Name ship: ARNHEM

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1949
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5368366
Nat. Official Number: 2491 Z GRON 1949
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Raised quarter deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Gebr. Bodewes, Scheepswerf 'Volharding', Foxhol, Netherlands
Yardnumber: 121
Date Laid Down:
Launch Date: 1949-04-09
Delivery Date: 1949-07-08
Technical Data

Engine Manufacturer: D. & Joh. Boot N.V., Motorenfabriek 'De Industrie', Alphen aan den Rijn, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 360
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Industrie nr. 3416 Type 6VD7 (305x420) 300 rpm.
Speed in knots: 9.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 397.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 200.00 Net tonnage
Deadweight: 575.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 36200 Cubic Feet
Bale: 33700 Cubic Feet
 
Length 1: 50.10 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 46.42 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.37 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.76 Meters Depth, moulded
Draught: 3.22 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1949-06-30 ARNHEM
Manager: Cornelis Albertus Jansen, Arnhem, Netherlands
Owner: Cornelis Albertus Jansen, Arnhem, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Arnhem / Netherlands
Callsign: PCUP
Additional info:

Date/Name Ship 1954-05-19 ARNHEM
Manager: Rederij C. A. Jansen N.V., Arnhem, Netherlands
Owner: Rederij C. A. Jansen N.V., Arnhem, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Arnhem / Netherlands
Callsign: PCUP
Additional info:

Date/Name Ship 1956-05-04 ARNHEM
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf Poseidon, Delfzijl, Netherlands
Owner: Rederij 'Jan Koop', Delfzijl, Netherlands
Shareholder: Erven Jan Koop (Hiltje Koop-de Boer, Heiko Harmannus Koop, Stoffer van Dijk), Delfzijl
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PCUP
Additional info:

Date/Name Ship 1957-02-16 JAN KOOP
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf Poseidon, Delfzijl, Netherlands
Owner: Rederij 'Jan Koop', Delfzijl, Netherlands
Shareholder: Erven Jan Koop (Hiltje Koop-de Boer, Heiko Harmannus Koop, Stoffer van Dijk), Delfzijl
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PEZP
Additional info:

Date/Name Ship 1957-03-05 TRIGON
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf Poseidon, Delfzijl, Netherlands
Owner: Rederij 'Jan Koop', Delfzijl, Netherlands
Shareholder: W.H. Koop-de Boer, H.H. Koop, H. de Boer en Stoffer van Dijk, Delfzijl
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PIAT
Additional info:

Date/Name Ship 1960-07-04 TRIGON
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf Poseidon, Delfzijl, Netherlands
Owner: N.V. 'Trianda', Delfzijl, Netherlands
Shareholder: W.H. Koop-de Boer, H.H. Koop, H. de Boer-Koop, Stoffer van Dijk en John Miller (Shipping) Ltd, Londen, Delfzijl
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PIAT
Additional info:

Date/Name Ship 1968-07-11 RIGON
Manager: Ingemar Gudmundsson, Gavle (Gefle), Sweden
Owner: Ingemar Gudmundsson, Gavle (Gefle), Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Gavle (Gefle) / Sweden
Callsign: SMDR
Additional info:

Date/Name Ship 1977-03-00 RIGON
Manager: Pacific Line Pty. Ltd., Port Moresby, Papua New Guinea
Owner: Pacific Line Pty. Ltd., Port Moresby, Papua New Guinea
Shareholder:
Homeport / Flag: Port Moresby / Papua New Guinea
Callsign: P2RN
Additional info:

Ship Events Data

1949-06-23: Op 23-06-1949 als ARNHEM, zijnde een stalen motorschip, groot 1124,28 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 20-06-1949 no. 7752, liggende te Foxhol, door A. Jonkers, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2491 Z GRON 1949 op het achterschip aan S.B. zijde in het achterschot van het dekhuis op de kampanje, 3,00 m. uit de hekplaat, 0,50 m. uit de lengteas, 1.60 m. boven dek.

1949-07-01: NvhN 01-07-1949: Binnen enkele dagen hebben achtereenvolgens op de Eems de volgende, nieuw gebouwde motor-zeeschepen hun proeftocht gehouden. Eerst was het de „Claes Compaen", daarna de „Follonica" gevolgd door de „ARNHEM". De belangstelling was telkens groot en met tal van auto's arriveerden de gasten uit alle streken van ons land. De „Arnhem" is een raised quarterdeckschip, groot 575 ton, werd gebouwd onder klasse S.I. en Lloyds bij de scheepswerf „Volharding" te Foxhol, voor rekening van de heer Jansen te Arnhem. Het schip is van een 360 PK 6 cylinder Industrie-motor voorzien en behaalde een snelheid van ruim 10 mijl.

1949-07-08: NvhN 08-07-1949: De „ARNHEM” maakte geslaagde proefvaart. Het bij de scheepswerf „Volharding" (Geb. Bodewes) te Foxhol gebouwde kustvaartuig „Arnhem", is na een geslaagde proefvaart op de Eems door de heer C. A. Jansen te Arnhem overgenomen. De „Arnhem" is van het type halfshelterdek lengte 50.10 m., breedte 8.37 m., holte 3.25/5.25 m. Het schip heeft een 360/400 p.k. 6 cylinder Industrie-motor. Bij de proefvaart werd een snelheid van 10 ½ mijl bereikt.

