Name ship: ALLETTA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1956
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5011781
Nat. Official Number: 3428 Z GRON 1956
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: Two masts
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerf 'Waterhuizen' J. Pattje, Waterhuizen, Netherlands
Yardnumber: 225
Date Laid Down:
Launch Date: 1956-06-02
Delivery Date: 1956-08-15
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 500
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 10237 Type 8ED (290x450)
Speed in knots: 9.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 303.00 Net tonnage
Deadweight: 860.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1: 58.80 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 55.77 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 9.09 Meters Breadth, moulded
Depth: 4.17 Meters Depth, moulded
Draught: 3.60 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1956-06-06 ALLETTA
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Hendrik en Marten Groen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PCMQ
Additional info: Resp. 7/8 en 1/8 deel.

Date/Name Ship 1956-08-14 ALLETTA
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Rederij H. Groen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PCMQ
Additional info: Hendrik en Marten Groen.

Date/Name Ship 1973-06-28 TARMAC I
Manager: G.T. Gillie & Blair Ltd., London, Great Britain
Owner: Tarmac Roadstone Holdings Ltd., London, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: London / Great Britain
Callsign: GTIB
Additional info:

Date/Name Ship 1978-02-00 INVERAN
Manager: Inver Shipping Company Ltd., Inverness, Great Britain
Owner: Inver Shipping Company Ltd., Inverness, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Inverness / Great Britain
Callsign: GTIB
Additional info:

Date/Name Ship 1978-06-00 INVERAN
Manager: Cromarty Leasing Ltd., Inverness, Great Britain
Owner: Cromarty Leasing Ltd., Inverness, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Inverness / Great Britain
Callsign: GTIB
Additional info:

Date/Name Ship 1980-00-00 INVERAN
Manager: Inver Shipping Company Ltd., Inverness, Great Britain
Owner: Inver Shipping Company Ltd., Inverness, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Inverness / Great Britain
Callsign: GTIB
Additional info:

Date/Name Ship 1982-10-25 INVERAN
Manager: Tydwand Ltd., Aberdeen, Great Britain
Owner: Tydwand Ltd., Aberdeen, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Aberdeen / Great Britain
Callsign: GTIB
Additional info:

Ship Events Data

1956-06-02: NvhN 02-06-1956: Tewaterlating m.s. ALLETTA. Bij de n.v. Scheepswerf Waterhuizen J. Pattje te Waterhuizen (Gr.) werd met goed gevolg tewater gelaten het nieuwe motorkustvaartuig Alletta, dat wordt gebouwd voor rekening van de heer H. Groen te Groningen. De Alletta (bouwno. 225) is van het gladdektype, meet 390 ton d.w, en heeft de volgende afmetingen: lengte over alles 58.90 m., lengte tussen de loodlijnen 54 m., breedte 9.05 en holte 4.16 m. De beladen diepgang bedraagt 3.60 m. De voortstuwing zal geschieden door een 500 pk. motor, terwijl voorts in de machinekamer twee hulpmotoren van 25 pk. elk zullen worden opgesteld. De bouw geschiedt onder toezicht van Llyod's Register of Shipping 100 A I en Scheepvaart Inspectie voor de onbeperkte vaart. De kiel zal worden gelegd voor een coaster van het gladdektype, groot ca. 890 ton dw voor rekening van de rederij De Rode Ster te Rotterdam. Dit schip zal worden uitgerust met een 500 pk. motor.

1956-06-08: Op 08-06-1956 als ALLETTA (bouwno. 225), zijnde een motorschip in aanbouw, nog niet gemeten, liggende te Waterhuizen, door A. Kraaijema, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 3428 Z GRON 1956 op het achterschip aan B.B. zijde in achterkant dekhuis op kampanje, 3.35 m. uit hekplaat, 0.60 m. uit lengteas en 1.45 m. uit dek.

