Name ship: ATLAS

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1931
Classification Register: British Corporation Register of Shipping and Aircraft (BC)
IMO number: 5089075
Nat. Official Number: 1461 Z GRON 1931
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Scheepsbouw- & Reparatiewerf J. Vos & Zoon, Groningen, Netherlands
Yardnumber: 74
Date Laid Down:
Launch Date: 1931-02-09
Delivery Date: 1931-05-12
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 120
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 1642 Type C/D (270x340)
Speed in knots: 7.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 199.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 132.00 Net tonnage
Deadweight: 255.00 tons deadweight (1016 kg)
Grain: 12900 Cubic Feet
Bale: 12400 Cubic Feet
 
Length 1: 35.80 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 32.01 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.25 Meters Registered
Depth: 2.65 Meters Breadth, moulded
Draught: 2.10 Meters Registered
 
Configuration Changes

1975-00-00: 1975 nieuwe hoofdmotor: 4tew 8 cil 230 Pk Gardner Type (140x197)

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1931-04-16 ATLAS
Manager: Jan Beck, Groningen, Netherlands
Owner: Jan Beck, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NGCK
Additional info: 1934 callsign PCVR

Date/Name Ship 1937-12-29 DESPATCH
Manager: Steven Boudewijn, Wolfheze, Netherlands
Owner: Steven Boudewijn, Wolfheze, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Wolfheze / Netherlands
Callsign: PDPE
Additional info: 1946 thuishaven Hoogkerk

Date/Name Ship 1950-11-06 DESPATCH
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Jan Lugthart, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDPE
Additional info:

Date/Name Ship 1958-00-00 DESPATCH
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Netherlands
Owner: Jan Lugthart, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDPE
Additional info:

Date/Name Ship 1962-00-00 DESPATCH
Manager: C. Holscher's Scheepvaartbedrijf (Holscher Shipping) N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Jan & Hessel Lugthart, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDPE
Additional info:

Date/Name Ship 1964-00-00 DESPATCH
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Netherlands
Owner: Jan & Hessel Lugthart, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDPE
Additional info:

Date/Name Ship 1969-10-17 DESPATCH
Manager: Herb Shipping Ltd., Lancaster, Great Britain
Owner: Peter Millward Herbert, Bude, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Bideford / Great Britain
Callsign: GONE
Additional info: Op 8 oktober 1969 executoriaal verkocht

Date/Name Ship 1975-02-05 DESPATCH
Manager: Y.P. Stepanian, Fareham, Great Britain
Owner: Abadan Services (UK) Ltd., Fareham, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Bideford / Great Britain
Callsign: GONE
Additional info:

Ship Events Data

1931-04-18: Op 18-04-1931 als ATLAS, zijnde een motorschip, groot 563.89 m3, liggende te Groningen, door J. Gerrits, scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Jan Beck, schipper te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1461 Z GRON 1931 op het achterschip achterkant lichtkap motorkamer stuurboordzijde.

1931-05-13: NvhN 13-05-1931: Delfzijl, 12 Mei Het nieuwe motorschip „ATLAS" heeft heden met goed gevolg op de Eems proefgestoomd. Het is gebouwd onder klasse Germ. Lloyd en Scheepvaart-Inspectie groote kustvaart op de werf van de heeren J. Vos en Zn. te Groningen voor rekening van kapt J. Beck, te Groningen. Het schip heeft afmetingen van 32.63 bij 6.31 bij 2.49 M. en is groot bruto 563.89 M 3. en netto 372.54 M 3. Voor de voortstuwing is in de machinekamer een 120 p.k. 4 tact Bronsmotor opgesteld, waarmee het in beladen toestand een snelheid behaalde van 7 1/2 mijl. Verder bevindt zich in de machinekamer een Lister hulpmotor van 5 PK voor de aandrijving van een compressor en een lenspomp. Op het mastdek bevindt zich achter de mast een motordeklier met een Lister motor van 7 PK. Het schip, dat na de proefvaart werd overgenomen, is beladen met ijzeraarde en vertrok heden naar zijn bestemming Londen.

