Name ship: ATLAS

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1948
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5029855
Nat. Official Number:
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Shelterdeck open
Masts: One mast
Rig: 5 derricks, 4 winches
Lift Capacity: 4 of 3 ton, 1 of 10 ton
Material Hull: Steel
Decks: 2
Construction Data

Shipbuilder: Cantieri del Tirreno, Riva Trigoso, Italy
Yardnumber: 206
Date Laid Down:
Launch Date: 1948-07-22
Delivery Date: 1948-07-00
Technical Data

Engine Manufacturer: Stabilimento Grandi Motori Fiat S.A., Turin, Italy
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 600
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Fiat nr. 3178 Type 364 (360x650)
Speed in knots: 10.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 487.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 208.00 Net tonnage
Deadweight: 704.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 62000 Cubic Feet
Bale: 59000 Cubic Feet
 
Length 1: 61.19 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 57.76 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 9.94 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.78 Meters Depth, moulded
Draught: 3.43 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1948-06-00 ATLAS
Manager: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij N.V., Amsterdam, Netherlands
Owner: N.V. West-Indische Scheepvaart Maatschappij, Willemstad (NA), Netherlands Antilles
Shareholder:
Homeport / Flag: Willemstad (NA) / Netherlands Antilles
Callsign: PJCV
Additional info: Brandmerk: 1948 C 237

Date/Name Ship 1955-01-21 ATLAS
Manager: Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij N.V., Amsterdam, Netherlands
Owner: N.V. Nieuwe Kustvaart Maatschappij, Amsterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PCVR
Additional info:

Date/Name Ship 1967-02-20 VENUS
Manager: Navigazione Alga S.p.A., Savona, Italy
Owner: Navigazione Alga S.p.A., Savona, Italy
Shareholder:
Homeport / Flag: Savona / Italy
Callsign: IVJG
Additional info:

Date/Name Ship 1971-00-00 VENUS
Manager: Castelsarda S.p.A., Societa d'Armamento e Navigazione, Porto Torres, Italy
Owner: Castelsarda S.p.A., Societa d'Armamento e Navigazione, Porto Torres, Italy
Shareholder:
Homeport / Flag: Porto Torres / Italy
Callsign: IVJG
Additional info:

Date/Name Ship 1975-00-00 VENUS
Manager: Corinthia Line S.p.A., Societa di Navigazione, Porto Torres, Italy
Owner: Corinthia Line S.p.A., Societa di Navigazione, Porto Torres, Italy
Shareholder:
Homeport / Flag: Porto Torres / Italy
Callsign: IVJG
Additional info:

Date/Name Ship 1977-00-00 FILMA
Manager: Sweet Land Shipping Co.Ltd., Limassol, Cyprus
Owner: Sweet Land Shipping Co.Ltd., Limassol, Cyprus
Shareholder:
Homeport / Flag: Limassol / Cyprus
Callsign: C4UY
Additional info:

Date/Name Ship 1979-00-00 LADY
Manager: Sweet Land Shipping Co.Ltd., Limassol, Cyprus
Owner: Sweet Land Shipping Co.Ltd., Limassol, Cyprus
Shareholder:
Homeport / Flag: Limassol / Cyprus
Callsign: C4UY
Additional info:

Ship Events Data

1948-07-24: De Waarheid 24-07-1948: Nieuw schip voor de K.N.S.M. Het elfde schip, dat na de beëindiging van de oorlog voor de K.N.S.M., werd gebouwd, is Donderdag te Genua te water gelaten. Het is de „coaster" Atlas, metende 730 ton. Voor de K.N.S.M. staan nog twee schepen op stapel. Een soortgelijk achip als de Atlas te Genua en een van 3000 ton op de werf gebr. Pot te Bolnes.
Het Vrije Volk 24-07-948: Aanwinst voor de KNSM. Donderdag is te Genua het elfde schip, dat na de bevrijding voor de K.N.S.M. is gebouwd, met goed succes te water gelaten. Het is een kustvaarder, die Atlas is genaamd. Het schip liep bijna geheel klaar van stapel, zodat het binnen enkele dagen ook inderdaad laadklaar zal zijn en de eerste reis kan beginnen.

