Name ship: ANNE HERFURTH

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1961
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5018935
Nat. Official Number: 3728 Z GRON 1960
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: Two masts
Rig: 2 derricks, 2 winches
Lift Capacity: 3 ton each
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Gebr. Bodewes, Scheepswerf 'Volharding', Foxhol, Netherlands
Yardnumber: 148
Date Laid Down:
Launch Date: 1960-10-08
Delivery Date: 1961-04-19
Technical Data

Engine Manufacturer: Maschinenbau Kiel A.G., Kiel, German Federal Republic
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 725
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: MAK nr. 16124 Type (290x420)
Speed in knots: 11.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 317.00 Net tonnage
Deadweight: 965.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1: 61.08 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 58.35 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 9.25 Meters Breadth, extreme
Depth: 4.07 Meters Depth, moulded
Draught: 3.652 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1960-10-18 ANNE HERFURTH
Manager: Herfurth Scheepvaart- & Transportbedrijf N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Rederij Anne Herfurth N.V., Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PCRS
Additional info:

Date/Name Ship 1974-04-18 ASUNCION
Manager: Asuncion Maritime Corporation, Panama, Panama R.P.
Owner: Asuncion Maritime Corporation, Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO4919
Additional info:

Date/Name Ship 1978-00-00 ASUNCION
Manager: Roenamar S.A., Panama, Panama R.P.
Owner: Roenamar S.A., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO4919
Additional info:

Ship Events Data

1960-10-22: Op 22-10-1960 als Anne Herfurth, zijnde een motorschip in aanbouw, metende nog onbekend, liggende te Foxhol, door C.J. Manneke, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 3728 Z GRON 1960 op het achterschip aan B.B. zijde in het zijschot van het dekhuis op het verhoogd achterdek, 2.95 m. uit hekplaat, 1.70 m. uit lengteas en 1.30 m. uit dek. (Voltooid 12-04-1961)

1961-04-20: NvhN 20-04-1961: Proefvaart m.s. Anne Herfurth. Op de Eems had de geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe motorkustvaartuig Anne Herfurth, dat werd gebouwd bij Bodewes' Scheepswerf Volharding Foxhol N.V. te Foxhol (Gr.) voor rekening van de Rederij Anne Herfurth te Rotterdam. Het schip (bouwnummer 148) is van het gladdektype. meet 950 ton d.w. en heeft de volgende afmetingen: lengte o.a. 60.75 m., lengte tussen de loodlijnen 55.55 m., breedte 9.20 m. en holte 4.05 m. De voortstuwing zal geschieden door een 725 p.k. motor, waarmee het schip tijdens de proefvaart een snelheid behaalde van ca. 11 knoop.