1932-10-05: NvhN 05-10-1932: Een schroefblad op zee verloren. Het gisteren van hier naar Harwich vertrokken Ned. m.s. „Atlas" heeft op de Noordzee een schroefblad verloren. De m.b. Dolfijn op weg van Amsterdam naar Londen heeft de „Atlas" op sleeptouw genomen en gisteravond te Hoek van Holland gebracht. De „Atlas" is voor anker gegaan, wachtende voor orders en de "Dolfijn" zette de reis voort.
De banier 05-10-1932: Motorschip defect. Het Nederlandsche motorschip Dolfijn, op weg van IJmuiden naar Londen, heeft gistermiddag op de Noordzee op sleeptouw genomen het Nederlandsche motorschip Atlas, van Rotterdam naar Harwich op weg, welk schip een blad van de schroef had verloren. De sleep is gisteravond zes uur te Hoek van Holland aangekomen, waar de Atlas wachtende op orders, voor anker is gegaan. De Dolfijn heeft de reis naar Londen voortgezet.
Algemeen Handelsblad 05-10-1932: ATLAS. (Maassluis, 5 Oct.) Het motorschip Atlas" (zie Ochtendblad) wordt naar Rotterdam opgesleept, alwaar het van een nieuwe schroef zal worden voorzien. Het schip zal vermoedelijk morgenochtend weder kunnen vertrekken.

1936-10-17: NvhN 17-10-1936: Delfzijl. Tengevolge van het stormachtige weer liggen verschillende schepen in de bocht van Waturn geankerd, terwijl het motorschip Gerdina, kapt. Fortuin, op weg van Weissenthurm naar Koningsbergen, beladen met steenen, alhier op de reede ankerde. Hét motorschip Eems, kapt. Bos, dat als bijlegger alhier binnenliep, zette heden de reis naar Southampton voort, doch het ankerde weer onder Borkum, evenals het motorschip Atlas, kapt. Beck, dat van hier naar Londen vertrok.

1937-04-29: NvhN 29-04-1937: Terschelling, 27 April. Het m.s. Atlas, kapt. Beck, dat alhier als bijlegger binnen lag, beladen met oud ijzer van Shoreham met bestemming Hamburg, zette heden de reis voort.

1937-10-28: NvhN 28-10-1937: Delfzijl. Het m.s. „Atlas", eigenaar kapt. J. Beck te Groningen, is verkocht aan kapt. Boudewijn te Groningen. Het schip meet bruto 199 en netto 132 reg. ton en werd in 1931 te Groningen gebouwd.

1938-01-08: NvhN 08-01-1938: Het m.s. Atlas, dat door kapt. J. Beck te Groningen werd verkocht aan kapt. J. Boudewijn te Groningen, is thans onder den naam Despatch in de vaart gebracht. Het schip vertrok heden onder deze nieuwen naam van hier naar Londen.

1939-09-02: Op 02-09-1939 in aanvaring met de Battersea Railway brug en zware schade opgelopen, waarna afgemeerd aan de Battersea Gardens praamscheepjes voor inspectie.

