Name ship: BADZO

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1939
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5377393
Nat. Official Number: 1954 Z GRON 1939
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity: 1 ton each
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Firma Gebr. Niestern & Co., Delfzijl, Netherlands
Yardnumber: 225
Date Laid Down:
Launch Date: 1939-10-28
Delivery Date: 1939-12-20
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 3
Power: 150
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 5767 Type T (240x360)
Speed in knots: 9.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 200.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 96.00 Net tonnage
Deadweight: 265.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 13137 Cubic Feet
Bale: 12361 Cubic Feet
 
Length 1: 37.39 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 33.18 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.53 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.72 Meters Depth, moulded
Draught: 2.47 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1965-00-00: In 1965 nieuwe hoofdmotor: 2tew 3 cil 190 Pk Brons Nr. 14340 Type 3GB (220x380)

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1939-12-20 BADZO
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Jan Hulsebos, Rijswijk, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rijswijk / Netherlands
Callsign: PCXM
Additional info:

Date/Name Ship 1957-04-23 BADZO
Manager: Hindrika Hulsebos-Brouwer, Rijswijk, Netherlands
Owner: Hindrika Hulsebos-Brouwer, Rijswijk, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rijswijk / Netherlands
Callsign: PCXM
Additional info:

Date/Name Ship 1959-06-10 VECTIS ISLE
Manager: Vectis Shipping Company Ltd., Cowes, Isle of Wight, Great Britain
Owner: Vectis Shipping Company Ltd., Cowes, Isle of Wight, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Cowes, Isle of Wight / Great Britain
Callsign: GFFA
Additional info: Ł 13.000,--

Date/Name Ship 1969-00-00 VECTIS ISLE
Manager: Carisbrooke Shipping Ltd., Cowes, Isle of Wight, Great Britain
Owner: Carisbrooke Shipping Ltd., Cowes, Isle of Wight, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Cowes, Isle of Wight / Great Britain
Callsign: GFFA
Additional info:

Date/Name Ship 1970-04-00 VECTIS ISLE
Manager: Carisbrooke Shipping Ltd., Cowes, Isle of Wight, Great Britain
Owner: Mark S. Croucher & W.A. Scollay, Cowes, Isle of Wight, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Cowes, Isle of Wight / Great Britain
Callsign: GFFA
Additional info:

Date/Name Ship 1971-01-00 VECTIS ISLE
Manager: A.W. Roberts, Cowes, Isle of Wight, Great Britain
Owner: A.W. Roberts, Cowes, Isle of Wight, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Cowes, Isle of Wight / Great Britain
Callsign: GFFA
Additional info:

Date/Name Ship 1978-00-00 VECTIS ISLE
Manager: Wilfred Charles Hardwick & Raymond Harry Bloomfield, Cowes, Isle of Wight, Great Britain
Owner: Wilfred Charles Hardwick & Raymond Harry Bloomfield, Cowes, Isle of Wight, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Cowes, Isle of Wight / Great Britain
Callsign: GFFA
Additional info:

Date/Name Ship 1979-00-00 ESTRELLA IV
Manager: Panestrella Compania de Navegacion S.A., Panama, Panama R.P.
Owner: Panestrella Compania de Navegacion S.A., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO4107
Additional info:

Ship Events Data

1939-12-18: Op 18-12-1939 als BADZO, zijnde een motorvrachtschip, groot 566.48 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 12-12-1939 no. 6156, liggende te Delfzijl, door A. Kraaijema, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1954 Z GRON 1939 op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant dekhuis op verhoogd achterdek, 5.00 m. uit de hekplaat, 1.20 m. uit de lengteas en 1.30 m. boven het dek.

1939-12-22: Zaans Volksblad 22-12-1939: Scheepvaartnieuws. Het bij Gebr. Niestern & Co. te Delfzijl, voor kap. J. Hulzebos te Rijswijk gebouwde m.s. „BADZO" heeft een goed geslaagde proeftocht gehouden. Het schip meet bruto 199 ton en is voorzien van een 150 P.K. Bronsmotor, waarmede in ballasttoestand een snelheid van 9 mijlen werd behaald.

