Name ship: AUGUST MARIE

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1918
Classification Register:
IMO number:
Nat. Official Number: 3768 DORD 1918
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: Aux. Schooner
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts: Three masts
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Scheepswerf Van Goor & Spiekman, Zwartsluis, Netherlands
Yardnumber: 165
Date Laid Down:
Launch Date: 1917-06-30
Delivery Date: 1918-00-00
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Steywal Motorenfabriek, Overschie, Netherlands
Engine Type: Engine, Hot bulb (gloeikop)
Number of Cylinders: 2
Power: 130
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: 0
Speed in knots: 7.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 245.66 Gross tonnage
Net Tonnage: 175.28 Net tonnage
Deadweight: 450.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1:
Length 2: 33.53 Meters Registered
Beam: 7.38 Meters Breadth, moulded
Depth: 1.75 Meters Depth, moulded
Draught:
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1918-01-00 AUGUST MARIE
Manager: N.V. J. van Steen's Rijnreederij, Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. Motorschoener 'August Marie', Rotterdam, Netherlands
Shareholder: August Borremans, Rotterdam
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NGDB
Additional info:

Ship Events Data

1917-12-27: Dagregister deel 18 nummer 115. Den vierden Januari 1900 achttien. De ondergeteekende Carolus Augustus Borremans, reeder, wonende te Rotterdam, als directeur van de aldaar gevestigde naamlooze vennootschap “Motorschip August Marie” opgericht bij acte negen en twintig December negentien honderd zestien voor notaris W.H. van Bilderbeek, residerende te Dordrecht verleden, verklaart dat deze naamlooze vennootschap eenig eigenaresse is van het stalen motorzeilschip genaamd “August Marie”, in Nederland gebouwd en in Nederland thuisbehoorend, hebbende een laadvermogen van bruto 695.94 m3 of 245.066 ton van 2.83 m3 en netto 496.55 m3 of 175.28 ton van 2.83 m3., met den volledigen inventaris welk schip nog nimmer aan eenig kantoor van hypotheken en scheepsbewijzen is te boek gesteld en verzoekt thans teboeksstelling van gemeld schip ten name van de genoemde naamlooze vennootschap Motorzeilschip “August Marie” door middel van inschrijving dezer verklaring in de daartoe bestemde openbare registers van scheepsbewijzen te Dordrecht. Rotterdam 27 December 1917. Naamlooze vennootschap motorzeilschip “August Marie”. Getekend Aug. Borremans, directeur. In de kantlijn staat bijgeschreven: Ingebrand 3786 DORD 1918.

1918-00-00: In de loop van 1918 kwam de driemastgaffelschoener gereed maar vertrok door de oorlogs- en naoorlogse omstandigheden pas in maart 1919 op haar eerste reis.

1919-06-03: Final Fate: Op reis van Blyth naar Nakskov op de Noordzee gekapseisd nadat bij slecht weer de machinekamer vol water geraakte en gezonken. Het schip was niet geheel volgeladen met steenkool.