1940-05-14: Op 15-05-1940 te Poole aangekomen vanuit Oostende. 16-05-1940 ingeschreven bij the Netherlands Shipping & Trading Committee te London en in beheer bij Freight Express Ltd te London. Later in beheer bij Vectis Transport Co. Ltd. te Cowes en daarna bij E. & W.J. Goldsmith Ltd. te London. 22-05-1940 onder Engelse vlag en een bemanning van de “Royal Navy “ deelname aan operatie “Dynamo” om geallieerde troepen uit Duinkerken te evacueëren. 28-05-1940 te Dover aangekomen vanuit Poole via Portsmouth en Newhaven. 30-05-1940 nadat er 263 Franse militairen en 2 Frans burgers waren ingescheept nabij La Panne,averij aan de motor. Na 6 uur reparatie aan de motor en zich bij de Nederlandse kustvaarder “Pascholl” 1931-227 BRT gevoegd te hebben, zijn de twee schepen bij Nieuwpoort onder vuur komen te liggen tijdens een Duitse luchtaanval. Later op de dag te Ramsgate aangekomen. 31-051940 terug gekeerd naar Duinkerken en aldaar 3 mijl Oost van Duinkerken ten anker gegaan en daar troepen van de Middlesex Regiment geevacueërd tijdens zware luchtaanvallen van de vijand. 01-06-1940 te Ramsgate aangekomen met 139 leden van de Britse expeditieleger en 26 Britse geallieerden. Hierna is de “Despatch” ter reparatie gegaan. 090-06-1940 ingeschreven voor operatie “Cycle”. 10-06-1940 vertrokken uit Poole voor deelname aan operatie “Cycle” om militairen uit Le Havre te evacueren. 18-06-1940 vertrokken uit Cherbourg met geallieerde personeel naar Poole tijdens operatie “Aerial”. 20-06-1940 te St. Helier op Jersey aangekomen en daar de volgende dag vertrokken met burgers gedurendede Duitse invasie, naar Weymouth. 14-09-1940 in timecharter bij the Ministry of Shipping en later in timecharter bij the Ministry of War Transport te London. 01-06-1945 weer terug aan de eigenaar.

1952-04-04: NvhN 04-04-1952: Achtersteven van Despatch gebroken. Het Nederlandse m.s. Despatch van de rederij Lugthart te Groningen, dat geladen met dakpannen van Venlo op het Enkhuizerzand aan de grond is vastgelopen, heeft, naar het onderzoek aan de scheepswerf Welgelegen heeft uitgewezen, de achtersteven gebroken. Voorts is de schroef beschadigd. Het schip is in geladen toestand droog gezet.