1968-03-02: Op 02-03-1968, tijdens een storm, in de haven Derna in Libië van de trossen geslagen en in de haven gestrand. Tijdens deze storm kwamen de kapitein, de eerste stuurman en de 2e wtk om het leven.
Algemeen Handelsblad 02-03-1968: Na storm in Libië: Dode en twee vermisten op Ned. Schip. (Van een onzer verslaggevers) In de haven van Libië is tijdens een bijzonder zware storm een bemanningslid van het Nederlandse motorschip “Anne Herfurth” (965) om het leven gekomen. Twee andere opvarenden worden vermist. Het schip lag in de haven van Derna en werd donderdagmiddag plotseling door stormvlagen losgeslagen. De “Anne Herfurth “is eigendom van Herfurth N.V. in Rotterdam. Daar wist men vanmorgen nog geen bijzonderheden over het gebeurde, behalve dat stuurman R. A. Olieman uit Rotterdam bij het ongeval om het leven kwam. De vermisten zijn kapitein B van der Velden uit Groningen en tweede machinist H. Tijthof uit Rotterdam. De eerste machinist zou in een ziekenhuis zijn opgenomen en vier Spaanse matrozen zouden ongedeerd in een hotel verblijven. Over de toestand van het schip ontbreken nog bijzonderheden. De verbinding met Derna is zeer slecht, waarschijnlijk doordat de telefoonlijn tussen Derna en Benghazi is uitgevallen. Een vertegenwoordiger van Herfurth is gisteren met spoed naar Derna gereisd. Ook het Bureau Wijsmuller, dat in de omgeving met schepen aanwezig is, werd door Herfurth N.V. te hulp geroepen.
De Telegraaf 02-03-1968: Dode en 2 vermisten. Schip van ankers geslagen.
(Van een onzer verslaggevers ) Rotterdam, zaterdag. Noodweer op de Middellandse Zee voor de kust van Libië is de oorzaak van de ramp met de Nederlandse kustvaarder „Anne Herfurth" (500 brt.). Stormwind heeft het schip donderdag in het haventje van Derna van zijn ankers geslagen en over een ander scheepswrak heen aan de grond gezet. Bij deze plotselinge manoeuvre van het schip is de eerste stuurman, de heer R. A. Olieman uit Rotterdam om het leven gekomen. De kapitein, de heer B. van der Velden uit Groningen en de tweede machinist, de heer H. Tijthof uit Rotterdam worden sinds het ongeluk vermist. De „Anne Herfurth" lag in het voor Nederlandse begrippen maar zeer geïmproviseerde haventje van Derna toen de storm kwam opzetten. Het schip had 8 bemanningsleden aan boord, onder wie vier Spaanse matrozen. Zij zouden ongedeerd zijn gebleven. De eerste machinist ligt met verwondingen in een ziekenhuis. De verbindingen met Derna zijn na de storm verbroken. Ook het contact met Benghazi is uitgevallen. Bureau Wijsmuller uit IJmuiden heeft twee van haar sleepboten, de Friesland en de Cycloop, die op de kust van Libië nabij Zuetina werkzaam zijn, naar Derna gezonden om hulp te bieden. Door het aanhoudende slechte weer waren de sleepboten gisteravond nog niet in Derna gearriveerd. In haar woning aan de Resedastraat in Groningen kreeg mevrouw Van der Velden— Andries reeds donderdagavond bericht over het ongeluk in Derna. „Het is verschrikkelijk deze onzekerheid," aldus mevrouw Van der Velden. Het echtpaar heeft drie kinderen.
De Tijd 02-03-1968: Stuurman in zware storm omgekomen. Rotterdam, 2 maart — Ten gevolge van een zeer zware storm is donderdag één bemanningslid van de m.s “Anne Herfurth” (965 ton) — liggende in de haven van Derna (Lybië) — om het leven gekomen, terwijl twee opvarenden worden vermist. Het omgekomen bemanningslid is de eerste stuurman R. A. Olieman uit Rotterdam. De vermisten zijn de kapitein B. van der Velden uit Groningen en de tweede machinist H. Tijhof uit Rotterdam. De eerste machinist is in een ziekenhuis opgenomen, terwijl vier Spaanse matrozen vermoedelijk ongedeerd in een hotel zijn ondergebracht. De “Anne Herfurth” is eigendom van Herfurth N.V. te Rotterdam. Het schip is in 1961 gebouwd. Een vertegenwoordiger van deze rederij is naar Lybië vertrokken.
