Name ship: ANTILIA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1954
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5019812
Nat. Official Number:
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Shelterdeck open
Masts: One mast
Rig: 4 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 2
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Scheepswerven Gebr. van Diepen, Waterhuizen, Netherlands
Yardnumber: 931
Date Laid Down:
Launch Date: 1954-06-29
Delivery Date: 1954-11-05
Technical Data

Engine Manufacturer: Werkspoor N.V., Amsterdam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 7
Power: 755
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Werkspoor Type (330x600)
Speed in knots: 11.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 472.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 222.00 Net tonnage
Deadweight: 529.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 34402 Cubic Feet
Bale: 31645 Cubic Feet
 
Length 1: 64.11 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 59.14 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 9.35 Meters Breadth, extreme
Depth: 5.36 Meters Depth, moulded
Draught: 3.186 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1954-11-05 ANTILIA
Manager: Government of the Netherlands Antilles, Curaçao, Netherlands Antilles
Owner: Government of the Netherlands Antilles, Curaçao, Netherlands Antilles
Shareholder:
Homeport / Flag: Curaçao / Netherlands Antilles
Callsign: PJBU
Additional info:

Date/Name Ship 1975-00-00 ANTILIA
Manager: Pedonomou Line Ltd., Port of Spain, Trinidad & Tobago
Owner: Pedonomou Line Ltd., Port of Spain, Trinidad & Tobago
Shareholder:
Homeport / Flag: Port of Spain / Trinidad & Tobago
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1979-00-00 KALISTENI MIHALIS
Manager: Andreas Line Ltd., Georgetown, Cayman Islands
Owner: Andreas Line Ltd., Georgetown, Cayman Islands
Shareholder:
Homeport / Flag: Georgetown / Cayman Islands
Callsign: ZCPS
Additional info:

Ship Events Data

1954-06-29: NvhN 29-06-1954: Tewaterlating m.s. Antilia. Bij de N. V. Scheepswerven Gebr. van Diepen te Waterhuizen werd met goed gevolg te water gelaten het nieuwe motorvracht- en passagiersschip Antilia, dat wordt gebouwd voor rekening van het Gouvernement van de Nederlandse Antillen te Curacao. De Antilia is van het Shelterdektype, meet plm. 450 ton d.w. en heeft de volgende afmetingen: lengte over alles 65,25 m., lengte tussen de loodlijnen 59,16 m., breedte 9.30 m. en holte 3.20 m. tot 5.34 m. De voortstuwing zal geschieden door een 750 p.k. motor, terwijl tevens in de machinekamer twee hulpmotoren van 40 p.k. zullen worden geplaatst. Het schip is ingericht voor 12 hut- en 24 dekpassagiers. De bouw geschiedt onder klasse Lloyds, Register of Shipping met Certificaat Scheepvaartinspectie voor de Atlantische vaart. Op de vrijgekomen helling zal de kiel worden gelegd voor een zusterschip van het m.s. Gramsbergen voor rekening van de N. V. Zuidhollandse Scheepvaartmaatschappij te Rotterdam.