1957-11-30: Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van Donderdag 2 April 1959, nr. 63 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: Nr. 31 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake het aan de grond lopen van het motorschip „Despatch" bezuiden Dragor Fort op Amager. Betrokkene: de bestman F. van den Ham. Op 30 november 1957 is het motorschip „Despatch", op de reis van Randers naar Stockholm, na vertrek van Kopenhagen bezuiden Dragor Fort op Amager aan de grond gelopen. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van dit aan de grond lopen en dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de bestman van de „Despatch", Frederik van den Ham, wonende te Utrecht. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 6 februari 1959, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces-verbaal van de verhoren van de kapitein, de bestman, de roerganger en de wachtsman, zomede van het scheepsdagboek en de Deense kaart nr. 133: Kobenhavn. Betrokkene, hoewel behoorlijk aan het door hem te dezer zake gekozen domicilie gedagvaard, is niet verschenen. Tegen hem wordt verstek verleend. Getuigen zijn in deze zaak niet gehoord. Uit de bescheiden is de raad het volgende gebleken: Het motorschip „Despatch" is een Nederlands schip, toebehorende aan de kapitein J. Lugthart, te Delfzijl. Het meet 199 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 120 pk motor. Op 29 november 1957, te 13.00 uur, vertrok de „Despatch", beladen met aardappelen, van Randers met bestemming Stockholm. De diepgang was voor 6'02", achter 8'09". De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 5 personen. Op 30 november 1957, te 3.45 uur, werd Kattegat Zuid-v.s. op korte afstand gepasseerd en voer de „Despatch" de Sont in. Het was mooi helder weer, de wind wast oost 6. Te 10.15 uur is de „Despatch" de haven van Provesten bij Kopenhagen binnengelopen om drinkwater te laden. Nadat dit was ingenomen, vertrok de „Despatch" weer te 11.30 uur en voer hierna op aanwijzing van de kapitein op zicht van de boeien door de Sont. Te 12.00 uur nam de bestman de wacht over van de kapitein. Op zijn vorige wachten had de bestman goed genavigeerd. Te 12.03 uur werd de vuurtoren Nordre Rose aan stuurboord op 0,3 mijl afstand gepasseerd. De kapitein is tot 13.15 uur op de brug gebleven en gaf de bestman zo nodig orders. Nabij boei nr. 14 gaf de kapitein de bestman order om de rode boeien aan stuurboord en de witte boeien aan bakboord te houden en de vuurtoren van Drogden, die toen al vooruit te zien was, aan bakboord en om, wanneer deze toren dwars was, koers te zetten naar een punt 2 mijl west van Falsterborev-v.s. 182° (magn.). De bestman erkent deze orders te hebben ontvangen. Drogden was vooruit te zien. Even nadat de kapitein de brug had verlaten, werd boei nr. 14 op 50 a 60 m afstand aan bakboord gepasseerd. De bestman wist, dat ¾ mijl verder een rode boei aan stuurboord zou moeten worden gepasseerd. Het schip liep 7 a 7½ mijl per uur; de bestman wist niet welke koers hij voorlag. Hij heeft die rode boei nr. 13 niet gezien; hij weet achteraf, dat hij deze aan bakboord moet zijn gepasseerd. Op zeker moment zag hij aan bakboord op 1½ streek op 40 m afstand een drijfbaken met 2 bezems. Hij begreep, dat hij bakboorduit moest, maar het was toen al te laat. Het schip stuurde al over de grond en bleek te zijn gelopen op Sondre Rose. De bestman kan niet verklaren hoe hij daar is gekomen. De kapitein heeft nog verklaard, dat hij te 13.25 uur het schip voelde stoten op stenen. Hij ging direct naar de brug en zag aan bakboord het drijfbaken met 2 bezems en begreep toen, dat het schip was gelopen op Sondre Rose. Hij zette de schroef op volle kracht achteruit; het schip draaide snel naar bakboord en kwam dan langzaam in dieper water. De kapitein heeft hierna geregeld de vullings laten peilen en heeft laten pompen, maar het schip bleek nergens water te maken. De kapitein besloot daarom de reis naar Stockholm te vervolgen; het schip arriveerde aldaar op 2 december, te 21.15 uur. De kapitein heeft nog verklaard, dat hij overtuigd is, dat de bestman met opzet het schip aan de grond heeft gezet. De bestman hoopte, dat hij aan de wal zou worden gezet te Kopenhagen, daar hij aldaar een vrouw kende. De bestman heeft de kapitein een bewijs van oneervol ontslag uit de militaire dienst