Name ship: ABEL TASMAN

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1950
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5115733
Nat. Official Number: 2550 Z GRON 1950
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Firma Gebr. Niestern & Co., Delfzijl, Netherlands
Yardnumber: 239
Date Laid Down:
Launch Date: 1950-04-26
Delivery Date: 1950-07-11
Technical Data

Engine Manufacturer: Maschinenfabrik Augsburg-Nürnberg A.G., Augsburg, German Federal Republic
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 195
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: MAN (nr. 858370) Type (284x420)
Speed in knots: 8.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 281.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 131.00 Net tonnage
Deadweight: 330.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 16200 Cubic Feet
Bale: 15300 Cubic Feet
 
Length 1: 40.20 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 38.88 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.04 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.69 Meters Depth, moulded
Draught: 2.55 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1968-00-00: In 1968 verbouwd bij C. Cassens te Leer tot zelfvarend hopperschip om vuilwater van boorlokaties over te nemen en te storten in open zee.Tevens gehermotoriseerd met een 350 PK 4 tew 8 cil.Scania type DS 14 (nr. 5510026)

1997-00-00: Nieuwe hoofdmotor: Scania 320 PK en weer als vrachtschip in de vaart.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1950-07-11 ABEL TASMAN
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PCBN
Additional info:

Date/Name Ship 1954-08-18 FIVELBORG
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PECB
Additional info:

Date/Name Ship 1978-01-31 FIVELBORG
Manager: V.o.f. Lingold, Den Helder, Netherlands
Owner: V.o.f. Lingold, Den Helder, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Den Helder / Netherlands
Callsign: PECB
Additional info:

Date/Name Ship 1979-12-12 PARAAT
Manager: Roel Pieter Feenstra, Den Helder, Netherlands
Owner: Roel Pieter Feenstra, Den Helder, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Den Helder / Netherlands
Callsign: PGRA
Additional info:

Date/Name Ship 1985-10-22 PARAAT
Manager: Scheepvaartbedrijf R.P. Feenstra, Den Helder, Netherlands
Owner: Scheepvaartbedrijf R.P. Feenstra, Den Helder, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Den Helder / Netherlands
Callsign: PGRA
Additional info:

Date/Name Ship 1986-02-17 PARAAT
Manager: Jan Pieter Bakker, Den Oever, Netherlands
Owner: Jan Pieter Bakker, Den Oever, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Den Oever / Netherlands
Callsign: PGRA
Additional info:

Date/Name Ship 1997-02-00 CHUCUNAQUE
Manager: Nylandsea Shipping Co., Panama, Panama R.P.
Owner: Nylandsea Shipping Co., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HP8909
Additional info:

Ship Events Data

1950-07-07: Op 07-07-1950 als ABEL TASMAN, zijnde een stalen motorschip, groot 795.3 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 03-07-1950 no. 8115, liggende te Delfzijl, door J. Matthijssen, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2550 Z GRON 1950 op het achterschip aan S.B. zijde in het achterschot dekhuis op het verhoogd achterdek, 4.87 m. uit de hekplaat, 1.30 m. uit de lengteas, 1.34 m. boven dek.