1954-09-00: Amigoe di Curacao 08-09-1954: In Groningerland nadert de „Antilia” haar voltooiing. K.N.S.M. brengt de „droomboot" in charter naar de Antillen.
Waterhuizen is een klein plaatsje in de provincie Groningen. Het land is er vlak als een gravel-baan in een tennispark; langs de wegen rijden auto's opgeladen met stro, want Groningen is één der belangrijkste graan-verbouwende gewesten van Nederland, en op de tuinbouwbedrijven zijn vele handen bezig met het binnenhalen van deze zomergewassen. Te midden van deze landelijke idylle klinkt echter het lied van de industriële arbeid. Aan het kalme water van het Winschoterdiep liggen enkele hier typisch Groninger scheepswerven, die over de hele wereld bekendheid verwierven door de bouw van zeewaardige kustvaarders en op eén der bedrijven, de werf van firma van Diepen, is op het ogenblik de “Antilia" in aanbouw, het schip, dat straks de verbinding tussen de Nederlandse Antillen zal onderhouden. De bouw is snel gegaan. Midden Maart van dit jaar werd de kiel gelegd. Drie maanden later, op 26 Juni, verrichte mevrouw Debrot, de echtgenote van de algemeen vertegenwoordiger der Nederlandse Antillen in Nederland, de doop en gleed het vaartuig te water. Niet met de achtersteven naar voren, maar overdwars, zoals in Groningen, waar de scheepswerven aan betrekkelijk smalle kanalen liggen, gebruikelijk. Voor de werf ; Sindsdien ligt de „Antilia" voor de wal van de werf om, zoals dat heet, afgetimmerd te worden. En ook daarmee is men thans een goed eind gevorderd. Het vaartuig ligt nog wat hoog — straks,.als het geballast is en de tanks en bunkers zijn gevuld, zal dat welbeter worden! Maar voor het overige is het, althans uiterlijk, zo goed als „klaar." Masten en railingen, pijp en stuurhuis, zijn aangebracht en men is thans nog hoofdzakelijk aan de binnen-inrichting bezig. Daar komt heel wat voor kijken, want de „Antilia” krijgt in haar hoge achter-opbouw ruimte voor twaalf le klas-hutpassagiers, terwijl natuurlijk ook de kapitein, officieren en leden van de bemanning hun vaste verblijven moeten hebben. Daarnaast zal het 450 ton deadweight metende schip nog veertig 3e klas-passagiers en natuurlijk de nodige vracht kunnen vervoeren. De Werkspoor-motor van 750 pk staat borg voor een behoorlijke snelheid. Hoe groot die zal zijn, dat zal eerst blijken op de proef tocht, die, naar men ons op de werf verklaarde, als alles goed gaat midden of eind September op de Eems zal worden gehouden, enkele weken later dus dan men kort geleden veronderstelde. Zoals de „Antilia" thans aan de werf ligt, is het een prachtig,vaartuig: naar het uiterlijk geheel een moderne zeegaande kustvaarder, zoals de Groningers dit type de laatste tientallen jaren hebben ontwikkeld, maar tevens uitmuntend geschikt voor de vaart in de tropen. Het schip is iets kleiner dan de bekende coasters van de K.N.S.M. De „Antilia" is overigens onder toezicht van het bouwbureau van de K.N.S.M. gebouwd en deze maatschappij zal het vaartuig ook, in charter, bevracht naar Willemstad brengen. Over de wijze van exploitatie van de „droomboot" tussen de Nederlandse Antillen verwijzen wij U naar de mededelingen, die daarover reeds in ons blad zijn gedaan.
Amigoe di Curacao 06-10-1954: „Antilia” maakt officiële proefvaart door Nederlandse Waddenzee. Cola Debrot neemt droomboot uit naam van Landsregering over. Delfzijl. — „Ik verklaar op dit ogenblik de overdracht van de „Antilia" te aanvaarden namens de Landsregering en draag het commando over aan kapitein Mager. Ik wens hem en zijn bemanning goede vaart en goede terugkeer . Met deze woorden nam namens de Antilliaanse regering mr N. Debrot de thans tot tastbare werkelijkheid geworden droomboot van Landsminister Kamer over van de scheepsbouwers Van Diepens Scheepswerven. Vervolgens hees mevrouw Debrot-Reed de vlag van de rederij Próspero Baiz en ging de vlag van de scheepsbouwers omlaag. Mr Debrot had tevoren de geschiedenis van de „Antilia" in het kort gereleveerd en dank gebracht aan degenen, die na de besprekingen met minister Kamer aan de bouw meewerkten, in de eerste plaats de ontwerper van het schip, ir Merhalstein, verder de bouwers, de K.N.S.M., Lloyd's, de Scheepvaartinspectie en andere. De heer Debrot legde evenals andere sprekers de nadruk op de gelukkige samenwerking tussen de Antillen en Nederland. De Antillen trokken hier nut van de Nederlandse kennis op het gebied van kustvaartuigen. Maar — aldus mr Debrot — al is de inhoud van de „Antilia" nog geen 500 ton, het is qua inrichting en afwerking in alle opzichten een passagiersschip, waarbij op deskundige wijze met de ruimte is gewoekerd. Deze mening was ook de Curacaose gedeputeerde van verkeer en vervoer, de heer Tonkhout, toegedaan. Hij verzocht de gasten deel te nemen aan de officiële proefvaart. Hierbij bevoer men een gebied, dat in de Nederlandse weerberichten veelal een afzonderlijke weerbeschrijving krijgt die dan enige graden stormachtiger is dan in de rest van Nederland: het Waddengebied. Ook gisteren stond daar dan ook een vrij straffe Zuidwestenwind, waarin het schip zich uitstekend hield. Verwacht mag dan ook worden, dat de „Antilia" in de rustiger Caribische contreien, wat haar zeegang betreft, zeker zal voldoen. De heer Jonkhout zeide tot een redacteur van het A.N.P.: „Het schip is mij honderd procent meegevallen. Ik had niet gedacht, dat het zo mooi zou zijn. Het is uiterst practisch ingericht en zal m.i. volkomen aan zijn doel beantwoorden. Eindelijk is een radicale oplossing gevonden voor de eilandenverbinding". Onder de gasten bevonden zich vertegenwoordigers der diverse eilanden: mr Debrot en echtgenote, de heren Tonkhout, E. Voges, zoon van de voorzitter der Antilliaanse Staten, De Wind, die op Curagao loods is, met echtgenote en dochters; Aruba werd vertegenwoordigd door de heren José de Cuba en Ernesto Petrona. Behalve zes van alle moderne gemakken voorziene hutten met eigen badgelegenheid, waaronder een voor autoriteiten, biedt de „Antilia" plaats aan circa vijftig andere passagiers. Ruimen scheiden de slaapafdelingen met moderne bedden voor manlijke en vrouwelijke 'dekpassagiers', die gezamelijk een ruime eetzaal hebben.
Het geheel wit geschilderde schip is 65 meter lang en 9½ meter breed. De voortstuwing wordt verzorgd door een 750 pk Werkspoormotor.
De „Antilia" voer te elf uur Ned. tijd de haven van Delfzijl uit en voer rond het Duitse eiland Borkum. Het keerde om 16 uur in Delfzijl terug.
Aan de lunch legde de directeur van de K.N.S.M., de heer Kruseman, de nadruk op de samenwerking der Antilliaanse eilanden, die de bouw van de „Antilia" had mogelijk gemaakt. Hij hoopte, dat het zakelijk aspect, waarmee hel schip werd besteld, zal slagen en dat dit het loon zal zijn van deze .goede samenwerking.Nog vele anderen hielden redevoeringen, o.a. de vertegenwoordiger van MINVOR, de heer Nijdam.
De “Antilia" vertrok gisteravond uit Delfzijl naar Amsterdam; zij zal daar proviand innemen en vertrekt Donderdag naar Esberg in Denemarken, alwaar zjj een lading aardappelen inneemt voor La Gnaira in Venezuela. Kapitein Mager hoopt over ongeveer 14 dagen te Willemstad aan te komen..
De Tijd 07-10-1954:„Antilia" maakt proefvaart.Antillianen van de zes eilanden, waaruit de Nederlandse Antillen bestaan, hebben zich Dinsdag ingescheept aan boord van een in opdracht van de Antilliaanse landsregering in Nederland gebouwd vaartuig, dat de verbinding tussen deze eilanden zal gaan onderhouden. Tijdens deze officiële proefvaart werd de „Antilia", zoals het vaartuig gedoopt is, door de vertegenwoordiger der Ned. Antillen in Nederland, mr. N. Debrot, namens de Antilliaanse landsregering overgenomen. De vaartuigen, die tot nu toe voor deze verbindingen zorgden, zijn sterk verouderd en voldeden op het stuk van snelheid en capaciteit reeds lang niet meer aan redelijke vereisten. Behalve zes van alle moderne gemakken voorziene hutten met eigen badgelegenheid, biedt de “Antilia” nog plaats aan ongeveer 50 andere passagiers. Het geheel wit geschilderde schip is 65 m lang en 9½ m breed.
Amigoe di Curacao 16-10-1954: Antilia op weg naar Curacao. Willemstad. — Zoals bekend zal het motorschip „Antilia", na aankomst alhier, door het Gouvernement worden overgedragen aan Prospero Baiz & Co. Inc., die vervolgens de exploitatie ter hand zal nemen. Alle voorbereidingen zijn getroffen om een regelmatige en succesrijke vaart te verzekeren; overeenkomstig het charter wordt elke maand een reis gemaakt van de Benedenwindse Eilanden naar de Bovenwinden, en terug, terwijl in de tweede helft van elke maand gevaren wordt op Trinidad, Brits Guyana en de Engelse en Franse Bovenwindse eilanden. De “Antilia”, als Nederlands-Antilliaans schip, voert vanzelfsprekend de rood-wit-blauwe vlag, doch daarbij ook de rederij-vlag, een rood en blauw gehokte vlag met in het Midden de Gouden Adelaar op witte achtergrond; de „Aguila de Oro" is immers het embleem van de fa. Prospero Baiz. In de loop van de volgende week komt het gedrukte passagiers- en vracht-tarief gereed.