1956-08-25: NvhN 25-08-1956: De Groninger Eendracht schreef 500ste schip in. Naar wij vernemen heeft het Koninklijk Zeemanscollege De Groninger Eendracht te Groningen thans het vijfhonderdste kustvaartuig ingeschreven. Het betreft het nieuwe motorkustvaartuig Alletta van de heer H. Groen te Groningen. De kustvaartvloot, welke is aangesloten bij De Groninger Eendracht, bestaat thans dus uit niet minder dan 500 coasters.

1957-12-15: In aanvaring met de Noorse tanker 'Elise' (1950/8218) in de Mersey rivier t.h.v. Bromborough Dock bij Liverpool, waardoor er een gat ontstond in de romp, waardoor de machinekamer onder water kwam. Het schip werd door sleepboten tegen de oever van de rivier geduwd om zinken te voorkomen. Het gat werd provisorisch gedicht en het schip werd naar de haven van Ellesmere Port gesleept. Ze was op weg van Rouaan, Frankrijk naar Ellesmere Port met een lading kunstmest.
NvhN 16-12-1957: Groninger coaster had aanvaring bij Liverpool. Machinekamer liep vol met water. De Groninger coaster ALLETTA van de rederij Groen te Groningen, die met een lading kunstmest op weg was van Rouen naar Ellesmere Port te Engeland, is gistermorgen om ongeveer zes uur op de rivier The Mersey ter hoogte van Bromborough Doek nabij Liverpool in aanvaring gekomen met het geladen Noorse tankschip Elise. De Alletta liep aan bakboordzijde aanzienlijke schade op aan het achterschip, waardoor water de machinekamer binnendrong. Het gelukte de bemanning nog maar net het schip aan de kant van The Mersey aan de grond te zetten en de motor te stoppen. Direct daarna liep de gehele machinekamer vol. Er deden zich geen persoonlijke ongelukken voor. De Noorse tanker kreeg stevenschade. Omtrent de oorzaak van de aanvaring is tot dusver niets bekend. De Alletta is verzekerd bij de Vereniging Zeevaart te Groningen. Men zal trachten het schip bij laag water in zoverre te dichten, dat het naar Ellesmere Port kan worden gesleept, waar de kunstmest zal worden gelost. Ellesmere Port ligt slechts vijf mijl van de plaats van aanvaring. Technici onderweg. Een expert van de Vereniging Zeevaart en twee monteurs van Bronsmotoren te Appingedam zijn per vliegtuig naar Engeland vertrokken. Zij zullen bij de eerste reparatie aanwezig zijn. Het schip, dat in 1956 werd gebouwd bij de scheepswerf J. Pattje te Waterhuizen, meet 875 ton deadweight en is uitgerust met een 500 p.k. motor. Als bijzonderheid kan worden vermeld, dat de rederij Groen met veel tegenslag heeft te kampen, want ook het m.s. Patria, dat deze dagen strandde, is eigendom van deze Groninger rederij. Nader werd ons nog gemeld, dat men met de tijdelijke reparatie inmiddels zover gevorderd is, dat de Alletta weer vlot gebracht kon worden.

