Name ship: ARAK

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1946
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5253286
Nat. Official Number: 2177 Z GRON 1946
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Raised quarter deck
Masts: Two masts
Rig: 2 derricks, 2 winches
Lift Capacity: 2 ton each
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Bodewes Scheepswerven N.V., Martenshoek, Netherlands
Yardnumber: 319
Date Laid Down:
Launch Date: 1946-09-12
Delivery Date: 1946-11-19
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Machinefabriek 'Bolnes' v/h J.H. van Cappellen, Bolnes, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 450
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Bolnes (Bouwjaar 1941) Type (300x400)
Speed in knots: 9.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 308.00 Net tonnage
Deadweight: 615.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 39000 Cubic Feet
Bale: 36800 Cubic Feet
 
Length 1: 53.04 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 47.52 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.45 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.51 Meters Depth, moulded
Draught: 3.48 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1946-11-19 ARAK
Manager: C.V. Terwogt & Lagers, Amsterdam, Netherlands
Owner: E. & A. Scheer, Amsterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PCSZ
Additional info:

Date/Name Ship 1951-09-29 LUGANO
Manager: Trafina S.A., Basle, Switzerland
Owner: Trafina S.A., Basle, Switzerland
Shareholder:
Homeport / Flag: Basle / Switzerland
Callsign: HBDS
Additional info:

Date/Name Ship 1955-08-29 NISSE
Manager: N.V. 'Neerlandia' Scheepvaart & Agentuur Maatschappij, Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. 'Neerlandia' Scheepvaart & Agentuur Maatschappij, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PGHI
Additional info:

Date/Name Ship 1965-03-25 SPURT
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Netherlands
Owner: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PHQS
Additional info:

Date/Name Ship 1969-11-25 SPURT
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Netherlands
Owner: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO4664
Additional info:

Date/Name Ship 1972-12-00 SPURT
Manager: Sun Financial Panama Corporation S.A., Panama, Panama R.P.
Owner: Sun Financial Panama Corporation S.A., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO4664
Additional info:

Ship Events Data

1946-09-12: NvhN 12-09-1946: Te water gelaten. Op de Bodewes' Scheepswerven te Martenshoek werd hedenmorgen weer een nieuwe coaster te water gelaten, n.l. de voor rekening van de fa. A. en E. Scheer, importeurs van wijnen en gedistilleerd te Amsterdam, gebouwde „Arak". Deze kustvaarder is 700 ton dw, heeft een lengte tusschen de loodlijnen van 46.5 M. en een lengte over alles van 51 M. De grootste breedte over de spanten is 8.40 M., de holte 3.50—4.60 M. Het schip, waarin een 450 p.k. Bolnes 2 tact Diesel-motor is geplaatst, zal varen in de klasse Lloyds Register of Shipping, Atlantische vaart en Scheepvaartinspectie + 100 Al.

1946-11-15: Op 15-11-1946 als ARAK, zijnde een stalen motorvrachtschip, groot 1416.41 m3 bruto inhoud volgens meetbrief afgegeven te 's Gravenhage no. 6847 d.d. 12-11-1946, liggende Martenshoek, door A. Kraaijema, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2177 Z GRON 1946 op het achterschip aan S.B. zijde in dekhuis op verhoogd achterdek, 5.55 m. uit hekplaat, 1.70 m. uit lengteas en 1.62 m. boven dek.

1955-08-09: NvhN 09-08-1955. Lugano verkocht naar Rotterdam. De in 1946 bij Bodewes Scheepswerven te Martenshoek gebouwde en thans onder Zwitserse vlag varende kustvaarder Lugano is verkocht aan de N.V. Neerlandia Scheepvaart & Agentuur Maatschappij te Rotterdam, die het schip onder de nieuwe naam Nisse in de vaart zal brengen. De Lugano meet 500 bruto reg. ton en heeft een deadweight van ca. 700 ton. De thuishaven wordt Rotterdam.

1955-08-30: Op 30-08-1955 als NISSE ex ARAK, zijnde een motorschip, groot 1416.41 m3 bruto inhoud volgens meetbrief afgegeven te 's Gravenhage no. 6847 d.d. 12-11-1946, liggende Rotterdam, door W. Boerrigter, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Rotterdam, van een nieuw brandmerk voorzien door het inbeitelen van 3355 Z GRON 1955 op het achterschip aan S.B. zijde in dekhuis op verhoogd achterdek, 5.55 m. uit hekplaat, 1.52 m. uit lengteas en 1.70 m. boven dek. (Opm.; De door de Bewaarder vermelde oude merken zijnde 2177 Z GRON 1946 zijn vernietigd.)

1959-01-07: Onderweg met een lading salpeter van Rotterdam naar Horsens en Holbaeck aan de grond gelopen op het Falske Bolsaks Reef. Door het Deense bergingsschip 'Garm' de volgende dag vlotgebracht.

1960-08-21: Bij Raufarhofn aan de grond gelopen. Vlotgebracht en in Reykjavik in dok voor tijdelijke reparatie’s.
Het Vrije Volk 13-02-1961: Nisse gestrand door fout van stuurman. De 60-jarige Vlaardingse stuurman P. W. van het ms. “Nisse” van N.V. Scheepsagentuur Maatschappij Neerlandia te Rotterdam is schuldig verklaard aan de stranding van dit schip op 21 augustus 1960 op de noordkust van IJsland. De Raad voor de Scheepvaart heeft hem de bevoegdheid om als kapitein of stuurman te varen voor twee weken ontnomen. De kapitein van de Nisse, die de wacht aan de stuurman had overgedragen, gaat vrijuit.

1963-07-23: Het Vrije Volk 23-07-1963: Gezagvoerder op zee overleden. Rotterdam (ANP) — De gezagvoerder van de Nederlandse kustvaarder “Nisse”, kapitein P. A. van der Harst (63) uit Den Haag, is enkele dagen geleden aan boord van zijn schip gestorven. De heer Van der Harst bevond zich op de brug toen hij onwel werd. De “Nisse” was op dat moment in volle zee, op weg van Cork in lerland naar Par aan de Engelse zuidkust. De kustvaarder, met het stoffelijk overschot, wordt morgen in Rotterdam verwacht.