1954-09-04: Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van donderdag 17 november 1955, no. 224. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: No. 80 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake het stoten van het motorschip „Arnhem" op een rif nabij de rede van Miri (Brits Borneo). Op 4 september 1954 heeft het motorschip ,,Arnhem", toen het varende was naar de rede van Miri (Brits Borneo), gestoten op een rif. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van dit stoten. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 21 september 1955, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein en de stuurman van de „Arnhem", benevens een te Miri afgelegde verklaring en de te Singapore afgelegde scheepsverklaring, zomede een brief van de expert bij de Scheepvaartinspectie te Singapore, M. T. J. Berlage, de Engelse kaart no. 2108: Borneo N.W. coast en een tekening, en hoorde de kapitein van de „Arnhem", J. Borg, als getuige. Uit de verklaringen en bescheiden is de raad h'et volgende gebleken: Het motorschip „Arnhem" is een Nederlands schip, toebehorende aan C. A. Jansen Rederij N.V., te Arnhem. Het meet 397 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 360 pk motor. De „Arnhem" was in 1954 gecharterd door de Seismograph Service Ltd. in Engeland en werd gebruikt als survey-schip op de N.W.-kust van Borneo. Het schip was beladen met zandballast; de diepgang was vóór 6', achter 10'. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 25 personen; op 4 september waren er 8 passagiers aan boord. De „Arnhem" lag op 4 september 1954 ten anker op 4°20' N., 113°53' O; de ankerplaats was vastgesteld door peilingen van de wal en door Lorac; het schip was ten tijde van de survey uitgerust met een Loracapparaat. Te 6.59 uur ging de „Arnhem" anker op, ten einde te verstonnen naar de rede van Miri, alwaar springstoffen zouden moeten worden geladen voor het seismografisch onderzoek. Toen men anker op was, gaf de kapitein de stuurman order om te varen langs de Loraclijn 2025. De ware koers was aanvankelijk 24°, maar zou in verband met de kromming van genoemde lijn per graad moeten worden veranderd. De kapitein bleef nog even boven en ging dan naar zijn hut om te eten. Het was mooi weer, stil van wind en goed zicht. De stuurman heeft verklaard, dat het Loracsysteem veel gelijkt op het Deccasysteem; er waren daarvoor 3 bakens aan de wal opgericht. Volgens de stuurman werd langs Loraclijn 2025 rood gevaren, evenwijdig aan de wal. Er werd geen kabel van het achterschip gesleept; dit wordt door het Engelse personeel van de seismografische dienst geregeld. Het echolood stond niet bij. De vaart was 6 mijl per uur; de log was niet uitgevierd. De kapitein heeft verklaard, dat het echolood bijstond; hij meent, dat er geen tij liep. De stuurman herinnerde zich niets meer van stromen. Er werden geregeld peilingen van de wal genomen. Volgens de Loracklok voer men in de rode lane; de groene lane staat hier vrijwel loodrecht op en geeft gelegenheid de vaart te controleren. De vorige dag had men reeds 2 keer op lane 2025 gevaren. Men heeft niets van verkleuringen bemerkt. Te 7.10 uur stootte het schip op een rif, dat volgens de stuurman niet in de kaart stond. De kapitein ging direct naar de brug; de stuurman had de motor al op volle kracht achteruit gezet. De stuurman nam peilingen van de wal en de kapitein las de Loracklokken af. Het bestek van stoten was 4°21'15"N., 113°52'44"0. Vermoedelijk door lucht onder het schip wees het echolood niet aan. Het schip kwam direct vlot. Voorzichtig werd gemanoeuvreerd van de plek, waar het schip had gestoten; direct na vlot komen wees het echolood 8 vaam aan. De kapitein liet eerst west sturen en veranderde dan geleidelijk koers naar Miri. Bij rondpeilen bleek, dat b.b.-vulling en tank b.b. II water maakten; de pompen konden dit bijhouden. Te 8.15 werd geankerd op de rede van Miri. Te 11.30 uur kwam Lloyds surveyor met 2 duikers aan boord. 'B.b.-kimkiel bleek geheel verbogen; er was een deuk in b.b.-tank II; hier waren nagels uitgevallen. Het schip moest worden gerepareerd. De kapitein heeft de volgende dag een verklaring afgelegd voor de superintendent of shipping 4th and 5th Div. Sarawak. Er werd voor zekerheid een extra-pomp aan boord geplaatst. Hierna kreeg men toestemming te verstomen naar Kuching, alwaar kon worden gedokt. Het schip is geheel hersteld. De „Arnhem" is toen vercharterd aan de Sarawak Steamship Cy. Zij ging nu naar Singapore. De kapitein meende, dat hij na zijn verklaring te Miri geen scheepsverklaring meer voor de consul te Singapore behoefde af te leggen, te meer nu het schip was gerepareerd en het nieuwe certificaten had ontvangen. Het was de kapitein niet bekend, dat er te Singapore een expert van de Scheepvaartinspectie was. De kapitein heeft nog een reis gemaakt en is daarna met verlof gegaan. Na zijn verlof heeft hij, op verzoek van de rederij, de journalen daarheen opgezonden. De stuurman heeft als zijn mening gegeven, dat de ambtenaren van de seismografische dienst wel orders gaven over de route, die moest worden gevaren, maar dat de kapitein verantwoordelijk bleef voor de navigatie. Het schip deed opnemingswerk op plaatsen, waar nooit een schip had gevaren. De positie van het rif, waarop de „Arnhem" heeft gestoten, is later opgenomen en een B.A.Z. van de Britse admiralty is daarover uitgegeven. Het rif, waarop de „Arnhem" heeft gestoten, ligt een mijl in N.W. richting van de plaats van een rif, dat in de kaart staat. Ter zitting verklaarde de kapitein geheel overeenkomstig het hiervóór, vermelde. Hij voegde daaraan toe, dat ten behoeve van de waarnemingen, welke op de „Arnhem" werden verricht, Loracstations aan de wal waren opgericht. Hierdoor was het mogelijk om zeer nauwkeurig de plaats van het schip te bepalen. Er waren voor het verrichten dezer waarnemingen 2 speciale personen door charterer aan boord geplaatst. De meeste peilingen van punten van de wal klopten niet met de door Lorac verkregen bestekken. Getuige is van mening, dat de rots, waarop de „Arnhem" heeft gestoten, een scherpe, zeer smalle piek is; men had tevoren reeds enige keren langs dezelfde Loraclijn gevaren en daarbij was niets bijzonders opgevallen en het echolood had ook geen aanwijzing van een ondiepte gegeven. Getuige voegt hieraan toe, dat de „Arnhem" geregeld in gebied voer, waar nooit een koopvaardijschip kwam. Op 4 september 1954 stond het echolood bij; dit is niet zelfregistrerend. Getuige was naar zijn hut gegaan nadat de stuurman de wacht had overgenomen. Te 7.10 uur stootte het schip. Na vlot komen bleek het een weinig water te maken. Te Kuching, waar de „Arnhem" in het droogdok werd opgenomen, bleken een paar bodemplaten en .b.b.-kimkiel ernstig te zijn beschadigd. De „Arnhem" heeft daarna geen waarnemingen meer gedaan; het weer was daarvoor te slecht geworden. Het schip is daarna gecharterd door de Sarawak Steamship Cy.; getuige is weldra afgelost. Het is getuige niet bekend of later nog een onderzoek is ingesteld naar de plaats, waar de „Arnhem" heeft gestoten. De inspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de „Arnhem" reeds geruime tijd voer, in dienst van de Seismographic Service Ltd., toen zij op 4 september 1954 verstoomde van een ankerplaats naar de rede van Miri. Aan de kust waren Loracstations opgericht, waardoor een zeer nauwkeurige navigatie mogelijk was, vooral nu er speciale waarnemers voor aan boord waren en men beschikte over een kaart, die voor deze navigatie was klaargemaakt. Toen de „Arnhem" wilde opstomen naar Miri, wilde zij weer een bepaalde Loraclijn volgen; men had tevoren meer langs deze zelfde lijn gevaren. Na ongeveer 20 minuten te hebben gevaren, stootte het schip; dit moet zijn gebeurd op een scherpe steen. De inspecteur is van mening, dat de kapitein hierin geen schuld treft. De „Arnhem" verrichtte eigenlijk opnemingswerk; hierbij wordt door een schip meer risico gelopen dan bij normale navigatie. De kaart, waarop men voer, was gemaakt naar zeer oude waarnemingen; het is begrijpelijk, dat daar thans stenen kunnen liggen, welke niet op die kaart waren aangegeven. Het oordeel van de raad luidt als volgt: Het motorschip „Arnhem" heeft op 4 september 1954 gestoten, toen het onderweg was naar de rede van Miri. Dit schip was gecharterd door de Seismograph Service Ltd., in Engeland, en verrichtte waarnemingen op de N.W. kust van Brits Borneo. Het voer daarbij geregeld in water, waar koopvaardijschepen normaal nooit komen. Om de waarnemingen zo nauwkeurig mogelijk te maken, waren aan de wal Loracstations opgericht en was de „Arnhem" voorzien van Loracklokken om de plaats van het schip steeds nauwkeurig vast te kunnen stellen. Voor dit werk waren zelfs speciale waarnemers aan boord geplaatst. Hoewel men dus in staat was om op de meest nauwkeurige wijze de standplaats van het schip te bepalen, moest worden gevaren op de Britse kaart no. 208, die was gemaakt naar waarnemingen van 1848 en, hoewel verbeterd naar latere waarnemingen tot in 1949, niet geacht kan worden volkomen betrouwbaar te zijn, speciaal wat betreft de ligging van ondiepten op plaatsen, waar mag worden aangenomen, dat nooit schepen varen. De „Arnhem" verrichtte opnemingswerk en liep daarbij het risico, dat opnemingsvaartuigen lopen. Ondanks alle genomen voorzorgen is het mogelijk, dat zo'n schip stoot op een ondiepte, die niet op de kaart staat. De raad is overtuigd, dat kapitein J. Borg alle voorzorgen heeft genomen, en is van oordeel, dat hem geen schuld treft door het stoten van zijn schip op 4 september 1954. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, 1ste plv. voorzitter, H. A. Broere, C. Hellingman, F. v. d. Laan en J. F. Verbeek, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken door voornoemde voorzitter ter openbare zitting van de raad van 11 november 1955. (Get.) A. Dirkzwager, A. Boosman.