1919-06-06: Hoewel het schip in 1918 was gereed gekomen, werd het in verband met de tijdsomstandigheden eerst in Maart 1919 in gebruik genomen. Het vertrok toen met 8 koppen bemand met een lading oud ijzer 340 ton van Hendrik Ido Ambacht naar Gothenburg. De reis verliep zonder ongevallen en het schip bleek aan alle eisen te voldoen, alleen was het achterdek niet geheel waterdicht, vermoedelijk doordat het vaartuig geruime tijd buiten gebruik had stil gelegen. Gemeld gebrek werd dan ook beter, zodat later het dek slechts zeer weinig lekte. Van Gotheburg ging de reis naar Hull en vervlogens Blyth. Intussen was het schip verkocht aan een Deense reder voor een bedrag van fl 140.000, - de verzekering bedroeg fl 136.000, -
Het Volk 06.06.1919: De logger “Alma” (IJM 249), bracht donderdagmiddag te IJmuiden aan de schipbreukeling Harm Wijnholt van Delfzijl, de enige overgeblevene van de gehele equipage van de motorschoener 'August Marie'. Omtrent de ramp vernamen wij van Wijnholt het volgende: De motoschoener 'AUGUST MARIE”', voorheen eigendom van de rederij August Borremans te Rotterdam was verkocht aan de rederij S. Nielsen te Nakskoer en was onderweg daarheen met een lading kolen van Blyth in Engeland. Door onbekend gebleven oorzaak is de schoener dinsdagmorgen lek gesprongen en stroomde de machinekamer vol water. Terwijl de bemanning bezig was de scheepsboot uit te zetten kapsijsde de schoener en gingen twee der opvarenden mee in zee en verdronken. De zes overige w.o. kap. Chr. Boer van Groningen wisten zich in de scheepsboot te redden. De schoener zonk op ongeveer 55.10 NB en 1.3. OL. Kort daarna sloeg door de ruwe zee de scheepsboot met de 6 mannen om en verdwenen 5 van hen in de diepte. Harm Wynholt alleen kon zich redden en werd na uren op de omgeslagen boot te hebben rondgedreven opgenomen door de logger 'Alma'. De schoener voer met een Hollandse bemanning uit de provincie Groningen. 7 der opvarenden zijn bij de scheepsramp omgekomen. De 'August Marie' was in 1918 gebouwd en had nog slechts drie reizen gedaan.
Verslag van de Raad voor de Scheepvaart gedaan op 23 juni 1919: Op 2 juni van Blyth vertrok de "August Marie" met een lading kolen naar Nakskov, waar het aan de koper zou geleverd worden. Het schip was niet geheel volgeladen. In de nacht van 3 juni hadden de kapitein en getuige Wijnholt de wacht; het weer was goed, noordenwind, zee hoog; men zeilde met alle zeilen van top, behalve de gaftopzeilen, bij de wind met gestopte motor. De wind werd tegen 2 uur gaandeweg sterker en de kapitein gaf last de manschappen te wekken om te reven. Inmiddels was het de kapitein opgevallen, dat het schip achter diep lag, hij begaf zich naar de machinekamer, waar niemand aanwezig was en ontdekte dat deze vol water stond. Onmiddellijk werd met 2 pompen in de machinekamer gepompt. Het ruim werd gepeild, maar het bleek, dat daarin geen water stond. Het schoenerzeil en de voorzeilen werden neergehaald om met de kop op de golven te houden, daar het schip dwars ging liggen. Na ongeveer een uur pompen, bleek, dat het water bleef rijzen, noodseinen werden gegeven, maar geen schip was in de nabijheid. De kapitein ziende dat het misging, liet alle zeilen strijken en de B.B. boot welke ruim genoeg was om allen op te nemen, gereed maken. Terwijl men daarmee bezig was, kapseisde plotseling de "August Marie" , hoewel zij slechts weinig slagzij had. Vijf man, waaronder de kapitein en de getuige Wijnholt, kwamen in de boot terecht, welke echter nog aan de davits hing. Weldra sloeg de boot door onbekende oorzaak om en allen kwamen te water. Het gelukte getuige Wijnholt een zwemvest op te pikken en dit aan te doen. Hij zag de kapitein, kon deze een zwemvest aanreiken, doch was niet in staat hem bij het aandoen te helpen, waarin de kapitein evenmin slaagde. Tenslotte kon Wijnholt op de omgeslagen boot klimmen, welke de kapitein tevergeefs trachtte te bereiken. na ongeveer 2 uur kwam de logger IJM 249 in zicht, die Wijnholt uit zijn benarde toestand redde. Noch van de Kapitein noch van de andere opvarenden werd een spoor gevonden, hoewel de loggerenige uren op de plaats des onheils bleef. De raad is niet in staat de oorzaak op te sporen van het lek in de motor kamer. Er was één buitenboords leiding , welke echter voor zover bekend in goede toestand was en niet door ge roest kon zijn, daar het materiaal nog nieuw was. Ook het plotseling kapseizen van het schip laat zich niet met zekerheid de oorzaak bepalen. Het is niet gebleken dat het schip niet voldeed aan de aan een goed motorzeilschip te stellen eisen.


Ship Masters Data

Images

Sources