getoond. De roerganger heeft verklaard, dat hij vanaf 11.00 uur aan het roer stond. Hij heeft gehoord, dat de kapitein de bestman order gaf de rode boeien aan stuurboord en de witte aan bakboord te houden. Toen de kapitein de brug verliet, was de toren van Drogden vooruit te zien. De roerganger heeft nog even dezelfde koers moeten sturen, maar kreeg dan opdracht van de bestman om stuurboorduit te gaan. De andere matroos van de wacht, die als wachtsman op de brug was, merkte toen op, dat dit niet de goede koers was. De bestman antwoordde, dat er aan stuurboord voldoende water stond, en liet steeds meer stuurboord uit gaan. De roerganger herinnert zich niet hoeveel hij naar stuurboord koers heeft veranderd, maar hij weet, dat het schip buiten de boeien kwam, en plotseling voelde hij het schip stoten. Uit eigen beweging draaide hij het rad naar bakboord. De kapitein kwam onmiddellijk boven en nam het commando over. De matroos J. C. de Hamer heeft verklaard, dat hij op 30 november 1957 te 12.00 uur op wacht was gekomen op de brug. De kapitein verliet de brug te 13.15 uur; boei nr. 14 was toen dichtbij op b.b.-boeg. De toren van Drogden was ongeveer recht vooruit. Vlak na het passeren van boei nr. 14 heeft de bestman koers laten veranderen naar stuurboord; hij zei tegen de roerganger: „Stuur maar achter dat stoomschip aan.". Dit schip was tevoren de „Despatch" voorbijgelopen. De wachtsman zag later Drogden op 4 streken aan bakboord en zag dichtbij een drijfbaken met 2 bezems. Toen de kapitein bovenkwam, was dit drijfbaken al achteruit. Ter zitting van 6 februari 1959 voerde de hoofdinspecteur voor de scheepvaart aan, dat deze stranding een raadselachtig geval is. In zeer korte tijd is de „Despatch" zeer ver buiten het vaarwater geraakt. De hoofdinspecteur wil niet aannemen, dat hier van opzet van de bestman sprake is. Deze bestman voer al lang. De kapitein mocht verwachten, dat, toen hij te 13.15 uur de wacht overgaf, de bestman in staat was de navigatie over het verdere traject te doen. De bestman alleen is er aansprakelijk voor, dat het schip zo ver buiten het vaarwater is geraakt. De hoofdinspecteur stelt de raad voor de bestman F. van den Ham, die ongediplomeerd is en aan wie dus niet een bevoegdheid kan worden ontnomen, wegens diens schuld aan de stranding van de „Despatch" te straffen door het uitspreken van een berisping. Het oordeel van de raad luidt als volgt: Toen op 30 november 1957, te 13.15 uur, de kapitein de wacht overgaf aan de bestman en hem instructies gaf voor het komende traject, was dit ten volle verantwoord. De toren van Nordre Rose was te 12.03 uur dichtbij gepasseerd; het was mooi helder weer, zodat de boeien en bakens van het vaarwater tijdig in zicht kwamen, en bovendien was de toren van Drogden, die op korte afstand moest worden gepasseerd, al vooruit te zien. De kapitein gaf bovendien nog de order om de rode boeien aan stuurboord en de witte boeien aan bakboord te houden. Het is onbegrijpelijk, dat de bestman, die toegeeft, dat de kapitein hem deze orders heeft gegeven, toch na 10 minuten zo ver buiten het vaarwater was verdaagd, dat het schip op Sondre Rose aan de grond liep. De roerganger en de wachtsman op de brug, die erbij waren geweest toen de kapitein de wacht overgaf aan de bestman, hebben deze op de door de kapitein gegeven orders attent gemaakt, toen de bestman daarvan af ging wijken door naar stuurboord koers te laten veranderen. Hoe zonderling de navigatie van de bestman ook is geweest, toch ziet de raad daarin geen argumenten, die pleiten voor een door de bestman met opzet verrichte stranding, zoals de kapitein mogelijk acht. Indien de kapitein zoiets mogelijk zou hebben geacht, dat hij beter gedaan nog een kwartier op de brug te blijven totdat het schip in ruim vaarwater zou zijn gekomen. De raad acht de bestman ten volle aansprakelijk voor deze stranding. Daar hij geen bijzondere bevoegdheid heeft, die hem zou kunnen worden ontnomen, straft de raad bestman Frederik van den Ham, geboren 8 december 1933, wonende te Utrecht, door het uitspreken van een berieping. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, voorzitter, H. A. Broere, N. W. Sluijter en A. Kunst, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken door de voorzitter ter openbare zitting van de raad van 23 maart 1959. (Get.) A. Dirkzwager, A. Boosman.