1957-03-05: NvhN 05-03-1957: Arnhems schip naar Delfzijl. Het motorschip Arnhem, dat door de heren H. H. Koop en S. van Dijk te Siddeburen werd aangekocht van de rederij C. A. Jansen te Arnhem, is door de nieuwe eigenaars herdoopt in Jan Koop, waarbij de thuishaven werd gewijzigd in Delfzijl. Het schip werd in 1949 gebouwd bij de scheepswerf Volharding (Gebr. Bodewes) te Foxhol en behoort tot het shelterdektype. In de machinekamer staat een 360 pk motor opgesteld.

1957-04-12: Algemeen Handelsblad 12-04-1957: Gisteren is uit Terneuzen de Singalese verstekeling, die drie maanden op de Groningse kustvaarder Trigon had rondgevaren, vertrokken. Voorlopig naar Amsterdam, waar de vreemdelingendienst van de politie pogingen zal doen de Singalees aan boord van een schip te krijgen, dat naar eenhavenstad in Frans Senegal vaart.

1961-04-18: Het Vrije Volk 18-04-1961: Nederlandse zeelui verkopen giftige alcohol in Zweden. (Van onze Scandinavische correspondent) Twee Zweedse arbeiders verkeren in ernstig levensgevaar door het drinken van methyalcohol, die zij van opvarenden van het Nederlandse motorschip Trigon in Malmö hebben gekocht. Negen Zweden zijn voorts ter observatie opgenomen in het Algemeen Ziekenhuis in Malmö voor het drinken van deze alcohol. Voor het verkopen van de mythylalcohol twee leden van de negen koppen tellende bemanning in hechtenis genomen door de Zweedse politie, de eerste machinist en een zestienjarige matroos van de Trigon. Zij zijn reeds voor de officier van Justitie van Malmö geleid. Er worden nog meer arrestaties verwacht. De Trigon, die in time-charter vaart voor de Engelse maatschappij Trianda en het eigendom is van de rederij Poseidon te Delfzijl, ligt sinds vorige week Woensdag in Malmö. Van het schip zijn, zover thans bekend, in totaal vijf flessen met water vermengde methylalcohol verkocht. De Trigon (kapitein J. Damhof uit Groningen) is onder politiebewaking gesteld en mag Malmö niet verlaten. Het schip voer op de lijn Kopenhagen-Londen-Malmo. De Zweedse arbeiders hebben de levensgevaarlijke drank donderdag van de opvarenden van de Trigon gekocht. Zaterdag dronken zij de flessen leeg tijdens een feestje bij een van hen thuis. Zondagmorgen deden. zich de eerste vergiftigingsverschijnselen voor in de vorm van een hevige benauwdheid, gedeeltelijke verlamming en bewusteloosheid.Gisteravond verkeerden twee van de arbeiders in levensgevaar. Hun ademhalingsorganen zijn aangetast. Zij zijn in het Algemeen Ziekenhuis te Malmö onder een zg. respirator geplaatst. De eerste machinist en de zestienjarige matroos zijn gearresteerd op aanwijzing van een Zweed, die bij de transactie aanwezig was maar zelf niet van de alcohol heeft gedronken. De Nederlandse consul te Malmo, de heer H. Roessingh, die gisteren zeven uur lang de verhoren van de Nederlandse zeelieden heeft bijgewoond, noemde de zaak een uitermate slechte reclame voor Nederland. Laffe overtreding. 'Het verkopen, van houtalcohol wordt hier tot de ernstigste en lafste overtredingen gerekend. In dit geval is dit gebeurd in flessen, die van een etiket waren voorzien met de misleidende woorden: 'Jenever Zuid- Rotterdam'. De opvarenden van de Trigon gaven elkaar tijdens de verhoren de schuld. Volgens de politie in Malmö staan daarom in feite alle opvarenden van de Trigon onder erdenking. De officier van Justitie acht het niet uitgesloten, dat er hier sprake is van een wijdvertakte organisatie voor de verkoop van methyalcohol. Er is in verband met dit aspect van de zaak onmiddellijk contact opgenomen met de Deense en Engelse politie.
Friese koerier 20-04-1961: Dode in Zweden door methylalcohol. Stockholm (Rtr) — Een van de twee Zweedse arbeiders, die een nierbehandeling' hebben ondergaan in een ziekenhuis in Malmö, nadat zij methylalcohol hadden gedronken die verkocht was aan boord van het Nederlandse schip Trigon uit Delfzijl, is overleden. Enige uren later zijn nog twee slachtoffers naar het ziekenhuis gebracht waardoor het totaal aantal personen dat aan vergiftiging lijdt op 24 is gekomen. De toestand van de tweede arbeider is zeer ernstig. Ook een van de twee vrouwen die in een ander ziekenhuis worden verpleegd is ernstig ziek. De twee bemanningsleden van de Trigon, de eerste en tweede machinist, zijn nu in hechtenis genomen en zullen worden vervolgd wegens het veroorzaken van de dood van een medemens en waarschijnlijk ook wegens fraude. Zulks omdat zij verklaard hadden dat de flessen het normale ethylalcohol bevatten in plaats van het giftige methylalcohol. De 16-jarige scheepsjongen, die ook was aangehouden op verdenking als tussenpersoon te zijn opgetreden bij de verkoop, is weer vrijgelaten. Volgens de politie hebben 33 mensen van de alcohol gedronken maar sommigen hebben geen enkel nadeel ondervonden. De eerste machinist van de Trigon heeft toegegeven dat hij methylalcohol heeft verkocht.
