Name ship: AMBIORIX

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1948
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number:
Nat. Official Number: 9064 Z ROTT 1954
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Shelterdeck open
Masts: Two masts
Rig: 4 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 2
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerven Gebr. van Diepen, Waterhuizen, Netherlands
Yardnumber: 906
Date Laid Down:
Launch Date: 1948-07-24
Delivery Date: 1948-11-23
Technical Data

Engine Manufacturer: Werkspoor N.V., Amsterdam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 600
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Werkspoor nr. 941 Type TMABS278 (270x500) 300 rpm
Speed in knots: 10.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 223.00 Net tonnage
Deadweight: 794.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 60391 Cubic Feet
Bale: 53681 Cubic Feet
 
Length 1: 59.34 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 56.08 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 9.24 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.58 Meters Depth, moulded
Draught: 3.35 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1957-05-00: Na herstel GRT 500, NRT 223, Ll 56,93

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1948-11-23 AMBIORIX
Manager: Plouvier Maritime S.A., Antwerp, Netherlands
Owner: 'Sonaco', Societe de Navigation et de Commerce S.A., Antwerp, Belgium
Shareholder:
Homeport / Flag: Antwerp / Belgium
Callsign: ONAK
Additional info:

Date/Name Ship 1954-10-25 AMBIORIX
Manager: N.V. 'Vola' Transport-Maatschappij, Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. Motorschip 'Maraboe' (31.12.1954 N.V. Scheepvaart Mij 'Maraboe'), Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PCOK
Additional info:

Date/Name Ship 1956-07-07 AMBIORIX
Manager: N.V. 'Vola' Transport-Maatschappij, Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. 'Vola' Transport-Maatschappij, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PCOK
Additional info:

Date/Name Ship 1960-08-01 SCHINKELSTROOM
Manager: N.V. 'Vola' Transport-Maatschappij, Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. 'Vola' Transport-Maatschappij, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PHJU
Additional info:

Date/Name Ship 1962-02-12 SCHINKELSTROOM
Manager: Rotterdamse Bevrachtings- & Scheepvaart Maatschappij N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Maarten Moerman en Johannes Emilius Martinus Oosterwaal, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PHJU
Additional info:

Date/Name Ship 1962-05-04 SCHINKELSTROOM
Manager: Rotterdamse Bevrachtings- & Scheepvaart Maatschappij N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Maarten Moerman, Schiedam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Schiedam / Netherlands
Callsign: PHJU
Additional info:

Date/Name Ship 1962-05-04 VIKING
Manager: Rotterdamse Bevrachtings- & Scheepvaart Maatschappij N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Maarten Moerman, Schiedam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PIGK
Additional info:

Date/Name Ship 1965-11-09 LAURA SCOTTI
Manager: Aldo Scotti, Naples, Italy
Owner: Aldo Scotti, Naples, Italy
Shareholder:
Homeport / Flag: Naples / Italy
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1954-10-26: Op 26-10-1954 als AMBIORIX, zijnde een stalen motorvrachtschip, metende 1416,26 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 18-10-1954 no. 9629, liggende te Amsterdam door A.P. Blok, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Amsterdam, van een brandmerk voorzien door het inbeitelen van 9064 Z ROTT 1954 op het achterschip aan B.B. zijde in het achterschot van de kombuis, 4,85 m. uit de hekplaat, 2.25 m. uit de lengteas, 1.43 m. uit dek.