1940-04-02: Het Nieuws van den dag 02-04-1940: Sloep van de “Den Haag”. Harlingen, 1 April. -De kustvaarder “BADZO”, kapitein J. Hulzebosch uit Rijswijk, heeft te Harlingen een sloep binnengebracht, welke gemerkt was “Den Haag”. De sloep is tusschen Hoek van Holland en Schouwenbank opgepikt en was aan stuurboord geheel gespleten, vermoedelijk ten gevolge van een aanvaring.

1940-05-16: Ingeschreven bij de Netherlands' Shipping & Trading Committee, Londen en in beheer bij Freight Express Ltd. Op 1 juni 1945 weer terug aan de eigenaar.

1951-12-17: Op 17-12-1951, tijdens de reis van Rotterdam naar Londen met een lading hout, bij het uitvaren van Hoek van Holland verrast door zeer dichte mist en tussen de pieren ten anker gegaan waarna aangevaren door de Engelse s.s.”Empire Wansbeck”. Hierdoor liep de “Badzo” lichte schade aan de boeg op.
Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van Dinsdag 29 April 1952, no. 83. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart.No. 49. Uispraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake de aanvaring van het ten anker liggende motorschip „Badzo" door het uitvarende Engelse stoomschip „Empire Wansbeck" binnen de pieren van Hoek van Holland. Betrokkene: F. T. Ouweneel, kapitein van de „Badzo". Op 17 December 1951 is het motorschip „Badzo", dat op de reis van Rotterdam naar Londen wegens mist binnen de pieren van Hoek van Holland ten anker was gegaan, aangevaren door het van Hoek van Holland naar zee gaande Engelse stoomschip „Empire Wansbeck" en daardoor ernstig beschadigd. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze aanvaring. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 26 Maart 1952, in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein en de bestman van de „Badzo" en van de kapitein van de „Empire Wansbeck", een verklaring van de loods van het Engelse schip en de te Rotterdam afgelegde scheepsverklaring en het scheepsdagboek van de „Badzo", benevens van een situatieschets. Na het openen der zitting besliste de Raad, op voorstel van de inspecteur voor de scheepvaart, dat het onderzoek ook zou lopen over de vraag, of de scheepsramp wellicht was te wijten aan de schuld van de kapitein van de „Badzo". De voorzitter deelde de kapitein 's Raads beslissing mede en wees hem er op, dat hij thans in de positie van betrokkene was komen te verkeren en gelegenheid had alles tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig zou achten, terwijl hem het laatste woord zou worden gelaten. Betrokkene had geen bezwaar, dat het onderzoek terstond werd voortgezet. Als getuige werd gehoord J. J. den Hamer, loods op de „Empire Wansbeck". Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken : Het motorschip „Badzo" is een Nederlands schip, toebehorende aan J. Hulsebos, te Rijswijk. Het meet 200 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een 150 pk Brons-motor. Van de zijde van de „Badzo" is verklaard, dat dit schip op 17 December 1951, te 17.50 uur, uit de Merwedehaven te Rotterdam vertrok met bestemming Londen. De „Badzo" was beladen met gezaagd hout; de diepgang was vóór 7'6", achter 7'9". Inclusief de kapitein bestond de bemanning uit 6 personen. Het was bij vertrek goed weer, maar heiig. Met zeer matige vaart voer men onder loodsaanwijzing tegen stroom de Nieuwe Waterweg af. Te 19.50 uur werd de loods bij de Berghaven ontscheept. Op aanwijzing van de kapitein, die in het bezit is van het diploma 1ste-stuurman G.H.V., werd verder gevaren. Het zicht was slechter geworden, maar de vuren waren nog goed zichtbaar. Ter hoogte van de seinpost te Hoek van Holland werd het plotseling dik van mist. Men voer langzaam in koers W.N.W. (m) verder. Het vuur op de Noorderpier kwam niet door en de geleidelichten achteruit verdwenen. Daar het mistsein op het Noorderhoofd niet werd gehoord, besloot de kapitein te gaan ankeren. Daar de eb ondertussen door was gekomen, werd b.b.