NvhN 21-04-1961: Groninger coaster Trigon weer vrijgegeven. Reeds drie doden door methyl-alcohol-vergiftiging. De methyil-alcohol die door Delfzijlster zeelui in de Zweedse havenstad Malmö werd verkocht, heeft opnieuw slachtoffers geëist. In een woning in de oostelijke buitenwijken van Malmö trof de politie gisteren een dode man aan. Hij had zich met een fles methyl-alcohol in de kamer opgesloten, antwoordde niet op het kloppen en roepen van zijn hospita en bleek dood te zijn toen de politie de kamerdeur had opengebroken. Een 50-jarige havenarbeider die woensdag naar de kliniek van het Academisch Ziekenhuis te Lund was overgebracht, is vannacht, ondanks een speciale behandeling met een kunstnier, door vergiftiging van methyl-alcohol overleden. Hiermee is het aantal doden gestegen tot drie — dinsdag was een andere man, die ook in het ziekenhuis van I.und behandeld werd met een kunstnier, overleden aan de gevolgen van door methyil-alcohol veroorzaakte dronkenschap. „Echte aquavit” In totaal heeft de politie van Malmö thans 33 mensen gevonden die de methyl-alcohol, welke aan boord van de Delfzijlster coaster Trigon verkocht was, gedronken hebben. De eerste en de tweede machinist van het schip worden nog steeds verhoord en het onderzoek is nog niet afgesloten. Van de mensen die thans nog verpleegd worden, zullen vier waarschijnlijk blijvende gevolgen ondervinden van het drinken van de methyl-alcohol. Woensdag had de politie vastgesteld dat de methyl-alcohol in flessen, voorzien van een etiket, door personeel van een importfirma gedeponeerd was op een stortplaats voor afval in de vrijhaven van Malmö. De politie veronderstelt, dat de Nederlandse zeelieden de flessen op een afvalhoop gevonden hebben. Het etiket kan er, als gevolg van de regen, toen al afgeweekt doch de beide machinisten moeten volgens politie wel geweten hebben wat zij als „echte aquavit" verkochten. Plaatsvervangers; Inmiddels heeft de rederij Poseidon te Delfzijl meegedeeld, dat de Trigon door de politie van Malmö is vrijgegeven. Voor de beide gearresteerde machinisten, die betrokken waren bij de ethyl-alcoholhandel, zijn van Delfzijl uit twee plaatsvervangers gestuurd. Deze zijn reeds aan boord van het schip, dat gisteravond naar Londen is vertrokken.
De waarheid 21-04-1961: Nog twee doden door methyl-alcohol. Nog twee mensen, die methyl-alcohol, afkomstig van het Nederlandse kustvaartuig „Trigon" in Malmoe, hadden gedronken, zijn overleden, waardoor het aantal doden tengevolge van vergiftiging tot drie is gestegen. Twee vrouwen zijn nog in het ziekenhuis. De toestand van een van hen is nog zeer kritiek en gevreesd wordt, dat de andere vrouw niet meer zal kunnen zien. Voor zover bekend, hebben 34 mensen van de methyl-alcohol gedronken. De leider van het politie-onderzoek in deze zaak heeft donderdag verzocht de kapitein van de „Trigon" onmiddellijk voor de rechtbank te Malmoe een verhoor te doen afnemen. Twee zeelieden zijn uit Nederland in Malmoe aangekomen om de eerste en tweede machinist van de „Trigon", die in hechtenis zijn genomen, te vervangen. Het schip is door de politie vrijgegeven en zou zo spoedig mogelijk uitvaren.
Leeuwarder courant 22-4-1961: Giftige alkohol: nu vier doden. In een ziekenhuis van Malmoe is gistermiddag een vrouw, die ernstig hersenletsel had gekregen na het drinken van methylalkohol, overleden. Daarmee is het aantal slachtoffers van de methylalkohol, welke de eerste en de tweede machinist van de Nederlandse kustvaarder „Trigon" uit Delfzijl in Malmoe gevonden en verkocht hadden, tot vier gestegen. De vrouw was maandagmiddag bewusteloos geraakt. Zij is 46 jaar. Haar negentienjarige dochter was eveneens ziek geworden, doch is inmiddels uit het ziekenhuis ontslagen. In de kliniek van de universiteit van Lund wordt nog een vrouw behandeld die eveneens methylalkohol gedronken heeft. Momenteel wordt een kunstmatige nier gebruikt. De artsen hopen haar te kunnen redden, doch verwachten dat de vrouw blind zal blijven. De „Trigon" is inmiddels vertrokken. De reders van het schip hadden de twee gearresteerde machinisten vervangen. De politie had de kapitein verhoord. Zijn verklaring is op een geluidsband opgenomen en zal gebruikt worden in het proces tegen de twee Nederlandse zeelieden.
De Telegraaf 25-04-1961: „Weggooien zei kapitein “Trigon” . Laatste flessen methyl gevonden. Van onze correspondenten Londen/ Stockholm, dinsdag. Speciale patrouilles van de politie te Malmö, die ruim een week lang op pad zijn geweest, zijn er thans in geslaagd, alle 25 flessen methylalcohol op te sporen. Men zocht gisteren nog naar een man, van wie men wist, dat hij het vergiftigde vocht tot zich heeft genomen, maar wiens identiteit men nog niet heeft kunnen vaststellen. Machinisten na 5 Mei voor rechter.
