Name ship: ANNIE-N

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1953
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5390046
Nat. Official Number: 8551 Z ROTT 1953
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts:
Rig: 2 derricks
Lift Capacity: 3 ton each, 2 winches
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Scheepsbouw Unie N.V., Groningen, Netherlands
Yardnumber: 257
Date Laid Down:
Launch Date: 1951-12-17
Delivery Date: 1953-03-18
Technical Data

Engine Manufacturer: Klöckner-Humboldt-Deutz A.G., Cologne (Köln), Germany
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 395
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Deutz nr. 1465292/97 Type RV6M545 (320x450)
Speed in knots: 10.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 473.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 256.00 Net tonnage
Deadweight: 675.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 32000 Cubic Feet
Bale: 30500 Cubic Feet
 
Length 1: 53.00 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 48.69 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.28 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.74 Meters Depth, moulded
Draught: 3.36 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1953-03-18 ANNIE-N
Manager: Muller & Reitsma N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Aannemingsbedrijf Harm Fokkens-Naarden N.V., Naarden, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Naarden / Netherlands
Callsign: PCRS
Additional info:

Date/Name Ship 1956-01-25 WILLEMIJN
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Netherlands
Owner: Rederij "Willemijn', Amsterdam, Netherlands
Shareholder: Cornelis de Jongh, Willem Jan en Jan Dirk Oosterveld, Anna Geertruida Van de Stadt-Jentink, Simon, Hendrik en Cornelis Kuyt, Koog aan de Zaan
Homeport / Flag: Koog aan de Zaan / Netherlands
Callsign: PIQN
Additional info:

Date/Name Ship 1966-12-01 CARANAN
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Groningen, Netherlands
Owner: Jan van der Schoot, Vlieland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Harlingen / Netherlands
Callsign: PDHN
Additional info:

Date/Name Ship 1972-00-00 CARANAN
Manager: Frisian Shipping & Chartering B.V., Heerenveen, Netherlands
Owner: Jan van der Schoot, Vlieland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Vlieland / Netherlands
Callsign: PDHN
Additional info:

Date/Name Ship 1973-05-26 CARANAN
Manager: Frisian Shipping & Chartering B.V., Heerenveen, Netherlands
Owner: Jan van der Schoot, Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO7880
Additional info:

Date/Name Ship 1976-11-25 CARANAN
Manager: Mourad Sobhi Helau & Hamdoug Moustapha Nouri, Piraeus, Greece
Owner: Mourad Sobhi Helau & Hamdoug Moustapha Nouri, Piraeus, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Piraeus / Greece
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1978-08-07 SULTAN
Manager: Mourad Sobhi Helau & Hamdoug Moustapha Nouri, Piraeus, Greece
Owner: Mourad Sobhi Helau & Hamdoug Moustapha Nouri, Piraeus, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Tripoli / Lebanon
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1986-00-00 HAPPY-M
Manager: Unknown, San Lorenzo, Honduras
Owner: Unknown, San Lorenzo, Honduras
Shareholder:
Homeport / Flag: San Lorenzo / Honduras
Callsign: HQMX6
Additional info:

Date/Name Ship 1993-07-00 ANTHONY
Manager: Antoine Chafit Geara & Doumit Kmeid, San Lorenzo, Honduras
Owner: Antoine Chafit Geara & Doumit Kmeid, San Lorenzo, Honduras
Shareholder:
Homeport / Flag: San Lorenzo / Honduras
Callsign: HQMX6
Additional info:

Date/Name Ship 1999-02-00 ANTHONY
Manager: Unknown, San Lorenzo, Honduras
Owner: Unknown, San Lorenzo, Honduras
Shareholder:
Homeport / Flag: San Lorenzo / Honduras
Callsign: HQMX6
Additional info:

Ship Events Data

1953-03-19: NvhN 19-03-1953: Proefvaart m.s. Annie N. Op de Eems vond de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe motorkustvaartuig Annie N, dat bij de N.V. Scheepsbouw Unie te Groningen werd gebouwd voor rekening van het Aannemingsbedrijf Harm Fokkens te Naarden. De Annie N is van het gladdektype, meet 675 ton d.w. en is uitgerust met een 395 P.K. motor, waarmee het schip tijdens de proefvaart een snelheid behaalde van 10.9 mijl. De bouw geschiedde onder Klasse Bureau Veritas, met certificaat Scheepvaart Inspectie voor de onbeperkte vaart en onder leiding van de heer A. Deelstra te Groningen.