-roer gegeven en tegen de stroom in gedraaid. Te 20.25 uur liet men b.b.- anker vallen met 30 vadem ketting in 7˝ vadem water. Men had geen enkele verkenning. Tegen 21.00 uur hoorde men voor het eerst het mistsein van het Noorderhoofd. Geregeld werd de klok geluid, het ankerlicht brandde helder. De kapitein en de bestman waren steeds aan dek, een matroos o.g. stond als uitkijk op de bak en gaf de voorgeschreven mistseinen. Een drietal uitgaande schepen passeerde de „Badzo", ruim aan de noordkant, twee kusters en een groter schip. Te 21.45 uur klaarde het iets op en kon het vuur op het Noorderhoofd N.N.W.˝W. (m) worden gepeild. De kapitein kreeg de indruk, mede door de passerende schepen, dat de „Badzo" flink bezuiden de lichtenlijn lag. De geleidelichten kwamen niet door en te 22.15 uur werd het weer dik. Wegens de sterke stroom werd 15 vadem ketting bijgestoken. Te 22.35 uur werd het mistsein gehoord van een afkomend stoomschip. De bestman loste de uitkijk af bij de klok en luidde die voortdurend. Daarna kwamen op 3 streken aan bakboord vooruit twee toplichten en het groene zijlicht van een groot schip in zicht, dat vrijwel dwars in het vaarwater lag en met vrij veel vaart naderde. Op dat moment werd de koers van de „Badzo" niet afgelezen; daarvóór was dit meermalen gedaan en lag zij O.Z.O. (m) voor. Het andere schip, dat later het "Engelse stoomschip „Empire Wansbeck" bleek te zijn, draaide meer naar bakboord, maar was ondertussen dichtbij op 4 streken aan bakboord gekomen. De kapitein liet de bandstopper losgooien; de ketting liep uit en de „Badzo" zakte af óp de ebstroom. Vrijwel onmiddellijk daarna, te 22.50 uur, raakte de steven van het afkomende schip b.b.-boeg van de „Badzo" ter hoogte van het ankerspil. Doordat de „Badzo" door het uitlopen van de ketting nog afzakte, schoof de „Empire Wansbeck" vóór de steven langs en liep vóórover naar s.b.-zij en draaide dan hard over stuurboord op en verdween in de mist. Van dat schip werd de eigen naam nog toegeroepen. De ketting van de „Badzo" hield op tamp. Het schip kreeg slagzij over bakboord. Bij onderzoek bleek, dat er een groot gat was ontstaan in b.b.-voorschip in de voorpiek en dat het ankerspil zwaar beschadigd en niet meer te gebruiken was. Daar de voorpiek volliep, liet de kapitein water uit tank 1 naar de achterpiek pompen en liet daarna enig hout verwerken totdat het schip weer recht lag. Te 0.15 uur van 18 December passeerde de Harwich- boot ruim aan bakboord. Te 5.00 uur zwaaide de „Badzo" op de vloed, zwaaide rond met het achterschip naar het noorden. De blink van het licht van de Noorderpier werd toen gezien. Toen het dag werd, kon een kruispeiling worden genomen van het Noorderhoofd N.N.W. (m) en gasboei no. 3 W.N.W. (m) en bleek, dat de „Badzo" ruim bezuiden de lichtenlijn lag en iets benoorden de lijn van gasboei no. 3 naar blinde boei no. 4. In de loop van de morgen klaarde het op. Na er een boei op te hebben gestoken, werd te 12.00 uur de ankerketting gekapt en voer de “Badzo" naar binnen. Te 12.20 uur werd een loods overgenomen en te 14.20 uur werd te Rotterdam