1967-03-31: De Telegraaf 31-03-1967: Kapitein kreeg zijn gage niet. Van een onzer verslaggevers Amsterdam, donderdag. De gage van de kapitein van de Nederlandse kustvaarder Spurt (ongeveer f 2000,—) was inzet van een kort geding, dat door de vakbond van zeevarenden tegen rederij Gruno was aangespannen en dat vanmorgen voor de president van de Amsterdamse rechtbank diende. Aanvankelijk hadden alle negen opvarenden van het Nederlandse schip, dat in Italië wegens — al dan niet vermeende — smokkel drie dagen aan de ketting was gelegd, hun bond het geding laten aanspannen, maar ter ziting vanmorgen bleek, dat allen, behalve de kapitein, hun gage of een daarmee ongeveer overeenkomend voorschot hadden ontvangen. De rederij weigerde echter de kapiteinsgage uit te betalen op grond van wat de reder noemde: „grove nalatigheid". Begin februari van dit jaar was het Nederlandse schip in een Italiaanse haven geweest. Vlak vóór het uitvaren had men ter aanvuling van de boordvoorraden tienduizend sigaretten bij een scheepsbevoorrader besteld. Pijptabak; Volgens de lezing van de kapitein was echter in plaats daarvan pijptabak afgeleverd. De tabak werd geweigerd en men vertrok met bestemming Frankrijk zonder de sigaretten. Even na het uitvaren werd het schip door zeer zwaar weer overvallen en men ging schuilen in een andere Italiaanse haven. De kapitein had de douanepapieren weggegooid, omdat hij er niet op gerekend had nog in Italië terug te keren. De Italianen betichtten de Nederlanders van het smokkelen van 10.000 sigaretten, die volgens de kapitein nooit waren geleverd. Het gevolg was, dat de Spurt aan de ketting ging totdat de rederij de verlangde achtduizend gulden boete aan de Italianen had betaald. Het schip was op 13 februari in Amsterdam teruggekomen, waar vertegenwoordigers van de rederij aanvankelijk weigerden de bemanning de gage uit te betalen. Later wilde men per bemanningslid ƒ 1000,— inhouden ter delging van de betaalde boete en de schade van het drie dagen uit de vaart zijn van het schip. Tevens had de reder alle opvarenden, de kapitein incluis, ontslagen. Maar dat was, omdat het schip werd opgelegd, verduidelijkte mr. A. F. W. Rapati, raadsman voor de bemanningsleden. Bleef dus de twee mille kapiteinsgage. Door het zoekmaken van de douane-papieren is hij verantwoordelijk voor de acht mille die wij hebben moeten betalen, zo stelde men het vanmorgen. En de twee mille zijn maar een klein deel van de onkosten, aldus de raadsman van rederij Gruno. De president stelde de uitspraak op volgende week donderdag.
Algemeen Handelsblad 07-04-1967: Bemanning smokkelschip moet boetes betalen. De bemanning van de Nederlandse coaster m.s. Spurt heeft het tegen de rederij, de N.V. Scheepvaartmij Gruno in Amsterdam, aangespannen kort geding over de volledige uitbetaling van hun gage verloren. De in Italië aan het schip wegens smokkelarij van sigaretten opgelegde boete van ongeveer achtduizend gulden, die de rederij betaalde en aanvankelijk op de gehele bemanning en later alleen op de kapitein wilde verhalen via inhouding op de gage, was de aanleiding voor het geding. De bemanning, ontslagen na thuiskomst omdat het schip werd opgelegd, ontkent zich aan smokkel schuldig te hebben gemaakt.

1971-08-25: Accomodatie door brand beschadigd. Gerepareerd bij de Terneuzense Scheepsbouw Mij. Aansluitend op 8 okt. 1971 in Amsterdam opgelegd voor de verkoop.

1973-01-08: Op 08-01-1973 op 20 mijl Noord van Ushant machineschade opgelopen, waarna door de Duitse sleepboot “Heros” 1964-479 BRT gesleept te Brest aangekomen voor reparaties. 14-01-1973 na reparaties vertrokken uit Brest met vervolging van de reis. 15-01-1973 wederom naar Brest teruggekeerd met storing aan de motor. 21-01-1973-21 reparaties voltooid en reis vervolgd.

1973-02-26: Onderweg van Lissabon naar Rotterdam aan de grond gelopen bij Benodet omdat, tijdens reparatie van de motor, de ankers krabden.

1973-03-08: Final Fate: Quimper binnengesleept, nadat op 7 maart hashish aan boord was gevonden. De bemanning was toen al van het schip gevlucht. In beslag genomen en op 7 febr. 1975 door de Franse autoriteiten openbaar aan een lokale sloper (L. Riviere te St. George au Didome) verkocht. Het schip heeft wel tot 1998 in Lloyd's Register gestaan.