1953-05-11: Had op 11-05-1953 in de Kalmarsund (een zeestraat van 100 meter breedte tussen het Zweedse vasteland en het eiland Oland ) een aanvaring met Zweeds schip “Da Costa”.
De Telegraaf 25-08-1954: Kapitein "ABEL TASMAN" was nalatig. (Van een onzer verslaggevers) Amsterdam, 25 Aug. — Ik zou de Raad voor dc Scheepvaart willen verzoeken tegen kapitein K. S. van het motorschip „Abel Tasman" een berisping uit te spreken, omdat hij geen aangifte bij de Raad voor de Scheepvaart heeft gedaan van de aanvaring die hij op 11 Mei 1953 had in de Kalmarsund (een zeestraat van ±100 meter breedte tussen het Zweedse vasteland en het eiland Öland. Over de schuldvraag bij de aanvaring wilde de inspecteur zich verder niet uitspreken omdat een verklaring van het Zweedse schip, dat met de Abel Tasman in aanvaring was gekomen ontbrak. Van beide zijden was slechts zeer lichte averij opgelopen. In deze zaak zal de Raad later uitspraak doen.
NvhN 25-08-1954: De aanvaring van de ABEL TASMAN. Straf geëist tegen kapitein. De Inspecteur voor de Scheepvaart, de heer J. Metz, heeft de Raad voor de Scheepvaart verzocht de voormalige kapitein van het m.s. Abel Tasman, K. S. uit Delfzijl, te straffen met het uitspreken van een berisping, omdat hij geen aangifte had gedaan bij de Scheepvaartinspectie van de aanvaring, die zijn schip op 11 Maart 1953 is overkomen in de Kalmarsund, de straat tussen het Zweedse vasteland en het eiland öland. „Dit niet doen van aangifte, waartoe de leiding van het schip na een ongeval wettelijk is verplicht, neemt de laatste jaren hand over hand toe. Deze aangifte Is van groot belang voor de afgifte van een certificaat van zeewaardigheid, waartoe de Scheepvaartinspectie eerst overgaat, nadat een onderzoek naar de deugdelijkheid van het schip is ingesteld. Het betreffende artikel van de Scheepvaartwet dient in verband hiermee stipt te worden nagekomen", zo zei de heer Metz, die zich over de schuldvraag van de aanvaring niet wilde uitspreken, omdat een verklaring van Zweedse zijde ontbrak. De Abel Tasman is in aanvaring gekomen met het Zweedse vaartuig Da Costa, waardoor de eerste lichte materiële schade heeft opgelopen. De Raad voor de Scheepvaart zal later schriftelijk uitspraak doen.
1954-22-sep Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van Woensdag 22 September 1954, no.183.
Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart:
No.68 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake:
a. de aanvaring van het motorschip „Abel Tasman" met vermoedelijk het Zweedse motorschip „Da Costa" in de Kalmarsund. Betrokkene: de kapitein K. Smit; b. de klacht van de inspecteur- generaal voor de scheepvaart tegen de kapitein, voornoemd, wegens het niet melden van deze aanvaring aan de Scheepvaartinspectie. Op 11 Maart 1953 is het motorschip „Abel Tasman", terwijl het op de reis van Delfzijl naar Oskarshamn varende was in de Kalmarsund, gedurende de nacht in aanvaring geweest met het Zweedse schip „Da Costa". In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze aanvaring en dat tevens het onderzoek zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de kapitein van de „Abel Tasman", K. Smit, wonende te Delfzijl. Bovendien is door de inspecteur-generaal voor de scheepvaart op 15 April 1954 bij de Raad voor de Scheepvaart een klacht ingediend van de volgende inhoud: De Inspecteur-Generaal voor de Scheepvaart, Gelezen: a. het proces-verbaal van voorlopig onderzoek naar aanleiding van de scheepsramp, het Nederlandse motorschip „Abel Tasman" op 11 Maart 1953 overkomen (scheepsramp no. B 88/19.54); b. het betreffende scheepsjournaal; c. de brief van de inspecteur voor de scheepvaart in het derde district dd. 4 Augustus 1953, no. 2137; Overwegende, dat uit de stukken blijkt, dat de toenmalige kapitein van het schip, Koert Smit, geboren 20 Juli 1922 te Delfzijl, wonende aldaar, Stationsweg 29, toen hij voor de eerste maal een Nederlandse haven aandeed na het tijdstip van voormelde scheepsramp, heeft nagelaten aan zijn verplichting, neergelegd in artikel 9, lid 2, van de Schepenwet, te voldoen, aangezien hij het districtshoofd van de Scheepvaartinspectie of de ambtenaar, die deze vervangt, geen kennis heeft gegeven van de op de afgelopen reis voorgekomen averijen en ongevallen; Van oordeel, dat bovengenoemde nalatigheid oplevert een misdraging van de kapitein, als