1953-06-01: Op 01-06-1953 als "Annie N", zijnde een motorschip, metende 1341.22 m3 bruto inhoud volgens zeemeetbrief afgegeven te 's Gravenhage no. 9040 d.d. 04-03-1953, liggende te Vlaardingen, door C. van Asperen, ambtenaar van de Scheepsmetingsdienst te Rotterdam, van brandmerk 8551 Z ROTT 1953 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan B.B. zijde in achterwand dekhuis, 2.40 m. uit hekplaat, 1.36 m. uit de lengteas en 1.50 m. uit dek.

1956-02-16: NvhN 16-02-1956: Annie N wordt Willemijn. Het scheepvaartbedrijf „Gruno" te Amsterdam heeft het motorschip Annie N gekocht van het Aannemersbedrijf H. Fokkens te Naarden. De nieuwe eigenaars zullen het schip onder de naam Willemijn in de vaart brengen. Het schip behoort tot het gladdek type en werd in 1953 gebouwd bij de N.V. Scheepsbouw Unie te Groningen. Het draagvermogen is plm. 675 ton, terwijl in de machinekamer een 430 pk. motor staat opgesteld.

1958-08-21: Het Vrije Volk 21-08-1958: Kustvaarder op Ierse rotsen. De kustvaarder „Willemijn", van N.V. Gruno Scheepvaartbedrijf is vanmorgen vroeg bij Burial Island aan de noordwestkust van Ierland op volle kracht op de rotsen gelopen. Het schip was op weg van Dublin naar Sligo met een lading kunstmest. De „Willemijn" zit volgens de laatste berichten hoog op de rotsen en is lek geslagen. De bemanning van 10 koppen verblijft nog aan boord, maar heeft een sloep gestreken voor noodgevallen.
NvhN 21-08-1958: Kustvaarder Willemijn bij Ierland op de rotsen. De kustvaarder Willemijn van N.V. Gruno Scheepvaartbedrijf te Groningen is vanmorgen vroeg bij Burial Island aan de noordwestkust van Ierland op volle kracht op de rotsen gelopen. Het schip was op weg van Dublin naar Sligo met een lading kunstmest. De Willemijn zit volgens de laatste berichten hoog op de rotsen en is lek geslagen. De bemanning van tien koppen verblijft nog aan boord, maar heeft inmiddels een sloep gestreken voor noodgevallen. De Willemijn heeft aan één zijde een gat van vijf meter en aan de andere zijde een van ongeveer een meter. Ook de kiel is beschadigd. De Willemijn zit zo hoog en droog, dat men om het schip heen kan lopen. Er is geen gevaar voor de bemanning, die nog aan boord is. Alleen de tanks lekken; de machinekamer en het ruim zijn droog; het roer en de schroef zijn niet beschadigd. Een Engelse bergingsboot is nu naar de kustvaarder onderweg, maar er is nog geen contract gemaakt voor de berging.
05-02-1959 Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van donderdag 5 februari 1959, nr. 25. Nr.4 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake de stranding van het motorschip „Willemijn" nabij Burial Island (N.O.-kust Ierland). Betrokkene: de stuurman M. C. Pronkt Op 21 augustus 1958 is het motorschip „Willemijn" op de reis van Dublin naar Sligo nabij Burial Island aan de N.O.-kust van Ierland gestrand. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze stranding en dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de stuurman van de „Willemijn", Martinus Cornelis Pronk, wonende te Scheveningen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 26 november 1958, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces-verbaal van de verhoren van de kapitein, de stuurman en de roerganger, zomede de te Belfast afgelegde scheepsverklaring, het klad- en netjournaal, benevens de Engelse kaart nr. 1825 A: Irish Sea, en hoorde de stuurman, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette de betrokkene, aan wie voormelde beslissing was meegedeeld, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit deze bescheiden is de raad het volgende gebleken: Het motorschip „Willemijn" is een Nederlands schip, toebehorende aan C. de Jongh en anderen, te Koog aan de Zaan. Het meet 473 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 430 pk motor. Na te Dublin 622 ton gestorte superfosfaat te hebben geladen, vertrok de „Willemijn" op 20 augustus 1958, te 19.00 uur, vandaar met bestemming Sligo. De diepgang was""vóór 31, achter 36,5 dm. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 10 personen. Te 19.15 uur was het schip buitengaats en werd de loods ontscheept en werd koers gezet naar Sligo. De lucht was bewolkt, het was windstil en het zicht was matig. De kapitein had de wacht tot 24.00 uur. Te 21.25 uur werd Rockabill gepasseerd op 4 mijl afstand. Reeds vanaf 19.30 uur werd 21° r.w. of 32° per kompas gestuurd. De kapitein gaf te 24.00 uur deze koers over aan de stuurman. Hij achtte de stuurman, die gediplomeerd is, volkomen in staat om de navigatie te leiden op het volgende traject langs de vuurschepen South Rock en Skulmartin. De stuurman heeft verklaard, dat hij in het bezit is van de diploma's voor de kleine vaart en de zeevisserij. Vanaf 1938 heeft hij zelfstandig wacht gelopen op vissersvaartuigen en sedert 7 jaar vaart hij als stuurman op kusters. Te 0.00 uur van 21 augustus 1958, toen de stuurman de wacht overnam van de kapitein, was het zicht 4 á 4½ mijl. De koers was 32° (k.) of 21° r.w. De kapitein wees hem de gis in de kaart aan; er waren geen lichten van de wal te zien. Te 3.10 uur werd South Rock-v.s. op 1½ mijl afstand aan bakboord gepasseerd. Nadat de stuurman had uitgeweken voor 2 vissersvaartuigen, veranderde hij koers naar Mew Island langs Skulmartin-v.s. De stuurman zette deze koers in de kaart af; deze was 345° r.w. De kompaskoers zou daarbij 356° moeten zijn. De miswijzing was —11°. De stuurman is echter 340° (k.) gaan sturen, zodat de rechtwijzende koers 329° was. Daar hij op deze koers 6° uit ging sturen, met het oog op tegenliggers, stuurde hij 22- 6 is 16 graden te veel naar binnen. De stuurman verklaart, dat hij de miswijzing verkeerd heeft toegepast: plus 11° in plaats van min 11°. Te 3.45 uur liep de „Willemijn", zonder dat tevoren iets was gezien, aan de grond op Burial Island; de koerslijn liep ongeveer 1½ mijl vrij van dit eiland. De stuurman heeft verklaard, dat het zicht bij het vastlopen 2 tot 2½ mijl was. Het licht van Skulmartin-v.s, was nog niet te zien. Hij ontkent te hebben geslapen; hij was niet oververmoeid. Zijn aandacht is in beslag genomen door uitwijken voor vissersvaartuigen en het nemen van radiopeilingen. Het echolood heeft na South Rock-v.s. niet bijgestaan. De stuurman behaalde het diploma S.K. op 5 juni 1958. De kapitein heeft verder verklaard, dat hij op 21 augustus 1958, te 3.45 uur, werd gewekt door zwaar stoten van het schip. Hij ging direct naar de brug en zag, dat de „Willemijn" aan de grond was gelopen; de stuurman had de motor gestopt. Het schip viel 8° over bakboord. De kapitein liet s.b.-sloep strijken voor het geval het schip zou moeten worden verlaten Het was kalme zee. De voorpiek en tanks s.b. I en s.b. IV bleken lek te zijn. Behalve vooruit werd rondom het schip 1½ a 2 vaam water gelood. Toen het schip, dat bij H.W.-spring was gestrand, bij laagwater te 10.00 uur droog kwam te staan, werd geconstateerd, dat de huid aan stuurboord over een lengte van 5 m en die aan bakboord over een lengte van 1 m was opengescheurd. Via Port Patrick-radio kreeg de kapitein verbinding met de verzekeringsmaatschappij Gruno. Tussen 16.30 en 17.30 uur heeft de kapitein tevergeefs getracht door machinemanoeuvres het schip vlot te brengen. Hij vernam, dat het bergingsvaartuig „Salveda" naar hem onderweg was. De „Willemijn" begon weldra meer te stoten op de rotsen en op 22 augustus begon de machinekamer water te maken. De wind nam toe uit N.O.