1949-03-31: Bijvoegsel tot de Nederlandse Staatscourant van Dinsdag 1 November 1949. no 213. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart. No. 321. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake de aanvaring van het motorschip „Atlas" nabij Dungeness, vermoedelijk met het Engelse motorschip „Charles M". i Op 31 Maart 1949 is het motorschip „Atlas", op reis van Lissabon naar Amsterdam, nabij Dungeness, tijdens mistig weer in aanvaring geweest met vermoedelijk het Engelse motorschip „Charles M". In overeenstemming met het voorstel van de inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze aanvaring. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 28 September 1949, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart C. Moolenburgh. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein en de stuurman van de ,,Atlas" en een te Rotterdam afgelegde scheepsverklaring, zomede van een door de opvarenden van de „Charles M" in Londen afgelegde scheepsverklaring, en hoorde als getuigen G. Broersma en J. F. Laatsch, respectievelijk kapitein en lste-stuurman van de „Atlas" ten tijde van de aanvaring. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motorschip „Atlas" is een Nederlands schip, toebehorende, aan de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij N.V., te Amsterdam. Het meet 487,34 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een 600 pk. Fiatmotor. Op 27 Maart 1949 vertrok de „Atlas", beladen met stukgoed, van Lissabon met bestemming Amsterdam. De diepgang was vóór 2,40 meter, achter 2,50 meter. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit veertien personen; er waren twee passagiers aan boord. Gedurende de gehele overtocht werd veel mist ondervonden. Op 31 Maart werd wegens mist vier mijl ten Oosten van Royal Sovereign-vuurschip geankerd. Toen het te 17.50 uur opklaarde, werd de reis voortgezet. De koers werd gesteld op twee mijl van Dungeness. Het zicht was afwisselend goed en slecht en de vaart werd naar omstandigheden geregeld. Mistseinen werden gegeven en het echolood stond steeds bij. Te 20.50 uur van 31 Maart werd het mistsein van Dungeness dwarsop aan bakboord gepeild op een afstand, die volgens gis en echolood op twee mijl werd aangenomen. Van hier werd gestuurd 51° r.w. naar E. Goodwin-vuurschip. Tot 21.30 uur werd halve kracht gevaren, daarna, toen het dikker werd, langzaam, waarbij de vaart door het water vier mijl was. De stroom was tegen. De kapitein was met de lste stuurman op de brug; een roerganger stond aan het roer. Geregeld werden mistseinen gegeven. Te 21.45 uur kwamen recht vooruit een rood en een wit licht in zicht op een afstand van ongeveer één scheepslengte. Mistseinen waren van dat schip nog niet gehoord, doch nu vernam men een korte stoot. Onmiddellijk zette de kapitein de telegraaf op volle kracht achteruit en liet het roer stuurboord aan boord draaien. De „Atlas" draaide wel naar stuurboord, maar een aanvaring was niet te voorkomen. Nog te 21.45 uur trof de voorsteven b.b.-achterschip van het andere vaartuig en gleed er langs. De „Atlas", die op het moment van de aanvaring weinig vaart meer had, stopte de motor. Het andere schip voer twee keer om de ,,Atlas" heen, maar gaf geen antwoord op de vraag of het hulp nodig had en welke de naam en nationaliteit waren en voer dan verder. De „Atlas" liet later een anker vallen en nam de schade op. De steven was gebroken, de boegbeplating beschadigd en de voorpiek liep op. Toen het op 2 April te 1.40 uur opklaarde, ging de „Atlas" ankerop en meerde 3 April te 0.50 uur in de Lekhaven te Rotterdam. Uit een door het Engelse motorschip „Charles M" te Londen afgelegde scheepsverklaring blijkt, dat dit schip van 402 bruto-registerton met een bemanning van zeven personen met een lading van 525 ton kolen op 31 Maart 1949 op reis was van Blyth naar Littlehampton. Het schip had twee keer wegens mist ten anker gelegen. Op 31 Maart te 4.00 uur werd de reis vervolgd. Aanvankelijk kon volle kracht worden gevaren, maar na het passeren van South Fallsboei te 16.30 uur werd het dik. Deze boei is niet gezien. Van het North Goodwin-vuurschip is alleen het mistsein gehoord. Men voer nu halve kracht. De kapitein was op de brug met een roerganger; de stuurman was op de bak. De koers liep naar een punt één mijl Oost van East Goodwin-vuurschip en was Z.W.t.W.½.W. (k). Te 17.40 uur hoorde men de East Goodwin dwarsop aan stuurboord op naar schatting 1 á 2 mijl afstand. Men ging door in koers Z.W.t.W.½.W. naar South Goodwin-vuurschip; dit werd gepasseerd te 18.20 uur. Men voer steeds halve kracht, doch voer soms langzaam of stopte de motor voor andere schepen. Te 20.25 uur kwam de stuurman op de brug en ging aan stuurboord staan; de kapitein was aan bakboord. Om de twintig seconden gaf men een mistsein. Te 20.30 uur zag men even op bakboordsboeg een toplicht en beide boordlichten van een ander schip. De „Charles M" voer toen halve kracht, maar had daarvoor 5 a 6 minuten gestopt gelegen en was dan, eerst langzaam, daarna halve kracht, vooruitgegaan. De kapitein liet s.b.-roer geven, stopte de motor en gaf één korte stoot. Van het andere vaartuig hoorde men niets en daar dit dichterbij kwam, gaf de kapitein volle kracht vooruit en hard b.b.-roer. Het andere vaartuig raakte met de boeg de „Charles M" aan bakboord bij de motorkamer en gleed er langs. Men kon zien, dat de ander toen achteruitsloeg. Men kreeg geen antwoord op de vraag in de buurt te blijven en welke haar naam was. De ander verdween in de mist. De motorkamer van de „Charles M" liep zo snel op, dat dit met pompen niet was bij te houden. Men trachtte het schip naar de kust te sturen en gaf noodseinen met de radiotelefoon en de fluit. Daar het schip dreigde te zinken en de b.b.