1956-11-25: In het Kieler Kanaal, tijdens een sneeuwstorm, in aanvaring gekomen met het Oost-Duitse ms ''Rostock'' en gezonken. Een bemanningslid kwam hierbij om. Het schip was op weg van Amsterdam naar Kopenhagen. Op 12 dec. 1956 gelicht en naar Hamburg gesleept voor reparatie. In mei 1957 weer in de vaart. GRT 500, NRT 223, LL 56,93.
Algemeen Handelsblad 26-11-1956: Kustvaarder Ambiorix vergaan in Noord-Oostzeekanaal.Een opvarende verdronken; vier anderen gewond.
In het Noord-Oostzee-kanaal is zondagmorgen de Nederlandse kustvaarder Ambiorix' (499 ton) tengevolge van een botsing met het Oostduitse s.s. Rostock (3269 ton) gezonken. Van de elf opvarenden van de Ambiorix is de 23-jarige F. A. Antonius verdronken. Vier anderen, onder wie de kapitein Dirk Visser, werden gewond en zijn in het ziekenhuis te Brunsbüttelkoog opgenomen de overigen konden worden gered. De andere gewonden zijn de eerste stuurman Anton van der Gaag, de machinist G. Bosker en de Portugese matroos J. Gomez. De Ambiorix was eerst met de Rostock in aanvaring gekomen en is toen op de zuidelijke oever van het kanaal gevaren. Op eigen kracht kon het schip weer los komen, maar enige minuten daarna zonk het dwars in het kanaal Even later liep de Duitse kustvaarder Marido (260 ton) op het wrak en kreeg een zwaar lek. De Rostock liep aan bakboord een scheur op van zes meter; een anker werd weggerukt. Van de overlevenden van de Ambiorix zwommen er vier door het ijskoude water naar de wal, waar zij in een boerderij worden verzorgd; twee werden door een ander schip uit het water gehaald en naar Rendsburg gebracht; de vier gewonden werden door het Duitse schip Schwinge uit het water gered. De Ambiorix die het eigendom ig van de N.V. m.s. „Maraboe" in Rotterdam, was op weg van Amsterdam naar Kopenhagen.
NvhN 26-11-1956: Na botsing in zware sneeuwstorm. Nederlands m.s. Ambiorix gezonken Bemanning (op één na) kon gered worden.
Het Nederlandse motorschip Ambiorix, 499 brt metend en toebehorende aan de N.V. M.S. Maraboe te Rotterdam, is zondagochtend om 5.30 uur in het Nord Ostzeekanal, tien kilometer ten oosten van Brunsbüttelkoog, gezonken. De bemanning kon met uitzondering van drie leden, die als vermist werden opgegeven, in veiligheid worden gebracht. Het ongeluk geschiedde, toen de Ambiorix tijdens een zware sneeuwstorm in botsing kwam met het stoomschip Rostock, afkomstig uit Wismar in de Sovjet-zone van Duitsland. Ter vaststelling van de oorzaak van de aanvaring is de Rostock in Brunsbüttelkoog voor anker gegaan. De Ambiorix bevond zich op weg van Amsterdam naar Kopenhagen. De botsing tussen de Ambiorix en de Rostock vond plaats in de west-uitgang van het kanaal. Het scheepvaartverkeer kon, nadat de Ambiorix gezonken was, weer normaal doorgaan. Het Duitse schip Schwinge heeft de geredde bemanning van het Nederlandse schip aan boord genomen.Vier gewonden. Omtrent de ondergang van de Ambiorix wordt nader vernomen, dat van de 11 opvarenden vier ernstig zijn gewond. Een opvarende, de 23-jarige kok F. A. Antonis, is verdronken. De gewonden zijn: de kapitein D. Visser (58), eerste stuurman A. van der Gaag (36), machinist G. Bosker (25) en matroos J. Gomex (Portugees). Alle vier zijn opgenomen in het ziekenhuis van Brunsbüttelkoog. Het stoffelijk overschot van Antonis is geborgen. Naar bij het voorlopig onderzoek is vastgesteld, is de Ambiorix met het Oostduitse schip Rostock in aanvaring gekomen en daarna op de zuidelijke oever van het kanaal gevaren. Op eigen kracht kon de Ambiorix weer loskomen, doch enige minuten later zonk het dwars in het kanaal. Tweede aanvaring. Kort daarna kwam het Westduitse motorschip Marido ter plaatse voorbij en voer recht op het geheel onder water liggende Nederlandse schip. Op de voorsteven van de Ambiorix bleef de Marido vastzitten. Het scheepje kreeg een lek van ongeveer 30 cm lengte en maakte water. Het lek kon echter spoedig provisorisch gedicht worden. Ook de Rostock had bij de botsing beschadiging aan de boeg aan bakboordzijde opgelopen. Een scheur van ruim 6 meter was in de scheepshuid ontstaan. Een anker van de Rostock werd weggerukt. Van de ongedeerd gebleven opvarenden van de Ambiorix zwommen er vier door het ijskoude water naar de wal, waar zij in een boerderij vriendelijke hulp ontvingen. De twee overigen werden door een ander schip uit het water gered. De vier gewonde opvarenden zijn door het Duitse schip Schwinge uit het water gehaald. De Ambiorix werd in 1948 gebouwd op de scheepswerf Van Diepen te Westerbroek.