-richting. Een agent van Lloyds kwam aan boord. Ook die dag deed men vergeefse pogingen vlot te komen. Er is besloten lading te werpen. Op 23 augustus, te 6.00 uur, arriveerde de „Salveda". Op 24 augustus, te 7.55 uur, kwam, na circa 200 ton lading te hebben geworpen, de „Willemijn" met hulp van de „Salveda" en de eigen schroef vlot. Het roer bleek moeilijk te bewegen en tank III bleek ook water te maken. De „Willemijn" werd naar Belfast gesleept; zij arriveerde daar 24 augustus, te 15.55 uur. Hier zijn noodreparaties uitgevoerd; daarna is het schip voor geheel herstel naar Slikkerveer gegaan. De roerganger heeft verklaard, dat hij, na het passeren van South Rockv.s., eerst 334° moest sturen en 5 minuten later 340°. In die koers is het schip aan de grond gelopen. Ter zitting van 26 november 1958 verklaarde de stuurman in aanvulling op zijn bij het vooronderzoek afgelegde verklaring, dat hem, toen hij op 21 augustus 1958, te 0.00 uur, de wacht overnam, door de kapitein een gis werd overgegeven. Betrokkene trachtte zo snel mogelijk door middel van een radiopeiling en een aanwijzing van het echolood een goed bestek te krijgen. Toen te 3.10 uur South Rock-v.s. werd gepasseerd, had hij een goed bestek. Het zicht was toen 2 a 3 mijl. Betrokkene heeft vóór het vastlopen het vuur van Skulmartin-v.s. niet gezien. Betrokkene stond steeds in het stuurhuis; van daaruit heeft men een goed uitzicht naar voren, maar niet naar achter. Betrokkene had bij het uitkijken last van het voortoplicht; dit staat vrij laag en straalde. Men liep volle kracht, 9 mijl per uur. Na het passeren van South Rock-v.s. moest 345° r.w. worden gestuurd; betrokkene heeft zich toen vergist en in plaats van een miswijzing van min 11° een miswijzing van plus 11° toegepast. Daar hij 6° uit ging sturen, was de fout in koers 16°. Betrokkene kon geen goede verklaring geven van het maken van die fout. Misschien is van invloed geweest het feit, dat de fout van de richtingzoeker plus 7° was. Juist bij de koersverandering naar 345° r.w. moest betrokkene uitwijken voor enige vissersvaartuigen; deze visten niet, maar waren stomende naar een haven dicht bij South Rock. Betrokkene heeft na het passeren niet meer naar South Rock-v.s. gekeken en ook niet getracht dit met de richtingzoeker te peilen. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de ramp, die het motorschip „Willemijn" overkwam op 21 augustus 1958, van ernstige aard was. Het schip strandde bij H.W.-spring en is zwaar beschadigd en een groot deel der lading is verloren gegaan. Dit was alles het gevolg van een vergissing van de stuurman, die dit ook ruiterlijk toegeeft. Hij moest 345° r.w. sturen; de kompaskoers moest 356° worden. Hij heeft echter de miswijzing met tegengesteld teken toegepast en stuurde daardoor 22° fout. De dienst op de brug werd normaal uitgevoerd, er was een roerganger en een uitkijk. Het zicht was niet goed; Skulmartin is vóór de stranding niet in zicht gekomen. Ook indien de stuurman achteruit zou hebben gekeken naar South Rock, zou hem niet direct zijn opgevallen, dat hij een verkeerde koers stuurde. Uit dit geval blijkt, dat ook iemand, die voldoende bekwaam is, een fout kan maken, die tot een ernstige ramp leidt. Vooral nu het zicht minder goed was, had de stuurman moeten controleren of niet alleen de roerganger goed stuurde, maar ook of deze koers wel de koers was, die de stuurman wilde volgen. Gedurende 40 minuten is verkeerd gestuurd en daarna strandde de „Willemijn". De hoofdinspecteur wil bij het bepalen der straf rekening houden met de goede staat van dienst van Pronk, maar wil