Algemeen Handelsblad 04-03-1968: R'damse kustvaarder op drift in Derna. Ook machinist verdronken.
In de haven van Derna (Lybië) is zaterdag het stoffelijk overschot gevonden van de tweede machinist H. Tijhof van het Rotterdamse kustvaartuig “Anne Herfurth”. De machinist was één van de twee opvarenden van de kustvaarder die vrijdag vermist raakte na een zware storm in het zeegebied rond Derna. De kapitein van de “Anne Herfurth” is nog steeds niet gevonden. Zoals bekend kwam ook de eerste stuurman van de Rotterdamse coaster tijdens het stormweer om het leven. Bij de rederij neemt men aan, dat de “Anne Herfurth” vrijdag tijdens het noodweer op drift is geraakt, waarna het schip in de haven vastliep. Een sleepboot van het Bureau Wijsmuller uit IJmuiden is op weg naar de coaster om hulp te verlenen. Volgens de rederij-inspecteur, die onmiddellijk na het bekend worden van het ongeluk naar Derna vloog, is de schade aan de “Anne Herfurth” niet groot. Het is waarschijnlijk dat de coaster, na te zijn vlotgetrokken, zijn reis naar Griekenland zal kunnen vervolgen.
De Tijd 04-03-1968: Vermiste van „Anne Herfurth" gevonden. Rotterdam, 4 maart — In de haven van Derna (Lybië) is zaterdag het stoffelijk overschot gevonden van de tweede machinist H. Tijhof van het Rotterdamse kustvaartuig “Anne Herfurth”. De machinist was een van de twee opvarenden van de kustvaarder die vrijdag vermist raakte na een zware storm in het zeegebied rond Derna. De kapitein van de “Anne Herfurth” is nog steeds niet gevonden.
Het Vrije Volk 11-03-1968: Sleper naar Anne Herfurth. (Van een onzer verslaggevers) De sleepboot “Holland” van Bureau Wijsmuller is op weg naar de havenstad Derna in Libië om er het Nederlandse kustvaartuig “Anne Herfurth” te gaan lostrekken. Het schip raakte eind februari tijdens noodweer op drift en liep aan de grond. Hierbij kwamen drie bemanningsleden om het leven. De “Holland” wordt in het midden van de week in Derna verwacht. Uit deze havenstad heeft de agent van de Rotterdamse rederij Herfurth geseind, dat het noodweer de haven van Ras El Hilal, op enkele kilometers van Derna gelegen, geheel heeft verwoest.
Note; Op 13-03-1968 gesleept door de Nederlandse sleepboot “Noord-Holland” vertrokken, met een nieuwe bemanning uit Derna-Libië, naar Valletta op Malta voor reparaties.
Op 19-03-1968 gesleept door de sleepboot “Noord-Holland” aangekomen te Valletta-Malta vanaf Derna in Libië.
De Telegraaf 08-11-1969: Wat gebeurde er in de haven van Derna (Libië) met drie leden van de bemanning van de kustvaarder : Anne Herfurth”.
Rotterdam, zaterdag; Slechts een klein groepje mensen schuifelt op de zevende maart van het vorig jaar in de kille ochtend achter de baar op het kerkhof Hofwijk in Rotterdam. Het intense verdriet van vader en moeder Tijhof, hun zoons Arie en Jan en dochter Ria geldt de dood van hun zoon en broer Henk, die enkele dagen tevoren bij een scheepsdrama in Libië is verdronken. Op de avond van de 29ste februari 1968, wanneer het gezin in de Rotterdamse Beeningerstraat genoeglijk bijeen zit om de verjaardag van Ria te vieren, sluipt de onheilstijding hij stukjes en beetjes de flatwoning binnen. De eerste berichten spreken over een ongelukje dat geen reden tot ongerustheid geeft, maar allengs worden de geruchten onheilspellender, en twee dagen later komt definitief de jobstijding dat Henk Tijhof, 24 jaar en tweede machinist van de kustvaarder „Anne Herfurth", samen met kapitein Van der Velde en stuurman Oliemans in het havenstadje Derna in Libië is verdronken, toen hun schip voor de kade lag.