Algemeen Handelsblad 08-02-1957: Scheepsramp in NoordOostzeekanaal. Geen straf aan gezagvoerder Ambiorix opgelegd. Op 25 november van het vorige jaar verdween de 499 brt metende kustvaarder Ambiorix na een aanvaring in het Noord-Oostzeekanaal (het vroegere Kielerkanaal) met het 3000 brt metende Duitse schip Rostock in de diepte; alle leden van de bemanning sprongen in het duister overboord en bereikten zwemmend een ander schip, behalve de kok, die niet kon zwemmen en verdronk. De kapitein van de Ambiorix moest zich verantwoorden voor de Raad van de Scheepvaart. Hij vertelde, dat hij met westerstorm op volle kracht om het schip behoorlijk te kunnen sturen, was ingevaren. Toen een tegenligger naderde is de Ambiorix, waarschijnlijk doordat de vaart tot halve kracht werd teruggebracht, even naar bakboord uitgegaan maar heeft dadelijk daarop op het commando „stuurboord" gehoorzaamd. De Rostock ging eveneens bakboord uit en ramde de Ambiorix, die een groot gat aan bakboord opliep. De gezagvoerder van de Ambiorix heeft zijn schip toen nog tegen de wal kunnen zetten en heeft een tros van het achterschip vastgemaakt aan een ducdalf. Een uur later kwam er een ander groot schlo langs, door de zuiging knapte de tros af en dreef de Ambiorix het kanaal weer op; het schip maakte ineens slagzij en kapseisde twee è, drie minuten later. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart, de heer J. Metz, noemde de manoeuvre van het Duitse schip voorbarig De heer Metz noemde het een tekortkoming, dat de kapitein, toen zijn schip op de wal zat, geen sein heeft gehesen om deze moeilijke positie aan andere schepen kenbaar te maken en dat hij niet meer middelen heeft gebruikt om zijn schip toen in een steivger positie « gehouden; ten aanzien van de aanvaring wilde de hoofdinspecteur geen oordeel vellen. Hij achtte de kapitein medeschuldig door bovengenoemde omissies maar vroeg geen correctie toe te passen. De Raad nam dit voorstel over en zal zijn overwegingen schriftelijk bekend maken.
07-03-1957 Uitspraak Raad voor de Scheepvaart Nr. 14. Van de Raad voor de Scheepvaart inzake de aanvaring van het motorschip „Ambiorix" met het Duitse motorschip „Rostock" in het Noord-Oostzeekanaal en het daarna zinken van het Nederlandse schip. Betrokkene: de kapitein D. Visser.
Op 25 november 1956 is het motorschip „Ambiorix" op de reis van Amsterdam naar Kopenhagen in het Noord-Oostzeekanaal in aanvaring gekomen met het Duitse motorschip „Rostock" en is enige tijd later gezonken. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze aanvaring en dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de kapitein van de „Ambiorix", Dirk Visser, wonende te Scheveningen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 7 februari 1957, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart. De raad nam kennis van de stukken van 'net voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces-verbaal van de verhoren van de kapitein en de 1ste machinist, zomede van een verklaring, door de kapitein afgelegd voor de consul-generaal te Hamburg, benevens verklaringen van de kapitein van de „Rostock" en de loods van de „Ambiorix" en van een kaart van het Kielerkanaal, en hoorde de kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette de betrokkene, aan wie voormelde beslissing was meegedeeld, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en bescheiden is de raad het volgende gebleken: Het motorschip „Ambiorix" is een Nederlands schip, toebehorende aan N.V. Vola Transport Mij., te Rotterdam. Het meet 499 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 600 pk motor. Op de reis van Amsterdam naar Kopenhagen bevond de „Ambiorix" zich op 25 november 1956, te 4 uur, in de oude sluis van Brunsbuttel. Het schip was beladen met stukgoed; de diepgang was gemiddeld 32 dm. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 12 personen. Te 4.40 uur verliet de „Ambiorix" onder aanwijzing van de loods H. W. Carstensen de sluis en voer het kanaal in. Het was buiig weer met westelijke wind. kracht 8—9. Na enige tijd ondervond men onderkoelde regen. Er werd vanaf de bovenbrug genavigeerd; daar bevonden zich de kapitein, ds loods, de stuurman en een roerganger. Om met de van achter komende stormachtige wind goed te sturen, moest volle kracht worden gevaren. Toen de „Weiche Kudensee" werd genaderd, bleek daar een sein te staan, dat aangaf, dat de „Ambiorix" vrije doorvaart had. Volgens de loods stond toen de machine op halve kracht vooruit. De 1ste machinist heeft verklaard, dat steeds kanaalvaart werd gedraaid, gemiddeld 285 slagen. Toen genoemd sein werd gezien, zag men tegelijk eerst de twee toplichten, even later beide zijlichten van een tegenkomer, die snel bleek te naderen en die later bleek het Duitse motorschip „Rostock" te zijn. Vermoedelijk door ijsaanslag waren de lichten niet duidelijk te zien. Toen de afstand was afgenomen, volgens de loods tot 200 m, liet hij een weinig s.b.-roer geven en de kapitein gaf een korte stoot op de fluit. Het roer werd naar stuurboord gedraaid, maar het schip liep naar bakboord; volgens de loods gebeurde dit reeds even voordat het stuurrad naar stuurboord werd gedraaid. Onmiddellijk werd het roer stuurboord aan boord gedraaid en nu begon de „Ambiorix" naar stuurboord te draaien. Toen zag men, dat de „Rostock" naar bakboord begon te draaien; men heeft geen geluidssein van dat vaartuig gehoord. Op de „Ambiorix" werd onmiddellijk de machine op volle kracht achteruit gezet, maar even later trof de „Rostock" met haar voorsteven b.b.-zij van de „Ambiorix" ter hoogte van da voorkant van luik I. B.b.-anker van de „Rostock" viel aan dek van de „Ambiorix". Door de schok van de aanvaring draaide de „Ambiorix" over stuurboord rond en kwam met haar b.b.-zij tegen s.b.-zij van de „Rostock" te liggen, maar daarna kwamen de schepen vrij van elkaar. Daar was bemerkt, dat het ruim water maakte, werd besloten het schip aan de zuidkant van het kanaal met het voorschip aan de grond te zetten. Met volle kracht draaiende motor werd het voorschip tegen de wal gedrukt. Het schip lag toen ongeveer Z.W. voor; één der dukdalven, welke zich daar in de „Weiche" (een verbreding van het kanaal) bevinden, bevond zich aan b.b.-zij ter hoogte van de midscheeps. Daar werd van b.b.-achterschip een stalen tros als spring opgezet en nadat deze stijf was gezet, werd de machine gestopt. De aanvaring geschiedde te circa 5.15 uur; tien minuten later lag het schip tegen de kant. Ondertussen werd op het ruim gelensd; verder gaf de kapitein de 1ste machinist order s.b.-bodemtank te vullen om zoveel mogelijk het gat aan bakboord boven water te krijgen. Gedurende ongeveer 10 minuten is met de ballastpomp water gepompt in tanks stuurboord I en II; daarna gaf de kapitein order dit te stoppen. Te omstreeks 6.25 uur passeerde een groot schip, van het westen komende, de „Weiche". Door de zuiging brak het spring en begon de „Ambiorix" van de kant naar het midden van het kanaal te glijden. De stuurman, die de wacht had, meldde dit onmiddellijk aan de kapitein en de loods. Ondanks langzaam vooruitdraaien met de motor kwam het schip niet weer naar de kant. De „Ambiorix" kreeg toen slagzij over stuurboord; de machinist stopte de lenspomp en wilde gaan pompen op tanks stuurboord I en II, maar dit is niet meer gelukt, doordat het schip steeds meer slagzij kreeg. Hij heeft het manoeuvreerwiel op langzaam voor uitdraaien