Name ship: ATT-S

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1937
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5024697
Nat. Official Number: 5861 Z ROTT 1937
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: N.V. Boele's Scheepswerven & Machinefabriek, Bolnes, Netherlands
Yardnumber: 867
Date Laid Down:
Launch Date: 1937-07-17
Delivery Date: 1937-08-19
Technical Data

Engine Manufacturer: Humboldt-Deutz Motoren A.G., Cologne (Köln), Germany
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 400
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Deutz Type (280x450)
Speed in knots: 9.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 466.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 252.00 Net tonnage
Deadweight: 650.00 tons deadweight (1016 kg)
Grain: 35000 Cubic Feet
Bale: 32500 Cubic Feet
 
Length 1: 51.47 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 48.52 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.04 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.61 Meters Depth, moulded
Draught: 3.27 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1937-08-13 ATT-S
Manager: Rotterdamsche Kustvaart Centrale N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. Zeevaart Maatschappij 'Holland-Engeland', Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PCVX
Additional info:

Date/Name Ship 1958-05-10 ARMATHIA
Manager: Konstantinos Strevlos e.a., Lavrion, Greece
Owner: Konstantinos Strevlos e.a., Lavrion, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Lavrion / Greece
Callsign: SVLV
Additional info:

Date/Name Ship 1975-00-00 CHRISTINA
Manager: Konstantinos Strevlos e.a., Lavrion, Greece
Owner: Konstantinos Strevlos e.a., Lavrion, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Lavrion / Greece
Callsign: SVLV
Additional info:

Date/Name Ship 1979-00-00 VIT
Manager: Konstantinos Strevlos e.a., Lavrion, Greece
Owner: Konstantinos Strevlos e.a., Lavrion, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: San Lorenzo / Honduras
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1937-07-20: Algemeen Handelsblad 20-07-1937: M.s. Att-S. Zaterdag 17-juli is met gunstig gevolg van de werf der N. V Boele's Scheepswerven en Machinefabriek te Bolnes de motorvrachtboot „Att-S", een zusterschip van de „Ton-S", bestemd voor de Rotterdamsche Kolen-Centrale, waarmede anthraciet van Wales naar Nederland vervoerd zal worden, te water gelaten. Het laadvermogen van het schip bedraagt 670 ton, lengte ca. 50 m en breedte ca. 8 m. De motor-installatie bestaat o.m. uit een Deutz-Dieselmotor van 400 PK.

1937-07-21: De Tijd 21-07-1937: Schepenbouw. Het m.s. „ATT-S", in aanbouw bij de N.V. Boele's Scheepswerven en Machinefabriek te Bolnes, voor de Rotterdamsche Kolen Centrale, is met goed gevolg te water gelaten. Het schip heeft ene laadvermogen van ca. 670 ton en wordt voorzien van een Deutz-Diesselmotor met een capaciteit van 400 PK.

1937-08-16: Op 16-08-1937 als ATT-S, zijnde een motorvrachtschip, metende 465.63 ton of 1319.074 m3 bruto inhoud, liggende te Bolnes, door K. Huijser, aspirant scheepsmeter te Rotterdam, ten verzoeke van de N.V. Zeevaart Mij. Holland-Engeland te Rotterdam, voorzien van haar brandmerk door het inbeitelen van 5861 Z ROTT 1937 op het achterschip aan S.B. zijde tegen achterkant eetkamer officieren.

1937-08-20: Algemeen Handelsblad 21-08-1937: Scheepsbouw. M.s. ATT-S. Gisteren heeft de proef vaart plaats gehad van het Ned. motorschip „Att-S.". Het schip is gebouwd op de werk van Boele's Scheepswerf en Machinefabriek te Bolnes, voor rekening van de N.V. Rotterdamsche Kolen Centrale. In beladen toestand heeft de „Att-S." een diepgang van 10. Het schip is lang: 49 m, breed 8 m en hol 3 m. De bruto tonnenmaat bedraagt 465 en de netto tonnenmaat 252. Verder is het uitgerust met een Deutz motor van 400/480 pk, die het schip een snelheid geeft van 9½ mijl. Het is geklasseerd in Lloyd's 100 A I en voldoet aan alle eischen van de Scheepvaart-Inspectie.