1959-02-27: De Telegraaf 27-02-1959: Verstekelinge op schip had pech. Van onze correspondent. Londen, vrijdag. Een 24-jarig Duits meisje heeft getracht als verstekelinge aan boord van de Nederlandse kustvaarder “Despatch" Engeland binnen te komen doch de toegang werd haar door de Britse immigratie-autoriteiten ontzegd. Zij was maandag j.l. in Kiel aan boord gesmokkeld en in een hut verscholen. Dertig mijl buitengaats kwam het meisje te voorschijn tot grote woede van gezagvoerder Lughthart. Deze stelde onmiddellijk radiografisch de douane te Dover op de hoogte dat hij een verstekelinge aan boord had.
NvhN 27-02-1959: Verstekelinge op Groninger kustvaarder. Duits meisje verliefd op stuurman. Aan boord van de Groninger kustvaarder Despatch is een Duits meisje als verstekelinge meegereisd naar Engeland. De oorzaak was dat ze verliefd was op de stuurman. Het meisje, Hella Prosse, is in Rendsburg bij Kiel aan boord gekomen, aldus heeft het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken meegedeeld. Zij had liefde opgevat voor de stuurman, Eddie Giersbergen uit Middelburg. De Britse autoriteiten hebben Hella Prosse toegestaan aan boord van het schip te blijven. De Despatch, een klein schip van 250 ton, is eigendom van een rederij te Groningen.