gemeerd. Van de zijde van de „Empire Wansbeck" is verklaard, dat dit schip 3562 bruto-registerton meet en wordt voortbewogen door een 3950 pk motor. Dit schip vaart sinds December 1945 als troepenschip tussen Hoek van Holland en Harwich. Op 17 December 1951, te 22.14 uur, vertrok dit schip voor de 537ste keer van Hoek van Holland. De diepgang was 16'10". De loods had vóór vertrek bij de seinpost geďnformeerd en vernomen, dat er, voor zover bekend, tussen Berghaven en Noorderhoofd geen schepen ten anker lagen. Er liep een sterke ebstroom, de wind was Z.Z.W. 3. Hoewel het dik van mist was, werd in overleg tussen loods en kapitein besloten te vertrekken, daar het schip is uitgerust met een goede Decca-radar. Met behulp van een sleepboot werd het schip, dat met de kop naar binnen lag, slaags gebracht. Hierna voer het zeer langzaam op het kompas, met behulp van radarobservaties, de rivier af. De verklikker werd gezien en het schip werd op de koers van de lichtenlijn, 288°, voorgelegd. Tegelijkertijd werd van de seinpost gepraaid, dat even binnen het Noorderhoofd een schip ten anker lag: dit werd ook op dat moment op het radarscherm waargenomen op 3° aan stuurboord. Besloten werd het ten anker liggende vaartuig, dat later bleek het motorschip „Badzo" te zijn, aan stuurboord te houden. Men voer verder met afwisselend gestopte en langzaam draaiende machine en gaf steeds meer b.b.-roer, daar de echo zich verplaatste naar bakboord. Weldra werd een bel gehoord. Toen de „Empire Wansbeck" 260° voorlag volgens de loods en volgens de kapitein op de zuidwal aanstuurde, zag men te 22.29 uur aan stuurboord voor de boeg de „Badzo" en voer deze met de steven op b.b.-boeg aan. Hierna werd hard s.b.roer gegeven en volle kracht vooruit tot men 295° voorlag. Dan werd weer geminderd tot zeer langzaam. Te 22.30 uur werd gasboei no. 3 gepasseerd en de reis voortgezet. Hierna werden nog verschillende schepen gepasseerd, welke alle benoorden de lijn Noorderhoofd—Gaston N.R.W. ten anker lagen. Tijdens de vaart vanaf Hoek van Holland waren op de brug de kapitein, de loods, de 3de-stuurman en de bootsman, terwijl de lste-stuurman, de timmerman en een uitkijk zich voorop bevonden. De boeg bleek later boven de waterlijn een scheur te hebben. De kapitein is van mening, dat de „Badzo" zich sinds de eerste radarwaarneming om de zuid heeft verplaatst door verstomen of door stroom. Hij acht de ankerplaats van de „Badzo" verkeerd. Ter zitting verklaarde de kapitein van de „Badzo", dat het ter hoogte van de Berghaven wel heiig was, maar dat er voldoende zicht was om te varen en hij er daarom geen bezwaar in zag de loods daar reeds te ontschepen. Ter hoogte van de semaphore gekomen, werd het plotseling dik. De „Badzo" bevond zich toen nog niet in de lichtenlijn. Aanvankelijk ging betrokkene door, maar dan achtte hij het te gevaarlijk zonder enige verkenning te trachten naar buiten te stomen en besloot hij ten anker te gaan. Door over bakboord tegen de ebstroom op te draaien, dacht betrokkene voldoende bezuiden de lichtenlijn te zijn gekomen en liet dan het anker vallen. Te 21.45 uur klaarde het zover op, dat hij de blink van het licht van de Noordpier kon peilen, maar weldra werd het weer dik. Betrokkene vond in de peiling van dit licht geen aanleiding om ankerop te gaan en naar buiten te stomen. Hij kon de afstand tot het licht niet schatten. Betrokkene had gemeend, dat ook andere schepen wel ten anker zouden gaan. Enkele schepen gingen echter nog naar buiten en passeerden benoorden de „Badzo". De volgende morgen bleek de ..Badzo" inderdaad flink bezuiden de lichtenlijn te liggen, even benoorden de lijn tussen boeien 3 en 4. Toen de „Empire Wansbeck" in zicht kwam, voer dit schip in een koers bijna dwars op die van de „Badzo". De bandstopper werd losgegooid, maar het andere schip was reeds zo dichtbij, dat dit de „Badzo" even later op b.b.