bedoeld in artikel 48, lid 1, van de Schepenwet; Gelet op de artikelen 49 en 56 van de Schepenwet, Stelt aan de Raad voor de Scheepvaart voor een onderzoek in te stellen en kapitein Smit, voornoemd, te horen. Een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 49 der Schepenwet, besliste, dat ook naar de gegrondheid van voorschreven klacht een onderzoek door de Raad zou worden ingesteld. Het onderzoek naar het ongeval en de klacht heeft plaats gehad ter zitting van 24 Augustus 1954, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces- verbaal van het verhoor van de kapitein, zomede van het scheepsdagboek en de Zweedse zeekaart no. 256 — Kalmarsund —, en hoorde de kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette hem doel en strekking van het onderzoek uiteen, zomede de betekenis van de klacht, en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motorschip „Abel Tasman" is een Nederlands schip, toebehorende aan E. Wagenborg's Scheepvaart- en Expeditiebedrijf N.V., te Delfzijl. Het meet 281 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een 195 pk-motor. Op 8 Maart 1953 vertrok de „Abel Tasman" in ballast van Delfzijl met bestemming Oskarshamn. De diepgang was vóór 3'0", achter 6'0". De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 6 personen. Gedurende de H.W. van 11 Maart 1953 voer de „Abel Tasman" door de Kalmarsund. De kapitein, die aldaar goed bekend is, had het niet nodig geacht een loods te nemen. Het was goed, kalm weer, met goed zicht. Op 11 Maart 1953, te 1.35 uur, werd Skansgrund gepasseerd. Met het oog op schepen, welke uit de haven van Kalmar zouden kunnen uitlopen, zette de kapitein de motor op halve kracht. Na Skansgrund voer men in de witte sector van het licht van Krongrundet. Hierbij werd de s.b.-zij van het vaarwater gehouden en voer men zo dicht mogelijk langs de prikken aan die kant. Op s.b.-boeg zag men het toplicht en het rode licht van een tegenligger. De kapitein liet door de stuurman de eigen navigatielichten controleren. De „Abel Tasman" heeft electrische lichten, een toplicht en boordlichten; alle bleken goed te branden. Daar de tegenligger zijn rode licht bleef tonen, terwijl de aldaar van kracht zijnde bepalingen voorschrijven, dat s.b.-zij van het vaarwater moet worden gehouden, en de „Abel Tasman" niet meer naar stuurboord kon gaan, besloot de kapitein naar bakboord te gaan om een aanvaring te voorkomen. Hij liet b.b.-roer geven en 2 korte stoten op de fluit. Juist toen de toren van Krongrundet aan stuurboord werd gepasseerd, nam men waar, dat de tegenkomer, zonder dat een geluidssein was gehoord, naar stuurboord begon te draaien. De kapitein, die vreesde, dat zijn schip in de midscheeps zou worden aangevaren, gaf hard s.b.-roer en een korte stoot op de fluit. Na het passeren van Krongrundet had hij ruimte om naar stuurboord te gaan. Het gelukte niet de aanvaring geheel te voorkomen. De tegenkomer raakte met zijn s.b.-zij de „Abel Tasman" aan stuurboord achter de midscheeps en schuurde er dan verder langs. Van het andere schip, dat volgeladen was en volle kracht leek te varen, werd op de spiegel de naam „Da Costa" gelezen en de thuishaven Skillinge. Na de aanvaring liep de „Da Costa" met een harde klap op de betonnen voet van de toren van Krongrundet. De „Abel Tasman" stopte onmiddellijk en trachtte in seingemeenschap met het andere schip te komen. Dit gelukte niet. Het andere schip kwam na achteruitslaan vlot en voer dan naar de haven van Kalmar. De „Abel Tasman" besloot ten anker te gaan en daglicht af te wachten. Bij onderzoek bleek het schip geen water te maken, doch slechts enige deuken boven water te hebben. Te 7.50 uur werd de reis vervolgd en te 13.30 uur werd te Oskarshamn gemeerd. Hier heeft een expert van Norske Veritas het schip onderzocht; deze gaf een certificaat van zeewaardigheid af, geldend voor drie maanden. De kapitein meldde het voorgevallene aan zijn reder en aan de Verzekering Maatschappij Oranje, maar liet na de Scheepvaartinspectie in te lichten. Toen de kapitein in Mei 1953 te Delfzijl werd overgeplaatst op de „Rijnborg", verzuimde hij eveneens de aanvaring aan de Scheepvaartinspectie te melden. De Scheepvaartinspectie vernam het voorgevallene eerst toen de „Abel Tasman" in Juni 1953 werd drooggezet. De kapitein gaf het verzuim toe. Hij verklaarde, dat, toen hij in Delfzijl kwam, zijn vader juist was overleden en dat hij daardoor niet heeft gedacht aan zijn plicht de Scheepvaartinspectie de aanvaring te melden. Ter zitting verklaarde de kapitein geheel overeenkomstig het hiervóór vermelde. Hij voegde daaraan toe, dat hij wist, dat bij Krongrundet het vaarwater een bocht maakt naar stuurboord. Hij had aanvankelijk gedacht, dat de tegenkomer verder weg was dan deze inderdaad was en dat hij vóór over zou lopen. Toen betrokkene bemerkte, dat de ander niet snel genoeg naar zijn s.b.