ook minder letten op de gevolgen van de fout dan op de aard van de gemaakte fout zelf en stelt daarom de raad voor stuurman Martinus Cornelis Pronk te straffen door het uitspreken van een berisping. Het oordeel van de raad luidt als volgt: Bij het door de raad ingestelde onderzoek met betrekking tot de stranding op 21 augustus 1958 van het Nederlandse motorschip „Willemijn", op reis met een lading superfosfaat van Dublin naar Sligo (Ierland), nabij Burial Island tijdens de wacht van de stuurman, betrokkene Martinus Cornelis Pronk, is het navolgende komen vast te staan. Te 0.00 uur op die dag heeft betrokkene de wacht overgenomen van de kapitein. De „Willemijn" voer toen in een koers 21° r.w. of 32° per kompas, daar de miswijzing —11° was. Het weer was goed, windstil, matig zicht, aanvankelijk 4 tot 5 mijl, later 2 tot 3 mijl. De kapitein gaf een gis over en droeg aan betrokkene op dezelfde koers aan te houden tot South Rock-v.s. Zodra hij de wacht had overgekregen, heeft betrokkene getracht het gegist bestek te controleren door een radiopeiling en een aanwijzing van het echolood. Te 3.10 uur werd South Rock-v.s. op 1½ mijl afstand aan bakboord gepasseerd. Vanhier wilde betrokkene de koers veranderen tot 345° r.w. en nadat hij nog was uitgeweken voor een paar van stuurboord overlopende vissersschepen, gaf hij de roerganger order 334° per kompas te sturen. Hierbij maakte betrokkene een ernstige vergissing; immers, in plaats van een miswijzing van —11° toe te passen, paste hij een miswijzing van +11° toe. Hierdoor werd aanvankelijk 22° fout gestuurd en 16°, toen betrokkene kort daarop, uit vrees voor inzetten 6° willende opsturen, de koers liet veranderen tot 340° per kompas. De gevolgen van deze vergissing bleven niet uit en te 3.45 uur liep de „Willemijn" met volle vaart, 9 mijl, op de rotsen van Burial Island en bleef vastzitten. Al spoedig bleek, dat het schip, dat bij hoogwaterspringtij was vastgelopen, op eigen kracht niet was vlot te brengen. Ook bleek het schip ernstige bodemschade te hebben opgelopen, waardoor verschillende tanks water maakten. Een gelukkige omstandigheid was, dat het weer goed bleef en de zee kalm. Pas op 24 augustus, te 7.55 uur, gelukte het, nadat 200 ton lading was geworpen, met behulp van een bergingsvaartuig vlot te komen, waarna de „Willemijn" is gesleept naar Belfast, waar een noodreparatie is verricht. Naar het oordeel van de raad volgt uit het vorenstaande, dat de stranding van de „Willemijn" uitsluitend een gevolg is geweest van voormelde ernstige fout van betrokkene. Onverklaard is gebleven hoe een ervaren stuurman als betrokkene een zo ernstige vergissing, die hij ruiterlijk heeft toegegeven, heeft kunnen maken, terwijl het de raad ook bevreemdt, dat
betrokkene geruime tijd zijn foute koers is blijven sturen zonder zijn vergissing op te merken. Tevens volgt uit het vorenstaande, dat de stranding van de „Willemijn" moet worden geweten aan de schuld van betrokkene, weshalve de raad, enerzijds rekening houdende met de goede staat van dienst van betrokkene, doch anderzijds in acht nemende de ernstige gevolgen van de stranding en het grote gevaar, dat daarbij is ontstaan voor schip en opvarenden, betrokkene Martinus Cornelis Pronk, geboren 7 januari 1921, wonende te Scheveningen, straft door hem de bevoegdheid om als stuurman, te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van één week. Aldus gedaan door de heren mr. G. A. Schreuder, 1ste plv. voorzitter, W. F. van Vreeswijk en J. F. Verbeek, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken door de voorzitter ter openbare zitting van de raad van donderdag 22 januari 1959. (Get.) G. A. Schreuder, A. Boosman.