Het Vrije Volk 08-06-1973: Hollandse bemanning in Frankrijk spoorloos. 1300 kg hasjiesj in smokkelboot. Rotterdam/Benodet — In een vrachtscheepje van 500 ton met bestemming Rotterdam heeft de Franse politie gisteren een enorme vangst gedaan. In het drinkwaterreservoir werd 1300 kilo hasjiesj, ter waarde van twee miljoen gulden gevonden. Het is de grootste vondst die ooit in Eurorpa is gedaan. De .hasjiesj werd gevonden in de Spurt, een Nederlands scheepje dat sinds december vorig jaar eigendom is van de Sun Financial Panama Corporation SA. Toen de politie met 20 man aan boord kwam bleken de Nederlandse bemanning en de kapitein er vandoor te zijn. De Spurt was onderweg van Lissabon naar Rotterdam, waar de officiële lading, 110 ton kurkplaten, door de firma P. de Boer zou worden afgehaald. Ook de Rotterdamse firma P. de Boer wachtte op de aankomst van het schip. Deze firma heeft nog tien mille tegoed van de Panamese maatschappij, maar de agent in Amsterdam heeft niets meer van zich laten horen. De Amsterdamse narcoticabrigade verwacht dat er binnenkort in Amsterdam en elders arrestaties kunnen worden verricht. Kapitein Van der V., de bemanning en de heer B., die zich voor de reder uitgeeft, zijn echter nog spoorloos. Het is niet bekend wie de scheepsagent in Nederland is. De Franse politie kwam de smokkel bij toeval op het spoor, doordat de Spurt voor de Bretonse kust in moeilijkheden kwam. Het scheepje liep begin deze week met motorstoring het haventje van Benodet binnen, maar kwam daar aan de grond te zitten. Bij een eerste onderzoek vond de douane niets verdachts, maar men vond het vreemd dat de kustvaarder niet over een laadmast beschikte. De verbazing nam toe toen de volgende dag de reder persoonlijk om de lading die officieel maar een geringe waarde had beschermen. Bovendien wekte het verbazing dat de heer B. daarna nog enkele malen per auto naar Nederland ging "om onderdelen op te halen”. Verhoor van de bemanning leverde niets op, maar toen gisteren bekend werd dat de bemanning er de dag tevoren vandoor was gegaan greep de politie in. Informatie bij de Amsterdamse narcoticabrigade leerde dat het Amerikaanse Federal Bureau of Narcotics het scheepje al enige tijd in de gaten hield. Vanuit Nederland kwam de tip om maar eens in het drinkwaterreservoir te kijken. Nadat eerst een deel van de lading was gelost vonden de politiemannen daarin 2085 plastic zakken met hasjiesj. De hasjiesj komt vermoedelijk uit Noordafrika of uit het Midden-Oosten. Interpol is ingeschakeld om de bemanning en de heer B. vermoedelijk een stroman, te achterhalen. De Amsterdamse en de Rotterdamse politie zijn inmiddels op zoek naar de scheepsagent die in Rotterdam aan boord zou komen. Vermoed wordt dat de Spurt al verscheidene - geslaagde - hasjiesjtochten heeft gemaakt.
De Telegraaf 09-03-1973: Nederlanders verdacht van hasj-smokkel. Van onze correspondent. Parijs, vrijdag De Franse douane heeft woensdag in de watertank van een voor de kust niet ver van Quimper gestrand Panamees schip met een Nederlandse bemanning, een hoeveelheid van 1200 kg hasjiesj ontdekt, verpakt in 2085 plastic zakjes. De bemanning, bestaande uit vijf Nederlanders, onder wie de kapitein Van der Velden, eén Noor, en tenslotte de reder van het schip, een zekere Boerop, wisten voor de ontdekking van de drugs de plaat te poetsen en zijn thans waarschijnlijk in Nederland. De kustvaarder Spurt (499 ton) op weg naar Amsterdam was al op 26 februari jl. in de monding van de haven van Benodet door het uitvallen van de motor op een modderbank blijven vastzitten. Op dat moment had het Amerikaanse bureau ter bestrijding van verdovende middelen de Franse autoriteiten al gewaarschuwd, dat het schip drugs aan boord zou kunnen hebben. Onderzoek: De volgende morgen begon de douane een uitgebreid onderzoek, maar kon niets verdachts vinden. Men had al aanvankelijk de bemanning verboden het schip te verlaten, maar toen er geen verdovende middelen gevonden werden, moest men de Nederlanders wel toestemming geven aan de wal te gaan. Het eerste dat ze daar trouwens deden was een nieuwe voorraad zoet water vragen, wat de douane bevreemdde omdat het laden van water het lostrekken van een gestrand schip nu niet bepaald bevordert. Vraagtekens: Men besloot het schip van de modderbank af te halen en naar Quimper te slepen. Onmiddellijk nadat de bemanning dit vernam, verdween zij spoorloos. Nadat men eerst een lading uit Portugal afkomstige kurk van 110 ton had gelost, vond men uiteindelijk in de watertank de keurig in plastic zakjes verpakte plakken hasjiesj. De narcoticagroep van de Amsterdamse recherche heeft niets van de Franse justitie over deze affaire gehoord. De chef van de afdeling verdovende middelen van de hoofdstedelijke politie plaatst vele vraagtekens achter het verhaal, dat de Franse politie aan de pers heeft verstrekt „Twaalfhonderd kilogram hasjiesj is ongeveer 2400 grote plakken. Het moet wel een geweldige tank zijn geweest voor zo'n kleine coaster. Dat een watertank zich in de laadruimte bevindt, lijkt mij ook onwaarschijnlijk. Ik vind het maar een vreemde zaak, temeer daar wij niet zijn ingelicht en de zaak al vanaf 26 februari speelt.". „Die Fransen komen steeds met verhalen, dat de Amsterdamse grachten bevolkt zijn met woonschuiten, waarop Chinezen huizen, die in verdovende middelen handelen. Zij vertellen ook, dat er geregeld rechercheurs naar Nederland komen, om samen met ons onderzoeken in te stellen. Wij hebben echter nooit iemand gezien". aldus de Amsterdamse politiechef.