1961-04-04: NvhN 04-04-1961: Drama op de Theems. Twee opvarenden van Groninger coaster Despatch verdronken. (Van onze Londense correspondent) De kapitein van de coaster Despatch uit Groningen en zijn vrouw zagen dit weekeinde hun jongste en enig overgebleven dochtertje samen met de kok van het schip voor hun ogen in de Theems verdrinken. Het gebeurde in East Greenwich bij Londen, waar de 199 ton metende Despatch een lading gemalen oesterschelpen uit Denemarken had gebracht. De coaster lag naast een aantal lichters te wachten op het keren van het getij. Kok W. F. Post uit Zwolle tilde de 4-jarige dochter van kapitein Lugthart, Alfiena op, om haar over te zetten op de lichters. Hij gleed uit over iets glads op het dek en samen vielen zij over boord in het snelstromende Theemswater. Kapitein Lugthart (51) trachtte zijn schip bij te draaien om dichter bij de twee drenkelingen te komen, maar zag dat het niets gaf en wierp in wanhoop een zwemvest naar de kok en zijn dochtertje. De kok zag alleen kans het zwemvest aan te raken, maar werd toen weg gezogen. Verscheidene mensen, die het drama eveneens hadden gezien, probeerden hulp te bieden. De machinist van een douaneboot, de 56-jarige Sidney Griffin, greep een zwemvest en dook in de Theems. De stroom was echter ook voor hem te sterk en hulpeloos moest hij toezien hoe Alfiena en de kok weg dreven. Het lijkje van Alfiena werd tenslotte gevonden door twee leerlingen van de Londense Zeevaartschool, die met een skiff op de Theems voeren. Zij brachten haar aan land. Het stoffelijk overschot van Willem Post werd bijna een kiloneter verder stroomafwaarts gevonden. Reeds drie kinderen verloren: Mevrouw Brenda Lugthart, afkomstig uit Wolverhampton in Midden-Engeland, vertelde later met wanhoop in haar stem dat zij reeds drie kinderen had verloren aan een nierziekte. „Toen Alfiena werd geboren hoopten mijn man en ik dat wij nu eindelijk wat vreugde zouden beleven. En nu dit vreselijke ongeluk". Pasen werd voor kapitein Lugthart en zijn vrouw dus een begrip van droefheid gesymboliseerd door een verlaten schommel aan de laadbomen van de Despatch.
De Telegraaf 04-04-1961: In Theems gevallen. Scheepskok en meisje verdronken. Londen, dinsdag. De vier jaar oude dochter van de kapitein van de Nederlandse kustvaarder „DESPATCH" (199 ton) en de kok van dit schip, zijn eerste paasdag verdronken, toen zij in de Theems vielen, waar het schip gemeerd lag. Afiena Lugthart en de kok, Willem Frederik Post (42) werden meegesleurd door de snelle stroming. De kok stond met het kind op de arm bij de reling om haar allerlei bezienswaardigheden aan de wal te tonen. Op een gegeven moment gleed hij uit en viel met het meisje in de rivier. Kapitein Annig Lugthart wierp een reddingboei in het water, maar de kok kon er niet bij. Toen Post en Afiena later door een boot uit het water werden gehaald, waren beiden reeds overleden. Afiena was het enige kind van kapitein Lugthart en zijn Engelse vrouw Bronda. Hun eerste drie kinderen verloren zij op jeugdige leeftijd, allen aan nierziekten.
De waarheid 04-04-1961: Kok en kindje overboord. Beiden jammerlijk verdronken. Twee opvarenden van de Groninger kustvaarder „Despatch", het vier jaar oude dochteritje van de kapitein en de kok van dit schip, zijn zondag in East Greenwich op de Thames over boord gevallen en verdronken. Het zijn Afiena Lugthart, uit Groningen en Willem Frederik Post, 42 jaar, vermoedelijk afkomstig uit Zwolle. De „Despatch" (119 ton) lag in East Greenwich voor anker. De slachtoffers werden door de sterke stroming stroomopwaarts meegesleurd. Een 56-jarige machinist van een Engelse douanesloep is geheel gekleed te water gesprongen, maar kon hen niet meer bereiken. De slachtoffers zijn later doof een andere boot uit het water gehaald. Zij werden naar een ziekenhuis overgebracht, waar men slechts de dood kon constateren.
Het Vrije Volk 04-04-1961: Drama op coaster in Theems. Kok verdrinkt met kind van kapitein. (Van onze Londense correspondent) Versteend van de schrik stond de schipper van de Groningse coaster Despatch, de 51-jarige Arme Lugthart, zondag op de brug van zijn schip en zag zijn vierjarig dochtertje Afiena en de 42-jarige kok Willem Post in de Theems verdrinken. De 199 ton-metende Despatch wachtte in de rivier bij East-Greenwich totdat het getij zou keren. De kok Post speelde, zoals zo vaak, met het kleine blonde meisje. Hij tilde haar op en hield haar even buiten het schip, als wilde hij haar in de doanesloep laten glijden, die naast de Despatch lag. Volgens enige ooggetuigen gleed hij uit en viel met het kind, dat hij vast hield in het water. Volgens anderen verloor hij het evenwicht. De schipper die een verlamde linkerarm heeft, kon niets anders doen dan een reddingsgordel vanaf de brug in het water gooien. Hij zag de kok Post, die zijn dochter in zijn arm hield maar niet zwemmen kon, naar de reddingsgordel grijpen, hem even aanraken en weer verliezen. Afgedreven. Ook anderen hadden het verschrikkelijke ongeval zien gebeuren. Sidney Griffin, de 56-jarige machinist van de douanesloep, dook met zijn kleren aan in het water. Door de stroming dreven de kleine Afiena en Willem Post van hem af. Twee zeecadetten in een roeiboot konden het kind inhalen en uit het water trekken. De rivierpolitie poogde haar met zuurstof te redden, maar had geen succes. Post werd een halve mijl verder uit het water gehaald. Ook hij was overleden. Hij was afkomstig uit Zwolle. De moeder, de 36-jarige mevrouw Brenda Lugthart. een Engelse uit Wolverhampton, was vertwijfeld. Zij heeft reeds drie kinderen verloren, allen aan een nieraandoening. Een leefde vijf maanden, de tweede vier maanden en de derde elf weken.

1970-06-00: Classed BC until 6/70.

1975-11-07: Vertrok van Southampton naar Abadan. Verder onbekend. 1993 Lloyd's laat de registratie vervallen omdat het nog bestaan van het schip twijfelachtig is. Zou in 1996 nog steeds in Groot-Brittannie varen.

Ship Masters Data

Images


Description: De nieuw opgeleverde 'Atlas' afgemeerd in de Groninger Oosterhaven; foto mei 1931.
Image type: Photo

Description: Atlas 1931
Image type: Photo

Description: 'Despatch' (ex 'Atlas')
Image type: Photo

Description: Despatch 1931 ex Atlas at Parkkade, Rotterdam.
Made By: © Goudriaan, J. (Koos)
Image type: Photo

Description: Despatch 1931 ex Atlas
Image type: Photo

Description: Despatch 1931 ex Atlas
Image type: Photo

Description: 'Despatch' (ex 'Atlas')
Image type: Photo
Sources