1937-08-20: De Telegraaf 21-08-1937: Proefvaart. ATT S. Rotterdam. 21 Aug. — Gisteren heeft het nieuwe m.s. „Att S." op den Waterweg proefgevaren. Het is het tweede schip van een serie van drie. welke door de Rotterdamsche Kolencentrale bij Boele's Scheepswerven en Machinefabriek te Bolnes besteld werd. Het derde schip, de "BILL-S", zal ongeveer einde September gereed komen. Het schip heeft een snelheid van ca. 10 mijl en is speciaal gebouwd voor het vervoer van anthraciet uit Wales. Het is 49 Meter lang. 8 Meter breed en de holte is 3 M. Het meet 33.000 kubieke voet. De motor is een 4/480 PK. Deutz. terwijl het schip voorts is uitgerust met 2 motorwinches van 10 P.K , een motorankerspil van 10 PK. en een hulpmotor van 13 P.K.

1938-01-11: De Maasbode 11-01-1938: m.s. Att S. Londen, 11 Januari. Het Nederl. motorschip Att S. in ballast van Wexford bestemd naar Port Talbot, is te Milford Haven binnen geloopen, doordat het moeilijkheden heeft met het stuurgerei. Waarschijnlijk is dit nog 't gevolg van de schade, welke het heeft opgeloopen toen het vorige week komende van Antwerpen met een lading cement in de haven van Wexford aan den grond is geloopen. Het schip zal in 't droogdok gezet worden om te worden nagezien.

1940-06-00: Overgenomen door het Ministry of War Transport, Londen, Engeland. Augustus 1945 weer terug aan de eigenaar.