Slordig; Enkele dagen later worden de stoffelijke overschotten als vrachtgoed op Schiphol afgeleverd en onder de verbijsterde families gedistribueerd. De papieren bij de zending kloppen, behalve dan dat die van Henk Tijhof slordig en niet compleet zijn ingevuld. Een Chinese chirurg die zich in Derna met de slachtoffers zou hebben beziggehouden, heeft op het document de naam Tai Hof Handri ingevuld. Behalve de leeftijd van de drenkeling ontbreken de verdere aanduidingen als het adres en het geslacht. Ook de functie van degene die de akte heeft ondertekend, is niet vermeld. Op het gedrukte formulier staat alleen nog: „Suffocation due to drowning" — door verdrinking om het leven gekomen. Het lichaam van Henk is geheel ontkleed en in plastic gehuld. De kledingstukken ontbreken; de papieren zijn niet aanwezig en zullen ook nooit meer boven water komen. Op het ernstig verminkte lichaam van Henk Tijhol blijkt sectie te zijn uitgevoerd, om redenen die eveneens nooit zijn achterhaald. De tweede machinist van de „Anne Herfurth" is vrijwel onherkenbaar. Vader en moeder Tijhof wordt de aanblik van hun zoon bespaard. Jongere broer Arie gaat op een ochtend samen met zijn oom Johan naar de fabriekshal in Rotterdam waar de zending uit Libië is gedeponeerd. De informele confrontatie verloopt zonder dat iemand iets zegt. Geëmotioneerd komen ze later op de dag thuis en Johan knikt „ja" op de vraag of hij Henk heeft gezien. Wanneer Arie later op verhaal is gekomen, bekent hij zijn vader dat hij niet zeker weet of hij inderdaad zijn broer wel heeft herkend. Het gezicht was verminkt; het haar van degene, met wie hij werd geconfronteerd, was zwart, terwijl Henk donkerblond was. Langzaam rijst er enige twijfel, te meer omdat Arie de begrafenisondernemer heeft horen zeggen dat dit niet het lichaam van een drenkeling kon zijn. Onvolledig; De overlijdensakte, in Libië afgegeven, blijkt zo onvolledig te zijn dat de gemeentelijke instanties er geen genoegen mee nemen. Zij willen Henk Tijhof hierop niet uit het bevolkingsregister afvoeren. Er komt een andere, vrijwel identieke overlijdensakte ondertekend door een naamloos gebleven man, die zichzelf aanduidt als chirurg. Dit formulier is zonodig nog spaarzamer ingevuld; alleen de naam van de verdronken zee-officier is ditmaal duidelijk leesbaar, maar die is dan ook met blauwe balpen (alsof het om een vrachtbrief ging) ingevuld door iemand van.... de Rotterdamse rederij. Het intense verdriet van de familie slaat nu om in een afschuwelijke twijfel en ruim anderhalf jaar na het drama in Libië is deze twijfel uitgegroeid tot een obsessie, die hun leven een dramatische wending heeft gegeven. Door verdriet en achterdocht overmand, zeggen de ouders nu: degene die wij hebben weggebracht, was misschien niet onze zoon. Het graf op het kerkhof ligt er mistroostig bij. Geen steen en geen bloemen meer. Vader Tijhof: „Ik kan er niet meer op bezoek gaan. De twijfel is ondraaglijk". Ruim anderhalf jaar probeert hij samen met zijn vrouw het mysterie te ontraadselen. Het echtpaar beschikt inmiddels over een lijvig dossier met de rubrieken: officier van justitie, advocaat, Hare Majesteit, prins Bernhard, gemeente, Leger des Heils, Rode Kruis, ministerie en ten slotte de vaste commissie voor de verzoekschriften van de Tweede Kamer. Die commissie zit momenteel over het raadsel gebogen. De minister heeft zijn oordeel intussen geformuleerd: „Geen twijfel mogelijk". Onbehaaglijk; Mij is geadviseerd door het hoofd van het arrondissementsparket in Rotterdam, mr. S. J. van der Hoeven, die zich langdurig met de zaak heeft beziggehouden. Deze zegt: „De gedachte van een misverstand speelt deze mensen boos door het hoofd. Ik heb zielsveel medelijden met ze, maar wanneer er iets van fraude te bespeuren zou zijn, zou ik het er niet bij laten zitten. Die mensen willen domweg niet berusten in de dood van hun zoon. Wanneer sectie onweerlegbaar zou uitwijzen dat het hun zoon is, zou ik die laten uitvoeren, maar ik geloof niet in die mogelijkheid". Zijn opvatting strookt niet met die van de raadsman, die vorig jaar de zaak voor de Tijhofs in