Amigoe di Curacao 23-10-1954: Antilia 2 November naar Bovenwinden. Prospero Baiz verwacht schip rendabel te maken. Willemstad. — Ten huize van de heer L. A. J. M. Eicholz, directeur van de fa. Prospero Baiz & Co., kwam gistermiddag de pers bijeen om het een en ander te vernemen over het ms. „Antilia", dat in de nacht van Zaterdag op Zondag, 1 November te Curacao wordt verwacht. Gesproken werd over de exploitatie van de boot, waarbij verschillende mogelijkheden onder de loupe werden genomen. De heer Eicholz, die zijn gasten ontving met zijn been in het gips -- zoalsgemeld, heeft de heer Eicholz een ongeval gehad, waarbij hij zijn been brak--vertelde de persmensen en de heren Bloemink en Welbergen, resp. van de A.B.- en P.S. passage-afdeling van de NV C.P.I.M., dat de „Antilia" haar ligplaats zal kiezen in de nieuwe (waarmede het dus het eerste schip zal zijn, dat deze haven met enorme loodsen gaat gebruiken voor het doel, waarvoor deze aangelegd is.) De firma heeft daar een gedeelte van een loods gehuurd van het gouvernement. Men is er in geslaagd een uitstekende crew te krijgen voor de droomboot. Alles is goed voorbereid om de exploitatie van de „Antilia”rendabel te maken, hoewel dit laatste hard werken betekent. De firma Prospero Baiz & Co. heeft berekend, dat zeker de eerste jaren op de investatie van de firma zelf (bestek,- meubilair, etc.) zeker ƒ 25.000.— per maand moet worden afgeschreven. De exploitatie; In het verleden heeft een dergelijke exploitatie steeds belangrijke verliezen geleverd, die een aanzienlijke Gouvernements-subsidie noodzakelijk maakten, terwijl het 'charter' verder afwijkt van een normaal dergelijk contract, omdat de eis van regelmatige en goedkope verbinding met de Bovenwinden meebracht, dat op die route het vaarplan en de tarieven voor vervoer van personen,vee en goederen, van Gouvernementswege werden vastesteld.De belangstelling voor de gehouden inschrijving was gering — van 14 firma's op Aruba en Curacao, die uitgenodigd werden, reageerden slechts drie, en hiervan twee met offertes, die afweken van de gestelde voorwaarden; de exploitatie is gegund aan Prospero Baiz & Co.Inc., op grond van het lage door haar gevraagde bedrag aan subsidie en het feit, dat het volle risico der exloitatie (geschat op drie ton per jaar) door haar wordt gedragen, waarbij komt haar jarenlange ervaring in scheepvaartzaken; de overeenkomst is gesloten voor een periode van twee jaar.Gunstiger worden de exploitatie-mogelijkheden beoordeeld tijdens dat deel van elke maand, waarin de charterer zijn eigen vaarplan vast te stellen: zo is Prospero Baiz & Co. Inc., dan ook voornemens om eens per maand een reis te doen ondernemen naar Trinidad., Brits Guyana en de Engelse (eventueel ook Franse) eilanden in het Caraïbische gebied alsmede Santo Dorningo; op deze route bestaat echter reeds veel concurrentie, en het zal tijd vergen om zich een redelijk aandeel te verwerven van het daar bestaande aanbod van passagiers en vracht. Organisatie: Prosper Baiz & Co.Inc. is reeds geruime tijd doende om alle mogelijke voorbereidingen te treffen; op alle betrokken eilanden zijn agenten aangesteld, de interne organisatie is vrijwel gereed, de bemanning, die dezer dagen wordt aangemonsterd, is met zorg samengesteld, en reeds thans is zowel op Curacao als op de andere eilanden alles gereed voor het boeken van passage en het aannemen van vracht; zo moge hierbij worden aangeboden een exemplaar van het gedrukte, losbladige passgiers-en vracht-tarief, dat zeer veel inlichtingen omtrent de “Antilia” verstrekt. De maatschappij hoopt echter, dat op de duur de vruchten te plukken zijn, zo merkte mr.Van Dam op, die de gehele, economische voorbereidingen voor zijn rekening heeft genomen. De heer van Dam, employé bij Edward Henriquez Bank, is „uitgeleend" aan de fa. Prospero Baiz & Co. Het ligt in de bedoeling van de fa. Prospero Baiz & Co. om de droomboot twee cruises te maken per maand. Van de tweede cruise, welke gaat naar Trinidad, Brits Guyana en de Engelse en of Franse eilanden, wordt, wat winst betreft, meer verwacht. Het is namelijk zo, dat voor de Bovenwinden niet meer dan 100 kilo vracht kan worden verwacht per maand. De reis naar bovenn, die verplicht is, kan uiteraard niet winstgevend zijn. De tarievan zijn van gouvernementswege vastgesteld en zeer laag gehouden. Uit een toeristisch oogpunt gezien zijn de cruises voor de Bovenwinden dan ook zeer aantrekkelijk. De subsidie, welke de firma genoot voor de exploitatie van de „Willemstad", die, zoals gemeld een ligplaats heeft gekozen in het basin van de Nieuwe Haven en daar gerepareerd wordt, bedroeg ƒ 4000.— per maand. De subsidie voor de exploitatie van de „Antilia" bedraagt het eerste jaar ƒ 2500.— en het tweede contractjaar ƒ 2000.— per maand. De kapitein van de droomboot is H. J. A. Mulder, een oud-CSM-eri althans dat wordt hij op 1 November as., op welke datum hij zijn ontslag neemt. De Ie stuurman is de heer D. Eneman, oud-kapitein van het ms. „Willemstad", dat nu uit de vaart is genomen. De verdere crew is eveneens met zorg uitgekozen. De bemanningsleden zijn allen geboortig op de Nederlandse Antillen of hier reeds lang werkzaam. In totaal wordt de droomboot door een bemanning van 17 leden bevaren; het schip heeft accomodatie voor 72 passagiers. Ter aanvulling moge dienen, dat aan boord beschikbaar zijn: een tweepersoons luxe-hut met badkamer, vijf twee-persoons hutten met gebruik van badkamer, een eerste-klas eetzaal met, bar; twaalf slaapplaatsen voor mannelijke en twaalf voor vrouwelijke „Tourist-A" passagiers met gezamenlijke eetzaal, alsmede overdekte ruimor zes-en-dertig „1 sagiers. De goed geventileerde ladingruimen bieden plaats aan bijna achthonderd ton vracht, terwijl aan dek vervoergelegenheid is voor o.m. honderd ton vrdcht, terwijl aan dek vervoergelegenheid is voor o.m. auto's en vee; de koel- en vriesruimen hebben een gezamenlijke capaciteit van 1750 cub. voet. . Zo zal het motorschip „Antilia" dan zeer binnenkort uitvaren, vanzelfsprekend, als Nederlands-Antilliaans schip, onder de rood-wit-blauwe vlag; met de postvlag (omdat het post en en pakketpost zal vervoeren) en de vlag van de „rederij": een rood 'en blauw geblokte vlag met in het midden op witte achtergrond de gouden adelaar. Immers sedert haar oprichting in 1886 is de „Aguila de Oro" het kenteken van Prospero Baiz & Co. De zeer vermoedelijke datum van vertrek is 2 November as. om 24 uur.
Amigoe di Curacao 02-11-1954: „Dat bootje had ik graag naar de West gebracht!” Curacao ziet zijn droomboot. Karner: „Antilia" geen eindpunt doch slechts een begin. Willemstad. — Zo konden zij, die belang stellen in het wel en wee van de Nederlandse Antillen, gisteravond naar de Nieuwe Haven tijgen. Niet om, er een Nederlands oorlogsschip of een bodem van vreemde nationaliteit te gaan bewonderen, doch om er het eerste moderne honderd procent Antilliaanse schip de “Antilia" te gaan zien, dat kapitein Mager de dag daarvoor de Willernstadse haven had ingevaren. Een coaster, solïed als een raspaard en glimmend van nieuwigheid. Een droomboot met de perfecte eigenschappen die dingen in een droom bezitten, doch tegelijk even tastbaar en reëel als het Schottegatwater dat hem droeg en de kade waartegen hij van zijn oceaanreis uitrustte. Nu eens een eigen schip in de nieuwe haven. Op een der dekken stond Karner. Eenieder die de treeplank opkwam, liep naar hem toe om hem te complimenteren. Want hij is nu eenmaal de geestelijke vader van het plan tot de bouw van dit schip. Nog niet zo heel lang geleden hadden de Curacaose persmensen zich met bewondering over de tekeningen gebogen, die op de tafel in het kantoor van de Regeringsraad lagen opengeslagen. Lijnen op papier, meer niet, waarmede hun verbeelding in vage contouren een schip kon vormen. En thans was daar dan die „Antilia", gepavoiseerd en opgesmukt in de nabijheid van de immense havenloods, waarin zo juist de laatste feestelijke tonen van de Sithoc-fair verstorven waren. Eerste kennismaking;
Heel Curagao kwam het schip zien. De Gouverneur, alle Curacaose landslsters en landsminister Pauw, een groot aantal Statenleden, alle Gedeputeerden, zeer veel leden van de Eilandsraad, Commandeur Bos en Overste Rikkers, de heer Koster van de KLM, De heer Mesney van de Mijnmaatschappij Curacao, alle bekende figuren uit de handel, de directeur van de KNSM, de heer Hooyberg, vertegenwoordigers Prospero Baiz de exploitanten van de “Antillia", etc. etc.... Slechts eerste stap; Natuurlijk kon Karner de gelegenheid niet laten voorbijgaan zijn gedachten op deze vooral voor hem zo heugelijke dag even weer te geven. Er is door een vriendelijke pers veel over dit schip geschreven, zei hij. Hierin schuilt een gevaar. Immers, het zou een bittere vergissing zijn wanneer men dit schip als de „ultima ratio”, het eindpunt van de gedachten van de economische ontwikkeling der Nederlandse Antillen zou beschouwen. De "Antilia" zal zeker bijdragen tot een verbreding van de economie. Doch het schip is slechts een eerste stap in de goede richting, een eerste realisatie van een droom. De regering heeft al jaren lang getracht de economie der Antillen te verbreden. Het zal nog jaren duren vooraleer dit ideaal werkelijkheid is geworden. Toen een jaar geleden meerderen op deze eilanden zich bezorgd maakten over de economische ontwikkeling der Antillen, was het Karner geweest, die de mensen als een super-optimist een riem onder het hart had gestoken. Thans wilde hij op'nieuw, als een pseudo-Fassman, voorspellen, dat de ontwikkeling zich in goede richting zou voortzetten. Het schip;Natuurlijk was eenieder er erg op gebrand het schip, waarover in het verleden reeds zoveel in de plaatselijke Pers was geschreven, met eigen ogen tot in onderdelen te zien. En daarom verspreidde het gezelschap over de dekken en de passagier-ruimten. Boven de machinekamer, de koelruimte en het onderste laadruim, bevinden zich de verblijven van de bemanning, de eet- en slaap-gelegen-heden van de dekpassagiers, alsmede een tweede laadruim. Daarboven de le klasse (2-persoons) passagiershutten, en de longroom le klasse. Daar weer boven het afgeschermde achterdek, het verblijf van de hoofdmachinist, het kapiteinsverblijf en een le klasse zit- en slaaphut, annex badkamer. Tenslotte achter de brug de verblijven van de le en 2e stuurman. De bemanning; De bemanning bestaat uit: de kapitein, 2 stuurlieden, 2 machinisten, een bootsman, 4 matrozen, 2 olielieden, een hofmeester, een kok, en een bediende. Kapitein Mulder (ex-CSM-er) zal voortaan de scepter op de „Antilia" zwaaien, bijgestaan door de oud-kapitein van de „Willemstad", de heer J.J. van Eenennaam, die als le stuurman zal fungeren. Hoofdmachinist Th. Smit blijft nog een maand op het schip, doch zal dan naar Nederland terugkeren. De kapitein; En kapitein L.H. Mager, de oud- KNSM-er, die de „Antilia" naar Curacao bracht en hiermede zijn taak in dienst van het Gouvernement volbracht? Hij vertrekt op Donderdag 4 November a.s. per KNSM-vrachtschip „Charis" naar Nederland, waar hij op 11 December a.s. hoopt aan te komen. Hazelhoff, de vroegere kapitein van de „Oranjestad", die thans waterschout te Amsterdam is, en bij wie kapitein Mager zich ging aanmonsteren, toen de tijd was aangebroken om met de „Antilia" naar Curagao te vertrekken, had gezegd: „Dat bootje had ik graag naar de West gebracht!" En Mager had geantwoord: „Goed, Hazelhoff, ga je gang, maar geef mij dan jouw baantje in ruil!" En dat had Hazelhoff toch maar niet gedaan. Want hij was er wat trots op, dat hij de eerste waterschout is die uit koopvaardijkringen is voortgekomen. En het is niet eens zo'n gekke baan ook! En dan ontdekten wij nog iemand. Het was de hofmeester. Hij luistert naar de naam: Overmeer. Na het R.K. Zeemanshuis en De Gezelligheid zal het nu eens de „Antilia" zijn. Waarom ook niet! Is er wel iets meer Antilliaans dan dit schip, dat binnenkort op alle zes eilanden thuis zal zijn! En benijd de passagiers maar gerust. De „Antilia" is van nu af een drijvend hotel-restaurant le klasse! Hoe kap. Mager de droomboot naar de Antillen bracht . Aardappeltjes voor La Guaira bleven in prima conditie. Piscaderabaaiclub. — Kapitein Mager, de man die de "Antilia'' naar Curacao bracht, en met wie wij al een radio-telegrafisch gesprek hadden, toen hij op honderd en zoveel mijl van Las Palmas zwierf, zette zijn verhaal voort aan een tafeltje van Pisca, waar hij tot a.s. Donderdag logeert. Mager is een prettig causeur, die men niet telkens met vragen uit zijn hoekje behoeft te lokken. Een man, die wat heeft meegemaakt en zijn belevenissen in een aantrekkelijke vorm weet te gieten. En zo kregen wij dan het onopgesmukte relaas over de reis van de droomboot van Amsterdam naar Willemstad te horen. Op 7 October te 5 uur namiddag vertrok de „Antilia" in ballast naar Esbjerg. Hoewel er hoge deining op de Noordzee was, waardoor het schip zwaar stampte, kon toch nog een snelheid van 10½ mijl bereikt worden. De daarop volgende dag te half negen in de avond arriveerde het schip op de rede van Esbjerg. Doch het kon de haven niet binnenvaren, daar de loodsboot niet uit kwam. Het schip moest dientengevolge tot de volgende morgen voor anker gaan. Om 6 uur kwam de loods aan boord en ruim twee uur daarna lag het schip aan de kade gemeerd en kon met het laden van een partij aardappelen begonnen worden. Hierbij bleek, dat de ventilatie-kokers, althans volgens het inzicht van de verscheper en de stuwadoor, te groot waren. Men bracht enige wijzigingen in het ventilatiesysteem aan. Het laden der aardappelen was des avonds te half zeven voltooid en een uur daarna werd van de kade vertrokken. Toen moest echter opnieuw voor anker gegaan worden, daar er een mankement aan de hoofdmotor was door het wegvallen van de druk. Na een grondige controle werd in een der kleppen een stuk pakking gevonden, dat het luchtkanaal verstopte. Het euvel was spoedig verholpen en te 1 uur der nachts (10 October) was het schip buitengaats. Hoewel het ruw weer was liep het schip tegen de wind in nog 10 mijl. In de avond van die dag was het te Delfzijl, waar kok v. Etteger, die gewond was en de reis niet verder kon meemaken moest vervangen worden. Zijn opvolger W. v.d. Molen arriveerde eerst op 11 October. In de morgen van die dag werd de reserve-reddingsboot aan land gebracht en de motorreddingsboot aan boord genomen. Des avonds te ongeveer 7 uur was de „Antilia" weer buitengaats. Tot de Golf van Biscaje had het schip goed weer, en dit bleef zo tot Las Palmas. Er werd minder brandstof verbruikt, dan verwacht was.
In de vroege morgen van 21 October waarschuwde de le machinist, dat de smeerolietank gescheurd was en de olie daaruit wegliep. Er waren geen vaten aan boord om de olie in over te tappen. Daarom werd een der dagtanken tijdelijk buiten dienst gesteld en kon 500 liter met emmers daarin overgebracht worden. Door het verminderen van de druk nam het lekken van de tank af en kon de scheur provisorisch gedicht worden. Toch ging ongeveer 150 liter olie verloren. Er was echter ruim voldoende smeerolie aan boord om de reis te beëindigen. Ook tussen Las Palmas en La Guaira was het weer goed. Op 30 October kwam de „Antilia" te La Guaira aan, waar aanstonds begonnen werd met het lossen der aardappelen. In de middag van 31 October was dit werk voltooid. De aardappelen hadden tijdens de reis niets geleden. Tenslotte arriveerde het schip op Zondag 31 October te 4 uur in de namiddag in de haven van Willemstad.
Amigoe di Curacao 02-11-1954: „Antilia” vertrekt hedenavond. Willemstad. — Wij vernemen van bevoegde zijde dat de 12 hutten van het m.s. „Antilia" reeds voor de tweede trip, welke gaat via Trinidad naar boven, langs de Engelse eilanden, is volgeboekt. De twaalf hutten zijn allen besproken. Wat de eerste reis betreft, hedenavond om tien uur vertrekt de droomboot met aan boord de Gouverneur en zijn echtgenote, de landsministers Eman, Pauw en Arends, de adjudant van de Gouverneur, Ltz. Fröhn, en de agent van de droomboot op Aruba, de heer Carlos B. Wolter. Wij wensen het schip een goede reis in de Caribische wateren .
Amigoe di Curacao 04-11-1954: „Antilia” in Arubaanse haven. Oranjestad- Tegen half acht gisteravond liep de „Antilia" onder grote belangstelling de Paarden- baai binnen. De belangstelling werd mede geacht door het feit dat Z.E. de Gouverneur, mevr.Struycken, de Landsministers, Pauw, Arends en Eman, alsmede de agent van dit schip de heer Carlos Wolter, zich aan boord bevonden. Op de steiger waren aanwezig de commissie van ontvangst, bestaande uit de heer Gezaghebber, het lid van de Raad van Advies Croes, Majoor G. Veenhuys, de wnd Commissaris van Politie C.de Jager en de Havenmeester J.Meenhorst. De dochter van de heer Wolter bood mvr. Struycken een bouquet bloemen aan. Bij het verlaten van het schip stond een ere-wacht van mariniers opgesteld, onder commando van kapt. de Vries. Nadat de ere-wacht was geïnspecteerd, begaf Z.E.en mevr. Struycken zich naar de Gouverneursresidentie. Gisteravond begaf de Gouverneur zich naar Sociedad Bolivariana, waar de Panamese Consul een receptie gaf tergelegenheid van de onafhankelijkheidsdag. Gistermiddag van vier tot half zes, gaf de heer Carlos Wolter een receptie aan boord van de "Antilia", welke zeer druk werd bezocht.
Amigoe di Curacao 05-11-1954: Geruchten zijn onwaar. „Antilia” met voldoende reddingsmiddelen uitgevaren? Willemstad. — Naar aanleiding van geruchten volgens welke de „Antilia", het Antilliaanse droomschip, niet met voldoende reddingsmiddelen aan boord zou zijn uitgevaren, hebben wij ons hedenmorgen gewend tot de heer Smith, de Inspecteur van de Scheepvaart Inspectie. Deze deelde ons mede, dat de „Antilia" met voldoende reddingsmiddelen aan boord is uitgevaren van Curacao naar Aruba. Op Aruba kreeg de droomboot meer passagiers aan boord. Op voorstel van de heer Smith zijn toen twee reddingsboten meer aan boord genomen.omenteel heeft de „Antilia" vier reddingssloepen aan boord, waaronder een motorsloep, en 95 reddingsvesten. Volgens de Conventie van Londen in 1948 gesloten, is de „Antilia" volgens voorschrift uitgerust. Weliswaar zijn de Nederlandse Antillen nog niet bij deze Conventie aangesloten, maar de voorschriften worden al wel reeds toegepast. Verder voldoet het schip aan de eisen, gesteld door de Scheepvaartwet van 1952. In totaal heeft de droomboot nu 80 passagiers aan boord. De heer Smith deelde ons mede, dat elke sloep plaats biedt aan 25 mensen. „Van een tekort aan reddingsmiddelen aan boord van de „Antilia" is dus geen sprake", aldus de Inspecteur. De „Antilia" is gisteravond om 21 uur op Bonaire aangekomen en vandaar vertrokken om 00.05 uur, op weg naar Sint Maarten. Het schip wordt daar morgenavond verwacht. De heer Smith deelde ons nog mede, dat de „Antilia" een goed schip is, het vaart uitstekend.
Algemeen Handelsblad 12-11-1954: Na jarenlang tobben. Weer scheepvaartdienst tussen eilanden der Antillen. (Van onze correspondent) De “Antilia”, het schip dat in opdracht van de Ned. Antilliaanse regering werd gebouwd voor de verbinding tussen de Bovenwindse en de Benedenwindse eilanden, is dezer dagen van een voorspoedige tocht over de oceaan te Curagao binnengelopen. Een dag later vertrok de “Antilia” reeds op zijn eerste tocht. Het traject Curagao-Aruba werd medegemaakt door de gouverneur mr A. Struycken, en echtgenote en de drie Arubaanse leden van de Regeringsraad. Zowel op Curagao, als op Aruba werden recepties gehouden ter ere van het „droomschip", gelijk het genoemd wordt, omdat het bedoelt de Bovenwindse eilanden uit hun isolement te verlossen. Sinds in 1944 de K.N.S.M. de vaart tussen deze twee ver uiteengelegen groepen van de Ned. Antillen (een afstand als van Amsterdam naar Marseille) moest staken als gevolg van de oorlog, is het een eindeloos tobben geweest. Half zeewaardige schepen of schepen die wel zeewaardig waren, doch te oud om zonder risico van mankementen te varen, onderhielden de dienst. Tussen de twee bovengenoemde groepen bestaat enig intensief personen- en vrachtverkeer, doch juist niet genoeg om een dienst rendabel te maken. Door de bouw van dit schip, dat NA ƒ 600.000 kostte, en door per maand een vaart te subsidiëren poogt de Antilliaanse regering nu een oplossing te vinden. Nog niet opgelost is het verkeer tussen St. Maarten, Saba en St. Eustatius onderling. Hoewel de “Antilia” deze drie eilanden nu eens per maand aandoet is het nodig tussen de drie eilandjes een frequente verbindingsmogelijkheid te scheppen. De “Antilia” is gebouwd door Gebr. Van Diepen, Waterhuizen, bij Groningen.
Amigoe di Curacao 07-12-1954: „Antilia” weer naar boven. Willemstad. — De droomboot van de Nederlandse Antillen gaat vanavond weer. Het schip vertrekt voor de tweede Bovenwindse reis. Reeds eenmaal is de tocht langs de Antillen gemaakt terwijl tevens een korte reis naar Pto.Cardon en een reis naar Sto. Domingo is afgelegd. In Trinidad moest het schip twee dagen blijven met motorrevisie, de vertegenwoordigers van het schip bleken niet ingewerkt te zijn en ook door verschillende andere oorzaken is tijd verloren. Op de terugreis, de laatste keer, brak een van de cylinderkoppen van de motor. Werkspoor N.V. stuurde per vliegtuig een nieuwe en gisteravond is deze opgezet. De motor heeft vanzelfsprekend nog garantie. Een plaats waar alles zeer efficiënt was geregeld, bleek Santo Domingo te zijn. Hier werd een prima service gegeven. Een grote partij suiker is hier ingeladen, waarvan het ene gedeelte bestemd was voor de Baardse Trading Co., te Curagao, de rest voor Aruba. Hedenavond vertrekt de “Antilia” naar Aruba.