vastgezet en moest toen de machinekamer verlaten. Ongeveer 2 a 3 minuten nadat het spring was gebroken, kenterde de „Ambiorix" en verdween onder water. Er was geen tijd om een sloep te strijken en de opvarenden moesten te water springen, waarbij de meesten zelfs geen gelegenheid hadden gehad om een zwemvest aan te doen, en zwommen naar de wal of naar een daar liggend schip. Alleen de kok A. M. Antonis is verdronken; deze kon niet zwemmen. Vanaf het Duitse motorschip „Schwinge" heeft men nog een boei naar hem geworpen, maar de kok kon deze niet bereiken. Alle andere opvarenden werden gered. De 1ste machinist heeft nog verklaard, dat de aanvaring plaatsvond op het moment, dat de motor op achteruit zou aanslaan; daarna heeft deze enige minuten achteruitgedraaid. Van de zijde van de „Rostock" is verklaard, dat dit schip 3269 brutoregisterton meet, 97 m lang is en een diepgang had van 5,95 m. Toen dit schip, dat 25 november 1956, te 1.10 uur, bij Nubbel van loods had gewisseld, de „Weiche Kudensee" naderde, zag men, dat een sein daar aangaf, dat het mocht door varen. De vaart werd geminderd van halve kracht vooruit tot langzaam. Men zag vooruit de lichten van de „Ambiorix". De „Rostock" gaf een lange stoot als aandachtssein. Daarna zag men, dat de „Ambiorix" naar bakboord draaide en dit schip toonde het groene zijlicht. Daar men aannam, dat de tegenkomer wilde gaan meren op de dukdalven aan de noordkant, gaf de „Rostock" nog eens een aandachtssein en vervolgens 2 keer 2 korte stoten en b.b.-roer. Toen de „Rostock" reeds begon naar bakboord te draaien, zag men de „Ambiorix" naar stuurboord draaien. Op de „Rostock" werd de machine op volle kracht achteruit gezet en werden 3 korte stoten gegeven, maar even later trof haar steven b.b.-voorschip van de „Ambiorix". Dit schip draaide rond en kwam even tegen s.b.-zij van de „Rostock" te liggen, maar kwam weldra vrij. Daarna zag men de „Ambiorix" naar de zuidkant verstomen. De „Rostock" had schade aan de boeg en verloor b.b.-anker. Op haar vraag of hulp nodig was, heeft de „Ambiorix" niet geantwoord en de „Rostock" zette haar reis naar Brunsbuttel voort. Ter zitting verklaarde de kapitein geheel overeenkomstig het hiervóór vermelde. Hij voegde daaraan toe, dat, toen de „Ambiorix" op 25 november 1956, te 4 uur, in de sluis van Brunsbuttel lag, noch de loods, noch hij zelf het minder raadzaam achtte om de reis onder de bestaande omstandigheden voort te zetten. Er stond een stormachtige westenwind, die recht van achter inkwam. Het schip gierde daardoor nogal en dit maakte het noodzakelijk om na het verlaten van de sluis steeds bijna volle kracht te varen. Vóór de „Weiche Kudensee" is geen vaart geminderd. Daar werd een sein getoond, dat de „Ambiorix" mocht doorvaren. Men zag vooruit de toplichten en even later de beide zijlichten van de tegenkomende „Rostock". De loods, die de navigatie feitelijk leidde, gaf order s.b.-roer; betrokkene weet niet meer of het schip, reeds even voordat deze order werd gegeven, begon naar bakboord uit de koers te lopen, of dat het dit daarna deed. Het staat vast, dat de „Ambiorix" eerst naar bakboord ging, maar zij kwam weldra naar stuurboord nadat de loods hard s.b.-roer had laten geven. De kapitein had zelf een korte stoot op de fluit gegeven. Toen de „Ambiorix" begon naar stuurboord te draaien, zag men, dal de „Rostock" naar bakboord begon te draaien. Men heeft van dat schip geen enkel geluidssein gehoord. Daar de afstand tot de schepen slechts kort was, is onmiddellijk de telegraaf op volle kracht achteruit gezet, maar even daarna werd b.b.-voorschip getroffen door de boeg van de „Rostock". Door de schok sloeg de „Ambiorix" rond en kwam even met b.b.-zij tegen s.b.-zij van de „Rostock" te liggen, maar weldra waren de schepen vrij van elkaar. De „Ambiorix" was ernstig beschadigd en de stuurman meldde na korte tijd, dat het ruim veel water maakte. Besloten werd het schip aan de zuidkant van het kanaal aan de grond te zetten. Het gelukte de kop tegen de oever te brengen; een dukdalf bevond zich toen aan b.b.