Name ship: ANNA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1918
Classification Register: Germanischer Lloyd (GL)
IMO number:
Nat. Official Number: 10660 ROTT 1918
Category: Cargo vessel
Propulsion: Aux. Sailing Vessel
Type: Cutter
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts: Two masts
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepsbouwwerf 'De Amer', v/h Gebr. Tak, Geertruidenberg, Netherlands
Yardnumber: 56
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1918-00-00
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 2
Power: 60
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 847 Type C/D (10 3/4x13 1/2)
Speed in knots: 6.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 175.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 115.00 Net tonnage
Deadweight: 225.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1: 32.85 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 30.19 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.68 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.83 Meters Depth, moulded
Draught: 2.67 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1918-00-00 ANNA
Manager: J. Verheul, Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. Thetis (Motorkotter Anna), Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NDHW
Additional info:

Date/Name Ship 1921-05-28 ANNA
Manager: J. Verheul, Rotterdam, Netherlands
Owner: J. Verheul, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NDHW
Additional info:

Date/Name Ship 1922-11-22 ANNA
Manager: J. Verheul, Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. Motorkotter 'Anna', Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NDHW
Additional info: 1934 call sign PCRA

Ship Events Data

1921-05-28: Op 28 mei 1921 wordt het eigendom van de 'ANNA' van N.V. Zeevaart Maatschappij 'Tethys' overgeschreven op Jan Verheul als enige eigenaar.

1927-12-27: Op 27.12.1927 liggende te Vlissingen van een nieuw brandmerk voorzien: 2814 Z ROTT 1927

1936-09-04: Op 4 september 1936 om 19.30 uur vertrok de 'ANNA' van Cantley (aan de Yare, circa 10 kilometer landinwaarts van Great Yarmouth) naar Groningen met een lading van 205 schuimaarde en passeerde om 21.15 uur het lichtschip 'CORTON'. Er stond een stijve west-zuid-westenwind. Om 23.00 uur bemerkte men dat het schip slagzij over stuurboord kreeg en men stelde vast dat de lading voor het grootste gedeelte een brijachtige massa was geworden. De slagzij werd steeds erger en de zes opvarenden verlieten het schip omstreeks 24.00 uur. Kort na middernacht, op 5 september, zonk de 'ANNA', die plat op de zijde lag, eerst met het voorschip in de golven weg en was verloren. De zes leden van de bemanning werden 12 uur later uit de reddingboot gered door een Britse trawler en naar Grimsby gebracht. Schuimaarde is een afvalprodukt van een suikerfabriek dat als kunstmest wordt gebruikt. De 'ANNA' was het eerste schip dat schuimaarde over zee zou vervoeren. Door het slingeren van het schip was deze lading vloeibaar geworden en de ramp viel de gezagvoerder niet aan te rekenen omdat deze onbekend was met de eigenschappen van deze lading.