Het Vrije Volk 09-03-1973: Hasjiesj-schip: nieuwe eigenaar wist van niets. (Van een onzer verslaggevers) Amsterdam/Rotterdam.Benodet— De enorme partij hasjiesj die de Franse politie aan boord van de kustvaarder Spurt" heeft gevonden komt uit Amsterdam. De 2085 baaltjes, waarde twee miljoen, zat al in de ballasttanks van het schip toen dat door de Amsterdamse maatschappij Gruno eind december vorig jaar werd verkocht. Het schip dat van oktober 1971 tot december 1972 opgelegd heeft gelegen in de Amsterdamse haven diende als opslagplaats van een hasjiesjhandelaar in Amsterdam. Zonder dat hij het wist is vorig jaar december het schip verkocht en daarop meteen uitgevaren met de hasjjesj nog in de ballasttanks. Dat is, volgens de nieuwe eige'naren van het schip, De Sun Fihancial Panama Corporation, die een kantoor in Amsterdam heeftt de sensationele achtergrond van de zaak. Men zegt van de Franse douane in het Bretonse kustplaatsje Benodet, waar het schip met motorpech binnenliep, de bevestiging te hebben gekregen dat de hasjiesj al zeer oud was. Doorweekt: „Het spul was helemaal doorweekt en moet volgens de douane en de narcoticapolitie van Brest en Nantés al wel een half jaar in het water hebben gelegen", aldus een woordvoerder van de maatschappij. “En wij bezitten het schip pas drie maanden." De Nederlandse bemanning van het schip, die door Interpol gezocht wordt, zit inmiddels gewoon thuis. Er is nog geen politie aan de deur geweest. De eerste machinist, Herman Schrik (40) uit Harlingen vertelde ons: „Wij hebben er niets, maar dan ook niets mee te maken. Iedereen was stomverbaasd toen de Franse douane met 30 man aan boord kwam en ons keer op keer verhoorde. Ik werd zelfs enkele malen van mijn bed gelicht. Dat we er niets mee te maken hebben blijkt ook wel want nadat het schip met motorpech in dat haventje lag zijn we eerst allemaal nog een week met verlof naar Nederland geweest en daarna weer rustig teruggekomen. Het schip is inmiddels in beslag genomen en versleept naar Quimper. De Fransen willen het daar verkopen als voorschot op de boete, die zeker tien miljoen zal bedragen als er een schuldige gevonden wordt. De lading kurk zou in Rotterdam door Pakhoed worden ingeklaard en worden doorgeleverd aan de firma Geerlings. Firma P. de Boer uit Rotterdam had al plannen om het schip aan de ketting te laten leggen zodra het aankwam. De firma heeft nog ƒ 9000 tegoed van de Panamees. Inmiddels zijn ook mannen van de Amerikaanse narcoticadienst in Parijs met een onderzoek begonnen. Men verwacht tientallen arrestaties in heel West-Europa.
De Telegraaf 10-03-1973: Zakenman met omstreden verleden blijkt eigenaar van hasj-coaster. Piet Gailliard weet van de prins geen kwaad. (door Ron Govaers en Henny Korver.)Amsterdam, zaterdag. “Stel u voor: wij kopen in Amsterdam een schip, gaan er twee maanden mee varen en dan komt er plotseling in Frankrijk 1200 kilo hasj uit. .Vindt u dat niet vreemd?" Wij wel.. Piet J. Gailliard, die het raadsel aan ons voorlegt óók.' Vervelend voor hem was het Zijn schip waaruit de 1200 kilo te voorschijn kwam en nóg vervelender: de-Franse douane stond er met twintig man sterk bij. Gailliard, eigenaar van de 499 ton metende onder Panamese vlag varende kustvaarder „Spurt",weet van de prins geen kwaad, als hij spreekt over de spectaculaire vondst verdovende middelen in de ballast-tanks van zijn schip. “de grootste partij hasj die we ooit hebben onderschept" aldus de " Amerikaanse narcoticabrigade " in Parijs. De 52-jarige Nederlander, directeur van de onroerend-goedmaatschappij „Sun Financial Panama Corporation", die aan de Amsterdamse Keizersgracht domicilie heeft gekozen in een studentenhotelletje: “Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel debemanning heeft die partij hasj aan boord gebracht of die zat al in het schip toen wij het van rederij Gruno kochten. U begrijpt wel, dat: wij als onroerend-goedexperts ons niet met zo iets als hasj- handel bezighouden." Er kunnen mensen zijn die dat laatste betwijfelen. „Miljoenenfantast”; Het „Limburgs Dagblad" noemde Gallliard, al eens een „miljoenenfantast. De rechter vond dat toch wel beledigend maar de president van de rechtbank in Den Bosch zei van hem dat het „absoluut" vaststaat dat hij een zeer twijfelachtig zakenleven achter de rug heeft". Ook op politiek gebied: In 1956 richtte hij met boer Koekoek de Nederlandse Oppositie Unie op, die zich onder meer ten doel stelde om kapitein Westerling per zeewaardig jacht „Evipan" naar Indonesië te brengen om daar een guerrillastrijd te beginnen. Boer Koekoek na die mislukking: „Toch is hij een krachtfiguur. Als hij in de kamer was gekomen hadden al die grote heren wel op kunnen krassen". In de jaren zestig duikt Gailliard opnieuw op in het nieuws als directeur van het reisbureau „Oranje-reizen" in Valkenburg dat stromen van klachten te verwerken kreeg. Na bij verschillende faillissementen betrokken te zijn geweest, raakt in 1957 zijn „Stichting Nederlandse Bouwen Exploitatie-maatschappij" op de rand van de financiële afgrond. In hetzelfde jaar breekt brand uit in het Hotel Van der Woude in Haren (Gr), waarvan hij directeur is. Hij wordt beschuldigd van brandstichting en moet daarvoor een flinke gevangenisstraf opknappen. De gewraakte zakenman, getrouwd