1954-10-06: NvhN 06-10-1954: Proefvaart m.s. Antilia Op de Eems heeft een geslaagde proefvaart plaats gevonden van het nieuwe motorvracht- en passagiersschip Antilia, dat werd gebouwd bij de N.V. Scheepswerven Gebr. van Diepen te Waterhuizen (Gr.), voor rekening van het Gouvernement van de Ned. Antillen te Curagao. De Antilia is van het shelterdektype en is uitgerust met een 750 p.k. motor, waarmede het schip tijdens de proefvaart een snelheid behaalde van plm. 12 mijl per uur. De Antilia is ingericht voor 12 hut- en 24 dekpassagiers. De bouw geschiedde onder Klasse Lloyd's Register of Shipping met certificaat Scheepvaart Inspectie voor de Atlantische vaart.

1955-08-02: Amigoe di Curacao 02-08-1955: Antilia beschadigd. Ruw weer veroorzaakt schade. Willemstad. — Hedenochtend is de „Antilia" met lichte averij de haven van Willemstad binnengevaren. Bij het meren aan de pier te Kralendijk heeft het schip een deuk opgelopen tengevolge van de hoge zeeën. Een storm, welke in de omgeving van Mexico woedt, heeft ruw weer veroorzaakt, zodat Bonaire last had van hoge zeeën. Zo is er een gat in het landhoofd van de grote pier geslagen, terwijl ook de kleine pier bij Maatschappij Zeebad beschadigd werd. Enkele roeiboten zijn verdwenen en het kostte de zich op zee bevindende schepen moeite zich in veiligheid te trengen. De totale schade aan particuliere en gouvernementseigendommen wordt geschat op ƒ 25.000.—. Tot verbazing van de bevolking voer de gouvernementsboot niet uit, terwijl, naar verluidt, ook DOW in gebreke is gebleven de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen. De heer L. D. Gerharts zal nu over deze aangelegenheden en in het bijzonder over het verzuim, dat gepleegd is, vragen aan het Bestuurscollege stellen.

1956-05-15: Amigoe di Curacao 15-05-1956: Klachten over vaart „droomboot” niet gerechtvaardigd. Het vaarschema van de „Antilia” wordt vaak op verzoek van de Bovenwindse autoriteiten gewijzigd. Willemstad. — Op de Bovenwinden wordt geklaagd over de onregelmatige vaart van de „Antilia". Het schip doet de Bovenwindse Eilanden eens per maand aan, doch nooit op een vaste datum, terwijl de route langs de eilanden steeds wisselt, zodat geen reiziger te voren weet, welke eilanden hij zal aandoen. Van de andere kant klaagt de firma Prospero Baiz, die de boot exploiteert, dat de exploitatie niet lonend is. Laat het Gouvernement, aldus wordt gesuggereerd, het contract met Prospero Baiz opzeggen en contact zoeken met Suriname, dat enkele schepen in de vaart heeft en dus over scheepspersoneel beschikt. Wanneer de „Antilia" door het Surinaamse Gouvernement geëxploiteerd wordt (of door het Surinaamse en Antilliaanse samen op een fifty-filty basis), dan zou er een regelmatige vaart van Suriname via Curacao naar de Bovenwinden geopend kunnen worden. Dit zou tegelijkertijd de handel tussen de twee rijksdelen stimuleren en de vaart van het schip meer lonend maken. Desgevraagd wordt ons naar aanleiding van het bovenstaande van bevoegde zijde medegedeeld, dat het vaarplan betreffende de Bovenwinden reis telkens wordt voorgelegd aan de heer Directeur van het departement Economische Zaken te Curacao en, na door deze te zijn goedgekeurd, tijdig aan de heer Gezaghebber van de Bovenwindse Eilanden, de heren Administrateurs, alsmede de agenten van het ms. „Antilia" op de drie Bovenwindse Eilanden wordt toegezonden. Eventuele afwijkingen van dit vaarschema worden uiteraard zoveel mogelijk beperkt, zowel in het belang van de bevolking van de Bovenwindse Eilanden, alsook van het schip zelf, aangezien dergelijke veranderingen op het laatste uur, onkosten en verwarring medebrengen. Wanneer dit in het verleden is geschied, was de oorzaak vaak een verzoek van de heer Gezaghebber van het Eilandgebied de Bovenwindse Eilanden of een der heren Administrateurs van Sint Eustatius of Saba, waaraan vanzelfsprekend indien enigszins mogelijk altijd werd voldaan. Het behoeft wel geen betoog, dat het niet uitgesloten is, dat de aankomst van het schip wel eens enkele uren kan verschillen met de tevoren ingezonden dienstregeling, doch dit hangt samen met omstandigheden, waarover de kapitein geen controle heeft, zoals bijv. de weersomstandigheden. Voor wal betreft dc opmerking, dat ; de Scheepvaart Maatschappij Suriname zou kunnen worden ingeschakeld voor een gecombineerde dienst, moge worden gesteld, dat het idee om ons zuster Rijksdeel in de scheepsverbinding met, de Bovenwindse Eilanden te betrekken, de aandacht had reeds vóór de “Antilia” alhier arriveerde. Gebrek aan voldoende lading en passagiers toonden echter al spoedig, dat een dergelijke opzet desastreuse financiële gevolgen zou moeten hebben. Terloops zij vermeld, dat de Scheepvaart Maatschappij Suriname haar vaste dienst op de Benedenwindse Eilanden reeds jaren geleden heeft gestaakt, ongetwijfeld om bovenstaande redenen.

1959-09-26: Amigoe di Curacao 26-09-1959: „Masha Pabien” zegt F. Karner, directeur van Prospero Baiz, agent van de „Antilia" tot de gezagvoerder van dit schip, Henk Mulder, die Zaterdag in het huwelijk trad met Jo de Laater. Onze gelukwensen aan de kapitein van de Antilliaanse droomboot en zijn stralende bruid alsmede aan wederzijdse ouders, waarvan wij mevrouw de Laater nog net kunnen zien.