-zij in de midscheeps. Hierop werd een stalen tros vanaf het achterschip vastgemaakt; dit was een goede tros van 20 mm doorsnee. Toen het schip zo vastlag, is de machine gestopt. Op order van de loods werden enige lichten buitenboord gehangen, maar er is geen lichtensein opgezet, dat passerende schepen duidelijk kon maken, dat de „Ambiorix" ernstig beschadigd aan de grond zat. De kapitein wilde allereerst trachten het gat aan bakboord boven water te brengen; hij liet daarom een s.b.-bodemtank vullen. De kapitein was met de loods steeds op de brug. Te 6.25 uur meldde de stuurman, dat de achtertros was gebroken. De kapitein zette de telegraaf op langzaam vooruit, maar eer de motor aansloeg, was het schip reeds ver van de kant gedreven. Door zuiging van een passerend schip was de tros gebroken. Het schip kreeg nu snel slagzij over stuurboord en niet meer dan 2 a 3 minuten, nadat de tros was gebroken, kenterde de „Ambiorix" en zonk vervolgens. Er was geen tijd geweest om een sloep te strijken en verschillende opvarenden moesten zonder zwemvest buitenboord springen. Behalve de kok konden allen worden gered. De kapitein heeft nog verklaard, dat hij niet kan zeggen hoeveel zijn schip vóór de aanvaring naar bakboord is gedraaid, maar hij neemt niet aan, dat dit zoveel was, dat de „Rostock" kon aannemen, dat de „Ambiorix" het andere schip aan de verkeerde kant wilde passeren. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat op 25 november 1956 de „Ambiorix" de sluis van Brunsbuttel verliet om naar Kiel te stomen. De wind was west met kracht 8 a 9. Behalve van de windsterkte hangt het in zo'n geval ook af van de toestand van het schip, of het raadzaam moet worden geacht om te varen of te blijven liggen. De kapitein en de loods moeten ervan overtuigd zijn, dat bij harde wind van achter de reis kan worden aangevangen. Het schip heeft steeds gevaren met vrij grote snelheid, 285 slagen volgens de machinist. Het varen met harde wind van achter is vrij riskant. Toch kan men niet zonder meer zeggen, nu een aanvaring heeft plaatsgevonden met de tegenkomende „Rostock", dat deze het gevolg is van het minder goede sturen van de „Ambiorix". Op de „Rostock" moet men hebben begrepen, dat een tegenkomer bij de heersende wind minder goed zou sturen. Op de ,,Rostock" zag men op een gegeven moment het groene zijlicht van de „Ambiorix"; zij concludeerde daaruit, dat dit schip dus wel naar de noordkant zou gaan. Deze conclusie is te voorbarig; zij had moeten vaart minderen en opletten wat het andere schip wilde doen, maar niet direct moeten aannemen, dat de ander groen op groen wilde passeren. De „Ambiorix" ging daarna stuurboorduit. De „Rostock" ging bakboorduit; zij gaf signalen, maar deze zijn op de ,.Ambiorix" niet gehoord. Er ontstond een aanvaring, waardoor de „Ambiorix" ernstig werd beschadigd. Achteraf kan men nu wel zeggen, dat het beter was geweest, indien de „Ambiorix" de reis niet had aangevangen. Toch is hier het gieren van dit schip niet de enige oorzaak van de aanvaring, maar eerder de verkeerde reactie van de ..Rostock". De kapitein van de „Ambiorix" heeft niet een te groot risico genomen door deze reis aan te vangen. Na de aanvaring is de „Ambiorix" rondgeslagen tot tegen de „Rostock" en daarna vrijgekomen. Zij is tegen de zuidoever gezet en gemeerd op een dukdalf. Onder slechte omstandigheden, slecht weer en harde wind en in het donker, is goed gemanoeuvreerd en weldra lag het schip met het voorschip tegen het talud en achter op een dukdalf gemeerd. De kapitein wilde allereerst trachten het gat boven water te brengen. Het is jammer, dat hij niet een sein heeft opgezet om aan te geven, dat zijn schip zich in een gevaarlijke positie bevond en dat andere schepen voorzichtig moesten passeren. Het is ook jammer, dat hij er niet aan heeft gedacht het schip beter vast te maken door meer trossen of een anker. Een ander schip