met een schatrijke boerendochter uit Emmercompascuum, heeft inmiddels zoveel vijanden dat er een vereniging „Slachtoffers van Gailliard" in het leven werd geroepen. Belangrijkste taak: „Het verstrekken van informaties aan personen die met de heer Gailliard zaken zullen doen". Vreselijk boos; Gisteren zei de welbespraakte, in slobbertrui gestoken directeur van Sun Financial Panama Corporation: „Achter deze hasjiesjzaak zit veel meer. Ik heb het er ook met de Panamese consul over gehad. Die is vreselijk boos en gelooft ook niet dat wij het gedaan. hebben. Daarvoor is de hele zaak te onlogisch. Ik ga toch niet van Amsterdam hasjiesj naar Frankrijk brengen? De consul en ik geloven veel eerder dat het een poging van duistere lieden om de Panamese vlag in diskrediet te brengen. Man ik zweer je: ik heb nog nooit hasj gezien''. Vorig jaar december kocht de „Sun enz."," de 26 Jaar oude „Spurt" voor 104.000 gulden van de rederij Gruno, nadat het ruim een jaar in de Amsterdamse haven had gelegen. Bij de eerste keer dat het schip uitvoer, moest het prompt sleepboot-assistentie aanvragen. wegens téchnische mankementen. Na reparatie zet het koers naar Santander in Spanje. Onderweg, voor de Franse kust bij Brest krijgt het weer pech en loopt bijna op de rotsen. Op 7 januari belt Gailliard de Harlingse machinist Herman Schrik (40) met de vraag of hij zo snel mogelijk naar Brest wil rijden om het schip te repareren. “Toen ik er op kwam, wist ik niet wat ik zag," verhaalt de Fries. „Alles was kapot. Er was geen licht en geen water. In de 23 jaar dat ik vaar heb ik nog nooit zo'n slechte schuit gezien. Het was rijp voor de sloop en verkocht aan mensen die geen moer verstand hadden van de zeevaart. De kapitein was gewoon een kwajongen. Als ik een schip had, kwam hij niet eens als lichtmatroos aan boord. Bij slecht weer moest ik de beslissingen nemen. Na de reparaties stoomt het schip op naar Santander en van daar uit naar Lissabon. Aan boord is nu ook Han Boerop (50), manager van Sun Financial Panama Corporation. „Om met mijn talenkennis behulpzaam te zijn bij mogelijke volgende pechgevallen," naar hij zelf zegt. In Lissabon wordt 110 ton kurk geladen, bestemd voor Rotterdam. Op de reis daarheen komt, het schip in een vliegende storm in de Golf van Biscaje opnieuw in moeilijkheden. Bij windkracht 8-9 begeeft de koppeling het. Machinist Schrik herstelt dat euvel zo goed en zo kwaad als dat op volle zee gaat, maar binnenlopen in een haven acht kapitein Anton van de Velden (28) noodzakelijk. Han Boerop: „We wisten niet meer waar we waren. Aan plaatselijke vissers hebben we dat moeten vragen. Die zeiden dat het overal twintig meter diep was, maar toen we in het haventje van Benodet lagen, bleek dat bij afnemend tij het schip droog kwam te liggen. Récht voor het gebouwtje van de douane. Boerop en matroos André Bronckhorst uit Amsterdam verlaten het schip om naar Nederland te reizen, waar nieuwe onderdelen moeten worden gehaald. In dé bus naar Quimper, vanwaar zij de trein naar Nederland willen nemen, worden zij al geschaduwd door de douane-recherche en bij aankomst gearresteerd. Daarmee begint een week omvangrijk speurwerk van de douane, die getipt ias over de lading verdovende middelen, die echter niet wordt gevonden. Vrijdags sluit men het onderzoek voorlopig af met een schriftelijke verklaring aan Boerop, dat het schip maandag moet worden versleept naar een andere haven, waar nog scherpere controle kan plaatsvinden. De volgende morgen wordt machinist Herman Schrik wakker en ontdekt dat er niemand meer aan boord is. Hij belt Gailliard om te vertellen dat hij dan ook maar weggaat. „Zou je niet liever aan boord blijven," vraagt deze volgens de zeeman nog, maar de Fries zegt: „Ik dank je feestelijk. Het lijkt wel of ze me aanzien voor een verdachte. Daar heb ik geen trek in." Geen zegen; Enkele dagen later komt de enorme lading verdovende middelen, goed om heel Frankrijk de fraaiste hallucinaties te verschaffen, uit de tanks: 2100 bruine zakjes, waarde twee miljoen gulden. Het schip wordt in beslag genomen om als onderpand te dienen voor de boete, die ongetwijfeld komt en zeker tien miljoen gulden zal gaan bedragen. Gailliard, niet in het minst uit het veld geslagen: „Dat schip krijg ik natuurlijk terug. Als er in een toestel van de KLM hasjiesj wordt gesmokkeld, wordt het vliegtuig ook niet in beslag genomen. Weet ik veel wie die hasj erin heeft gestopt? Ik in leder geval niet. Je denkt toch niet dat ik hasj zou gaan smokkelen om dan binnen te lopen in een jachthaventje waar ik kom vast te zitten vlak voor het douanekantoor?" Het zit Jan P. Gailliard niet mee. Zestien jaar geleden kwam hij met Westerling en de „Evipan", het zeegat niet uit, nu heeft hij wèl een varend schip en rust er weer geen zegen op.
Het Vrije Volk 13-03-1973: Smokkelboot Spurt vervoerde 1300 kg onbruikbare hasj. Rotterdam/Brest — De 1300 kilo hasjiesj, waarde twee miljoen, die de Franse douane vorige week in de smokkelboot Spurt vond is „zeer oud” en totaal ongeschikt voor gebruik. Dat is de uitslag van een laboratoriumonderzoek in Rennes, die vandaag bekend werd. De eigenaar van het onder Panamese vlag varende schip dat in Bretagne strandde, is de heer Piet Gailliard in Amsterdam ziet daarmee zijn vermoedens bevestigd dat de hasjiesj al in het schip zat toe hij het drie maanden geleden kocht. De Franse douane blijft echter rekening houden met de mogelijkheid dat de hasjiesj toch door de bemanning van de Spurt aan boord is gebracht. De Nederlandse politie hecht daar weinig geloof aan. Geen van de bemanningsleden is nog verhoord. Het schip blijft inmiddels aan de ketting liggen en zal vermoedelijk worden verkocht als voorschot op de boete. „Want hasjiesj blijft hasiesj, oud of niet", aldus de douanechef in Brest, de heer Leclerc.