-zij van het vaarwater overliep, werd betrokkene bevreesd, dat hij de tegenkomer met het vóórschip zou aanvaren, en besloot hij naar bakboord uit te wijken. Betrokkene heeft er niet aan gedacht te stoppen of vaart te verminderen. Wat het niet rapporteren van het ongeval betreft, verklaarde aangeklaagde, dat hij dit vergeten heeft en dat er bij hem beslist geen opzet was om het voorgevallene te verzwijgen. De inspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de „Abel Tasman" op 11 Maart 1953 voer in de Kalmarsund in de sector van het licht van Krongrundet en toen over stuurboord het toplicht en het rode licht zag van een tegenligger. De schepen kwamen vrijwel gelijk bij Krongrundet. Toen de schepen elkaar zo naderden, gaf de „Abel Tasman" b.b.-roer en even later week de ander naar stuurboord uit. De kapitein van de „Abel Tasman" heeft zijn goede kant van het vaarwater verlaten. Dergelijke gevallen heeft de Raad reeds enige keren behandeld, toen dit geschiedde op de Schelde. Daar er van de „Da Costa" geen verklaring is binnengekomen, wil de inspecteur niet ingaan op de vraag in hoever de kapitein van de „Abel Tasman" schuld heeft, doch hij wil alleen wijzen op de lering uit deze aanvaring. Het is in dergelijke gevallen beter om niet de goede kant van het vaarwater los te laten en naar bakboord uit te wijken, maar bij nadering van een knooppunt of bocht verdient het aanbeveling zo nodig vaart te minderen of te stoppen. De „Abel Tasman" heeft door deze aanvaring schade opgelopen. De kapitein deed hiervan geen aangifte bij de Scheepvaartinspectie. De inspecteur wijst op de plicht van de kapitein uit artikel 9, lid 2, der Schepenwet. Door deze plicht te verzaken, is het mogelijk, dat een schip een certificaat van deugdelijkheid kan overleggen, terwijl dit na een ongeval ingetrokken had moeten worden. Dit geval staat niet op zich zelf, maar in de laatste tijd wordt deze overtreding meer door kapiteins gepleegd. Voor kapitein Smit bestaan er verzachtende omstandigheden voor zijn verzuim. De inspecteur wil daarmee rekening houden en stelt de Raad voor kapitein K. Smit te straffen door het uitspreken van een berisping. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: Daar geen enkel gegeven is binnengekomen van de „Da Costa", moet de Raad bij het uitspreken van zijn oordeel alleen rekening houden met de verklaring van de „Abel Tasman". Het is mogelijk, dat de „Da Costa" te laat de s.b.-zij van het vaarwater heeft opgezocht en daardoor het baken van Krongrundet te dicht aan b.b.-zij heeft gepasseerd. Hiervoor pleit het stoten op de voet van dit baken onmiddellijk na de aanvaring. Het is ook mogelijk, dat de kapitein van de „Abel Tasman" zich heeft vergist in de afstand tot het naderende schip. Hij gaf zeker blijk weinig vertrouwen te hebben in de navigatie van het naderende schip door aan te nemen, dat dit niet de voorgeschreven kant van het vaarwater zou houden. Indien hij meende reden daartoe te hebben, had hij toch zeker niet zelf zijn goede kant moeten verlaten, maar had hij vaart moeten minderen of stoppen. Gezien de weinige gegevens, waarover de Raad beschikt, onthoudt de Raad zich een oordeel over de eventuele schuld van kapitein K. Smit uit te spreken. Wat het niet melden van de aanvaring aan de Scheepvaartinspectie betreft, is de Raad van oordeel, dat de schuld van kapitein Smit vaststaat. Ofschoon de Raad overtreding van artikel 9, lid 2, van de Schepenwet een ernstige misdraging van een kapitein acht, beslist de Raad, rekening houdende met voor kapitein K. Smit geldende verzachtende omstandigheden, geen maatregel op hem toe te passen. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, 2de plv. voorzitter, W. F. van Vreeswijk, K. Visser en L. Meulman, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 24 Augustus 1954. (Get.) A. Dirkzwager, A. Boosman.