-reddingboot bij de aanvaring was vernield, verlieten de opvarenden het schip in de s.b.-reddingboot en werden weldra door een schip opgepikt en te Dungeness geland. Ter zitting verklaarde de kapitein G. Broersma dat het zó dik was, dat het voorschip slecht te zien was. Van het andere schip heeft men geen mistsein gehoord. Getuige achtte het verantwoord met een vaart van vier mijl de reis te vervolgen en achtte het gevaarlijker ten anker te gaan. Getuige kan niet opgeven hoeveel omwentelingen de schroef maakt bij de verschillende standen van de telegraaf. Toen hét aangevaren schip om de „Atlas" voer, heeft getuige vele malen getracht door een megafoon de ander aan te roepen, maar deze voer daarna weg. Iemand aan dek meende te horen, dat de ander riep naar Dover te zullen gaan. Getuige heeft, toen hij volle kracht achteruit gaf, niet drie korte stoten gegeven, omdat de aanvaring onmiddellijk volgde. Na de aanvaring is het radio-ontvangapparaat niet bijgezet, want slechts getuige en de lste-stuurman konden dit bedienen en beiden moesten toen allereerst letten op de navigatie en de veiligheid van hun eigen schip; men had ook geen vermoeden, dat de ander in nood verkeerde. Men heeft het silhouet van het aangevaren schip niet kunnen waarnemen. De inspecteur voor de scheepvaart voert aan, dat het onderzoek heeft uitgewezen, dat noch het motorschip „Atlas", noch het onbekend gebleven schip de voor de bestaande omstandigheden imperatief voorgeschreven matige vaart hebben gelopen. Beide schepen trachtten elkander te mijden, toen zij de lichten van de ander zagen. De afstand was toen echter zo klein, dat deze pogingen mislukten en een aanvaring volgde. Hieruit blijkt, dat de vaart zó groot is geweest, dat niet werd voldaan aan de in artikel 16, 1ste lid, der Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op Zee voorgeschreven matige vaart. Hieronder moet worden verstaan een zodanige vaart, dat deze gelegenheid laat een ander schip te mijden. Aannemende, dat aanvaring heeft plaats gehad met het Engelse motorschip „Charles M", liep dit schip bij de aanvaring ± 8 mijl en de „Atlas" ± 6 mijl en deze snelheden zijn bij een zicht van 100 yards of een scheepslengte zeker niet matig en dus hebben beide kapiteins, nogmaals aannemende, dat het andere schip de „Charles M" was, zich aan dezelfde overtreding schuldig gemaakt. Het is merkwaardig, dat geen der schepen de mistseinen van het andere heeft gehoord. Nog vreemder is, dat men wederzijds niets van het aanpraaien heeft gehoord en men aan boord van de „Atlas" niets heeft gehoord van de door de „Charles M" gegeven noodseinen. Daar de aanvaring flink aankwam, had de kapitein van de „Atlas" de radio-ontvanger moeten laten bezetten, ook al was de zender defect. Hij had dan wellicht de oproep om hulp gehoord en naar het in nood verkerende schip kunnen zoeken. Gelukkig zijn geen mensenlevens verloren gegaan. Aannemende, dat de aanvaring plaats had tussen de „Charles M" en de .Atlas" is de inspecteur voor de scheepvaart van mening, dat deze had kunnen worden voorkomen, indien beide kapiteins zich aan het reeds genoemde artikel 16 hadden gehouden, hetgeen bij een zicht van 100 yards waarschijnlijk zou hebben betekend, dat beide schepen ten anker hadden moeten gaan. De Raad is van oordeel, dat de aanvaring van het motorschip ,.Atlas" met een ander vaartuig, dat zeer waarschijnlijk het Engelse motorschip „Charles M" is geweest, in de eerste plaats moet worden geweten aan de destijds heersende dikke mist. Gezien de zware schade, door de aanvaring veroorzaakt, kan de vaart van beide schepen, gelet op de dikke mist en het drukke verkeer daar ter plaatse, niet matig zijn geweest. Beide schepen hebben de dikte van de mist onderschat. Het was voorzichtiger geweest, indien de kapiteins meer onder de wal ten anker waren gegaan. Op de uitgevoerde manoeuvres, nadat beide schepen elkaar zagen, maakt de Raad geen aanmerkingen. Het is echter onjuist, dat de kapitein van de „Atlas" naliet een sein van drie korte stoten te geven, toen hij de telegraaf op volle kracht achteruit zette. Indien hij daar geen gelegenheid voor had, had de stuurman dit moeten doen. Het is vreemd, dat vóór de aanvaring door geen der schepen de mistseinen van het andere zijn gehoord; de Raad neemt niet aan, dat de schepen hebben nagelaten deze seinen te geven. Ook is het onbegrijpelijk, dat, waar beide schepen na de aanvaring hebben getracht, door roepen met elkaar contact te krijgen, dit niet is gelukt en dat ten gevolge daarvan de „Atlas" geen hulp kon bieden, toen de ander zinkende was. Nu dit contact door roepen niet tot stand kwam, had de „Atlas" de radiotelefoonontvanger moeten bezetten om naar berichten te luisteren. De Raad keurt het af, dat de kapitein van de „Atlas", die reeds acht maanden op dit schip voer, niet wist met hoeveel omwentelingen de schroef draait bij de verschillende standen van de telegraaf; zulks behoort een kapitein te weten, o.a. om te kunnen beoordelen of het schip, in verband met het heersende zicht, de matige vaart loopt, zoals in art. 16 van de Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op Zee is voorgeschreven. Het was nu voor de Raad niet mogelijk met enige mate van nauwkeurigheid de plaats van de aanvaring vast te stellen. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, tweede plv. voorzitter, C. Hellingman, G. Barendse, L. Meulman en K. Eefting, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad. (Get.) A. Dirkzwager; A. Boosman.