-boeg aanvoer. De koers is op dat moment niet afgelezen, maar de „Badzo" gierde niet achter haar anker. De loods van de „Empire Wansbeck", getuige Den Hamer, verklaarde ter zitting, dat hij als vaste loods op dit schip voer. Het was dik van mist, toen op 17 December werd besloten te vertrekken. Het schip draaide met sleepboothulp over stuurboord rond en lag te 22.14 uur slaags. Getuige had op informaties vernomen, dat er geen schip binnen de pieren ten anker lag. Zeer langzaam voer men de rivier af. Bij de semaphore gekomen, zag getuige de blink van het schitterlicht. Hier riep men hem toe, dat er een klein schip even binnen het Noorderhoofd lag. Op de radar werd dit schip, dat later bleek de „Badzo" te zijn, op 4° aan stuurboord vooruit waargenomen, Getuige achtte de weg aan de zuidkant van de lichtenlijn vrij en draaide daarom naar bakboord. Getuige heeft bij de eerste peiling niet zelf op het kompas gekeken en kreeg de peilingen op van de kapitein, die op het radarscherm keek. De koers bij de semaphore was 288°, maar de „Empire Wansbeck" was tot 260° gedraaid, toen men aan stuurboord vooruit de „Badzo" vrijwel dwars in zag. Een aanvaring was niet te voorkomen. De „Empire Wansbeck" schoof voor de „Badzo" langs en passeerde haar dan met hard s.b.-roer en volle kracht draaiende aan s.b.-zij. Getuige is van mening, dat de „Badzo", na de eerste radarwaarneming, zich naar de zuidzijde heeft verplaatst, misschien op het horen van de mistseinen van de „Empire Wansbeck". De inspecteur voor de scheepvaart voert aan, dat het reeds heiig was, toen de „Badzo" onder loodsaanwijzirig de Nieuwe Waterweg afvoer. Het verdient in het algemeen geen aanbeveling om de loods te vroeg te ontschepen, maar gezien de ervaring, die de kusterkapiteins hebben van het uitvaren van allerlei moeilijke havens, vaak onder ongunstige omstandigheden, wil de inspecteur het niet als een onvoorzichtigheid beschouwen, dat de kapitein de loods reeds bij de Berghaven van boord liet gaan. Het was toen slechts heiig, maar korte tijd later werd het potdik van mist. Het was misschien mogelijk geweest door te varen en buiten te komen, maar men kan de kapitein er geen verwijt van maken, dat hij besloot te ankeren, zelfs nu dit geschiedde in de ingang van de Nieuwe Waterweg. Toen het echter te 21.45 uur even opklaarde, mocht men van de kapitein eisen, dat hij toen ankerop zou gaan om zijn positie te verbeteren of naar buiten zou stomen. De verklaring van de loods, wat betreft de positie van de „Badzo", komt niet overeen met die, welke de kapitein opgeeft, en de plaats, waar later het anker is opgevist. De opgaven van de loods zijn niet geheel zeker. Hij schatte zijn afstand tot de verklikker en kan daarin een fout hebben gemaakt. De opgaven van koers en radarpeilingen werdén hem door derden gegeven. Misschien was aanvankelijk de „Badzo" wel aan stuurboord op het radarscherm, maar misschien bevond de „Empire Wansbeck" zich zuidelijker. De loods gaf b.b.