, is gistermiddag te Capelle a.d. IJssel aangekomen, waar het ligplaats heeft genomen op de werf van de firma A. Vuyk. Kapitein Reyvoord vertelde ons in een onderhoud, dat het schip op weg was naar Middlesborough, toen er plotesling een vliegtuig verscheen. Dat was op 7 maart. Het schip bevond zich nabij de Europeesche kust. Aan boord van de “Confid” hoorde men plotseling het gerikketik van een mitrailleur. De bemanning ging languit op dek liggen en men doofde de lichten. Kort daarop hoorde men 't geluid van 'n enorme explosie's Hooge waterzuilen stegen rondom 't schip op, dat als een notedop heen en weer werd geslingerd. Het was duidelijk, dat het vliegtuig eenige bommen had laten vallen. Daarop verdween het vliegtuig. Bij het onderzoek naar de schade bleek, dat de machinekamer water maakte. Ook constateerde men, dat eenige tanks waren lek geschoten. Het dek vertoonde talrijke kogelgaten, vooral het gedeelte van het achterschip. In totaal heeft men vijf ontploffingen gehoord. Het vaartuig zal worden gerepareerd bij Vuyk.

1940-00-00: Tijdens de 2e WO uitgeweken naar Engeland. 1944 nam deel aan de operatie 'Neptune' (Invasie van Normandië.)

1949-04-16: Uitspraak Raad voor de Scheepvaart in zake het aan de grond lopen van het m.s. Confid voor Wexford(oostkust Ierland) na het passeren van Rosslare Pierhead tijdens reis van Rotterdam naar Wexford beladen met 290 ton kunstmest. Op 16 april werd om 20.10 uur Tuskar Rock gepasseerd en werd in peiling gevaren naar de uiterton van het South Shear vaarwater en passeerde om 21.00 uur Rosslare Pierhead op ˝ mijl afstand. Over anderhalf uur zou het in Wexford hoog water zijn en dat zou voorlopig het laatste hoogwater zijn waarmee de kapitein, gezien de diepgang van zijn schip, Wexford zou kunnen binnen lopen. Om 21.20 uur kwamen twee boeien in zicht maar de kapitein vergiste zich in de boeien. Tien minuten later liep de Confid vast maar men slaagde er niet in los te komen. Bij het vallen van het water kwam het schip vaster te zitten. De noodseinen, vuurpijlen en rode lichten werden aan de wal niet opgemerkt. In de middag werd ongeveer 50 ton lading geworpen. Om 21.00 uur naderde de eveneens voor Wexford bestemde Friso, deze maakte vast, evenals de reddingsboot van Wexford en om 21.45 uur raakte de Wexford vlot. Later bleek in Rotterdam dat het schip vrij veel schade had aan bodem en wrangen. Oordeel van de Raad is o.a. het vastlopen van de Confid vooral is veroorzaakt door de haast die de kapitein had om nog met hoogwater binnen te lopen. Deze haast is verklaarbaar maar de veiligheid mag niet uit het oog worden verloren. De kapitein had van te voren de zeilaanwijzingen moeten raadplegen dan had hij kunnen weten dat de toegang tot Wexford voortdurend verandert. Een tweede fout van kapitein K. Rijvordt was dat hij niet liet loden, hoewel daar alle aanleiding toe was. Over een straf wordt in het verslag niet gesproken. Gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant op 16 februari 1950.