1959-06-04: 04-06-1959 met een lading munitie en autoonderdelen gearresteerd te Bordeaux. Men was bang dat de lading voor Algerije gestemd was. Toen de autoriteiten ervan overtuigd waren dat dat niet zo was mocht het schip na twee dagen vertrekken.
NvhN 06-06-1959: In haven van Bordeaux; Nederlands vrachtschip Willemijn aangehouden. De havenautoriteiten van Bordeaux hebben het Nederlandse vrachtschip Willemijn aangehouden om de lading te onderzoeken. Het schip, dat Amsterdam als thuishaven heeft, vertrok donderdag van Bordeaux naar Casablanca, Marokko, toen de Franse autoriteiten het naar de meerplaats lieten terugkeren. Dit gebeurt wel vaker wanneer de Franse autoriteiten verdenkingen koesteren over de bestemming van de goederen in verband met de Algerijnse opstand. Volgens functionarissen had het schip in Milfordhaven (Wales) een lading munitie en auto-onderdelen ingenomen. In Bordeaux, waar het schip op 2 juni arriveerde, werd Amerikaanse munitie aan boord genomen, bestemd voor Iran en Pakistan. Gistermiddag gingen douaneambtenaren aan boord en controleerden de lading. Zij meldden dat alle munitie in de scheepspapieren verantwoord was, maar niettemin heeft het Nederlandse schip nog geen vergunning gekregen de haven te verlaten.
NvhN 08-06-1959: Onderzoek naar lading. De aanhouding van Nederlandse coaster bij Bordeaux. Reis naar Marokko voortgezet. Franse autoriteiten hebben donderdag, zoals wij reeds met een enkel woord meldden, in de monding van de Gironde het Nederlandse kustvaartuig Willemijn (478 ton) aangehouden en bevel gegeven naar Bordeaux terug te keren, waar zij een onderzoek instelden naar de lading, te weten munitie en reserve-onderdelen voor motorvoertuigen. De Willemijn, die het eigendom is van de rederij 'Gruno' te Amsterdam, was dinsdag de haven van Bordeaux binnengelopen na Antwerpen, Milfordhaven en Southampton te hebben aangedaan. Het schip was donderdag, toen het in de monding van de Gironde werd aangehouden, op weg naar Fedala nabij Casablanca in Marokko. Douane-beambten, die het schip vrijdag hebben doorzocht, deelden mee dat de lading in overeenstemming was met de scheepspapieran, volgens welke de lading bestemd is voor het Pakistaanse leger en het Verre Oosten. Het schip heeft zowel in België en Engeland als te Bordeaux munitie geladen. De haven-autoriteiten van Bordeaux zeiden dat de aanhouding was verricht om te verhinderen dat de Algerijnse opstandelingen wapens ontvangen die worden ontscheept in havens van aangrenzende landen. De directeur van de rederij Gruno, de heer B. Venema, heeft zaterdag het bericht over de aanhouding van de Willemijn bevestigd. Hij zei dat de lading voor Pakistan bestemd is. Verder zei hij te kunnen begrijpen dat de Fransen vrezen dat de munitie te Fedala wordt gelost en zo de Algerijnse opstandelingen bereikt. Te Fedala zal echter niets van boord gaan. Er zal daar lading voor Pakistan aan boord worden genomen. De Willemijn kreeg, nadat het onderzoek was geëindigd, toestemming zijn reis te vervolgen en is in de nacht van zaterdag op zondag uit Bordeaux vertrokken.
De waarheid 08-06-1959: Fransen houden Nederlands schip aan. Franse autoriteiten hebbén donderdag in de monding van de Gironde het Nederlandse kustvaartuig „Willemijn" aangehouden en bevel gegeven naar Bordeaux terug te keren. Hier werd een onderzoek ingesteld naar de lading, welke munitie en reserveonderdelen voor motorrijtuigen bevatte. De aanhouding geschiedde, omdat Frankrijk vreesde, dat de wapens bestemd zouden zijn voor de Algerijnse verzetstrijders", zo werd officeel meegedeeld. Toen bleek, dat de wapens bestemd waren voor het Pakistaanse leger en de andere legergoederen voor Amerikanen in Perzië, werd het schip vrij gegeven. De „Willemijn", die eigendom is van de Amsterdamse rederij „Gruno", had zowel in België, in Engeland als in Frankrijk munitie geladen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag was van het transport op de hoogte, zo heeft later de directeur van de „Gruno", de heer Venema, gezegd.