Leeuwarder courant 07-09-1936: Nederlandsch schip bij Engelsche kust gezonken. Bemanning gered. Een Lloyds telegram meldt: Het Nederlandsche motorschip „Anna", varende van Cantley naar Groningen, dat van Yarmouth vertrok, is, doordat de lading is gaan werken, in den nacht van Vrijdag op Zaterdag nabij het Corton-lichtschip gezonken. De uit zeven koppen bestaande bemanning is veilig te Yarmouth geland. De opvarenden hebben heel wat bange uren doorgemaakt in een open reddingboot, alvorens zij door den treiler „Bolerus" werden opgepikt. Zoodra de ..Anna" begon te zinken gaf kapitein Nieboer, de eigenaar van het schip, bevel de reddingbooten te strijken. De kapitein, zijn echtgenoote. die eveneens aan boord was en de overige leden van de bemanning hebben daarin dertien uren ep zee rondgezwalkt in een gierenden wind. Toen werden zij opgemerkt door opvarenden van den treiler ..Bolerus", die de Nederlanders Zaterdagavond behouden te Yarmouth aan wal heeft gezet. In den tijd van een half uur zakte de „Anna" dieper en dieper, plotseling sloeg het schip om en verdween in de golven.
De grondwet 07-09-1936: Nederlandsch schip vergaan. De schipbreukelingen gered (7) Vrijdagnacht is de Nederlandsche motorschoener „Anna" (eigenaar en gezagvoerder de heer Nieboer) op de Noordzee omgeslagen. De Nederlandsche bemanning, onder wie zich de vrouw van den schipper bevond, slaagde er in de reddingsboot uit te zetten en daarmede weg te varen. Een half uur nadat de bemanning het schip verlaten had, sloeg de „Anna" geheel om. In een vliegenden wind moesten de schipbreukelingen nog dertien uur over de woeste zee ronddobberen, alvorens zij werden opgemerkt door een Engelsch schip, dat de uitgeputte menschen aan boord nam. Zaterdagavond zijn zij te Yarmouth aangekomen.
De Telegraaf 07-09-1936: Het zinken van de “Anna”. Bemanning dertien uur in volle zee in de reddingboot.
Yarmouth, 5 Sept. — Het Nederlandsche m.s. Anna. van Cantley naar Groningen bestemd, dat den vorigen nacht Yarmouth verliet, is gelijk gemeld, ten gevolge van werking in de lading gezonken. De bemanning, die uit zeven leden bestaat, is te Yarmouth geland. Reuter meldt omtrent deze schipbreuk nog nader, dat de bemanning van de ..Anna" en de vrouw van den kapitein, nadat het motorschip Vrijdag te middernacht op de Noordzee was gezonken, dertien uur in een reddingboot hebben rondgedreven bij stormachtlgen wind voordat zij gered werden door den trawler „Bolerus". Met dit schip zijn zij Zaterdagavond in Yarmouth aangekomen. Kapitein Nieboer van de ”Anna" verklaarde dat hij Vrijdagavond Yarmouth had verlaten. Er stond een zware zee en het schip kon moeilijk koers houden Wij waren ten slotte genoodzaakt in de reddingbooten te gaan. zoo zeide kapitein Nieboer. en ontstaken fakkels doch deze werden niet opgemerkt.Toen wij een half uur in de boot zaten kapseisde de “Anna". Kapitein Nieboer is eigenaar van de „Anna"
Het Vaderland 26-09-1936: Het zinken van het motorzeilschip “Anna”. De Raad heeft een onderzoek ingesteld naar het slagzij maken en zinken van het motorzeilschip Anna op 4 September op de Noordzee. De kapitein verklaarde dat te Yarmouth 203 ton schuimaarde, een afvalproduct van suikerfabrieken, waaruit kunstmest bereid wordt, geladen was. Met grijper, was deze lading van de kade in het schip gestort, waarin geen veiligheidsschotten waren aangebracht. Op de thuisreis naar Groningen bij helder weer en een stijve bries van W.2.W. was het grootzeil met êên rif en de slagfok bijgezet. Deze laatste is spoedig weer neergehaald, daar ze blind sloeg achter het zeil. Des avonds viel het schip scheef over stuurboord, bij onderzoek bleek dat de lading een breiachtige massa was geworden. Het schip helde steeds meer naar stuurboord. Nadat vergeefs getracht was door noodselnen de aandacht van een stoomschip te trekken, is de boot uitgezet waarin de geheele bemanning plaats nam. Kort daarna is de Anna gezonken. Na ongeveer 12 uur in de open boot te hebben gedreven, is de bemanning in de buurt van Smiths Knol door een Engelsehen treiler opgepikt en te Grimsby aan wal gezet. Uit een met een monster schuimaarde genomen proef blijkt, dat deze stof, fijn gestampt zijnde, binnen een minuut van korrelig, breiachtig wordt. Bij voortgezette wrijving en na toevoeging van eenige druppels water wordt de schuimaarde meer en meer vloeibaar. Uitspraak van den Raad volgt later.
NvhN 31-10-1936: Het omslaan van de „Anna” De kapitein heeft gedaan wat hem mogelijk was. Gistermiddag heeft de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam uitspraak gedaan omtrent het ongeluk met den Groningschen motorschoener „Anna", welke op een reis over de Noordzee slagzij heeft gemaakt en daardoor is omgeslagen en gezonken.
De Raad is van oordeel, dat deze ramp is toe te schrijven aan het overgaan van de lading schuimaarde. Toen dit eenmaal was geschied, kon het schip niet meer worden behouden. Het is thans gebleken, dat de schuimaarde, die in behoorlijken toestand aan boord is gekomen, een zeer gevaarlijke lading is, doordat gedurende de reis, door de beweging van het schip, de lading vloeibaar is geworden, hetgeen vooraf niet was te voorzien. De kapitein heeft alles gedaan wat gedaan kon word enom althans de opvarenden nog in veiligheid te brengen, hetgeen hem tenslotte, na eenigen tegenslag, is gelukt.