1959-03-19: NvhN 19-03-1959: Groninger Alletta geen schuld. Uitspraak Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart is van oordeel dat de Groninger kustvaarder Alletta geen schuld kan worden verweten aan de aanvaring met het Noorse tankschip Elise op 15 december 1957 op de rivier de Mersey (Oost-Engeland). De kustvaarder, die de rivier opvoer, liep bij de aanvaring met de hem tegemoetkomende Elise een groot gat in de machinekamer op aan bakboordzij de ter hoogte van de brug. Het schip lag toen vrijwel stil en werd door de kracht der aanvaring naar bakboord rondgezet. Dank zij snelle sleepboothulp gelukte het de Alletta langs de wal aan de grond te zetten, waardoor zinken van het schip kon worden voorkomen. De Raad, die niet over verklaringen van de zijde van de tankboot, doch slechts over die van de kapitein en de stuurman van de Alletta beschikte, heeft in deze zaak geen getuigen gehoord.
19-03-1959 Uitspraak Raad voor de Scheepvaart: Nr. 26 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake de aanvaring van het motorschip „Alletta" met het Noorse tankschip „Elise" op de Mersey. Op 15 december 1957 is het motorschip „Alletta", dat op de reis van Rouen naar Ellismere Port varende was op de Mersey tussen Birkenhead en Eastham, in aanvaring gekomen met het tegenkomende Noorse tankschip „Elise". In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze aanvaring. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 2 februari 1959, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces-verbaal van de verhoren van de kapitein en de stuurman van de „Alletta", zomede van de te Liverpool afgelegde scheepsverklaring en het scheepsdagboek. Getuigen zijn in deze zaak door de raad niet gehoord. Uit de bescheiden is de raad het volgende gebleken: Het motorschip „Alletta" is een Nederlands schip, toebehorende aan H. Groen, te Groningen. Het meet 499,8 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 500 pk motor. Na te Rouen 818 ton kunstmest in zakken (basic slag) te hebben geladen, vertrok de „Alletta" op 11 december 1957, te 19.30 uur, vandaar, met be' stemming Ellismere Port. De diepgang was vóór 11'04", achter 12'02". De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 10 personen. Op 14 december 1957, te 23.10 uur, werd bij Lynas Point een loods aan boord genomen, waarna onder diens aanwijzing de Mersey werd opgevaren. Het was goed helder weer, de wind was N.O. 4/5. De kapitein was op de brug met de stuurman en de loods en een roerganger. Van het stuurhuis stond s.b.-deur open. Er liep vloedstroom, ongeveer 1 mijl. Om niet te vroeg aan te komen, werd vanaf 4.00 uur langzaam gevaren. Te 5.10 uur, korte tijd nadat boei E 1 tussen Birkenhead en Eastham was gepasseerd, zag men op de brug van de „Alletta", even op b.b.-boeg, de beide toplichten en het rode zijlicht van een tegenkomer in het Eastham Channel, die later bleek het Noorse tankschip „Elise" te zijn. Tussen recht vooruit en de „Elise" zag men boei E 3. Een paar scheepslengten voorbij boei E 1, toen de „Alletta" nog dezelfde koers voorlag, zag men, dat de „Elise" koers veranderde naar bakboord; zij toonde haar groene zijlicht. Men heeft geen geluidssein gehoord. Toen deze koersverandering werd opgemerkt, liet de loods op de „Alletta" een beetje s.b.-roer geven. Toen bleek, dat de „Elise" bakboorduit bleef gaan, is op de „Alletta" hard s.b.-roer gegeven, de machine op volle kracht vooruit gezet en een korte stoot op de fluit gegeven. Daarna leek het even alsof de „Elise" voor de „Alletta" zou overlopen. Op dit laatste schip is de motor op volle kracht achteruit gezet en werden 3 korte stoten gegeven. Even later voer de „Elise", die toen naar stuurboord leek te draaien, de „Alletta" aan b.b.-zij ter hoogte van de brug aan; hierdoor ontstond een groot gat in de machinekamer. De „Alletta" werd naar bakboord rondgezet. De kapitein bleef achteruitslaan om het schip met het achterschip aan de grond te zetten. Tegelijk werd om een sleepboot geseind. Na enige tijd moest wegens het binnendringende water de motor worden gestopt, maar sleepboten slaagden erin de „Alletta" langs de wal aan de grond te zetten. Nadat het schip voorlopig was gedicht, is de „Alletta" op 16 december 1957 door 2 sleepboten naar Ellismere Port gesleept. Na lossing aldaar is het schip beter gerepareerd te Birkenhead, waarna toestemming werd verkregen voor afdoende reparatie naar Harlingen te gaan. De stuurman heeft verklaard, dat hij vóór de aanvaring nog weer het rode zijlicht van de „Elise" heeft gezien; dit schip is op het laatst nog naar stuurboord gedraaid. Ter zitting van 2 februari 1959 merkt de hoofdinspecteur op, dat van de Noorse tanker „Elise" geen verklaringen zijn gehoord en dat deze aanvaring alleen kan worden beoordeeld op de verklaringen van de „Alletta". Daaruit komt men wel tot de conclusie, dat de „Alletta" geheel vrijuit gaat. Dit schip voer de rivier op met geringe vaart en hield zijn s.b.