-roer, maar de „Badzo" zette op het radarscherm niet naar stuurboord door. Zo naderde het Engelse schip de ander in ramkoers. Ook voor de „Empire Wansbeck" zou het veiliger zijn geweest ten anker te gaan. Toen zij van de kade vertrok, hoefde zij geen ander schip te verwachten. Daarom kan men een ervaren loods niet kwalijk nemen, dat hij wilde trachten naar zee te gaan. Resumerende, acht de inspecteur de „Badzo" schuldig, omdat zij op een verkeerde plaats ten anker lag en de kapitein gelegenheid heeft gehad om de positie te verbeteren. De inspecteur stelt daarom de Raad voor, de kapitein van de „Badzo" te straffen door het uitspreken van een berisping. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: De aanvaring tussen het motorschip „Badzo" en het Engelse stoomschip „Empire Wansbeck" moet allereerst geweten worden aan de destijds heersende dichte mist. Hoewel de kapitein van de „Badzo" wel buiten zou zijn gekomen, indien hij nog een loods aan boord had gehad, wil de Raad hem niet te zeer kwalijk nemen, dat hij zijn loods reeds bij de Berghaven ontscheepte, daar het toen nog vaarbaar weer was. De Raad acht het begrijpelijk, dat, toen het daarna potdik werd en de kapitein geen verkenning meer had, hij besloot ten anker te gaan. Hij had gedacht ver genoeg om de zuid te komen door over bakboord op te draaien. Beter was geweest daarna op het lood zo ver mogelijk om de zuid te gaan. De korte periode van minder slecht zicht, die hem in staat stelde om een peiling te nemen van het vuur van de Noorderpier, had de kapitein duidelijk moeten maken, dat hij van zijn ankerplaats zonder bezwaar naar buiten had kunnen gaan of iets verder om de zuid kon gaan verstomen. Wat de manoeuvres van de „Empire Wansbeck" betreft, is de Raad niet overtuigd van al hetgeen de loods daarover heeft verklaard, ook al heeft deze zijn verklaringen met grote stelligheid voorgedragen. De Raad is overtuigd, dat de „Badzo" niet eerst noordelijker heeft gelegen en tijdens het afvaren van de „Empire Wansbeck" om de zuid is verstoomd, terwijl de Raad niet aanneemt, dat de „Badzo" buitenmatig heeft gegierd. Waarschijnlijk is de „Empire Wansbeck" bij het passeren van de semaphore zuidelijker geweest dan de loods aannam, enkel op een gisafstand tot de blink van het schitterlicht. De mededeling betreffende de „Badzo", die de loods werd toegeroepen, kan dubbelzinnig zijn geweest. Binnen het hoofd kan zowel betekenen in Oost-West- als in NoordZuid-richting. Toen de loods de mededeling kreeg, dat men op het radarscherm de „Badzo" aan stuurboord zag, was hij overtuigd, dat de „Badzo" benoorden de lichtenlijn lag. Blijkbaar zijn peiling en koers niet juist met elkaar vergeleken. Het is verklaarbaar, dat de loods op de ontvangen gegevens aan de zuidzijde van de „Badzo" langs wilde varen. De Raad is evenwel van mening, dat, terwijl het schip een harde eb mee had en de peiling niet naar stuurboord doorzette, doch steeds meer naar bakboord draaide, de loods tot de conclusie had moeten komen, dat hij de aangevangen manoeuvre niet op deze wijze kon voortzetten, doch dat hij de vaart uit het schip had moeten halen en moeten trachten aan de noordzij te passeren. De Raad is van oordeel, dat de kapitein van de „Badzo" voor zijn nalatigheid om, toen hij daarvoor de gelegenheid had, niet zijn positie te verbeteren, moet worden gecorrigeerd en straft mitsdien kapitein Ferdinand T. Ouweneel, geboren 7 Juni 1915, wonende te Rotterdam, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, tweede plv. voorzitter, C. H. Brouwer, K. Visser, H. Tichelman en K. R. Bosma, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 26 Maart 1952. (Get.) A. Dirkzwager; A. Boosman.