1954-04-07: Raakte te Leeuwarden in moeilijkheden door uitval van de stuurinrichting en kwam in aanvaring met de spoorbrug. Een deel van het stuurhuis en de schoorsteen bleven onder de brug vastzitten terwijl het schip doorvoer. Het werd op sleeptouw genomen en naar Scheepswerf Welgelegen in Harlingen gebracht voor reparatie. Kwam op 27 juni 1954 weer in de vaart.
Leeuwarder courant 09-04-1954: „ABEL TASMAN" had aanvaring met spoorbrug te Leeuwarden. Het motorschip „Abel Tasman" van de rederij Wagenborg te Delfzijl heeft deze week bij het binnenvaren in Leeuwarden een aanvaring gehad met de spoorbrug. Het schip liep dientengevolge ernstige averij op. De schoorsteen werd volkomen vernield, terwijl ook stuurhuis en radio ernstig zijn beschadigd. Het is Vrijdagmiddag voor herstelwerkzaamheden aan de scheepswerf „Welgelegen" te Harlingen gearriveerd.

1954-08-17: NvhN 17-08-1954: Andere namen voor ABEL TASMAN en MERCATOR. De rederij E. Wagenborg te Delfzijl heeft de beide motorschepen ABEL TASMAN en MERCATOR laten herdopen in resp. de nieuwe namen FIVELBORG en LAUWERSBORG, waarmede deze beide schepen dan ook ziin opgenomen in de serie "borg" schepen, welke het eigendom zijn van deze rederij. De Abel Tasman werd in 1950 gebouwd bij de scheepswerf Gebr. Niestern & Co. te Delfzijl en is uitgerust met een 195 P.K. motor, terwijl de Mercator in 1952 werd gebouwd bij de scheepswerf „Vooruitgang" D. & Joh. Boot te Alphen a. d Rijn, eveneens voorzien van een 195 P.K. motor. Beide schepen hebben een d.w. van ca. 350 ton.