passeerde en heeft de „Ambiorix" van de wal gezogen; zij is spoedig daarna gezonken. Hier in het kanaal is niet aan de mogelijkheid van zinken gedacht. Toch had men daaraan moeten denken. Nu moesten de opvarenden te water springen en de kok is verdronken. De hoofdinspecteur wijst nog eens op de omissies van de kapitein, allereerst het niet tonen van een sein voor andere schepen en dan het niet goed vastmaken van zijn schip. De hoofdinspecteur acht de kapitein niet schuldig aan de aanvaring, maar acht hem wel medeschuldig aan het zinken van zijn schip. Hij stelt de raad voor geen strafmaatregel op de kapitein toe te passen. Het oordeel van de raad luidt als volgt: Met betrekking tot de aanvaring, welke op 25 november 1956 in het Noord- Oostzeekanaal heeft plaatsgevonden tussen het Nederlandse motorschip „Ambiorix" en het Duitse motorschip „Rostock", waarbij eerstgenoemd schip ernstig is beschadigd en ten gevolge daarvan kort na de aanvaring is gekenterd en gezonden, moet, op grond van het door de raad gehouden onderzoek, de navolgende toedracht als genoegzaam feitelijk vaststaand worden aangenomen. Beide schepen waren ongeveer in het midden van het kanaal, toen zij uit tegengestelde richting de „Weiche Kudensee" naderden en elkaar als tegenliggers hebben opgemerkt. De „Ambiorix" voer daarbij aanvankelijk met volle kracht, omdat bij geringere snelheid, als gevolg van de stormachtige westenwind (windkracht 8 tot 9), welke het schip in de rug had, het schip ging gieren en moeilijk bestuurbaar werd. Juist toen aan boord van de „Ambiorix" bij het bereiken van de ..Weiche Kudensee" de motor op halve kracht werd gezet en de loods een weinig s.b.-roer liet geven, onder het geven van een korte stoot op de fluit, ten einde voor het passeren van de „Rostock" naar stuurboord uit te wijken, gierde de „Ambiorix" als gevolg van de storm naar bakboord uit, waardoor dit schip een ogenblik aan de „Rostock" slechts het groene licht toonde. Dit is aan boord van de „Rostock" opgemerkt en daaruit werd ten onrechte de conclusie getrokken, dat de „Ambiorix" naar de noorderwal wilde overlopen en groen op groen wilde passeren, waarop de „Rostock" onverwijld naar bakboord heeft uitgestuurd en naar bakboord ging overlopen, toen de „Ambiorix" het gieren naar bakboord corrigeerde door hard s.b.-roer te geven en naar stuurboord uitging. Daar de schepen elkaar inmiddels tot op zeer korte afstand waren genaderd, was een aanvaring niet meer te voorkomen en deze is dan ook gevolgd, waarbij de veel grotere „Rostock" met haar steven in het b.b.voorschip van de „Ambiorix" is gelopen, daarbij ernstige schade ook onder de waterlijn aan laatstgenoemd schip toebrengend, terwijl door de kracht van de aanvaring de „Ambiorix" geheel is rondgeslagen en met haar b.b.-zijde langs de s.b.-zijde van de „Rostock" is komen te liggen. Hierna raakten de schepen vrij van elkaar en nadat de „Rostock" was doorgevaren, heeft betrokkene gepoogd zijn schip aan de zuiderwal, waar meerpalen staan, aan de grond te krijgen. Dit is hem in zoverre gelukt, dat hij de „Ambiorix" heeft kunnen brengen tussen de meerpalen met het voorschip tegen de zuiderwal, terwijl vanaf het achterschip een stalen tros is vastgezet op één der meerpalen. Deze maatregelen kunnen de goedkeuring van de raad wegdragen; immers hierdoor bereikte betrokkene, dat zijn schip voorlopig gemeerd lag dicht aan de wal en zoveel mogelijk buiten het vaarwater, waarbij hij gelegenheid kreeg de toestand van zijn schip te onderzoeken en maatregelen te nemen. Hierbij heeft betrokkene alle aandacht echter besteed aan maatregelen, waardoor hij hoopte het lek in zijn schip boven water te brengen, en heeft hij verzuimd op twee punten de noodzakelijke voorzichtigheid te betrachten. In de eerste plaats heeft hij nagelaten de voorgeschreven lichtseinen aan te brengen ter waarschuwing van de scheepvaart omtrent zijn benarde toestand en in de tweede plaats heeft hij behalve gemelde ene tros geen andere middelen