-zij van het vaarwater. Op een gegeven moment verkende men vooruit op b.b.-boeg een tegenkomer, die zijn rode zijlicht toonde. Aangenomen werd, dat de tegenkomer, de Noorse tanker „Elise", normaal aan bakboord zou passeren. Plotseling zag men op de „Alletta" het groene zijlicht van de „Elise". Het is niet bekend waarom dat schip naar bakboord is gedraaid. De „Alletta" trachtte van het andere schip vrij te varen. Het is in het algemeen bij een dergelijke situatie aan te raden de vaart eruit te halen. De loods wilde echter trachten vóór de ander langs naar de s.b.-oever te lopen. Het is moeilijk te beoordelen of dit hier de juiste manoeuvre was. Toen het groene zijlicht in zicht bleef, heeft men volle kracht achteruitgeslagen. De „Alletta" is door de aanvaring, die hierop volgde, ernstig beschadigd en slechts doordat sleepboten in de buurt waren, kon worden voorkomen, dat het schip in het vaarwater zonk. De hoofdinspecteur resumeert, dat uit de beschikbare gegevens niet blijkt van schuld van de „Alletta". Het oordeel van de raad luidt als volgt: Ter beoordeling van de oorzaak en de toedracht van de aanvaring, welke op 15 december 1957, kort na 5.10 uur, heeft plaatsgevonden op de rivier de Mersey (tussen Birkenhead en Eastham) tussen het Nederlandse motorschip „Alletta", op reis van Rouen naar Ellismere Port, en het Noorse tankschip ,,Elise", beschikt de raad slechts over de verklaringen van de kapitein van de „Alletta", JoukeTuinstra, en de stuurman van dat schip, Albert Jan Huisman, welke deze personen voor de Scheepvaartinspectie hebben afgelegd, benevens een afschrift van de scheepsverklaring, welke de opvarenden van de „Alletta" op 18 december 1957 hebben afgelegd voor de Nederlandse consul te Liverpool. Uit deze verklaringen zou volgen, dat de „Elise" aan boord van de „Alletta" is waargenomen, toen laatst- genoemd schip onder loodsaanwijzing, langzaam varend en zijn s.b.-zijde van het vaarwater houdend, de Mersey opvoer, even nadat het boei E 1 tussen Birkenhead en Eastham was gepasseerd. Men zag daarbij de „Elise" even op b.b.-boeg en zag duidelijk de beide toplichten en het rode zijlicht van dat schip en aangenomen mocht worden, dat dat schip de „Alletta" normaal aan bakboord zou passeren. Plotseling zag men gemeld rode zijlicht verdwijnen, waarna de „Elise" haar groene zijlicht toonde. Daar hieruit moest worden opgemaakt, dat de „Elise" bakboorduit ging, heeft de loods, om een aanvaring te vermijden, eerst een weinig s.b.-roer laten geven en vervolgens hard s.b.roer en de machine op volle kracht vooruit laten zetten, met de bedoeling snel van de naderende „Elise" weg te draaien, waarbij hij tevens een korte stoot op de fluit liet geven. Daar een aanvaring echter steeds dreigender werd, heeft de loods daarna volle kracht achteruit gecomman- deerd, onder het geven van een sein van 3 korte stoten. Een aanvaring kon hierdoor echter niet worden voorkomen en vervolgens voer de „Elise" de „Alletta" aan b.b.-zijde ter hoogte van de brug aan. Hierdoor ontstond een groot gat in de machinekamer van de „Alletta", die toen vrijwel stillag, terwijl dit schip door de kracht van de aanvaring naar bakboord werd rondgezet, en slechts door snelle sleepboothulp is het gelukt de „Alletta" langs de wal aan de grond te zetten en zinken van het schip te voorkomen. Aangezien de raad geen reden heeft om aan de juistheid van voormelde verklaringen te twijfelen, is de raad van oordeel, dat aan de „Alletta" geen schuld aan de aanvaring kan worden verweten. Niet bekend is geworden waarom de „Elise" naar bakboord is uitgedraaid, door welke manoeuvre het gevaar voor een aanvaring is ontstaan. Hierdoor werd de „Alletta" gedwongen daarop te reageren en op de wijze, waarop de „Alletta" dit heeft gedaan, meent de raad geen aanmerking te kunnen maken. Aldus gedaan door de heren mr. G. A. Schreuder, 1ste plv. voorzitter, H. A. Broere, W. F. van Vreeswijk, J. Tissot van Patot en A. Kunst, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken door de voorzitter ter openbare zitting van de raad van 16 maart 1959. (Get.) G. A. Schreuder, A. Boosman.