1951-03-03: Op 03-03-1951 is het motorschip „Att-S", op de reis van Grangemouth naar Rotterdam, nabij de Nieuwe Waterweg aan de grond gelopen, maar spoedig daarna op eigen kracht weer vlotgekomen.
Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van Vrijdag 24 April 1953. no. 79 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: No.31 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake het aan de grond lopen van het motorschip „Att-S" nabij de Nieuwe Waterweg. Betrokkene: de stuurman K. Mos. Op 3 Maart 1951 is het motorschip „Att-S", op de reis van Grangemouth naar Rotterdam, nabij de Nieuwe Waterweg aan de grond gelopen, maar spoedig daarna op eigen kracht weer vlotgekomen. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedgeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van dit aan de grond lopen. Bovendien besliste genoemde commissie, eveneens in overeenstemming met het desbetreffende voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart, dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of het ongeval niet mede te wijten is aan de schuld van de stuurman van de ,,Att-S", K. Mos, wonende te Rotterdam. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 9 Maart 1953, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein en de stuurman van de „Att-S", zomede van het scheepsdagboek, en hoorde de kapitein, F. van der Mey, als getuige onder ede. Betrokkene, hoewel behoorlijk aan het door hem te dezer zakegekozen domicilie gedagvaard, is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend en de zaak buiten zijn tegenwoordigheid behandeld. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motorschip „Att-S" is een Nederlands schip, toebehorende aan de N.V. Zeevaart Mij Holland-Engeland, te Rotterdam. Het meer 466 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 400 pk Deutz-diesel. Op 1 Maart 1951 te 10.20 uur vertrok de „Att-S", beladen met 600 ton kolen, van Grangemouth met bestemming Rotterdam. De diepgang was vóór 9'3", achter 11'9". De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit negen personen. Te 11.50 uur werd de loods ontscheept bij de Firth of Forth brug. Te 19.25 uur werd Longstone-vuurtoren gepasseerd 222° r.w. op 1½ mijl afstand bij logaanwijzing 60 en de koers gesteld op 138° r.w. naar de Nieuwe Waterweg. Het was goed weer en zicht, stil, met kalme zee. De „Att-S" is uitgerust met een echolood en richtingzoeker. De kapitein had de stroomatlas geraadpleegd, maar, omdat de noord- en zuidgaande stroom elkaar op zouden heffen, met de stroom verder geen rekening gehouden. De log wees goed aan. De vaart was 7½ mijl. Op de HW van 3 Maart had de kapitein de wacht. Het was goed weer, maar gedurende korte tijd werden mistvlagen ondervonden. Geregeld werd het echolood afgelezen en steeds 15 of 16 vadem bevonden. Hoewel de kapitein er op heeft gelet, heeft hij de Brown Ridge niet aangelood. Te 4.00 uur werd de kapitein afgelost door de stuurman en droeg hem op de kapitein zeker te porren om 7.00 uur, wanneer dan nog niets werd gezien. Volgens de stuurman was het toen heiig, maar verder goed weer, met lichte oostelijke wind en lichtgolvende zee. De koers was nog steeds 138° r.w. Te 6.00 uur las de stuurman op het echlood 14 vadem af, te 6.30 uur 11 vadem, maar hij heeft daarnaar verder niet gekeken, omdat volgens hem het schip volgens deze lodingen op de gis zou staan. Geen enkel vuur van de wal of van boeien is gezien. De stuurman achtte het gebruik van de richtingzoeker van geen nut. Te 7.00 uur riep de stuurman de kapitein en meldde hem, dat het schip volgens de gis nog 16 mijl van de Waterweg stond. De kapitein schatte bij kijken door een poort het zicht op 6 a 7 mijl en ging zich wassen en kleden. Hij was nog in zijn hut, toen hij te 7.25 uur voelde, dat het schip aan de grond liep. Hij snelde naar boven. De stuurman riep hem op de trap toe, dat hij land zag, had blijkbaar niet bemerkt, dat het schip aan de grond zat. Volgens de stuurman zon hij op het moment, dat hij meldde land te zien, hebben gevoeld, dat het schip vastliep, en de roerganger order „hard bakboord" hebben gegeven. De kapitein zette de motor op volle