1962-10-08: Amigoe di Curacao 08-10-1962: Parlementsleden aan schipbreuk ontsnapt. (Van onze verslaggever) Willemstad — Het heeft weinig gescheeld of een aantal uit Nederland en Suriname afkomstige parlementariërs dat momenteel een bezoek brengt aan de Nederlandse Antillen had letterlijk schipbreuk geleden voor het eiland Sint Maarten. Bij terugkeer namelijk met de „Antilia" van het eiland Saba, was een motorvlet, vrijdagavond omstreeks half tien uitgevaren om de bezoekers van de „Antilia" over te brengen naar St. Maarten. Toen de vlet met de eerste groep parlementariërs wilde afvaren deed zich echter een defect voor aan de motor. Langszij de „Antilia", met gebruikmaking van de lichten van schip, werd gepoogd dit euvel te herstellen. Toen bleek dat men hier niet in slaagde besloot kapitein Van Eenennaam van de „Antilia" de hulp in te roepen van de „Hertha" die zich eveneens op de rede van Sint Maarten bevond. Na betrekkelijk korte tijd kwam laatstgenoemd schip langszij en werd de eerste groep van gasten die al die tijd aan boord van de defecte motorvlet was gebleven, aan boord genomen. Bij het overbrengen van de tweede groep, raakte echter op een gegeven moment de „Hertha" op drift. Met angstwekkende snelheid naderden de beide scheepsrompen elkaar en tussen deze beide zijden bevond zich de volle sloep van gasten die zouden worden overgebracht. Aan boord van de „Antilia" kon men duidelijk waarnemen met hoe grote snelheid de beide schepen naar elkaar toekwamen. Op het laatste moment en mede dank zij het krachtig ingrijpen van kapitein Van Eenennaam kon worden voorkomen dat de vlet zou worden verpletterd tussen de beide schepen.

1963-08-08: Amigoe di Curacao 17-08-1963: M.s. Antilia aan de grond. (Van een onzer verslaggevers) Willemstad — Donderdag 8 augustus is het motorschip “Antilia” netto-tonnage 222 ton, eigendom van het eilandgebied Curacao en geëxploiteerd door de firma Prospero Baiz & Co., Inc., bij Antigua aan de grond gelopen. Het schip heeft ongeveer vier uur vastgezeten op een zandbank. Ter plaatse heeft de uit 19 koppen bestaande bemanning provisorisch de lekkage gerepareerd, waarna men koers gezet heeft naar Curacao. Het schip heeft hier een week in dok gelegen bij de Curacaose Dok Maatschappij N.V. en is gistermiddag de haven van Willemstad uitgevaren. Naar de stranding zal een onderzoek worden ingesteld. Omtrent de omvang van de schade konden ons geen mededelingen worden gedaan.
Het Vrije Volk 09-10-1964: Kapitein schuldig aan stoten schip. Amsterdam (ANP) —De raad voor de Scheepvaart heeft de 67-jarige kapitein F. L. van B. uit Willemstad gestraft door hem de bevoegdheid om als kapitein op zeeschepen te varen voor de tijd van een maand te ontnemen. De raad is van oordeel dat hij schuldig is aan het stoten van zijn schip, het Antilliaanse motorpassagiersschip “Antilia” bij Antigua op 8 augustus 1963 tijdens de reis van St.-Maarten naar, Antigua. Bij het bepalen van de straf nam de raad de leeftijd en de goede staat van dienst, van de kapitein in aanmerking. Het ongeval dient, volgens de raad te worden toegeschreven aan tekortkomingen in de navigatie van kapitein Van B.

1966-08-13: Amigoe di Curacao 13-08-1966: Kosten van “Antilia”. Willemstad — Op de begroting voor 1967 van de N.A. is een bedrag van vijftienduizend guiden gevoteerd voor eventuele kosten die beschouwd kunnen worden voort te vloeien uit het ouder worden van het aan hot land toebehorende schip “Antilia”. Het voor 1967 aangevraagde bedrag is even hoog als dat voor 1966. Daarbij komen voor 1967 nog de volgende kosten: verzekering casco en machines alsmede bijkomende verzekeringen 17.500 gulden; jaarlijkse vergoeding aan de charterer 2.500 gulden en onvoorziene uitgaven 1.500 gulden. Totaal dus 21.500 gulden.

1966-11-22: Amigoe di Curacao 22-11-1966: Ongeval op schip. Willemstad-Tijdens werkzaamheden op het schip “Antilia” viel de Curacaoenaar C. achterover in het laadruim en sloeg met het hoofd tegen een plank. Hij kreeg een verwonding aan het achter-hoofd en moest in het hospitaal worden opgenomen. Zijn toestand is redelijk. Een en ander gebeurde gisteravond rond half negen.

1967-06-28: Amigoe di Curacao 28-06-1967: Antilia met motorpech aan pier te Kralendijk. Langdurige reparatie. (Van onze correspondent)
Kralendijk. — Sinds woensdag 21 juni ligt aan de pier van Kralendijk de “Antilia” met een zware motorstoring te wachten totdat de vijf technici, die speciaal uit Curacao door de Dokmaatschappij zijn gestuurd, de reparatie hebben verricht. Gelukkig heeft dit ongeluk de “Antilia” niet op volle zee getroffen. Het met 10.000 zakken cement geladen schip had juist aan de pier afgemeerd, toen de motor stopte; sinds dat moment was er geen beweging meer in te krijgen. Dit laatste was nog wel mogelijk gebleken toen het schip op weg van Barranquilla naar Bonaire een kleine storing op zee kreeg, waarvoor het enige tijd de motoren moest stopzetten. De heer J. Fleur, vroeger machinist op de “Antilia” en nu werkzaam op de waterfabriek, werd als eerste te hulp geroepen, omdat deze oudgediende de machines kent als geen andere. Na een uitgebreid onderzoek door hem werd duidelijk dat herstel van de schade wel enkele dagen in beslag zou nemen. De firma Prospero Baiz, de exploitanten van dit regeringsschip, heeft daarop geantwoord dat zij het bijzonder op prijs zou stellen als de heer Fleur de herstelwerkzaamheden zou willen verrichten, ook al omdat het laten verslepen van het schip naar Curagao tienduizend gulden zou gaan kosten. Gezien zijn functie echter op het eiland is het voor hem onmogelijk dit karwei op zich te nemen. De vijf technici die nu met alle macht aan het werk zijn geslagen en daarvoor, vanwege het gemis aan het juiste gereed- schap, de werkplaats van de n.v. Bontech benutten, zullen toch nog wel enkele dagen — er wordt zelfs gesproken van een vertrek op vrijdag 30 juni — nodig hebben om het schip weer vaarklaar te maken. Door deze onverwachte tegenslag is de reis die de “Antilia” deze week naar de Boven-winden zou maken, voorlopig uitgesteld. Het oponthoud dat zij nu heeft, betekent ook voor de gebruikers van de sinds enkele maanden zeer druk gebruikte pier een onwelkome verrassing, want de regelmatige komst van de Skern, het Deense schip dat nog ettelijke keren haar 1100 ton steenslag zal moeten lossen en de komst van de Ammon en de Atlantic Lines aan het eind van deze week, benadrukken weer eens overduidelijk dat de capaciteit van de huidige pier ontoereikend is voor het tegenwoordige gebruik.


1968-01-11: Amigoe di Curacao 11-01-1968: Antilia zet zieke af op Bonaire. Kralendijk — In de late namiddag van dinsdag deed de “Antilia” even de haven van Kralendiik aan. Reden van dit kortstondige bezoek was een zieke scheepsjongen aan boord van het schip. 's Morgens was deze jongen onwel geworden, hij had moeilijkheden met de ademhaling. De “Antilia” was toen op weg van Curacao naar Guadeloupe. Hij had op deze reis al ruim 100 mijl afgelegd toen de kapitein naar aanleiding van dit ziektegeval besloot om terug te keren naar het dichtstbijzijnde eiland van de Nederlandse Antillen. Om half zes meerde de “Antilia” af aan de pier. Dr Welvaart achtte overbrenging van de patiënt naar het hospitaal in Kralendijk gewenst. Tegen acht uur in de avond hervatte de “Antilia” haar reis met achterlaten van de 17-jarige op Curacao geboren F.C.G. in het Sint Franciscus Hospitaal op Bonaire.