1951-09-18: Algemeen Indisch dagblad 18-09-1951: Schip ontdekt vliegtuigwrak. Het Nederlandse schip „Atlas" heeft Zondagavond de stoffelijke overschotten van zeven passagiers, die met een Franse Dakota drie dagen geleden van Toulouse naar Oran op weg waren, in de Middellandse Zee aan de oostkust van Spanje aan boord genomen. Van de 32 andere passagiers was niets te bespeuren. Wel dreven wrakstukken van het vliegtuig in het rond.
De nieuwsgier 18-09-1951: Vermiste Dakota gevonden. Marseilles, 16 Sept. (Reuter-AFP). Het Nederlandse schip Atlas heeft Zondagavond de stoffelijke overschotten van zeven passagiers van de vermiste Franse Dakota aan boord genomen. Zoals bekend werd deze Dakota drie dagen geleden vermist, toen zij op weg was van Toulouse naar Oran. De stoffelijke overschotten werden aangetroffen in de Middellandse Zee bij de Spaanse Oostkust. Het Nederlandse schip kon van de 32 andere passagiers niets bespeuren. Wel dreven wrakstukken van het vliegtuig in zee. Vliegtuigen, die zochten, naar het vermiste vliegtuig hebben intussen op 80 km ten Zuiden van de Balearen een vijftiental lichamen in zee zien drijven.