Het Vrije Volk 07-04-973: Kapitein zegt nu: 'We stopten 'Spurt' zelf vol hasj ...' (Van een onzer verslaggevers) Rotterdam- „Wij smokeden wel degelijk zelf 1300 kilo hasjiesj in de “Spurt”, vertelt kapitein Anton van de Velden (28) uit Utrecht vandaag exclusief in het Het Vrije Volk. „Het moest naar Rotterdam. De man zoudern we ƒ3 700 krijgen als het lukte. We handelden in opdracht van de eigenaar van die oude smokkelboot, Piet Gailliard in Amsterdam.De geschiedenis met de Spurt, een oude coaster van de Sun Panama Corporation, maatschappij in onroerend goed van avonturier, Gailliard, komt daarmee in een heel ander daglicht.In een interview dat wij op 15 maart publiceerden zei Gailliard medewerker John Boerop: „Als ik wist dat er hasjiesj aan boord was waren we toch niet naar Frankrijk gevaren". De heer Gailliard zelf zei: „,De:hasjiesj moet al in de boot hebben gezeten toen wij hem kochten". Nog steeds ligt het schip in de Bretonse havenplaats Quimper, waar de douane er op 7 maart 1300 kilo doorweekte hasjiesj uithaalde. De Spurt is in beslag genomen. Er is geen enkele arrestatie verricht. De eigenaar van de 1300 kilo Spurt-hasj zou een Amsterdamse dealer zijn die schip als opslagplaats mikte en niet wist dat het uit varen ging? Laat me niet lachen. Wij hebben die hasj zelf 's nachts aan boord gedragen in Lissabon, nachten lang, terwijl de Portugese douanier aan boord dronken in mijn salon lag. Dat was op de 18e, 19e en 20ste februari om precies te zijn. Drie douaniers hebben we dronken gevoerd bier en cognac.” Anton van de Velden, een 28-jarige Utrechter en op de Spurt voor het eerst in zijn ruim 10 jarige zee-ervaring kapitein, heeft besloten zijn mond open te doen. In een wat grauwe arbeiderswijk in Utrecht, waar nog geen politie hem iets over zijn laatste reis gevraagd heeft, doet hij zijn verhaal. Ik raakte in die hasjksj verzeild toen de Spurt na moeilijkheden in het Spaanse Santander aankwam. De boot was om de haverklap kapot en toen weer. Ik was toen nog stuurman, maar kapitein Brouwer uit Rotterdam had me ontslagen. De bemanning en ik kregen echter geen geld en dus weigerden we de lading te lossen, het kwam nog in de Spaanse kranten. En toen kwam Gailliard aanzetten. Mij zag hij eerst niet, want hij zat daar in een hotel. Maar kapitein Brouwer had zijn ontslag genomen en toen kwam Gailliard naar mij. Hij vroeg me of ik kapitein wilde worden. En er bezwaar tegen had ”een bepaalde lading" te vervoeren. Ik niet, ik dacht dat het iets met whisky was of zo. Intussen was John Boerop met nieuwe onderdelen uit Nederland gekomen en die besloot mee te varen naar Lissabon. Pas daar kreeg ik door waar het eigenlijk om ging. Ik was dan ook niet verbaasd toen ik in Lissabon Gailliard opnieuw zag opdagen. Drie dagen bleef hij er en in die tijd werd alles geregeld. Maar alleen de Nederlanders aan boord mochten weten wat er aan de hand was, anders werd de spoeling te dun. In Lissabon kwamen ook twee Nederlandse matrozen aan boord. Al gauw kwam ik erachter dat één ervan door de afnemers van de hasjiesj was gestuurd. Hij hield eigenlijk alleen maar toezicht. Terwijl het enorm hard regende hebben we toen de hasjiesj aan boord gedragen. De douanier lag stomdronken in de salon, de man brak zijn nek zowat over de hasjiesj maar lalde maar en merkte niets. Hetzelfde gebeurde met de Noorse stuurman die ik in een van die kroegen daar had opgedaan. We stopten de hasjiesj in een oude watertank. Daar konden we in via de douche van de eerste machinist. Die douche is daarna helemaal opgeschilderd en die douanier vond het prachtig, hij hielp uitstekend mee. Al die tijd zat John Boerop in hotel Infante Santo. Hij zou ook mee terug varen. We kwamen toen in een storm, waarbij de koppeling het begaf. Onderweg bedachten we nog een plan om rechtstreeks met de hasjiesj naar Vlissingen te varen in plaats van het bij Rotterdam over te zetten in een kleinere boot. Maar toen de motor niet meer wilde moesten we wel naar Bretagne. De Franse douane was getipt, maar kon niks vinden. Ze dachten dat het in de ballasttanks zat. Wij hebben toen razendsnel water in die oude drinkwatertank met de hasjiesj laten lopen. Achteraf was dat fout, want die tank stond in verbinding met de grote tank. Toen zo'n Franse douaneman zijn handen waste spoot de hasjiesj de kraan uit. We zaten goed in de knijp. Die Amsterdammer wilde de schuld wel op zich nemen, en dat vond ik heel mooi van hem, maar sommigen hadden het er al over de douane te gijzelen en uit te varen als ze de hasjiesj zouden vinden. Maar toen ze het spul eindelijk vonden was de bemanning er al vandoor. lk was óók al vertrokken.; Gailliard had me gezegd: „Kom meteen naar Nederland." Ik ben toen in een taxi van Brest naar Amsterdam gereden, een paar dagen voordat die douanier zijn handen waste. Twaalfhonderd gulden kostte dat. Gailliard betaalde. In Nederland hebben we nog geen centje last gehad van de politie. Het vervoeren van onbruikbare hasjiesj is ook niet strafbaar. Maar geld krijgen we niet, de hotelkosten worden zodanig verrekend dat er niets overblijft. We zullen zien wie wint."