1974-03-30: Amigoe di Curacao 30-03-1974: Daadwerkelijke vormgeving aan Antilliaanse band De “Antilia” moet blijven. Willemstad - Een “Antilia” is een "must" voor de Antilliaanse eilanden. Het is een van de weinig duidelijke verbindingen tussen de verschillende eilanden. Het is niet voor niets, dat bijvoorbeeld Canada indertijd, toen de Westindische federatie aan zijn overigens korte bestaan begon twee schepen cadeau deed, de zogenaamde Federation-vessels, om de verbindingen te onderhouden. De federatie is er niet meer, maar een van de Federation-noten is nog steeds in de vaart en bewijst goede diensten. Het Antilliaanse deel van het Bovenwindse gebied moge dan maar klein zijn, de drie eilanden zijn voor een deel tot een zeer groot deel aangewezen op de scheepvaartverbindingen en met name op die van de “Antilia”, welke de lange lijn trekt van ongeveer negenhonderd kilometer tussen de drie Benedenwindse en de drie Bovenwindse eilanden.De “Antilia” is een "must", dat wel, maar de tand des tijds is aan het knagen aan de in Groningen gebouwde en twintig jaar geleden opgeleverde boot: de laatste grote beurt in het Curacaose dok kostte meer dan drie ton, een nieuwe grote beurt zal een veel hoger bedrag gaan vergen. En dat zou wel eens te kostbaar kunnen worden voor de kustvaarder van middelbare leeftijd. Een nieuwe boot van dezelfde soort zou als hij gebouwd moet gaan worden, miljoenen guldens gaan kosten. Een heel dure grap dus. Zo zweeft de “Antilia” ergens in de lucht: de beslissing zal over niet al te lange tijd genomen moeten worden. Nu kan men voor de “Antilia” zeker nog wel geld krijgen. Hij moge er dan wel wat oud en soms wat minder schoon uitzien en aan de vettige kant zijn, zeker is, dat het hart van het schip, de machinekamer goed functioneert. De drie machinisten en de motorist zitten er dan ook dagelijks uren te werken: dan moet er dit gedaan worden, dan weer wat vernieuwd worden. Het is hun gerechtvaardigde trots en met plezier laten zij hun heiligdom zien. De toekomst van de “Antilia” is dus onzeker: dit jaar of volgend jaar zal het besluit moeten vallen. Het lijkt een groot dilemma: er moet een dergelijk schip zijn, maar een nieuwe boot komt veel te duur uit: nu de kosten van levensonderhoud overal stijgen en nog het meest op de Bovenwindse eilanden, kan men als overheid niet aan komen zetten met sterk verhoogde vrachttarieven. Toch handhaaft men nu al een kwart eeuw onveranderd hetzelfde tarief. Een sprookje, dat echt waar is en dat waarschijnlijk uniek op de wereld is met zijn steeds maar stijgende prijzen en tarieven. Het lijkt een bijna oplosbaar probleem. Kapitein Mackenzie, van Trinidad afkomstig en het toonbeeld van het eeuwige leven met zijn vriendelijke rondborstigheid, ziet de volgende oplossing: nu bestaat er nog de mogelijkheid de “Antilia” goed van de hand te doen. Een nieuw schip is eigenlijk onbetaalbaar. Over de ontwikkelingen op verschillend gebied voor de naaste toekomst is nog weinig zinnigs te zeggen zoals over de ontwikkelingen op scheepvaartgebied in verband met de energiecrisis.Verwacht mag verder worden, dat Statia over een paar jaar een flinke pier heeft, dat die van Sint Maarten ook uitgebreid wordt en dat hetzelfde gebeurt met de pier van Saba. Daarom moet men nu geen investeringen gaan doen voor de komende twintig jaar, maar een soortgelijk schip kopen als de “Antilia” is, maar dat slechts tien tot vijftien jaar oud is. Die kan dan nog een paar jaar mee en tegen die tijd kan men een beter gefundeerd besluit nemen. Dergelijke schepen zijn er op het ogenblik genoeg in Nederland te krijgen, waar er een ruim aanbod is van kustvaarders, welke men wil verkopen. Dit als gevolg van het feit bv, dat de kustvaart daar niet meer aantrekkelijk is omdat men streng de hand houdt aan de bevoegdheid: eisen, zodat het bemannen van een kustvaarder met heel duur personeel alleen maar verlies oplevert. Als men zo'n kustvaarder koopt, zal me enige moderne aanpassingen moete doen. Bv. een automatische besturing. Deze zou mankrachten vrij-ma ken. Nu moet er dag en nacht als men aan het varen is een matroos als roerganger dienst doen. Met automatische besturing zouden de drie matrozen, die de wachten verzorger vrijkomen voor onderhoudswerk. Een paar van deze verbeteringen en de exploitatie van het schip word wat gemakkelijker. Een suggestie van kapitein Mackenzie welke hierbij wordt doorgegeven en welke op het eerste gezicht goed in elkaar getimmerd lijkt te zijn. Feit is, dat er een “Antilia” nodig is om aan de eenheid van de Antillen enige inhoud te geven en om de Antillianen die op de Bovenwinden wonen niet in een volstrekt isolement te drijven. Met een parafrase op een lied, dat verleden jaar in Nederland erg populair was kan gezegd worden. De “Antilia” moet blijven. De eigenlijke titel was Veronica moet blijven: dit sloeg op het radio-schip voor de Nederlandse kust, dat bedreigd werd door een wetsvoorstel, dat het onmogelijk zou maken de uitzendingen voort te zetten. Met nog veel meer recht kan gezegd worden: De “Antilia” moet blijven, zeker in het belang van de Bovenwindse eilanden.
Amigoe di Curacao 03-04-1974: Harbour Corporation neemt belang “Antilia” in twijfel. Philipsburg - De directie van de Harbour Corporation is niet te spreken over het besluit om de “Antilia” voortaan eerst naar St. Eustatius te sturen en vervolgens naar St. Maarten en Saba. „Wat is dit voor onzin", vroeg directeur Groenendaal zich af. Eerst met gemiddeld nog geen 50 ton naar St. Eustatius en daarna de grootste lading -zo'n 250 tot 300 ton - naar St. Maarten en Saba. Dat is vragen om schade. Is dit soms om te "bewijzen" dat de oorzaak van vermiste goederen en schade op St. Maarten gezocht moet worden? Laten we even de zaken duidelijk te stellen. De “Antilia” is een stukgoedschip. Alles aan boord zit in kisten en dozen en moet met handkracht in- en uitgeladen worden. Dus op Curacao, Aruba en de Bovenwinden. In elke haven, waar geladen of gelost wordt, kunnen spullen verdwijnen. Bovendien kan door het slingeren van het schip op zee ook schade ontstaan. Een lange reis en veel aanleghavens dragen dus niet bij tot schadevrij vervoer. Dit bleek ook wel toen het onderste ruim van de “Antilia” afgelopen week openging. Een groot aantal dozen met drank werd beschadigd terwijl een gedeelte van de lading meel bestemd voor Lucky Loaf Bakery eveneens verloren ging. Twee kratten met sigaren arriveerden leeg. Misschien kan men beter zeggen dat er twee sigarenkisten aankwamen. Een zending papierwaren voor Firgos St. Maaten had eveneens flinke schade opgelopen. Een oplossing is er natuurlijk wel, en dat zal natuurlijk niet zo leuk voor de havenarbeiders zijn: containervervoer. Dit betekent voor St. Maarten bijvoorbeeld dat enkele ploegen werkers een dag losvergoeding van de “Antilia” zullen derven. Voor verscheper en ontvanger zijn de voordelen echter niet te versmaden. De kosten van verzending zijn slechts enkele dollars per ton hoger dan het geval is met de “Antilia”. De schade is met trailervervoer een te verwaarlozen grootheid, zodat de verzekeringspremies evenredig laag zijn. Verzekeren is alleen nog mogelijk in een beperkt aantal gevallen tegen buitensporig hoge premies. De opmerking die gemaakt wordt: je kunt gerust rekenen met schadeverlies, want de lage vrachtprijs maakt het wel goed, is een dooddoener, want vaak is juist dat gedeelte van de vracht beschadigd waar dringend aan behoefte is. Een trailer kan vanuit Curacao gemakkelijk via Sea-Land verscheept worden naar Puerto Rico, waar een boot van de Berwind Express, die een wekelijkse verbinding met St. Maarten onderhoudt zich verder mee belast. De trailer kan uitgepakt worden op St. Maarten. Goederen bestemd voor Statius en Saba kunnen van hieruit met lokaal vervoer naar de betrokken eilanden worden overgebracht. Als de pier op St. Eustatius eenmaal klaar is zou hier zelfs een complete trailer aan land gebracht kunnen worden. Mits hier nu reeds tijdens de bouw ervan rekening mee gehouden wordt. Bij de Harbour Corporation is men er niet zo van overtuigd dat de Antilia van levensbelang is voor St. Eustatius en Saba. Er is echt wel beter en efficiënter vervoer mogelijk naar deze eilanden dan met een oud en verwaarloosd schip als de “Antilia”

1974-08-27: Amigoe di Curacao 27-08-1974: Prospero Baiz stoot exploitatie “Antilia” af. Scheepsverbinding met ”boven” weer onzeker. Oranjestad/ St. Eustatius. Met ingang van 1 november heeft Próspero Baiz en Co. haar overeen-komst met de regering van de Antillen betreffende het beheer van de “Antilia” opgezegd. Personeel aan boord van het schip zou eveneens ontslag zijn aangezegd en ook de agenten zouden bericht hebben ontvangen dat de agentschappen zouden komen te vervallen. Aangenomen wordt dat de “Antilia” in oktober haar laatste vaartocht van Curacao en Aruba naar de Bovenwinden zal maken. Tot op heden zou er nog geen oplossing zijn gevonden voor de ontstane moeilijkheden. Van minister voor Verkeer en Bovenwindse Zaken J. Voges werd vernomen, toen hij premier drs Den Uyl op zijn bezoek aan Statius vergezelde, dat er wel reeds onderhandelingen hadden plaatsgevonden met een Caribische transportmaatschappij die eventueel Curacao, Aruba en Sint Maarten zou kunnen aandoen en daarbij voor een groot deel de vracht van de “Antilia” kan overnemen. In een dergelijk geval zouden de per container vervoerde goederen bestemd voor Saba en Statius op Sint Maarten (Simpsonbay) moeten worden overgeladen. Op Statius wordt aange-nomen dat dit een zeer kostbare aangelegenheid zal zijn en dat dit overiaden de prijs van levens-middelen zeker niet ten goede zal komen. Dat de KNSM Sint Eustatius en Saba rechtstreeks zal gaan aandoen moet gezien de verhoudingsgewijs zeer beperkte hoeveelheid goederen uitgesloten worden geacht Evenmin wordt aangenomen dat een andere maatschappij de oude en slecht onderhouden “Antilia” zal willen pachten, zeker niet nu bekend is dat Próspero Baiz het afgelopen jaar ondanks verdubAmigoe di Curacao:beling van vrachttarieven met verlies heeft gewerkt. Op Statius vragen met name de middenstanders zich met zorg af wat hun nu weer staat te wachten. Zij hebben toch al zoveel moeite om in deze moeilijke tijd het hoofd boven water te kunnen houden. De consument zal uiteindelijk wel de dupe worden.

1974-11-00: Amigoe di Curacao 07-11-1974: Kapitein Livingstone: Bevoorrading Statius door uitvallen “Antilia” en Saba niet in gevaar. Philipsburg.. - Schoenerkapitein Matthew Livingstone heeft de indruk dat een directe aanvoer uit de V.S. en Nederland naar St Maarten en een daaropvolgende verscheping via de kleine vrachtvaart beslist in staat zal zijn Saba en St Eustatius van alle gewenste goederen te voorzien. Hij had de indruk dat het percentage verloren en beschadigde goederen aanzienlijk beperkt zal kunnen worden. Om deze reden zouden de kosten van levensonderhoud op de beide eilanden kunnen dalen. Bovendien valt er een keer overladen en zeereis uit wat ook kostenverlagend werkt. Hij bestreed ten stelligste dat op de schoeners en sloops die de verbindingen tussen de diverse eilanden onderhouden veel zou worden beschadigd of gestolen. Een schoener kapitein heeft dezelfde verantwoording als de kapitein van een groot zeegaand schip. Hij tekent voor de lading die hij in ontvangst neemt. Bovendien heeft tengevolge van de heersende concurrentie een schipper die veel schade aan zijn vracht heeft, weinig kans meer op de goede vracht. Ten aanzien van de "community boat" was de heer Livingstone sceptisch. Hij vond het schip te klein. Ze is kleiner dan een gemiddelde schoener en nauwelijks sneller. Alle schoeners gebruiken hun zeilkracht nog slechts in beperkte mate. Alle zijn uitgerust met sterke betrouwbare dieselmotoren, meest Volvo. De heer Livingstone zag wel een ernstig probleem waar het de aanvoer van grote stukken, zoals b.v. de brandweerauto voor Saba, betreft. De installatie van de “Antilia” was hier echter ook niet op berekend .Verder is het natuurlijk niet prettig dat er geen geregelde lijndienst tussen Boven en Benedenwinden meer bestaat. De directe bevoorrading van de eilanden, is echter geen moment in gevaar door het uitvallen van de “Antilia”, hetgeen voor kapitein Livingstone, als Sabaan, op de eerste plaats komt.
Amigoe di Curacao 08-11-1974: Sorton laat Antilia voor Saba shipping company gaan varen. Willemstad. — Een telegram werd ontvangen van de heer Christiaan R.S. Sarton als vice-voorzitter van de Sint Eustatius Saba development con-foundation met betrekking tot de “Antilia” In dit telegram stelt de heer Sorton, dat het toekennen van het motorschip “Antilia” aan de Saba shipping company het beste is in het belang van de eilanden Saba en Sint Eustatius. Zoals bekend is de “Antilia” voorlopig op non-actief gesteld en ligt het schip aan de Scharloowerf. Tot vorige maand maakte het maandelijks een trip vanaf de Benedenwinden haar de drie Bovenwindse eilanden, waarbij het management gevoerd werd door Prospero Baiz & Co Inc.