kracht achteruit. Te 7.40 uur kwam de ,,Att-S" vlot. Bij peilen bleek het schip geen water te maken. Na vlotkomen werd het schip 306° r.w. voorgelegd. Vrijwel direct daarna zag de kapitein op vier streken aan bakboord, op ongeveer 4 mijl afstand, een boei. Men voer naar deze boei en ontdekte, dat dit HK 11 was. In de HK-route werd verder gevaren en te 8.37 uur werd HK 13 gepasseerd. Te 8.50 uur kwam de loods aan boord en te 10.50 uur werd gemeerd in de Waalhaven. De kapitein heeft de Scheepvaartinspectie en Lloyds het voorgevallene gerapporteerd. Toen het schip werd drooggezet, bleek het geen bodemschade te hebben. De kapitein heeft nog vermeld, dat het, hoewel helder op zee, over de wal heiig was. Het vuur van Scheveningen is niet gezien. Toen de „Att-S" op de boeienlijn was gekomen, zag de kapitein even later HK 13 en dan de loodsboot. De kapitein vermoedt, dat zijn schip in het Gat van de Hawk aan de grond is gelopen. Ter zitting verklaarde de kapitein geheel overeenkomstig het hiervóór vermelde. Hij voegde hieraan toe, dat hij in de kaart de gis volgens de log had aangetekend; hij nam echter aan wel ongeveer 6 mijl voorlijker te staan. Getuige nam geen radiopeiling, omdat hij overtuigd was, nu het zo helder was, een van de routeboeien te zullen aanlopen; hij verwachtte tegen 8.00 uur bij de boeienlijn te komen. Bij het overgeven der wacht wees getuige de stuurman er op het echolood te gebruiken. De stuurman had de vaste order de kapitein te waarschuwen bij slecht zicht of andere bijzonderheden. De inspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat de „Att-S" op 3 Maart 1951 bezuiden Hoek van Holland aan de grond is gelopen. De stuurman was te 4.00 uur op wacht gekomen. Men stuurde 138° r.w., de koers van Longstone naar de Hoek. De kapitein gaf de gis in de kaart over; hij was van mening, dat het schip 6 mijl voorlijker stond. De stuurman heeft de boeienlijn gepasseerd; hij had bij het goede zicht zeker één der boeien moeten zien. Hij heeft blijkbaar slecht uitgekeken. Hierin ligt schuld van de stuurman. De stuurman nam aan, rekening houdende met de gis, dat hij te 7.00 uur de boeienlijn zou passeren. Het is denkbaar, dat hij daarom tevoren minder goed naar boeien heeft uitgekeken. De wijze, waarop de kapitein de HW liep, kan niet goed worden genoemd. Hij had te 4.00 uur van alle beschikbare middelen gebruik moeten maken om zijn gis te verbeteren. Dan zou hij hebben bevonden, dat het schip ongeveer 16 mijl voorlijker stond dan de gis; hierin treft de kapitein schuld. De schuld van de stuurman is echter groter. Daar de ramp reeds twee jaar geleden heeft plaats gevonden, stelt de inspecteur voor de scheepvaart de Raad voor de stuurman slechts te straffen door het uitspreken van een berisping. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: Het aan de grond lopen van het motorschip „Att-S", op 3 Maart 1951 bezuiden Hoek van Holland, is te wijten aan onzorgvuldige navigatie bij het aanlopen van de Nederlandse kust. De kapitein liet, vertrouwende op het heldere zicht, na om te 4.00 te trachten door het nemen van radiopeilingen zijn gis te verbeteren. Vooral na het afleggen van een traject van ongeveer 300 mijl sinds Longstone bestond alle aanleiding te trachten een goed bestek te verkrijgen. De stuurman vertrouwde blijkbaar zodanig op de gis, dat hij, voordat hij verkenning had gekregen, reeds het lood afzette. Ook heeft hij blijkbaar niet goed uitgekeken, vermoedelijk omdat hij meende nog lang niet bij de boeienlijn te zijn. Hij liet eveneens na te trachten radiopeilingen te krijgen. De stuurman is in belangrijke mate schuldig aan het aan de grond lopen van zijn schip. De Raad houdt bij het vaststellen van de straf er rekening mee, dat dit ongeval reeds twee jaar geleden is geschied. De straft mitsdien de stuurman Klaas Mos, geboren 20 December 1898, wonende te Rotterdam, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heren mr W. A. Vos, eerste plv. voorzitter, C. H. Brouwer, K. Visser en K. R. Bosma, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris, mr A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 9 Maart 1953. (get.) Vos, A. Boosman.