1963-12-20: Gezonken na een aanvaring met het Britse m.s. 'England' (1947/2271) in de rivier de Thames, op weg van Dagenham naar Amsterdam met een lading auto onderdelen. Het schip werd gelicht en daarna gelost. Vervolgens naar Rotterdam gesleept door de Nederlandse sleepboot 'Simson', waar ze op 25 dec. 1963 arriveerde. Het schip werd bij Vuyk's Scheepswerf te Capelle a/d IJssel gerepareerd.
NvhN 20-12-1963: Gedeeltelijk onder water. Groninger coaster in aanvaring op Theems. (Van een onzer verslaggevers) De coaster ALLETTA van de rederij Groen in Groningen heeft vanmorgen omstreeks vier uur op de rivier de Theems in Engeland tussen Barking Reach en Erith Reach, nabij Dagenham, een aanvaring gehad met het 2271 ton metende motorschip England uit Leith. In de scheepsromp van de 875 ton metende Groninger coaster ontstond een grote scheur, waardoor een groot deel van het schip onder water kwam te staan. Hoewel het achterschip van de Alletta boven water bleef, werd de uit tien koppen bestaande bemanning, een vrouw en een baby van boord gehaald. Volgens de eerste berichten zou de Londense havendienst vanmorgen een sleepboot hebben gezonden om de Alletta van een zandbank te trekken. De heer H. Groen in Groningen deelde ons vanmiddag mee, dat kapitein Tjiebe Snieder uit Leeuwarden besloten had de lading, die bestond uit stukgoederen, op een ander schip over te laden. Daarna zou men trachten 't gat in de romp te dichten. De heer Groen had vernomen, dat de machinekamer watervrij zou zijn. De England werd bij de botsing niet beschadigd en zette de reis naar Southampton voort. De Alletta was op weg van Londen naar Amsterdam. Omtrent de oorzaak van de aanvaring was vanmiddag nog niets bekend.
NvhN 21-12-1963: Bemanning ging weer aan boord van ALLETTA. De bemanning van de Groninger coaster Alletta, is naar het schip teruggekeerd. Zoals vermeld kwam de kustvaarder gistermorgen op de Theems in aanvaring met het motorschip Engeland uit Leith. De bemanning ging terug, omdat de schade niet zo groot is als eerst werd gedacht. De hutten en de machinekamer bleken nu watervrij te zijn. De Alletta is op een zandplaat gezet. Daar zullen noodreparaties worden verricht. Waar het schip op de werf komt is nog niet bekend. De aanvaring vond plaats op een moment, dat de Groninger coaster tussen Barking Reach en Erich Reach de Theems overstak.
NvhN 23-09-1965: Raad voor de Scheepvaart: Leeuwarder kapitein krijgt een berisping.
De Raad voor de Scheepvaart heeft kapitein T.J.S. Uit Leeuwarden gestraft met een berisping, omdat hij schuldig wordt geacht aan de aanvaring van het m.s.”Alletta” (499 BRT) met het Engelse m.s. ”Engeland” op de Thames, in de nacht van 20 december 1963. Volgens het oordeel van de raad had de kapitein in de gegeven omstandigheden moeten wachten tot er een loods beschikbaar was en valt het te laken, dat hij het blijkbaar veilig heeft geoordeeld zonder lokale deskundige te verstomen, hoewel hij met de plaatselijke gebruikelijke seinen niet bekend was.