14-11-1936 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart: No 102 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake het krijgen van slagzijde van den motorschoener Anna gedurende de reis over de Noordzee, ten gevolge waarvan het vaartuig is omgeslagen en gezonken. Op 4 September 1936 heeft de motorschoener Anna, gedurende de reis over de Noordzee met een lading schuimaarde, slagzijde gekregen, ten gevolge waarvan het vaartuig is omgeslagen en gezonken. In overeenstemming met het voorstel van den inspecteur- generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek naar de oorzaak van dit ongeval zou instellen, welk onderzoek ter zitting van 25 September 1936 in tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft plaats gehad. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie en hoorde als getuige Harm Nieboer, kapitein op de Anna ten tijde van het ongeval. Een monster der schuimaarde was ter tafel. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: De Anna was een Nederlandsche motorschoener, metende 175,28 bruto-, 114,98 netto-registerton, roepnaam P C R A, van de N. V. Motorkotter „Anna" te Rotterdam, onder directie van J. Verheul, aldaar. Te Cantley, een plaatsje aan de rivier Yare bij Great Yarmouth, was aanvang September 19'36 een lading zoogenaamde schuimaarde ingenomen, een afvalproduct van een suikerfabriek ter plaatse, dat als kunstmest wordt gebezigd. De aard van deze lading was den kapitein onbekend. Deze schuimaarde lag aan den wal in een door opgeworpen dijkjes gevormd bassin en was, althans wat de bovenste laag betrof, hard en droog. Deze bovenste laag is, als groote brokken, met grijpers in het ruim gestort, in het geheel 205 ton, waarmede het ruim voor ongeveer 60 pet. was gevuld. Vóór vertrek is de lading goed getremd. Op 4 September 1936 vertrok het schip naar Yarmouth, waar nog 500 gallon stookolie, zoomede de noodige proviand werd ingenomen. Te 7.30 uur 's avonds van 4 September vertrok de Anna van Yarmouth met bestemming Groningen. De bemanning bestond uit zes personen, waarbij de vrouw van den kapitein, die als hofmeesteres was aangemonsterd. Er stond een stijve W.Z.-westelijke wind met zuidoostelijke deining. Te 9.15 uur werd het lichtschip Corton gepasseerd en koers gesteld op de Eems, O.t.N. per kompas. Het grootzeil — met één rif — en de stagfok werden bijgezet. De stagfok werd spoedig weer neergehaald, daar deze blind sloeg achter het zeil. Des avonds te 11 uur bemerkte de kapitein, dat het schip een helling had gekregen over stuurboord. Het vele water, dat telkens aan dien kant — te loevert — overkwam, bleef niet in het gangboord staan. Teruggaande naar het achterschip voelde hij echter, dat het vaartuig met slingeren meer naar stuurboord dan naar bakboord overhelde. Hij waarschuwde dadelijk den stuurman om naar de lading te gaan zien. Deze kwam tot de ontdekking, dat de lading een breiachtige massa was geworden, althans van den fokkemast tot het achterschot, niet in het voorschip. Ook de kapitein heeft zich hiervan overtuigd. Het schip kreeg steeds meer slagzijde. Vuurpijlen en blauwlichten werden afgestoken en de boot werd te water gebracht. De kok, de lichtmatroos en de vrouw van den kapitein zijn daar ingegaan, later gevolgd door den matroos, den stuurman en den kapitein. De noodseinen der schipbreukelingen schenen niet te worden opgemerkt door verscheidene passeerende schepen. Eerst twaalf uur later is de bemanning door een Engelschen trawler opgepikt en te Grimsby geland. Omstreeks te 12 uur 's nachts zonk de Anna , die plat op de zijde was komen te liggen, met het voorschip eerst, in de golven . . De kapitein verklaarde nog, dat hij aan de suikerfabriek vernomen had, dat de Anna het eerste schip was, dat een soortgelijke lading over zee zou vervoeren. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft aangevoerd: dat het vergaan van de Anna een gevolg is van den aard van de vervoerde lading, welke in behoorlijken toestand aan boord is gekomen en ook behoorlijk is gestuwd; dat deze aard, welke meebracht, dat de schuimaarde tijdens het vervoer tot een breiachtige massa is overgegaan, den kapitein onbekend was, waarvan hem geen verwijt kan worden gemaakt; dat, toen de lading eenmaal een beweeglijke massa was geworden, de stabiliteit van het schip te gering was geworden, zoodat het zinken niet kon worden verhinderd; dat ten deze aan den kapitein niet het verwijt kan worden gemaakt, dat hij te weinig voorzorgsmaatregelen zoude hebben genomen, terwijl hij, na het overgaan der lading, alles heeft gedaan wat noodig was. De Raad is van oordeel, dat deze ramp is toe te schrijven aan het overgaan van de lading schuimaarde. Toen dit eenmaal was geschied, kon het schip niet meer worden behouden. Het is thans gebleken, dat de schuimaarde, die in behoorlijken toestand aan boord is gekomen, een zeer gevaarlijke lading is, doordat gedurende de reis, door de beweging van het schip, de lading vloeibaar is geworden, hetgeen vooraf niet was te voorzien. De kapitein heeft alles gedaan wat gedaan kon worden om althans de opvarenden nog in veiligheid te brengen, hetgeen hem ten slotte, na eenigen tegenslag, is gelukt. Aldus gedaan door de heeren prof. rnr. B. M. Taverne, plaatsvervangend voorzitter, G. J. Lap en B. C. van Walraven, leden, H. de Booy en J. E. Meijer Ranneft, plaatsvervangende leden, G. Mulder, buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 30 October 1936. (get.) B. M. Taverne, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.








Ship Masters Data

Images


Description: De ANNA voor de kust van Dover
Image type: Photo

Description: een foto van de vrachtkotter ANNA van 1918
Image type: Photo

Description:
Image type: Photo
Sources