1959-11-07: De waarheid 07-11-1959: 't Wordt winter... Zware mist legt Nederland in watten. Aanvaring te Ijmuiden. (Van een verslaggever) De zware mist, die ons land gisteravond laat in de watten legde heeft heel wat op zijn geweten. Tussen de IJmuider sluizen en de pieren liepen twee Britse schepen op elkaar. Een van de boten stootte lek en moest, in afwachting van hulp, afgemeerd worden om te trachten met eigen pompen drijvende te blijven.
Het luchtverkeer boven Schiphol raakte volkomen gestremd. Veerdiensten moesten worden gestaakt. Tientallen automobilisten konden niet dan met grote vertraging hun doel bereiken. Niet alleen uit ons land maar uit heel Europa komen berichten, dat het weer winterse kuren is gaan vertonen. Hier en daar is zelfs een flink pak sneeuw gevallen. Bij de aanvaring te IJmuiden, die gisteravond om even over elf uur plaats had, zijn de Engelse schepen Egret en Vectis Isle betrokken geweest. De laatste — een kustvaarder — was net de pieren binnengelopen op weg naar de Hoogovens, toen het zijn landgenoot voor de boeg kreeg. Deze — ečn schip van bijna 1200 ton — kwam uit de Noordersluis en was op weg naar zee. De kustvaarder kwam er het slechtste af. Terwijl de Egret slechts weinig betekenende schade opliep, maakte de kustvaarder water. De rijkshavenmeester heeft het te gevaarlijk geoordeeld om het lekgestoten schip aan de meerstoel, waar het werd vastgelegd, gemeerd te laten liggen. Er wordt getracht zo snel mogelijk het schip naar de bergingshaven te IJmuiden te slepen.
NvhN 07-11-1959: Scheepsbotsing te IJmuiden. In het Noorder toeleidingskanaal tussen de IJmuidense pieren en de Noordersluis zijn gisteravond het Britse schip Egret (1187 ton) en de Britse kustvaarder Vectis Isle (312 ton) in een dichte mist met elkaar in aanvaring geweest. Beide schepen gingen voor anker. De Vectis Isle, die gisteravond uit Rochester in IJmuiden binnenliep, had als bestemming de staalhaven van de hoogovens. Het schip lag op het ogenblik van de aanvaring afgemeerd aan een van de meerstoelen in het Noorder toeleidingskanaal. De Egret kwam uit de Noordersluis en voer in de richting van zee. De Egret liep bij de aanvaring weinig schade op. De Vectis Isle is niet in gevaar, maar maakt water. Men hoopte het schip met behulp van eigen pompen drijvend te houden.De Vectis Isle is later naar de bergingshaven gesleept.
Algemeen Handelsblad 07-11-1959: Britse schepen in aanvaring bij IJmuiden. (Van onze correspondent) IJmuiden, 7 november. In het buitentoeleidingskanaal van de Noordersluis te IJmuiden zijn gisteravond twee Britse schepen met elkaar in aanvaring gekomen. Het gebeurde even na elf uur toen de 1187 ton metende Egret uit de Noordersluis kwam en daarbij tegen de Vectis Isle aanvoer, die bestemd was voor de staalhaven en afgemeerd lag aan een meerstoel. De Egret kreeg weinig schade en kon de reis voortzetten. Het andere schip daarentegen maakte water, maar had geen assistentie nodig omdat de bemanning het schip met de eigen pompen drijvende kon houden. Later is de Vectis Isle naar de bergingshaven gevaren. Daar zou vanmorgen de rijkshavenmeester een onderzoek instellen om te beslissen of het schip door de sluis geschut kon worden om naar de staalhaven door te varen.

1985-00-00: Final Fate: In voorjaar 1985 gezonken ten gevolge lekkage in de machinekamer bij de brug over de Taag bij Lissabon. Ze was in ballast onderweg van Lissabon naar Le Havre. In mei 1987 begonnen met berging door een plaatselijke sloper. Op 8 sept. 1987 sloop voltooid.

Ship Masters Data

Images


Description: Badzo 1939
Image type: Photo

Description: 'Badzo'
Image type: Photo

Description: 'Badzo'
Image type: Photo

Description: 'Vectis Isle' (ex 'Badzo') - photo Southend, August 14th 1973.
The 'Vectis Isle' was loading scrap metal for Zeebrugge and sailed on 16/8/73.
It was the only time that this ship ever came to Southend under either name.
Image type: Photo
Sources