„Ik begrijp nog steeds niet waarom mijn eerste en tweede machinist ondanks mijn uitdrukkelijke waarschuwing in Malmö flessen met methylalcohol hebben verkocht, ten gevolge waarvan vier personen zijn overleden. Vermoedelijk zijn zij er zich niet voldoende van bewust van geweest hoe gevaarlijk dit goedje is." Aldus de 26-jarige gezagvoerder van de „Trigon", kapitein J. Damhoff. Gisteren arriveerde hij uit Malmö in Londen, en op dezelfde dag is hij met zijn schip na lading te hebben ingenomen naar Malmö teruggekeerd. Gevaarlijk; „De toedracht van de zaak is betrekkelijk eenvoudig", vertelde kapitein Damhoff. „Op weg naar het kantoor van de makelaar van onze rederij (de Groningse rederij „Trianda") passeerde ik een afvalplaats, waar een keurig verpakte doos mijn aandacht trok. Ik dacht, dat de doos van een vrachtwagen was gevallen, en inspecteerde de inhoud. Deze bleek te bestaan uit ongeveer 22 flessen. Zij droegen een etiket met een scheepsnaam en aanwijzingen als „stuurboord 4". Ik nam een fles mee en vroeg de makelaar of hij de inhoud kende. Hij zei verschrikt: „Dat is methylalcohol! Gevaarlijk spul. Je kunt er van sterven of blind worden." Ik wierp de fles onmiddellijk in het water en gaf de waarschuwing door aan mijn eerste machinist, de 34-jarige K., met de opdracht: „weggooien!" Drankhandel; Naar pas later bleek heeft hij dit niet gedaan, doch de flessen verkocht. Sterke drank is in Zweden nl. vrij duur, en voortdurend doen sommige Zweden hun best om van de bemanning van buitenlandse schepen, die hun haven aan doen, whisky of jenever tegen een zacht prijsje los te krijgen. De bemanning van mijn schip kreeg daartoe nooit de kans, want de opvarenden krijgen niet meer aan accijnsvrije drank en sigaretten dan zij tijdens de reis zelf consumeren. Er is echter niets waar van het gerucht als zouden de flessen met methylalcohol van een vrachtwagen gestolen zijn." Behalve de machinisten K. en S. werd ook een 16-jarige lichtmatroos door de politie gearresteerd, doch later vrijgelaten, daar bleek, dat hij niet bij deze zaak betrokken was geweest. Kapitein Damhoff heeft tegenover de politie een getuigenverklaring afgelegd, waarna hij met zijn schip Malmö kon verlaten.
Na 5 mei; De officier van Justitie wil een aanklacht op 5 mei indienen, kort daarop zullen beide verdachten terechtstaan. De officier beschikt over bewijzen, dat de vier personen — drie mannen, een vrouw —, die verleden week in de kliniek van het Academisch Ziekenhuis te Lund zijn overleden, uit door K. verkochte flessen hebben gedronken. Behalve voor dood door schuld zal K. ook voor fraude terechtstaan. Hij heeft n.l. voorgegeven, dat de flessen met voor 96 procent zuivere alcohol waren gevuld. Wat S. betreft zal de aanklacht het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en fraude inhouden. In de kliniek te Lund wordt nog steeds een ernstig zieke vrouw verpleegd, die uit de door S. geleverde fles zou hebben gedronken.
NvhN 10-05-1961: Methyl-alcoholproces. Delfzijlster zeelieden voor Zweedse rechter. Twee Delfzijlster zeelieden, die de vorige maand dodelijk vergiftige methylalcohol als drank in Malmö hebben verkocht, zijn vandaag voor de rechter verschenen. De beide zeelieden, Aalderik K. en Jacob S. behoorden tot de bemanning van het Delfzijlster schip Trigon. Aalderik K. wordt beschuldigd van dood door schuld en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en kan een veroordeling van twee jaar dwangarbeid verwachten. Door het drinken van de door hen verkochte methylalcohol zijn vier personen overleden, terwijl bijna 30 andere personen naar het ziekenhuis moesten worden overgebracht.
Jacob S., die beschuldigd wordt van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, kan gestraft worden met zes maanden.
Het Vrije Volk 13-05-1961: Twee Nederlandse zeelui staan terecht. Methylalcohol-zaak - 4 doden - begint dinsdag in Zweden
(Van onze Scandinavische correspondent)Dinsdag zullen in de Zuidzweedse stad Malmö de beide Nederlanders A. K. en J. S. terechtstaan. K. maakte als eerste en S. als tweede machinist deel uit van de negen koppen tellende bemanning van het uit Delfzijl afkomstige m.s. 'Trigon'. K. heeft bekend de vorige maand aan boord van dit schip in de haven van Malmö een aantal flessen te hebben verkocht, waarvan gebleken is dat zij methylalcohol van zeer hoog gehalte inhielden. Drie mannen en een vrouw zijn na het drinken uit deze flessen overleden. K. wordt daarom dood door schuld ten laste gelegd. S. is bij de verkoop behulpzaam geweest en maakte een vrouwelijk slachtoffer, dat waarschijnlijk voor goed van haar gezichtsvermogen beroofd zal blijven. Hem zal het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ten laste worden gelegd.
Zowel K. als S. heeft: voorgegeven, dat de inhoud der flessen uit zuivere alcohol van 96 pct. bestond. Beide mannen zullen daarom bovendien wegens fraude worden aangeklaagd. Men zal zich het drama vari de methylalcohol — zoals de Zweedse pers schreef — herinneren. Op zondagmiddag 16 april zat de 49-jarige havenarbeider Bror Kristensson uit Malmö thuis voor het televisiescherm. Plotseling werden de beelden wazig. Hij ging naar het apparaat en sloeg er heftig op. Angstig geworden, riep hij zijn vrouw en zei: 'Stel het toestel beter — ik kan niets zien. Daarna zonk hij ineen.Voordat hij het bewustzijn verloor, zei hij: 'Het moet komen van de drank die ik donderdag heb gekocht, Er zijn er meer die ervan gedronken hebben'. Hij fluisterde nog een paar namen, die door de vrouw met grote tegenwoordigheid van geest werden opgevangen. Kristensson werd per ambulance naar het ziekenhuis