1952-11-03: Geënterd op ca. 60 mijl ten noorden van Oran door gemaskerde piraten. Deze probeerden de lading over te nemen, wat maar gedeeltelijk gelukte. De rest van de lading werd op Sardinië gelost waar het schip op 11 november aankwam.
Het Vrije Volk 08-11-1952: Piratenoverval op Nederlandse kustvaarder. De Nederlandse kustvaarder „COMBINATIE” is Zaterdag in de Straat van Gibraltar geënterd door een kleine mijnenveger die bemand was met zeerovers. De piraten klommen aan boord, overmeesterden de Nederlandse zeelui onder bedreiging met stenguns en sloten hen op in een hut. De rovers namen het bevel over het schip over en voeren de Middellandse Zee op. Zij hielden de Nederlanders twee dagen gevangen en laadden inmiddels een grote partij Amerikaanse sigaretten uit de ruimen van de „Combinatie” over op hun mijnenveger. Daarna verlieten zij de kustvaarder en verdwenen met het piratenschip in de richting van Tunis. De „Combinatie” voer naar Malaga en ligt daar nu vermoedelijk aan de werf voor een reparatie. Nadere bijzonderheden over dit mysterieuze, middeleeuwse verhaal zijn niet bekend. De rederij van de „Combinatie”, de Hollandse Maatschappij voor Transitohandel, heeft tot dusver alleen een scheepsverklaring ontvangen, waarin de genoemde feiten in enkele nuchtere woorden zijn vermeld. De directie van de rederij zal naar Malaga vertrekken om de zaak te onderzoeken.
Friese Koerier 02-02-195: Nederlander pleegt grote zeeroof. Marseille (U.P.) — Voor de rechtbank te Marseille zal op 3 februari een merkwaardige strafzaak dienen betreffende zeeroverij op hoge zee. Het gaat om een massale sigarettensmokkel, waarmee enige millioenen dollar gemoeid zijn; 45 personen van zes nationaliteiten staan terecht, beschuldigd van beroving, medeplichtigheid, heling, samenspanning, smokkel, en deviezenvergrijpen. De voornaamste verdachten zijn de 32-jarige Amerikaan Elliott Forrest en de Nederlander Jan van Delden. Zij worden ervan beschuldigd, een lading sigaretten ter waaide van 380.000 dollar van een Nederlands schip te hebben geroofd. Volgens de dagvaarding hebben gemaskerde rovers onder leiding van Forrest en Van Delden, het Nederlandse schip op weg van Tanger overvallen en de gehele lading, 2700 kisten Amerikaanse sigaretten, onder bedreiging met machinepistolen, geroofd. De „Combinatie” eigendom van de Maatschappij voor Transitohandel in Den Haag, voer in legale opdracht, toen de overval plaats greep. Onder de vele verdachten in deze zaak treft men nog een Nederlander aan, zekere Frits Berghuis.
Leeuwarder courant 18-02-1956. Uitspraak in proces over „Combinatie”. Een gerechtshof in Marseille heeft woensdag de 32-jarige Amerikaan Elliot Forrest en de Nederlander Jean van Delden veroordeeld tot respectievelijk drie en twee jaar gevangenisstraf wegens smokkelen van sigaretten. De sigaretten waren afkomstig van het Nederlandse kustvaartuig „Combinatie”, dat in 1952 in volle zee door rovers werd overvallen en leeggeplunderd. Het gerechtshof achtte zich echter niet bevoegd een uitspraak te doen inzake de diefstal. Vijftien verdachten zijn veroordeeld tot straffen variërend van zes maanden tot vier weken gevangenisstraf. Voorts is een aantal bij verstek veroordeeld tot straffen tot drie jaar. De bendeleden moeten met elkaar een boete van twee en een half miljoen gulden betalen wegens het smokkelen van de lading sigaretten van de „Combinatie” en vijf miljoen gulden voor de eerste overval op het schip „Riff-Rock”, die aan de overval op de „Combinatie” voorafging. De eigenaars van de „Combinatie, de Hollandse Maatschappij voor Transitohandel, kregen 57.000 gulden schadevergoeding toegewezen.

1954-04-28: Ze wordt op 28-04-1954, als METRANS liggende te Rotterdam, door Chr. C. Felius, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Rotterdam, opnieuw van brandmerk 1418 Z GRON 1931 voorzien door inbeiteling op het achterschip aan SB zijde in de achterkant lichtkap motorkamer, 6,90 m. uit hekplaat, 0,35 m. uit lengteas en 1,56 m. uit dek. Opm. De vermelde oude merken zijn niet gevonden. Ze meet dan 706.39 m3 bruto inhoud volgens zeemeetbrief afgegeven te Groningen no. 2731 d.d. 8 december 1930.

1958-01-00: Lloyds: Classes LR until 1/58, thereafter BV.

1970-06-00: Final Fate: Opgelegd en in juni 1972 gesloopt door Eisen & Metall A.G., Hamburg.

Ship Masters Data

Images


Description: 'Gier' (bj 1931)
Image type: Photo

Description: varende opname van de Kalba
Image type: Photo

Description: De 'Kalba' gestrand nabij Domburgh - 17 sept. 1935.
Image type: Photo

Description: De 'Kalba' op 17 sept. 1935 gestrand nabij Domburgh.
Image type: Photo

Description: 'Confid' 1931 (ex 'Gier')
Image type: Photo

Description: Metrans 1931 ex Combinatie ex Confid ex Kalba ex Gier.
Image type: Photo

Description: 'Marie Louise' (ex 'Gier')
Image type: Photo

Description: 'Bina' (ex 'Gier')
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

 

RN 090340
Bij de assuradeuren van de Nederlandse kustvaarder CONFID is gisteren een telegram ontvangen van de kapitein-eigenaar, de heer H. Kajuiter te Rotterdam, waar in deze mededeelt, dat het schip in de afgelopen nacht aan de Oostkust van Engeland door een vliegtuig is gebombardeerd. De bemanning kreeg geen letsel. Het schip kreeg vrij ernstige schade aan het dek, de stuurhut en de machinekamer. Voorts ontstond een lek, doch dit was niet van ernstige aard, zodat het vaartuig zonder assistentie de Engelse haven van bestemming heeft kunnen bereiken. De CONFID heeft een bruto inhoud van 249 ton en is gebouwd in 1930.