handen heeft gehad. Ruim een jaar heeft hij het er bij laten zitten, maar na ons gesprek laait zijn interesse plotseling weer hoog op. Op een avond zegt hij: „Ik heb een onbehaaglijk gevoel over deze zaak, een gevoel dat me iets is ontgaan. Wat er in die haven van Libië precies is gebeurd, is niet duidelijk geworden. Bovendien kunnen we die papieren warwinkel uit Derna wel vergeten. Deze zaak ritselt van de twijfels. Ik zet een vraagteken achter alle verklaringen die daarginds zijn afgelegd. Het hele verhaal zit vol tegenstrijdigheden". Groot drama; Gelijkluidende de opvatting van de huisarts van de familie. Hij zegt; Ik heb Henk nog steeds niet als patiënt uitgeschreven. Ik vind het vreemd dat in Derna plotseling drie Nederlandse officieren, die allemaal goed kunnen zwemmen, zomaar ineens verdrinken. Ik heb in deze zaak geen enkel houvast kunnen krijgen. De Chinese arts, die om duistere redenen in Derna sectie heeft verricht en die de naam als Tai Hof Handri spelde, heeft mijn verzoek om inlichtingen onbeantwoord gelaten. Ik weet het echt niet meer, maar voor de familie is deze zaak intussen een groot drama aan het worden. Met een droef gezicht filosofeert vader Tijhof: „Mijn zoon was al acht jaar op zee. Hij was een veelbelovend officier die snel zijn diploma's haalde. Een rustige, betrouwbare jongen die nooit gekke dingen deed. We hebben altijd intens met hem meegeleefd en wanneer hij in Rotterdam aankwam, waren we steeds op de kade om hem te verwelkomen. Dat vond-ie geweldig fijn en hij schreef ons altijd opgewekte brieven". Overspoeld. Dan komt vader Tijhof, controleur in de haven, aan het drama zoals zich dat vorig jaar in Libië zou hebben afgespeeld. „Die ochtend moet de „Anne Herfurth" in Derna voor de kade hebben gelegen om stukgoed te lossen. De eerste machinist was in het ziekenhuis voor foto's wegens rugklachten. Aan boord waren, behalve de drie Nederlandse officieren, vier Spanjaarden. Plotseling moet een hevige storm zijn opgestoken, waardoor een van de trossen van de „Anne Herfurth" brak. Volgens de verhalen zijn de drie officieren — onder wie Henk — in een roeiboot gestapt, die om onbekende reden naast het schip lag. Anderen zeggen dat er een reddingsboot is gestreken.waarin ze zijn overgestapt, in ieder geval zou dat bootje plotseling zijn overspoeld door een hoge golf waarin de mannen werden meegesleurd. Met grote tussenpozen zijn ze later op diverse plaatsen aangespoeld. Een van de vele vragen die ons bezighouden is: waarom zijn de officieren in die boot gestapt? Bang waren ze natuurlijk niet, want de haven is zeer ondiep en met het schip had nooit iets kunnen gebeuren. Bovendien zou zeker de kapitein niet van boord zijn gegaan. Iemand zegt dat hij hem in het water heeft zien drijven met de monsterboekjes tussen de tanden. Een vreemd verhaal, maar in ieder geval zijn die boekjes wel verdwenen. Net als de meeste andere attributen en de kleren die Henk aanhad. Waar zijn die in vredesnaam gebleven en waarom is er door een onbekende sectie verricht? Van enige geldige identificatie in Nederland is nooit sprake geweest en de gemeente heeft lang geweigerd mijn zoon op grond van de certificaten uit Libië uit te schrijven. Hij staat ook nog steeds in ons trouwboekje". Mysterie; Inmiddels blijkt dat Hendricus Tijhof, geboren 12 maart 1944 in De Lier, nu wel is uitgeschreven uit het Rotterdamse bevolkingsregister. Als steunpunt is daarbij — drie maanden later — gebruikt het relaas van twee begrafenisondernemers, die op de proppen kwamen met opmerkingen die ze bij de confrontatie van Henks oom en broer hadden opgevangen. De rederij Herfurth, waaraan het rampschip toebehoort, toont zich bereid, op een middag nog wat na te praten over het mysterie (dat voor hen overigens geen enkel vraagteken laat) en in hun kantoor tref ik, behalve de directeur van