overgebracht. De politie zette onmiddellijk een dubbele jacht in. Ten eerste naar eventuele verdere slachtoffers en ten tweede naar de herkomst van de drank, die Kristensson zich aan boord van een buitenlands schip zou hebben verschaft: Afval... Wat dit laatste betreft, leidde het spoor naar de Trigon, die op woensdag 12 april vanuit Londen in Malmó was gearriveerd. Het bleek dat K.,in gezelschap van de kapitein van de Trigon, de 25- jarige. P. Damhof, nog diezelfde dag wandelend langs de haven, op een afvalplaats van een chemische fabriek een karton met 25 flessen had gevonden. K. nam het pakket mee. Na een oppervlakkige proef stelde hij vast, dat de inhoud der flessen, die van een rood zegel met de woorden 's Kandinavinska Kontroll' waren voorzien, uit zuivere alcohol bestond.
K. besloot tot verkoop over te gaan. In Zweden is zuivere alcohol, o.m. voor het maken van likeur, een zeer begeerlijk vocht. Zodra in de haven van Malmö bekend werd, dat dit aan boord van de Trigon voor de prijs van slechts 10 kronen — / 7,50 — was te krijgen, doken onmiddellijk kopers op, waaronder Kristensson en enige van zijn collega's die zaterdag na het werk een feestje zouden organiseren. Vier slachtoffers; De tweede machinist S. heeft enige flessen verkocht aan een 16-]arige jongen, die deze exemplaren verder heeft verhandeld. Kristensson en één andere havenarbeider overleden. Een man werd dood op zijn kamer gevonden, en ook een 45-jarige vrouw stierf na het drinken van het fatale vocht. Tevergeefs werden de vier slachtoffers in het academisch ziekenhuis te Lund met de zogenaamde kunstnier behandeld. Dank zij schitterend speurwerk van de politie te Malmö, zijn niet meer doden te betreuren. In de herfst van 1931 werd in de haven van Stockholm, aan boord van het Zweedse schip Aslög methylalcohol verkocht, die enige leden van de bemanning zich in Antwerpen hadden verschaft Er vielen negen dodelijke slachtoffers. De schuldigen, die koppig volhielden, dat zij zelf in de vaste veronderstelling hadden verkeerd, dat het zuivere alcohol was geweest, kregen wegens smokkel slechts zeer lichte geldboetes.
Gewaarschuwd; De zaak van de Trigon ligt echter anders, Kapitein Damhof, die zelf vrijuit is gegaan, heeft met een scheepsmakelaar overleg gepleegd. Daarna zou hij K. gewaarschuwd hebben, dat de door hem gevonden flessen zwaar vergif inhielden. Desondanks is K. volgens de verklaringen van Damhof, met de verkoop doorgegaan. Wij hebben te Malmö zowel met de officier van Justitie, mr. Sten Runerheim, als met de verdediger der beide Nederlanders, mr. Harrich Stjerna, gesproken. De heer Runerheim zei ons: Er zal slechts van een kort proces van hoogstens twee dagen sprake zijn. De maximum straf voor dood door schuld bedraagt in Zweden twee jaar en voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel één jaar. Daarboven zou dus de straf voor fraude nog kunnen komen. Ik kan u echter zeggen, dat hier de hoogste straf slechts zeer zelden wordt opgelegd. Ik heb het in mijn praktijk zelfs nog nimmer meegemaakt.'
NvhN 17-05-1961: Het Methyl-Alcohol-Drama. Twee Delfzijlster zeelieden verschenen voor de rechter. Twee Delfzijlster zeelieden, die de vorige maand dodelijk vergiftige methyl-alcohol als drank in Malmö hebben verkocht, zijn gisteren, zoals we reeds meldden, voor de rechter verschenen. De beide zeelieden, Aalderik K. en Jacob S., behoorden tot de bemanning van het Delfzijlster schip Trigon. Van de ongeveer dertig personen, die de alcohol dronken, zijn zoals men weet vier overleden. Enkelen worden nog in het ziekenhuis verpleegd. Over de schadeloosstelling zal een nieuw proces worden gevoerd. „Dood door schuld” A. K. wordt beschuldigd van dood door schuld en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. J. S. wordt beschuldigd van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank hield zich dinsdag bezig met de vraag of verdachten wisten, dat de flessen methyl-alcohol bevatten. Beiden ontkennen dit. Voor 10 kronen. Eén verklaarde, dat een klant de inhoud van de flessen identificeerde als methyl-alcohol, maar er niettemin 10 kronen voor betaalde. De openbare aanklager geloofde dit niet en zond een parketwacht naar een apotheek om een fles methyl-alcohol te kopen. De prijs, inclusief statiegeld voor de fles, was 2,5 kroon.
De vroegere eerste machinist van de Trigon zei schuldig te zijn aan dood door schuld, maar ontkende de methyl-alcohol als zijnde zuivere alcohol te hebben verkocht. De vroegere tweede machinist zei zich niet schuldig te achten. Ondanks een ernstige waarschuwing van de kapitein van de Trigon verkochten de zeelui de giftige drank, de indruk wekkend, dat er 96-procents alcohol in de flessen zat. De mannen hadden een „bar*' ingericht aan de railing van het schip en wanneer er dan een belangstellende voorbijganger langs kwam, was een hoofdknik voldoende om één van de zeelieden onder de railing te doen verdwijnen om weer boven te komen met een fles.