1951-10-20: Op 20-10-1951 is het motorschip „Att-S", op de reis van Rotterdam naar Londen, korte tijd na het passeren van boei GH.8 in aanvaring gekomen met het oplopende Duitse motorschip „Geversdorf".
Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van Woensdag 26 Maart 1952. no.61. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: No. 30 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake de aanvaring van het motorschip „Att-S" met het Duitse motorschip „Geversdorf" op de Noordzee, in de nabijheid van boei GH. 8. Op 20 October 1951 is het motorschip „Att-S", op de reis van Rotterdam naar Londen, korte tijd na het passeren van boei GH.8 in aanvaring gekomen met het oplopende Duitse motorschip „Geversdorf". In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld in artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze aanvaring. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 15 Februari 1952, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de stuurman en de roerganger van de „Att-S", zomede van de te Londen afgelegde scheepsverklaring, benevens een rapport van de kapitein en de stuurman van de „Geversdorf" over deze aanvaring. Getuigen zijn in deze zaak niet door de Raad gehoord. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken : Het motorschip „Att-S" is een Nederlands schip, toebehorende aan de Rotterdamsche Kustvaart Centrale N.V., te Rotterdam. Het meet 466 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een 400 pk motor. Op 19 October 1951 vertrok de „Att-S", beladen met balen oud papier, van Rotterdam met bestemming Londen. De diepgang was vóór 7', achter 10'. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 9 personen. Te 20.35 uur van 19 October werd bij de brulboei de loods ontscheept en werd koers gezet naar Goeree-vuurschip, 242° r.w. De vaart was volle kracht, 8½ mijl. Het was goed helder weer, met vrijwel geen wind en kalme zee. Te 0.00 uur van 20 October, toen juist boei GH. 8 op korte afstand aan bakboord was gepasseerd, nam de stuurman de wacht over van de kapitein. Be kapitein wees hem op een schip, dat twee streken voorlijker dan dwars aan bakboord op korte afstand met de „Att-S" meelag en dat later bleek het Duitse motorschip „Geversdorf" te zijn en dat de „Att-S" had opgelopen en nu voorbijvoer. De stuurman zag het heklicht en verschillende lichten aan dek op 3 a 4 -scheepslengten afstand. Te 0.10 uur, toen de „Geversdorf" op ongeveer 4 streken aan bakboord was gekomen, nam de Stuurman van de „Att-S" waar, dat het Duitse schip naar stuurboord begon te draaien, en zag weldra de toplichten en het groene licht van dit schip. De stuurman vreesde een aanvaring en gaf de roerganger order s.b.roer en dan hard stuurboord en gaf 1 korte stoot op de fluit. Van het andere schip werd niets gehoord. Hoewel de „Att-S" snel draaide, had, toen de koers N.W.t.N. was, een aanvaring plaats. De „Geversdorf" raakte met s.b.-voorschip b.b.-boeg van de „Att-S". De -stuurman schatte de koers van het andere schip toen op noord. Na de aanvaring vielen de schepen langs elkaar; de stuurman stopte de motor en dan kwamen de schepen vrij van elkaar. Door middel van roepen en morselamp werden de nodige gegeven uitgewisseld. Geen der schepen had hulp nodig en beide konden de reis naar Londen voortzetten. De stuurman heeft nog verklaard, dat hij te Londen de Duitse kapitein en stuurman heeft gesproken en dat dezen hem hebben medegedeeld, dat de roerganger van hun schip had staan slapen en het schip 105° naar stuurboord heeft doen draaien. Uit de verklaring van de „Geversdorf"' blijkt, dat dit schip, op de reis van Dordrecht naar Londen, op 20 October te 0.15 uur boei GH. 8 passeerde en dat op twee scheepslengten afstand aan stuurboord achteruit het meeliggende motorschip .„AttrS" voer. Te 0.17 uur ging de stuurman in de kaartenkamer. Te 0.20 uur kwam de kapitein op de brug en zag toen de „Att-S" dwars op zijn schip toelopen. Hij gaf order hard bakboord en stopte de machine. De „Att-S" draaide snel naar stuurboord, maar desondanks vond een aanvaring plaats. Het bleek, dat de roerganger niet op het kompas had gelet. In plaats van 278° lag de „Geversdorf" op het moment der aanvaring N. 25° O.voor. De inspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat uit de verklaring van het Duitse schip blijkt, dat de schuld aan deze aanvaring niet bij de „Att-"S" ligt. De 'Geversdorf" maakte een onverwachte draai van acht streken naar stuurboord. Op de scheepsleiding van de „Att-S" is geen aanmerking te maken. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: Toen het Duitse motorschip „Geversdorf" de „Att-S" had opgelopen, maar nog niet geheel vrij daarvan was, maakte het, op het moment, dat de stuurman even in de kaartenkamer was gegaan, door grove onoplettendheid van de roerganger een draai van 105° naar stuurboord en kwam zo voor de boeg van het motorschip „Att-S". De stuurman van de wacht van dit schip heeft terstond die maatregelen genomen, welke de toestand vereiste. Aan de „Att-S" kan geen enkel verwijt worden gemaakt voor de desondanks gevolgde aanvaring. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, tweede plv. voorzitter, C. H. Brouwer, S. Vlietstra en L. Meulman, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 21 Maart 1952. (Get.) A. Dirkzwager; A. Boosman.

1979-04-00: Final Fate: Onder arrest opgelegd op de rede van Limassol wegens het niet nakomen van financiele verplichtingen. Op 13 dec. 1979, tijdens een zware storm, van haar ankers geslagen aan de grond gelopen en in juni 1980 ter plekke gesloopt door Kaisis Enterprises.

Ship Masters Data

Images


Description: Att-S 1937
Image type: Photo

Description: Att-S 1937.
Image type: Photo

Description: Att-S 1937.
Image type: Photo
Sources