de rederij, de inspecteur Wicherts. Het gesprek wil - ondanks de toezegging van rederij Herfurth dat er gepraat kan worden - niet op gang komen. Wicherts, die destijds in Libië is geweest, wil de kwestie niet meer aanroeren. „We zijn er slechts zijdelings bij betrokken geweest". De directeur vraagt zich geïrriteerd af wat het voor zin heeft, nog eens op de zaak terug te komen. Ook bij doet er liever het zwijgen toe. Vragen of zij de gang van zaken niet merkwaardig vinden en of de heer Wicherts in Libië de overlijdensakte zelf heeft ingevuld, blijven onbeantwoord. De stemming wordt geprikkeld, maar de directeur geeft een onverwachte wending aan het gesprek met de opmerking dat de officier van justitie, mr. S. J. van der Hoeven, bereid is, nog deze middag met mij over de kwestie te spreken. De afspraak daarvoor tussen hem en de rederij-directie blijkt verrassend genoeg reeds gemaakt. De officier eist echter in duidelijke termen dat er met geen regel over de zaak wordt gerept, wanneer ik hij hem op bezoek ben geweest, maar hij wijzigt zijn standpunt, als blijkt dat zo'n stelling geen basis voor een onderhoud kan zijn. Zielige zaak; Op zijn kantoor aan de Schiekade heeft mr. Van der Hoeven het complete dossier voor zich, dat overigens evenmin duidelijkheid verschaft over de vragen die onbeantwoord zijn gebleven. „Een intens zielige zaak", zegt hij, „maar er is werkelijk geen twijfel mogelijk. Ik won maar dat ik die mensen kon helpen om die dwaze gedachte uit hun hoofd te setten maar er is geen praten tegen". Aan de merkwaardige manipulaties met de overlijdenscertificaten tilt mr. Van der Hoeven niet zwaar: „Je weet precies hoe dat in zo'n haven gaat. Niemand spreekt de taal, en er kunnen gemakkelijk misverstanden ontstaan." Ongeschonden; Hij heeft de minister geadviseerd, de familie in milde bewoordingen kenbaar te maken dat er werkelijk niets bijzonders aan de hand is, zodat Henk kan rusten in Vrede. In de woning aan de Beeningerstraat draait vader Tijhof nerveus aan de gouden ring die van Henk afkomstig is. „Die heeft-ie gekregen van zijn broers en zuster." Zijn vrouw, die zichtbaar heeft geleden onder de grote spanning, zegt dat ze haar leven lang zal blijven vechten om te achterhalen wat er met Henk is gebeurd en of het inderdaad hun zoon is, die ze die koude, sombere ochtend in maart ten grave hebben gedragen. „Zelfs", onderbreekt vader Tijhof haar, „zou het nog mogelijk zijn dat Henk in leven is en ergens in Libië gevangen zit.” Hij koestert deze huiveringwekkende gedachte als een laatste restje hoop. Dit vleugje, voldoende om tóch heel even bij stil te staan, past in sommige van de vele theorieën die hij in de loop van de tijd heeft opgebouwd. Enkele dagen na de stormramp, waaruit de „Anne Herfnrth" overigens ongeschonden te voorschijn komt, worden nieuwe bemanningsleden uit Nederland naar Libië overgevlogen. Onverbiddelijk vervolgt het schip zijn koers over de wereldzeeën. In de Rotterdamse Beeningerstraat worden de bewegingen van de „Anne Herfurth" nog steeds nauwlettend gevolgd, en wanneer het schip Rotterdam aandoet, sluipt vader Tijhof, gedreven door de krachten waaraan hij nu al anderhalf jaar ten prooi is, langs de kade om een glimp op te vangen van het schip, dat zijn leven en denken op zo'n dramatische manier is gaan beheersen.

1974-06-01: Classed LR until 1/6/74

1980-09-09: Final Fate: Onderweg van Pula naar Tripoli, Libië, op 10 mijl van Corfu, verlaten door de bemanning, nadat het schip water maakte en daarna zonk. De Kapitein en de 1e machinist werden er van beschuldigd van het laten zinken van het schip.

Ship Masters Data

Images


Description: Anne Herfurth 1961
Image type: Photo

Description: Anne Herfurth 1961
Image type: Photo

Description: 'Anne Herfurth'
Image type: Photo

Description: 'Anne Herfurth'
Image type: Photo
Sources