1975-00-00: Amigoe di Curacao 26-02-1975: Mar Antil N.V. vraagt garantie voor vervangen van “Antilia”. Willemstad - De regering heeft de staten benaderd met het verzoek hun fiat te geven aan het verzoek van Mar Antil N.V. dat de overheid garant staat voor het nakomen van de verplichtingen, welke voortvloeien uit een op te nemen geldlening voor de aanschaf van een schip ter vervanging van het motorschip “Antilia”. De vierjaarlijkse dokbeurt van de “Antilia” gaat ongeveer vijf ton kosten terwijl er geen zekerheid kan worden gegeven dat het schip daarna nog vele malen mee zal kunnen gaan. Een dergelijke grote investering in een twintig jaar oud schip, dat wat zijn casco betreft in een zeer slechte staat verkeert wordt niet verantwoord geacht. Zoals bekend is de overheid de enige aandeelhouder van Mar Antil N.V.. Voor de vervanging wordt gedacht aan een maximaal tien jaar oud en in redelijke staat verkerend tweedehandsschip dat in het bezit is van internationaal erkende keuringspapieren. Men denkt aan een schip van het conventionele coastermodel met eigen laad- en losgerei van het type-shelterdeck met dezelfde grootte als de “Antilia” of iets groter. Uit de reeds ontvangen offertes blijkt dat de prijs van deze schepen varieert van ongeveer zes tot één miljoen gulden. Een definitieve keus kan pas worden gemaakt nadat de verschillende in aanmerking komende schepen door deskundigen zullen zijn gecontroleerd en gewaardeerd. De deskundigen van de Scheepvaartinspectie zullen daarbij de helpende hand bieden. Aldus het schrijven van de regering. Hierbij kan aangetekend worden, dat de Amigoe verleden jaar in een serie verslagen rond de “Antilia” dit idee, afkomstig van de Antilia-kapitein gelanceerd heeft. Deze wees daarbij op het feit, dat er in Nederland en elders een over-capaciteit aan coasters bestaat. Het idee van een Nederlands Kamerlid om als een stuk ontwikkelingshulp een vissersboot te geven aan de Bovenwindse eilanden Sint Eustatius en Saba zou wellicht hiermee te combineren zijn.
Amigoe di Curacao 26-02-1975: Mar Antil N.V.: Schip als Antilia is te exploiteren. Willemstad - in de Caribische gebieden bestaat volgens Mar Antil N.V.nog steeds grote behoefte aan scheepsruimte, speciaal voor het vervoer tussen de kleinere eilanden. Uit de eerste met de “Antilia” gemaakte reizen is gebleken dat de exploitatie van een schip van ongeveer de Antila-tonnage, zeer zeker lonend zal plaats kunnen vinden, zelfs indien rekening dient te worden gehouden met de minder rendabele maandelijkse reis naar de Bovenwindse eilanden. Na een aanvankelijke zwakke vrachtbezetting voor de Bovenwinden zijn de verschepers thans weer overtuigd dat een redelijke verbinding wordt geboden met als gevolg dat het vrachtaanbod voor die eilanden opnieuw toeneemt. De maandelijkse verbinding met de Bovenwindse eilanden kan dan ook zeker verantwoord worden geacht. Zo blijkt uit het schrijven van de regering aan de staten in verband met het garantieverzoek van Mar Antil N.V. in verband met de aankoop van een tweedehandsschip in plaats van de “Antilia”. Uit globale prognoses van opbrengsten en exploitatiekosten is bij Mar Antil N.V. naar voren gekomen dat de exploitatie-resultaten het mogelijk maken een op te nemen geldlening uit eigen middelen af te lossen en de rente daarop te voldoen. Daarbij wordt gedacht aan een lening van maximaal één miljoen gulden met een looptijd van maximaal tien jaar en een rente van maximaal negen procent 's jaars, op te nemen bij één van de lokale banken. Zodra een vervangend schip ter beschikking is zal de “Antilia” door de
maatschappij aan de hoogste bieder worden verkocht. In zijn brief schrijft de regering, dat het noodzakelijk wordt geacht om over een scheepsverbinding tussen de Benedenwinden en de Bovenwinden te kunnen blijven beschikken, maar de regering acht het tevens gewenst dat door de Nederlandse Antillen over een eigen schip wordt beschikt dat kan worden ingezet wanneer en waar dit mogelijk is. Onder meer wordt daarbij gedacht aan de mogelijkheid tot het vervoer van in de Nederlandse Antillen noodzakelijke levensbehoeften. Aangezien het bestuur'van Mar Antil N.V.door de aandeelhouden, de Nederlandse Antillen dus, wordt benoemd kan langs deze weg voldoende inspraak in het beleid van de maatschappij worden verkregen. Daarbij zal als meerdere zekerheid tot nakoming van de garantieverplichting het recht van hypotheek ten behoeve van de Nederlandse Antillen op het nieuw aan te schaffen schip dienen te worden gevestigd, aldus de regering.
Amigoe di Curacao: 24-03-1975: Verkoopwaarde van Antilia gelijk aan schrootwaarde. Willemstad. - Voor het onderhouden van de scheepvaartverbindingen tussen de Benedenwinden en de Bovenwinden na afloop van het chartercontract tussen de overheid en Prospero Baiz Inc. zijn twee gegadigden in het spel geweest naast Agencia Popular N.V.. Belangstelling werd getoond door Scheepvaartmaatschappij Saba N.V.. en Nopal Line. In beide gevallen was het aanbod niet aanvaardbaar voor de centrale regering. Zo laat minister E. Voges van Verkeer en vervoer in antwoord op vragen uit de staten weten. Scheepvaartmij Saba N.V. wilde de betrokken verbinding gaan onderhouden, maar daarbij stelde men wel dat men zou willen rekenen op een garantie van landswege voor de financiering van een geschikt vaartuig en subsidiering van de te onderhouden scheepsverbinding. Nadien deed men een nieuw voorstel om de “Antilia” te exploiteren. Gezien de financiële consequenties waren beide voorstellen niet aantrekkelijk voor de regering. Het contact met Nopal line wekte aanvankelijk goede verwachtingen. Achteraf bleek dat deze maatschappij een gegarandeerd inkomen van ongeveer driehonderdduizend gulden per jaar wilde ontvangen voor het onderhouden van een maandelijkse verbinding met de Bovenwindse eilanden. De minister laat de staten verder weten, dat de management-overeenkomst met Agencia Popular N.V. zes maanden van kracht is en in mei van dit jaar afloopt. Dat is het tijdstip dat de “Antilia” zijn geldige scheepspapieren zal verliezen. Voor het land vloeien uit de management-overeenkomst geen financiële verplichtingen voort. De kosten daarvan worden gedragen door Mar Antil N.V. De overeenkomst tussen Mar Antil N.V.. en Agenciapopular is niet gelijk aan die tussen de overheid en Prospero Baiz Inc. indertijd. De huidige verkoopwaarde van de “Antilia” valt zeer moeilijk te bepalen, zo laat de regering nog weten. Gezien de slechte toestand, waarin het schip verkeert kan verwacht worden dat bij verkoop slechts de schroot-waarde kan worden verkregen. Door deskundigen wordt deze geschat op een bedrag tussen de veertig- en zestigduizend gulden. Vandaar dat de verkoopwaarde van het schip door de regering werd vastgesteld op 46 mille,, zodat de aankoop van het schip door Mar Antil N.V. en de deelname in het aandelenkapitaal door het land met gesloten beurs kan gebeuren. Tenslotte wordt de staten geantwoord, dat Agenca Popular op Aruba gevestigd is en een eigen kantoor heeft op Curacao. De directeur-eigenaar ervan is de heer C.E. Odor Jr. De regering herhaalt daarna nog eens, dat men van mening is dat de scheepvaart- verbinding tussen de Benedenwinden en de Bovenwinden dient te blijven bestaan. Aan Mar Antil N.V. is daarom verzocht de nodige maatregelen te treffen opdat die verbinding kan blijven worden onderhouden. Aldus min. Voges.
Amigoe di Curacao 05-04-1975: Aankoop schip voor staten aanleiding tot vele vragen. Regelmatige diensten tussen eilanden geeist.
Willemstad. — Onder bepaalde voorwaarden kunnen de Staten akkoord gaan met het voorstel van de regering, waarbij deze garant gaat staan in verband met de aankoop van een schip, dat in de plaats moet komen van de aftandse “Antilia”, zodat Mar Antil een lening daartoe kan afsluiten. Maar dan moet het land het recht van eerste hypotheek krijgen op het schip en op de tweede plaats moet dit schip een regelmatig — minstens eenmaal per maand — dienst, gaan onderhouden tussen de Benedenwindse en Bovenwindse eilanden. Overigens willen de staten toch wel op korte termijn antwoord krijgen op een paar vragen rond deze materie. Naar verluidt zou de “Antilia” zich thans in Colombia bevinden in dok ter reparatie van schade opgelopen ten gevolge van het vastlopen op de rotsen van de kust van een van de eilanden in het Caribisch gebied. Of dit bericht juist is en wat dan de juiste toedracht van de zaak is, hoeveel de reparatie-kosten welke instantie uiteindelijk aansprakelijk is voor de betaling van deze onkosten: de regering, Mar Antil N.V. of de operator. Ook wil men weten hoe het bericht, als het juist is, zich verdraagt met de opmerking van de regering, dat de “Antilia” eind april 1975 de voorgeschreven vierjaarlijkse dokbeurt moet ondergaan om weer opnieuw in de vaart te mogen blijven. Ook vraagt men zich af, waarom de “Antilia” in Colombia in dok is gegaan, terwijl Curacao over uitstekende dokfaciliteiten beschikt. Ook werd in de Staten de vraag gesteld onder welke vlag de “Antilia” vaart en onder welke vlag zijn opvolger gaat varen. Ofschoon het Wetboek van Koophandel voorschrijft dat het schip de vlag moet voeren van de nationaliteit van de kapitein gebeurt het doorgaans dat een schip een bepbalde vlag voert terwijl toch geen enkel lid van de bemanning van die nationaliteit is. Zo zijn de huidige kapitein, de stuurman en de machinist van Colombiaanse nationaliteit. Daarom wil men graag weten of in dit geval gebruik is gemaakt van de uitzonderingsbepalingen in het betrokken wetboek. Ook wil men weten of de registratie van schepen van vreemde nationaliteit de Antillen financiele voordelen biedt en tot welke bedragen per jaar per schip. Wat de aankoop van de opvolger van de “Antilia” betreft vroeg men welke bank de aankoop zal financieren. Ook kreeg men graag inzage in de ontvangen offertes. Ook wil men weten op welke wijze de verkoop van de “Antilia” zal gebeuren, namelijk in het openbaar of onderhands. Verder werd verzocht om het contract tussen Mar Antil N.V. en de operator van het schip. Ook wil men weten hoeveel de vergoeding bedraagt die de bestuursleden van Mar Antil voor hun bemoeienissen ontvangen. In de Staten stelde men zich ook vragen over de kennelijke tegenspraak tussen twee opmerkingen van de regering: namelijk over de mogelijke exploitatie door Mar Antil en over het feit, dat de vorige exploitant van de “Antilia”, Prospero Baiz Inc. nimmer aan de contract-verplichtingen heeft kunnen voldoen omdat men doorgaans met exploitatieverliezen te kampen had. In dit verband werd de vraag gesteld waaraan het te wijten is dat gedurende het afgelopen jaar het roosten van de “Antilia” wederom geheel is verwaarloosd. Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt of er bereids contacten bestaan tussen de regering enerzijds en de landen in het Caribisch gebied anderzijds met betrekking tot een studie van de mogelijkheden om een gezamenlijke Caribische vloot te vormen en of daaromtrent- mededelingen kunnen worden verstrekt. ( Blijkens mededelingen van de kant van de adspirant-opzichters van deze naatschappij, kunnen slechts onafhankelijke landen mee doen en kan er slechts geparticipeerd worden met overheidsgeld, red.) Tenslotte werd er ook gevraagd wat nu in feite de moeilijkheden zijn rondom het vrachtvervoer tussen Curacao en Aruba met de ferry-boot. Bekend is namelijk, dat de ferry meermalen moeilijkheden heeft gehad op Aruba met de betrokken vakbond over het vrachtvervoer en dat die moeilijkheden zelfs zo hoog zijn opgelopen, dat de directie van de ferry overweegt Aruba uit het vaarschema te schrappen.
Amigoe di Curacao 16-05-1975: Openbare Verkoop. Door de scheepvaartmaatschappij Mar Antil N.V. zal in het openbaar worden verkocht het motorschip " Antilia". Technische gegevens van het schip: Het m.s. “Antilia” is hoofdzakelijk van staal gebouwd te Waterhuizen in Nederland in het jaar 1954. Werf van aanbouw: Scheepswerven Gebr. van Diepen N.V., Groningen, Nederland. Voortstuwingsinstallatie: Werkspoor dieselmotor - 7cyl. — 755 R.P.K. Lengte over alles: 64.1 meter. Lengte tussen loodlijnen: 59,16 meter Breedte: 9,30 meter Holte shelterdek: 5,35 meter Holte meetdek: 3.21 meter Diepgang: 3,16 meter Laadvermogen op zomermerk: 529 ton Bruto-inhoud: 472 RT Netto-inhoud: 232 RT Kijkdagen: dinsdag 27 mei 1975, woensdag 28 mei 1975 en donderdag 29 mei 1975, van 09.00 tot 11.00 uur. Het schip ligt afgemeerd langszij de meerpalen te Parera (langszij het motorschip “Anik”). Verkoopwaarden: De inschrijver verbindt zich onherroepelijk zijn bod gedurende tien dagen gestand te doen. Hij is voorts verplicht om binnen vier dagen nadat hem bericht is gezonden dat het schip aan hem is toegewezen de koopsom ten kantore van Mar Antil N.V. te Curacao te voldoen. Ondergetekende behoudt zich het recht voor niet tot toewijzing over te gaan. De inschrijvingen moeten uiterlijk op maandag 9 juni 1975 om 10.00 uur des voormiddags worden gedeponeerd in de daarvoor bestemde gesloten bus ten kantorevan Mar Antil N.V., per adres Departement van Financiën, Pietermaai 4-4 a te Willemstad op Curacao, Nederlandse Antillen, op welk tijdstip de in de bus aanwezige inschrijvingen in het openbaar zullen worden geopend. De Directeur van Mar Antil N.V. L.M. Overberg.
Amigoe di Curacao 12-06-1975: Moderne coaster "Mar Antil" gaat "Antilia" vervangen. Willemstad. - De nieuwe coaster de "Mar Antil", die de verbinding zal gaan onderhouden met de Bovenwinden, zal maandag voor een week in een Rotterdams dok gaan en dan met een Nederlandse bemanning naar Curacao varen met vracht aan boord voor landen in de buurt. Men hoopt hiermee de overtocht enigszins rendabel te maken. De boot zal de “Antilia” gaan vervangen, welke schip verkocht is aan een Trinidadse onderneming "Pedoline".
Na maanden zal er dan eindelijk weer een eenmaandelijkse vrachtverbinding met de Bovenwinden bestaan, nadat de “Antilia” uit de vaart was genomen. Deze boot die indertijd door de regering was overgenomen bleek zoveel gebreken te vertonen dat een dokbeurt op vijf a zeshonderdduizend gulden zou komen te staan. De nieuwe boot werd door de zeven maanden geleden opgerichtte nieuwe N.V. de “Mar Antil” gekocht voor 200.000 pond sterling dat ongeveer overeenkomt met 850.000 gulden. De N.V. had een regeringsgarantie gekregen voor een miljoen gulden. Als directeur van de N.V. zal tijdelijk de heer L. Overberg van Financiën optreden. Mochten de werkzaamheden echter te veel worden, dan denkt men er over een aparte manager aan te trekken. Aldus werd door de heer Overberg gistermiddag tijdens een in de RVD-zaal gehouden pers- conferentie meegedeeld.De “Mar Antil” werd in 1967 in Noorwegen gebouwd. Aan boord bevinden zich alle moderne navigatie-middelen alsmede radar. De bemanning zal uit acht personen bestaan: een kapitein, een machinist, 1 stuurman, 1 kok en 4 bemanningsleden. Voor twee van de officieren bestaat de mogelijkheid hun echtgenote een gedeelte van het jaar aan boord te hebben. Voor de beide andere officieren zal een vrijgezel moeten worden gezocht, aldus de heer Overberg, die nadrukkelijk stelde dat men zoveel mogelijk Antillianen zal aannemen, alhoewel dat wat de officieren betreft wel moeilijkheden zal opleveren, vanwege het feit dat er nu eenmaal zeer weinig Antilliaanse officieren rondlopen. In ieder geval zullen de vier bemanningsleden Antillianen worden. Zij zullen vanwege de kleine bemanning van alle markten thuis moeten zijn, in staat alle voorkomende werkzaamheden te verrichten. Van de “Antilia” zal slechts één bemanningslid worden overgenomen, een Sabaan. De rest, 13 Colombianen, zullen naar huis worden gestuurd. Er zijn plannen in de toekomst meer schepen in de N.V. op te nemen om zo de eigen vloot te beschermen door met eigen schepen vracht te vervoeren, een tendens die over de hele wereld bestaat.
Het is niet de bedoeling dat de “Mar Antil” passagiers gaat vervoeren. Ook zal het schip Saba en Statius niet aandoen. Voor dat doel zal er twee keer per week een zogenaamde "commutiny boat" gaan varen tussen de drie Bovenwindse eilanden en misschien Puerto Rico. Deze boot die ongeveer vijftien meter lang is zal niet geschikt zijn voor zwaar vracht vervoer. Mocht er dergelijke vracht naar Saba of Statius gebracht worden dan kan dit altijd door de “Mar Antil” worden gedaan, aldus Overberg. De “Mar Antil” zal ook niet alleen Sint Maarten aandoen, want ook vrachtvervoer naar landen en eilanden in de regio staat op het programma. Met de Curacaose Dokmaatschapppij is er reeds een afspraak gemaakt dat de jaarlijkse schoonmaakbeurt en een maandelijkse inspectie door hen gedaan zal worden. Wat de vrachttarieven betreft, deze zullen verhoogd worden. Er zullen gedifferentieerde prijzen komen, want nu is het zo dat de vrachtprijs net de kosten van in- en uitladen dekt. Voor eerste levensbehoeften zullen de prijzen lager liggen dan voor genotsmiddelen en luxe goederen. Want volgens de heer Overberg is het toch echt niet nodig bijvoorbeeld sterke drank te gaan subsidiëren. Daar komt het toch op neer, aldus de heer Overberg, die ook nog opmerkte dat Curacao en St Maarten dure havens zijn. Enkele gegevens van de “Mar Antil” een coaster van het shelterdeck-type. Caterpillarmotor van 780 p.k. Geklassificeerd bij Norsque Veritas, acht jaar oud. Bruto reg. ton: 299, laadvermogen 700 ton en laadruimte: 43.388 kubieke voet. Vergelijkbare gegevens “Antilia” bruto reg. ton: 472, laadvermogen 529 en laadruimte 31.645 kub. voet.
Amigoe di Curacao 13-08-1975: Maidentrip Mar Antil. Willemstad - De nieuwe coaster “Mar Antil”, die de verbinding zal gaan onderhouden met de Bovenwinden en ook vrachtvervoer naar landen en eilanden in de regio, is maandagavond de haven van Willemstad binnengelopen. Vanavond, indien men tijdig klaar komt met de lading, zal het schip zijn maidentrip maken naar Aruba. Aan boord is er veel vracht voor Sint Maarten. De boot die de “Antilia” vervangt, werd enkele maanden geleden door de Mar Antil N.V. opgekocht voor een bedrag van 850.000 gulden. De “Mar Antil” werd in 1967 in Noorwegen gebouwd. Aan boord bevinden zich alle moderne navigatie-middelen, terwijl de bemanning bestaat uit acht bemanningsleden: een kapitein, een machinist, een stuurman een kok (Arubaan) en vier bemanningsleden (Antillianen). De officieren zijn allen buitenlanders. Het ligt echter in de bedoeling de buitenlandse officieren te doen vervangen door Antillianen; indien men Antilliaanse officieren kan krijgen. De “Mar Antil” wordt voortbewogen door een Caterpillarmotor van 565 p.k. en heeft een laadvermogen van 700 ton bij een laadruimte van 43.388 kubieke voet. Het schip is 47 meter lang, negen meter breed en heeft een diepgang van 2 1/2 meter.

1975-06-25: Classed LR until 25/6/75

1979-08-00: Final Fate: Op 23-08-1979, na uitbreken van een brand aan boord, La Guaira binnengesleept. Totaal uitgebrand. Op 30-08-1979 na zware slagzij gekapseisd en gezonken in de buitenhaven van La Guaira.


Ship Masters Data

Images


Description: De 'Antilia' op de dag van de tewaterlating, 29 juni 1954.
Image type: Photo

Description: De 'Antilia' tijdens de afbouw bij Scheepswerf Van Diepen.
Image type: Photo

Description:
Image type: Photo

Description:
Image type: Photo

Description: proefvaart
Image type: Photo
Sources