De zaken gingen goed en als logisch gevolg ervan werd het gif zeer snel verspreid. De volgende dag werd één van de klanten dood aangetroffen. In de kranten verschenen waarschuwingen aan het publiek en de politie zette een onderzoek in.In de loop van de volgende dagen stierven er nog meer mensen, terwijl een groot aantal, met minder ernstige vergiftigingsverschijnselen, in een ziekenhuis moest worden opgenomen. De rechtbank te Malmö heeft bekend gemaakt dat in de zaak tegen de Nederlanders die methylalcohol verkocht hebben, aanstaande dinsdag 23 mei vonnis gewezen zal worden.
De Telegraaf 17-05-1961: Methylalcohol: officier stelt geen eis. Van onze correspondent Malmö, woensdag „Ik vraag onmiddellijke invrijheidstelling van S. en een lichte voorwaardelijke straf voor K. Beide mannen hebben toegegeven de vorige maand aan boord van hun schip een aantal flessen te hebben verkocht, maar het is uitgesloten, dat zij ervan op de hoogte zijn geweest, dat de inhoud zwaar vergiftigd was. De firma, die de flessen op een afvalplaats heeft laten wegwerpen en niet heeft vernietigd en de kopers zelf treft mede schuld. Dit was de hoofdinhoud van het korte pleidooi, dat mr. H. Stjerna hier hield, toen de beide Nederlanders, de 32-jarige eerste machinist A. K. en de 29-jarige tweede machinist J. S., gisteren voor de vierde afdeling van de stedelijke rechtbank terechtstonden. De rampzalige verkoop heeft, zoals bekend, de vorige maand aan boord van het motorschip „Trigon" van de rederij N.V. Trianda te Delfzijl plaatsgevonden. Hoofdschuldige; Drie mannen en een vrouw kwamen na het drinken uit de flessen om het leven. Enige slachtoffers zweefden onder hevige pijnen een week lang op de rand van de dood, maar konden gered worden. Ruim twintig man kwam er met een lichte ziekte en een hevige schrik af. De officier van Justitie, mr. S. Runerheim, stelde K. als hoofdschuldige aansprakelijk voor het veroorzaken van de dood der vier slachtoffers. Tevens legde hij hun veroorzaken van zwaar lichamelijk lijden en fraude ten laste. Tussen officier en verdediger bestond ernstig verschil van mening omtrent een zeer gewichtig punt. De eerste maakte de verklaring van de kapitein van de „Trigon", de 25-jarige J. Damhoff, die K. voor de giftige inhoud der flessen gewaarschuwd zou hebben, tot een kernpunt van zijn tenlastelegging. Mr. Stjerna bestreed de juistheid van deze woorden. Volgens hem zou de kapitein enige malen bij de verkoop aanwezig zijn geweest en daar bovendien geldelijk voordeel van hebben gehad. De officier legde S. het toebrengen van zwaar lichamelijk lijden en fraude ten laste. Ook S., die op verlangen van de eerste stuurman slechts bij de verkoop is behulpzaam geweest, heeft nagelaten een degelijk onderzoek naar de inhoud in te stellen. De uitspraak werd op 23 mei vastgesteld. De kans is groot dat K. er met ten hoogste een jaar onvoorwaardelijk en S. er met een geldboete afkomt. Hij zal dan precies een maand in voorarrest hebben gezeten. De officier, die geen eis stelde en die naar Zweedse gewoonte de strafmaat aan de rechtbank overliet, liet duidelijk doorschemeren, dat hij wat K. betreft, met een voorwaardelijke, straf geen genoegen zal nemen.
Friese koerier 24-05-1961: Methylalcohol verkocht: Ned. zeelieden in Malmö veroordeeld. Malmö (UPI) — De rechtbank in de Zweedse havenstad Malmö heeft dinsdag twee Nederlandse zeelieden veroordeeld tot respectievelijk 18 en 3 maanden tuchthuisstraf wegens de verkoop van methylalcohol. Vier Zweden kwamen na het drinken hiervan om het leven. Eerste machinist A. K., 33 jaar oud, werd veroordeeld tot 18 maanden tuchthuisstraf wegens „dood door schuld”. De 28-jarige tweede machinist werd veroordeeld tot drie maanden tuchthuisstraf. Volgens de beschuldiging hadden de twee machinisten van de kustvaarder „Trigon", op de zwarte markt van Malmö 25 flessen methylalcohol verkocht. K. werd tevens schuldig bevonden aan het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel en aan bedrog. Hij zou zijn klanten verteld hebben dat de methyl-alcohol puur aquavite was. Ook de tweede machinist werd op deze twee punten schuldig bevonden. In totaal hebben 40 mensen de methylalcohol gekocht. Drie van hen lieten het vocht onaangeroerd. Zeventien havenarbeiders moesten in ernstige toestand in het ziekenhuis worden opgenomen. De twee Nederlanders hadden de flessen alcohol op een afvalhoop in de vrije haven van Malmö gevonden, aldus de politie.
NvhN 30-05-1961: De methyl-alcoholzaak. Trigon-kapitein eveneens vervolgd. Op last van de inspecteur-generaal van de Scheepvaart te Den Haag, zal de kapitein van de Delfzijlster kustvaarder Trigon, de 25-jarige P. D., door de Officier van Justitie worden vervolgd. De kapitein wordt vervolgd, daar „hij met medeweten aan boord van zijn schip zaken heeft toegelaten, tengevolge waarvan lading en schip zijn vertraagd" Zoals men weet speelde de coaster Trigon een rol in de methyl-alcoholzaak in de Zweedse havenplaats Malmö. Twee bemannings-leden verkochten deze dodelijke drank, tengevolge waarvan vier personen zijn gestorven. De twee zeelui zijn inmiddels door een rechtbank in Zweden gevonnist. Ze werden respectievelijk tot 18 en 3 maanden tuchthuisstraf veroordeeld.

1968-07-13: NvhN 13-07-1968: m.s. Trigon verkocht. De N.V. Rederij Triandia te Delfzijl heeft haar motorkustvaartuig Trigon verkocht aan de heer L. Gudmundsen te Gefle (Zweden). De Trigon heeft een draagvermogen van ongeveer 575 ton bij 397 bruto reg. ton. en behoort tot het gladdek-type. Het schip werd in 1949 gebouwd bij de Gebr. Bodewes, Scheepswerf „Volharding" te Foxhol (Gron.) en het is voorzien van een 360 pk Industrie-dieselmotor. De Trigon, die vroeger gevaren heeft onder de naam Jan Koop, zal in de loop van juli te Rotterdam aan de nieuwe eigenaar worden overgedragen.

1977-03-00: Na oplevering aan de nieuwe eigenaar vertrokken van Raa naar Auckland. December 1977 te Vlissingen liggend met schade aan aandrijfas generator. 27 januari 1978 bij vertrek uit Genua is de hulpgenerator buiten dienst geraakt. Aandrijfas diesel/generator defect. Tevens reparatie aan de bilgepomp uitgevoerd. Op 3 maart 1978 vertrokken uit Genua na diverse reparaties. 15 mei 1978 gesleept door het lokale vaartuig 'Melbidir' Thursday Island binnen gebracht met een gebroken overbrengingsketting van de regulateur hoofdmotor naar brugbediening. Regulateur onklaar geraakt na oplevering en gedurende de overtocht constant problemen.
12 juni 1978 Vertrokken van Thursday Island naar Brisbane.

1980-06-17: Final Fate: Verkocht aan Loy Kee Shipbreakers & Transportation Co., Hong Kong. 18 juli 1980 aanvang van de sloopwerkzaamheden bij Loy Kee Shipbreakers te Hong Kong.

Ship Masters Data

Images


Description: Arnhem 1949 on her day of delivery.
Image type: Photo

Description: proefvaart Arnhem 30 juni 1949
Image type: Photo

Description: 'Arnhem'
Image type: Photo

Description: Trigon 1949 ex Jan Koop ex Arnhem
Image type: Photo

Description: Trigon 1949 (ex Arnhem)
Image type: Photo

Description: Trigon 1949 (ex Arnhem)
Image type: Photo

Description: Rigon 1949 (ex Arnhem)
Image type: Photo
Sources