1959-11-18: Het Vrije Volk 18-11-1959: Kustvaarder heeft machineschade. De Nederlandse, kustvaarder Wïllemijn die op weg was naar Lissabon is wegens machineschade teruggekeerd naar Brest. Het schip is daar inmiddels aangekomen. De Willemijn, meet 578 brt. en is eigendom van de rederij Willemen te Koog aan de Zaan.

1965-12-29: 29.12.1965 tijdens het ballasten in de Binnenhaven van Rotterdam gekapseisd. Gelicht door van der Tak's Bergingsbedrijf. Schip na berging verkocht aan v.d. Schoot.
Algemeen Handelsblad 30-12-1965: Coaster kapseisde in Rotterdamse haven. (Van onze correspondent) Rotterdam, 30 december Het 675 ton metende kustvaartuig Willemijn van de firma C. de Jongli te Koog aan de Zaan is gistermiddag terwijl het aan de kade van een stuwadoormaatschappij in de Binnenhaven te Rotterdam lag, plotseling gekapseisd. Kapitein H. Koesveld uit Amsterdam en de overige leden van de bemanning hebben tijdig kans gezien het schip te verlaten. Ze moesten echter al hun bezittingen achter laten. Vanmorgen lag het schip op de bodem van het vaarwater. De zijwand aan bakboord stak grotendeels nog boven water uit. Vandaag zou men trachten het schip met behulp van drijvende bokken te lichten. Toen de Willemijn gistermiddag plotseling slagzij begon te maken was men bezig het te laden met balen havervlokken. De machinist heeft nog getracht verdere slagzij te voorkomen door de aan bakboordzijde gelegen ballasttank vol water te laten lopen. Het vaartuig helde echter steeds meer naar stuurboordzijde over en het bleef ten slotte nog enige tijd met de masten op de kade rusten. Toen deze het begaven verdween het 12 jaar oude vaartuig grotendeels onder water.
Leeuwarder Courant 30-12-1965: Terwijl men bezig was het schip te laden is gistermiddag in de Rotterdamse haven de kustvaarder „Willemijn" gekapseisd. Vermoedelijk waren de ballasttanks van de „Willemijn" niet in orde. Persoonlijke ongelukken deden zich bij dit ongeval niet voor.
Het Vrije Volk 30-12-1965: Coaster kapseist in haven. (Van een onzer verslaggevers) Woensdagmiddag is de 477 brt. metende coaster “Willemijn" uit Amsterdam langs de kade van de Binnenhaven te Rotterdam gekapseisd en gezonken. De negen leden van de bemanning en vijftien havenarbeiders konden zich bijtijds in veiligheid brengen.
Het ongeval gebeurde, toen het kustvaartuig bij stuwadoorsbedrijf Vijfvinkel geladen werd met 500 balen havervlokken. De bedoeling was 100 balen aan dek te stuwen. Voordat men hierme gereed was kapseisde het scheepje plotseling. Het bleef een uur lang op de davids en de mast op de kademuur hangen.
Bij het opkomend tij raakte de Willemijn echter de steun van de davids kwijt. Door de toenemende slagzij ging een deel van de deklading overboord. Nog een uur lang bleef het schip op de kade hangen. Ten slotte zakte het opzij en verdween nagenoeg geheel onder water. De kapitein van de Willemijn, de 35-jarige H. van Koesveld uit de Comeniusstraat 605 te Amsterdam en zijn bemanning zijn hun persoonlijke bezittingen kwijt geraakt. Zij zijn onder-gebracht in hotel Snack in Rotterdam.
Het Vrije Volk 31-12-1965: Willemijn wordt gelicht. (Van een onzer verslaggevers) In het begin van de volgende week zal de woensdagavond in de Binnenhaven gezonken coaster Willemijn worden gelicht. De Simson van Van den Tak en de bok Europa van H. v. d. Graaf hebben het op zijn zij gezonken scheepje inmiddels rechtgetrokken. Duikers van Van den Tak en van De Wit zijn afgedaald voor het aanbrengen van stroppen rond het casco van de Willemijn. Met dit karwei hoopt men vandaag gereed te komen.
Het Vrije Volk 03-01-1966: Coaster “Willemijn” gelicht. (Van een onzer verslaggevers) Een vloot van bergingsschepen is er vanmorgen aan te pas gekomen om de woensdag 30 december in de Binnenhaven gekapseisde en gezonken coaster “Willemijn” uit Koog a.d. Zaan, te lichten. De berging is in samenwerking uitgevoerd door de firma's Van den Tak en De Wit. Van Van den Tak werden de drijvende bokken “Simon”, “Colossus” en “Condor” ingeze, bovendien het bergingsschip “Dolfijn” en de sleepboten “Snoek”, “Tonijn” en “Zeehond”. Aan de stroppen, die eind vorige week door duikers om het casco van de “Willemin” waren aangebracht, hebben de drie bokken het 400.000 KG wegende schip uit het water getild. Het water dat vervolgens uit de ruimen werd gepompt was vermengd met havervlokken uit de balen waarmee het schip was geladen. Dit mengsel veroorzaakte een dikke schuimlaag op het water. Vanmiddag zou men trachtende lading te lossen. De Willemijn” is tijdens het kapseizen vrij ernstig beschadigd op de walkant. De railing aan stuurboordzijde is ingedrukt en de davits zijn eveneens beschadigd. Het scheepje zal voor reparatie naar de werf van Vuyk en Zonen in Capelle a.d. IJssel worden getransporteerd.