1965-11-30: NvhN 30-11-1965: Reder H. Groen overleden. Op 74-jarige leeftijd is te Groningen overleden de heer Hendrikus Groen, reder te Groningen. De heer Groen was eigenaar van twee kustvaarders, de Patria en de Alletta. Op 31-jarige leeftijd begon de heer Groen als reder. Een schoener was zijn eerste schip. Ook voer hij geregeld op de schepen mee. De thans overledene was gedurende ruim tien jaren commissaris van het bevrachtingskantoor Carebeka te Groningen. De begrafenis zal donderdag plaats vinden on de Zuiderbegraafplaats

1980-08-04: Het Vrije Volk 04-08-1980: Coaster ramt kade. (Van een onzer verslaggevers). Rotterdam - De Engelse coaster Inveran (497 ton) heeft gisteren de kademuur van de Linker Veerdam geramd. Het schip moest verhaald worden, omdat een ander schip van de daar afgemeerde boten wilde wegvaren. Daar de kapitein niet aanwezig was, zou de eerste stuurman dat karweitje wel even klaren. Het resultaat was een gat van anderhalve meter in het vierkant in de kademuur. Daarna is het schip naar de Parkkade gebracht.

1981-03-20: Had het brand in ruim 1 nabij Eastbourne Bay toen ze op weg was van Rotterdam naar Granville met een lading meel van sojabonen. Met de hulp van de Britse HMS 'Soberton' werd het vuur geblust.

1982-10-10: Final Fate: Dwars van Rye op Camber Beach aan de grond gelopen na een motorstoring, binnenlopend van Newlyn met een lading kalksteen. 12 okt. 1982 vlot gekomen nadat de motor was gerepareerd. Op weg van Amsterdam naar Colchester met een lading stukgoed, kreeg ze weer een motorstoring en door de sterke stroming liep ze aan de grond bij Wivenhoe in de middag van 19 okt. 1982. Ze kwam op eigen kracht weer vlot en zette de reis voort. Arriveerde in ballast in Rotterdam op 24 okt. 1982 en werd verkocht aan de shipbroker Tydwand Ltd., Inverness. Na een survey door Lloyd's, Londen, werd een C.T.L. verklaard. De kosten van reparatie aan de hoofdmotor waren te hoog. Verkocht aan van der Marel B.V., Viane (bij Zierikzee) en verliet Rotterdam op 10 febr. 1983 naar de sloopwerf in Vianen. Juni 1983 doorverkocht aan Heuvelman Staal B.V., ‘s Gravendeel en in aug. 1983 doorverkocht aan Arie Rijsdijk-Boss & Zoon B.V., Hendrik Ido Ambacht. Nog een keer verkocht aan Van Heyghen Frčres, Gent, België, waar ze voor 15 jan. 1984 arriveerde. De sloop begon op 27 juni 1984.

Ship Masters Data

Images


Description: Alletta leaving Delfzijl for trials - photo 15.08.1956
Image type: Photo

Description: Alletta 1956
Image type: Photo

Description:
Image type: Photo

Description: Alletta 1956 on 14-06-1962 at Bristol.
Image type: Photo

Description: De berging van de 'Alletta' op de rivier de Theems na de aanvaring op 20 dec. 1963 met het Britse m.s. 'England'.
Image type: Photo

Description: De berging van de 'Alletta' op de rivier de Theems na de aanvaring op 20 dec. 1963 met het Britse m.s. 'England'.
Image type: Photo

Description: De berging van de 'Alletta' op de rivier de Theems na de aanvaring op 20 dec. 1963 met het Britse m.s. 'England'.
Image type: Photo

Description: Opgelegd te Groningen - foto juni 1973.
Image type: Photo

Description: 'Tarmac I' (ex 'Alletta')
Made By: © Anderiesse, J.H. (Jan)
Image type: Photo

Description: 'Inveran' (ex 'Alletta')
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship