Name ship: ATLANTIC

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1930
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5126952
Nat. Official Number: 1349 Z GRON 1930
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks, 1 winch
Lift Capacity: 2,5 ton each
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: E.J. Smit & Zoon, Hoogezand, Netherlands
Yardnumber: 626
Date Laid Down:
Launch Date: 1930-05-24
Delivery Date: 1930-06-27
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 120
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 1629 Type C/D (270x340)
Speed in knots: 8.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 221.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 110.00 Net tonnage
Deadweight: 270.00 tons deadweight (1016 kg)
Grain: 11100 Cubic Feet
Bale: 10506 Cubic Feet
 
Length 1: 36.30 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 33.84 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.63 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.51 Meters Depth, moulded
Draught: 2.52 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1964-00-00: 1964 nieuwe hoofdmotor: 2tew 3 cil 190 Pk Brons Nr. 14338 Type 3GB (220x380) 9 Kn.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1930-06-27 ATLANTIC
Manager: R. Kramer, Groningen, Netherlands
Owner: N.V. Vrachtvaart- Maatschappij 'Atlantic', Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NGBT
Additional info:

Date/Name Ship 1934-06-10 ATLANTIC
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Jurrien Roossien, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PCVG
Additional info:

Date/Name Ship 1953-10-22 ODILE R
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Jurrien Roossien & Gerrit de Vries, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PGLV
Additional info:

Date/Name Ship 1962-08-15 GEA M
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Eltje & Hendrik Mulder, Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PEGB
Additional info:

Date/Name Ship 1966-12-29 DESIREE
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Hendrik Mulder, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDNN
Additional info:

Date/Name Ship 1969-05-15 JEROEN
Manager: Hocra S.A., Panama, Panama R.P.
Owner: Hocra S.A., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1970-08-00 JEROEN
Manager: Tees Marine Service Ltd, Middlesbrough on Tees, Great Britain
Owner: Tees Marine Service Ltd, Middlesbrough on Tees, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Middlesbrough on Tees / Great Britain
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1972-09-00 JEROEN
Manager: Hocra S.A., Panama, Panama R.P.
Owner: Hocra S.A., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1930-01-14: Algemeen Handelsblad 14-01-1930: Scheepsbouw: Zaterdag jl. is bij de N.V. E. J. Smit & Zoons machine-fabriek, constructiewerkplaats en scheepswerf, te Hoogezand, met goed gevolg te water gelaten een motortanklichter, afm. 31.50 x 5.32 x; 3.26 m, in aanbouw voor de Bataafsche Import-Maatschappij, te 's-Gravenhage. Het schip wordt voorzien van een Kromhout-dieselmotor van 90— 100 E.P.K., met electrische verwarminginrichting, welke motor tevens de drie benzinepompen aandrijft, welke zijn ondergebracht in een pompkanier aan dek. Het schip wordt electriseh verlicht en bezit een Oertzroer. Op de vrijgekomen plaats wordt de kiel gelegd voor een motorvrachtsehip voor de zeevaart, met de afmetingen 33.50 x 6.60 x 2.70 m, klasse Germ. Lloyd, Groote Kustvaart. Dit schip wordt gebouwd voor de N.V. Vrachtvaartmaatsehappij „Atlantic", te Groningen.

1930-06-27: Algemeen Handelsblad 29-06-1930: Scheepsbouw. Vrijdag heeft met gunstig gevolg op de Eems bij Delfzijl proefgevaren het motorschip "ATLANTIC", gebouwd onder klasse Bureau Veritas, groote kustvaart, door de N.V. E. J. Smit en Zoons, Scheepswerven en machinefabriek te Hoogezand voor rekening van de N.V. Vrachtvaart Mij. „Atlantic" te Groningen. De afmetingen van het schip zijn 33,84x6.63X2,51 m. Het is voorzien van een 4 cyl. 120—135 P.K. Bronsmotor, alsmede van electrisch licht en gebouwd met verhoogd achterdek en dubbelen bodem tot voormast.

1930-06-28: Op 28-06-1930 als ATLANTIC, zijnde een motorvrachtschip, groot 625.63 m3, liggende te Delfzijl, door H. Mulder, scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van De N.V. Vrachtvaart Mij. Atlantic te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1349 Z GRON 1930 op het achterschip op de achterkant van het achtererf, bakboordzijde.

1932-12-22: De Tijd 24-12-1932: Atlantic. ( Havre, 22 Dec.) Het Nederlandsch m.s.”Atlantic”, op reis van Southampton naar Honfleur, heeft aan den grond gezeten en is hier binnengesleept.
Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Dinsdag 3 October 1933, no. 192. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart. No 78. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de stranding van het motorschip Atlantic onder de noordkust van Frankrijk tijdens slecht zicht. Betrokkene: de kapitein Teunis Watze Pomp. Op 22 December 1932 is het motorschip Atlantic tijdens slecht zicht onder de noordkust van Frankrijk tusschen Kaap d'Antifer en Kaap de la Hève gestrand. In overeenstemming met het voorstel van den inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij art. 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van deze stranding zou instellen en dat het onderzoek tevens zou loopen over de vraag, of het ongeval wellicht mede was te wijten aan de schuld van den kapitein, Teunis Watze Pomp, gedomicilieerd te Groningen. Het onderzoek had plaats ter zitting van den Raad van 28 Juli 1933, in tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie en hoorde den kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten eede. De voorzitter zette hem doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren, hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: De Atlantic, metende 220,85 bruto-, 110,40 netto-registerton, is een motorschip van de N. V. Vrachtvaart Maatschappij „Atlantic", te Groningen, onder directie van R. Kramer aldaar. Het schip is in het jaar 1930 te Groningen van staal gebouwd en heeft als onderscheidingssein de letters N G B T. Op 22 December 1932 vertrok de Atlantic, bemand met vijf personen, in ballast van Honfleur naar Southampton. De diepgang was bij vertrek 1,70 m. Omstreeks te 5 uur 's morgens werd de gasboei van Le Havre op korten afstand aan bakboord gepasseerd. Vervolgens werd koers gesteld op het licht van Nab aan de zuidkust van Engeland, te weten N.¾W. magnetisch. Op dezen koers heeft het kompas, volgens verklaring van den kapitein, geen deviatie. De kapitein stond zelf aan het stuurrad. Kort daarop werd het zicht slecht, nu en dan mistig. De vaart werd eeni'gszins verminderd tot ongeveer 5 mijl. Om 6 uur werd gelood, doch geen grond gehaald. Tijdens dit looden is de motor wel gestopt, doch het schip had nog vaart. Te 6.30 uur voorm. liep het schip eensklaps aan den grond, zooals later bleek onder de Fransche kust tusschen Kaap d'Antifer en Kaap de la Hève. Het gelukte niet met eigen middelen vlot te komen. Te 5 uur 's middags kwam de Atlantic met behulp van een sleepboot vlot en is voor onderzoek te Le Havre binnengeloopen. Op de werf in Nederland bleek later de bodem ernstig beschadigd ; de schade beliep ongeveer 27 platen af en aan. De kapitein hield vol, dat hij persoonlijk den koers N.¾W. had gestuurd, doch kon geen enkele ver-klaring geven hoe het schip met dien koers onder de Fransche kust is terechtgekomen. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft aangevoerd: dat deze stranding geheel onbegrijpelijk is, evenals de verklaring, door den kapitein afgelegd, daar het uitgesloten moet worden geacht, dat inderdaad de koers is gestuurd, welke den kapitein verklaart gestuurd te hebben; dat echter niet met zekerheid uit te maken is, waaraan het is te wijten, dat het schip op de strandingsplaats is terecht-gekomen en evenmin is uit te maken in hoeverre de kapitein heeft kunnen weten, dat het schip zóó sterk uit den koers zou gaan; dat de kapitein verklaart gelood te hebben, doch dit op zich zelf wel vreemd is, daar men niet gaat looden, wanneer men van de kust af gaat; dat het dus den schijn heeft alsof de kapitein zelf voelde, dat niet alles in den haak was. De Raad is van oordeel, dat, indien als juist wordt aanvaard de verklaring van den kapitein, dat inderdaad N.¾W. is gestuurd, terwijl aan het kompas geen noemenswaardige afwijkingen zijn bevonden, deze stranding niet had kunnen plaats hebben. Waar nu eenmaal vaststaat, dat het schip tusschen Kaap d'Antifer en Kaap de la Hève is gestrand, moet de Raad wel tot de conclusie komen, dat inderdaad de opgegeven koers niet is gestuurd. De kapitein heeft wel aangevoerd, dat er iets bij het kompas moet hebben gelegen, maar welk voorwerp dat geweest zou kunnen zijn, kon hij niet aangeven. Te recht voert de inspecteur-generaal voor de scheepvaart aan, dat het looden onder de gegeven omstandigheden — aangenomen nu, dat inderdaad gelood is — alleen is te verklaren, wanneer de kapitein zelf reden meende te hebben om er aan te twijfelen, of het schip wel inderdaad N.¾W. was uitgegaan. De verklaring van den kapitein, dat hij alleen gelood heeft, omdat het voorschrift is, kan den Raad niet bevredigen, daar voor het gegeven geval zulk een voorschrift niet bestaat. De Raad wil hiermede niet zeggen, dat hij het looden — gesteld, dat dit heeft plaats gehad — in het onderhavige geval afkeurt. Geenszins. Ook al was, geredeneerd van het standpunt van den kapitein, looden niet noodig, er is nimmer iets tegen om dit verkenningsmiddel te baat te nemen. Doch, wanneer men dit doet, moet het goed gebeuren en niet, zooals hier zou zijn geschied, genoegen genomen worden met „geen grond", waar dit, ook wanneer het schip inderdaad N.¾W. was uitgegaan, daar ter plaatse onmogelijk was. Uit het voorafgaande volgt, dat, al is dan niet te zeggen wat er nu precies gebeurd of niet gebeurd is — de meest waarschijnlijke oplossing is wel deze, dat de kapitein niet voldoende op het roer heeft gelet —, de kapitein in elk geval aansprakelijk is voor de gevolgde navigatie, welke het schip aan de kust deed terechtkomen. Een schorsing van na te noemen duur acht de Raad hier geboden. Mitsdien: straft de Raad den betrokkene, Teunis Watze Pomp, kapitein, geboren 9 Januari 1904, wonende te Groningen, door hem de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 der Schepenwet, voor den tijd van één maand. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, plaatsvervangend voorzitter, G. J. Lap, A. L. Boeser en B. C. van Walraven, leden, G. Botje, plaatsvervangend lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden plaatsvervangend voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 21 September 1933. (get.) B. M. Taverne, G. J. Lap, A. L. Boeser, van Walraven, G. Botje, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. J. Tjeenk Willink, Secretaris.

1936-10-22: NvhN 22-10-1936: Delfzijl, 21 Oct. Het motorschip “Avanti”, kapt. Holwerda, en het motorschip “Atlantic”, kapt. Roossien, welke schepen alhier beide als bijlegger binnenkwamen, zetten heden beide de reis resp. naar Rotterdam en naar Colchester, voort.

1940-05-16: Ingeschreven bij de Netherlands' Shipping & Trading Committee, Londen, Engeland. Nam van 26 mei tot 1 juni 1940 deel aan de evacuatie van Duinkerken (Operatie Dynamo) en redde 590 personen. Nam ook deel aan de evacuatie van Le Havre (Operatie Cycle). Op 1 juni 1945 weer terug aan de eigenaar.

1947-05-23: De waarheid 24-05-1947: Nederlands schip slaat tegen de rotsen. Een telegram van de Lloyds uit Salburn meldt, dat het Nederlandse m.s. Atlantic gisteravond in een dichte mist op de rotsen van Redcar (Yorkshire) gelopen is. Dit gebeurde omstreeks 9 uur Nederlandse tijd. Omtrent het lot der opvarenden wordt nog niets bericht. Het schip meet 221 ton.
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart naar aanleiding van het aan de grond lopen van het motorschip Atlantic, op reis met een volle lading oud ijzer van Londen naar Middlesbrough, op de Redcar Rocks. Op 21 mei vertrok de Atlantic van Londen. De reis verliep aanvankelijk normaal en 22 mei om 09.10 uur werd Humber vuurschip gepasseerd. Tijdens deze reis konden geen azimuths genomen worden. Op vorige reizen met oud ijzer waren wel kompasfouten vastgesteld. Op 23 mei werd om 01.50 uur lichtboei 17 nabij Flamborough Head gepasseerd, de kaap zelf werd niet gezien maar het mistsein werd gehoord. Geregeld had men mistvlagen en het mistsein van Whitby werd gehoord en om 7 uur werd de Whitby-belboei gepasseerd. Van hieruit werd koers gezet recht op de brulboei die 2 mijl buiten de Redcar Rocks ligt. Het was na Whitby dik van de mist. Kapitein Jurrien Roossien liet een ¼ streek uitsturen en er werd om het kwartier gelood. Hij wilde de baai ingaan om te ankeren en liet toen iets insturen. De lodingen gaven 14 à 16 vadem en hij meende in de buurt van de brulboei te zijn maar die werd niet gehoord. De diepte veranderde plotseling zeer snel en liep terug naar 3 vadem. Het schip had vrijwel geen vaart. De kapitein begreep nu dat hij niet de baai invoer en langzaam varend met hard s.b.-roer probeerde hij zich uit de wal te verwijderen. Maar het schip kwam met enkele lichte schokken, naar wat later bleek, vast te zitten op de oostpunt van de Redcar Rocks. Het kwam niet vlot door achter uit te draaien en het schip viel na enige tijd helemaal droog. Nu werd een anker naar achteren uitgebracht en nadat het water weer was op gekomen kwam het schipdoor middel van de schroef en het hieuwen van het anker om 16.30 uur weer vlot. Het maakte geen water. Te 19.00 uur werd te Stockton gemeerd en later bleek in een dok dat de bodem op verschillende plaatsen was gedeukt. Oordeel van de Raad is dat de Raad het onvoorzichtig acht dat de kapitein, dicht onder de kust varende liet insturen zonder een betrouwbaar bestek te hebben en niet voor anker ging, wat gezien de omstandigheden van weer en zee zeer goed mogelijk was geweest. Ook had hij, toen de lodingen snel terug liepen, volle kracht achteruit moeten geven. Over een eventuele disciplinaire maatregel komt in het verslag niets voor. Gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant op 10 december 1947.

1965-03-25: NvhN 25-03-1965: Horlogesmokkel in Engeland. Schippers Delfzijlster coaster ten dele schuldig bevonden. De 30-jarige kapitein-eigenaar H. M. van de 221 ton metende Nederlandse coaster Gea-M uit Delfzijl is gisteren in Southend (Engeland), voor een rechtbank vrijgesproken van de beschuldiging van poging tot smokkel in Engeland van een zak vol horloges. Zijn 35-jarige broer E. M. evenwel, werd aan het ten laste gelegde wél schuldig bevonden. De schipper en zijn broer werden wél allebei schuldig bevonden aan belemmering van douane-onderzoek aan boord van hun schip, waarvoor ze elk vijftig pond sterling moeten betalen. Voorts werden ze veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die voor schipper M. 5 pond en 5 shilling, en voor zijn broer 15 pond en 15 shilling bedragen. E. M. werd bovendien veroordeeld tot vijftig pond boete wegens smokkel. Ze hebben zeven dagen tijd om het geld te fourneren. Tegen een bevel van douane-ambtenaren in hadden de gebroeders M. de zak met horloges in de rivier gegooid. De rechter ging ermee akkoord, dat schipper M. niet had geweten wat erin zat, zoals raadsman Thomas Holdcroft aanvoerde. Hij had de zak die zijn broer hem aanreikte „spontaan" over boord gegooid om hem moeilijkheden te besparen.

1967-01-23: NvhN 23-01-1967: Ms. Gea-M verkocht: nu Désirée. Het motorkustvaartuig Gea-M met als thuishaven Groningen is door de heer H. Mulder te Garrelsweer overgenomen van de rederij Gebr. E. en H. Mulder te Delfzijl en onder de nieuwe naam Désirée in de vaart gebracht. De Gea-M, die reeds eerder heeft gevaren onder de namen Odile en Atlantic, werd in 1930 gebouwd bij de NV E. J. Smit en Zonen's Scheepswerven te Hoogezand. Het schip behoort tot het gladdektype en het heeft een draagvermogen van ongeveer 270 ton. In de machinekamer staat een 190 pk Brons-dieselmotor opgesteld. De thuishaven blijft Groningen.

1974-00-00: De 'Jeroen', sinds 1969 in gebruik bij de olie-exploratie op de Noordzee, werd in 1974 opgelegd.

1975-08-07: Final Fate: Gesloopt door James Aviation te Hartlepool, Engeland.

Ship Masters Data

Images


Description: Atlantic 1930
Image type: Photo

Description: 'Atlantic'
Image type: Photo

Description: Atlantic 1930
Image type: Photo

Description: Odile R 1930 ex Atlantic
Image type: Photo

Description: Odile R 1930 ex Atlantic
Image type: Photo

Description: Gea M 1930 ex Odile R ex Atlantic
Image type: Photo

Description: Desiree 1930 ex Gea M ex Odile R ex Atllantic
Image type: Photo

Description: 'Jeroen' - bj 1930 (ex 'Atlantic')
Image type: Photo
Sources