1952-05-01: De Tijd 01-05-1952: Ned. matroos van de „Atlas" verdwenen. 25 April is de negentienjarige Johan Bais uit Den Helder, die „jongen" was in de machinekamer van het Nederlandse motorschip „Atlas", toen dit schip zich in de Spaanse wateren van de Middellandse Zee bevond, van boord verdwenen. Dit heeft de kapitein van de „Atlas" bij aankomst te Genua aan de havenautoriteiten medegedeeld. Het schip kwam van Amsterdam. Toen de verdwijning gemerkt werd, had de kapitein onmiddellijk nasporingen verricht, doch tevergeefs.

1955-02-01: Op 01-02-1955 als ATLAS, zijnde een stalen motorschip, metende 1380.56 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 01-06-1948 no. 7354, liggende te Amsterdam door A.P. Blok, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Amsterdam, van een brandmerk voorzien door het inbeitelen van 4540 Z AMST 1955 op het achterschip aan S.B. zijde in het achterschot van de verfhut, 3.60 m. uit de hekplaat, 0.50 m. uit de lengteas, 1.30 m. uit dek. (Opm.: De door de Bewaarder vermelde oude merken zijnde 237 C 1948 zijn vernietigd.)

1960-12-30: NvhN 30-12-1960: Nederlandse schepen op zwarte lijst. Het bureau van de Arabische Liga voor de boycot van Israël te Damascus heeft bekendgemaakt dat het vier Nederlandse schepen en één Duits schip heeft geplaatst op zijn zwarte lijst omdat deze schepen zich niet hebben gehouden aan de Arabische boycotvoorschriften. De Nederlandse schepen zijn de Atlas (487 ton), de Aeneas (496 ton), de Boreas (500 ton) en de Mitropa (499 ton).

1979-08-00: Final Fate: Gezonken in de haven van Baia (Italie).

Ship Masters Data

Images


Description: Atlas 1948
Image type: Photo

Description: Atlas 1948
Image type: Photo

Description: Atlas 1948
Image type: Photo

Description: Atlas 1948
Image type: Photo
Sources