1956-04-26: De Tijd 26-04-1956: Dodelijk ongeval bij lossen van schip. Woensdag is bij het lossen van het met balken geladen kustvaartuig FIVELBORG in de Zaandamse haven de havenarbeider P. de Jong uit Zaandam zodanig door een balk aan zijn hoofd getroffen, dat hij ter plaatse overleed.

1957-04-25: Op 25-04-1957 op Karbybadar bij de Zuidkust van Finland gestoten en lichte schade opgelopen.
NvhN 03-12-1957:
De stranding van de FIVELBORG Voor de Raad van de Scheepvaart. De hoofdinspecteur voor de Scheepvaart, de heer J. Metz, heeft gisteren de Raad voor de Scheepvaart voorgesteld de bevoegdheid van de gediplomeerde stuurman J. N. uit Stadskanaal in te houden voor de tijd van drie maanden. Naar het oordeel van de heer Metz is de stuurman schuldig aan het stoten op Karbybadar bij de Zuidkust van Finland van de kustvaarder Fivelborg op 25 april j.l. Het schip is op eigen gelegenheid weer vlot gekomen, „een wonder op deze plaats," aldus de voorzitter mr. A. Dirkzwager en liep slechts geringe schade op. Het stoten geschiedde des avonds om kwart voor twaalf bij prachtig weer en uitstekend zicht. De stuurman had een gegiste koers van de kapitein opgekregen, maar had kunnen bemerken, dat de verwachte driftstroom er in het geheel niet was, als hij maar een paar keer peilingen had genomen. De stuurman is erger in zijn plicht tekort geschoten dan de kapitein (hij werd als betrokkene gehoord) had voorzien," aldus de heer Metz, die kapitein F. van D. uit Spijk niet medeschuldig achtte. De raad zal in deze zaak schriftelijk uitspraak doen.
NvhN 31-12-1957: De stranding van de Fivelborg. Bevoegdheid voor twee maand ontzegd. De Raad voor de Scheepvaart heeft naar aanleiding van het stoten van het 280 brt. metende motorschip Fivelborg uit Delfzijl op 25 april j.l. op Karbybadar de stuurman Jan N. de bevoegdheid om als kapitein of stuurman op zeeschepen te varen ontnomen voor de tijd van twee maanden. De Raad overwoog dat van deze stuurman die gediplomeerd is, aangenomen moest worden, dat hij de bekwaamheid bezat om zijn wacht naar behoren te lopen. Zijn falen moet worden geweten aan een totaal gemis aan plichtsbetrachting. De Raad was van oordeel dat kapitein Frederik van D. niet mede schuldig is aan de stranding, daar hij niet had kunnen verwachten, dat zijn stuurman zo zou falen als stuurman van de wacht.

1960-10-17: Het Vrije Volk 17-10-1960: Kustvaarder in aanvaring. (Van een onzer verslaggevers) De Nederlandse kustvaarder FIVELBORG is zaterdag in het Brunsbuttelkanaal in aanvaring geweest met het Deense vrachtschip Ran. Beide schepen werden licht beschadigd en konden de reis voortzetten. De Fivelborg was met een lading hout op weg van Kaskoe naar Utrecht, de Ran met een lading stukgoed van Hamburg naar Aarhus. De Fivelborg (vroeger Abel Tasman geheten) is eigendom van E. Wagenborg Scheepvaart- en Expeditiebedrijf te Delfzijl en meet 330 ton d.w.

1961-10-24: Leeuwarder courant 24-10-1961: Schip tegen Verlaatsbrug. Om zeven uur raakte het 281 ton metende kustvaartuig „FIVELBORG", dat door de Westerstadsgracht voer uit het roer en voer tegen het bruggehoofd van de Verlaatsbrug. Het ijzeren hek werd verzet en enige bouten knapten af. Gezagvoerder E. S. de Jong (29 jaar) kon met zijn schip zijn weg vervolgen.