1966-11-07: Friese koerier 07-11-1966: Harlingen: Coaster aangekocht. Harlingen — De 478 brt. ton metende kustvaarder Willemijn van rederij Willemijn — C. de Jongh en anderen — te Koog aan de Zaan is aangekocht door rederij Van der Schoot te Harlingen. Het vaartuig is 50 meter lang, 8.30 meter breed en 3.11 meter hol. De coaster is uitgerust met een 450 pk Deutz-motor. Het schip krijgt een opknapbeurt bij de eigen werf, scheepswerf Harlingen. De nieuwe naam wordt Caranan naar de bekende zandplaat in de Waddenzee tussen Vliestroom en Molengat westelijk van Terschelling. Rederij Van der Schoot heeft meer dan 25 kustvaarders en Rijnschepen.

1968-03-07: Algemeen Handelsblad 07-03-1968: Niets bekend: Bij de noordwest-kust van Spanje is de 478 ton metende Nederlandse kustvaarder Caranan in moeilijkheden gekomen. De in het Engelse Kanaal gestationeerde sleepboot Groningen is de Caranan, die 20 mijl uit de Spaanse rotskust ligt, te hulp gesneld. De Groningen hoopte de Caranan vanochtend te bereiken en het schip op sleeptouw te nemen. Om tien uur was nog niets over het lot van het scheepje bekend. Wel werd gemeld dat de bemanning van de kustvaarder, eigendom van de rederij Van der Schoot te Harlingen het goed maakt.
Leeuwarder courant 09-03-1968: Harlinger coaster in moeilijkheden voor kust Spanje. De Nederlandse sleepboot „Groningen" heeft bij de noord-west-kust van Spanje gistermorgen de 478 ton metende kustvaarder „Caranan" van rederij Van der Schoot te Harlingen op sleeptouw genomen. De „Caranan" was woensdag in moeilijkheden geraakt door ernstige machineschade. De „Groningen" zal de kustvaarder naar de Franse haven Brest slepen. De „Caranan" was met een lading staal onderweg naar Hamburg.

1973-03-29: Leeuwarder courant 29-03-1973: Directeur van Welgelegen liet schip te water. Harlingen — Ondanks de staking liep de kustvaarder Caranan van de rederij Van der Schoot gistermiddag vlot van de helling van scheepswerf Welgelegen in Harlingen. Protesten en tegenwerking van de kant van de stakingsleiding mochten niet baten. Onder leiding van ,de directeur van de scheepswerf, ing. R. H. Bosman, die de centrale lier bediende, zorgden personeelsleden van rederij Van der Schoot er voor dat de Caranan onbeschadigd van de helling in het water van de haven gleed. Dat alles gebeurde onder toeziend oog van vele stakers en nieuwsgierigen, die de aktie van de directeur allesbehalve met applaus begeleiden. Algemeen bedrijfsleider J. Teeuwen: „De stemming bij de stakers was niet al te best, maar van een officieel protest hebben we niets gehoord. Vorige week is wel gezegd dat we voorzichtig moesten zijn met het afhellen van de Caranan. Nou, dat hebben we gedaan, we hebben hem heel voorzichtig behandeld. De stakers hebben nog wel geprobeerd om het werk tegen te houden door de kleine bootjes aan de wal te houden, maar de wind was ons goed gezind, zodat de Caranan ook zonder sleepbootje naar de overkant kwam." Stakingsleider Walle de Jager: „Hier staan we machteloos tegenover. Als de directeur met personeel van Van der Schoot zoiets doet, kunnen wij dat niet keren. Maar men moet wel ophouden met die intimidatiemaatregelen. We hebben de staking volkomen in de hand en onze mensen doen precies wat we verlangen. Wij spelen het spel volgens de regels, maar dan moet men dan aan de andere kant ook doen. De Caranan zegt ons verder niets. Die is op de Van der Schoot-manier klaargemaakt. Daar doen we verder niets aan."

2011-06-00: In 06.2011 laat LR de registratie vervallen omdat het nog bestaan van het schip twijfelachtig is.

Ship Masters Data

Images


Description: proefvaart
Image type: Photo

Description: Willemijn 1953 (ex Annie-N)
Image type: Photo

Description: Willemijn 1953 ex. Annie-N.
Image type: Photo

Description: Willemijn 1953 (ex Annie-N) bij Scheepswerf Vuijk, Capelle a/d IJssel.
Made By: © Goudriaan, J. (Koos)
Image type: Photo

Description: 'Caranan' (ex 'Annie-N') te Harlingen.
Image type: Photo

Description: 'Caranan' (ex 'Annie-N')
Image type: Photo

Description: De 'Caranan' onder de vlag van Panama.
Made By: © Zee, T. van der (Teun)
Image type: Photo
Sources