aangewend, b.v. ankers, om zijn schip deugdelijk gemeerd te houden, waarvan het gevolg is geweest, dat, toen ongeveer een uur later een schip passeerde en de tros door de daarbij ontstane zuiging brak, de „Ambiorix" achteruit het kanaal is ingedreven, door de wind is gegrepen en, voordat men de motor kon aanzetten, met het achterschip naar de zuiderwal is gekenterd en gezonken. Daar er geen tijd en gelegenheid was om een sloep te strijken, moesten alle opvarenden te water springen en het mag een geluk heten, dat zij op één na allen zijn gered, met uitzondering van de kok, die niet kon zwemmen en die hierbij jammerlijk is verdronken. Gelet op voormelde feiten, is de raad van oordeel, dat aan betrokkene met betrekking tot de aanvaring geen schuld kan worden verweten. Achteraf bezien, zou geoordeeld kunnen worden, dat betrokkene beter had gedaan door in Brunsbuttel te blijven liggen en de vaart door het kanaal bij donker onder de heersende storm, welke de bestuurbaarheid van zijn schip zo ongunstig beïnvloedde, niet aan te vangen, doch de raad wil aan betrokkene daarvan geen verwijt maken, te minder daar naar zijn oordeel het gieren van de „Ambiorix" niet de directe oorzaak van de aanvaring is geweest, doch veeleer de voorbarige reactie van de ..Rostock". Ook voormelde tekortkomingen in voorzichtigheid van betrokkene na de aanvaring acht de raad niet van zoveel gewicht, dat op grond daarvan zou moeten worden gecorrigeerd. De raad beslist derhalve, dat ter zake van de onderhavige scheepsramp aan betrokkene geen straf behoort te worden opgelegd. Aldus gedaan door de heren mr. G. A. Schreuder, 2de plv. voorzitter, H. A. Broere, J. Tissot van Patot en A. Kunst, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken door voornoemde voorzitter ter openbare zitting van de raad van 7 februari 1957. (Get.) G. A. Schreuder, A. Boosman.
Algemeen Handelsblad 12-03-1957: Kapitein Ambiorix niet schuldig. Uitspraak Raad voor de Scheepvaart. Op 25 november van het vorig jaar verdween de 499 brt. metende kustvaarder Ambiorix na een aanvaring in het Noordoostzeekanaal (het vroegere Kielerkanaal) met het 3.000 brt. metende Duitse schip Rostock in de diepte. Alle leden van de bemanning sprongen in het duister over boord en bereikten zwemmend een ander schip, behalve de kok, die niet kon zwemmen. Hij verdronk. De Raad voor de Scheepvaart, schriftelijk uitspraak doende, heeft beslist, dat terzake van deze scheepsramp aan de kapitein, van de Ambiorix geen straf behoort te worden opgelegd. De kapitein van de Ambiorix was met westerstorm op volle kracht om het schip behoorlijk te kunnen sturen, het kanaal ingevaren. Toen een tegenligger naderde is de Ambiorix, waarschijnlijk doordat de vaart tot halve kracht werd teruggebracht, even naar bakboord uitgegaan maar heeft dadelijk daarop het commando „stuurboord" gehoorzaamd. De Rostock ging eveneens bakboord uit en ramde de Ambiorix, die een groot gat aan bakboord opliep. De kapitein heeft zijn schip toen tegen de wal kunnen zetten en een tros van het achterschip vastgemaakt aan een ducdalf. Een uur later kwam een ander groot schip langs; door de zuiging knapte de tros af en dreef de Ambiorix het kanaal weer op. Het schip maakte ineens slagzij en kapseisde enkele minuten later.

1967-03-08: Final Fate: Tijdens een reis van Leixoes naar La Spezia met een lading ijzererts, is tijdens slecht weer de lading ijzererts gaan schuiven en is het schip bij de Portugese kust ten zuiden van de monding van de Taag (strand van Caparica) na slagzij en explosie gezonken. Een opvarende kwam om het leven.

Ship Masters Data

Images


Description: De proefvaart en oplevering op 23 nov. 1948 van de voor Belgische rekening gebouwde 'Ambiorix'
Image type: Photo

Description: 'Ambiorix'
Image type: Photo

Description: 'Schinkelstroom' (ex 'Ambiorix')
Image type: Photo

Description: 'Schinkelstroom' (ex 'Ambiorix')
Image type: Photo

Description: 'Viking' (ex 'Ambiorix')
Image type: Photo
Sources