1962-07-16: Het Vrije Volk 16-07-1962: Vlet slaat om, man verdrinkt. Gisteravond is de-19-Jarige matroos K.J. Pijper uit Spijk bij Delfzijl in het Noordzeekanaal- verdronken. De matroos was met twee mede opvarenden van de kustvaarder FIVELBORG op een vlot gaan spelevaren. Op een gegeven ogenblik sloeg de vlet om. Het slachtoffer verdween onmiddellijk in de diepte. De twee anderen konden zich zwemmend in veiligheid brengen.

1963-05-10: NvhN 10-05-1963: Lichte schade aan boeg. FIVELBORG uit Delfzijl aangevaren op Weser. Voor de monding van de Weser is vanmorgen tijdens een dichte mist, het ruim 8000 brt metende Amerikaanse vrachtschip “Harry Culbreath”, eigendom van de Lykes Lines, in aanvaring gekomen met het kustvaartuig “Fivelborg” (laadvermogen 350 ton) van de rederij Wagenborg uit Delfzijl. De Nederlandse coaster liep hierbij enige schade aan de boeg op. Het schip vroeg niet om assistentie. Doordat de dichte mist het zicht in de monding van de Weser tot slechts enkele meters had gereduceerd was de “Fivelborg” voor anker gegaan. Kort daarop werd het schip door de “Harry Culbreath” aan bakboordzijde aangevaren. Ook de Amerikaan heeft nagenoeg geen schade opgelopen. De “Fivelborg” die met een lading hout op weg is van Nyköbing naar Grouw, heeft de reis inmiddels voortgezet.

1963-08-02: Friese Koerier 02-08-1963: Matroos bestal in Franeker collega. Franeker — De heer C. F. Rumeling uit Utrecht, kok aan boord van de coaster FIVELBORG, rederij Wagenborg Delfzijl, die momenteel cellulose lost, bij de papierfabriek te Franeker, deed donderdagmorgen aangifte bij de politie, dat uit zijn portefeuille tweehonderd gulden was gestolen. Samenwerking tussen rijkspolitie Franeker en de politie te water uit Leeuwarden leidde tot de arrestatie van de 19-jarige J. v. H., woonachtig te Amersfoort en matroos op dezelfde kustvaarder. Hij werd in een cel van het bureau te Franeker ingesloten. Toen kwam al spoedig de bekentenis, 's middags werd hij voor de officier van justitie te Leeuwarden geleid.
Leeuwarder courant 03-08-1963: Diefstal op coaster dader aangehouden. De heer C. F. Rumling uit Utrecht, kok op de coaster Fivelborg, die momenteel bij de Leeuwarder Papierwarenfabriek te Franeker ligt, deed gistermorgen aangifte bij de polite, dat uit zijn kast een portefeuille was ontvreemd met een bedrag van tweehonderd gulden. In samenwerking met de waterpolitie van Leeuwarden werd door de rijkspolitie te Franeker de negentienjarige heer J. v. H., matroos op de coaster en wonende te Amersfoort aangehouden. Van H heeft reeds een volledige bekentenis afgelegd. Er is proces verbaal tegen hem opgemaakt. Van H. is als matroos ontslagen, onder meer omdat het overige personeel niet meer met hem wenste te varen.

1968-00-00: Verbouwd bij Schiffswerft C. Cassens, Emden, Duitsland tot zelfvarend hopperschip om vuil water over te nemen van boorlocatie's en naar zee te brengen.

1968-01-22: NvhN 22-01-1968: Matroos uit Peize tussen wal en schip verdronken. Zondagavond is in de Staalhaven van Hoogovens in IJmuiden. bij de verlading van N.V. Mekog een opvarende van het schip FIVELBORG uit Delfzijl verdronken. Het was de 23-jarige matroos B. A. Kwant uit Peize, die bij terugkomst van een bezoek aan de wal te water geraakte tussen het schip en de kade.