In Utrecht, bij zijn ouders thuis, lacht Anton van de Velden om het smokkelavontuur. „Weet u waarvoor de Spurt oorspronkelijk vertrok?", zegt hij, tenslotte nog. „Om sigaretten te gaan smokkelen van Joegoslavië naar Italië.” De heer John Boerop, handelaar in onroerend goed en medewerker van de heer Piet Gailliard van de Sun Financial Panama Corporation, ontkent ook maar iets van de hasjiesjgeschiedenis in Lissabon te hebben geweten. „Ik krijg het gevoel in een vies zaakje te zijn gemengd", aldus de heer Boerop. De heer Gailliard, bekend om zijn rol in de Evipan-affairè — hij trachtte destijds kapitein Westerling naar Ambon te brengen om daar een revolutie tegen de Indonesiërs te ontketenen — ontkent eveneens van de affaire op de hoogte te zijn geweest. Onze maatschappij koopt noch verkoopt hasjiesj", is zijn commentaar.
„In Santander en Lissabon was ik uitsluitend om de gages te betalen. Dat ik de heer Van de Velden een dubieus zaakje zou hebben aangeboden ontken ik ten stelligste. Ik begrijp niet waarom deze beschuldigingen worden geuit. Als maatschappij zijn wij wel verantwoordelijk voor de beman- ningsleden, maar we hebben ze natuurlijk niet aan een lijntje. Overigens geloof ik ook niet dat het zo gegaan is", aldus de heer Gailliard.
Het Vrije Volk 1-04-1973: Spurt-hasjiesj komt uit jacht Rotterdammer. (Van een.onzer verslaggevers) Rotterdam — De 1300 kilo doorweekte hasjiesj aan boord van de in Bretagne gestrande kustvaarder “Spurt” is afkomstig uit het Belgische jacht Tahina van de Rotterdammer A. Carmiggelt aan het Mijnsherenplein. Daarvan is de Amsterdamse narcoticadienst-overtuigd. De Rotterdammer zou echter niets met de zaak te maken hebben. Het jacht, met zeven Surinamèrs uit Amsterdam aan boord liep op 17 december voor de Portugese kust bij Estoril op de rotsen. Daarbij kwam één van de opvarenden, Rinus Schrier (34) om het leven. Het zevental, drie echtparen en de heer Schrier, had een reis gemaakt naar het midden-oosten. De “Spurt” zóu het zwaar gehavende jacht aan boord nemen en het voor de nieuwe eigenaars, Amsterdammers, naar Nederland brengen. Dat mislukte. Volgens ingewijden zou de bemanning van de “Spurt” toen de hasjiesj, uit de watertank van de Tahina hebben gehaald en die aan boord van de “Spurt” hebben gebracht. De Amsterdamse narcotica-dienst was volledig van de plannen op de hoogte en had de val al wijd open staan. Toen het kustvaardertje in Bretagne op de rotsen liep, is nog geprobeerd de Fransen te bewegen de hasjiesj in het schip te laten en de boot vrij te geven. De Franse douane - en politie — tuk op vier percent van de opbrengst van de smokkelbuit: — weigerde echter. Die naijver was de reden waarom de bemanning en eigenaars van de “Spurt” in Nederland door de politie met rust zijn gelaten. Over deze gang van zaken voert hoofdinspecteur Toornstra van de Amsterdamse, narcotica-dienst nu in Parijs besprekingen. Twee inspecteurs zijn met hem meegereisd.
De Telegraaf 16-04-1973; Onder ogen van Franse douanier. Dronken zeelui verrieden hun hasjsmokkel. Amsterdam, maandag . De Franse overheid zal de wegens drugsmokkel in de Bretonse havenplaats Benodet op 7 maart jl. aan de ketting gelegde Amsterdamse kustvaarder Spurt verbeurd verklaren en verkopen. De 1200 kg in beslag genomen hasjiesj, die een marktwaarde van circa ƒ 2,5 miljoen vertegenwoordigde, beschimmelde en werd waardeloos doordat de bemanning van de Spurt de hele party uit vrees voor ontdekking onder water had gezet. Over de wijze waarop de 2100 zakjes hasjiesj aan boord werden gebracht, zullen bemanningsleden en eigenaar worden gehoord. Dit is de wetenschap waarmee hoofdinspecteur G. J., Toorenaar van de Amsterdamse Narcoticabrigade en zijn twee rechercheurs Visser en Griesheimer terugkeerden uit Parijs, waar zij besprekingen voerden met de Parijse recherche en het Franse Nationale Bureau voor de Narcoticabestrijding.
Op rotsen. Een der belangrijkste punten bij het onderzoek - in deze Frans-Nederlandse drugaffaire vormt de eventuele samenhang tussen de kustvaarder Spurt en het Belgische Jacht Tahina. Het jacht liep na een cruise op de Middellandse Zee op 17 december bij het Portugese Estoril op de rotsen, waarbij een der opvarenden om het leven kwam. „Penosejongen” Dank zij De Telegraaf die de namen van de opvarenden van de Tahina bekend maakte, werd de aandacht van de Amsterdamse recherche gevestigd op de Amsterdammer E., een „penosejongen" die met zijn vrouw aan boord van de Tahina bleek te zijn. De bemanningsleden van de Tahina, allen blanken, traden na de schipbreuk in contact met die van de Spurt die in Lissabon 110 ton kurk had geladen. Aanvankelijk had men de Tahina aan boord van de kustvaarder willen hijsen om het schip naar Nederland te transporteren. Toen dit plan niet doorging, zouden bemanningsleden van de kustvaarder de partij hasjiesj hebben overgenomen. Zij verstopten de drugs in een ruimte op het achterachip welke door een schot was gescheiden van de eronder gelegen drinkwatertank. Motorpech. De 26 jaar geleden gebouwde Spurt — een gammel schip van 499 ton, volgens hoofdinspecteur Toorenaar — liep met motorpech de haven van Benodet in Bretagne binnen. Het meerde af récht voor het gebouwtje van de douane. Hoofdinspecteur Toorenaar: „De enige douanier in Benodet vond die bemanning van de Spurt maar een