1970-01-08: Leeuwarder courant 08-01-1970: Lang convooi tussen de schotsen. Vooraf gegaan door de kleine sleper Waddenzee II uit Sneek trokken gistermiddag tien binnenvaarders met langzaam knorrende diesels uit westelijke richting door het Van Harinxmakanaal, een langgerekte stoet, welke met dof bonkende ijzeren neuzen door het gebroken veld van dobberende ijsschotsen dreunde. Dagenlang was er zo'n grote processie niet langs gekomen, aldus de brugwachter bij Ritzumazijl. Wel ziet hij vrij vaak de coaster FIVELBORG, die afvalstoffen van de olieboring bij Warga op de Waddenzee loost. Van de tien volgelingen gingen drie stadwaarts: de Imperfect (Leeuwarden) en de Bèta (Sneek) meerden langs de kade van de Snekertrekweg, de Dacapo (Coevorden) ging lossen bij Koopmans. De anderen trokken via het kanaal oostwaarts: de Veendam (Rotterdam), Mercurius (Oosterbierum), Quo Vadis (Delfzijl), Trouw (Sneek), Jan Albert (Groningen), Coma (Harlingen) en de Vios (Groningen).

1974-00-00: Van 1974 tot 1977 opgelegd te Delfzijl.

1985-00-00: Omgebouwd tot passagiersvaartuig met een messroom voor 40 personen en accomodatie voor zes passagiers in enkel-dubbele cabins.

2001-00-00: Door de Portugeese kustwacht opgebracht vanwege smokkel. Naar Sines gebracht en aan de ketting gelegd. In 2002 (mogelijk eerder) gearriveerd te Setubal en daar opgelegd.

2007-01-17: Final Fate: Van de kade naar Etermar Shipyard gesleept om gesloopt te worden.

Ship Masters Data

Images


Description: Abel Tasman 1950 tijdens de tewaterlating bij Scheepswerf Gebr. Niestern te Delfzijl op 26.04.1950.
Image type: Photo

Description: Abel Tasman 11.07.1950 on trials.
Image type: Photo

Description: Abel Tasman 1950
Image type: Photo

Description: Fivelborg 1950 ex Abel Tasman
Image type: Photo

Description: Fivelborg 1950 ex Abel Tasman in 1955 at Helsingborg.
Image type: Photo

Description:
Image type: Photo

Description: Fivelborg 1950 ex Abel Tasman als "tank"-schip.
Image type: Photo

Description: Paraat 1950 ex Fivelborg ex Abel Tasman.
Image type: Photo

Description: Chucunaque 1950 ex Paraat ex Fivelborg ex Abel Tasman under arrest at Setubal.
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

 

NvhN 031257
De stranding van de FIVELBORG. Voor de Raad van de Scheepvaart.
De hoofdinspecteur voor de Scheepvaart, de heer J. Metz, heeft gisteren de Raad voor de Scheepvaart voorgesteld de bevoegdheid van de gediplomeerde stuurman J. N. uit Stadskanaal in te houden voor de tijd van drie maanden. Naar het oordeel van de heer Metz is de stuurman schuldig aan het stoten op Karbybadar bij de Zuidkust van Finland van de kustvaarder FIVELBORG op 25 april jl. Het schip is op eigen gelegenheid weer vlot gekomen („een wonder op deze plaats," aldus de voorzitter mr. A. Dirkzwager) en liep slechts geringe schade op. Het stoten geschiedde des avonds om kwart voor twaalf bij prachtig weer en uitstekend zicht. De stuurman had een gegiste koers van de kapitein op gekregen, maar had kunnen bemerken, dat de verwachte driftstroom er in het geheel niet was, als hij maar een paar keer peilingen had genomen. De stuurman is erger in zijn plicht tekort geschoten dan de kapitein (hij werd als betrokkene gehoord) had voorzien," aldus de heer Metz, die kapitein F. van D. uit Spijk niet medeschuldig achtte. De raad zal in deze zaak schriftelijk uitspraak doen.