vreemd stelletje zeerovers, die constant dronken aanboord hingen. De man lichtte zijn chef in, die daarop een onderzoek op de Spurt liet instellen. De bemanning had de pech dat de bruine smurrie van de onder water gezette hasjies via het schot in de drinkwatertank terecht was gekomen en het bruine water op een dek druppelde. „Een der mensen van het Franse bureau voor narcoticabestrijding kwam voor de zaak over naar Amsterdam. Wij op onze beurt hebben overleg gepleegd met het hoofd van dit bureau en een commissaris van de Parijse recherche". Camouflage. De Fransen opperden het vermoeden dat de lading kurk, die overigens van slechte kwaliteit was, op de Spurt als camouflage voor de smokkel diende. De verkoop van de Spurt voor de Franse staat iseen direct gevolg van de omstandigheid dat de eigenares van het schip, de in Amsterdam evestigde onroerend goed-maatschappij Sun Financial Panama Corporation de hoge boete niet zal kunnen of willen voldoen. Hoofdinspecteur Toorenaar kon zich ervan overtuigen, dat de voor ruim één ton van de rederij Gruno overgenomen kustvaarder in een deplorabele staat verkeert. Schipbreuk. De feitelijke eigenaar Piet Gaillard -- die zich 16 jaar geleden verslikte in het schip de „Evipan", dat kapitein Westerling in staat moest stellen in Indonesië een guerrilla-oorlog te starten — zal zich voor de zoveelste maal moeten verantwoorden voor een onderneming die schipbreuk leed. Zelf stelt hij, niet te hebben geweten, dat de Spurt als smokkelschip werd gebruikt.
De Telegraaf 27-07-1973: „Oude bekenden” van Franse politie. Viertal uit Nederland strandt nu in Tripoli.
Van onze verslaggevers Amsterdam/Beirut, vrijdag De Amsterdamse centrale recherche is er stellig van overtuigd, dat de vier Nederlanders, die sinds gisteren in de Libanese haven Tripoli wachten tot hun jacht door de politie wordt vrijgegeven, van plan waren verdovende middelen naar ons land te smokkelen. Het viertal werd gisteren door politievaartuigen in Libanon opgebracht, nadat het vanaf 8 juli met het jacht voor de kust was gesignaleerd. De Libanese politie was — evenals de Amsterdamse recherche — de mening toegedaan, dat de opvarenden een grootscheepse hasjiesjsmokkel beraamden. De politieoverval op het jacht, dat onder Nederlandse vlag vaart, leverde echter niets op. De bemanning, die zich toeristen noemt, werd weer op vrije voeten gesteld, maar het jacht is nog niet vrijgegeven, omdat het aan een nauwgezet onderzoek zal worden onderworpen. Aan boord werden vier fototoestellen gevonden. Uit de films die hierin zaten, hoopt de Libanese politie bewijsmateriaal te halen. Hoofdinspecteur G. J. Toorenaar van de Amsterdamse centrale recherche zei gisteravond: “Wij denken wel zeker, dat de opvarenden van het jacht hasjiesj van Libanon naar Nederland wilden smokkelen. De vier bemanningsleden zijn namelijk dezelfde als die het hasj-schip „Spurt" bevoeren, toen dit op 7 maart 1973 in Frankrijk door de douane aan de ketting werd gelegd. Zij leden toen een verlies van 1200 kilo hasjiesj en het is te verwachten, dat zij met een nieuwe smokkel dit verlies weer goed willen maken". De 500 ton metende kustvaarder „Spurt", die in de Bretonse havenplaats Benodet aan de ketting werd gelegd, had in een watertank 2100 zakjes hasj aan boord, die een waarde hadden van ongeveer ƒ2,5 miljoen. Gisteren werden overigens in Beiroet twee Nederlanders voor het smokkelen van enkele kilo's hasjiesj tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld.
De Telegraaf 21-09-1973: Nog een derde schip bij miljoenensmokkel van hasj betrokken? door Wim van Geffen. Harlingen, vrijdag. Tijdens de verhoren over de miljoenenhasjsmokkel, welke zondagnacht in de Harlinger haven werd getorpedeerd, is het vermoeden gerezen, dat het Amsterdamse smokkel-komplot behalve de coaster „Spurt" en de ex-Scheveningse kotter nog een derde schip voor de smokkel in verdovende middelen heeft gebruikt. Het onderzoek naar deze activiteiten zal worden voortgezet nadat de officier van Justitie te Leeuwarden mr. H.W. Kuipers het voorarrest van de vijf Amsterdamse verdachten en de Vlielandse hulpvuurtorenwachter K.. heft verlengd. Het zestal zal vandaag opnieuw voor de officier worden geleid. Fondsen: De smokkelactiviteiten met een derde schip liggen overigens geheel in de lijn der verwachtingen van de douane-recherche, de Amsterdams recherche en de Rijkspolitie te water, omdat de fondsen welke het jongste avontuur moesten financieren waarschijnlijk bij vroegere hasj-expedities zijn verdiend. Er zal zo spoedig mogelijk een poging worden gedaan de ruim 100 kilogram hasj welke tijdens het vullen van de containers ter hoogte van Scheveningen overboord sloeg te lichten. De Koninklijke Marine zal worden verzocht voor dit doel duikers af te staan. Bijzonder gemakkelijk zal het karwei niet zijn, want de container met hasj (grossierswaarde ƒ 200.000) ligt op een diepte van circa 60 meter. Het vinden zal evenwel worden vergemakkelijkt doordat niet alleen deze volle container maar ook drie lege cilinders aan dezelfde metalen boom zijn gekoppeld.





Ship Masters Data

Images


Description: Arak 1946
Image type: Photo

Description: Arak 1946
Image type: Photo

Description: Lugano 1946 (ex Arak)
Image type: Photo

Description: Nisse 1946 ex Arak
Image type: Photo

Description: Nisse 1946 ex Arak
Image type: Photo

Description: Spurt 1946 ex Nisse ex Arak
Image type: Photo
Sources